Eten labelen in een gedeelde koelkast | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared kitchen, two adults discuss labeling food, choosing the right fridge shelf, and taking items home soon..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Eten labelen in een gedeelde koelkast oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich diese Suppe in den gemeinsamen Kühlschrank stellen?

Kan ich dee-ze zoe-pe in deen ge-main-zaa-men kuul-sjrank sjtel-len? Kan ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?
B

Klebe ein Etikett auf den Behälter, bevor du ihn dort stehen lässt.

Klee-be ain ee-ti-ket auf deen be-hel-ter, be-foor doe ien dort sjtee-en lest. Plak een label op de bak voordat je hem daar laat staan.
A

Soll ich das Datum auch darauf schreiben?

Zol ich das daa-toem auch daa-rauf sjrai-ben? Moet ik de datum er ook op schrijven?
B

So wissen die Leute, wie lange die Suppe schon darin steht.

Zo wis-sen dee loi-te, wie lang-e dee zoe-pe sjohn daa-rin sjteet. Zo weten mensen hoelang de soep er al staat.
A

Welche Ablage ist für dein eigenes Essen?

Wel-che aa-blaa-ge is fuur dain ai-ge-nes es-sen? Welke plank is voor je eigen eten?
B

Nimm die oberste Ablage, weg von den gemeinsamen Sachen.

Nim dee oo-ber-ste aa-blaa-ge, wek fon deen ge-main-zaa-men za-chen. Gebruik de bovenste plank, weg van de gedeelde spullen.
A

Ich lasse es dort und nehme es bald mit nach Hause.

Ich las-se es dort oent nee-me es balt mit nach hau-ze. Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.
B

So füllt sich der Kühlschrank nicht mit altem Essen.

Zo ful-t zich der kuul-sjrank nicht mit al-tem es-sen. Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.

Woord voor woord

Kann “Kann” betekent hier “kan” in de vraag of de spreker toestemming heeft om iets te doen. Het is de vorm die bij “ich” hoort in “Kann ich diese Suppe in den gemeinsamen Kühlschrank stellen?”. Je gebruikt dit bijvoorbeeld om beleefd naar mogelijkheid of toestemming te vragen: “Kann ich …?”.
ich “ich” verwijst hier naar de spreker en betekent “ik”. In “Kann ich diese Suppe in den gemeinsamen Kühlschrank stellen?” staat het bij de vraag naar toestemming. Je gebruikt “ich” wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in “Ich lasse es dort”.
diese “diese” betekent hier “deze” en wijst de soep aan die de spreker bij zich heeft. Het staat vóór “Suppe” in “diese Suppe”. Je kunt “diese” op dezelfde manier gebruiken om iets specifieks dichtbij of in de huidige situatie aan te wijzen.
Suppe “Suppe” betekent hier “soep”, het eten dat in de koelkast wordt gezet. In “diese Suppe” is het het aangewezen voorwerp van de handeling. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je in een keuken over een kom of bak soep praat.
in “in” geeft hier de bestemming aan: de soep gaat de koelkast in. In “in den gemeinsamen Kühlschrank stellen” staat het bij een beweging naar een plaats. Je gebruikt “in” ook bij andere handelingen waarbij iets ergens in wordt gezet of gelegd.
den “den” is hier het bepaalde lidwoord bij “Kühlschrank” in de bestemming “in den gemeinsamen Kühlschrank”. De vorm hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord in deze beweging naar de koelkast. Je ziet “den” hier dus niet als los woord, maar als onderdeel van die plaatsaanduiding.
gemeinsamen “gemeinsamen” betekent hier “gemeenschappelijke” of “gedeelde” en beschrijft de koelkast die door meerdere mensen wordt gebruikt. In “den gemeinsamen Kühlschrank” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je kunt deze vorm gebruiken om gedeelde voorzieningen of ruimtes te beschrijven.
Kühlschrank “Kühlschrank” betekent “koelkast”, de gedeelde plaats waar de soep wordt bewaard. In “den gemeinsamen Kühlschrank” is het de bestemming van “stellen”. Je gebruikt dit woord bijvoorbeeld bij afspraken over eten in een gedeelde keuken.
stellen “stellen” betekent hier iets neerzetten of plaatsen, namelijk de soep in de koelkast zetten. In “Kann ich diese Suppe in den gemeinsamen Kühlschrank stellen?” staat het na “Kann ich” als de handeling waar toestemming voor wordt gevraagd. Je gebruikt het bij iets dat je op een bepaalde plaats neerzet.
Klebe “Klebe” is hier een opdracht: plak een etiket op de bak. In “Klebe ein Etikett auf den Behälter” geeft het aan wat de ander moet doen. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks instrueert om iets vast te plakken.
ein “ein” betekent hier “een” en introduceert het etiket in “ein Etikett”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en verwijst naar één niet nader bepaald etiket. Je gebruikt “ein” wanneer je een enkel voorwerp voor het eerst noemt.
Etikett “Etikett” betekent hier “etiket”, het label waarop informatie over het eten kan staan. In “ein Etikett auf den Behälter” is het wat op de bak moet worden geplakt. Je gebruikt dit woord bijvoorbeeld voor een naam- of datumlabel op een voedselbak.
auf “auf” betekent hier “op” of “op de”, omdat het etiket op de bak wordt geplakt. In “auf den Behälter” geeft het aan waar het etiket terechtkomt. Je gebruikt “auf” bij iets dat op een oppervlak wordt geplaatst.
Behälter “Behälter” betekent hier “bak” of “houder”, de verpakking waarin de soep zit. In “auf den Behälter” is het het voorwerp waarop het etiket wordt geplakt. Je gebruikt dit woord voor een doos, bak of andere verpakking die iets bevat.
bevor “bevor” betekent “voordat” en verbindt de opdracht met de eerdere voorwaarde in “bevor du ihn dort stehen lässt”. Het maakt duidelijk dat het etiket eerst moet worden aangebracht. Je gebruikt “bevor” om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
du “du” betekent “jij” en verwijst hier naar de persoon die de bak in de koelkast laat staan. In “bevor du ihn dort stehen lässt” spreekt de spreker die persoon rechtstreeks aan. Je gebruikt “du” in een informele aanspreking van één persoon.
ihn “ihn” verwijst hier naar “den Behälter”, dus naar de bak die daar blijft staan. In “ihn dort stehen lässt” is het de persoon of zaak die wordt achtergelaten. Je gebruikt “ihn” wanneer je naar een mannelijk woord verwijst als voorwerp van de handeling.
dort “dort” betekent “daar” en verwijst hier naar de genoemde plaats in de koelkast. In “ihn dort stehen lässt” geeft het aan waar de bak blijft staan. Je gebruikt “dort” om naar een plaats te verwijzen die al bekend is.
stehen “stehen” betekent hier “staan” of “blijven staan”: de bak blijft op die plaats staan. In “stehen lässt” komt het voor bij de handeling van iets op een plaats laten. Je gebruikt dit woord bij een voorwerp dat rechtop staat of op een bepaalde plek blijft.
lässt “lässt” betekent hier “laat” in “ihn dort stehen lässt”: de persoon zorgt ervoor dat de bak daar blijft staan. Deze vorm staat bij “du” en vormt samen met “stehen” de betekenis “laten staan”. Je gebruikt deze constructie wanneer je iets op een plaats laat blijven.
Soll “Soll” betekent hier “moet” of “zal ik” in de vraag “Soll ich das Datum auch darauf schreiben?”. De spreker vraagt welke handeling gewenst is. Je gebruikt “Soll ich …?” om advies of instructies over je volgende stap te vragen.
das “das” is hier het bepaalde lidwoord bij “Datum” in “das Datum”. Het verwijst naar de concrete datum die op het etiket of de bak moet worden geschreven. Je gebruikt het vóór een specifiek onzijdig zelfstandig naamwoord.
Datum “Datum” betekent hier “datum”, namelijk de datum die bij het eten moet worden vermeld. In “das Datum auch darauf schreiben” is het de informatie die geschreven wordt. Je gebruikt dit woord bijvoorbeeld om aan te geven wanneer iets is klaargemaakt of opgeborgen.
auch “auch” betekent hier “ook” en voegt het schrijven van de datum toe aan het labelen. In “das Datum auch darauf schreiben” vraagt de spreker of die extra informatie erbij moet. Je gebruikt “auch” om een tweede of aanvullende handeling of informatie toe te voegen.
darauf “darauf” betekent hier “erop” of “op dat” en verwijst naar de eerder genoemde bak of het oppervlak waarop geschreven wordt. In “das Datum auch darauf schreiben” geeft het aan waar de datum moet komen. Je gebruikt “darauf” om naar iets te verwijzen waarop een handeling gericht is.
schreiben “schreiben” betekent hier “schrijven”, namelijk de datum op de bak of het etiket zetten. In “Soll ich das Datum auch darauf schreiben?” staat het na “Soll ich” als de voorgestelde handeling. Je gebruikt het bij het noteren van informatie op papier, een label of een oppervlak.
So “So” betekent hier “zo” of “op die manier” en verwijst naar het labelen en dateren van het eten. In “So wissen die Leute” geeft het het gevolg of de werkwijze aan. Je gebruikt “so” om een manier of resultaat samen te vatten.
wissen “wissen” betekent hier “weten”: door de datum kunnen mensen weten hoe lang de soep al in de koelkast staat. In “So wissen die Leute” is het onderwerp meervoud. Je gebruikt “wissen” voor kennis of informatie die iemand heeft.
die “die” is hier het bepaalde lidwoord vóór “Leute” en verwijst naar de mensen die de gedeelde koelkast gebruiken. In “die Leute” gaat het om een bekende groep personen. Je gebruikt dit lidwoord vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer de groep bepaald is.
Leute “Leute” betekent hier “mensen”, namelijk de andere gebruikers van de gedeelde koelkast. In “die Leute” zijn zij degenen die de informatie over de soep kunnen weten. Je gebruikt dit woord voor personen in het algemeen of voor een groep mensen.
wie “wie” betekent hier “hoe” en maakt samen met “wie lange” de vraag naar de duur. In “wie lange die Suppe schon darin steht” vraagt het hoeveel tijd verstreken is. Je gebruikt “wie” in vragen naar de manier of mate waarop iets gebeurt.
lange “lange” betekent hier “lang” in de uitdrukking “wie lange”, dus “hoe lang”. Het verwijst naar de tijdsduur dat de soep in de koelkast staat. Je gebruikt “wie lange” om naar een duur te vragen.
schon “schon” betekent hier “al” en benadrukt dat de soep gedurende een bepaalde tijd in de koelkast staat. In “schon darin steht” maakt het de verstreken tijd relevant. Je gebruikt “schon” vaak om aan te geven dat iets eerder is begonnen of inmiddels het geval is.
darin “darin” betekent hier “daarin” of “in het”. Het verwijst naar de koelkast als de plaats waarin de soep staat in “die Suppe schon darin steht”. Je gebruikt “darin” om een eerder genoemde ruimte of houder niet opnieuw te hoeven noemen.
steht “steht” betekent hier “staat” of “bevindt zich” en beschrijft de positie van de soep in de koelkast. In “die Suppe schon darin steht” gaat het om iets dat daar blijft staan. Je gebruikt deze vorm bij een enkel onderwerp, bijvoorbeeld om te zeggen waar iets zich bevindt.
Welche “Welche” betekent hier “welke” en vraagt om één specifieke plank uit de koelkast. In “Welche Ablage ist für dein eigenes Essen?” staat het vóór “Ablage”. Je gebruikt “welche” om uit meerdere mogelijkheden een bepaalde keuze te vragen.
Ablage “Ablage” betekent hier “plank” of “legplank” in de koelkast. In “Welche Ablage” is het de plaats waarvan de spreker wil weten waarvoor die bedoeld is. Je gebruikt dit woord voor een oppervlak waarop je iets neerlegt.
ist “ist” betekent hier “is” en verbindt de plank met het eten waarvoor die bedoeld is. In “Welche Ablage ist für dein eigenes Essen?” vraagt de spreker naar de functie van de plank. Je gebruikt deze vorm om over één zaak of plaats te zeggen wat die is of waarvoor die dient.
für “für” betekent hier “voor” en geeft aan voor wie of waarvoor de plank bedoeld is. In “für dein eigenes Essen” koppelt het de plank aan persoonlijk eten. Je gebruikt “für” bij een doel, bestemming of bestemde gebruiker.
dein “dein” betekent hier “jouw” en maakt duidelijk dat het om het eigen eten van de aangesproken persoon gaat. In “dein eigenes Essen” staat het vóór de beschrijving van dat eten. Je gebruikt “dein” om bezit of verbondenheid met één aangesproken persoon aan te geven.
eigenes “eigenes” betekent hier “eigen” of “persoonlijk” en benadrukt dat het eten van de aangesproken persoon zelf is. In “dein eigenes Essen” verduidelijkt het dat het niet om gedeeld eten gaat. Je gebruikt deze vorm om iets als persoonlijk of niet-gedeeld te beschrijven.
Essen “Essen” betekent hier “eten”, de voedingsmiddelen die iemand persoonlijk in de koelkast bewaart. In “dein eigenes Essen” is het wat op de persoonlijke plank hoort. Je gebruikt dit woord voor voedsel als geheel, niet voor één specifiek product.
Nimm “Nimm” is hier een opdracht om de bovenste plank te gebruiken of te nemen. In “Nimm die oberste Ablage” geeft de spreker een directe instructie. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks zegt wat die moet nemen of gebruiken.
oberste “oberste” betekent hier “bovenste” of “hoogst gelegen” en beschrijft de plank bovenin de koelkast. In “die oberste Ablage” helpt het de juiste plaats te kiezen. Je gebruikt dit woord om de hoogste positie binnen een reeks of ruimte aan te geven.
weg “weg” betekent hier “weg” of “afzijdig” in “weg von den gemeinsamen Sachen”. Het geeft aan dat het persoonlijke eten gescheiden moet blijven van de gedeelde spullen. Je gebruikt “weg von” om afstand of scheiding van iets aan te geven.
von “von” betekent hier “van” en vormt samen met “weg” de uitdrukking “weg von den gemeinsamen Sachen”. De uitdrukking geeft aan waarvan iets op afstand moet blijven. Je gebruikt “von” hier om het referentiepunt van die afstand te noemen.
Sachen “Sachen” betekent hier “spullen” of “items”, namelijk de gezamenlijke voedingsmiddelen in de koelkast. In “den gemeinsamen Sachen” is het datgene waarvan het persoonlijke eten weg moet blijven. Je gebruikt dit meervoudige woord voor concrete dingen wanneer een preciezere naam niet nodig is.
lasse “lasse” betekent hier “laat” of “bewaar” in “Ich lasse es dort”. De spreker zegt dat hij of zij het eten voorlopig op die plaats laat staan. Je gebruikt deze vorm bij “ich” wanneer je iets ergens laat blijven.
es “es” verwijst hier naar het eten of de soep die op de plank blijft staan. In “Ich lasse es dort” is het wat de spreker daar laat. Je gebruikt “es” om naar een eerder genoemd onzijdig woord of een zaak te verwijzen.
und “und” betekent “en” en verbindt twee handelingen in “lasse es dort und nehme es bald mit nach Hause”. De spreker beschrijft eerst laten staan en daarna meenemen. Je gebruikt “und” om gelijkwaardige handelingen of informatie te verbinden.
nehme “nehme” betekent hier “neem” in de combinatie “nehme es bald mit nach Hause”: de spreker zal het eten meenemen. Het is de vorm bij “ich” in deze mededeling. Je gebruikt deze vorm wanneer je over iets zegt dat je zelf meeneemt.
bald “bald” betekent hier “binnenkort” en geeft aan dat het eten niet lang op de plank zal blijven. In “nehme es bald mit nach Hause” beschrijft het wanneer de spreker het meeneemt. Je gebruikt “bald” voor een moment dat in de nabije toekomst ligt.
mit “mit” draagt hier de betekenis “mee” in “nehme es bald mit nach Hause”. Samen met “nehme” geeft het aan dat de spreker het eten van de koelkast naar huis meeneemt. Je gebruikt dit onderdeel bij het meenemen van iets of iemand.
nach “nach” betekent hier “naar” in de vaste uitdrukking “nach Hause”, dus “naar huis”. Het geeft de bestemming van het meenemen aan. Je gebruikt “nach Hause” wanneer iemand of iets richting de eigen woning gaat.
Hause “Hause” maakt samen met “nach” de vaste uitdrukking “nach Hause”, die hier “naar huis” betekent. In “mit nach Hause” is het de bestemming van het eten. Je gebruikt deze uitdrukking om beweging naar huis aan te geven.
füllt “füllt” betekent hier “vult” in “füllt sich der Kühlschrank”: de koelkast raakt voller. Samen met “sich” beschrijft het dat de koelkast zich met oud eten vult. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat iets voller wordt.
sich “sich” hoort hier bij “füllt sich” en laat zien dat de koelkast zelf voller raakt. De hele combinatie betekent dat de koelkast zich vult met oud eten. Je gebruikt deze combinatie wanneer een ruimte of houder geleidelijk voller wordt.
der “der” is hier het bepaalde lidwoord vóór “Kühlschrank” in “der Kühlschrank”. Het verwijst naar de koelkast die in het gesprek al bekend is. Je gebruikt dit lidwoord hier bij het mannelijke zelfstandig naamwoord als onderwerp van de zin.
nicht “nicht” betekent “niet” en ontkent in “füllt sich der Kühlschrank nicht” dat de koelkast vol raakt. Het gevolg van het meenemen van oud eten wordt daardoor positief beschreven. Je gebruikt “nicht” om een handeling, toestand of gevolg te ontkennen.
altem “altem” betekent hier “oud” en beschrijft het eten dat anders in de koelkast zou blijven liggen. In “mit altem Essen” geeft het aan waarmee de koelkast zich zou vullen. Je gebruikt deze vorm in deze combinatie om voedsel te beschrijven dat niet meer vers of recent is.

Grammatica

bevor + bijzin met werkwoord aan het einde

Bevor du die Suppe in den Behälter füllst.

Be-foor doe dee zoe-pe in deen be-hel-ter fulst.

Voordat je de soep in de bak doet.

Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Imperativ: Klebe / Nimm + voorwerp

Klebe das Etikett auf den Behälter.

Klee-be das ee-ti-ket auf deen be-hel-ter.

Plak het label op de bak.

De gebiedende wijs voor „du” gebruikt vaak de werkwoordstam zonder persoonlijk voornaamwoord.

Duits woordenschat

Behälter zelfstandig naamwoord
be-hel-ter bak
bevor voegwoord
be-foor voordat
darauf bijwoord
daa-rauf erop
Datum zelfstandig naamwoord
daa-toem datum
Etikett zelfstandig naamwoord
ee-ti-ket label
gemeinsam bijvoeglijk naamwoord
ge-main-zaam gemeenschappelijk gemeinsamen
kleben werkwoord
klee-ben plakken Klebe
Kühlschrank zelfstandig naamwoord
kuul-sjrank koelkast
stehen lassen uitdrukking
sjtee-en las-sen laten staan stehen lässt
stellen werkwoord
sjtel-len zetten
Suppe zelfstandig naamwoord
zoe-pe soep
wissen werkwoord
wis-sen weten

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

plakken

Antwoord tonenKlebe

label

Antwoord tonenEtikett

zetten

Antwoord tonenstellen

koelkast

Antwoord tonenKühlschrank