Reisdocumenten controleren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before leaving for a trip, two adults check travel documents, a saved reservation, and a printed copy..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Reisdocumenten controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kannst du mir helfen, die Reisedokumente zu prüfen, bevor wir losfahren?

kanst doe mier helpen, die raize-dokoomente tsoe pruufen, buh-FOOR vier loos-faarən? Kun je me helpen de reisdocumenten te controleren voordat we vertrekken?
B

Fangen wir mit deinem Reisepass und deiner Bordkarte an.

fangən vier mit daineəm raizepas en daineər bortkaartuh an. Laten we beginnen met je paspoort en instapkaart.
A

Mein Reisepass ist in der Innentasche.

main raizepas ist in deer inən-tasjuh. Mijn paspoort zit in de binnenzak.
B

Hast du die Hotelreservierung auch bestätigt?

hasst doe die ho-TEEL-rezer-vie-roeng auk buh-sjtee-ticht? Heb je de hotelreservering ook bevestigd?
A

Die Bestätigungs-E-Mail ist auf meinem Handy gespeichert.

die buh-sjtee-ti-goengs ie-meel ist auf mainəm hendi guh-sjpaichert. De bevestigingsmail staat op mijn telefoon.
B

Hast du eine gedruckte Kopie, falls dein Handy ausfällt?

hasst doe aine guh-droektuh ko-pie, fals dain hendi aus-fellt? Heb je een geprinte kopie voor het geval je telefoon uitvalt?
A

Ich habe eine ausgedruckt und in den Ordner gelegt.

iech haa-buh aine aus-guh-droekt oent in deen ordnər guh-leekt. Ik heb er een geprint en in de map gedaan.
B

Dann haben wir alles, was wir brauchen.

dan haa-bən vier alles, vas vier brauchən. Dan hebben we alles wat we nodig hebben.

Woord voor woord

Kannst In "Kannst du mir helfen" betekent "Kannst" hier "kun je" en drukt het een vraag naar mogelijkheid of bereidheid uit. Het is een vervoegde vorm van "können"; een veelgebruikt patroon is "Kannst du mir helfen, ...?".
du In "Kannst du mir helfen" betekent "du" "jij" en is het de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Je gebruikt "du" wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
mir In "Kannst du mir helfen" betekent "mir" "mij" of "aan mij": het geeft aan wie hulp ontvangt. Het hoort hier bij "helfen"; een bruikbaar patroon is "jemandem helfen".
helfen In "Kannst du mir helfen" betekent "helfen" iemand helpen. "mir" noemt degene die hulp krijgt, en hier volgt daarna de handeling "zu prüfen" die geholpen moet worden.
die In "die Reisedokumente" betekent "die" "de" en hoort het bij de reisdocumenten. Dezelfde vorm staat met hoofdletter aan het begin van "Die Bestätigungs-E-Mail".
Reisedokumente In "die Reisedokumente" betekent "Reisedokumente" "reisdocumenten": de documenten die vóór de reis worden gecontroleerd. Je kunt het gebruiken met een werkwoord als "prüfen" in "Reisedokumente prüfen".
zu In "zu prüfen" markeert "zu" de infinitief die afhangt van "helfen"; samen betekent "zu prüfen" hier "te controleren". Een bruikbaar patroon is "jemandem helfen, etwas zu prüfen".
prüfen In "die Reisedokumente zu prüfen" betekent "prüfen" de documenten controleren of nakijken. Het kan worden gebruikt met het gecontroleerde object, zoals in "Dokumente prüfen".
bevor In "bevor wir losfahren" betekent "bevor" "voordat" en leidt het een handeling in die eerder plaatsvindt dan het vertrek. Na "bevor" staat hier de bijzin "wir losfahren".
wir In "bevor wir losfahren" betekent "wir" "wij" en verwijst het naar de twee mensen die samen vertrekken. Het is het onderwerp van "losfahren".
losfahren In "bevor wir losfahren" betekent "losfahren" "vertrekken" of "wegrijden". Je gebruikt het hier voor het moment waarop iemand aan een reis begint.
Fangen In "Fangen wir mit deinem Reisepass und deiner Bordkarte an" begint "Fangen" de gezamenlijke suggestie "laten we beginnen met ...". Het hoort samen met het afgescheiden "an" bij "anfangen".
mit In "mit deinem Reisepass und deiner Bordkarte" betekent "mit" "met" en geeft het aan waarmee de controle begint. Een bruikbaar patroon is "mit etwas anfangen".
deinem In "mit deinem Reisepass" betekent "deinem" "jouw". De vorm hoort bij "Reisepass" in deze combinatie met "mit"; je gebruikt haar in het patroon "mit deinem ... anfangen".
Reisepass In "deinem Reisepass" betekent "Reisepass" "paspoort", het document waarmee de controle begint. Je kunt het combineren met bezittelijke vormen, zoals in "mein Reisepass".
und In "deinem Reisepass und deiner Bordkarte" betekent "und" "en" en verbindt het twee documenten. Je gebruikt het om gelijkwaardige woorden of woordgroepen samen te voegen.
deiner In "mit deiner Bordkarte" betekent "deiner" "jouw". De vorm hoort bij "Bordkarte" in deze combinatie met "mit"; het patroon is "mit deiner ... anfangen".
Bordkarte In "deiner Bordkarte" betekent "Bordkarte" "instapkaart". Hier is het het tweede document waarmee de controle begint.
an In "Fangen wir mit deinem Reisepass und deiner Bordkarte an" voltooit "an" het afgescheiden werkwoord "anfangen". "Fangen ... an" betekent samen "beginnen"; de woordgroep tussen beide delen noemt waarmee je begint.
Mein In "Mein Reisepass ist in der Innentasche" betekent "Mein" "mijn" en geeft het aan dat het paspoort van de spreker is. Het staat hier vóór het zelfstandig naamwoord "Reisepass".
ist In "Mein Reisepass ist in der Innentasche" betekent "ist" "is" en beschrijft het waar het paspoort zich bevindt. Het verbindt "Mein Reisepass" met de plaatsaanduiding "in der Innentasche".
in In "in der Innentasche" betekent "in" "in" en geeft het de plaats aan waar het paspoort zich bevindt. Een bruikbaar patroon is "etwas ist in ...".
der In "in der Innentasche" betekent "der" "de" en hoort het bij "Innentasche". De volledige plaatsaanduiding "in der Innentasche" betekent "in de binnenzak".
Innentasche In "in der Innentasche" betekent "Innentasche" "binnenzak". Het woord noemt hier de plaats waar het paspoort is opgeborgen.
Hast In "Hast du die Hotelreservierung auch bestätigt" betekent "Hast" "heb je" en vormt het het begin van een vraag over een uitgevoerde handeling. Het hoort bij "du" en bij het voltooid deelwoord "bestätigt".
Hotelreservierung In "die Hotelreservierung" betekent "Hotelreservierung" "hotelreservering". Het is hier datgene waarvan wordt gevraagd of het bevestigd is.
auch In "die Hotelreservierung auch bestätigt" betekent "auch" "ook" en voegt het de hotelreservering toe aan de andere gecontroleerde zaken. Je gebruikt het om aan te geven dat iets extra’s eveneens geldt of is gedaan.
bestätigt In "Hast du die Hotelreservierung auch bestätigt" betekent "bestätigt" "bevestigd". Samen met "Hast du" vraagt deze vorm of de reservering al is bevestigd.
Bestätigungs-E-Mail In "Die Bestätigungs-E-Mail" betekent "Bestätigungs-E-Mail" "bevestigingsmail": de e-mail die de bevestiging bevat. Het woord kan worden gebruikt als iets op een telefoon is opgeslagen, zoals in "Die Bestätigungs-E-Mail ist ... gespeichert".
auf In "auf meinem Handy" betekent "auf" hier "op" en geeft het aan waar de e-mail is opgeslagen. Een bruikbaar patroon is "auf dem Handy gespeichert sein".
meinem In "auf meinem Handy" betekent "meinem" "mijn". De vorm hoort bij "Handy" in deze plaatsaanduiding; de volledige groep betekent "op mijn telefoon".
Handy In "auf meinem Handy" betekent "Handy" "mobiele telefoon". Hier noemt het apparaat waarop de bevestigingsmail is opgeslagen.
gespeichert In "ist auf meinem Handy gespeichert" betekent "gespeichert" "opgeslagen" en beschrijft het de toestand van de e-mail. Je kunt het gebruiken met een plaats, zoals "auf dem Handy gespeichert".
eine In "eine gedruckte Kopie" betekent "eine" "een"; in "eine ausgedruckt" verwijst het naar één kopie die al is genoemd. Zo kan "eine" vóór een zelfstandig naamwoord staan of dat zelfstandig naamwoord in de context vervangen.
gedruckte In "eine gedruckte Kopie" betekent "gedruckte" "geprinte" of "gedrukte" en beschrijft het de kopie. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord "Kopie".
Kopie In "eine gedruckte Kopie" betekent "Kopie" "kopie", hier een papieren versie van de benodigde informatie. Je kunt het combineren met een beschrijving zoals "gedruckte Kopie".
falls In "falls dein Handy ausfällt" betekent "falls" "voor het geval dat" en introduceert het een mogelijke omstandigheid. Een bruikbaar patroon is "falls ... ausfällt" voor het geval een apparaat niet meer werkt.
dein In "dein Handy" betekent "dein" "jouw" en geeft het aan dat de telefoon van de aangesprokene is. Het staat hier vóór "Handy".
ausfällt In "falls dein Handy ausfällt" betekent "ausfällt" dat de telefoon uitvalt of niet meer werkt. Het staat in de bijzin na "falls"; een vergelijkbaar patroon is "falls etwas ausfällt".
Ich In "Ich habe eine ausgedruckt" betekent "Ich" "ik" en is het de persoon die de kopie heeft afgedrukt. Het staat hier als onderwerp aan het begin van de zin.
habe In "Ich habe eine ausgedruckt und in den Ordner gelegt" is "habe" het hulpwerkwoord in een voltooide mededeling: "ik heb ...". Het hoort hier bij de voltooide vormen "ausgedruckt" en "gelegt".
ausgedruckt In "Ich habe eine ausgedruckt" betekent "ausgedruckt" "afgedrukt" of "uitgeprint". "Eine" verwijst hier naar de kopie; samen zegt de spreker dat die kopie is afgedrukt.
den In "in den Ordner gelegt" betekent "den" "de" en hoort het bij "Ordner". De volledige groep "in den Ordner" geeft aan waarheen de kopie is gelegd.
Ordner In "in den Ordner gelegt" betekent "Ordner" "map" of "ordner", de plaats waarin de kopie wordt opgeborgen. Het wordt hier gebruikt met "in den Ordner legen".
gelegt In "in den Ordner gelegt" betekent "gelegt" "gelegd" of "geplaatst". Samen met "in den Ordner" beschrijft het dat de kopie in de map is gedaan.
Dann In "Dann haben wir alles, was wir brauchen" betekent "Dann" "dan" en geeft het de conclusie na de controle aan. Je gebruikt het om naar een gevolg of volgende stap te verwijzen.
haben In "Dann haben wir alles" betekent "haben" "hebben" en zegt het dat de twee personen alles tot hun beschikking hebben. Een bruikbaar patroon is "Wir haben alles, was wir brauchen".
alles In "Dann haben wir alles" betekent "alles" "alles" en verwijst het naar alle benodigde reisdocumenten en kopieën samen. Het kan hier worden aangevuld door "was wir brauchen".
was In "alles, was wir brauchen" betekent "was" "wat" of "datgene wat" en leidt het de uitleg in van wat met "alles" wordt bedoeld. De volledige groep "was wir brauchen" betekent "wat we nodig hebben".
brauchen In "was wir brauchen" betekent "brauchen" "nodig hebben". Een bruikbaar patroon is "etwas brauchen", zoals in de volledige uitdrukking "alles, was wir brauchen".

Grammatica

bevor + Nebensatz: Das Verb steht am Ende.

Bevor wir losfahren, prüfen wir alles.

buh-FOOR vier loos-faa-rən, pruufən vier alles.

Voordat we vertrekken, controleren we alles.

Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

Trennbares Verb: anfangen → Fangen ... an

Wir fangen an, bevor wir losfahren.

vier fangən an, buh-FOOR vier loos-faa-rən.

We beginnen voordat we vertrekken.

Bij een hoofdzin komt het voorvoegsel van „anfangen“ aan het einde: „fangen ... an“.

Duits woordenschat

anfangen werkwoord
an-fangən beginnen Fangen ... an
bestätigen werkwoord
buh-sjtee-ti-gən bevestigen bestätigt
Bestätigungs-E-Mail zelfstandig naamwoord
buh-sjtee-ti-goengs-ie-meel bevestigingsmail
bevor voegwoord
buh-FOOR voordat
Bordkarte zelfstandig naamwoord
bort-kaartuh instapkaart
helfen werkwoord
hel-fən helpen

Kannst du mir helfen

Hotelreservierung zelfstandig naamwoord
ho-TEEL-rezer-vie-roeng hotelreservering
Innentasche zelfstandig naamwoord
inən-tasjuh binnenzak
losfahren werkwoord
loos-faa-rən vertrekken
prüfen werkwoord
pruu-fən controleren
Reisedokument zelfstandig naamwoord
raize-doh-koo-ment reisdocument Reisedokumente
Reisepass zelfstandig naamwoord
raize-pas paspoort

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn paspoort zit in de binnenzak.

Antwoord tonenMein Reisepass ist in der Innentasche.

Heb je de hotelreservering ook bevestigd?

Antwoord tonenHast du die Hotelreservierung auch bestätigt?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

controleren

Antwoord tonenprüfen

helpen

Antwoord tonenhelfen

binnenzak

Antwoord tonenInnentasche

vertrekken

Antwoord tonenlosfahren