Een activiteit kiezen op basis van het weer | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During daily planning, two adults check the forecast and choose a morning walk with an indoor backup..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een activiteit kiezen op basis van het weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Sollen wir morgen etwas drinnen oder draußen machen?

Zol-len wier mor-ghen et-vas drin-nen oo-der drouw-sen mach-en? Zullen we morgen iets binnen of buiten doen?
B

Schau die Wettervorhersage an, bevor wir uns entscheiden.

Sjau die vet-ter-foor-heer-zaa-gə an, bə-foor wier oens ontsjaj-den. Bekijk de weersverwachting voordat we beslissen.
A

Da steht, dass es morgen früh sonnig wird.

Daa sjteet, das es mor-ghen froe zon-nich virt. Er staat dat het morgenochtend zonnig wordt.
B

Dann könnten wir vor dem Mittagessen spazieren gehen.

Dan keun-ten wier foor deem mit-taak-es-sen sjpa-tsie-ren gee-en. Dan zouden we voor de lunch kunnen gaan wandelen.
A

Wenn es später regnet, können wir ein Café besuchen.

Ven es sjpee-ter ree-gnet, keun-nen wier ajn ka-fee bə-zoo-chen. Als het later regent, kunnen we een café bezoeken.
B

So bleibt der Plan flexibel.

Zoo blajpt deer Plaan flek-see-bel. Zo blijft het plan flexibel.
A

Lass uns einen Spaziergang am Morgen planen.

Las oens aj-nen sjpa-tsieer-gang am mor-ghen plaa-nen. Laten we een ochtendwandeling plannen.
B

Wir können nach drinnen gehen, wenn sich das Wetter ändert.

Wier keun-nen naach drin-nen gee-en, ven zich das vet-ter en-dert. We kunnen naar binnen gaan als het weer verandert.

Uitleg van de zinnen

  1. Sollen wir morgen etwas drinnen oder draußen machen?

    Zullen we morgen iets binnen of buiten doen?

    Sollen wir
    Zullen we …?
    morgen
    morgen
    etwas
    iets
    drinnen
    binnen
    oder
    of
    draußen
    buiten
    machen
    doen
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir vormt hier een voorstel als vraag: “Zullen we …?” sollen is de infinitief; de vorm in de zin is ook sollen, omdat het onderwerp wir is. In een vraag staat deze vervoegde vorm vooraan en volgt het onderwerp: Sollen wir ...? Dit is iets anders dan een mededeling zoals Wir sollen ... (“Wij horen ...” of “Wij moeten ...”), waarvan de precieze betekenis door de context wordt bepaald. morgen is een tijdsbepaling: “morgen”. Het verandert niet naar gelang van de persoon of het aantal. Voorbeeld: Wir arbeiten morgen. — “Wij werken morgen.” etwas betekent hier “iets”: een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader bepaalde zaak of activiteit. Het is niet hetzelfde als alles (“alles”) of nichts (“niets”). Voorbeeld: Möchtest du etwas trinken? — “Wil je iets drinken?” drinnen betekent “binnen”, dus op een plaats binnen een gebouw of ruimte. Het is een bijwoord en verwijst hier naar de plaats waar de activiteit plaatsvindt; het betekent niet “naar binnen gaan”. Voor beweging naar binnen gebruikt het Duits bijvoorbeeld hinein of rein, afhankelijk van stijl en context. oder verbindt alternatieven en betekent “of”. Het staat hier tussen twee mogelijke plaatsomstandigheden: drinnen oder draußen — “binnen of buiten”. draußen betekent “buiten”, als plaatsbijwoord. Samen met drinnen vormt het een nuttig contrast: drinnen = binnen, draußen = buiten. Voorbeeld: Die Kinder spielen draußen. — “De kinderen spelen buiten.” machen betekent hier “doen” of, natuurlijker afhankelijk van wat men kiest, “ondernemen”. Het is de infinitief die bij sollen hoort. Bij een modaal werkwoord staat de andere werkwoordsvorm in een hoofdzin doorgaans aan het einde: Wir sollen warten. — “Wij moeten wachten.” De structuur is dus Sollen wir + tijdsbepaling + onbepaald voornaamwoord + alternatief voor de plaats + machen: “Zullen we morgen iets binnen of buiten doen?” De vraag stelt twee mogelijkheden voor de plaats van een nog niet nader bepaalde activiteit tegenover elkaar. machen blijft aan het einde, omdat het door sollen wordt aangevuld.

  2. Schau die Wettervorhersage an, bevor wir uns entscheiden.

    Bekijk de weersverwachting voordat we beslissen.

    Schau … an
    bekijk
    die Wettervorhersage
    de weersverwachting
    bevor
    voordat
    uns entscheiden
    beslissen
    Uitgebreide uitleg

    Schau … an is hier een informele gebiedende wijs voor één aangesproken persoon (du) van anschauen, “bekijken”. Dit werkwoord is scheidbaar: in de gebiedende wijs staat Schau vooraan en komt het partikel an aan het einde. In een gewone hoofdzin staat het partikel eveneens achteraan: Ich schaue den Film an. — “Ik bekijk de film.” die Wettervorhersage betekent hier “de weersverwachting”. Wettervorhersage is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het is gevormd uit Wetter (“weer”) en Vorhersage (“voorspelling”). Het lidwoord die markeert hier de vierde naamval na het werkwoord; bij een vrouwelijk woord ziet die vorm er hetzelfde uit als de eerste naamval. Het lidwoord drukt op zichzelf geen aantal uit. Voorbeeld: Die Wettervorhersage ist genau. — “De weersverwachting is nauwkeurig.” bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. Voorbeeld: Wir gehen los, bevor es dunkel wird. — “We vertrekken voordat het donker wordt.” uns entscheiden betekent hier “beslissen”. entscheiden is de basisvorm; sich entscheiden is het wederkerende gebruik. Bij wir hoort de wederkerende vorm uns: wir entscheiden uns. In deze zin staat uns samen met wir in de bijzin wir uns entscheiden; het verwijst dus naar dezelfde groep als wir. Voorbeeld: Wir entscheiden uns morgen. — “We beslissen morgen.” Samen vormt de zin een verzoek of opdracht aan één persoon: die persoon moet de weersverwachting bekijken voordat de groep waartoe de spreker behoort een beslissing neemt. De volgorde is: gebiedende wijs, lijdend voorwerp, daarna de bijzin met bevor en de groep die beslist. In natuurlijk Nederlands: “Bekijk de weersverwachting voordat we beslissen.”

  3. Da steht, dass es morgen früh sonnig wird.

    Er staat dat het morgenochtend zonnig wordt.

    Da steht
    er staat
    dass
    dat
    es
    het
    morgen früh
    morgenochtend
    sonnig
    zonnig
    wird
    wordt
    Uitgebreide uitleg

    Da steht betekent hier dat er ergens geschreven of vermeld staat wat volgt. Da verwijst in deze context naar de geraadpleegde weersverwachting, terwijl steht de vorm is van stehen (‘staan’); bij tekst kan stehen dus ook ‘geschreven staan’ betekenen. Voor hergebruik: Da steht, dass ... = ‘Daar staat dat ...’. dass leidt een bijzin met de inhoud van die mededeling in. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: dass es morgen früh sonnig wird. Dit is een ander gebruik dan das zonder dubbele s, dat bijvoorbeeld een aanwijzend woord of lidwoord kan zijn. es is hier een onpersoonlijk onderwerp bij een weersituatie. Het verwijst niet naar een met name genoemde zaak of persoon; Duits gebruikt het als grammaticaal onderwerp in zinnen zoals Es regnet (‘Het regent’) en Es wird kalt (‘Het wordt koud’). morgen früh is een tijdsbepaling: ‘morgenochtend’. Morgen betekent ‘morgen’ en früh specificeert dat het om de vroege ochtend gaat. Het tijdstip staat vóór de beschrijving van het weer en helpt hier de toekomstige tijdsbetrekking bepalen. sonnig is een bijvoeglijk naamwoord: ‘zonnig’. In sonnig wird beschrijft het hoe het weer wordt. Het kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld ein sonniger Tag (‘een zonnige dag’); daar krijgt het de passende uitgang. wird is hier de derde persoon enkelvoud van werden, waarvan de basisvorm ‘worden’ is. Omdat er geen infinitief na wird staat, is dit niet de Duitse toekomende constructie wird ... gehen (‘zal ... gaan’), maar werden in de betekenis ‘worden’: sonnig wird = ‘zonnig wordt’. De vorm wird combineert met het onpersoonlijke es; in een voorbeeld als Das Wetter wird sonnig is das Wetter het onderwerp. Samen vormt Da steht, dass es morgen früh sonnig wird de structuur ‘Daar staat dat het morgenochtend zonnig wordt’. De hoofdzin meldt dat die informatie ergens staat; de dass-bijzin geeft de inhoud ervan, met het werkwoord wird achteraan. In de gegeven context gaat het om de weersverwachting en om een mogelijke activiteit vóór de lunch.

  4. Dann könnten wir vor dem Mittagessen spazieren gehen.

    Dan zouden we voor de lunch kunnen gaan wandelen.

    Dann
    dan
    könnten wir
    zouden we kunnen
    vor dem Mittagessen
    voor de lunch
    Mittagessen
    lunch
    spazieren gehen
    gaan wandelen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan”. Het verbindt dit voorstel met een eerder genoemde of begrepen tijd of situatie, maar de precieze verwijzing wordt in deze zin niet benoemd. Het kan vooraan staan; daardoor volgt in het Duits de persoonsvorm vóór het onderwerp: Dann könnten wir .... könnten wir bestaat uit könnten, de eerste-persoons meervoudsvorm van können in de Konjunktiv II, en het onderwerp wir. können betekent “kunnen”; könnten drukt hier een mogelijke of voorzichtige optie uit: “zouden kunnen”. Vergelijk: Wir können gehen = “We kunnen gaan” en Wir könnten gehen = “We zouden kunnen gaan”. vor dem Mittagessen geeft aan wanneer de activiteit plaatsvindt: vóór de lunch. Bij de tijdsbetekenis “vóór” neemt vor hier de datief; das Mittagessen wordt daarom dem Mittagessen. Mittagessen is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. spazieren gehen betekent “gaan wandelen”. gehen staat hier in de infinitief, omdat het samen met de vervoegde vorm könnten de werkwoordelijke groep vormt. Voorbeeld: Wir gehen am Abend spazieren. — “We gaan ’s avonds wandelen.” Samen betekent Dann könnten wir vor dem Mittagessen spazieren gehen.: “Dan zouden we voor de lunch kunnen gaan wandelen.” De opbouw is: Dann + könnten wir + de tijdsaanduiding vor dem Mittagessen + de activiteit spazieren gehen.

  5. Wenn es später regnet, können wir ein Café besuchen.

    Als het later regent, kunnen we een café bezoeken.

    Wenn
    als
    es
    het
    später
    later
    regnet
    regent
    können wir
    kunnen we
    Café
    café
    besuchen
    bezoeken
    Uitgebreide uitleg

    Wenn introduceert hier een voorwaarde: “als”. Het staat aan het begin van de bijzin. In een patroon als Wenn ..., ... komt de voorwaarde eerst en volgt daarna het gevolg. Voorbeeld: Wenn ich Zeit habe, lese ich. — “Als ik tijd heb, lees ik.” es is hier het grammaticale onderwerp bij het weerwerkwoord regnet; in het Nederlands vertalen we dat met “het”. Het verwijst hier niet naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Duits gebruikt in zulke weeruitdrukkingen vaak es, zoals in Es schneit. — “Het sneeuwt.” später betekent “later” en geeft aan dat het regenen op een later moment plaatsvindt. Het is een bijwoord en verandert hier niet van vorm. Een vergelijkbaar tijdsbijwoord is früher — “vroeger/eerder”. regnet is de vorm van regnen — “regenen”. De uitgang -t hoort hier bij de derde persoon enkelvoud; het onderwerp is het onpersoonlijke es: es regnet. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan, vóór de komma: Wenn es später regnet. können wir bestaat uit het modale werkwoord können en het onderwerp wir — “wij”. Hier betekent het geheel “kunnen we” en drukt het de mogelijkheid uit om iets te doen. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats, terwijl het andere werkwoord als infinitief aan het einde komt: Wir können heute bleiben. — “We kunnen vandaag blijven.” können heeft als basisvorm dezelfde vorm als de infinitief; de vorm wir können hoort bij de eerste persoon meervoud. Café is een zelfstandig naamwoord voor “café”. Het Duitse woord is onzijdig: das Café. Na ein blijft de vorm van dit onzijdige zelfstandig naamwoord hier Café: ein Café. Het hoofdlettergebruik laat zien dat het een zelfstandig naamwoord is. besuchen betekent “bezoeken”. Dit is de infinitief die na können staat. Modale werkwoorden zoals können combineren in deze constructie met een infinitief zonder zu: Wir können ein Café besuchen. — “We kunnen een café bezoeken.” Samen betekent Wenn es später regnet “Als het later regent”. Dat is de voorwaardelijke bijzin. In können wir ein Café besuchen staat het mogelijke gevolg: “kunnen we een café bezoeken”. De volledige zin betekent dus: “Als het later regent, kunnen we een café bezoeken.”

  6. So bleibt der Plan flexibel.

    Zo blijft het plan flexibel.

    So
    zo; op die manier
    bleibt
    blijft
    Plan
    plan
    flexibel
    flexibel
    Uitgebreide uitleg

    So betekent hier “zo” of “op die manier”. Het verwijst naar de manier waarop het plan wordt uitgevoerd of ingericht; samen met de rest betekent het niet simpelweg “daarom”. Een bruikbaar patroon is So + werkwoord + onderwerp: So funktioniert es. — “Zo werkt het.” bleibt komt van bleiben, “blijven”. Het is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: ich bleibe, du bleibst, er/sie/es bleibt. In deze zin geeft bleibt aan dat het plan flexibel blijft, dus dat het die eigenschap behoudt. Voor een meervoudig onderwerp is de vorm bleiben: Die Pläne bleiben flexibel. — “De plannen blijven flexibel.” der Plan betekent “het plan”. Plan is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het lidwoord der bij het enkelvoudige onderwerp. De meervoudsvorm is die Pläne. Het lidwoord en de vorm van het zelfstandig naamwoord moet je apart leren: de uitgang van bleibt wordt niet door Plan gedragen. flexibel betekent “flexibel” of “aanpasbaar”. Hier staat het als naamwoordelijk deel na bleiben; daarom krijgt het geen uitgang: Der Plan bleibt flexibel. Bij een verbogen bijvoeglijk naamwoord kan de vorm wel veranderen, bijvoorbeeld ein flexibler Plan — “een flexibel plan”. Voor vergelijking zijn flexibel – flexibler – am flexibelsten bruikbare vormen: “flexibel – flexibeler – het meest flexibel”. Samen vormt So bleibt der Plan flexibel de betekenis “Zo blijft het plan flexibel.” So geeft de manier aan, bleibt zegt dat de toestand voortduurt, en der Plan is het onderwerp met flexibel als eigenschap. De Duitse hoofdzin heeft hier de volgorde So bleibt der Plan flexibel: het werkwoord staat op de tweede zinsplaats, ook wanneer een bijwoord zoals So vooraan staat.

  7. Lass uns einen Spaziergang am Morgen planen.

    Laten we een ochtendwandeling plannen.

    Lass uns
    laten we
    Spaziergang
    wandeling
    Morgen
    ochtend
    planen
    plannen
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns is hier de vaste aansporingsconstructie voor “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du; uns is het voornaamwoord “ons” in de accusatief. Samen maakt de constructie een voorstel aan de aangesprokene, zonder zelf de voorgestelde handeling te noemen. Voorbeeld: Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” Spaziergang betekent hier “wandeling”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Spaziergang. Na einen staat het in de accusatief: einen Spaziergang. Het meervoud is Spaziergänge. Voorbeeld: Wir machen einen Spaziergang. — “We maken een wandeling.” Morgen betekent hier “ochtend”. In am Morgen vormt het een tijdsbepaling: “in de ochtend” of natuurlijker “’s ochtends”. Als zelfstandig naamwoord krijgt het een hoofdletter; morgen met kleine letter betekent in het Duits “morgen” als de volgende dag. Voorbeeld: Am Morgen lese ich. — “’s Ochtends lees ik.” planen betekent “plannen”. Dit is de infinitief; na de aansporingsconstructie Lass uns blijft het werkwoord in de infinitief staan. planen is hier geen scheidbaar werkwoord, dus de vorm blijft bij elkaar. Voorbeeld: Wir planen eine Reise. — “We plannen een reis.” De volledige opbouw is Lass uns + einen Spaziergang + am Morgen + planen. Samen betekent de zin: “Laten we een wandeling in de ochtend plannen”, natuurlijk weergegeven als “Laten we een ochtendwandeling plannen.”

  8. Wir können nach drinnen gehen, wenn sich das Wetter ändert.

    We kunnen naar binnen gaan als het weer verandert.

    Wir können
    wij kunnen
    nach drinnen
    naar binnen
    gehen
    gaan
    wenn
    als
    Wetter
    weer
    sich … ändert
    verandert
    Uitgebreide uitleg

    Wir können betekent hier dat de spreker samen met anderen de mogelijkheid heeft om iets te doen. können is de vervoegde vorm bij wir; het bijbehorende zelfstandige werkwoord blijft in de infinitief: Wir können gehen = “Wij kunnen gaan”. Vergelijk: Wir können warten = “Wij kunnen wachten”. nach drinnen geeft de richting naar een binnenruimte aan. drinnen betekent “binnen”; met nach wordt de beweging naar binnen uitgedrukt. Het is een bruikbaar patroon voor een bestemming: nach draußen gehen = “naar buiten gaan”. gehen betekent “gaan”. Hier staat het als infinitief na het modale werkwoord können. In een hoofdzin met dit patroon staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats en staat gehen aan het einde: Wir können nach drinnen gehen = “Wij kunnen naar binnen gaan”. wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in en betekent “als”. In een Duitse wenn-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Wir gehen hinein, wenn es regnet. = “Wij gaan naar binnen als het regent.” Wetter betekent “weer” in de betekenis van de weersomstandigheden. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het lidwoord daarbij is das: das Wetter. Voorbeeld: Das Wetter ist gut. = “Het weer is goed.” ändert in sich ändert betekent hier “verandert”. De basisvorm is sich ändern; ändert is de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Het wederkerende voornaamwoord sich hoort hier bij het werkwoord. Dat voornaamwoord verandert bij andere personen wel van vorm: Ich ändere mich = “Ik verander”, terwijl Das Wetter ändert sich = “Het weer verandert”. De vorm ändert draagt de persoons- en getalsuitgang. Samen betekent Wir können nach drinnen gehen “Wij kunnen naar binnen gaan”. De bijzin wenn sich das Wetter ändert voegt de voorwaarde toe: “als het weer verandert”. De hoofdzin komt eerst; in de wenn-bijzin staat ändert achteraan. De volledige zin betekent dus: “Wij kunnen naar binnen gaan als het weer verandert.”

Grammatica

wenn/bevor + Nebensatz: konjugiertes Verb am Ende

Wenn es später regnet, bleiben wir drinnen.

Ven es sjpee-ter ree-gnet, blaj-ben wier drin-nen.

Als het later regent, blijven we binnen.

Na „wenn“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

Trennbares Verb: anschauen → schau ... an

Schau die Wettervorhersage an.

Sjau die vet-ter-foor-heer-zaa-gə an.

Bekijk de weersverwachting.

Bij een scheidbaar werkwoord staat „an“ aan het einde van de zin.

Duits woordenschat

anschauen werkwoord
an-sjau-en bekijken Schau ... an

Schau die Wettervorhersage an, bevor wir uns entscheiden.

bevor voegwoord
bə-foor voordat

Schau die Wettervorhersage an, bevor wir uns entscheiden.

dass voegwoord
das dat

Da steht, dass es morgen früh sonnig wird.

draußen bijwoord
drouw-sen buiten

Sollen wir morgen etwas drinnen oder draußen machen?

drinnen bijwoord
drin-nen binnen

Sollen wir morgen etwas drinnen oder draußen machen?

etwas voornaamwoord
et-vas iets

Sollen wir morgen etwas drinnen oder draußen machen?

früh bijwoord
froe vroeg

Da steht, dass es morgen früh sonnig wird.

machen werkwoord
mach-en doen

Sollen wir morgen etwas drinnen oder draußen machen?

morgen bijwoord
mor-ghen morgen

Sollen wir morgen etwas drinnen oder draußen machen?

sich entscheiden werkwoord
zich ontsjaj-den beslissen uns entscheiden

Schau die Wettervorhersage an, bevor wir uns entscheiden.

stehen werkwoord
sjtee-en staan steht

Da steht, dass es morgen früh sonnig wird.

Wettervorhersage zelfstandig naamwoord
vet-ter-foor-heer-zaa-gə weersverwachting

Schau die Wettervorhersage an, bevor wir uns entscheiden.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zo blijft het plan flexibel.

Antwoord tonenSo bleibt der Plan flexibel.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voordat

Antwoord tonenbevor

iets

Antwoord tonenetwas

binnen

Antwoord tonendrinnen

morgen

Antwoord tonenmorgen