Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een online taalcursus kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich möchte einen Online-Sprachkurs auswählen.
Ich meugte ainen on-lajn-sjpraakkoers ausveelen. Ik wil een online taalcursus kiezen.Vergleiche den Zeitplan, die Bewertungen und den Unterrichtsstil.
Ferglaiche deen tsaitplaan, die beveertungen oent deen oenter-richtsjtiel. Vergelijk het rooster, de beoordelingen en de manier van lesgeven.Dieser Kurs ist kürzer, aber er hat weniger Lektionen.
Diezer koers ist kurtser, aaber er hat veeniger lektsieoonen. Deze cursus is korter, maar heeft minder lessen.Der andere scheint besser für Anfänger zu sein.
Deer andere sjaint besser vuur anfenger tsoe zain. De andere lijkt geschikter voor beginners.Ich kann nur am Wochenende lernen.
Ich kan noer am vochən-ende leren. Ik kan alleen in het weekend studeren.Dann wähle den Kurs mit Unterricht am Wochenende.
Dan veele deen koers mit oenter-richt am vochən-ende. Kies dan de cursus met lessen in het weekend.In den Bewertungen steht, dass der Lehrer klar erklärt.
In deen beveertungen sjteet, das deer leerer klaar erkleert. Uit de beoordelingen blijkt dat de docent duidelijk uitlegt.Das ist wichtiger als ein kürzerer Kurs.
Das ist vichtiger als ain kurtserer koers. Dat is belangrijker dan een kortere cursus.Uitleg van de zinnen
Ich möchte einen Online-Sprachkurs auswählen.
Ik wil een online taalcursus kiezen.
- Ich möchte
- ik wil graag
- Online-Sprachkurs
- online taalcursus
- auswählen
- kiezen
Uitgebreide uitleg
Ich möchte: Dit betekent hier dat de spreker iets wil doen. möchte is de wensvorm van mögen en drukt vaak een beleefde of minder directe wens uit. ich mag betekent meestal “ik vind ... leuk”, terwijl ich möchte hier “ik wil graag” betekent. Met een ander werkwoord staat dat werkwoord als infinitief aan het einde: Ich möchte lernen. — “Ik wil graag leren.” Online-Sprachkurs: Dit samengestelde zelfstandig naamwoord betekent “online taalcursus”. Sprachkurs is het hoofddeel en is mannelijk: der Sprachkurs. Daarom krijgt het onbepaalde lidwoord in de accusatief de vorm einen: einen Online-Sprachkurs. Het lijdend voorwerp van auswählen staat hier namelijk in de accusatief. Duitse samenstellingen worden doorgaans aaneengeschreven; een koppelteken, zoals in Online-Sprachkurs, kan bij zulke combinaties worden gebruikt. auswählen: Dit werkwoord betekent “kiezen” of “selecteren”. Het is scheidbaar: in een gewone hoofdzin staat het vervoegde werkwoordgedeelte vooraan en komt aus aan het einde: Ich wähle einen Kurs aus. — “Ik kies een cursus.” Na möchte blijft de volledige infinitief auswählen bij elkaar: Ich möchte einen Kurs auswählen. — “Ik wil graag een cursus kiezen.” De delen vormen samen Ich möchte + het lijdend voorwerp einen Online-Sprachkurs + de infinitief auswählen. De volledige betekenis is: “Ik wil een online taalcursus kiezen.”
Vergleiche den Zeitplan, die Bewertungen und den Unterrichtsstil.
Vergelijk het rooster, de beoordelingen en de manier van lesgeven.
- Vergleiche
- vergelijk
- Zeitplan
- rooster
- Bewertungen
- beoordelingen
- Unterrichtsstil
- manier van lesgeven
Uitgebreide uitleg
Vergleiche is de gebiedende wijs van vergleichen voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm: Vergleichen Sie is de formele vorm. Het betekent hier dat de aangesprokene verschillende kenmerken naast elkaar moet leggen. Voorbeeld: Vergleiche die beiden Angebote. — Vergelijk de twee aanbiedingen. Zeitplan betekent hier een rooster of planning. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Zeitplan; in deze zin staat het als lijdend voorwerp in de accusatief: den Zeitplan. Het meervoud is die Zeitpläne. Bewertungen is het meervoud van Bewertung, een beoordeling of waardering. Het kan bijvoorbeeld om beoordelingen van een cursus gaan. Het meervoud heeft in de accusatief dezelfde vorm als in de nominatief: die Bewertungen. Unterrichtsstil is een samenstelling van Unterricht en Stil en betekent de manier of stijl van lesgeven. Het is mannelijk: der Unterrichtsstil; als lijdend voorwerp wordt dat den Unterrichtsstil. Het meervoud is die Unterrichtsstile. De drie zelfstandige naamwoordgroepen zijn met elkaar verbonden door de opsomming: den Zeitplan, die Bewertungen und den Unterrichtsstil. Ze zijn alle drie lijdend voorwerp van Vergleiche. De hele uiting betekent daarom: Vergelijk het rooster, de beoordelingen en de manier van lesgeven.
Dieser Kurs ist kürzer, aber er hat weniger Lektionen.
Deze cursus is korter, maar heeft minder lessen.
- Dieser
- deze
- Kurs
- cursus
- ist
- is
- kürzer
- korter
- er
- hij
- hat
- heeft
- weniger
- minder
- Lektionen
- lessen
Uitgebreide uitleg
Dieser betekent hier “deze” en staat bij het mannelijke, enkelvoudige onderwerp Kurs in de nominatief. De vorm verandert volgens geslacht, getal en naamval; vergelijk bijvoorbeeld diese bij een vrouwelijk of meervoudig zelfstandig naamwoord. Kurs betekent “cursus”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kurs, meervoud die Kurse. In deze zin verwijst het naar de cursus die wordt beoordeeld. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm hoort bij het onderwerp Dieser Kurs; bijvoorbeeld: Der Kurs ist interessant. — “De cursus is interessant.” kürzer betekent hier “korter” en vergelijkt deze cursus met een andere cursus. Het is de vergrotende trap van kurz: kurz — kürzer — am kürzesten (“kort” — “korter” — “het kortst”). Hier beschrijft het de duur of omvang van de cursus, niet noodzakelijk de fysieke lengte van iets. er is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud, mannelijk, als onderwerp. In deze zin verwijst het naar der Kurs, zoals ook uit de vaste vertaling blijkt. De vorm is niet zelf een herhaling van het zelfstandig naamwoord; hij neemt diens grammaticale geslacht en getal over. hat is de derde persoon enkelvoud van haben (“hebben”) in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp blijft er: Er hat ... betekent “Hij/deze cursus heeft ...”. Bijvoorbeeld: Der Kurs hat zehn Kapitel. — “De cursus heeft tien hoofdstukken.” weniger betekent hier “minder” en geeft een kleinere hoeveelheid aan dan bij de vergelijkingscursus. Het staat bij het meervoudige Lektionen; bij een niet-telbare hoeveelheid kan het eveneens “minder” betekenen, bijvoorbeeld weniger Zeit — “minder tijd”. Lektionen betekent “lessen”. Dit is het meervoud van die Lektion; het enkelvoud is eine Lektion. Het meervoud past bij de hoeveelheid die met weniger wordt vergeleken. Samen bestaat de zin uit twee met aber (“maar”) verbonden mededelingen: Dieser Kurs ist kürzer zegt dat deze cursus korter is, en er hat weniger Lektionen zegt dat dezelfde cursus minder lessen heeft. De volledige betekenis is: “Deze cursus is korter, maar heeft minder lessen.”
Der andere scheint besser für Anfänger zu sein.
De andere lijkt geschikter voor beginners.
- andere
- de andere
- scheint
- lijkt
- besser
- beter
- für
- voor
- Anfänger
- beginners
- zu sein
- te zijn
Uitgebreide uitleg
andere betekent hier “de andere”. In Der andere staat het zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoord als onderwerp in het mannelijk enkelvoud. De vorm heeft na het bepaalde lidwoord der de uitgang -e; de basisvorm van dit bijvoeglijk naamwoord is ander, niet anders. Het zelfstandig naamwoord dat ermee wordt bedoeld, wordt hier niet expliciet genoemd. Voorbeeld: Die andere ist länger. = “De andere is langer.” scheint is de vorm van scheinen voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: “lijkt”. De constructie scheinen + zu + infinitief drukt uit dat iets een bepaalde indruk wekt: Er scheint müde zu sein. = “Hij lijkt moe te zijn.” besser is de vergrotende trap van gut: gut – besser – am besten (“goed – beter – het best”). Hier wordt de bedoelde optie als beter beoordeeld dan een andere optie; besser is dus niet de basisvorm gut. für betekent hier “voor” en leidt in deze betekenis een bepaling met de accusatief in. Anfänger betekent “beginners”. Het is hier meervoud; bij dit woord zien nominatief en accusatief meervoud er hetzelfde uit. Ook het enkelvoud luidt Anfänger (“beginner”). Voorbeeld: Das Buch ist für Anfänger. = “Het boek is voor beginners.” zu sein bestaat uit zu plus het infinitief sein (“zijn”). Samen met scheint vormt het de zu-infinitiefconstructie scheint ... zu sein. In deze zin staat het infinitiefgedeelte aan het einde, terwijl besser ervoor staat. Samen betekent de zin dat de andere volgens de spreker geschikter lijkt voor beginners. Het onderwerp waarnaar de andere verwijst, wordt in deze zin niet expliciet genoemd; de vorm Der andere laat wel zien dat het om een mannelijk enkelvoudig onderwerp gaat. scheint maakt duidelijk dat dit een indruk of beoordeling is, niet een absoluut vastgestelde eigenschap; für Anfänger geeft aan voor welke doelgroep die beoordeling geldt.
Ich kann nur am Wochenende lernen.
Ik kan alleen in het weekend studeren.
- Ich kann
- ik kan
- nur
- alleen
- am Wochenende
- in het weekend
- lernen
- leren; studeren
Uitgebreide uitleg
Ich kann: ich betekent “ik”. kann is de tegenwoordige tijd van können (“kunnen”) in de eerste persoon enkelvoud: ich kann. In deze hoofdzin staat het andere werkwoord na een modaal werkwoord als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Ich kann kommen. — “Ik kan komen.” nur betekent hier “alleen” en beperkt de tijdsbepaling: de mogelijkheid geldt alleen in het weekend. De plaats van nur kan in andere zinnen de nadruk veranderen; hier hoort het bij de tijdsbepaling. am Wochenende: am is de vaste samentrekking van an dem. Wochenende is een onzijdig zelfstandig naamwoord; in deze tijdsuitdrukking staat het na an in de datief, vandaar dem. De hele uitdrukking betekent “in het weekend”. Voorbeeld: am Montag — “op maandag”. lernen is de infinitief van “leren” en betekent hier, volgens de vaste vertaling, “studeren”. Na kann blijft het als infinitief onveranderd en staat het aan het einde van deze hoofdzin. Samen vormen de delen Ich kann + nur am Wochenende + lernen de betekenis: “Ik kan alleen in het weekend studeren.” De spreker kan studeren, maar geeft aan dat dit uitsluitend in het weekend mogelijk is.
Dann wähle den Kurs mit Unterricht am Wochenende.
Kies dan de cursus met lessen in het weekend.
- Dann
- dan
- wähle
- kies
- Kurs
- cursus
- Unterricht
- lessen; onderwijs
- Wochenende
- weekend
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan”: het verwijst naar het volgende moment of de volgende stap in de situatie. Voor een andere volgorde kun je bijvoorbeeld zeggen: Zuerst wählen wir den Kurs, dann beginnen wir. — “Eerst kiezen we de cursus, dan beginnen we.” wähle is hier de gebiedende wijs voor één persoon die met du wordt aangesproken, van wählen (“kiezen”). De vorm voor een mededeling met du is du wählst; in deze opdracht wordt dat wähle. Een voorbeeld: Wähle ein Buch. — “Kies een boek.” De opdracht zegt niet wie de aangesprokene precies is; alleen dat één persoon wordt aangesproken. Kurs betekent hier “cursus”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Kurs. Na den staat het in de accusatief, omdat het de zaak is die gekozen wordt: den Kurs. Het meervoud is die Kurse, bijvoorbeeld in Ich wähle zwei Kurse. — “Ik kies twee cursussen.” Unterricht betekent hier “lessen” of “onderwijs” als activiteit. Het is een zelfstandig naamwoord dat in deze betekenis meestal als massanaam wordt gebruikt: Unterricht kan dus naar onderwijs of les geven als geheel verwijzen, zonder dat er een meervoud nodig is. In Unterricht am Wochenende gaat het om lessen die in het weekend plaatsvinden. Voor één concrete les kan bijvoorbeeld eine Unterrichtsstunde (“een lesuur”) worden gebruikt. Wochenende betekent “weekend”. Het is onzijdig: das Wochenende. In am Wochenende is am de samengevoegde vorm van an dem; deze tijdsbepaling betekent “in het weekend”. Een voorbeeld: Ich lerne am Wochenende. — “Ik studeer in het weekend.” Samen vormt Dann wähle den Kurs mit Unterricht am Wochenende een opdracht: “Kies dan de cursus met lessen in het weekend.” Dann geeft de volgende stap aan, wähle den Kurs benoemt wat gekozen moet worden, en mit Unterricht am Wochenende specificeert welke cursus bedoeld is: de cursus waarbij de lessen in het weekend plaatsvinden.
In den Bewertungen steht, dass der Lehrer klar erklärt.
Uit de beoordelingen blijkt dat de docent duidelijk uitlegt.
- Bewertungen
- beoordelingen
- steht
- blijkt
- Lehrer
- docent
- klar
- duidelijk
- erklärt
- legt uit
Uitgebreide uitleg
Bewertungen betekent hier “beoordelingen” en staat in het meervoud. Het enkelvoud is Bewertung; het meervoud krijgt hier de uitgang -en. Voorbeeld: Ich lese die Bewertungen. — “Ik lees de beoordelingen.” steht is de derde persoon enkelvoud van stehen (“staan”). In de combinatie In den Bewertungen steht, dass ... betekent het niet letterlijk dat iets fysiek staat, maar dat de beoordelingen een bepaalde inhoud vermelden. stehen is hier dus het werkwoord van de hoofdzin; de inhoud volgt in een dass-bijzin. Lehrer betekent “docent” of “leraar”. In der Lehrer is Lehrer een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; der markeert hier de nominatief, omdat de docent het onderwerp van erklärt is. Het meervoud is ook Lehrer: die Lehrer — “de docenten”. klar betekent hier “duidelijk” en beschrijft de manier waarop de docent uitlegt. Het woord kan ook als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld eine klare Erklärung — “een duidelijke uitleg”. In deze zin werkt het als bijwoord bij erklärt. erklärt is de derde persoon enkelvoud van erklären (“uitleggen”). De vorm staat in de tegenwoordige tijd: Der Lehrer erklärt. — “De docent legt uit.” Bij een meervoudig onderwerp wordt dat Die Lehrer erklären. — “De docenten leggen uit.” In den Bewertungen geeft de bron van de vermelde informatie aan: “in de beoordelingen”. Het voorzetsel in staat hier met de datief; bij het meervoud is dat den Bewertungen. Daarna introduceert dass de inhoud van wat er in de beoordelingen staat. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: dass der Lehrer klar erklärt. Samen betekent de zin: “Uit de beoordelingen blijkt dat de docent duidelijk uitlegt.” De hoofdzin geeft de bron van de informatie aan, en de dass-bijzin geeft precies aan wat daaruit blijkt.
Das ist wichtiger als ein kürzerer Kurs.
Dat is belangrijker dan een kortere cursus.
- Das ist
- Dat is
- wichtiger
- belangrijker
- als
- dan
- kürzerer
- kortere
- Kurs
- cursus
Uitgebreide uitleg
Das ist betekent hier “Dat is”. Das is een aanwijzend voornaamwoord dat in deze zin als onderwerp staat; de concrete referent wordt door de vaste vertaling niet nader benoemd. ist is de vorm van sein in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Een herbruikbaar patroon is Das ist + beschrijving: “Dat is ...”. Voorbeeld: Das ist neu. — “Dat is nieuw.” wichtiger betekent hier “belangrijker”. Dit is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord wichtig: wichtig — wichtiger — am wichtigsten (“belangrijk” — “belangrijker” — “het belangrijkst”). De vorm wichtiger vergelijkt deze zaak met iets anders; wat precies wordt vergeleken, staat niet zelfstandig in deze zin maar wordt door als ingeleid. Voorbeeld: Dieser Weg ist wichtiger. — “Deze weg is belangrijker.” als betekent in een vergelijking “dan”. Het verbindt de twee kanten van het patroon X ist ...er als Y: “X is ...er dan Y”. In een andere functie kan als ook andere betekenissen hebben, maar hier markeert het de vergelijking. kürzerer betekent hier “kortere”. Het is de vergrotende trap van kurz: kurz — kürzer — am kürzesten (“kort” — “korter” — “het kortst”). In ein kürzerer Kurs krijgt kürzer de uitgang -er, omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Kurs staat, binnen deze naamwoordgroep als onderwerp van de zin. De vergelijking zit in kürzer; de uitgang -er is hier geen extra betekenis “meer”. Voorbeeld: Wir brauchen einen kürzeren Text. — “We hebben een kortere tekst nodig.” Kurs betekent “cursus”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kurs; na ein verschijnt hier de vorm ein ... Kurs in de nominatief enkelvoud. Het meervoud is Kurse. Voorbeeld: Der Kurs beginnt morgen. — “De cursus begint morgen.” Samen bestaat de zin uit de vergelijking Das ist wichtiger als ... (“Dat is belangrijker dan ...”), gevolgd door ein kürzerer Kurs (“een kortere cursus”). De volledige betekenis is: “Dat is belangrijker dan een kortere cursus.”
Grammatica
Komparativ + als
Der Kurs ist kürzer als die andere Lektion.
Deer koers ist kurtser als die andere lektsieoon.De cursus is korter dan de andere les.
Na een vergrotende trap gebruik je als om twee dingen te vergelijken: kürzer als, wichtiger als.
mit + Dativ
mit dem Lehrer lernen
Mit deem leerer lerenmet de leraar leren
Na mit staat de datief: der Lehrer wordt dem Lehrer.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik wil een online taalcursus kiezen.
Antwoord tonen
Ich möchte einen Online-Sprachkurs auswählen.Ik kan alleen in het weekend studeren.
Antwoord tonen
Ich kann nur am Wochenende lernen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
minder
Antwoord tonen
wenigerbeoordeling
Antwoord tonen
Bewertungenrooster
Antwoord tonen
Zeitplankiezen