Een eerlijke schoonmaakroutine | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two housemates discuss messy shared areas and agree to write a fair cleaning chart..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een eerlijke schoonmaakroutine oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Unsere Putzroutine funktioniert nicht, und die Küche wird immer wieder unordentlich.

oenzere poets-roetiene functioneert nigt, oent die kuche virt immer vie-duh oen-ordent-lig. Onze schoonmaakroutine werkt niet, en de keuken wordt steeds weer rommelig.
B

Ich glaube nicht, dass einer von uns das absichtlich macht.

ig glau-buh nigt, das ainer fon oens das ap-zigt-lig maakt. Ik denk niet dat een van ons dit expres doet.
A

Vielleicht brauchen wir eine klarere Regel, besonders für das Geschirr und den Herd.

fie-laigt brau-guhn vie ainu klaa-ruh-ruh regel, buh-zon-duhs vuur das guh-sjir oent deen heert. Misschien hebben we een duidelijkere regel nodig, vooral voor de afwas en het fornuis.
B

Wir könnten die Aufgaben jede Woche wechseln, damit nicht immer dieselbe Person den Boden wischt.

vie keun-ten die auf-gaa-buhn yeh-duh voochuh vek-seln, da-mit nigt immuh die-zel-buh per-zoon deen boo-duhn visjt. We zouden de taken elke week kunnen afwisselen, zodat niet steeds dezelfde persoon dweilt.
A

Das klingt fair, obwohl ich lieber den Müll rausbringe, als das Bad zu putzen.

das klinkt feer, op-vool ig lie-buh deen mul raus-bringuh, als das baat tsoe poetsuhn. Dat klinkt eerlijk, hoewel ik liever de vuilnis buitenzet dan de badkamer schoonmaak.
B

Vorlieben sind in Ordnung, aber die unangenehmen Aufgaben müssen trotzdem aufgeteilt werden.

foor-lie-buhn zint in ord-noeng, aa-buh die oen-anguh-neemuh auf-gaa-buhn muhsuhn trots-deem auf-guh-tailt veer-duhn. Voorkeuren zijn prima, maar de vervelende klussen moeten nog steeds worden verdeeld.
A

Wenn wir es aufschreiben, können wir verhindern, dass sich später Frust aufstaut.

ven vie es auf-sjraibuhn, keunuhn vie fer-hinduhn, das zig sjpee-tuh froest auf-sjtauwt. Als we het opschrijven, kunnen we voorkomen dat er later frustratie ontstaat.
B

Lass uns einen einfachen Plan machen und ihn überprüfen, nachdem wir ihn eine Weile ausprobiert haben.

las oens ainen ainfaa-guhn plaan makhuhn oent ien uu-buh-pruu-fuhn, naa-gdeem vie ien ainu vailuh aus-guh-pro-beert haa-buhn. Laten we een eenvoudig schema maken en het bekijken nadat we het een tijdje hebben geprobeerd.
A

Wenn es sich zu streng anfühlt, können wir es anpassen, statt zu streiten.

ven es zig tsoe sjtreng an-fuult, keunuhn vie es an-pasuhn, sjtat tsoe sjtraituhn. Als het te streng voelt, kunnen we het aanpassen in plaats van ruzie te maken.
B

Das Ziel ist ein saubereres Zuhause, kein perfektes System.

das tsiil ist ain zau-buh-ruh-res tsoe-hau-zuh, kain per-fek-tuhs zys-teem. Het doel is een schoner huis, geen perfect systeem.

Woord voor woord

Unsere “Unsere” betekent hier “onze” en hoort bij “Unsere Putzroutine”. De vorm geeft aan dat de schoonmaakroutine van de spreker en anderen is; dit is een bruikbaar patroon met een zelfstandig naamwoord erna.
Putzroutine “Putzroutine” betekent hier schoonmaakroutine: de vaste manier waarop het huishouden wordt schoongemaakt. Het is een samenstelling van Putz en Routine, zoals in “Unsere Putzroutine”.
funktioniert “funktioniert” betekent hier “werkt” of “functioneert” in “Unsere Putzroutine funktioniert nicht”. Het is de vorm van funktionieren bij de schoonmaakroutine; je gebruikt het om te zeggen of iets goed werkt.
nicht “nicht” ontkent hier dat de routine werkt: “funktioniert nicht” betekent “werkt niet”. De negatie staat bij de uitspraak over de routine.
und “und” verbindt hier twee mededelingen: “Unsere Putzroutine funktioniert nicht” en “die Küche wird immer wieder unordentlich”. Je gebruikt het om gelijkwaardige informatie aan elkaar te koppelen.
die “die” is hier het bepaalde lidwoord bij “Küche” in “die Küche”. Het introduceert de specifieke keuken waar de huisgenoten over praten.
Küche “Küche” betekent hier “keuken”. In “die Küche wird immer wieder unordentlich” is het de gedeelde ruimte die steeds rommelig wordt.
wird “wird” betekent hier “wordt” in “die Küche wird ... unordentlich”. Het drukt een verandering naar een toestand uit; de vorm hoort bij “die Küche”.
immer “immer” versterkt hier het terugkerende karakter van de situatie in “immer wieder”. Samen met “wieder” geeft het aan dat de keuken telkens opnieuw rommelig wordt.
wieder “wieder” betekent hier “weer” en maakt in “immer wieder” duidelijk dat dezelfde situatie opnieuw voorkomt. De uitdrukking past bij terugkerende gebeurtenissen.
unordentlich “unordentlich” betekent hier “rommelig” en beschrijft de toestand waarin de keuken terechtkomt. In “wird ... unordentlich” staat het als beschrijving na “wird”.
Ich “Ich” betekent “ik” en is in “Ich glaube nicht” degene die een mening uitspreekt. Het staat aan het begin van de zin omdat de spreker zichzelf als onderwerp noemt.
glaube “glaube” betekent hier “geloof” of “denk” in “Ich glaube nicht”. Het is de vorm van glauben bij “Ich” en wordt gebruikt om een mening of inschatting uit te drukken.
dass “dass” betekent hier “dat” en leidt de inhoud van de gedachte in “Ich glaube nicht, dass ...” in. Na deze voegwoordelijke inleiding staat het werkwoord aan het einde van de bijzin, zoals in “absichtlich macht”.
einer “einer” betekent hier “een van hen” in “einer von uns”. Het verwijst naar één persoon uit de groep huisgenoten en past bij het patroon “einer von uns”.
von “von” betekent hier “van” in “einer von uns”. Het geeft aan uit welke groep de ene persoon komt.
uns “uns” betekent hier “ons” in “einer von uns”. Samen met “von” verwijst het naar de groep waarvan één persoon wordt genoemd.
das “das” betekent in “das absichtlich macht” “het” of “dit” en verwijst naar de handeling waarover wordt gesproken. Dezelfde schrijfvorm verschijnt ook als “Das” in “Das Ziel”, waar hij bij het zelfstandig naamwoord “Ziel” hoort.
absichtlich “absichtlich” betekent hier “opzettelijk” of “expres”. In “das absichtlich macht” beschrijft het de bedoeling achter de handeling.
macht “macht” betekent hier “doet” in “das absichtlich macht”. Het is de vorm van machen bij “einer” en verwijst naar het uitvoeren van de besproken handeling.
Vielleicht “Vielleicht” betekent “misschien” en maakt de suggestie in “Vielleicht brauchen wir ...” voorzichtig. Je gebruikt het om een mogelijkheid of voorstel in te leiden.
brauchen “brauchen” betekent hier “nodig hebben” in “Vielleicht brauchen wir eine klarere Regel”. Het is een infinitief na “wir” in deze mededeling en krijgt het benodigde voorwerp erachter.
wir “wir” betekent “wij” of “we” en verwijst naar de twee huisgenoten samen. In “brauchen wir” is het de groep die iets nodig heeft.
eine “eine” introduceert hier één niet eerder bepaalde regel in “eine klarere Regel”. Het hoort bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “Regel”.
klarere “klarere” betekent hier “duidelijkere” en beschrijft een regel die meer duidelijkheid zou geven. In “eine klarere Regel” staat de beschrijving direct voor het zelfstandig naamwoord.
Regel “Regel” betekent hier “regel” of “norm”: de duidelijke afspraak voor het schoonmaken. In “eine klarere Regel” gaat het om een praktische standaard voor de gedeelde taken.
besonders “besonders” betekent hier “vooral” en legt extra nadruk op “das Geschirr und den Herd”. Je gebruikt het om specifieke onderdelen van een groter onderwerp uit te lichten.
für “für” betekent hier “voor” in “für das Geschirr und den Herd”. Het geeft aan op welk gebied de duidelijkere regel vooral betrekking heeft.
Geschirr “Geschirr” betekent hier het servies of de vaat die moet worden schoongemaakt. In “für das Geschirr und den Herd” noemt het een van de concrete schoonmaakgebieden.
den “den” is hier het lidwoord bij “Herd” in “den Herd”. De combinatie staat na “für” en verwijst naar het fornuis als schoonmaakobject.
Herd “Herd” betekent “fornuis”. In “das Geschirr und den Herd” wordt het genoemd als een onderdeel waarvoor een duidelijke schoonmaakregel nodig is.
könnten “könnten” betekent hier “zouden kunnen” in “Wir könnten ... wechseln”. Deze vorm maakt een voorstel mogelijk en klinkt minder verplicht dan een directe opdracht.
Aufgaben “Aufgaben” betekent hier “taken”, namelijk de verschillende schoonmaakklussen. In “die Aufgaben jede Woche wechseln” gaat het om taken die wekelijks worden afgewisseld.
jede “jede” betekent hier “elke” in “jede Woche”. Het geeft aan dat de afwisseling iedere week plaatsvindt.
Woche “Woche” betekent “week”. In “jede Woche wechseln” geeft het de regelmaat van de taakverdeling aan.
wechseln “wechseln” betekent hier “afwisselen” in “die Aufgaben jede Woche wechseln”. Het staat na “könnten” en beschrijft de voorgestelde manier om de taken te verdelen.
damit “damit” betekent hier “zodat” en leidt het doel van de taakafwisseling in. In “damit nicht immer dieselbe Person den Boden wischt” verklaart het waarom de taken worden gewisseld.
dieselbe “dieselbe” betekent “dezelfde” in “dieselbe Person”. Het benadrukt dat het niet telkens om een andere huisgenoot gaat.
Person “Person” betekent “persoon”. In “dieselbe Person den Boden wischt” verwijst het naar de huisgenoot die de vloer schoonmaakt.
Boden “Boden” betekent hier “vloer” in “den Boden wischt”. Het is het oppervlak dat door de genoemde persoon wordt schoongemaakt.
wischt “wischt” betekent hier “dweilt” of “veegt” in “den Boden wischt”. Het is de vorm van wischen bij “dieselbe Person” en beschrijft de concrete schoonmaaktaak.
klingt “klingt” betekent hier “klinkt” in “Das klingt fair”. Het is de vorm van klingen bij “Das” en geeft een reactie op het voorgestelde plan.
fair “fair” betekent hier “eerlijk” in “Das klingt fair”. De spreker beoordeelt daarmee de voorgestelde taakverdeling als redelijk.
obwohl “obwohl” betekent “hoewel” en introduceert in “obwohl ich lieber ...” een tegenstelling. De spreker vindt het plan eerlijk, maar noemt ook een persoonlijke voorkeur.
lieber “lieber” betekent hier “liever” en drukt een voorkeur uit. In “lieber den Müll rausbringe, als das Bad zu putzen” vergelijkt het twee taken.
Müll “Müll” betekent “afval” of “vuilnis”. In “den Müll rausbringe” is het datgene wat naar buiten wordt gebracht.
rausbringe “rausbringe” betekent hier “naar buiten breng” of “buitenzet” in “den Müll rausbringe”. Het is de vorm van het scheidbare werkwoord rausbringen in de bijzin na “obwohl”.
als “als” betekent hier “dan” in de voorkeurconstructie “lieber den Müll rausbringe, als das Bad zu putzen”. Het verbindt de voorkeursoptie met de taak die de spreker minder graag doet.
Bad “Bad” betekent hier “badkamer” in “das Bad zu putzen”. In deze schoonmaakcontext verwijst het naar de ruimte, niet naar het bad zelf.
zu “zu” markeert hier het infinitief in “das Bad zu putzen”. De combinatie geeft de taak aan die met de voorkeur wordt vergeleken.
putzen “putzen” betekent “schoonmaken” in “das Bad zu putzen”. Het is de infinitief na “zu” en noemt de schoonmaakhandeling voor de badkamer.
Vorlieben “Vorlieben” betekent “voorkeuren”. In “Vorlieben sind in Ordnung” gaat het om persoonlijke voorkeuren voor bepaalde schoonmaaktaken.
sind “sind” betekent hier “zijn” in “Vorlieben sind in Ordnung”. Het is de vorm van sein bij het meervoudige onderwerp “Vorlieben”.
in “in” hoort hier bij de vaste uitdrukking “in Ordnung”, die betekent dat iets aanvaardbaar of oké is. Het gaat in deze zin niet om een plaats.
Ordnung “Ordnung” betekent letterlijk orde, maar “in Ordnung” betekent hier “in orde” of “prima”. De uitdrukking wordt gebruikt om iets als aanvaardbaar te beoordelen.
unangenehmen “unangenehmen” betekent hier “onaangename” of “vervelende” in “die unangenehmen Aufgaben”. Het beschrijft de taken die niemand graag doet.
müssen “müssen” betekent “moeten” in “müssen trotzdem aufgeteilt werden”. Het drukt uit dat het verdelen van de taken noodzakelijk blijft.
trotzdem “trotzdem” betekent “toch” of “desondanks”. Het maakt duidelijk dat de vervelende taken ondanks persoonlijke voorkeuren nog steeds verdeeld moeten worden.
aufgeteilt “aufgeteilt” betekent hier “verdeeld” in “aufgeteilt werden”. Samen met “werden” beschrijft het dat de taken over de huisgenoten worden verdeeld.
werden “werden” hoort hier bij de constructie “aufgeteilt werden” en helpt uitdrukken dat de taken verdeeld moeten worden. Het staat na “müssen” als infinitief.
Wenn “Wenn” betekent hier “als” en leidt de voorwaarde in “Wenn wir es aufschreiben”. Het verbindt een mogelijke actie met het gevolg dat daardoor mogelijk wordt.
es “es” betekent hier “het” en verwijst naar de schoonmaakafspraken of het plan dat wordt opgeschreven. In “wir es aufschreiben” is het datgene wat men opschrijft.
aufschreiben “aufschreiben” betekent “opschrijven”. In “Wenn wir es aufschreiben” gaat het om de afspraken schriftelijk vastleggen, zodat ze later kunnen worden nagekeken.
können “können” betekent “kunnen” in “können wir verhindern”. Het drukt hier de mogelijkheid uit om frustratie te voorkomen door de afspraken op te schrijven.
verhindern “verhindern” betekent “voorkomen” in “können wir verhindern, dass ...”. Het beschrijft het doel om te zorgen dat frustratie later niet ontstaat of toeneemt.
sich “sich” hoort hier bij “sich aufstaut” en maakt duidelijk dat de frustratie zich opstapelt. Het verwijst naar dezelfde ontwikkeling die in de bijzin wordt beschreven.
später “später” betekent “later”. In “dass sich später Frust aufstaut” verwijst het naar een later moment als de afspraken niet duidelijk zijn.
Frust “Frust” betekent hier “frustratie” of opgekropte ergernis. In “Frust aufstaut” gaat het om negatieve gevoelens die zich geleidelijk kunnen ophopen.
aufstaut “aufstaut” betekent hier “zich opstapelt” of “zich opbouwt” in “sich später Frust aufstaut”. Het is de vorm van sich aufstauen bij “Frust” en beschrijft een geleidelijke ophoping.
Lass “Lass” betekent hier “laten we” in “Lass uns einen einfachen Plan machen”. Het is een uitnodiging of voorstel om samen iets te doen.
einen “einen” introduceert hier het concrete plan in “einen einfachen Plan”. Het hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord “Plan” in deze constructie.
einfachen “einfachen” betekent “eenvoudige” in “einen einfachen Plan”. Het beschrijft een plan dat niet ingewikkeld hoeft te zijn.
Plan “Plan” betekent hier “plan” of “schema”. In “einen einfachen Plan machen” gaat het om de schriftelijke afspraak voor de schoonmaakroutine.
ihn “ihn” betekent hier “hem” of “het” en verwijst naar “einen einfachen Plan”. In “ihn überprüfen” is het plan dat later wordt nagekeken.
überprüfen “überprüfen” betekent “controleren” of “nakijken”. In “ihn überprüfen” gaat het erom het plan na een proefperiode te beoordelen.
nachdem “nachdem” betekent “nadat” en geeft aan dat het controleren plaatsvindt na het uitproberen van het plan. Het leidt de tijdsbepalende bijzin “nachdem wir ihn eine Weile ausprobiert haben” in.
Weile “Weile” betekent hier “tijdje” in de vaste combinatie “eine Weile”. Het geeft een niet precies bepaalde periode aan waarin het plan wordt uitgeprobeerd.
ausprobiert “ausprobiert” betekent “uitgeprobeerd” in “eine Weile ausprobiert haben”. Het beschrijft dat de huisgenoten het plan eerst in de praktijk testen.
haben “haben” is hier het hulpwerkwoord in “ausprobiert haben”. Samen met “ausprobiert” vormt het de verwijzing naar het eerder uitproberen van het plan.
streng “streng” betekent hier “streng” in “sich zu streng anfühlt”. Het beschrijft hoe de schoonmaakafspraak voor de huisgenoten aanvoelt.
anfühlt “anfühlt” betekent hier “aanvoelt” in “Wenn es sich zu streng anfühlt”. Het is de vorm van sich anfühlen bij “es” en verwijst naar de ervaren indruk van het plan.
anpassen “anpassen” betekent “aanpassen” in “können wir es anpassen”. Het gaat erom het plan te wijzigen wanneer het in de praktijk te streng blijkt.
statt “statt” betekent hier “in plaats van” in “statt zu streiten”. Het geeft aan welke handelwijze de voorkeur krijgt: het plan aanpassen in plaats van ruzie maken.
streiten “streiten” betekent “ruzie maken” of “twisten” in “statt zu streiten”. Met “zu” vormt het de handeling die men juist wil vermijden.
Ziel “Ziel” betekent “doel” in “Das Ziel ist ...”. Het benoemt het gewenste resultaat van de afspraken over het schoonmaken.
ist “ist” betekent “is” in “Das Ziel ist ein saubereres Zuhause”. Het verbindt het doel met de gewenste uitkomst.
ein “ein” introduceert hier “saubereres Zuhause” als de gewenste uitkomst. Het hoort bij het onzijdige zelfstandig naamwoord “Zuhause”.
saubereres “saubereres” betekent hier “schoner” en beschrijft het gewenste huis. In “ein saubereres Zuhause” wordt een verbetering ten opzichte van de huidige situatie bedoeld.
Zuhause “Zuhause” betekent hier “thuis” of “woning”. In “ein saubereres Zuhause” verwijst het naar de gedeelde woonomgeving van de huisgenoten.
kein “kein” betekent “geen” in “kein perfektes System”. Het ontkent dat een perfect systeem het doel is.
perfektes “perfektes” betekent “perfect” in “kein perfektes System”. Het beschrijft een systeem zonder fouten, maar de zin maakt duidelijk dat zo’n systeem niet noodzakelijk is.
System “System” betekent “systeem”. In “kein perfektes System” verwijst het naar de volledige organisatie van de schoonmaaktaken.

Grammatica

aufschreiben → schreibe ... auf

Ich schreibe den Plan auf.

ig sjraibuh deen plaan auf.

Ik schrijf het plan op.

Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan: aufschreiben → schreibe ... auf.

sich anfühlen → fühlt sich ... an

Das fühlt sich unangenehm an.

das fuult zig oen-anguh-neem an.

Dat voelt onaangenaam aan.

Het wederkerend voornaamwoord sich staat bij het werkwoord; het scheidbare an staat achteraan.

Duits woordenschat

absichtlich bijwoord
ap-zigt-lig expres, opzettelijk
Aufgabe zelfstandig naamwoord
auf-gaa-buh taak Aufgaben
Boden wischen uitdrukking
boo-duhn visjuhn dweilen den Boden wischt
fair bijvoeglijk naamwoord
feer eerlijk
funktionieren werkwoord
foeng-tsie-o-neeruhn werken funktioniert
Geschirr zelfstandig naamwoord
guh-sjir servies, afwas
Herd zelfstandig naamwoord
heert fornuis
Müll zelfstandig naamwoord
mul vuilnis, afval
Putzroutine zelfstandig naamwoord
poets-roetiene schoonmaakroutine
Regel zelfstandig naamwoord
ree-gul regel
unordentlich bijvoeglijk naamwoord
oen-ordent-lig rommelig
wechseln werkwoord
vek-seln wisselen, afwisselen

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

schoonmaakroutine

Antwoord tonenPutzroutine

rommelig

Antwoord tonenunordentlich

werken

Antwoord tonenfunktioniert

servies, afwas

Antwoord tonenGeschirr