De wasruimte delen en de planning volgen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared laundry room, two adults discuss using the schedule, setting a timer, and moving clothes promptly..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met De wasruimte delen en de planning volgen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die gemeinsame Waschküche ist heute voll.

die ge-MAIHN-zaa-muh VASJ-kuu-sje ist HOI-tuh fol. De gedeelde wasruimte is vandaag druk.
B

Trag deinen Namen in den Plan ein, bevor du eine Waschmaschine anstellst.

traak DAI-nuhn NAA-muhn in deen plaan ain, beh-FOOR duu AI-nuh VASJ-ma-SJIE-nuh AN-sjtelst. Zet je naam op het rooster voordat je een was aanzet.
A

Später am Nachmittag ist noch eine Waschmaschine frei.

SJPÈÈ-tuh am NAA-chmi-taak ist noch AI-nuh VASJ-ma-SJIE-nuh fraai. Later vanmiddag is er nog een wasmachine vrij.
B

Stell einen Timer.

sjtel AI-nuhn TAI-muh. Zet een timer.
B

Dann muss die nächste Person nicht warten.

dan moes die NÈÈK-stuh per-ZOON nisjt VAR-tuhn. Dan hoeft de volgende persoon niet te wachten.
A

Soll ich meine Wäsche herausnehmen, sobald das Programm fertig ist?

zol isj MAI-nuh VESJ-uh her-AUS-nee-muhn, zo-BALT das pro-GRAM FER-tisj ist. Moet ik mijn was eruit halen zodra het programma klaar is?
B

Mach das bitte; nasse Wäsche in der Maschine hält alle auf.

mach das BIT-tuh; NAS-uh VESJ-uh in dee-uh ma-SJIE-nuh helt AL-uh auf. Doe dat alsjeblieft; natte was in de machine houdt iedereen op.
A

Ich bringe meinen Wäschekorb nach unten, bevor das Programm fertig ist.

isj BRING-uh mai-nuhn VESJ-uh-korp naach ON-tuhn, beh-FOOR das pro-GRAM FER-tisj ist. Ik breng mijn wasmand naar beneden voordat het programma klaar is.
B

Dann sollte alles reibungslos laufen.

dan SJOL-tuh AL-uhs RAI-poengs-loos LAU-fuhn. Dan zou alles soepel moeten verlopen.

Woord voor woord

Die ‘Die’ betekent hier ‘de’ en hoort bij ‘Die gemeinsame Waschküche’. Het wijst in deze woordgroep de besproken wasruimte aan; een vergelijkbaar patroon is ‘die’ vóór een zelfstandig naamwoord.
gemeinsame ‘gemeinsame’ betekent hier ‘gedeelde’: de wasruimte wordt door meerdere mensen gebruikt. Het beschrijft ‘Waschküche’ in ‘Die gemeinsame Waschküche’ en is bruikbaar wanneer je een gedeelde ruimte of voorziening aanduidt.
Waschküche ‘Waschküche’ betekent hier ‘wasruimte’, de ruimte waar de wasmachines staan. Het woord wordt in ‘Die gemeinsame Waschküche’ gebruikt om de gedeelde locatie aan te duiden; je gebruikt het in deze context om over een wasruimte te praten.
ist ‘ist’ betekent hier ‘is’ en verbindt ‘Die gemeinsame Waschküche’ met de beschrijving ‘voll’. De vorm komt van ‘sein’ en wordt gebruikt in een mededelende zin over de toestand van iets.
heute ‘heute’ betekent ‘vandaag’ en plaatst de situatie in de huidige dag. In ‘ist heute voll’ geeft het aan wanneer de wasruimte vol is; je gebruikt het om een gebeurtenis of toestand van vandaag te benoemen.
voll ‘voll’ betekent hier ‘vol’ en daardoor ook ‘druk’: er is weinig ruimte of beschikbaarheid in de wasruimte. In ‘Die gemeinsame Waschküche ist heute voll’ beschrijft het de toestand van de ruimte; het kan ook bij andere ruimtes of voorwerpen een volle toestand aangeven.
Trag ‘Trag’ is hier een directe instructie: schrijf je naam in het plan in. De vorm komt van ‘tragen’ en hoort bij ‘Trag deinen Namen in den Plan ein’, waarbij ‘ein’ achteraan staat; dit patroon gebruik je om iemand aan te sporen iets ergens in te voeren.
deinen ‘deinen’ betekent hier ‘jouw’ en geeft aan dat de naam van de aangesprokene bedoeld is. De vorm komt van ‘dein’ en staat in ‘Trag deinen Namen ...’ vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt zo’n bezittelijke vorm om aan te geven van wie iets is.
Namen ‘Namen’ betekent hier ‘naam’ en is wat in het plan moet worden ingevoerd. De grondvorm is ‘Name’; ‘Namen’ is de vorm in ‘deinen Namen’ na de instructie ‘Trag ... ein’.
in ‘in’ geeft hier aan waar de naam wordt ingevoerd: in het plan. In ‘in den Plan ein’ maakt het deel uit van de richtingsconstructie; je gebruikt ‘in’ met een plaats of document waarin iets wordt gezet.
den ‘den’ betekent hier ‘de’ en hoort bij ‘Plan’ in ‘in den Plan’. Dit is de vorm van het bepaalde lidwoord die in deze invoegingsconstructie vóór ‘Plan’ staat; het patroon ‘in den Plan eintragen’ geeft aan dat iets in een plan wordt gezet.
Plan ‘Plan’ betekent hier ‘planning’ of ‘rooster’, waarin iemand zijn naam moet zetten. In ‘in den Plan’ verwijst het naar het schema voor het gebruik van de wasruimte; je gebruikt het voor een overzicht van geplande tijden of afspraken.
ein ‘ein’ staat hier achteraan in ‘Trag deinen Namen in den Plan ein’ en hoort bij het werkwoord ‘eintragen’. Het draagt bij aan de betekenis ‘invoeren’ of ‘inschrijven’; bij dit scheidbare werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan.
bevor ‘bevor’ betekent ‘voordat’ en introduceert de handeling die eerst moet plaatsvinden. In ‘bevor du eine Waschmaschine anstellst’ volgt een bijzin met de voorwaarde vóór het starten van de machine; je gebruikt het om twee handelingen in de tijd te ordenen.
du ‘du’ betekent ‘je’ en verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. De vorm is de informele enkelvoudige aanspreekvorm en staat in ‘bevor du eine Waschmaschine anstellst’ als degene die de machine aanzet.
eine ‘eine’ betekent hier ‘een’ en hoort bij ‘Waschmaschine’. De vorm komt van het onbepaalde lidwoord ‘ein’ en staat in ‘eine Waschmaschine anstellst’; je gebruikt het om één niet nader bepaalde machine aan te duiden.
Waschmaschine ‘Waschmaschine’ betekent ‘wasmachine’, het apparaat dat in de wasruimte wordt gebruikt. In ‘eine Waschmaschine anstellst’ is het de machine die wordt aangezet; je gebruikt het woord wanneer je specifiek over een wasmachine praat.
anstellst ‘anstellst’ betekent hier ‘aanzet’, namelijk een wasmachine starten. De vorm komt van ‘anstellen’ en past bij ‘du’ in ‘du eine Waschmaschine anstellst’; je gebruikt dit werkwoord hier voor het inschakelen van het apparaat.
Später ‘Später’ betekent ‘later’ en verwijst naar een later moment dan nu. De vorm komt van ‘spät’ en staat in ‘Später am Nachmittag’; je gebruikt dit om een later tijdstip aan te geven.
am ‘am’ betekent hier ‘in de’ of ‘op de’ en vormt samen met ‘Nachmittag’ de tijdsaanduiding ‘am Nachmittag’. Het is de vaste verkorte vorm van ‘an dem’; je gebruikt het in deze uitdrukking om een moment in de middag aan te duiden.
Nachmittag ‘Nachmittag’ betekent ‘middag’. In ‘am Nachmittag’ maakt het deel uit van een tijdsaanduiding voor wanneer de wasmachine vrij is; je gebruikt het om het deel van de dag na de ochtend te benoemen.
noch ‘noch’ betekent hier ‘nog’ en geeft aan dat er op dat latere moment steeds een machine beschikbaar zal zijn. In ‘ist noch eine Waschmaschine frei’ benadrukt het dat de beschikbaarheid nog bestaat; je gebruikt het om een voortdurende of resterende mogelijkheid aan te geven.
frei ‘frei’ betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’, omdat de wasmachine nog gebruikt kan worden. In ‘eine Waschmaschine frei’ beschrijft het de beschikbaarheid van de machine; je gebruikt het ook voor een vrije plek of tijd wanneer die beschikbaar is.
Stell ‘Stell’ is hier een directe instructie om iets in te stellen: zet een timer. De vorm komt van ‘stellen’ en staat in ‘Stell einen Timer’; dit patroon gebruik je om iemand te vragen een apparaat of instelling te activeren.
einen ‘einen’ betekent hier ‘een’ en hoort bij ‘Timer’. De vorm komt van het onbepaalde lidwoord ‘ein’ en staat in ‘einen Timer’ als het object van ‘Stell’; je gebruikt het om één niet nader bepaalde timer aan te duiden.
Timer ‘Timer’ betekent ‘timer’, een hulpmiddel dat na een ingestelde tijd een signaal kan geven. In ‘Stell einen Timer’ is het wat ingesteld moet worden; je gebruikt het om op tijd aan een afgeronde wascyclus herinnerd te worden.
Dann ‘Dann’ betekent ‘dan’ en geeft hier het gevolg van het instellen van een timer aan. In ‘Dann muss die nächste Person nicht warten’ verbindt het de handeling met het gewenste resultaat; je gebruikt het om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
muss ‘muss’ betekent hier ‘moet’ en drukt uit dat de volgende persoon niet gedwongen is om te wachten. De vorm komt van ‘müssen’ en staat in ‘muss ... nicht warten’; je gebruikt ‘müssen’ met een infinitief om noodzaak of verplichting uit te drukken.
nächste ‘nächste’ betekent ‘volgende’ en beschrijft de persoon die daarna de wasruimte of machine wil gebruiken. De vorm komt van ‘nächst’ en staat in ‘die nächste Person’; je gebruikt dit patroon om de volgende persoon in een volgorde aan te duiden.
Person ‘Person’ betekent ‘persoon’. In ‘die nächste Person’ verwijst het naar degene die na de huidige gebruiker aan de beurt is; je gebruikt het woord om een mens of deelnemer aan te duiden zonder verdere specificatie.
nicht ‘nicht’ betekent ‘niet’ en ontkent hier het wachten. In ‘nicht warten’ maakt het duidelijk dat de volgende persoon niet hoeft te wachten; je gebruikt het vóór de ontkende handeling of omschrijving.
warten ‘warten’ betekent ‘wachten’. In ‘muss die nächste Person nicht warten’ is het de handeling die de volgende persoon niet hoeft uit te voeren; na ‘muss’ staat hiervoor de infinitief ‘warten’.
Soll ‘Soll’ betekent hier ‘zou ik moeten’ en vormt een vraag naar wat de spreker het beste kan doen. De vorm komt van ‘sollen’ en staat vóór ‘ich’ in ‘Soll ich meine Wäsche herausnehmen’; je gebruikt dit patroon om advies of een voorgestelde handeling te vragen.
ich ‘ich’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de spreker. In ‘Soll ich meine Wäsche herausnehmen’ is de spreker degene die de was eruit zou halen; je gebruikt het om jezelf als handelende persoon te benoemen.
meine ‘meine’ betekent ‘mijn’ en geeft aan dat de was van de spreker is. De vorm komt van ‘mein’ en staat vóór ‘Wäsche’ in ‘meine Wäsche’; je gebruikt een bezittelijke vorm om aan te geven wie iets bezit of gebruikt.
Wäsche ‘Wäsche’ betekent hier ‘was’ of ‘kleding’, namelijk de kleding die in de machine zit. In ‘meine Wäsche herausnehmen’ is het wat eruit gehaald moet worden; je gebruikt het in deze context voor kleding die gewassen wordt.
herausnehmen ‘herausnehmen’ betekent ‘eruit halen’ en verwijst hier naar het uit de machine halen van de was. Het is de infinitief na ‘Soll ich’ in ‘Soll ich meine Wäsche herausnehmen’; je gebruikt het met een object dat uit een ruimte of voorwerp wordt verwijderd.
sobald ‘sobald’ betekent ‘zodra’ en geeft aan dat de was direct na het einde van het programma moet worden verplaatst. In ‘sobald das Programm fertig ist’ leidt het een bijzin in; je gebruikt het om een handeling aan een onmiddellijk volgend moment te koppelen.
das ‘das’ betekent hier ‘het’ en hoort bij ‘Programm’. In ‘das Programm fertig ist’ verwijst het naar de wascyclus die klaar is; je gebruikt het bepaalde lidwoord om dit specifieke programma aan te duiden.
Programm ‘Programm’ betekent hier ‘programma’ of ‘wascyclus’ van de machine. In ‘das Programm fertig ist’ is het de cyclus waarvan het einde wordt afgewacht; je gebruikt het om de gekozen wasinstelling of de bijbehorende cyclus te benoemen.
fertig ‘fertig’ betekent hier ‘klaar’ en beschrijft dat het wasprogramma is afgelopen. In ‘das Programm fertig ist’ geeft het aan wanneer de was eruit kan; je gebruikt het om aan te geven dat een taak of proces voltooid is.
Mach ‘Mach’ betekent hier ‘doe’ en verwijst naar de voorgestelde handeling om de was eruit te halen. De vorm komt van ‘machen’ en staat in ‘Mach das bitte’; je gebruikt deze instructie om iemand te vragen de eerder genoemde handeling uit te voeren.
bitte ‘bitte’ betekent ‘alsjeblieft’ en maakt ‘Mach das bitte’ beleefder. Het verzacht hier het verzoek om de was eruit te halen; je gebruikt het vaak bij een verzoek of instructie.
nasse ‘nasse’ betekent ‘natte’ en beschrijft de was die in de machine is blijven liggen. De vorm komt van ‘nass’ en staat in ‘nasse Wäsche’; je gebruikt dit patroon om vochtige kleding of was te beschrijven.
der ‘der’ betekent hier ‘de’ en hoort bij ‘Maschine’ in ‘in der Maschine’. In deze woordgroep geeft het bepaalde lidwoord aan over welke machine het gaat; je gebruikt ‘in der Maschine’ om de plaats van iets in de machine aan te duiden.
Maschine ‘Maschine’ betekent hier ‘machine’, in deze wasruimte een machine waarin de was zit. In ‘nasse Wäsche in der Maschine’ is het de plaats waar de natte was blijft liggen; je gebruikt het woord voor het apparaat zonder de hele naam ‘Waschmaschine’ te herhalen.
hält ‘hält’ betekent hier samen met ‘auf’ ‘houdt op’ of ‘vertraagt’. De vorm komt van ‘halten’ en staat in ‘hält alle auf’, waarbij ‘nasse Wäsche’ de oorzaak is; je gebruikt deze constructie om aan te geven dat iets anderen vertraagt.
alle ‘alle’ betekent hier ‘iedereen’ en verwijst naar alle mensen die de gedeelde wasruimte gebruiken. In ‘hält alle auf’ is het de groep die door de achtergelaten was wordt opgehouden; je gebruikt het om een volledige groep aan te duiden.
auf ‘auf’ staat hier achteraan in ‘hält alle auf’ en hoort bij het scheidbare werkwoord ‘aufhalten’. Samen betekent de uitdrukking dat iets anderen ophoudt of vertraagt; het voorvoegsel staat in een hoofdzin achteraan.
bringe ‘bringe’ betekent hier ‘breng’ en verwijst naar het naar beneden brengen van de wasmand. De vorm komt van ‘bringen’ en staat in ‘Ich bringe meinen Wäschekorb nach unten’; je gebruikt dit werkwoord om te zeggen dat je iets naar een andere plaats meeneemt.
meinen ‘meinen’ betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de wasmand van de spreker is. De vorm komt van ‘mein’ en staat vóór ‘Wäschekorb’ in ‘meinen Wäschekorb’; je gebruikt een bezittelijke vorm om de eigenaar van een voorwerp aan te geven.
Wäschekorb ‘Wäschekorb’ betekent ‘wasmand’. In ‘Ich bringe meinen Wäschekorb nach unten’ is het de mand die de spreker meeneemt om de was op tijd te kunnen verplaatsen; je gebruikt het woord voor een mand waarin je was verzamelt of vervoert.
nach ‘nach’ betekent hier ‘naar’ en vormt samen met ‘unten’ de richtingsuitdrukking ‘nach unten’. In ‘bringe ... nach unten’ geeft het aan in welke richting de wasmand wordt gebracht; je gebruikt deze combinatie om een beweging naar een lager gelegen plaats te beschrijven.
unten ‘unten’ betekent ‘beneden’ en geeft de lagere plaats aan waar de wasmand naartoe wordt gebracht. In ‘nach unten’ maakt het deel uit van een vaste richtingsuitdrukking; je gebruikt het om een positie of richting onder het huidige niveau aan te duiden.
sollte ‘sollte’ betekent hier ‘zou moeten’ en drukt een voorzichtige verwachting uit dat alles goed zal verlopen. De vorm komt van ‘sollen’ en staat in ‘sollte alles reibungslos laufen’; je gebruikt ‘sollte’ met een infinitief om een verwachte of gewenste uitkomst te beschrijven.
alles ‘alles’ betekent ‘alles’ en verwijst hier naar het verdere verloop van het gebruik van de wasruimte. In ‘sollte alles reibungslos laufen’ is het wat zonder problemen zou moeten verlopen; je gebruikt het om een geheel of alle relevante zaken samen aan te duiden.
reibungslos ‘reibungslos’ betekent hier ‘soepel’ of ‘zonder problemen’. In ‘reibungslos laufen’ beschrijft het dat het verloop geen vertragingen of moeilijkheden veroorzaakt; je gebruikt het om een proces of samenwerking als probleemloos te karakteriseren.
laufen ‘laufen’ betekent hier niet ‘lopen’ met de voeten, maar ‘verlopen’ of ‘gaan’. In ‘alles reibungslos laufen’ beschrijft het hoe de zaken verlopen; na ‘sollte’ staat de infinitief ‘laufen’, en deze combinatie gebruik je om het verloop van een situatie te beoordelen.

Grammatica

bevor + bijzin: het werkwoord staat achteraan

Bevor du die Waschmaschine anstellst, trag deinen Namen in den Plan ein.

beh-FOOR duu die VASJ-ma-SJIE-nuh AN-sjtelst, traak DAI-nuhn NAA-muhn in deen plaan ain.

Voordat je de wasmachine aanzet, vul je naam in op de planning.

Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin: „du ... anstellst“.

sobald + bijzin: het werkwoord staat achteraan

Sobald das Programm fertig ist, nimm die nasse Wäsche heraus.

zo-BALT das pro-GRAM FER-tisj ist, nim die NAS-uh VESJ-uh her-AUS.

Zodra het programma klaar is, haal je de natte was eruit.

Na „sobald“ staat het vervoegde werkwoord aan het einde: „das Programm fertig ist“.

Duits woordenschat

anstellen werkwoord
AN-sjtel-luhn aanzetten anstellst
bevor voegwoord
beh-FOOR voordat
eintragen werkwoord
AIN-traa-guhn invullen / noteren Trag ... ein
frei bijvoeglijk naamwoord
fraai vrij
gemeinsam bijvoeglijk naamwoord
ge-MAIHN-zaam gedeeld / gezamenlijk gemeinsame
Nachmittag zelfstandig naamwoord
NAA-chmi-taak namiddag
Name zelfstandig naamwoord
NAA-muhn naam Namen
Plan zelfstandig naamwoord
plaan planning / rooster
später bijwoord
SJPÈÈ-tuh later Später
voll bijvoeglijk naamwoord
fol vol / druk
Waschküche zelfstandig naamwoord
vasj-kuu-sje wasruimte
Waschmaschine zelfstandig naamwoord
vasj-ma-SJIE-nuh wasmachine

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De gedeelde wasruimte is vandaag druk.

Antwoord tonenDie gemeinsame Waschküche ist heute voll.

Zet een timer.

Antwoord tonenStell einen Timer.

Dan zou alles soepel moeten verlopen.

Antwoord tonenDann sollte alles reibungslos laufen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

naam

Antwoord tonenNamen

voordat

Antwoord tonenbevor

wasruimte

Antwoord tonenWaschküche

vol / druk

Antwoord tonenvoll