Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een gezonde dagelijkse routine oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich möchte eine gesündere tägliche Routine.
iesj meug-tuh aai-nuh ge-zun-duh-ruh teek-li-sjuh roe-tie-nuh. Ik wil een gezondere dagelijkse routine.Beginne mit kleinen Veränderungen, die du durchhalten kannst.
be-gin-nuh mit klai-nuh feer-enderoenguh, die doe doerch-haltuh kanst. Begin met kleine veranderingen die je kunt volhouden.Ich kann bei der Arbeit mehr Wasser trinken.
iesj kan bai dee-uh ar-baait mee-uh vassuh trien-kuh. Ik kan meer water drinken als ik aan het werk ben.Das kann dir am Nachmittag mehr Energie geben.
das kan die-uh am naag-mit-aak mee-uh e-ner-gie gee-buh. Dat kan je energie in de middag helpen.Soll ich nach dem Abendessen auch Sport machen?
sol iesj naag deem aa-bent-essuh aug sjport maaguh? Moet ik na het avondeten ook sporten?Ein kurzer Spaziergang wäre ein machbarer Anfang.
ain koer-tuh sjpa-tsieer-gang veeruh ain maag-baaruh an-fang. Een korte wandeling zou een haalbaar begin zijn.Ich kann meine Schuhe an die Tür stellen, damit ich daran denke, loszugehen.
iesj kan mai-nuh sjoe-uh an die tuur sjteluh, da-mit iesj da-raan deng-kuh, loos-tsoe-gee-uh. Ik kan mijn schoenen bij de deur zetten, zodat ik eraan denk om te gaan.Das klingt realistisch und leicht durchzuhalten.
das klinkt ree-a-lis-tiesj oent laaisjt doerch-tsoe-haltuh. Dat klinkt realistisch en makkelijk vol te houden.Uitleg van de zinnen
Ich möchte eine gesündere tägliche Routine.
Ik wil een gezondere dagelijkse routine.
- Ich möchte
- ik wil
- gesündere
- gezonder(e)
- tägliche
- dagelijkse
- Routine
- routine
Uitgebreide uitleg
Ich möchte betekent hier “ik wil” of, iets minder direct, “ik zou graag willen”. möchte is de eerste persoon enkelvoud van mögen in de Konjunktiv II-vorm; in deze constructie drukt het een wens uit. Voor andere personen verandert de vorm, bijvoorbeeld Du möchtest ... = “Jij wilt ...”. Voorbeeld: Ich möchte heute kochen. = “Ik wil vandaag koken.” gesündere betekent hier “gezonder(e)”. Het is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord gesund: gesund → gesünder → am gesündesten. In eine gesündere ... Routine staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een vrouwelijk, enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de accusatief. Na eine krijgt het daarom de zwakke uitgang -e: eine gesündere Routine. Voorbeeld: Ich suche eine gesündere Mahlzeit. = “Ik zoek een gezondere maaltijd.” tägliche betekent “dagelijkse” en is de verbogen vorm van täglich (“dagelijks”). Ook hier bepalen het vrouwelijke, enkelvoudige zelfstandig naamwoord, de accusatief en het voorafgaande eine de uitgang -e: eine tägliche Routine. Voorbeeld: Sie hat eine tägliche Übung. = “Zij heeft een dagelijkse oefening.” Routine is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Routine. Het betekent een vaste reeks gewoonten of handelingen. In deze zin staat het in eine ... Routine, als accusatief object bij möchte; eine is hier geen afzonderlijk telwoord. Voorbeeld: Die Routine beginnt früh. = “De routine begint vroeg.” Samen betekent Ich möchte eine gesündere tägliche Routine: “Ik wil een gezondere dagelijkse routine.” Ich möchte drukt de wens van de spreker uit. eine gesündere tägliche Routine is datgene wat de spreker wenst; gesündere en tägliche beschrijven beide Routine. Tägliche Routine verwijst hier naar een routine die dagelijks wordt gevolgd.
Beginne mit kleinen Veränderungen, die du durchhalten kannst.
Begin met kleine veranderingen die je kunt volhouden.
- Beginne
- begin
- mit
- met
- kleinen
- kleine
- Veränderungen
- veranderingen
- die
- die/dat
- du
- je/jij
- durchhalten
- volhouden
- kannst
- kunt
Uitgebreide uitleg
Beginne is de gebiedende wijs van beginnen voor één aangesproken persoon: “begin”. De vorm is hier een directe aansporing. In een mededelende zin staat bijvoorbeeld Du beginnst heute. — “Je begint vandaag.” mit betekent hier “met” en staat bij een datiefgroep. Daarom krijgt het volgende adjectief in het meervoud de datiefvorm kleinen: mit kleinen Veränderungen — “met kleine veranderingen”. kleinen is de verbogen vorm van het adjectief klein. De uitgang -en hoort hier bij datief meervoud na mit, niet bij het zelfstandig naamwoord zelf. Vergelijk: kleine Veränderungen — “kleine veranderingen” zonder mit, tegenover mit kleinen Veränderungen — “met kleine veranderingen”. Veränderungen is het meervoud van Veränderung, “verandering”. Het woord benoemt hier de kleine veranderingen waarmee iemand begint. Het meervoud heeft de uitgang -en; in deze zin staat de groep in de datief na mit. die leidt de betrekkelijke bijzin in en verwijst hier naar kleinen Veränderungen. In deze bijzin is die het lijdend voorwerp van durchhalten; bij een meervoudig betrekkelijk voornaamwoord zien nominatief en accusatief er hetzelfde uit. Het patroon is: Sachen, die ich durchhalte — “dingen die ik volhoud”. du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon en is hier het onderwerp van de bijzin. Het bepaalt de persoonsvorm kannst: du kannst — “jij kunt”. durchhalten betekent hier “volhouden” of “blijven volhouden”. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord, maar na het modale werkwoord blijft het als infinitief bij elkaar aan het einde van de bijzin. Bijvoorbeeld: Du kannst den Plan durchhalten. — “Je kunt het plan volhouden.” kannst is de tegenwoordige tijd van können in de tweede persoon enkelvoud: du kannst. Het modale werkwoord drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Met du staat de infinitief erbij: du kannst durchhalten — “je kunt volhouden”. In deze bijzin staat de persoonsvorm kannst aan het einde: die du durchhalten kannst. Samen vormt Beginne mit kleinen Veränderungen een aansporing: begin met kleine veranderingen. De betrekkelijke bijzin die du durchhalten kannst specificeert welke veranderingen bedoeld zijn: veranderingen die je kunt volhouden. De hele zin betekent dus: “Begin met kleine veranderingen die je kunt volhouden.”
Ich kann bei der Arbeit mehr Wasser trinken.
Ik kan meer water drinken als ik aan het werk ben.
- Ich kann
- ik kan
- bei der Arbeit
- aan het werk
- mehr
- meer
- Wasser
- water
- trinken
- drinken
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier dat de spreker de mogelijkheid of gelegenheid heeft om iets te doen. kann is de eerste persoon enkelvoud van können in de tegenwoordige tijd: ich kann, du kannst, er/sie kann. Na een vorm van können staat het andere werkwoord gewoonlijk als infinitief aan het einde: Ich kann schwimmen. = ‘Ik kan zwemmen.’ bei der Arbeit is een vaste manier om ‘op het werk’ of ‘aan het werk’ uit te drukken. bei krijgt hier de datief. Het zelfstandig naamwoord Arbeit is vrouwelijk: die Arbeit; na bei wordt het der Arbeit. Dit is dus niet de betekenis ‘bij een bepaalde persoon’, maar de situatie waarin iemand werkt. mehr betekent hier ‘meer’ en geeft een grotere hoeveelheid aan. Het hoort bij Wasser, niet bij het werkwoord. Het is de vergrotende vorm van viel in hoeveelheidsgebruik: viel = ‘veel’, mehr = ‘meer’, am meisten = ‘het meest’. Voorbeeld: Ich trinke mehr Tee. = ‘Ik drink meer thee.’ Wasser betekent ‘water’. Het is een ons- of massazelfstandig naamwoord en wordt in deze zin zonder lidwoord gebruikt wanneer water als stof of onbepaalde hoeveelheid wordt bedoeld. Voorbeeld: Das Wasser ist kalt. = ‘Het water is koud.’ trinken betekent ‘drinken’. Dit is de infinitief die na kann staat; de persoonsvorm is dus kann, niet trinken. De belangrijkste vormen zijn trinken (infinitief), ich trinke (tegenwoordige tijd) en ich trank (verleden tijd). Voorbeeld: Wir trinken Wasser. = ‘Wij drinken water.’ Samen vormen de delen: Ich kann + bei der Arbeit + mehr Wasser + trinken. De zin betekent daarom: ‘Ik kan meer water drinken als ik aan het werk ben.’ De Duitse formulering plaatst de infinitief trinken aan het einde, terwijl bei der Arbeit de werksituatie aanduidt. De zin zegt niet hoeveel water er precies wordt gedronken; alleen dat de hoeveelheid groter kan zijn.
Das kann dir am Nachmittag mehr Energie geben.
Dat kan je energie in de middag helpen.
- Das
- dat
- kann
- kan
- dir
- aan jou; je
- Nachmittag
- middag
- mehr
- meer
- Energie
- energie
- geben
- geven
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord. Het verwijst naar iets dat in deze zin niet nader wordt genoemd; de concrete referent is dus niet vastgelegd. De vorm das is onzijdig en verschilt bijvoorbeeld van der en die in andere grammaticale omstandigheden. Voorbeeld: Das ist gut. — “Dat is goed.” kann is de vorm van können voor ich, er, sie en es in de tegenwoordige tijd; hier staat hij bij Das. Het drukt mogelijkheid of vermogen uit. In een hoofdzin staat de vervoegde vorm op de tweede plaats en komt het andere werkwoord aan het einde: Ich kann heute kommen. — “Ik kan vandaag komen.” dir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: du wordt dir in een datiefrol. Hier is die persoon degene voor wie het geven bedoeld is, zonder dat de zin een zelfstandig naamwoord voor die persoon noemt. Vergelijk du als onderwerp met dir na bijvoorbeeld geben: Ich gebe dir das Buch. — “Ik geef jou het boek.” Nachmittag is het zelfstandig naamwoord voor de middag, na de ochtend en vóór de avond. In de vaste tijdsaanduiding am Nachmittag betekent het “in de middag”; am is hier de samentrekking van an dem. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Nachmittag. Voorbeeld: Am Nachmittag arbeite ich. — “'s Middags werk ik.” mehr is de vergrotende vorm die “meer” uitdrukt. Hij wordt gebruikt wanneer de hoeveelheid of mate groter is dan een andere hoeveelheid of dan eerder het geval was. De bijbehorende basisvorm is viel (“veel”): viel → mehr → am meisten. Voorbeeld: Ich brauche mehr Zeit. — “Ik heb meer tijd nodig.” Energie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Energie. In deze zin gaat het om energie als iets dat iemand kan krijgen of waarvan de hoeveelheid kan toenemen. Voorbeeld: Ich habe heute wenig Energie. — “Ik heb vandaag weinig energie.” geben is het werkwoord “geven”. Het staat hier in de infinitief omdat het bij het modale werkwoord kann hoort; bij een modaal werkwoord staat de infinitief doorgaans aan het einde: Das kann dir helfen. — “Dat kan je helpen.” De combinatie mehr Energie geben betekent letterlijk “meer energie geven” en drukt hier uit dat iets iemand meer energie kan verschaffen. Samen vormen de delen Das kann dir ... geben: “Dat kan je ... geven”. am Nachmittag bepaalt wanneer dit kan gebeuren, en mehr Energie is wat gegeven wordt. De volledige zin betekent daarom: “Dat kan je in de middag meer energie geven.”
Soll ich nach dem Abendessen auch Sport machen?
Moet ik na het avondeten ook sporten?
- Soll ich
- zal ik
- nach
- na
- Abendessen
- avondeten
- auch
- ook
- Sport
- sport
- machen
- doen
Uitgebreide uitleg
Soll ich betekent hier “zal ik ...?” en vormt een vraag naar wat de spreker het beste kan doen. soll is de vorm van sollen bij ich; ich soll betekent in een mededelende zin eerder “ik moet/hoor te”. In deze vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan, zoals vaak in een Duitse ja-neevraag. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Zal ik wachten?” nach geeft hier tijd aan: “na”. In deze betekenis krijgt het een naamwoordgroep in de datief. Daarom staat er dem bij het onzijdige zelfstandige naamwoord Abendessen: nach dem Abendessen — “na het avondeten”. Abendessen is hier een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. auch betekent hier “ook” en voegt sporten toe als een extra mogelijkheid naast wat de spreker al overweegt. De precieze reikwijdte blijkt uit de hele vraag; het woord zelf betekent niet “na” of “moeten”. Sport machen is een gebruikelijke combinatie voor sporten of aan lichaamsbeweging doen. Sport is hier het zelfstandig naamwoord in die vaste combinatie. Voorbeeld: Wir machen jeden Morgen Sport. — “Wij sporten elke ochtend.” machen betekent “doen” en staat hier in de infinitief. Na de vervoegde vorm soll blijft het tweede werkwoord in het Duits in de infinitief en staat het aan het einde van de vraag. Het is dus Soll ich ... machen?, niet een vervoegde vorm van machen na soll. Samen vormen de delen Soll ich + nach dem Abendessen + auch + Sport machen? de vraag: “Moet ik na het avondeten ook sporten?” In de vaste Nederlandse vertaling is de modaliteit weergegeven met “moet ik”, terwijl de Duitse vraagvorm Soll ich ...? hier de betekenis “zal ik ...?” uitdrukt. De vraag gaat over sporten na de avondmaaltijd.
Ein kurzer Spaziergang wäre ein machbarer Anfang.
Een korte wandeling zou een haalbaar begin zijn.
- kurzer
- kort(e)
- Spaziergang
- wandeling
- wäre
- zou zijn
- machbarer
- haalbaar
- Anfang
- begin
Uitgebreide uitleg
kurzer betekent hier “kort” en beschrijft Spaziergang. De basisvorm is kurz; de uitgang -er hoort bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in het nominatief na ein: ein kurzer Spaziergang. Bij een ander geslacht of een andere naamval kan de uitgang veranderen. Spaziergang betekent “wandeling”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Spaziergang, meervoud die Spaziergänge. Een bruikbaar voorbeeld is: Der Spaziergang war angenehm. — “De wandeling was aangenaam.” wäre is de vorm van sein (“zijn”) in de Konjunktiv II. In deze zin maakt die vorm het voorstel voorwaardelijk of voorzichtig: het gaat om iets dat een geschikte mogelijkheid zou zijn, niet om een vaststaand feit. De tegenwoordige vorm is ist; vergelijk Das ist ein Anfang. — “Dat is een begin.” machbarer betekent hier “haalbaar”. De basisvorm is machbar; de uitgang -er komt doordat het bijvoeglijk naamwoord vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Anfang staat in ein machbarer Anfang. Het woord drukt uit dat iets praktisch uitvoerbaar lijkt. Voorbeeld: Dieser Plan ist machbar. — “Dit plan is haalbaar.” Anfang betekent “begin”. Het is mannelijk: der Anfang; het meervoud is die Anfänge. Een korte wandeling kan dus als een eerste stap worden voorgesteld zonder dat Anfang zelf een handeling benoemt. Samen vormen de delen Ein kurzer Spaziergang (“een korte wandeling”) en wäre ein machbarer Anfang (“zou een haalbaar begin zijn”). De volledige zin betekent: “Een korte wandeling zou een haalbaar begin zijn.” De combinatie wäre ... + een zelfstandig naamwoord met ein is een herbruikbaar patroon om een mogelijke beoordeling of voorzichtige suggestie uit te drukken: Ein kleiner Schritt wäre ein guter Anfang. — “Een kleine stap zou een goed begin zijn.”
Ich kann meine Schuhe an die Tür stellen, damit ich daran denke, loszugehen.
Ik kan mijn schoenen bij de deur zetten, zodat ik eraan denk om te gaan.
- Ich kann
- ik kan
- Schuhe
- schoenen
- Tür
- deur
- stellen
- zetten
- damit
- zodat
- daran
- eraan
- denke
- denk
- loszugehen
- te gaan
Uitgebreide uitleg
Ich kann: kann is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van können in de tegenwoordige tijd. Samen met Ich betekent dit dat de spreker iets kan of mag doen; hier drukt het een mogelijkheid uit. Na een modaal werkwoord staat het hoofdwerkwoord als infinitief aan het einde van de hoofdzin: Ich kann heute kommen = Ik kan vandaag komen. Schuhe: Dit is het meervoud van der Schuh (schoen). De meervoudsvorm is Schuhe; in deze zin staat de woordgroep meine Schuhe in de accusatief, omdat zij het direct object van stellen is. De vorm van het zelfstandig naamwoord zelf verandert hier niet zichtbaar door die naamval. Duits schrijft zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter. Vergelijk ein Schuh en zwei Schuhe. Tür: die Tür betekent deur. In an die Tür staat an met de accusatief omdat de plaatsing op een doel of bestemming wordt gericht. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord ziet het lidwoord die er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit; die bewijst hier dus op zichzelf niet welke van die twee naamvallen bedoeld is. Tür is het zelfstandig naamwoord, niet het voorzetsel. stellen: Dit is de infinitief van stellen, hier “plaatsen/zetten”. Het werkwoord kan het neerzetten of plaatsen van iets uitdrukken; de precieze fysieke houding hangt van het voorwerp en de situatie af. Na kann komt de infinitief aan het einde van de hoofdzin: Ich kann die Tasche dort stellen = Ik kan de tas daar neerzetten. damit: Dit leidt een bijzin met een doel in: “zodat” of “opdat”. Het vervoegde werkwoord staat in zo’n bijzin achteraan. Patroon: ..., damit + onderwerp + ... + vervoegd werkwoord. daran: daran betekent hier “eraan” in de verbinding an etwas denken (“aan iets denken”). Het is een pronominaal bijwoord: da- wordt met an gecombineerd en krijgt voor een klinker een tussen-r, dus daran. De vaste vertaling ondersteunt hier “eraan”, zonder een specifieker afzonderlijk object aan te wijzen. denke: Dit is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van denken in de tegenwoordige tijd: ich denke. De verbinding an etwas denken betekent “aan iets denken”. In de damit-bijzin staat denke als vervoegd werkwoord aan het einde van die bijzin. Voorbeeld: Ich denke an den Termin = Ik denk aan de afspraak. loszugehen: Dit is de infinitief met zu van het scheidbare werkwoord losgehen: losgehen → loszugehen. Het betekent “vertrekken” of “beginnen te gaan”; hier geeft de vaste vertaling eenvoudig “gaan”. Het verschilt van het algemenere gehen, omdat losgehen het vertrekken of op weg gaan benadrukt. Voorbeeld: Ich denke daran, morgen loszugehen = Ik denk eraan morgen te vertrekken. Samen vormen de delen: Ich kann meine Schuhe an die Tür stellen betekent “Ik kan mijn schoenen bij de deur zetten”. damit ich daran denke, loszugehen geeft het doel aan: “zodat ik eraan denk om te gaan”. De volledige zin zegt dus dat de spreker de schoenen bij de deur kan zetten als geheugensteun om te vertrekken.
Das klingt realistisch und leicht durchzuhalten.
Dat klinkt realistisch en makkelijk vol te houden.
- Das
- dat
- klingt
- klinkt
- realistisch
- realistisch
- leicht
- makkelijk
- durchzuhalten
- vol te houden
Uitgebreide uitleg
Das is hier een zelfstandig gebruikt aanwijzend/neutraal voornaamwoord als onderwerp: “dat”. De vorm zelf zegt niet welk concreet plan of idee bedoeld wordt; die verwijzing moet uit de context komen. Vergelijk: Das ist gut. = “Dat is goed.” klingt is de derde persoon enkelvoud van klingen (“klinken”). In deze zin betekent het niet letterlijk een geluid maken, maar “klinken” in de beoordeling “realistisch klinken”. De tegenwoordige tijd geeft de huidige indruk weer. Das klingt gut. = “Dat klinkt goed.” realistisch is een onveranderlijk bijvoeglijk naamwoord: “realistisch”. Hier beschrijft het de indruk die het onderwerp wekt. Als zelfstandig naamwoord krijgt het wel een andere vorm, bijvoorbeeld eine realistische Idee = “een realistisch idee”; in deze zin is er geen zelfstandig naamwoord waar het mee moet congrueren. leicht betekent hier “makkelijk” en beoordeelt de uitvoerbaarheid van de daaropvolgende handeling. Het is geen vergelijking; de vergelijkende vorm is leichter (“makkelijker”) en de overtreffende vorm am leichtesten (“het makkelijkst”). Das ist leicht zu verstehen. = “Dat is makkelijk te begrijpen.” durchzuhalten is de zu-infinitief van het scheidbare werkwoord durchhalten (“volhouden”). Bij dit werkwoord komt zu in de infinitief tussen het voorvoegsel durch en halten: durchzuhalten. De vorm noemt hier de handeling die makkelijk wordt genoemd: iets volhouden. Es ist schwer, lange durchzuhalten. = “Het is moeilijk om het lang vol te houden.” Samen vormen leicht durchzuhalten een beoordeling van de uitvoerbaarheid: “makkelijk vol te houden”. Het patroon Das klingt + bijvoeglijk naamwoord + zu-infinitief geeft weer hoe een voorstel of plan overkomt en welke handeling volgens die beoordeling uitvoerbaar is. De volledige zin betekent daarom: “Dat klinkt realistisch en makkelijk vol te houden.”
Grammatica
ein + Adjektivendung -er + maskulines Substantiv
Ein kurzer Spaziergang ist ein machbarer Anfang.
ain koer-tuh sjpa-tsieer-gang ist ain maag-baaruh an-fang.Een korte wandeling is een haalbaar begin.
Na ein krijgt het bijvoeglijk naamwoord vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord vaak de uitgang -er: ein kurzer Spaziergang.
beginnen + zu + Infinitiv
Beginne, täglich Wasser zu trinken.
be-gin-nuh, teek-li-sj vassuh tsoe trien-kuh.Begin dagelijks water te drinken.
Na beginnen gebruik je zu + infinitief voor de volgende handeling: zu trinken.
Duits woordenschat
bei der Arbeit
Beginne mit kleinen Veränderungen
die du durchhalten kannst
mehr Energie geben
eine gesündere tägliche Routine
mit kleinen Veränderungen
am Nachmittag
tägliche Routine
eine gesündere tägliche Routine
mehr Wasser trinken
mit kleinen Veränderungen
mehr Wasser trinken
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik wil een gezondere dagelijkse routine.
Antwoord tonen
Ich möchte eine gesündere tägliche Routine.Dat klinkt realistisch en makkelijk vol te houden.
Antwoord tonen
Das klingt realistisch und leicht durchzuhalten.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
werk
Antwoord tonen
Arbeitwater
Antwoord tonen
Wasserklein
Antwoord tonen
kleinenvolhouden