Een restaurant kiezen voor een korte lunch | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During a lunch break, two adults compare nearby places and choose the closer restaurant to have more time to eat..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een restaurant kiezen voor een korte lunch oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Welchen Ort sollen wir zum Mittagessen wählen?

VEL-gən ort ZOL-lən vier tsoem MIT-ta-geesən VEE-lən? Welke plek zullen we kiezen voor de lunch?
B

Wählen wir einen Ort in der Nähe, der gut passt.

VEE-lən vier AYNən ort in dea NEE-uh, dea GOET past. Laten we een plek in de buurt kiezen die goed past.
A

Das Lokal in dieser Straße hat ein einfaches Mittagsmenü.

Das lo-KAAL in DEE-zuh SJTRAA-suh hat AYN-fag-uhs MIT-taaks-me-NUU. De plek in deze straat heeft een eenvoudig lunchmenu.
B

Das Café am Park ist vielleicht ruhiger.

Das ka-FEE am park ist fie-LAJGT ROE-i-guh. Het café bij het park is misschien rustiger.
B

Aber es ist weiter weg.

AA-buh er ist VAJ-tuh VEEK. Maar het is verder weg.
A

Brauchen wir für das Lokal in der Nähe eine Reservierung?

BRAU-gən vier fuur das lo-KAAL in dea NEE-uh AYN-uh ree-zer-VIE-roeng? Hebben we voor de plek in de buurt een reservering nodig?
B

Wahrscheinlich nicht. Um diese Zeit finden wir normalerweise einen Tisch.

VAA-sjajn-lig nigt. Oem DEE-zuh tsajt FIN-dən vier nor-maa-LEE-vaj-zuh AYNən tisj. Waarschijnlijk niet. Rond deze tijd kunnen we meestal wel een tafel vinden.
A

Dann wählen wir das Lokal in dieser Straße.

Dan VEE-lən vier das lo-KAAL in DEE-zuh SJTRAA-suh. Dan kiezen we de plek in deze straat.
B

Dann haben wir mehr Zeit zum Essen.

Dan HAA-bən vier meer tsajt tsoem ES-sən. Dan hebben we meer tijd om te eten.

Uitleg van de zinnen

  1. Welchen Ort sollen wir zum Mittagessen wählen?

    Welke plek zullen we kiezen voor de lunch?

    Welchen
    welke
    Ort
    plek
    sollen wir
    zullen we
    wählen
    kiezen
    Mittagessen
    lunch
    Uitgebreide uitleg

    Welchen betekent hier “welke” en staat vóór Ort als vraagwoord. Het krijgt de vorm welchen omdat Ort mannelijk enkelvoud is en hier het lijdend voorwerp is van wählen (accusatief). Vergelijk: Welcher Ort? = “Welke plek?” als onderwerp; Welchen Ort wählen wir? = “Welke plek kiezen we?” als lijdend voorwerp. Ort betekent “plek” of “plaats”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Ort; het meervoud is die Orte. Voorbeeld: Dieser Ort ist ruhig. — “Deze plek is rustig.” sollen wir bestaat uit het modale werkwoord sollen en het onderwerp wir (“we”). In deze vraag drukt sollen een voorstel of te maken keuze uit: “zullen we”. Het vervoegde modale werkwoord staat in deze vraag op de tweede zinsplaats, na Welchen Ort; wir staat er direct achter. Het andere werkwoord staat als infinitief aan het einde van de werkwoordelijke structuur. wählen betekent “kiezen”. De infinitief staat hier samen met het modale werkwoord sollen; bij een modaal werkwoord blijft het andere werkwoord in de infinitief. Tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld ich wähle en wir wählen; wähle heeft dus een andere uitgang dan wählen, terwijl wählen zelf de infinitief is. Voorbeeld: Wir wählen einen Ort. — “We kiezen een plek.” Mittagessen betekent “lunch” of “middageten”. Het is een zelfstandig naamwoord: das Mittagessen; in het Duits worden zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter geschreven. In zum Mittagessen is zum de samentrekking van zu dem. Samen geeft dit hier aan waarvoor de plek wordt gekozen: voor de lunch. Het patroon is: Welchen + mannelijk zelfstandig naamwoord + sollen wir + infinitief + zum Mittagessen wählen? De vraag vraagt welke plek de spreker en de aangesprokene voor de lunch zullen kiezen. Welchen Ort benoemt wat gekozen moet worden, sollen wir ... wählen maakt daarvan een voorstel aan “ons”, en zum Mittagessen bepaalt waarvoor de plek bedoeld is.

  2. Wählen wir einen Ort in der Nähe, der gut passt.

    Laten we een plek in de buurt kiezen die goed past.

    Wählen
    kiezen
    Ort
    plek
    in der Nähe
    in de buurt
    gut
    goed
    passt
    past
    Uitgebreide uitleg

    Wählen staat hier vooraan in de vorm Wählen wir ...: dat is een aansporing in de eerste persoon meervoud, vergelijkbaar met “laten we ... kiezen”. De basisvorm is wählen; in een gewone mededelende zin kan die vorm bijvoorbeeld na het onderwerp staan: Wir wählen einen Ort. = “Wij kiezen een plek.” In de vaste zin hoort wir bij deze aansporing en betekent het geheel dus niet alleen “kies”, maar “laten we kiezen”. Ort betekent hier “plek” of “plaats”. De vorm einen Ort is de mannelijke accusatief enkelvoud: Ort is mannelijk, en het lijdend voorwerp van wählen krijgt hier de accusatief. De vormen zijn bijvoorbeeld der Ort (nominatief) en einen Ort (accusatief na een onbepaald lidwoord). Het onbepaalde lidwoord drukt hier niet op zichzelf een geteld aantal uit; het introduceert een nog niet nader bepaalde plek. in der Nähe is een vaste, herbruikbare uitdrukking voor “in de buurt”. Hier beschrijft ze de locatie van de bedoelde plek. Bij een vaste locatie staat in met de datief: der Nähe; Nähe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Een bewegingsrichting kan een andere naamval oproepen, maar dat verandert de betekenis van deze vaste locatie-uitdrukking niet. gut betekent hier “goed” en versterkt de beoordeling van hoe de plek voldoet. Het is een bijwoord bij passt, niet een vorm die zich aan Ort aanpast. Het bijvoeglijk naamwoord zelf heeft als basisvorm gut; als zelfstandig naamwoord kan het bijvoorbeeld in ein guter Ort wél verbuigen, maar dat gebeurt niet in deze zin. passt komt van passen en is de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: er/sie/es passt. Hier betekent het “past” in de zin van “is geschikt” of “komt goed uit”. Het onderwerp van dit werkwoord is der, het betrekkelijk voornaamwoord dat naar Ort verwijst; daarom staat het werkwoord in het enkelvoud. Het verschil met passen als basisvorm is zichtbaar in de vervoeging: Der Ort passt gut. = “De plek past goed.” der gut passt is de betrekkelijke bijzin die de plek nader omschrijft: het gaat om een plek die goed past. In het Duits staat het vervoegde werkwoord in zo’n bijzin aan het einde. Het betrekkelijk voornaamwoord der is hier mannelijk enkelvoud en nominatief, omdat het de uitvoerder van passt is en terugverwijst naar het mannelijke zelfstandig naamwoord Ort. Samen betekent Wählen wir einen Ort in der Nähe, der gut passt.: “Laten we een plek in de buurt kiezen die goed past.” De hoofdzin is de aansporing Wählen wir einen Ort; in der Nähe bepaalt welke locatie gezocht wordt, en der gut passt beperkt de bedoelde plek tot een plek die geschikt is. Deze formulering is bruikbaar als voorstel om samen een keuze te maken.

  3. Das Lokal in dieser Straße hat ein einfaches Mittagsmenü.

    De plek in deze straat heeft een eenvoudig lunchmenu.

    Lokal
    zaak, gelegenheid
    Straße
    straat
    hat
    heeft
    einfaches
    eenvoudig
    Mittagsmenü
    lunchmenu
    Uitgebreide uitleg

    Lokal betekent hier een zaak of gelegenheid, dus een plaats waar je iets kunt eten of drinken. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Lokal. In deze zin past de betekenis “plek/zaak” bij de vertaling. in dieser Straße betekent “in deze straat”. Straße is vrouwelijk: die Straße. Na in gebruik je bij een plaats waar iets zich bevindt de datief; daarom staat dieser hier in de vrouwelijke datiefvorm. Het aanwijzende woord verwijst naar de straat die als “deze” wordt aangewezen; de vorm wordt bepaald door geslacht, getal en naamval van Straße. hat is de derde persoon enkelvoud van haben (“hebben”): haben → hat. Het onderwerp is Das Lokal, enkelvoud, en het werkwoord zegt hier dat deze zaak iets heeft of aanbiedt. Bijvoorbeeld: Das Café hat Kuchen. — “Het café heeft gebak.” einfaches betekent hier “eenvoudig” of “simpel”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is einfach. De uitgang -es staat op einfaches, niet op het zelfstandig naamwoord: ein einfaches Menü. Dat komt doordat Menü onzijdig is en deze naamwoordgroep het lijdend voorwerp is; na ein draagt het bijvoeglijk naamwoord hier de herkenbare uitgang -es. Mittagsmenü is een samenstelling van Mittag (“middag”) en Menü (“menu”): das Mittagsmenü, “lunchmenu”. Het hoofddeel is Menü, waardoor het samengestelde woord onzijdig is. Het meervoud is Mittagsmenüs. In de zin is het een concreet menu dat het Lokal heeft; ein introduceert hier een menu, maar beweert op zichzelf geen specifieke numerieke hoeveelheid. Samen vormt Das Lokal in dieser Straße het onderwerp: “De zaak/plek in deze straat”. hat vormt het gezegde, en ein einfaches Mittagsmenü is wat die zaak heeft: “heeft een eenvoudig lunchmenu”. De volledige betekenis is dus: “De plek in deze straat heeft een eenvoudig lunchmenu.”

  4. Das Café am Park ist vielleicht ruhiger.

    Het café bij het park is misschien rustiger.

    Café
    café
    am
    bij/aan het
    Park
    park
    vielleicht
    misschien
    ruhiger
    rustiger
    Uitgebreide uitleg

    Café betekent hier “café”. Het is een zelfstandig naamwoord; in het Duits is het onzijdig: das Café. Het meervoud is die Cafés. am is de samentrekking van an dem. In deze zin hoort het bij Park en geeft het een plaats aan; samen betekent am Park hier “bij het park”. Na an staat in deze plaatsaanduiding de datief: dem Park. Een voorbeeld: Wir sitzen am Fenster. — “We zitten bij het raam.” Park betekent “park”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Park; na an dem verschijnt de datiefvorm dem Park. vielleicht betekent “misschien”. Het maakt de uitspraak onzeker: de zin stelt niet met zekerheid dat het café rustiger is. ruhiger is de vergrotende trap van ruhig (“rustig”): ruhig → ruhiger → am ruhigsten. Hier staat het als naamwoordelijk deel na ist, dus het krijgt geen uitgang voor het zelfstandig naamwoord. Een voorbeeld: Dieser Raum ist ruhiger. — “Deze ruimte is rustiger.” Samen betekent Das Café am Park “het café bij het park”. ist verbindt het onderwerp met de beschrijving, vielleicht voegt “misschien” toe en ruhiger geeft de vergelijking “rustiger”. De volledige zin betekent: “Het café bij het park is misschien rustiger.”

  5. Aber es ist weiter weg.

    Maar het is verder weg.

    Aber
    maar
    es
    het
    ist
    is
    weiter
    verder
    weg
    weg
    Uitgebreide uitleg

    Aber geeft hier een tegenstelling aan: “maar”. Het verbindt deze uitspraak met een eerdere mogelijkheid of vergelijking. Voorbeeld: Ich komme, aber ich bin spät. — “Ik kom, maar ik ben laat.” es is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud. In deze zin staat het als onderwerp en wordt het in het Nederlands met “het” weergegeven. De concrete referent wordt in de aangeleverde zin niet zelfstandig benoemd; de vorm es zelf geeft hier dus vooral de grammaticale rol aan. ist is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: sein → ist. Voorbeeld: Der Bahnhof ist dort. — “Het station is daar.” weiter komt van weit (“ver”) en is hier de vergrotende trap: weit → weiter → am weitesten (“ver” → “verder” → “het verst”). In combinatie met weg vergelijkt weiter weg de afstand: iets bevindt zich verder weg. Weiter betekent hier dus niet zelfstandig “doorgaan”. weg betekent “weg” of “op afstand”. In weiter weg vormt het samen met weiter een vaste, zeer gebruikelijke manier om afstand uit te drukken. Voorbeeld: Der Laden ist weiter weg. — “De winkel is verder weg.” Samen vormen es ist weiter weg de betekenis “het is verder weg”. Met Aber ervoor ontstaat Aber es ist weiter weg. — “Maar het is verder weg.” De zin contrasteert daarmee de genoemde locatie met een andere locatie of afstand, zonder zelf die vergelijking verder te specificeren.

  6. Brauchen wir für das Lokal in der Nähe eine Reservierung?

    Hebben we voor de plek in de buurt een reservering nodig?

    Brauchen
    nodig hebben
    Lokal
    zaak; eetgelegenheid
    in der Nähe
    in de buurt
    Reservierung
    reservering
    Uitgebreide uitleg

    Brauchen betekent hier “nodig hebben”. De vorm is de tegenwoordige tijd bij wir; de basisvorm is ook brauchen. In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Brauchen wir ...? Een bruikbaar patroon is etwas brauchen — “iets nodig hebben”. Lokal is hier een zelfstandig naamwoord voor een zaak of gelegenheid, in deze context een plek waar je kunt eten of drinken. Het is onzijdig: das Lokal; na für staat hier de accusatief, waardoor das Lokal dezelfde vorm houdt. Voorbeeld: Wir suchen ein ruhiges Lokal. — “We zoeken een rustige zaak.” in der Nähe is een vaste uitdrukking met de betekenis “in de buurt” of “dichtbij”. Je kunt haar gebruiken voor een plaats: Das Lokal ist in der Nähe. — “De zaak is dichtbij.” Reservierung betekent “reservering”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Reservierung; in de zin staat eine Reservierung, omdat het na brauchen het benodigde voorwerp benoemt. Het onbepaalde lidwoord drukt hier niet op zichzelf een expliciete telwaarde uit. Voorbeeld: Wir brauchen eine Reservierung. — “We hebben een reservering nodig.” De combinatie für das Lokal in der Nähe betekent “voor de zaak in de buurt”: für geeft aan waarvoor de reservering bedoeld is, en in der Nähe specificeert welke zaak wordt bedoeld. Samen met Brauchen wir ... eine Reservierung? ontstaat de volledige betekenis: “Hebben we voor de plek in de buurt een reservering nodig?” De woordvolgorde maakt er een directe ja-neevraag van.

  7. Wahrscheinlich nicht. Um diese Zeit finden wir normalerweise einen Tisch.

    Waarschijnlijk niet. Rond deze tijd kunnen we meestal wel een tafel vinden.

    Wahrscheinlich
    waarschijnlijk
    nicht
    niet
    Um diese Zeit
    rond deze tijd
    finden
    vinden
    normalerweise
    meestal
    Tisch
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    Wahrscheinlich betekent hier dat de spreker iets als waarschijnlijk inschat. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. Het staat vaak aan het begin: Wahrscheinlich kommt er später. — Waarschijnlijk komt hij later. nicht maakt de voorafgaande inschatting negatief. Samen met Wahrscheinlich ontstaat Wahrscheinlich nicht. — Waarschijnlijk niet. Nicht kan ook een werkwoordelijke bewering ontkennen: Wir finden keinen Tisch. — We vinden geen tafel. Um diese Zeit geeft een benaderd tijdstip aan: rond dit tijdstip. In deze betekenis gebruikt Duits um met een tijdsaanduiding. Diese hoort bij Zeit; de vorm is hier gelijk aan de vorm voor het vrouwelijk enkelvoud in de nominatief en accusatief. Voor een ander tijdstip kan bijvoorbeeld um acht Uhr — om acht uur — worden gebruikt. finden is de infinitief en basisvorm van het werkwoord. In finden wir staat de vervoegde vorm bij wir: die vorm is gelijk aan de infinitief. De betekenis is hier iets vinden of aantreffen, niet zoeken; voor zoeken gebruikt Duits suchen. Voorbeelden: Ich finde den Schlüssel. — Ik vind de sleutel. Wir suchen den Schlüssel. — Wij zoeken de sleutel. normalerweise betekent dat iets gewoonlijk of meestal zo gebeurt. Het is een bijwoord en krijgt geen persoons- of getalsuitgang. In deze zin staat het na wir finden: Normalerweise finden wir hier einen Platz. — Meestal vinden we hier een plaats. Tisch is een zelfstandig naamwoord voor een tafel. Het woord is mannelijk: der Tisch. In de bronzin staat het in de woordgroep einen Tisch; einen markeert hier de accusatief na finden en stemt af op het mannelijke enkelvoud. Het onbepaalde lidwoord drukt op zichzelf geen specifiek numeriek aantal uit. Het meervoud is Tische: Wir finden zwei Tische. — We vinden twee tafels. De volledige zin begint met de tijdsbepaling Um diese Zeit. Daardoor staat het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats en volgt het onderwerp: Um diese Zeit finden wir. Daarna geven normalerweise en einen Tisch aan dat we gewoonlijk een tafel vinden. De hele utterance betekent: Rond deze tijd vinden we meestal een tafel. Samen met de eerste korte zin: Wahrscheinlich nicht. Um diese Zeit finden wir normalerweise einen Tisch. — Waarschijnlijk niet. Rond deze tijd vinden we meestal een tafel.

  8. Dann wählen wir das Lokal in dieser Straße.

    Dan kiezen we de plek in deze straat.

    Dann
    dan
    wählen
    kiezen
    wir
    wij
    das Lokal
    de plek / zaak
    dieser
    deze
    Straße
    straat
    Uitgebreide uitleg

    Dann geeft hier een tijds- of volgordeverband aan: “dan”. Het kan in andere zinnen ook naar een voorwaarde verwijzen, maar hier past de betekenis “dan” bij de vaste vertaling. wählen betekent hier “kiezen”. De vorm is in deze zin geen infinitief, maar de tegenwoordige tijd voor wir; de infinitief heeft toevallig dezelfde vorm: wählen. Vergelijk: Ich wähle — “Ik kies”, maar Wir wählen — “Wij kiezen”. wir betekent “wij” en is de eerste persoon meervoud. Het omvat de spreker en minstens één andere persoon. Voorbeeld: Wir wählen ein Restaurant. — “Wij kiezen een restaurant.” das Lokal betekent hier “de plek” of “de zaak/eetgelegenheid”. Lokal is een onzijdig zelfstandig naamwoord, daarom staat het hier met das; het meervoud is die Lokale. Voorbeeld: Das Lokal ist offen. — “De zaak is open.” dieser betekent hier “deze”. In dieser Straße is het de datief enkelvoud vrouwelijk van het aanwijzende woord dieser-. in gebruikt de datief wanneer het om een vaste plaats gaat, niet om beweging naar die plaats. Voorbeelden: in dieser Straße — “in deze straat”; in diesem Lokal — “in deze zaak”. Straße betekent “straat”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Straße. In dieser Straße staat het in het enkelvoud en in de datief, na in bij een plaatsaanduiding. Voorbeeld: Wir wohnen in dieser Straße. — “Wij wonen in deze straat.” Samen betekent Dann wählen wir das Lokal in dieser Straße: “Dan kiezen we de plek in deze straat.” Dann staat vooraan; het vervoegde werkwoord wählen staat daardoor als tweede zinsdeel vóór het onderwerp wir: Dann wählen wir .... das Lokal is wat men kiest, en in dieser Straße geeft aan waar die plek zich bevindt.

  9. Dann haben wir mehr Zeit zum Essen.

    Dan hebben we meer tijd om te eten.

    Dann
    dan
    haben wir
    hebben we
    mehr
    meer
    Zeit
    tijd
    zum Essen
    om te eten
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verwijst naar een volgend moment of een volgende stap in de situatie. Het kan ook “toen” betekenen wanneer het over een moment in het verleden gaat; de context bepaalt die betekenis. Voorbeeld: Dann gehen wir. — “Dan gaan we.” haben wir gebruikt het werkwoord haben (“hebben”) in de vorm voor wir (“wij”): wir haben. In een Duitse mededelende hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede plaats: Dann haben wir .... Het onderwerp kan ook vooraan staan: Wir haben dann .... mehr betekent “meer” en vergelijkt een grotere hoeveelheid of mate met een andere hoeveelheid of mate. Het is de vergrotende vorm die bij viel (“veel”) hoort: viel → mehr → am meisten. Voorbeeld: Ich brauche mehr Zeit. — “Ik heb meer tijd nodig.” Zeit betekent hier “tijd”, als hoeveelheid tijd die beschikbaar is. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Voorbeeld: Wir haben keine Zeit. — “We hebben geen tijd.” zum Essen betekent hier “om te eten”. zum is de samengevoegde vorm van zu dem; Essen is hier een van het werkwoord essen (“eten”) afgeleide zelfstandige naamwoordsvorm. In deze constructie drukt zu met die vorm een doel uit: Zeit zum Essen is letterlijk tijd bestemd voor het eten. Voorbeeld: Wir treffen uns zum Essen. — “We spreken af om te eten.” Samen vormen de delen Dann haben wir mehr Zeit zum Essen de betekenis: “Dan hebben we meer tijd om te eten.” Dann geeft het volgende moment of de volgende stap aan; haben wir zegt wie die tijd heeft; mehr Zeit noemt de grotere beschikbare hoeveelheid tijd; en zum Essen geeft het doel ervan aan.

Grammatica

Welchen + zelfstandig naamwoord

Welchen Ort wählen wir?

VEL-gən ort VEE-lən vier?

Welke plek kiezen we?

Bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de vierde naamval krijgt welcher de vorm welchen.

Adjectief in de vergrotende trap: -er

Das Café am Park ist ruhiger.

Das ka-FEE am park ist ROE-i-guh.

Het café bij het park is rustiger.

De vergrotende trap wordt vaak gevormd met -er; ruhiger betekent ‘rustiger’.

Duits woordenschat

am Park uitdrukking
am park bij het park
Café zelfstandig naamwoord
ka-FEE café

Das Café

einfaches bijvoeglijk naamwoord
AYN-fag-uhs eenvoudig

einfaches Mittagsmenü

in der Nähe uitdrukking
in dea NEE-uh in de buurt
Lokal zelfstandig naamwoord
lo-KAAL restaurant; eetgelegenheid

Das Lokal

Mittagessen zelfstandig naamwoord
MIT-ta-geesən lunch

zum Mittagessen

Mittagsmenü zelfstandig naamwoord
MIT-taaks-me-NUU lunchmenu

ein einfaches Mittagsmenü

Ort zelfstandig naamwoord
ort plek

Welchen Ort

Straße zelfstandig naamwoord
SJTRAA-suh straat

in dieser Straße

vielleicht bijwoord
fie-LAJGT misschien
wählen werkwoord
VEE-lən kiezen

wählen

Welchen bepaler
VEL-gən welke

Welchen Ort

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Maar het is verder weg.

Antwoord tonenAber es ist weiter weg.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lunchmenu

Antwoord tonenMittagsmenü

straat

Antwoord tonenStraße

eenvoudig

Antwoord toneneinfaches

restaurant; eetgelegenheid

Antwoord tonenLokal