Meine
‘Meine’ betekent hier ‘mijn’ en hoort bij het meervoudige Schultern. De vorm is afgeleid van mein en staat vóór het zelfstandig naamwoord: ‘Meine Schultern’. Je gebruikt dit om aan te geven van wie iets is, bijvoorbeeld bij lichaamsdelen of bezittingen.
Schultern
‘Schultern’ betekent hier ‘schouders’, de lichaamsdelen die pijn doen. Het is de meervoudsvorm van Schulter. Je kunt het gebruiken bij lichamelijke klachten, bijvoorbeeld in ‘Meine Schultern tun weh’.
tun
In ‘tun weh’ betekent ‘tun’ niet gewoon ‘doen’, maar vormt het samen met weh de uitdrukking voor pijn doen. De infinitief is tun. Gebruik ‘tun weh’ met een lichaamsdeel als onderwerp, zoals in ‘Meine Schultern tun weh’.
weh
‘Weh’ drukt hier pijn uit in de vaste combinatie ‘tun weh’. De hele uitdrukking ‘tun weh’ betekent dat iets pijn doet; weh alleen draagt niet de volledige betekenis. Je gebruikt dit bijvoorbeeld om pijn aan een lichaamsdeel te beschrijven.
nachdem
‘Nachdem’ betekent hier ‘nadat’ en leidt de gebeurtenis in die voorafging aan de pijn. Het is een voegwoord dat de bijzin inleidt: ‘nachdem ich den ganzen Tag an diesem kleinen Tisch gearbeitet habe’. Je gebruikt het om twee gebeurtenissen in de tijd te verbinden.
ich
‘Ich’ betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de spreker. De vorm blijft in deze bijzin het onderwerp van ‘gearbeitet habe’. Je gebruikt ich wanneer je over je eigen handeling, ervaring of toestand spreekt.
den
‘Den’ hoort hier bij Tag in de tijdsaanduiding ‘den ganzen Tag’. Samen betekent dit ‘de hele dag’. Je gebruikt deze combinatie om aan te geven hoelang een handeling duurt.
ganzen
‘Ganzen’ betekent hier ‘hele’ in de combinatie ‘den ganzen Tag’. Het versterkt Tag tot de betekenis van de volledige dag. Je kunt dezelfde combinatie gebruiken wanneer je zegt dat iets gedurende de hele dag gebeurt.
Tag
‘Tag’ betekent hier ‘dag’ in ‘den ganzen Tag’, dus de volledige periode waarin de spreker werkte. Het zelfstandig naamwoord heeft als basisvorm Tag. Je gebruikt het met tijdsaanduidingen om een duur aan te geven.
an
‘An’ geeft hier de plaats aan waar de spreker werkte: ‘an diesem kleinen Tisch’. In deze combinatie betekent het ongeveer ‘aan’ of ‘bij’ een tafel. Je gebruikt an bijvoorbeeld om te zeggen waar iemand aan werkt of zit.
diesem
‘Diesem’ betekent hier ‘deze’ en verwijst naar de tafel die de spreker aanwijst: ‘diesem kleinen Tisch’. De basisvorm van deze aanwijzende vorm is dieser. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om naar een specifieke zaak in de situatie te verwijzen.
kleinen
‘Kleinen’ betekent hier ‘kleine’ en beschrijft de tafel in ‘diesem kleinen Tisch’. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is klein. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om de afmeting of het karakter ervan te beschrijven.
Tisch
‘Tisch’ betekent hier ‘tafel’, de tafel waaraan de spreker de hele dag heeft gewerkt. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het bijvoorbeeld in ‘an diesem kleinen Tisch’ om een werk- of eetplek te benoemen.
gearbeitet
‘Gearbeitet’ betekent hier ‘gewerkt’ en beschrijft de afgeronde activiteit vóór het moment van spreken. De infinitief is arbeiten; gearbeitet is de vorm die hier samen met habe wordt gebruikt: ‘gearbeitet habe’. Je gebruikt dit patroon om te zeggen dat je iets gedaan hebt.
habe
‘Habe’ is hier het hulpwerkwoord bij ‘gearbeitet’ in ‘gearbeitet habe’. De infinitief is haben. Je gebruikt habe samen met een voltooid deelwoord om een eerdere handeling te beschrijven, zoals in ‘ich habe gearbeitet’.
Dein
‘Dein’ betekent hier ‘jouw’ en verwijst naar de werkplek van de aangesproken persoon: ‘Dein Arbeitsplatz’. De vorm is de bezittelijke bepaling dein. Je gebruikt dein vóór iets dat aan de gesprekspartner toebehoort.
Arbeitsplatz
‘Arbeitsplatz’ betekent hier ‘werkplek’ en verwijst naar de opstelling waarop iemand werkt. Het woord bestaat uit Arbeit en Platz, maar in deze zin vormt het één zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het voor een concrete of ingerichte plaats om te werken.
belastet
‘Belastet’ betekent hier dat de werkplek het lichaam fysiek belast. De infinitief is belasten. Je gebruikt het met een persoon of lichaamsdeel als datgene wat de belasting ondervindt, zoals ‘belastet deinen Körper’.
deinen
‘Deinen’ betekent hier ‘jouw’ en hoort bij Körper in ‘deinen Körper’. De basisvorm van de bezittelijke bepaling is dein. Je gebruikt deze vorm om het lichaam van de aangesproken persoon als betrokken object te benoemen.
Körper
‘Körper’ betekent hier ‘lichaam’, dat door de werkplek wordt belast. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je over lichamelijke belasting of lichamelijk comfort praat.
besonders
‘Besonders’ betekent hier ‘vooral’ en legt extra nadruk op de lage monitor. Het geeft aan welk onderdeel van de situatie bijzonder relevant is. Je gebruikt het om één punt uit meerdere punten uit te lichten.
weil
‘Weil’ betekent hier ‘omdat’ en introduceert de reden waarom de werkplek het lichaam belast. De bijzin is ‘weil der Monitor so niedrig steht’. Je gebruikt weil om een verklaring of oorzaak aan een mededeling toe te voegen.
der
‘Der’ is hier het bepaalde lidwoord vóór Monitor in ‘der Monitor’. Het maakt duidelijk dat het om de specifieke monitor in de werkplek gaat. Je gebruikt het samen met een zelfstandig naamwoord wanneer de referent bekend of duidelijk is.
Monitor
‘Monitor’ betekent hier ‘monitor’, het scherm dat te laag staat. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het voor het beeldscherm van een computer of werkplek.
so
‘So’ betekent hier ‘zo’ en geeft de mate aan waarin de monitor laag staat: ‘so niedrig’. Je gebruikt het vóór een bijvoeglijk naamwoord om een bepaalde graad of intensiteit aan te duiden.
niedrig
‘Niedrig’ betekent hier ‘laag’ en beschrijft de positie van de monitor. Het staat na so in ‘so niedrig’. Je gebruikt het om de lage hoogte of positie van iets te beschrijven.
steht
‘Steht’ betekent hier ‘staat’ en beschrijft de positie van de monitor. De infinitief is stehen. Je gebruikt stehen voor iets dat zich rechtop of op een bepaalde plaats bevindt, zoals ‘der Monitor steht’.
könnte
‘Könnte’ drukt hier een mogelijkheid of voorstel in voorzichtige vorm uit: de spreker zou de monitor met boeken hoger kunnen zetten. De infinitief is können. Je gebruikt könnte om een haalbare optie voorzichtig voor te stellen.
ihn
‘Ihn’ verwijst hier naar de monitor die hoger gezet kan worden. De basisvorm van het persoonlijk voornaamwoord is er. Je gebruikt ihn wanneer een mannelijk zelfstandig naamwoord het object van de handeling is, zoals in ‘ihn ... stellen’.
mit
‘Mit’ betekent hier ‘met’ en noemt het hulpmiddel waarmee de monitor hoger wordt gezet: ‘mit Büchern’. Je gebruikt mit om het middel, materiaal of gezelschap bij een handeling aan te geven.
Büchern
‘Büchern’ betekent hier ‘boeken’, die als verhoging voor de monitor worden gebruikt. Het is de meervoudsvorm van Buch. Je gebruikt het na mit om materialen of hulpmiddelen bij een handeling te noemen.
höher
‘Höher’ betekent hier ‘hoger’ en beschrijft het gewenste resultaat van het verplaatsen van de monitor. De basisvorm is hoch. Je gebruikt höher wanneer je een positie vergelijkt met de huidige of eerdere positie.
stellen
‘Stellen’ betekent hier ‘zetten’ of ‘plaatsen’, namelijk de monitor op een hogere positie zetten. De infinitief is stellen. Je gebruikt het met een voorwerp dat je bewust op een bepaalde plaats zet, zoals in ‘ihn ... stellen’.
bis
‘Bis’ betekent hier ‘totdat’ en geeft het eindpunt van de tijdelijke oplossing aan: ‘bis ich einen passenden Ständer kaufe’. Je gebruikt bis om aan te geven tot welk moment een handeling of situatie duurt.
einen
‘Einen’ betekent hier ‘een’ en hoort bij Ständer in ‘einen passenden Ständer’. Het introduceert een nog niet nader bepaalde standaard. Je gebruikt deze vorm vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer dat het object van een handeling is.
passenden
‘Passenden’ betekent hier ‘passende’ en beschrijft de standaard die geschikt is voor de situatie. De basisvorm is passend. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets geschikt of passend is.
Ständer
‘Ständer’ betekent hier ‘standaard’ of ‘steun’ voor de monitor. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het voor een voorwerp waarop iets geplaatst of ondersteund wordt.
kaufe
‘Kaufe’ betekent hier ‘koop’ en verwijst naar het moment waarop de spreker een standaard aanschaft. De infinitief is kaufen. Je gebruikt kaufe wanneer je over je eigen aankoop spreekt, zoals in ‘ich ... kaufe’.
Das
‘Das’ betekent hier ‘dat’ en verwijst naar het voorgestelde hoger zetten van de monitor. In ‘Das wäre gut für deine Haltung’ verwijst het naar de hele voorafgaande mogelijkheid. Je gebruikt das ook om naar een zojuist genoemde handeling of gedachte te verwijzen.
wäre
‘Wäre’ betekent hier ‘zou zijn’ en maakt de beoordeling voorzichtig of hypothetisch: het hoger zetten zou goed zijn. De infinitief is sein. Je gebruikt wäre om een mogelijke beoordeling of gevolg uit te drukken.
gut
‘Gut’ betekent hier ‘goed’ in de beoordeling ‘gut für deine Haltung’. Het beschrijft een positief effect op de houding. Je gebruikt gut met für om te zeggen dat iets voordelig of geschikt is voor iemand of iets.
für
‘Für’ betekent hier ‘voor’ en verbindt het positieve effect met de houding: ‘gut für deine Haltung’. Je gebruikt für om aan te geven voor wie of wat iets goed, bedoeld of relevant is.
deine
‘Deine’ betekent hier ‘jouw’ en hoort bij Haltung in ‘deine Haltung’. De basisvorm van de bezittelijke bepaling is dein. Je gebruikt deine vóór iets dat aan de aangesproken persoon toebehoort.
Haltung
‘Haltung’ betekent hier ‘houding’, vooral de lichaamshouding tijdens het werken. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt es bijvoorbeeld wanneer je bespreekt hoe iemand zit of staat.
Du
‘Du’ betekent hier ‘jij’ en spreekt de gesprekspartner rechtstreeks aan. De vorm komt aan het begin van de zin in ‘Du solltest ...’. Je gebruikt du in een informele aanspreekvorm voor één persoon.
solltest
‘Solltest’ betekent hier ‘zou moeten’ en geeft een advies aan de gesprekspartner. De infinitief is sollen. Je gebruikt solltest om iemand op een voorzichtige maar duidelijke manier aan te raden iets te doen.
auch
‘Auch’ betekent hier ‘ook’ en voegt het controleren van de schittering toe aan het eerdere advies. Het geeft aan dat dit een extra handeling is. Je gebruikt auch om informatie of een actie aan een eerdere mededeling toe te voegen.
prüfen
‘Prüfen’ betekent hier ‘controleren’ of ‘nagaan’ of de schittering het scherm beïnvloedt. De infinitief is prüfen. Je gebruikt het met een vraagzin met ob wanneer je een mogelijke oorzaak of situatie wilt controleren.
ob
‘Ob’ betekent hier ‘of’ in de indirecte vraag ‘ob die Blendung ... beeinträchtigt’. Het leidt een onzeker te controleren feit in. Je gebruikt ob wanneer je wilt nagaan of iets het geval is.
die
‘Die’ is hier het bepaalde lidwoord vóór Blendung in ‘die Blendung’. Het verwijst naar de specifieke schittering die in de situatie besproken wordt. Je gebruikt die samen met een zelfstandig naamwoord wanneer duidelijk is over welke zaak het gaat.
Blendung
‘Blendung’ betekent hier ‘schittering’ of ‘verblinding’ die het scherm moeilijker bruikbaar maakt. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het voor fel licht dat het zicht kan hinderen.
vom
‘Vom’ betekent hier ‘van het’ in ‘vom Fenster’ en noemt het raam als bron van de schittering. Het is de vaste samentrekking van von en dem. Je gebruikt vom om de herkomst of bron van iets aan te geven.
Fenster
‘Fenster’ betekent hier ‘raam’, waar de schittering vandaan komt. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het om een raam in een gebouw of kamer te benoemen.
Bildschirm
‘Bildschirm’ betekent hier ‘scherm’ en is het object dat door de schittering wordt beïnvloed. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het voor een computer- of ander beeldscherm.
beeinträchtigt
‘Beeinträchtigt’ betekent hier ‘belemmert’ of ‘negatief beïnvloedt’: de schittering maakt het gebruik van het scherm moeilijker. De infinitief is beeinträchtigen. Je gebruikt het wanneer iets de werking, kwaliteit of bruikbaarheid van iets anders vermindert.
Durch
‘Durch’ betekent hier ‘door’ en noemt de middagzon als oorzaak van de slechte leesbaarheid. Je gebruikt durch om een oorzaak of invloed aan te geven, zoals in ‘Durch die Nachmittagssonne’.
Nachmittagssonne
‘Nachmittagssonne’ betekent hier ‘middagzon’, het zonlicht dat in de middag op het scherm valt. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord met Nachmittag en Sonne. Je gebruikt het om het zonlicht van een bepaald moment van de dag te benoemen.
ist
‘Ist’ betekent hier ‘is’ en verbindt het scherm met de beoordeling ‘schwer zu lesen’. De infinitief is sein. Je gebruikt ist om een toestand of eigenschap van iets te beschrijven.
schwer
‘Schwer’ betekent hier ‘moeilijk’ in ‘schwer zu lesen’. Het beschrijft dat lezen inspanning kost door de omstandigheden. Je gebruikt schwer met zu en een infinitief om aan te geven dat iets moeilijk te doen is.
zu
In ‘zu lesen’ betekent ‘zu’ ‘te’ en vormt het samen met lesen een infinitiefconstructie na schwer. In ‘Vorhang zu’ hoort zu bij het sluiten van het gordijn als scheidbaar werkwoordsonderdeel. Je gebruikt de eerste combinatie om een handeling te beoordelen en de tweede bij het sluiten van iets.
lesen
‘Lesen’ betekent hier ‘lezen’ en verwijst naar het lezen van de inhoud op het scherm. De infinitief is lesen. Je gebruikt het in ‘schwer zu lesen’ wanneer tekst of informatie moeilijk leesbaar is.
Versuch
‘Versuch’ betekent hier ‘probeer’ en is een directe aansporing aan één persoon. De infinitief is versuchen. Je gebruikt Versuch om iemand voor te stellen een handeling uit te voeren, zoals in ‘Versuch, den Schreibtisch ... zu verschieben’.
Schreibtisch
‘Schreibtisch’ betekent hier ‘bureau’, het meubel dat een beetje verplaatst kan worden. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het voor een tafel die bedoeld is om aan te schrijven of werken.
ein
In ‘ein wenig’ helpt ‘ein’ een kleine hoeveelheid aan te duiden; de hele combinatie betekent ‘een beetje’. Het is hier dus geen zelfstandig ‘een’ vóór een genoemd voorwerp. Je gebruikt ‘ein wenig’ vóór een bijvoeglijk naamwoord of werkwoord om een kleine mate aan te geven.
wenig
In ‘ein wenig’ betekent ‘wenig’ ‘weinig’ of ‘een beetje’ en beperkt het de mate van het verplaatsen. De volledige uitdrukking ‘ein wenig’ betekent hier dat de beweging klein moet zijn. Je gebruikt deze combinatie om een handeling of eigenschap af te zwakken.
verschieben
‘Verschieben’ betekent hier ‘verplaatsen’, namelijk het bureau een klein stukje opzij zetten. De infinitief is verschieben. Je gebruikt het met een voorwerp als object wanneer je de positie ervan verandert.
oder
‘Oder’ betekent hier ‘of’ en verbindt twee mogelijke adviezen: het bureau verplaatsen of het gordijn sluiten. Je gebruikt oder om alternatieven of keuzemogelijkheden naast elkaar te zetten.
zieh
‘Zieh’ betekent hier ‘trek’ en is een aansporing om het gordijn te sluiten in ‘zieh ... den Vorhang zu’. De infinitief is ziehen. Je gebruikt deze vorm om iemand direct te vragen een beweging uit te voeren.
während
‘Während’ betekent hier ‘tijdens’ en geeft aan wanneer het gordijn gesloten moet worden: ‘während der Gespräche’. Je gebruikt während vóór een gebeurtenis of periode om aan te geven dat twee dingen tegelijk plaatsvinden.
Gespräche
‘Gespräche’ betekent hier ‘gesprekken’, namelijk de gesprekken tijdens welke het gordijn dicht moet zijn. Het is de meervoudsvorm van Gespräch. Je gebruikt het voor mondelinge of online gesprekken.
Vorhang
‘Vorhang’ betekent hier ‘gordijn’, dat gesloten wordt om het licht tegen te houden. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het bijvoorbeeld in ‘den Vorhang zu’ wanneer je een gordijn sluit.
Wenn
‘Wenn’ betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in waaronder de spreker beter zou kunnen werken. De bijzin is ‘Wenn ich mich wohler fühle’. Je gebruikt wenn om een voorwaarde of terugkerende situatie te introduceren.
mich
‘Mich’ verwijst hier terug naar de spreker in de combinatie ‘mich wohler fühle’, dus naar hoe de spreker zich voelt. Het hoort bij het werkwoord fühlen in deze uitdrukking. Je gebruikt deze vorm wanneer de spreker zichzelf als degene beschrijft die iets voelt.
wohler
‘Wohler’ betekent hier ‘comfortabeler’ of ‘beter’ en beschrijft een verbeterd gevoel. De basisvorm is wohl. Je gebruikt wohler wanneer iemand zich beter voelt dan eerder.
fühle
‘Fühle’ betekent hier ‘voel’ in de combinatie ‘mich wohler fühle’, dus ‘me comfortabeler voel’. De infinitief is fühlen. Je gebruikt fühlen met een verwijzing naar jezelf om een lichamelijke of persoonlijke toestand te beschrijven.
sollte
‘Sollte’ betekent hier ‘zou moeten’ en drukt een verwachte mogelijkheid uit: de spreker zou beter moeten kunnen werken. De infinitief is sollen. Je gebruikt sollte om een verwachting of waarschijnlijk gevolg voorzichtig te formuleren.
besser
‘Besser’ betekent hier ‘beter’ en vergelijkt de verwachte werksituatie met de huidige. De basisvorm is gut. Je gebruikt besser om een verbetering in kwaliteit of resultaat aan te geven.
arbeiten
‘Arbeiten’ betekent hier ‘werken’ en verwijst naar de activiteit die beter zou moeten gaan. De infinitief is arbeiten. Je gebruikt het bijvoorbeeld na können in ‘besser arbeiten können’.
können
‘Können’ betekent hier ‘kunnen’ en drukt de mogelijkheid uit om beter te werken. De infinitief is können. Je gebruikt het na een ander werkwoord, zoals in ‘sollte ... arbeiten können’, om mogelijkheid of vermogen aan te geven.
Kleine
‘Kleine’ betekent hier ‘kleine’ en beschrijft de aanpassingen die weinig omvangrijk zijn. De basisvorm is klein. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een beperkte omvang of mate aan te geven.
Anpassungen
‘Anpassungen’ betekent hier ‘aanpassingen’, zoals kleine veranderingen aan de werkplek. Het is de meervoudsvorm van Anpassung. Je gebruikt het voor veranderingen waarmee je iets beter op een situatie afstemt.
sind
‘Sind’ betekent hier ‘zijn’ en verbindt de aanpassingen met de eigenschap ‘wichtig’. De infinitief is sein. Je gebruikt sind wanneer meerdere zaken samen een toestand of eigenschap hebben.
wichtig
‘Wichtig’ betekent hier ‘belangrijk’ en geeft aan dat kleine aanpassingen effect hebben wanneer dezelfde houding lang wordt aangehouden. Je gebruikt het om de betekenis of prioriteit van iets te beoordelen.
stundenlang
‘Stundenlang’ betekent hier ‘urenlang’ en geeft aan dat dezelfde houding gedurende vele uren wordt aangehouden. Het woord beschrijft de duur van een handeling of toestand. Je gebruikt het om een langdurige periode te benadrukken.
dieselbe
‘Dieselbe’ betekent hier ‘dezelfde’ en verwijst naar één en dezelfde houding die lang wordt aangehouden. De basisvorm van deze aanwijzende vorm is derselbe. Je gebruikt het om duidelijk te maken dat iets niet verandert en telkens identiek blijft.
einnimmst
‘Einnimmst’ betekent hier ‘aanneemt’ of ‘inneemt’, in de combinatie ‘dieselbe Haltung einnimmst’: dezelfde houding aannemen. De infinitief is einnehmen. Je gebruikt deze combinatie om te beschrijven welke lichaamshouding iemand gedurende een periode aanhoudt.
kann
‘Kann’ betekent hier ‘kan’ en drukt uit dat de spreker deze opstelling eerst kan uitproberen. De infinitief is können. Je gebruikt kann om een mogelijkheid of praktische haalbaarheid aan te geven.
diese
‘Diese’ betekent hier ‘deze’ en verwijst naar de concrete opstelling die op dat moment besproken wordt: ‘diese Anordnung’. De basisvorm van deze aanwijzende vorm is dieser. Je gebruikt diese om iets specifieks in de directe situatie aan te wijzen.
Anordnung
‘Anordnung’ betekent hier ‘opstelling’ of ‘rangschikking’ van de onderdelen van de werkplek. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het voor de manier waarop voorwerpen ten opzichte van elkaar geplaatst zijn.
erst
In ‘erst einmal’ betekent ‘erst’ hier ‘eerst’ en geeft het aan dat de spreker deze stap vóór een aankoop wil doen. De combinatie ‘erst einmal’ betekent hier ‘eerst even’ of ‘om te beginnen’. Je gebruikt dit om een voorlopige eerste stap aan te geven.
einmal
In ‘erst einmal’ draagt ‘einmal’ bij aan de betekenis ‘eerst even’ en maakt het voorstel voorlopig en praktisch. De volledige combinatie verwijst hier niet alleen naar één keer, maar naar eerst iets proberen voordat er verder wordt beslist. Je gebruikt ‘erst einmal’ om een eenvoudige eerste stap voor te stellen.
ausprobieren
‘Ausprobieren’ betekent hier ‘uitproberen’, namelijk de nieuwe opstelling testen voordat er iets wordt gekocht. De infinitief is ausprobieren. Je gebruikt het wanneer je wilt nagaan of een idee, methode of voorwerp in de praktijk werkt.
bevor
‘Bevor’ betekent hier ‘voordat’ en verbindt het uitproberen met de latere aankoop: ‘bevor ich etwas kaufe’. Je gebruikt bevor om aan te geven dat één handeling eerder plaatsvindt dan een andere.
etwas
‘Etwas’ betekent hier ‘iets’ en verwijst algemeen naar een nog niet bepaald aankoopobject. Het laat open wat er eventueel gekocht wordt. Je gebruikt etwas wanneer je naar een onbepaald ding of een onbepaalde hoeveelheid verwijst.
leuchtet
In ‘Das leuchtet ein’ betekent ‘leuchtet’ samen met ein dat iets logisch of begrijpelijk overkomt. De infinitief van het werkwoord is einleuchten; het deel ein staat hier achteraan. Je gebruikt de hele uitdrukking als reactie wanneer je een redenering of voorstel begrijpt.
denn
‘Denn’ betekent hier ‘want’ en geeft de reden waarom de voorgestelde aanpak logisch is. Het verbindt ‘Das leuchtet ein’ met de uitleg over de goedkoopste oplossing. Je gebruikt denn om in een hoofdzin een toelichting of reden toe te voegen.
günstigste
‘Günstigste’ betekent hier ‘goedkoopste’ en verwijst naar de oplossing met de laagste prijs. De basisvorm is günstig. Je gebruikt deze vorm wanneer je één optie binnen meerdere mogelijkheden als de goedkoopste aanduidt.
Lösung
‘Lösung’ betekent hier ‘oplossing’ voor het probleem met de werkplek. Het zelfstandig naamwoord heeft dezelfde vorm als de basisvorm. Je gebruikt het voor een maatregel of idee waarmee een probleem kan worden aangepakt.
schon
‘Schon’ betekent hier ‘al’ en geeft aan dat de goedkoopste oplossing mogelijk reeds voldoende is zonder extra aankoop. Het benadrukt dat er misschien niet meer nodig is. Je gebruikt schon om aan te geven dat iets eerder of met minder middelen dan verwacht volstaat.
ausreichen
‘Ausreichen’ betekent hier ‘voldoende zijn’ of ‘volstaan’: de goedkoopste oplossing kan genoeg zijn. De infinitief is ausreichen. Je gebruikt het om te zeggen dat een middel, hoeveelheid of oplossing genoeg is voor een bepaald doel.