De woning controleren voordat we vertrekken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults check the stove, windows, door, and lights before leaving the apartment..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met De woning controleren voordat we vertrekken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Bevor wir gehen, sollten wir die Wohnung überprüfen.

be-FOOR wier GEE-un, ZOL-ten wier die VOO-noeng uu-ber-PRUU-fun. Voordat we weggaan, moeten we de woning controleren.
B

Ich habe den Herd schon ausgeschaltet.

iech HAA-buh deen HEERT sjoon AUS-ge-sjal-tuh-t. Ik heb het fornuis al uitgezet.
A

Sind alle Fenster geschlossen?

zint AL-luh FEN-stuh guh-SJLOOS-un? Zijn alle ramen dicht?
B

Das Fenster im Schlafzimmer ist noch offen.

das FEN-stuh im SJLAAF-sjtu-muh ist nog OF-un. Het raam in de slaapkamer staat nog open.
A

Ich mache es zu und schließe die Balkontür ab.

iech MA-guh es tsoe oent SJLEE-suh die bal-KOON-tuur ap. Ik doe het dicht en doe de balkondeur op slot.
B

Die Lichter im Flur sind noch an.

die LICHT-uh im floer zint nog an. De lichten in de gang zijn nog aan.
B

Also mache ich sie aus.

AL-zoo MA-guh iech zie AUS. Dus doe ik ze uit.
A

Das sollte alles sein.

das SJOL-tuh AL-luhs zain. Dat zou alles moeten zijn.
B

Gehen wir, bevor es zu spät wird.

GEE-un wier, be-FOOR es tsoe sjpeet virt. Laten we gaan voordat het te laat wordt.

Woord voor woord

Bevor “Bevor” betekent hier “voordat” en leidt de bijzin “Bevor wir gehen” in. Het wordt gebruikt om een handeling in de tijd vóór een andere handeling te plaatsen. Nieuwe voorbeeldzin: “Bevor ich schlafe, lese ich.”
wir “wir” betekent “we” en verwijst hier naar de twee volwassenen die samen vertrekken. Het staat in “Bevor wir gehen” als degene die gaat. Je kunt “wir” gebruiken wanneer jij samen met anderen handelt.
gehen “gehen” betekent in “Bevor wir gehen” “gaan” of “vertrekken”. In “Gehen wir” staat dezelfde vorm in een voorstel om samen te vertrekken. Een bruikbaar patroon is “Bevor wir ... gehen” voor iets dat gebeurt voordat jullie ergens naartoe gaan.
sollten “sollten” drukt in “sollten wir die Wohnung überprüfen” een voorzichtige aanbeveling uit: we zouden de woning moeten controleren. De vorm hoort hier bij “wir”. Je kunt het gebruiken om samen een verstandige actie voor te stellen.
die In “die Wohnung” betekent “die” “de” en hoort het bij “Wohnung”. In “Die Lichter” staat “Die” aan het begin van de zin en verwijst het naar “de lichten”. De exacte vorm hangt dus samen met het zelfstandig naamwoord dat volgt.
Wohnung “Wohnung” betekent hier “woning” of “appartement”, de plaats die gecontroleerd moet worden. In “die Wohnung überprüfen” is het de zaak die je controleert. Een bruikbaar patroon is “eine Wohnung überprüfen” wanneer je een woning nakijkt.
überprüfen “überprüfen” betekent hier “controleren” of “nakijken” en beschrijft het zorgvuldig controleren van de woning. Het staat na “sollten wir” in de infinitief. Je kunt het gebruiken met een object, zoals “die Wohnung überprüfen”.
Ich “Ich” betekent “ik” en maakt in “Ich habe den Herd schon ausgeschaltet” duidelijk dat de spreker zelf de handeling heeft uitgevoerd. Het staat hier aan het begin van de zin als degene die iets heeft gedaan. Je gebruikt “Ich” om je eigen handeling of toestand te beschrijven.
habe “habe” betekent hier “heb” en vormt samen met “ausgeschaltet” de mededeling dat de spreker de handeling al heeft uitgevoerd. Het hoort bij “Ich” in “Ich habe ...”. Een bruikbaar patroon is “Ich habe ... gemacht” om te zeggen dat je iets hebt gedaan.
den “den” staat in “den Herd” voor het zelfstandig naamwoord dat als object van “ausgeschaltet” wordt genoemd. In deze zin betekent de hele woordgroep “het fornuis”. Je kunt “den” hier herkennen als onderdeel van een mannelijke objectgroep.
Herd “Herd” betekent “fornuis” en is in “den Herd ausschalten” het apparaat dat wordt uitgezet. Het verwijst hier naar het fornuis in de woning. Een bruikbaar patroon is “den Herd ausschalten” wanneer je controleert of het fornuis uit is.
schon “schon” betekent hier “al” en geeft aan dat het fornuis vóór dit moment is uitgezet. Het staat in “Ich habe den Herd schon ausgeschaltet”. Je kunt “schon” gebruiken om te benadrukken dat iets inmiddels gedaan is.
ausgeschaltet “ausgeschaltet” betekent hier “uitgezet” en beschrijft de toestand van het fornuis nadat de handeling is uitgevoerd. Samen met “habe” vormt het “habe ... ausgeschaltet”. Een bruikbaar patroon is “etwas ausschalten” voor een apparaat, licht of andere functie.
Sind “Sind” betekent hier “zijn” en opent de vraag “Sind alle Fenster geschlossen?”. Het vraagt of alle ramen zich in een gesloten toestand bevinden. Je kunt “Sind ...?” gebruiken om naar de toestand van meerdere dingen te vragen.
alle “alle” betekent hier “alle” en omvat in “alle Fenster” elk raam waarnaar de spreker vraagt. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “Fenster”. Je kunt “alle” gebruiken wanneer geen enkel onderdeel van een groep wordt uitgesloten.
Fenster “Fenster” betekent “ramen” in “alle Fenster”. De zin gaat na of alle ramen gesloten zijn. Een bruikbaar patroon is “die Fenster schließen” wanneer je de ramen dichtdoet.
geschlossen “geschlossen” betekent hier “gesloten” en beschrijft de gewenste toestand van de ramen in “Sind alle Fenster geschlossen?”. Het staat na “sind” als beschrijving van hun toestand. Je kunt “geschlossen” gebruiken voor bijvoorbeeld een raam, deur of winkel die niet open is.
Das “Das” verwijst in “Das Fenster im Schlafzimmer” naar het raam dat verder wordt gespecificeerd als het raam in de slaapkamer. In deze zin betekent de hele woordgroep “het raam”. Je gebruikt “Das” hier om een enkel onzijdig genoemd ding aan te wijzen.
im “im” betekent hier “in het” en verbindt “Fenster” met de plaats “Schlafzimmer” in “im Schlafzimmer”. Het geeft aan waar het raam zich bevindt. Een bruikbaar patroon is “im [ruimte]”, zoals “im Zimmer”.
Schlafzimmer “Schlafzimmer” betekent “slaapkamer” en benoemt in “im Schlafzimmer” de ruimte waarin het raam zich bevindt. De woordgroep maakt duidelijk welk raam nog open is. Je kunt het gebruiken met “im” om een plaats in een woning aan te geven.
ist “ist” betekent hier “is” en verbindt “Das Fenster” met de toestand “offen”. In “Das Fenster im Schlafzimmer ist noch offen” beschrijft het de huidige toestand van één raam. Je kunt “ist” gebruiken om een enkel ding en zijn toestand met elkaar te verbinden.
noch “noch” betekent hier “nog” en laat zien dat het raam op dit moment steeds open is. Het staat in “ist noch offen”. Je kunt “noch” gebruiken wanneer een toestand of handeling tot nu toe voortduurt.
offen “offen” betekent hier “open” en beschrijft de toestand van het slaapkamerraam. In “Das Fenster im Schlafzimmer ist noch offen” is dat de reden om het raam te sluiten. Je kunt “offen” gebruiken voor iets dat niet dicht is, zoals een raam of deur.
mache “mache” betekent hier “doe” in “Ich mache es zu”: de spreker zal het raam dichtdoen. De betekenis komt uit de combinatie “mache es zu”, waarbij “zu” de richting naar een gesloten toestand aangeeft. Je kunt het patroon “Ich mache etwas zu” gebruiken om te zeggen dat je iets dichtdoet.
es “es” verwijst in “Ich mache es zu” naar het eerder genoemde raam. Het is dus het ding dat wordt dichtgedaan. Je kunt “es” gebruiken om naar een eerder genoemd enkel ding te verwijzen wanneer het in de zin het object van de handeling is.
zu In “Ich mache es zu” draagt “zu” bij aan de betekenis “dichtdoen” en vormt het samen met “mache es” de handeling van het raam sluiten. In “zu spät” betekent “zu” “te” en geeft de combinatie aan dat iets later is dan gewenst. Deze twee vaste combinaties moet je als geheel begrijpen.
und “und” betekent “en” en verbindt in “Ich mache es zu und schließe die Balkontür ab” twee handelingen. De spreker doet het raam dicht en sluit daarna de balkondeur af. Je gebruikt “und” om gelijkwaardige handelingen of informatie te verbinden.
schließe “schließe” betekent hier “sluit” en beschrijft samen met “die Balkontür ... ab” het afsluiten van de balkondeur. De vorm hoort bij “Ich” in de zin. Een bruikbaar patroon is “Ich schließe die Tür ab” wanneer je zegt dat je een deur op slot doet.
Balkontür “Balkontür” betekent “balkondeur” en is in “die Balkontür abschließen” de deur die op slot wordt gedaan. Het woord benoemt een deur die toegang geeft tot het balkon. Je kunt het gebruiken met “die Tür abschließen” in een situatie waarin je vertrekt.
ab “ab” vormt samen met “schließe” de scheidbare combinatie “schließe die Balkontür ab”, met de betekenis “doe de balkondeur op slot”. Het partikel staat aan het einde van deze hoofdzin. Een bruikbaar patroon is “eine Tür abschließen” voor het vergrendelen van een deur.
Lichter “Lichter” betekent hier “lichten” en verwijst naar de verlichting in de gang. In “Die Lichter im Flur sind noch an” wordt gezegd dat deze verlichting nog aan is. Je kunt het gebruiken met “die Lichter ausschalten” wanneer je de lichten uitdoet.
Flur “Flur” betekent “hal” of “gang” en benoemt in “im Flur” de plaats waar de lichten zijn. De volledige woordgroep is “Die Lichter im Flur”. Je kunt “im Flur” gebruiken om een locatie in een woning aan te geven.
an “an” betekent hier “aan” en vormt samen met “sind” de toestand “zijn aan” in “Die Lichter im Flur sind noch an”. Het verwijst hier naar brandende lichten. Je kunt “etwas ist an” gebruiken om te zeggen dat een apparaat of licht ingeschakeld is.
Also “Also” betekent hier “dus” en leidt de gevolgtrekking in “Also mache ich sie aus”. Omdat de lichten nog aan zijn, zegt de spreker dat diegene ze uitdoet. Je kunt “Also” gebruiken om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
sie “sie” verwijst in “mache ich sie aus” naar “Die Lichter im Flur”. Het betekent hier “ze” en is het object van de handeling. Je kunt “sie” gebruiken om naar eerder genoemde meervoudige dingen te verwijzen.
aus “aus” vormt samen met “mache” de combinatie “mache ich sie aus”, met de betekenis “ik doe ze uit”. Het partikel staat hier aan het einde van de hoofdzin. Een bruikbaar patroon is “Ich mache das Licht aus” wanneer je een licht uitdoet.
sollte “sollte” betekent in “Das sollte alles sein” “zou moeten” en drukt een verwachting uit dat dit alles is wat gecontroleerd moest worden. De vorm hoort hier bij “Das”. Je kunt “Das sollte ... sein” gebruiken om voorzichtig te zeggen dat iets waarschijnlijk compleet of voldoende is.
alles “alles” betekent hier “alles” en verwijst naar alle controles en zaken die vóór het vertrek geregeld moesten zijn. In “Das sollte alles sein” maakt het de beoordeling van de situatie volledig. Je kunt “alles” gebruiken om naar een geheel zonder uitzonderingen te verwijzen.
sein “sein” betekent hier “zijn” en staat in “Das sollte alles sein” na “sollte”. Het verbindt “Das” met de beoordeling “alles”. Een bruikbaar patroon is “Das sollte ... sein” om een verwachte toestand te beschrijven.
spät “spät” betekent hier “laat” in de tijd. In “bevor es zu spät wird” gaat het om het moment waarop vertrekken niet langer op tijd zou zijn. Je kunt “zu spät” gebruiken wanneer iets later gebeurt dan wenselijk is.
wird “wird” betekent hier “wordt” en beschrijft in “es zu spät wird” dat het later wordt dan gewenst. Samen met “zu spät” vormt het de tijdsaanduiding “te laat wordt”. Je kunt “es wird ...” gebruiken om een verandering van toestand of tijd te beschrijven.

Grammatica

bevor + werkwoord aan het einde van de bijzin

Bevor sie gehen, schließe ich die Balkontür ab.

be-FOOR zie GEE-un, SJLEE-suh iech die bal-KOON-tuur ap.

Voordat ze gaan, doe ik de balkondeur op slot.

Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord achteraan in de Duitse bijzin.

afscheidbaar werkwoord: schließe ... ab

Ich schließe die Balkontür ab.

iech SJLEE-suh die bal-KOON-tuur ap.

Ik doe de balkondeur op slot.

Bij „abschließen” staat „ab” aan het einde van de hoofdzin; „schließe” staat op de tweede plaats.

Duits woordenschat

alle bepaler
AL-luh alle
ausschalten werkwoord
AUS-sjal-tun uitzetten ausgeschaltet
bevor voegwoord
be-FOOR voordat
Fenster zelfstandig naamwoord
FEN-stuh raam, ramen
gehen werkwoord
GEE-un gaan
geschlossen bijvoeglijk naamwoord
guh-SJLOOS-un gesloten
Herd zelfstandig naamwoord
HEERT fornuis
noch bijwoord
nog nog
Schlafzimmer zelfstandig naamwoord
SJLAAF-sjtu-muh slaapkamer
schon bijwoord
sjoon al
überprüfen werkwoord
UU-ber-PRUU-fun controleren
Wohnung zelfstandig naamwoord
VOO-noeng woning, appartement

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb het fornuis al uitgezet.

Antwoord tonenIch habe den Herd schon ausgeschaltet.

Zijn alle ramen dicht?

Antwoord tonenSind alle Fenster geschlossen?

Dus doe ik ze uit.

Antwoord tonenAlso mache ich sie aus.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voordat

Antwoord tonenbevor

gaan

Antwoord tonengehen

controleren

Antwoord tonenüberprüfen

fornuis

Antwoord tonenHerd