Een online taalcursus kiezen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a study planning conversation, two adults compare online language courses by schedule, reviews, and teaching style..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een online taalcursus kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte einen Online-Sprachkurs auswählen.

Ich meugte ainen on-lajn-sjpraakkoers ausveelen. Ik wil een online taalcursus kiezen.
B

Vergleiche den Zeitplan, die Bewertungen und den Unterrichtsstil.

Ferglaiche deen tsaitplaan, die beveertungen oent deen oenter-richtsjtiel. Vergelijk het rooster, de beoordelingen en de manier van lesgeven.
A

Dieser Kurs ist kürzer, aber er hat weniger Lektionen.

Diezer koers ist kurtser, aaber er hat veeniger lektsieoonen. Deze cursus is korter, maar heeft minder lessen.
B

Der andere scheint besser für Anfänger zu sein.

Deer andere sjaint besser vuur anfenger tsoe zain. De andere lijkt geschikter voor beginners.
A

Ich kann nur am Wochenende lernen.

Ich kan noer am vochən-ende leren. Ik kan alleen in het weekend studeren.
B

Dann wähle den Kurs mit Unterricht am Wochenende.

Dan veele deen koers mit oenter-richt am vochən-ende. Kies dan de cursus met lessen in het weekend.
A

In den Bewertungen steht, dass der Lehrer klar erklärt.

In deen beveertungen sjteet, das deer leerer klaar erkleert. Uit de beoordelingen blijkt dat de docent duidelijk uitlegt.
B

Das ist wichtiger als ein kürzerer Kurs.

Das ist vichtiger als ain kurtserer koers. Dat is belangrijker dan een kortere cursus.

Woord voor woord

Ich "Ich" betekent hier "ik" en verwijst naar de spreker die een cursus wil kiezen. Het staat als onderwerp vooraan in "Ich möchte einen Online-Sprachkurs auswählen".
möchte "möchte" drukt hier een beleefde wens uit: de spreker wil een online taalcursus kiezen. Na "möchte" staat de infinitief "auswählen" aan het einde van de zin.
einen "einen" betekent hier "een" en hoort bij het mannelijke woord "Online-Sprachkurs" als object van de keuze. Deze vorm staat vóór een mannelijk object in deze constructie.
Online-Sprachkurs "Online-Sprachkurs" betekent "online taalcursus". Het is het concrete aanbod dat de spreker wil kiezen; het woord kan samen met "wählen" of "auswählen" als keuzeobject worden gebruikt.
auswählen "auswählen" betekent hier "kiezen" of "selecteren" uit verschillende mogelijkheden. Het staat als infinitief na "möchte", bijvoorbeeld in de structuur "Ich möchte ... auswählen".
Vergleiche "Vergleiche" is hier een directe opdracht om zaken naast elkaar te leggen. Het staat aan het begin van de opdracht vóór de opgesomde onderwerpen, zoals in "Vergleiche den Zeitplan".
den "den" betekent hier "de" en hoort bij "Zeitplan", het eerste object van de opdracht. In "Vergleiche den Zeitplan" staat deze vorm vóór het mannelijke object.
Zeitplan "Zeitplan" betekent hier "tijdschema" of "rooster" van een cursus. Je gebruikt het in deze context als iets dat je met andere cursuskenmerken vergelijkt.
die "die" betekent hier "de" en leidt de meervoudige reeks "die Bewertungen" in. Het staat vóór het meervoudige woord dat als een van de vergelijkingspunten wordt genoemd.
Bewertungen "Bewertungen" betekent hier "beoordelingen" of "reviews" van de cursus. In de dialoog geven deze beoordelingen later informatie over de uitleg van de docent.
und "und" verbindt hier de onderdelen van één opsomming: tijdschema, beoordelingen en lesstijl. Het kan in vergelijkbare opsommingen vóór het laatste onderdeel staan.
Unterrichtsstil "Unterrichtsstil" betekent hier "lesstijl" of de manier waarop les wordt gegeven. Het is samen met "Zeitplan" en "Bewertungen" een criterium om cursussen te vergelijken.
Dieser "Dieser" betekent hier "deze" en wijst naar de cursus die op dat moment wordt besproken. Het staat vóór "Kurs" als onderwerp van de zin.
Kurs "Kurs" betekent hier "cursus". In "Dieser Kurs ist kürzer" is het de cursus die wordt beoordeeld op lengte en aantal lessen.
ist "ist" betekent hier "is" en beschrijft een eigenschap van de cursus. Het verbindt "Dieser Kurs" met de beschrijving "kürzer".
kürzer "kürzer" betekent hier "korter" in vergelijking met een andere cursus. Het beschrijft de duur van "Dieser Kurs" en staat na "ist".
aber "aber" betekent hier "maar" en introduceert een tegenstelling: de cursus is korter, maar heeft minder lessen. Het verbindt de twee eigenschappen van dezelfde cursus.
er "er" verwijst hier naar de mannelijke vorm "Kurs", dus naar de cursus en niet naar een persoon. Het is het onderwerp van het tweede deel: "er hat weniger Lektionen".
hat "hat" betekent hier "heeft" en geeft aan hoeveel lessen de cursus bevat. Het staat vóór het object "weniger Lektionen".
weniger "weniger" betekent hier "minder" en geeft aan dat er een kleiner aantal lessen is. Het staat vóór het meervoudige woord "Lektionen" om dat aantal te beperken.
Lektionen "Lektionen" betekent hier "lessen". Het woord wordt gebruikt als datgene wat de cursus heeft: "hat weniger Lektionen".
Der "Der" betekent hier "de" en verwijst naar de andere cursus die wordt besproken. Het staat aan het begin van de zin als onderwerp vóór "andere".
andere "andere" betekent hier "de andere" en verwijst zelfstandig naar de andere cursus. Samen met "Der" vormt het de aanduiding van een alternatief voor de eerder genoemde cursus.
scheint "scheint" betekent hier "lijkt" of "schijnt" en drukt een indruk uit, geen zekere vaststelling. In de constructie "scheint ... zu sein" volgt de beoordeling van de cursus.
besser "besser" betekent hier "beter geschikt" voor beginners. Het maakt deel uit van de beoordeling "scheint besser für Anfänger zu sein".
für "für" betekent hier "voor" en geeft aan voor welke groep de cursus geschikt lijkt. Het staat vóór de doelgroep "Anfänger".
Anfänger "Anfänger" betekent hier "beginners", de mensen voor wie de cursus geschikt lijkt. Na "für" noemt het woord de doelgroep van de cursus.
zu "zu" hoort hier bij de infinitiefconstructie "zu sein" na "scheint". Samen met "sein" helpt het een indruk of beoordeling uit te drukken: iets lijkt een bepaalde eigenschap te hebben.
sein "sein" betekent hier "zijn" en vormt samen met "zu" het einde van "scheint besser für Anfänger zu sein". Na "scheint" staat deze infinitief aan het einde van de constructie.
kann "kann" betekent hier "kan" en drukt de mogelijkheid of beschikbare tijd van de spreker uit. Het staat vóór de infinitief "lernen", die aan het einde van de zin komt.
nur "nur" betekent hier "alleen" en beperkt de beschikbare studietijd tot het weekend. Het staat vóór de tijdsbepaling "am Wochenende".
am "am" betekent hier "op het" in de tijdsaanduiding "am Wochenende". Het is de vaste vorm die in deze uitdrukking vóór "Wochenende" staat.
Wochenende "Wochenende" betekent hier "weekend" en geeft aan wanneer de spreker kan leren. De uitdrukking "am Wochenende" wordt gebruikt om die tijd aan te duiden.
lernen "lernen" betekent hier "leren" of "studeren". Het staat als infinitief na "kann" in de structuur "Ich kann ... lernen".
Dann "Dann" betekent hier "dan" en verwijst naar de conclusie op basis van de genoemde beschikbaarheid. Het staat vooraan in de aanbeveling "Dann wähle den Kurs ...".
wähle "wähle" is hier een directe opdracht om een cursus te kiezen. Het staat vóór het object "den Kurs" en wordt gebruikt wanneer je iemand een keuze voorstelt of opdraagt.
mit "mit" betekent hier "met" en koppelt de gekozen cursus aan het kenmerk dat deze cursus lessen heeft. Het staat vóór "Unterricht" in "den Kurs mit Unterricht".
Unterricht "Unterricht" betekent hier "lessen" of "onderwijs". In "mit Unterricht am Wochenende" beschrijft het welk aanbod de cursus heeft.
In "In" betekent hier "in" en introduceert de bron waarin de informatie staat. In "In den Bewertungen steht" verwijst het naar de geschreven beoordelingen.
steht "steht" betekent hier dat iets schriftelijk vermeld staat of wordt aangegeven. Het staat in de vaste bronconstructie "In den Bewertungen steht, dass ...".
dass "dass" betekent hier "dat" en leidt de inhoud in van wat er in de beoordelingen staat. In de bijzin die erop volgt staat het werkwoord "erklärt" aan het einde.
Lehrer "Lehrer" betekent hier "leraar" of "docent". In de bijzin is hij degene die de lesstof duidelijk uitlegt.
klar "klar" betekent hier "duidelijk" en beschrijft hoe de docent uitlegt. Het staat vóór "erklärt" in de combinatie "klar erklärt".
erklärt "erklärt" betekent hier "legt uit" en beschrijft wat de docent volgens de beoordelingen doet. Het staat aan het einde van de bijzin na "dass".
Das "Das" betekent hier "dat" en verwijst naar de vooraf genoemde duidelijke uitleg van de docent. Het vormt het onderwerp van de beoordeling "Das ist wichtiger ...".
wichtiger "wichtiger" betekent hier "belangrijker" en vergelijkt de duidelijke uitleg met een kortere cursus. Het staat vóór "als" om de twee zaken met elkaar te vergelijken.
als "als" betekent hier "dan" en leidt het tweede deel van een vergelijking in. De structuur is hier "wichtiger als ein kürzerer Kurs".
ein "ein" betekent hier "een" en introduceert "kürzerer Kurs", het tweede element van de vergelijking. Het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord "Kurs".
kürzerer "kürzerer" betekent hier "kortere" en beschrijft de cursus waarmee de duidelijke uitleg wordt vergeleken. De vorm staat vóór "Kurs" in de woordgroep "ein kürzerer Kurs".

Grammatica

Komparativ + als

Der Kurs ist kürzer als die andere Lektion.

Deer koers ist kurtser als die andere lektsieoon.

De cursus is korter dan de andere les.

Na een vergrotende trap gebruik je als om twee dingen te vergelijken: kürzer als, wichtiger als.

mit + Dativ

mit dem Lehrer lernen

Mit deem leerer leren

met de leraar leren

Na mit staat de datief: der Lehrer wordt dem Lehrer.

Duits woordenschat

andere voornaamwoord
andere de andere
auswählen werkwoord
ausveelen kiezen
Bewertung zelfstandig naamwoord
beveertung beoordeling Bewertungen
Kurs zelfstandig naamwoord
koers cursus
kürzer bijvoeglijk naamwoord
kurtser korter
Lektion zelfstandig naamwoord
lektsieoon les Lektionen
Online-Sprachkurs zelfstandig naamwoord
on-lajn-sjpraakkoers online taalcursus
scheinen werkwoord
sjainen lijken scheint
Unterrichtsstil zelfstandig naamwoord
oenter-richtsjtiel manier van lesgeven
vergleichen werkwoord
ferglaichen vergelijken Vergleiche
weniger bepaler
veeniger minder
Zeitplan zelfstandig naamwoord
tsaitplaan rooster

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil een online taalcursus kiezen.

Antwoord tonenIch möchte einen Online-Sprachkurs auswählen.

Ik kan alleen in het weekend studeren.

Antwoord tonenIch kann nur am Wochenende lernen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

minder

Antwoord tonenweniger

beoordeling

Antwoord tonenBewertungen

rooster

Antwoord tonenZeitplan

kiezen

Antwoord tonenauswählen