Kannst
In "Kannst du mir helfen" betekent "Kannst" hier "kun je" en drukt het een vraag naar mogelijkheid of bereidheid uit. Het is een vervoegde vorm van "können"; een veelgebruikt patroon is "Kannst du mir helfen, ...?".
du
In "Kannst du mir helfen" betekent "du" "jij" en is het de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Je gebruikt "du" wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
mir
In "Kannst du mir helfen" betekent "mir" "mij" of "aan mij": het geeft aan wie hulp ontvangt. Het hoort hier bij "helfen"; een bruikbaar patroon is "jemandem helfen".
helfen
In "Kannst du mir helfen" betekent "helfen" iemand helpen. "mir" noemt degene die hulp krijgt, en hier volgt daarna de handeling "zu prüfen" die geholpen moet worden.
die
In "die Reisedokumente" betekent "die" "de" en hoort het bij de reisdocumenten. Dezelfde vorm staat met hoofdletter aan het begin van "Die Bestätigungs-E-Mail".
Reisedokumente
In "die Reisedokumente" betekent "Reisedokumente" "reisdocumenten": de documenten die vóór de reis worden gecontroleerd. Je kunt het gebruiken met een werkwoord als "prüfen" in "Reisedokumente prüfen".
zu
In "zu prüfen" markeert "zu" de infinitief die afhangt van "helfen"; samen betekent "zu prüfen" hier "te controleren". Een bruikbaar patroon is "jemandem helfen, etwas zu prüfen".
prüfen
In "die Reisedokumente zu prüfen" betekent "prüfen" de documenten controleren of nakijken. Het kan worden gebruikt met het gecontroleerde object, zoals in "Dokumente prüfen".
bevor
In "bevor wir losfahren" betekent "bevor" "voordat" en leidt het een handeling in die eerder plaatsvindt dan het vertrek. Na "bevor" staat hier de bijzin "wir losfahren".
wir
In "bevor wir losfahren" betekent "wir" "wij" en verwijst het naar de twee mensen die samen vertrekken. Het is het onderwerp van "losfahren".
losfahren
In "bevor wir losfahren" betekent "losfahren" "vertrekken" of "wegrijden". Je gebruikt het hier voor het moment waarop iemand aan een reis begint.
Fangen
In "Fangen wir mit deinem Reisepass und deiner Bordkarte an" begint "Fangen" de gezamenlijke suggestie "laten we beginnen met ...". Het hoort samen met het afgescheiden "an" bij "anfangen".
mit
In "mit deinem Reisepass und deiner Bordkarte" betekent "mit" "met" en geeft het aan waarmee de controle begint. Een bruikbaar patroon is "mit etwas anfangen".
deinem
In "mit deinem Reisepass" betekent "deinem" "jouw". De vorm hoort bij "Reisepass" in deze combinatie met "mit"; je gebruikt haar in het patroon "mit deinem ... anfangen".
Reisepass
In "deinem Reisepass" betekent "Reisepass" "paspoort", het document waarmee de controle begint. Je kunt het combineren met bezittelijke vormen, zoals in "mein Reisepass".
und
In "deinem Reisepass und deiner Bordkarte" betekent "und" "en" en verbindt het twee documenten. Je gebruikt het om gelijkwaardige woorden of woordgroepen samen te voegen.
deiner
In "mit deiner Bordkarte" betekent "deiner" "jouw". De vorm hoort bij "Bordkarte" in deze combinatie met "mit"; het patroon is "mit deiner ... anfangen".
Bordkarte
In "deiner Bordkarte" betekent "Bordkarte" "instapkaart". Hier is het het tweede document waarmee de controle begint.
an
In "Fangen wir mit deinem Reisepass und deiner Bordkarte an" voltooit "an" het afgescheiden werkwoord "anfangen". "Fangen ... an" betekent samen "beginnen"; de woordgroep tussen beide delen noemt waarmee je begint.
Mein
In "Mein Reisepass ist in der Innentasche" betekent "Mein" "mijn" en geeft het aan dat het paspoort van de spreker is. Het staat hier vóór het zelfstandig naamwoord "Reisepass".
ist
In "Mein Reisepass ist in der Innentasche" betekent "ist" "is" en beschrijft het waar het paspoort zich bevindt. Het verbindt "Mein Reisepass" met de plaatsaanduiding "in der Innentasche".
in
In "in der Innentasche" betekent "in" "in" en geeft het de plaats aan waar het paspoort zich bevindt. Een bruikbaar patroon is "etwas ist in ...".
der
In "in der Innentasche" betekent "der" "de" en hoort het bij "Innentasche". De volledige plaatsaanduiding "in der Innentasche" betekent "in de binnenzak".
Innentasche
In "in der Innentasche" betekent "Innentasche" "binnenzak". Het woord noemt hier de plaats waar het paspoort is opgeborgen.
Hast
In "Hast du die Hotelreservierung auch bestätigt" betekent "Hast" "heb je" en vormt het het begin van een vraag over een uitgevoerde handeling. Het hoort bij "du" en bij het voltooid deelwoord "bestätigt".
Hotelreservierung
In "die Hotelreservierung" betekent "Hotelreservierung" "hotelreservering". Het is hier datgene waarvan wordt gevraagd of het bevestigd is.
auch
In "die Hotelreservierung auch bestätigt" betekent "auch" "ook" en voegt het de hotelreservering toe aan de andere gecontroleerde zaken. Je gebruikt het om aan te geven dat iets extra’s eveneens geldt of is gedaan.
bestätigt
In "Hast du die Hotelreservierung auch bestätigt" betekent "bestätigt" "bevestigd". Samen met "Hast du" vraagt deze vorm of de reservering al is bevestigd.
Bestätigungs-E-Mail
In "Die Bestätigungs-E-Mail" betekent "Bestätigungs-E-Mail" "bevestigingsmail": de e-mail die de bevestiging bevat. Het woord kan worden gebruikt als iets op een telefoon is opgeslagen, zoals in "Die Bestätigungs-E-Mail ist ... gespeichert".
auf
In "auf meinem Handy" betekent "auf" hier "op" en geeft het aan waar de e-mail is opgeslagen. Een bruikbaar patroon is "auf dem Handy gespeichert sein".
meinem
In "auf meinem Handy" betekent "meinem" "mijn". De vorm hoort bij "Handy" in deze plaatsaanduiding; de volledige groep betekent "op mijn telefoon".
Handy
In "auf meinem Handy" betekent "Handy" "mobiele telefoon". Hier noemt het apparaat waarop de bevestigingsmail is opgeslagen.
gespeichert
In "ist auf meinem Handy gespeichert" betekent "gespeichert" "opgeslagen" en beschrijft het de toestand van de e-mail. Je kunt het gebruiken met een plaats, zoals "auf dem Handy gespeichert".
eine
In "eine gedruckte Kopie" betekent "eine" "een"; in "eine ausgedruckt" verwijst het naar één kopie die al is genoemd. Zo kan "eine" vóór een zelfstandig naamwoord staan of dat zelfstandig naamwoord in de context vervangen.
gedruckte
In "eine gedruckte Kopie" betekent "gedruckte" "geprinte" of "gedrukte" en beschrijft het de kopie. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord "Kopie".
Kopie
In "eine gedruckte Kopie" betekent "Kopie" "kopie", hier een papieren versie van de benodigde informatie. Je kunt het combineren met een beschrijving zoals "gedruckte Kopie".
falls
In "falls dein Handy ausfällt" betekent "falls" "voor het geval dat" en introduceert het een mogelijke omstandigheid. Een bruikbaar patroon is "falls ... ausfällt" voor het geval een apparaat niet meer werkt.
dein
In "dein Handy" betekent "dein" "jouw" en geeft het aan dat de telefoon van de aangesprokene is. Het staat hier vóór "Handy".
ausfällt
In "falls dein Handy ausfällt" betekent "ausfällt" dat de telefoon uitvalt of niet meer werkt. Het staat in de bijzin na "falls"; een vergelijkbaar patroon is "falls etwas ausfällt".
Ich
In "Ich habe eine ausgedruckt" betekent "Ich" "ik" en is het de persoon die de kopie heeft afgedrukt. Het staat hier als onderwerp aan het begin van de zin.
habe
In "Ich habe eine ausgedruckt und in den Ordner gelegt" is "habe" het hulpwerkwoord in een voltooide mededeling: "ik heb ...". Het hoort hier bij de voltooide vormen "ausgedruckt" en "gelegt".
ausgedruckt
In "Ich habe eine ausgedruckt" betekent "ausgedruckt" "afgedrukt" of "uitgeprint". "Eine" verwijst hier naar de kopie; samen zegt de spreker dat die kopie is afgedrukt.
den
In "in den Ordner gelegt" betekent "den" "de" en hoort het bij "Ordner". De volledige groep "in den Ordner" geeft aan waarheen de kopie is gelegd.
Ordner
In "in den Ordner gelegt" betekent "Ordner" "map" of "ordner", de plaats waarin de kopie wordt opgeborgen. Het wordt hier gebruikt met "in den Ordner legen".
gelegt
In "in den Ordner gelegt" betekent "gelegt" "gelegd" of "geplaatst". Samen met "in den Ordner" beschrijft het dat de kopie in de map is gedaan.
Dann
In "Dann haben wir alles, was wir brauchen" betekent "Dann" "dan" en geeft het de conclusie na de controle aan. Je gebruikt het om naar een gevolg of volgende stap te verwijzen.
haben
In "Dann haben wir alles" betekent "haben" "hebben" en zegt het dat de twee personen alles tot hun beschikking hebben. Een bruikbaar patroon is "Wir haben alles, was wir brauchen".
alles
In "Dann haben wir alles" betekent "alles" "alles" en verwijst het naar alle benodigde reisdocumenten en kopieën samen. Het kan hier worden aangevuld door "was wir brauchen".
was
In "alles, was wir brauchen" betekent "was" "wat" of "datgene wat" en leidt het de uitleg in van wat met "alles" wordt bedoeld. De volledige groep "was wir brauchen" betekent "wat we nodig hebben".
brauchen
In "was wir brauchen" betekent "brauchen" "nodig hebben". Een bruikbaar patroon is "etwas brauchen", zoals in de volledige uitdrukking "alles, was wir brauchen".