Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een gedeelde kantoorruimte netjes gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich brauche einen ruhigen Raum für einen Anruf.
Iesj brawge eenen roewigen raum fuur einen aanroef. Ik heb een rustige kamer nodig voor een telefoongesprek.Schau zuerst in den Kalender des gemeinsamen Büros.
Sjau tsoe-eerst in deen kalenduh des gemeinzaamen byuroos. Kijk eerst in de agenda van het gedeelde kantoor.Der kleine Raum scheint heute Nachmittag frei zu sein.
Deer klainuh raum sjaint hoytuh naachmitaak frai tsoe zain. De kleine kamer lijkt vanmiddag vrij te zijn.Trag die Buchung in den Kalender ein, bevor du den Raum benutzt.
Traak die boekong in deen kalenduh ain, behfoor doe deen raum benoetst. Zet de reservering in de agenda voordat je de kamer gebruikt.Soll ich nach dem Anruf noch etwas tun?
Zol iesj naach deem aanroef noch etvas toen? Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?Räum den Schreibtisch leer und nimm deine Sachen mit.
Roim deen sjraiptisj leer oent nim daine zaachen mit. Maak het bureau leeg en neem je spullen mee.Ich hinterlasse den Raum ordentlich, bevor ich gehe.
Iesj hinterlase deen raum ordentlisj, behfoor iesj gee-uh. Ik laat de kamer netjes achter voordat ik ga.Das hilft der nächsten Person, problemlos anzufangen.
Das hilpt deer neechsten perzoon, probleemloos an tsoe fangen. Dat helpt de volgende persoon om zonder problemen te beginnen.Uitleg van de zinnen
Ich brauche einen ruhigen Raum für einen Anruf.
Ik heb een rustige kamer nodig voor een telefoongesprek.
- Ich
- ik
- brauche
- heb nodig
- ruhigen
- rustige
- Raum
- ruimte; kamer
- für
- voor
- Anruf
- telefoongesprek
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. De vorm blijft voor de spreker hetzelfde als onderwerp; vergelijk bijvoorbeeld du = “jij” en wir = “wij”. brauche komt van brauchen (“nodig hebben”). Dit is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich brauche. Het werkwoord staat hier bij een behoefte aan iets. Voorbeeld: Ich brauche Hilfe. — “Ik heb hulp nodig.” ruhigen betekent hier “rustige”. Het grondwoord is het bijvoeglijk naamwoord ruhig (“rustig”). In einen ruhigen Raum krijgt ruhig de uitgang -en, omdat het bijvoeglijk naamwoord een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief nader bepaalt na einen. De accusatief markeert hier het voorwerp van brauche: de ruimte die de spreker nodig heeft. Vergelijk: ein ruhiger Raum — “een rustige ruimte” als onderwerp, maar Ich brauche einen ruhigen Raum — “Ik heb een rustige ruimte nodig”. Raum betekent “ruimte” of, in deze context, “kamer”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Raum, in deze zin einen Raum na brauchen. Het meervoud is Räume. für betekent “voor” en leidt hier het doel van de ruimte in. In het Duits neemt für een accusatiefgroep: für einen Anruf. Voorbeeld: Das ist für dich. — “Dat is voor jou.” Anruf betekent hier “telefoongesprek” of “telefoontje”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Anruf; na für staat het als einen Anruf. Het is verwant aan het scheidbare werkwoord anrufen (“opbellen”); Anruf is hier het zelfstandig naamwoord voor het telefoontje of telefoongesprek. De delen worden samen: Ich brauche = “ik heb nodig”, einen ruhigen Raum = “een rustige ruimte/kamer”, en für einen Anruf = “voor een telefoongesprek”. De volledige betekenis is dus: “Ik heb een rustige kamer nodig voor een telefoongesprek.”
Schau zuerst in den Kalender des gemeinsamen Büros.
Kijk eerst in de agenda van het gedeelde kantoor.
- Schau
- kijk
- zuerst
- eerst
- in den
- in de
- Kalender
- agenda
- gemeinsamen
- gedeelde
- Büros
- kantoor
Uitgebreide uitleg
Schau is de gebiedende wijs van schauen voor één aangesproken persoon: “kijk!”. De vorm richt de instructie rechtstreeks tot du; hij zegt op zichzelf niets over het aantal mensen dat in het kantoor werkt. Voorbeeld: Schau hier! — “Kijk hier!” zuerst betekent “eerst” en geeft de volgorde aan: deze handeling komt vóór een eventuele volgende handeling. Het is een bijwoord en verandert hier niet van vorm. in den hoort bij de vaste combinatie in den Kalender schauen: “in de agenda kijken”. Bij in staat hier de accusatief, omdat de blik op de inhoud van de agenda wordt gericht; den is de accusatief enkelvoud van het mannelijke lidwoord der. Dit verschilt van een plaatsbeschrijving zonder gerichte beweging, zoals im Kalender (“in de agenda”, met in dem), afhankelijk van de bedoelde constructie. Kalender is hier het mannelijke zelfstandig naamwoord der Kalender, “agenda” of “kalender”; de vertaling maakt duidelijk dat de agenda bedoeld is. Het meervoud is Kalender, dus zonder zichtbare uitgang: die Kalender. Voorbeeld: Ich prüfe den Kalender. — “Ik controleer de agenda.” gemeinsamen betekent hier “gedeelde” of “gemeenschappelijke”. Het bijvoeglijk naamwoord hoort bij Büros, niet bij Kalender. De basisvorm is gemeinsam; in des gemeinsamen Büros krijgt het de uitgang -en, omdat het na het bepaalde lidwoord des in deze naamwoordgroep staat. Voorbeeld: ein gemeinsamer Kalender — “een gedeelde agenda”. Büros is de genitief enkelvoud van das Büro, “kantoor”. De uitgang -s laat hier de verhouding zien: de agenda is die van het gedeelde kantoor. Het meervoud is Büros; de genitief enkelvoud en het meervoud hebben dus in deze vorm dezelfde uitgang, maar hun grammaticale functie komt uit de context. Samen betekent Schau zuerst in den Kalender des gemeinsamen Büros.: “Kijk eerst in de agenda van het gedeelde kantoor.” Schau geeft de opdracht, zuerst bepaalt de volgorde, in den Kalender noemt waarnaar gekeken moet worden, en des gemeinsamen Büros specificeert van welk kantoor de agenda is.
Der kleine Raum scheint heute Nachmittag frei zu sein.
De kleine kamer lijkt vanmiddag vrij te zijn.
- kleine
- klein
- Raum
- kamer
- scheint
- lijkt
- heute Nachmittag
- vanmiddag
- frei
- vrij
- zu sein
- te zijn
Uitgebreide uitleg
kleine betekent hier “kleine” en beschrijft Raum. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord klein. Omdat het vóór het zelfstandig naamwoord staat in der kleine Raum — mannelijk, enkelvoud en onderwerp in deze zin — krijgt het deze uitgang. Voorbeeld: ein kleiner Raum = “een kleine kamer/ruimte”; na ein heeft het bijvoeglijk naamwoord hier een andere uitgang. Raum betekent hier “kamer” of “ruimte”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Raum, meervoud die Räume. In deze zin is Raum het onderwerp van de hoofdzin en staat het in de nominatief. scheint is de derde persoon enkelvoud van scheinen, “lijken”. De vorm scheint past bij het enkelvoudige onderwerp der kleine Raum. Een veelgebruikte herbruikbare constructie is scheint ... zu sein = “lijkt ... te zijn”. Voorbeeld: Der Raum scheint leer zu sein. = “De ruimte lijkt leeg te zijn.” heute Nachmittag is een tijdsbepaling: “vanmiddag”. heute betekent “vandaag” en Nachmittag “namiddag”. Samen geven ze aan wanneer de beschreven toestand geldt. Voorbeeld: Ich komme heute Nachmittag. = “Ik kom vanmiddag.” frei betekent hier “vrij” in de zin van “niet bezet” of “beschikbaar”. Het beschrijft de toestand van der kleine Raum. In een andere context kan frei bijvoorbeeld “vrij” in de betekenis van “niet gevangen” betekenen, maar die betekenis past hier niet. Voorbeeld: Der Platz ist frei. = “De plaats is vrij.” zu sein betekent “te zijn”. sein is de infinitief van “zijn”; zu vormt hier samen met sein de infinitiefconstructie die na scheinen staat. Voorbeeld: Ich scheine müde zu sein. = “Ik lijk moe te zijn.” Samen vormt Der kleine Raum scheint heute Nachmittag frei zu sein de betekenis: “De kleine kamer lijkt vanmiddag vrij te zijn.” Der kleine Raum is het onderwerp, scheint ... zu sein drukt de indruk “lijkt ... te zijn” uit, heute Nachmittag bepaalt het tijdstip en frei benoemt de toestand van de kamer.
Trag die Buchung in den Kalender ein, bevor du den Raum benutzt.
Zet de reservering in de agenda voordat je de kamer gebruikt.
- Trag … ein
- voer in
- Buchung
- reservering
- Kalender
- agenda
- bevor
- voordat
- Raum
- kamer
- benutzt
- gebruikt
Uitgebreide uitleg
Trag … ein is de gebiedende wijs voor du van het scheidbare werkwoord eintragen (iets ergens invoeren of noteren). Het voorvoegsel ein staat in deze gebiedende zin aan het einde: Trag die Buchung ein! In een mededelende hoofdzin blijft het werkwoord bijeen en wordt het vervoegd: Ich trage die Buchung ein. De infinitief is eintragen. Buchung betekent hier een reservering of geboekte afspraak. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Buchung; als lijdend voorwerp blijft het lidwoord hier die Buchung in de accusatief. Voorbeeld: Ich bestätige die Buchung. — Ik bevestig de reservering. Kalender is een kalender of agenda. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kalender. Na in staat hier den Kalender, omdat het invoeren een richting of verandering van plaats uitdrukt: de reservering wordt in de agenda geplaatst. Vergelijk: Die Buchung steht im Kalender. — De reservering staat in de agenda. Daar beschrijft im (= in dem) een plaats, niet de beweging ernaartoe. bevor leidt een bijzin in met de betekenis ‘voordat’. Het vervoegde werkwoord staat in zo’n bijzin aan het einde: bevor du den Raum benutzt — voordat je de kamer gebruikt. De bijzin kan ook vooraan staan: Bevor du den Raum benutzt, trag die Buchung ein. Raum betekent kamer of ruimte. Het is mannelijk: der Raum; als lijdend voorwerp wordt dat den Raum. Het bepaalde lidwoord laat hier dus de accusatief zien. Voorbeeld: Wir betreten den Raum. — Wij gaan de kamer binnen. benutzt is de vorm van benutzen voor du in de tegenwoordige tijd: du benutzt. Het betekent hier ‘gebruikt’ en verwijst naar het gebruik van de kamer. Dezelfde vorm komt ook voor bij er, sie en es; het onderwerp maakt dan duidelijk over wie het gaat. Voorbeeld: Er benutzt den Raum. — Hij gebruikt de kamer. De volledige zin bouwt zo op: het bevel Trag … ein vraagt om een reservering (die Buchung) in de agenda (in den Kalender) te plaatsen. bevor du den Raum benutzt geeft aan dat dit vóór het gebruik van de kamer moet gebeuren. De betekenis is daarom: ‘Zet de reservering in de agenda voordat je de kamer gebruikt.’
Soll ich nach dem Anruf noch etwas tun?
Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?
- Soll ich
- zal ik …?
- nach
- na
- Anruf
- telefoongesprek
- noch
- nog
- etwas
- iets
- tun
- doen
Uitgebreide uitleg
Soll ich staat hier aan het begin van een ja-neevraag en betekent in deze context: “zal ik …?” Het onderwerp ich staat direct na het vervoegde werkwoord soll. sollen drukt vaak een opdracht, verwachting of voorstel uit; in een vraag als deze vraagt de spreker welke handeling hij of zij moet uitvoeren. Het infinitief staat aan het einde van de vraag: Soll ich … tun? = “Zal ik … doen?” nach betekent hier “na” in de tijd. Het wordt in deze betekenis gevolgd door een naamwoordgroep in de datief. dem is hier de datiefvorm van het bepaalde lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Anruf. Anruf betekent “telefoongesprek” of “telefoontje”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Anruf; na nach verschijnt de datiefvorm dem Anruf. Een bruikbaar voorbeeld is: Nach dem Anruf arbeite ich weiter. = “Na het telefoongesprek werk ik verder.” noch betekent hier “nog”: de spreker vraagt of er naast de al bekende of verwachte taak nog een handeling nodig is. In andere zinnen kan noch ook andere functies hebben, maar hier hoort het bij de vraag naar een extra handeling. etwas betekent “iets” en verwijst hier onbepaald naar een handeling die nog niet nader genoemd wordt. Het is geen naamwoord met een zichtbaar geslacht of meervoud in deze vorm. Ich möchte etwas essen. betekent bijvoorbeeld: “Ik wil iets eten.” tun is het infinitief “doen”. Het staat hier achteraan omdat sollen als modaal werkwoord de persoonsvorm is en tun de bijbehorende infinitief. De vormketen is tun – tut – tat – getan voor respectievelijk infinitief, tegenwoordige tijd bij er/sie/es, verleden tijd en voltooid deelwoord; in deze zin is alleen het infinitief tun zichtbaar. Samen vormen de delen Soll ich + nach dem Anruf + noch etwas tun? de vraag: “Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?” De vraag sluit aan bij een situatie waarin al taken zijn genoemd en de spreker wil weten of er daarna nog een extra taak is.
Räum den Schreibtisch leer und nimm deine Sachen mit.
Maak het bureau leeg en neem je spullen mee.
- Räum
- ruim op
- Schreibtisch
- bureau; schrijftafel
- leer
- leeg
- nimm … mit
- neem mee
- Sachen
- spullen; dingen
Uitgebreide uitleg
Räum is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van räumen. In deze zin betekent räumen niet alleen “opruimen”; samen met leer betekent het “iets leegmaken”. De gewone tegenwoordige vorm is du räumst; in de gebiedende wijs valt de uitgang weg: Räum ...! Voorbeeld: Räum den Tisch auf! — Ruim de tafel op! Schreibtisch betekent hier “bureau”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schreibtisch, met meervoud die Schreibtische. In den Schreibtisch staat het woord in de vierde naamval, omdat het bureau het directe voorwerp van räumen is. leer is een bijvoeglijk naamwoord en betekent “leeg”. In den Schreibtisch leer räumen beschrijft het woord het resultaat: het bureau moet leeg worden. Het staat dus niet bij Sachen, maar bij het bureau. Voorbeeld: Der Koffer ist leer. — De koffer is leeg. nimm ... mit is een scheidbare werkwoordsvorm van mitnehmen (“meenemen”). nimm is de gebiedende wijs voor één persoon van nehmen; mit staat in deze zin aan het einde. Vergelijk: Du nimmst deine Sachen mit. — Jij neemt je spullen mee. In een bevel wordt dat Nimm deine Sachen mit! De delen van het scheidbare werkwoord worden in zo’n hoofdzin uit elkaar geplaatst. Sachen betekent hier “spullen”. Het is het meervoud van die Sache (“ding”, “zaak” of “voorwerp”, afhankelijk van de context). deine geeft aan dat de spullen aan de aangesproken persoon worden toegeschreven; de meervoudsvorm Sachen verandert daardoor niet van vorm. De zin bestaat uit twee bevelen met und: Räum den Schreibtisch leer betekent “maak het bureau leeg”, en nimm deine Sachen mit betekent “neem je spullen mee”. Samen is de betekenis: “Maak het bureau leeg en neem je spullen mee.”
Ich hinterlasse den Raum ordentlich, bevor ich gehe.
Ik laat de kamer netjes achter voordat ik ga.
- hinterlasse
- achterlaten
- Raum
- kamer; ruimte
- ordentlich
- netjes
- bevor
- voordat
- gehe
- ga
Uitgebreide uitleg
hinterlasse betekent hier ‘achterlaten’ en is de ik-vorm van hinterlassen: ich hinterlasse = ‘ik laat achter’. Het is een sterk werkwoord; de verleden tijd is bijvoorbeeld ich hinterließ en het voltooid deelwoord is hinterlassen. Voorbeeld: Ich hinterlasse eine Nachricht. — ‘Ik laat een bericht achter.’ Raum betekent hier ‘kamer’. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Raum. Na hinterlassen staat het directe voorwerp in de accusatief, daarom verschijnt het als den Raum. In een andere context kan Raum ook ‘ruimte’ betekenen; de vaste vertaling maakt hier ‘kamer’ bedoeld. ordentlich betekent hier ‘netjes’ en beschrijft de toestand waarin de kamer wordt achtergelaten. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat hier na het lijdend voorwerp zonder uitgang staat. Voorbeeld: Sie hält den Tisch ordentlich. — ‘Zij houdt de tafel netjes.’ bevor betekent ‘voordat’ en leidt een bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan: bevor ich gehe. Het patroon is dus bevor + onderwerp + ... + werkwoord. gehe is de ik-vorm van gehen (‘gaan’): ich gehe = ‘ik ga’. Het is tegenwoordige tijd; de context met bevor geeft aan dat dit gaan later plaatsvindt dan het netjes achterlaten. Voorbeeld: Ich prüfe alles, bevor ich gehe. — ‘Ik controleer alles voordat ik ga.’ Samen betekent Ich hinterlasse den Raum ordentlich letterlijk dat ik de kamer netjes achterlaat. bevor ich gehe voegt de tijdsrelatie toe: dit gebeurt voordat ik wegga. De volledige zin is: ‘Ik laat de kamer netjes achter voordat ik ga.’
Das hilft der nächsten Person, problemlos anzufangen.
Dat helpt de volgende persoon om zonder problemen te beginnen.
- Das
- dat
- hilft
- helpt
- nächsten
- volgende
- Person
- persoon
- problemlos
- zonder problemen
- anzufangen
- te beginnen
Uitgebreide uitleg
Das is hier een aanwijzend voornaamwoord en betekent “dat”. In deze context verwijst het naar de vooraf genoemde handeling of situatie; de precieze referent is niet een zelfstandig naamwoord dat in deze zin zelf staat. Een nuttig contrast is dieses (“dit/deze”, voor een onzijdig zelfstandig naamwoord) tegenover das (“dat” of “het”, afhankelijk van de context). hilft komt van helfen (“helpen”). Het is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich helfe, du hilfst, er/sie/es hilft. Bij helfen staat de persoon die hulp krijgt in de datief: Das hilft dem Kind. — “Dat helpt het kind.” nächsten betekent hier “volgende”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft de vorm nächsten omdat het bij Person hoort in een bepaalde naamwoordgroep met vrouwelijk enkelvoud in de datief: der nächsten Person. De basisvorm is nächst-; andere vormen zijn bijvoorbeeld die nächste Person (“de volgende persoon”) en mit der nächsten Person (“met de volgende persoon”). Person betekent “persoon”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Person; na het datiefartikel wordt dat der Person. In deze zin is der nächsten Person de persoon die door de handeling geholpen wordt, niet de uitvoerder van hilft. problemlos is een bijwoord en betekent “zonder problemen” of “probleemloos”. Het beschrijft hier hoe het beginnen verloopt. Het verwante bijvoeglijk naamwoord kan vóór een zelfstandig naamwoord staan: ein problemloser Start — “een probleemloze start”. anzufangen komt van het werkwoord anfangen (“beginnen”). Bij dit scheidbare werkwoord wordt zu in de infinitief tussen de delen geplaatst: an + zu + fangen → anzufangen. Na helfen kan een zu-infinitief volgen: Das hilft, anzufangen. — “Dat helpt om te beginnen.” In de gegeven zin is het onderwerp van anzufangen niet afzonderlijk genoemd; de betekenis is dat de volgende persoon kan beginnen. Samen vormen de delen: Das hilft der nächsten Person = “Dat helpt de volgende persoon”, en problemlos anzufangen = “om zonder problemen te beginnen”. De volledige betekenis is dus: “Dat helpt de volgende persoon om zonder problemen te beginnen.”
Grammatica
bevor + bijzin: het werkwoord staat achteraan
Bevor wir das Büro benutzen, räumen wir den Schreibtisch.
Behfoor vie-uh das byuroo benoetsen, roimen vie-uh deen sjraiptisj.Voordat we het kantoor gebruiken, ruimen we het bureau op.
Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
Trennbare werkwoorden: het voorvoegsel staat aan het einde
Trag die Buchung zuerst ein.
Traak die boekong tsoe-eerst ain.Voer de reservering eerst in.
Bij een vervoegd trennbaar werkwoord staat het voorvoegsel achteraan in de hoofdzin.
Duits woordenschat
Ich brauche einen ruhigen Raum für einen Anruf.
Ich brauche einen ruhigen Raum für einen Anruf.
Schau zuerst in den Kalender des gemeinsamen Büros.
Der kleine Raum scheint heute Nachmittag frei zu sein.
Schau zuerst in den Kalender des gemeinsamen Büros.
Schau zuerst in den Kalender des gemeinsamen Büros.
Der kleine Raum scheint heute Nachmittag frei zu sein.
Ich brauche einen ruhigen Raum für einen Anruf.
Ich brauche einen ruhigen Raum für einen Anruf.
Schau zuerst in den Kalender des gemeinsamen Büros.
Der kleine Raum scheint heute Nachmittag frei zu sein.
Schau zuerst in den Kalender des gemeinsamen Büros.
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
telefoongesprek, oproep
Antwoord tonen
Anrufrustig
Antwoord tonen
ruhigengemeenschappelijk, gedeeld
Antwoord tonen
gemeinsamenkantoor