Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Regels voor een gedeelde keuken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich bin neu in dieser Gemeinschaftsküche. Was sollte ich wissen?
Ich bin nooj in diezer ge-maain-sjaf-ts-kuu-che. Vas zolte ich vissən? Ik ben nieuw in deze gedeelde keuken. Wat moet ik weten?Halte die Arbeitsflächen frei und räum direkt nach dem Kochen auf.
Halte die aarbaits-flee-chən fraai oent roim die-rekt naach deem kooche(n) aauf. Houd de werkbladen vrij en ruim meteen na het koken op.Wohin soll ich eine Pfanne stellen, nachdem ich sie gespült habe?
Vo-hin zol ich aaine pfanne sjtellən, naach-deem ich zie ge-sjpuult haabe? Waar moet ik een pan neerzetten nadat ik hem heb afgewassen?Benutze das untere Fach neben der Spüle, wenn die Pfanne trocken ist.
Be-noetse das oentere faach nee-ben deer sjpuule, ven die pfanne trocken ist. Gebruik de onderste plank naast de gootsteen als de pan droog is.Soll ich die Arbeitsfläche abwischen, bevor ich gehe?
Zol ich die aarbaits-flee-che ap-vissjen, be-foor ich gee-e? Moet ik het aanrecht afnemen voordat ik wegga?Wisch sie ab und räum alles weg, was du benutzt hast.
Vissj zie ap oent roim alles vek, vas doe be-noetst hast. Neem het af en berg alles op wat je hebt gebruikt.Soll ich noch etwas prüfen?
Zol ich noch etvas pruu-fən? Moet ik nog iets controleren?Mach den Platz für die nächste Person bereit.
Mach deen plats fuur die neechste per-zoon be-raait. Maak de ruimte klaar voor de volgende persoon.Uitleg van de zinnen
Ich bin neu in dieser Gemeinschaftsküche. Was sollte ich wissen?
Ik ben nieuw in deze gedeelde keuken. Wat moet ik weten?
- Ich bin
- ik ben
- neu
- nieuw
- in
- in
- dieser
- deze
- Gemeinschaftsküche
- gedeelde keuken
- Was sollte ich
- wat zou ik moeten
- wissen
- weten
Uitgebreide uitleg
Ich bin betekent hier “ik ben”. sein is het werkwoord “zijn”; bin is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd. Voorbeelden: Ich bin müde. = “Ik ben moe.” Sie ist neu hier. = “Zij is hier nieuw.” neu betekent hier “nieuw”, in de betekenis dat de spreker nog geen ervaring heeft met deze plek of groep. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In Ich bin neu staat het na sein en krijgt het geen uitgang. in leidt hier de plaats aan: “in”. Bij een plaats kan in een toestand op een locatie uitdrukken. Het volgende zelfstandig naamwoord staat hier in de datief, wat zichtbaar is aan dieser. dieser betekent hier “deze” en verwijst naar de genoemde keuken. De vorm is datief enkelvoud vrouwelijk, passend bij die Küche: in dieser Küche. De vorm van het aanwijzende woord verandert dus mee met naamval en grammaticaal geslacht; diese is bijvoorbeeld de vorm bij nominatief vrouwelijk of meervoud, terwijl diesem bij datief mannelijk of onzijdig hoort. Gemeinschaftsküche is een samenstelling van Gemeinschaft (“gemeenschap”) en Küche (“keuken”): “gemeenschappelijke keuken” of, in deze vertaling, “gedeelde keuken”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Gemeinschaftsküche. In een Duitse samenstelling bepaalt het laatste deel doorgaans het grammaticale geslacht; daarom volgt dit woord het patroon van die Küche. Was sollte ich is een vraagpatroon met “wat zou ik moeten ...?” was vraagt naar iets, en ich is de handelende persoon. sollte is de vorm van sollen die hier een advies of verwachting uitdrukt: “zou moeten”. Het is niet hetzelfde als een vast bevel. Een vergelijkbaar patroon is Was sollte ich tun? = “Wat zou ik moeten doen?” wissen betekent “weten”, vooral: informatie bezitten of kennen. Het is de infinitief van wissen; die infinitief staat hier aan het einde omdat sollte de vervoegde vorm is. Vergelijk Ich weiß das. = “Ik weet dat.” en Ich möchte mehr wissen. = “Ik wil meer weten.” wissen verschilt van kennen, dat meestal gaat over vertrouwd zijn met een persoon, plaats of onderwerp. Samen betekent Ich bin neu in dieser Gemeinschaftsküche: “Ik ben nieuw in deze gedeelde keuken.” Daarna vraagt Was sollte ich wissen? letterlijk naar wat de spreker zou moeten weten. De volledige betekenis is dus: “Ik ben nieuw in deze gedeelde keuken. Wat moet ik weten?”
Halte die Arbeitsflächen frei und räum direkt nach dem Kochen auf.
Houd de werkbladen vrij en ruim meteen na het koken op.
- Halte
- houd
- Arbeitsflächen
- werkbladen
- frei
- vrij
- räum … auf
- ruim op
- direkt
- meteen
- nach dem Kochen
- na het koken
Uitgebreide uitleg
Halte is de gebiedende wijs van halten voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. Hier betekent het: zorg dat iets vrij blijft. In een beleefde aanspreekvorm gebruik je bijvoorbeeld Halten Sie .... Arbeitsflächen betekent hier werkbladen of werkoppervlakken. Het is het meervoud van Arbeitsfläche; het woord verwijst dus naar meerdere oppervlakken waarop je in de keuken werkt. Het meervoud staat hier ook als lijdend voorwerp bij Halte. frei is een bijvoeglijk naamwoord dat na halten predicatief wordt gebruikt: etwas frei halten betekent iets vrij of onbezet houden. Het beschrijft hier de toestand die de werkbladen moeten behouden, niet een eigenschap die vóór het zelfstandig naamwoord staat. Een bruikbaar contrast is frei tegenover belegt wanneer een oppervlak niet langer vrij is. räum ... auf komt van het scheidbare werkwoord aufräumen, ‘opruimen’. In de informele gebiedende wijs voor du staat het werkwoord als räum aan het begin en het voorvoegsel auf aan het einde: Räum den Tisch auf. — ‘Ruim de tafel op.’ Het voorwerp of een andere bepaling kan dus tussen beide delen staan. direkt betekent hier ‘meteen’ of ‘direct’, zonder uitstel. Het bepaalt wanneer het opruimen moet gebeuren; het maakt op zichzelf geen deel uit van het werkwoord aufräumen. nach dem Kochen betekent ‘na het koken’. nach wordt in deze tijdsaanduiding met de datief gebruikt: dem is hier de datiefvorm van het lidwoord bij het onzijdige, tot zelfstandig naamwoord gemaakte infinitief Kochen. Vergelijk nach dem Essen — ‘na het eten’. Het gaat hier om het moment na het koken, niet om een persoon of voorwerp dat gekookt wordt. Samen vormen de delen twee gebiedende aanwijzingen: houd de werkbladen vrij, en ruim meteen na het koken op. De tweede aanwijzing gebruikt de scheidbare vorm räum ... auf, met direkt voor het tijdstip en nach dem Kochen voor de gebeurtenis waarna het opruimen moet plaatsvinden. De volledige betekenis is daarom: ‘Houd de werkbladen vrij en ruim meteen na het koken op.’
Wohin soll ich eine Pfanne stellen, nachdem ich sie gespült habe?
Waar moet ik een pan neerzetten nadat ik hem heb afgewassen?
- Wohin
- waarheen
- soll ich
- moet ik
- stellen
- neerzetten
- Pfanne
- pan
- nachdem
- nadat
- sie
- de pan
- gespült habe
- heb afgewassen
Uitgebreide uitleg
Wohin vraagt naar een bestemming of richting: “waarheen/waar naartoe?”, niet alleen naar een plaats waar iets zich bevindt. Vergelijk Wo steht die Pfanne? (“Waar staat de pan?”) met Wohin soll ich die Pfanne stellen? (“Waar moet ik de pan neerzetten?”). Wo vraagt naar de locatie; wohin naar de bestemming. soll ich bestaat uit de eerste persoon enkelvoud van sollen en het onderwerp ich. Hier drukt sollen uit wat de spreker volgens de situatie moet doen of waarover die om aanwijzingen vraagt. Het vervoegde modale werkwoord staat in de hoofdzin op de tweede zinsplaats, terwijl het andere werkwoord aan het einde staat: Wo soll ich die Pfanne hinstellen? betekent “Waar moet ik de pan neerzetten?” stellen betekent hier iets op een bepaalde plaats zetten. Het is de infinitief die door soll wordt gebruikt. Een nuttig contrast is stehen voor de toestand: Die Pfanne steht dort. — “De pan staat daar.” Bij een handeling waarbij je iets plaatst, gebruikt het Duits onder meer stellen; de precieze keuze hangt ook af van de manier waarop het voorwerp wordt geplaatst. Pfanne betekent “pan”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Pfanne. In eine Pfanne staat het onbepaalde lidwoord in de vorm die past bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de vierde naamval, omdat de pan het voorwerp van stellen is. Eine introduceert hier een pan, maar stelt op zichzelf geen exact aantal vast. Een bruikbaar voorbeeld is Die Pfanne ist trocken. — “De pan is droog.” nachdem betekent “nadat” en leidt een bijzin in die aangeeft welke handeling eerder is voltooid. In een Duitse nachdem-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Bijvoorbeeld: Nachdem ich gegessen habe, räume ich auf. — “Nadat ik heb gegeten, ruim ik op.” sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval en verwijst naar eine Pfanne: “de pan”. De vorm sie past bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Pfanne; de grammaticale vorm wordt hier bovendien bepaald door zijn functie als voorwerp van gespült. In deze vorm vallen de vrouwelijke enkelvoudsvormen van de eerste en vierde naamval samen; de zinsfunctie bepaalt dus de naamval, ook al verandert de zichtbare vorm niet. gespült habe vormt hier het perfectum van spülen (“afwassen” of “spoelen”). gespült is het voltooid deelwoord van spülen, en habe is de eerste persoon enkelvoud van haben. In deze bijzin staat het hulpwerkwoord aan het einde: nachdem ich sie gespült habe — “nadat ik de pan heb afgewassen”. Het onderwerp ich bepaalt de vorm habe; gespült verandert niet mee met die persoon. Samen betekent Wohin soll ich eine Pfanne stellen, nachdem ich sie gespült habe?: “Waar moet ik een pan neerzetten nadat ik hem heb afgewassen?” De hoofdzin vraagt naar de bestemming (Wohin), gebruikt soll ich voor de gevraagde handeling en stellen voor het neerzetten. De bijzin met nachdem geeft aan dat het afwassen eerst klaar is. sie verwijst hier naar de pan; de vraag gaat vervolgens over de plaats waar die pan moet worden neergezet.
Benutze das untere Fach neben der Spüle, wenn die Pfanne trocken ist.
Gebruik de onderste plank naast de gootsteen als de pan droog is.
- Benutze
- gebruik
- das
- het
- untere
- onderste
- Fach
- plank; vak
- neben der Spüle
- naast de gootsteen
- wenn
- als; wanneer
- Pfanne
- pan
- trocken
- droog
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Benutze is de gebiedende wijs van benutzen (“gebruiken”), voor één aangesproken persoon in de informele vorm. De aangesproken persoon is in deze vorm niet als apart woord zichtbaar: het onderwerp du blijft impliciet. Bijvoorbeeld: Benutze diesen Stift. — “Gebruik deze pen.” das is hier het bepaalde lidwoord bij Fach. Het markeert een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; het drukt op zichzelf geen aantal uit. In das untere Fach staat het geheel als lijdend voorwerp bij Benutze. untere is de verbogen vorm van het bijvoeglijke woord unter in de betekenis “onderste”. De vorm past bij het onzijdige enkelvoud na het bepaalde lidwoord das: das untere Fach. Het tegenovergestelde is obere (“bovenste”): das obere Fach — “het bovenste vak.” Fach betekent hier een afzonderlijk opbergvak of een plankachtig compartiment. Het meervoud is Fächer: zwei Fächer — “twee vakken.” In deze zin geeft de vaste vertaling de bedoelde context weer als “de onderste plank”. neben der Spüle is een plaatsbepaling: “naast de gootsteen”. neben krijgt bij een vaste plaats de datief; daarom staat het vrouwelijke enkelvoud die Spüle hier als der Spüle. Bij beweging naar een plaats kan neben met de accusatief worden gebruikt, bijvoorbeeld Ich stelle die Pfanne neben die Spüle. — “Ik zet de pan naast de gootsteen.” wenn leidt de voorwaardelijke bijzin in: “als” of “wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat de persoonsvorm doorgaans aan het einde. Het betekent hier dat de handeling uit de hoofdzin geldt onder de voorwaarde die volgt; het is niet het vraagwoord wann (“wanneer?”). Pfanne betekent “pan”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in de volledige zin staat die Pfanne als onderwerp van de bijzin. Het meervoud is Pfannen: Die Pfannen sind trocken. — “De pannen zijn droog.” trocken is het predicatieve bijvoeglijke woord “droog”. Na ist krijgt het hier geen uitgang: Die Pfanne ist trocken — “De pan is droog.” Voor een zelfstandig naamwoord kan het wel verbogen worden, bijvoorbeeld eine trockene Pfanne — “een droge pan.” ist is de enkelvoudsvorm van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd, hier bij het onderwerp die Pfanne: “is”. In de bijzin staat deze persoonsvorm achteraan, zoals ook door de positie van wenn wordt ingeleid. Samen betekent Benutze das untere Fach neben der Spüle “Gebruik het onderste vak/de onderste plank naast de gootsteen”. De bijzin wenn die Pfanne trocken ist voegt de voorwaarde toe: “als de pan droog is”. De volledige herbruikbare structuur is: Benutze [iets], wenn [voorwaarde]. — “Gebruik [iets] als [voorwaarde].”
Soll ich die Arbeitsfläche abwischen, bevor ich gehe?
Moet ik het aanrecht afnemen voordat ik wegga?
- Soll ich
- Moet ik
- Arbeitsfläche
- aanrecht; werkoppervlak
- abwischen
- afnemen
- bevor
- voordat
- gehe
- ga
Uitgebreide uitleg
Soll ich vormt een vraag met sollen en betekent hier dat de spreker vraagt of dit de bedoeling of gewenste handeling is: “Moet ik …?” soll is juist de vorm van sollen bij ich in de tegenwoordige tijd; dezelfde vorm komt ook voor bij er/sie/es. In een ja-neevraag staat deze vorm vóór het onderwerp: Soll ich warten? = “Moet ik wachten?” Arbeitsfläche betekent hier het werk- of aanrechtoppervlak dat moet worden schoongemaakt. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Arbeitsfläche. Als lijdend voorwerp staat het hier in de accusatief, maar bij dit woord ziet de vorm er hetzelfde uit als in de nominatief. Het meervoud is Arbeitsflächen. abwischen is een scheidbaar werkwoord met de betekenis “afnemen” of “wegvegen”. De basisvorm is abwischen; in een hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen: Ich wische die Arbeitsfläche ab. In deze vraag blijft de infinitief bijeen na soll: Soll ich die Arbeitsfläche abwischen? Het is niet hetzelfde als alleen wischen, dat algemener “vegen” of “afnemen” betekent. bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon is bevor + onderwerp + ... + werkwoord: Bevor ich gehe, wische ich ab. = “Voordat ik ga, neem ik het af.” gehe is de ik-vorm van gehen in de tegenwoordige tijd: ich gehe = “ik ga”. In bevor ich gehe verwijst de tegenwoordige tijd naar een handeling die nog moet plaatsvinden ten opzichte van het afnemen. Omdat gehe in de bijzin staat, komt het aan het einde. Vergelijk: bevor ich schlafe = “voordat ik slaap”. De delen worden samen: Soll ich die Arbeitsfläche abwischen? vraagt of de spreker het aanrecht moet afnemen. bevor ich gehe bepaalt wanneer: dat moet gebeuren vóórdat de spreker weggaat. De volledige betekenis is dus: “Moet ik het aanrecht afnemen voordat ik wegga?”
Wisch sie ab und räum alles weg, was du benutzt hast.
Neem het af en berg alles op wat je hebt gebruikt.
- Wisch … ab
- neem af
- räum … weg
- berg op
- alles
- alles
- was du benutzt hast
- wat je hebt gebruikt
Uitgebreide uitleg
Wisch ... ab komt van abwischen en betekent hier iets afnemen. De vorm Wisch is de gebiedende wijs voor du; bij een scheidbaar werkwoord staat het partikel ab achteraan: Wisch die Fläche ab. = Neem het oppervlak af. In deze zin verwijst sie, op basis van de context en vertaling, naar het eerder genoemde aanrecht of werkoppervlak. Het voornaamwoord staat tussen het werkwoord en het afgesplitste partikel. räum ... weg komt van wegräumen: iets wegzetten of opruimen. Räum is opnieuw de gebiedende wijs voor du, en weg staat als afgesplitst partikel achter het object: Räum die Bücher weg. = Berg de boeken op. Het is niet hetzelfde als alleen räumen, dat algemener ‘ruimte maken’ of ‘opruimen’ kan betekenen. alles betekent alles of alles wat. Het is hier het lijdend voorwerp van räum ... weg; het stelt niet noodzakelijk een bepaald aantal voor. Na alles gebruikt het Duits was als betrekkelijk voornaamwoord: alles, was ... = alles wat ... was du benutzt hast specificeert wat met alles wordt bedoeld: alles wat je hebt gebruikt. Benutzt is het voltooid deelwoord van benutzen (‘gebruiken’). Hast is de vorm van haben bij du; samen vormen ze het Perfekt. In de bijzin staat het hulpwerkwoord achteraan: was du benutzt hast. Was verwijst hier naar alles, niet naar een afzonderlijk genoemd voorwerp. De twee bevelen zijn dus parallel opgebouwd: Wisch sie ab en räum alles weg. Het eerste betekent dat je het bedoelde oppervlak afneemt; het tweede dat je alle gebruikte dingen opbergt. De relatieve bijzin beperkt alles tot de dingen die je hebt gebruikt. Samen ontstaat de betekenis: ‘Neem het af en berg alles op wat je hebt gebruikt.’
Soll ich noch etwas prüfen?
Moet ik nog iets controleren?
- Soll ich
- moet ik / zal ik
- noch etwas
- nog iets
- prüfen
- controleren
Uitgebreide uitleg
Soll ich vormt hier een vraag met sollen en betekent “zal/moet ik … doen?”. Soll is de vervoegde vorm van sollen bij ich; in een ja-neevraag staat deze vorm vooraan en komt het onderwerp erna. Het infinitief dat bij sollen hoort, staat verderop in de zin. Voorbeeld: Soll ich warten? = “Zal ik wachten?” noch etwas betekent hier “nog iets”: noch voegt iets extra’s toe en etwas is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemd ding. Etwas drukt op zichzelf geen bepaald aantal uit. Vergelijk: Ich brauche noch etwas. = “Ik heb nog iets nodig.” prüfen is het infinitief “controleren” of “nakijken”. De vorm blijft hier een infinitief omdat hij na soll staat; de persoonsinformatie zit in soll. Voorbeeld: Ich prüfe die Liste. = “Ik controleer de lijst.” Samen is Soll ich noch etwas prüfen? een vraag of de spreker nog iets extra’s moet controleren: “Moet ik nog iets controleren?” De vraag gebruikt dus het patroon Soll ich + infinitief?, dat je kunt hergebruiken met andere handelingen, bijvoorbeeld Soll ich helfen? = “Zal ik helpen?”
Mach den Platz für die nächste Person bereit.
Maak de ruimte klaar voor de volgende persoon.
- Mach … bereit
- maak klaar
- den Platz
- de plek of ruimte
- nächste
- volgende
- Person
- persoon
Uitgebreide uitleg
Mach … bereit is hier de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord bereitmachen: iets klaarmaken of voorbereiden. In deze vorm staat Mach vooraan en bereit aan het einde. Mach richt de opdracht tot één aangesproken persoon; bij meerdere aangesproken personen staat Macht … bereit. Voorbeeld: Mach das Essen bereit. — Maak het eten klaar. den Platz is wat klaargemaakt moet worden: hier de plek of ruimte. Platz is een mannelijk zelfstandig naamwoord. den is de accusatiefvorm na het bepaalde lidwoord der; de accusatief markeert hier het directe object van mach … bereit. Voorbeeld: Ich mache den Tisch bereit. — Ik maak de tafel klaar. nächste betekent hier volgende en beschrijft Person. Het hoort bij de reeks nah — dichtbij, näher — dichterbij, am nächsten — het dichtstbij; in nächste betekent het in deze context de eerstvolgende. De uitgang in nächste Person past bij de vrouwelijke naamwoordgroep met het bepaalde lidwoord die. Voorbeeld: Die nächste Station ist hier. — De volgende halte is hier. Person betekent persoon. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Person. In für die nächste Person staat het in de accusatief, omdat für die naamval verlangt; bij Person is de vorm in enkelvoud daar hetzelfde als in de nominatief. Het meervoud is Personen. Voorbeeld: Die Person wartet. — De persoon wacht. Samen vormt Mach den Platz für die nächste Person bereit een opdracht. für die nächste Person geeft aan voor wie de plek of ruimte bedoeld is; für vereist hier de accusatief, maar het bijbehorende zelfstandig naamwoord is Person, niet Platz. De delen Mach en bereit horen bij elkaar als het scheidbare werkwoord bereitmachen. De volledige betekenis is: Maak de ruimte klaar voor de volgende persoon.
Grammatica
aufräumen: räum ... auf
Räum die Arbeitsflächen direkt auf.
Roim die aarbaits-flee-chən die-rekt aauf.Ruim de werkbladen meteen op.
Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel achteraan in de hoofdzin.
bevor + bijzin
Bevor ich gehe, räume ich die Pfanne weg.
Be-foor ich gee-e, roime ich die pfanne vek.Voordat ik ga, ruim ik de pan op.
Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.
Duits woordenschat
Halte die Arbeitsflächen frei.
Räum direkt nach dem Kochen auf.
Räum direkt nach dem Kochen auf.
Halte die Arbeitsflächen frei.
Ich bin neu in dieser Gemeinschaftsküche.
Räum direkt nach dem Kochen auf.
Ich bin neu in dieser Gemeinschaftsküche.
Wohin soll ich eine Pfanne stellen?
Nachdem ich sie gespült habe.
Wohin soll ich eine Pfanne stellen?
Benutze das untere Fach neben der Spüle.
Was sollte ich wissen?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Moet ik nog iets controleren?
Antwoord tonen
Soll ich noch etwas prüfen?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
weten
Antwoord tonen
wissenkoken
Antwoord tonen
Kochenmeteen; direct
Antwoord tonen
direktvrij