Ingrediënten controleren voor het koken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults check ingredients before cooking and decide to buy onions before measuring rice..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Ingrediënten controleren voor het koken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Bevor wir anfangen zu kochen, welche Zutaten haben wir?

be-FOOR vier AN-fang-en tsoe KOOG-en, WEL-chuh tsoe-TAA-ten HAA-buh(n) vier? Voordat we gaan koken, welke ingrediënten hebben we?
B

Für das Rezept brauchen wir Zwiebeln und Tomaten.

fūr das re-TSÈPT BROW-ghen vier TSWIE-buln oent too-MAA-ten. Voor het recept hebben we uien en tomaten nodig.
A

Wir haben Tomaten, aber wir haben keine Zwiebeln mehr.

vier HAA-buh(n) too-MAA-ten, AA-buh vier HAA-buh(n) KAI-nuh TSWIE-buln meer. We hebben tomaten, maar de uien zijn op.
B

Können wir stattdessen Frühlingszwiebeln verwenden?

KEU-nuh vier stat-DÈS-sen FRUU-lings-tswiebln fer-WEN-den? Kunnen we in plaats daarvan bosuitjes gebruiken?
A

Vielleicht, aber der Geschmack wird anders sein.

FIE-lait, AA-buh dēr ge-SJMAK virt AN-ders zain. Misschien, maar de smaak zal anders zijn.
B

Dann kaufe ich Zwiebeln im Laden an der Ecke.

dan KAU-fuh ich TSWIE-buln im LAA-den an dēr EK-kuh. Dan ga ik uien kopen bij de winkel op de hoek.
A

Wir müssen den Reis noch abmessen.

vier MUS-sen deen RAIS nog AP-mes-sen. We moeten de rijst nog afmeten.
B

Ich messe genug Reis für vier Personen ab, wenn ich zurück bin.

ich MES-suh guh-NOEK raais fūr vier per-ZOO-nuh(n) ap, wenn ich tsoe-RUK bin. Ik meet genoeg rijst af voor vier mensen nadat ik terug ben.

Uitleg van de zinnen

  1. Bevor wir anfangen zu kochen, welche Zutaten haben wir?

    Voordat we gaan koken, welke ingrediënten hebben we?

    Bevor
    voordat
    anfangen
    beginnen
    zu kochen
    te koken
    welche
    welke
    Zutaten
    ingrediënten
    haben wir
    hebben wij
    Uitgebreide uitleg

    Bevor betekent hier “voordat” en introduceert een bijzin die aangeeft dat iets eerder plaatsvindt. In het Duits staat het vervoegde werkwoord in zo’n bijzin achteraan. Patroon: Bevor + onderwerp + werkwoord .... anfangen betekent “beginnen”. In wir anfangen is anfangen de tegenwoordige tijd voor wir; die vorm valt toevallig samen met het infinitief. Vergelijk: ich fange an = “ik begin”, maar wir fangen an = “wij beginnen”. Het werkwoord is scheidbaar: in een gewone hoofdzin staat an los, terwijl de vorm in deze bijzin als anfangen aan het einde van het werkwoordelijke deel staat. zu kochen betekent “te koken”. Dit is kochen met zu, de Duitse infinitiefconstructie die hier het soort activiteit bij anfangen aangeeft: beginnen te koken. Voorbeeld: Wir beginnen zu lesen. = “Wij beginnen te lezen.” welche betekent hier “welke”. Het verwijst naar een nog niet nader bepaalde keuze uit meerdere mogelijke dingen en staat samen met Zutaten. De vorm past zich in het Duits aan het zelfstandig naamwoord aan; bij het meervoud is welche hier zowel in de nominatief als accusatief hetzelfde. Vergelijk: Welche Bücher liest du? = “Welke boeken lees je?” Zutaten betekent “ingrediënten”. Dit is het meervoud van Zutat (“ingrediënt”). In de vraag is Zutaten het lijdend voorwerp van haben: er wordt gevraagd welke ingrediënten aanwezig zijn of ter beschikking staan. haben wir vormt hier de vraagvolgorde “hebben wij”. haben is de vorm van haben voor wir; wir is het onderwerp. In een gewone hoofdzin staat het onderwerp vaak vóór het werkwoord: Wir haben Zutaten. In een directe vraag komt het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: Haben wir Zutaten? Samen betekent Bevor wir anfangen zu kochen “Voordat we beginnen te koken”. Daarna vraagt welche Zutaten haben wir? welke ingrediënten wij hebben. De volledige betekenis is dus: “Voordat we gaan koken, welke ingrediënten hebben we?”

  2. Für das Rezept brauchen wir Zwiebeln und Tomaten.

    Voor het recept hebben we uien en tomaten nodig.

    Rezept
    recept
    brauchen
    nodig hebben
    wir
    wij
    Zwiebeln
    uien
    Tomaten
    tomaten
    Uitgebreide uitleg

    Rezept betekent hier “recept”, in de betekenis van een instructie voor het bereiden van eten. Het meervoud is Rezepte: ein Rezept → zwei Rezepte. In für das Rezept staat het zelfstandig naamwoord na für in de accusatief; bij het onzijdige das ziet de vorm er hier hetzelfde uit als in de nominatief. brauchen betekent hier “nodig hebben”. Het is een regelmatig werkwoord: ich brauche, du brauchst, wir brauchen. In deze zin staat de vorm brauchen bij het onderwerp wir; daarom krijgt het werkwoord de uitgang van de eerste persoon meervoud. Voor een behoefte aan iets gebruikt het Duits vaak het patroon etwas brauchen: Wir brauchen Wasser. — “We hebben water nodig.” wir is het persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon meervoud: “wij/we”. Het verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon, zoals ook uit de Nederlandse vertaling blijkt. In de zin is wir het onderwerp van brauchen. Zwiebeln betekent “uien”. Dit is het meervoud van Zwiebel: eine Zwiebel → Zwiebeln. Het woord staat hier in het meervoud omdat er uien als benodigde ingrediënten worden genoemd. Voor één exemplaar gebruik je bijvoorbeeld: Ich brauche eine Zwiebel. — “Ik heb een ui nodig.” Tomaten betekent “tomaten”. Dit is het meervoud van Tomate: eine Tomate → Tomaten. Ook dit zelfstandig naamwoord staat hier als een van de dingen die nodig zijn. Voor één exemplaar: Wir brauchen eine Tomate. — “We hebben een tomaat nodig.” De combinatie für das Rezept betekent “voor het recept”. Für leidt hier een doel of bestemming in: wat voor het recept nodig is. Daarna noemt wir brauchen wie iets nodig heeft en welke behoefte wordt uitgedrukt. De twee meervoudige zelfstandige naamwoorden worden met und verbonden: Zwiebeln und Tomaten. Samen betekent de hele uiting: “Voor het recept hebben we uien en tomaten nodig.” Het herbruikbare patroon is Für [iets] brauchen wir [zaken]: Für den Salat brauchen wir Gurken. — “Voor de salade hebben we komkommers nodig.”

  3. Wir haben Tomaten, aber wir haben keine Zwiebeln mehr.

    We hebben tomaten, maar de uien zijn op.

    Wir haben
    wij hebben
    Tomaten
    tomaten
    aber
    maar
    wir haben
    wij hebben
    keine
    geen
    Zwiebeln
    uien
    mehr
    meer; nog
    Uitgebreide uitleg

    Wir haben betekent hier “wij hebben”. haben is de vervoegde vorm van haben (“hebben”) bij wir; de tegenwoordige tijd kan in het Duits zowel bezit als beschikbaarheid uitdrukken. Herbruikbaar patroon: Wir haben ... = “Wij hebben ...”. Voorbeeld: Wir haben Zeit. = “We hebben tijd.” Tomaten is het meervoud van die Tomate (“de tomaat”). In deze vorm krijgt het meervoud de uitgang -n: Tomate → Tomaten. Voorbeeld: Ich kaufe Tomaten. = “Ik koop tomaten.” aber betekent “maar” en verbindt twee tegengestelde mededelingen. Na aber blijft de gewone hoofdzinvolgorde staan: wir haben .... Het tweede wir haben herhaalt dezelfde combinatie, maar introduceert nu wat niet meer beschikbaar is. In een andere zin kan wir haben ook gewoon bezit aangeven: Wir haben ein Problem. = “We hebben een probleem.” keine ontkent hier het meervoudige zelfstandige naamwoord Zwiebeln: “geen uien”. Het is de meervoudsvorm van kein; in deze accusatiefpositie staat bij het meervoud keine. In de datief staat het meervoud keinen, bijvoorbeeld in mit keinen Zwiebeln = “met geen uien”. In het enkelvoud verandert kein bovendien mee met geslacht en naamval: kein staat bijvoorbeeld bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de nominatief en bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in de nominatief of accusatief; bij een vrouwelijk woord in de nominatief of accusatief staat keine. Een onbepaald ontkenningswoord drukt hier geen expliciet aantal uit. Zwiebeln is het meervoud van die Zwiebel (“de ui”). De combinatie keine Zwiebeln betekent “geen uien”. Het eerdere contextzinnetje gebruikt hetzelfde woord voor de uien die voor het recept nodig zijn. mehr betekent hier “meer” in de betekenis “nog over”. In de ontkenning keine ... mehr betekent het geheel “geen ... meer” of “... zijn op”: er zijn geen uien meer beschikbaar. Dit is anders dan in mehr Zeit (“meer tijd”), waar mehr een grotere hoeveelheid aanduidt. De volledige structuur is Wir haben X, aber wir haben keine Y mehr: “Wij hebben X, maar wij hebben geen Y meer.” Met X = Tomaten en Y = Zwiebeln wordt dat: “We hebben tomaten, maar de uien zijn op.” De Duitse formulering gebruikt bij Zwiebeln geen bepaald lidwoord; de Nederlandse vertaling kiest “de uien” voor de in deze context bedoelde voorraad. De zin is een neutrale, alledaagse formulering.

  4. Können wir stattdessen Frühlingszwiebeln verwenden?

    Kunnen we in plaats daarvan bosuitjes gebruiken?

    Können wir
    Kunnen we
    stattdessen
    in plaats daarvan
    Frühlingszwiebeln
    bosuitjes
    verwenden
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Können wir staat hier aan het begin van een ja-neevraag. können is de vorm voor wir van het modale werkwoord können: iets kunnen of een mogelijkheid hebben. In een vraag komt het vervoegde modale werkwoord vooraan en blijft het andere werkwoord als infinitief aan het einde staan. Voorbeeld: Können wir morgen kommen? — Kunnen we morgen komen? stattdessen betekent hier dat er een alternatief wordt voorgesteld voor iets dat eerder genoemd is. In deze context gaat het om bosuitjes als alternatief voor de uien die niet meer beschikbaar zijn. Het is een bijwoord en kan ook elders in de zin staan, bijvoorbeeld: Wir nehmen stattdessen Reis. — We nemen in plaats daarvan rijst. Frühlingszwiebeln is het meervoud van Frühlingszwiebel en betekent bosuitjes. Het woord is een samenstelling met Frühling en Zwiebel; samen duidt het een bosuitje aan. Omdat de vorm meervoud is, verwijst hij hier naar meer dan één bosuitje. Het enkelvoud is eine Frühlingszwiebel — een bosuitje. eine markeert hier het enkelvoud, zonder op zichzelf een numerieke telling uit te drukken. verwenden is de infinitief en betekent gebruiken of benutten. Na het modale werkwoord können staat deze infinitief aan het einde: Wir können Frühlingszwiebeln verwenden. — We kunnen bosuitjes gebruiken. verwenden is hier een alternatief voor bijvoorbeeld benutzen; beide kunnen “gebruiken” betekenen, maar verwenden is in deze context een natuurlijke keuze voor een ingrediënt. De volledige structuur is Können wir + stattdessen + Frühlingszwiebeln + verwenden?: “Kunnen wij in plaats daarvan bosuitjes gebruiken?” De vraag stelt dus voor om bosuitjes te gebruiken als alternatief voor de uien die niet meer beschikbaar zijn.

  5. Vielleicht, aber der Geschmack wird anders sein.

    Misschien, maar de smaak zal anders zijn.

    Vielleicht
    misschien
    aber
    maar
    der Geschmack
    de smaak
    wird … sein
    zal ... zijn
    anders
    anders
    Uitgebreide uitleg

    Vielleicht geeft hier aan dat de spreker iets als mogelijkheid presenteert: “misschien”. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. Voorbeeld: Vielleicht kommt er morgen. — Misschien komt hij morgen. aber verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het woord zelf krijgt geen verbuiging. Hier leidt het een voorbehoud in bij het voorafgaande voorstel. der Geschmack betekent hier “de smaak”. Geschmack is een zelfstandig naamwoord. der is hier het bepaalde lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Geschmack in de nominatief; de hele naamwoordgroep is het onderwerp. De meervoudsvorm kan Geschmäcker zijn, maar deze zin gebruikt de enkelvoudige vorm voor de smaak als onderwerp. Voorbeeld: Der Geschmack ist intensiv. — De smaak is intens. wird ... sein vormt hier de Duitse toekomende tijd. wird is de vorm van werden voor de derde persoon enkelvoud, passend bij der Geschmack; sein is het werkwoord “zijn” en staat aan het einde. In een gewone mededeling kan de tegenwoordige tijd soms ook naar de toekomst verwijzen, maar deze vorm maakt de toekomstige verwachting expliciet. anders betekent hier “anders”, dus niet hetzelfde als de bedoelde smaak. Het wordt na sein predicatief gebruikt en krijgt hier geen uitgang. Voorbeeld: Der Geschmack wird anders sein. — De smaak zal anders zijn. Samen betekent der Geschmack wird anders sein dat de smaak anders zal zijn. Vielleicht maakt de voorspelling onzeker, terwijl aber haar tegenover het voorafgaande voorstel plaatst. De hele uiting betekent: “Misschien, maar de smaak zal anders zijn.”

  6. Dann kaufe ich Zwiebeln im Laden an der Ecke.

    Dan ga ik uien kopen bij de winkel op de hoek.

    Dann
    dan
    kaufe
    koop
    ich
    ik
    Zwiebeln
    uien
    Laden
    winkel
    Ecke
    hoek
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verwijst naar wat volgens de context daarna gebeurt. Het kan ook een volgorde in een plan aangeven: Dann gehe ich nach Hause. = “Dan ga ik naar huis.” kaufe is de vorm van kaufen (“kopen”) bij ich in de tegenwoordige tijd: ich kaufe. Andere nuttige vormen zijn du kaufst en er/sie kauft. Voor een geplande handeling kan het Duits dus de tegenwoordige tijd gebruiken; hier wordt de handeling als een plan of volgende stap voorgesteld. ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het onderwerp staat hier na Dann, maar blijft het onderwerp van kaufe; de werkwoordsvorm kaufe past bij ich. Zwiebeln betekent “uien”. Dit is het meervoud van die Zwiebel (“de ui”): die Zwiebel → die Zwiebeln. Het meervoud past hier bij het feit dat er over uien in het meervoud wordt gesproken; het precieze aantal wordt niet genoemd. im Laden betekent “in de winkel”. im is de samengevoegde vorm van in dem. der Laden is “de winkel”; na in met een plaats zonder verplaatsing staat hier de datief: in dem Laden → im Laden. Een bruikbaar contrast is Ich bin im Laden. = “Ik ben in de winkel” tegenover Ich gehe in den Laden. = “Ik ga de winkel in”, waarbij de tweede zin beweging naar de winkel uitdrukt. an der Ecke betekent “op de hoek”. die Ecke is “de hoek”. an der gebruikt hier de datief, omdat het om een plaats gaat, niet om een beweging naar die plaats. Het vrouwelijke lidwoord die wordt in de datief der: an der Ecke. In an die Ecke zou die juist bij een beweging naar de hoek horen. Samen betekent Dann kaufe ich Zwiebeln im Laden an der Ecke.: “Dan ga ik uien kopen bij de winkel op de hoek.” Letterlijk wordt de plaats opgebouwd als “in de winkel op de hoek”; Dann markeert deze aankoop als de volgende stap, kaufe ich betekent “koop ik”, en Zwiebeln is wat er gekocht wordt. De woordvolgorde is Dann + werkwoord + onderwerp, terwijl het werkwoord nog steeds bij ich hoort.

  7. Wir müssen den Reis noch abmessen.

    We moeten de rijst nog afmeten.

    Wir müssen
    we moeten
    Reis
    rijst
    noch
    nog
    abmessen
    afmeten
    Uitgebreide uitleg

    Wir müssen betekent hier dat de spreker samen met anderen iets moet doen. wir is de eerste persoon meervoud (“wij”); müssen is de vorm van het modale werkwoord müssen bij wir. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin: Wir müssen warten. — “We moeten wachten.” Het modale werkwoord drukt hier noodzaak of verplichting uit. Reis betekent hier “rijst”, als stof of voedingsmiddel. In den Reis staat het zelfstandig naamwoord als lijdend voorwerp; het lidwoord den markeert hier de accusatief van het mannelijke woord der Reis. Het gaat niet om een afzonderlijk geteld exemplaar, maar om een hoeveelheid rijst. noch betekent hier “nog”: de handeling moet op dit moment nog gebeuren. Het zegt niet hoeveel tijd er over is. Vergelijk: Ich muss noch arbeiten. — “Ik moet nog werken.” abmessen betekent “afmeten”. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een vervoegde hoofdzin wordt ab van messen gescheiden, terwijl de infinitiefvorm abmessen aaneengeschreven blijft. Voorbeeld: Ich messe den Reis ab. — “Ik meet de rijst af.” In die zin is messe de vervoegde vorm van messen en staat het voorvoegsel ab aan het einde. Met een modaal werkwoord blijft de infinitief samen: Wir müssen den Reis abmessen. De hele zin wordt opgebouwd als Wir müssen + lijdend voorwerp den Reis + noch + infinitief abmessen: “We moeten de rijst nog afmeten.” De zin presenteert het afmeten als een noodzakelijke handeling die nog niet is uitgevoerd of nog moet plaatsvinden.

  8. Ich messe genug Reis für vier Personen ab, wenn ich zurück bin.

    Ik meet genoeg rijst af voor vier mensen nadat ik terug ben.

    messe … ab
    meet ... af
    genug
    genoeg
    Reis
    rijst
    vier
    vier
    Personen
    mensen; personen
    wenn ich zurück bin
    wanneer ik terug ben
    Uitgebreide uitleg

    messe ... ab komt van het scheidbare werkwoord abmessen: iets afmeten. In deze zin is messe de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, bij ich; het voorvoegsel ab staat aan het einde van de hoofdzin. De vorm is dus ich messe ... ab. In de bijzin blijft het werkwoord bijeen: Ich muss den Reis abmessen. betekent bijvoorbeeld: “Ik moet de rijst afmeten.” Het eerdere abmessen in de context is de infinitief van hetzelfde werkwoord. genug betekent hier “voldoende” of “genoeg”. Het geeft aan dat de hoeveelheid rijst toereikend is, zonder zelf een exact gewicht te noemen. Een herbruikbaar patroon is genug + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: Wir haben genug Zeit. — “We hebben genoeg tijd.” Reis betekent “rijst”. Het is in deze zin het zelfstandig naamwoord dat wordt afgemeten. De vorm Reis kan in het Duits zowel als enkelvoudig massawoord als in andere naamvalsvormen onveranderd verschijnen; hier staat het als object na messe ... ab. Bijvoorbeeld: Ich koche Reis. — “Ik kook rijst.” vier is het telwoord “vier”. Het specificeert hier het aantal personen waarvoor de hoeveelheid rijst bedoeld is. Na een telwoord staat het zelfstandig naamwoord in het Duits doorgaans in het meervoud: vier Tassen betekent “vier kopjes”. Personen is het meervoud van Person en betekent “personen” of “mensen”. Het woord staat hier na vier, dus het benoemt de vier personen waarvoor de rijst wordt afgemeten. Person is een neutraal, vaak wat formeler woord; Menschen is een veelgebruikt alternatief voor “mensen”, maar dat maakt Personen in deze zin niet onjuist. wenn ich zurück bin betekent hier “wanneer ik terug ben” en geeft de voorwaarde of het tijdstip aan waarop het afmeten plaatsvindt. ich is de eerste persoon enkelvoud. bin is de eerste persoon enkelvoud van sein (“zijn”), en zurück betekent “terug”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: wenn ich zurück bin. De vaste vertaling maakt duidelijk dat deze bijzin hier temporeel bedoeld is: het afmeten gebeurt nadat de spreker terug is. Een vergelijkbaar voorbeeld is Ich rufe dich an, wenn ich zu Hause bin. — “Ik bel je wanneer ik thuis ben.” Samen betekent Ich messe genug Reis für vier Personen ab dat de spreker voldoende rijst afmeet voor vier personen. De bijzin wenn ich zurück bin bepaalt wanneer dat gebeurt. De volledige betekenis is daarom: “Ik meet genoeg rijst af voor vier mensen nadat ik terug ben.”

Grammatica

Bevor + Nebensatz: das Verb steht am Ende

Bevor wir anfangen, kochen wir.

be-FOOR vier AN-fang-en, KOOG-en vier.

Voordat we beginnen, koken we.

Na „Bevor“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

abmessen → messen ... ab

Wir messen genug Reis ab.

vier MES-sen guh-NOEK raais ap.

We meten genoeg rijst af.

„Abmessen“ is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin komt „ab“ achteraan.

Duits woordenschat

anfangen werkwoord
AN-fang-en beginnen

wir anfangen zu kochen

Bevor voegwoord
be-FOOR voordat

Bevor wir anfangen zu kochen

brauchen werkwoord
BROW-ghen nodig hebben

brauchen wir Zwiebeln und Tomaten

für voorzetsel
fūr voor

Für das Rezept

haben werkwoord
HAA-buh(n) hebben

welche Zutaten haben wir

keine bepaler
KAI-nuh geen

keine Zwiebeln mehr

kochen werkwoord
KOOG-en koken

zu kochen

mehr bijwoord
meer meer; niet meer

keine Zwiebeln mehr

Rezept zelfstandig naamwoord
re-TSÈPT recept

Für das Rezept

Tomate zelfstandig naamwoord
too-MAA-tuh tomaat Tomaten

Zwiebeln und Tomaten

Zutat zelfstandig naamwoord
tsoe-TAAT ingrediënt Zutaten

welche Zutaten haben wir

Zwiebel zelfstandig naamwoord
TSWIE-bul ui Zwiebeln

brauchen wir Zwiebeln

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kunnen we in plaats daarvan bosuitjes gebruiken?

Antwoord tonenKönnen wir stattdessen Frühlingszwiebeln verwenden?

We moeten de rijst nog afmeten.

Antwoord tonenWir müssen den Reis noch abmessen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

ui

Antwoord tonenZwiebeln

beginnen

Antwoord tonenanfangen

nodig hebben

Antwoord tonenbrauchen

voordat

Antwoord tonenBevor