Een gastenkamer voorbereiden voor bezoek | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults prepare a guest room with workspace, towels, internet instructions, and a short note..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een gastenkamer voorbereiden voor bezoek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Meine Cousine kommt für einen kurzen Besuch zu uns und bleibt bei uns.

mai-nuh koe-zie-nuh komt fuur ainun koertsun buh-zoeg tsoe oens oent blaibt bai oens Mijn nicht komt bij ons logeren voor een kort bezoek.
B

Wir sollten das Gästezimmer gemütlicher machen, bevor sie ankommt.

vier zolun das ges-tuh-tsim-ma guh-muut-likh-a makhun, buh-foor zie an-komt We moeten de logeerkamer comfortabeler maken voordat ze aankomt.
A

Ich räume den Schreibtisch frei, damit sie Platz für ihren Laptop hat.

ich roi-muh den sjraip-tisj frai, da-mit zie plats fuur ie-run leptop hat Laat me het bureau leegmaken, zodat ze ruimte heeft voor haar laptop.
B

Lass die Anleitung für den Internetzugang dort liegen, wo sie sie leicht finden kann.

las die an-lai-toeng fuur den in-ta-net-tsoe-gang dort lie-gun, vo zie zie laicht findun kan Leg de instructies voor het internet op een plek waar ze ze gemakkelijk kan vinden.
A

Sollen wir extra Handtücher ins Zimmer legen oder ihr den Schrank zeigen?

zolun vier eks-tra hant-tuu-chuh ins tsim-ma leegun oo-da iea den sjrank tsaigun Zullen we extra handdoeken in de kamer leggen, of haar de kast wijzen?
B

Leg sie ins Zimmer. Das gibt Gästen mehr Privatsphäre.

leek zie ints tsim-ma. Das g iept ges-tun meer prie-vaat-sjpèè-ruh Leg ze in de kamer. Dat geeft gasten meer privacy.
A

Ich möchte ein entspannter Gastgeber sein, nicht jemand, der jedes Detail erklärt.

ich meuch-tuh ain ent-sjpan-ta gast-gee-ba zain, nicht jee-mant dea jee-dus dee-tail èa-kleert Ik wil een ontspannen gastheer zijn, niet iemand die elk detail uitlegt.
B

Ein kurzer Zettel reicht, besonders für Schlüssel, Licht und Frühstück.

ain koerts-a tsetul raicht, buh-zon-dus fuur sjluusul, licht oent fruu-sjtuk Een kort briefje is genoeg, vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt.
A

Wenn wir es vorher vorbereiten, müssen wir uns später nicht beeilen.

ven vier es foor-heer foor-buh-rai-tun, muusun vier oens sjpee-ta nicht bə-ailun Als we het van tevoren klaarmaken, hoeven we ons later niet te haasten.
B

Dadurch wird sie sich willkommen fühlen, ohne dass der Besuch zu förmlich wird.

da-doerch virt zie zich vil-komun fuulun, oo-nuh das dea buh-zoeg tsoe feur-mlikh virt Daardoor zal ze zich welkom voelen zonder dat het bezoek te formeel wordt.

Woord voor woord

Meine „Meine” betekent hier „mijn” en verwijst naar de nicht van de spreker. Het is de vorm van „mein” die vóór „Cousine” staat; een bruikbaar patroon is „meine + zelfstandig naamwoord”.
Cousine „Cousine” betekent hier „nicht”, dus de vrouwelijke verwant die op bezoek komt. Het woord wordt gebruikt in de vaste combinatie „Meine Cousine” wanneer je over een nicht spreekt.
kommt „Kommt” betekent hier „komt” en beschrijft dat de nicht naar de anderen toe komt. Het infinitief is „kommen”; een bruikbaar patroon is „jemand kommt zu uns” voor iemands komst naar jouw plaats.
für „Für” betekent hier „voor” bij een bezoek met een bepaalde duur: „für einen kurzen Besuch”. Gebruik „für” vóór de persoon, zaak of periode waarvoor iets bedoeld is.
einen „Einen” betekent hier „een” in de woordgroep „für einen kurzen Besuch”. Deze vorm staat na „für” en vóór „Besuch”; een bruikbaar patroon is „für einen + zelfstandig naamwoord”.
kurzen „Kurzen” betekent hier „korte” en beschrijft het bezoek in „einen kurzen Besuch”. Het is de vorm van „kurz” die bij deze woordgroep hoort; je kunt „einen kurzen Besuch” gebruiken voor een bezoek van beperkte duur.
Besuch „Besuch” betekent hier „bezoek”, namelijk het korte bezoek van de nicht. Het woord komt voor in „für einen kurzen Besuch”; gebruik „Besuch” wanneer iemand tijdelijk langskomt.
zu „Zu” betekent hier „naar” in „zu uns” en geeft de richting naar de spreker en de anderen aan. Een bruikbaar patroon is „zu + persoon of groep”, zoals „zu uns” voor „naar ons toe” of „bij ons”.
uns „Uns” verwijst hier naar de spreker en anderen: „zu uns” betekent „naar ons toe” en „bei uns” betekent „bij ons”. De vorm wordt gebruikt wanneer de groep met de spreker erbij wordt bedoeld.
und „Und” betekent „en” en verbindt hier twee gebeurtenissen: de nicht komt en blijft bij hen. Gebruik „und” om gelijkwaardige woorden, woordgroepen of zinnen met elkaar te verbinden.
bleibt „Bleibt” betekent hier „blijft”, namelijk dat de nicht bij hen blijft logeren. Het infinitief is „bleiben”; een bruikbaar patroon is „bei jemandem bleiben” voor ergens of bij iemand blijven.
bei „Bei” betekent hier „bij” in „bei uns” en geeft aan bij wie de nicht verblijft. Gebruik „bei” met een persoon of groep wanneer iemand bij die persoon of groep verblijft.
Wir „Wir” betekent hier „wij” en verwijst naar de twee volwassenen die de kamer voorbereiden. Een bruikbaar patroon is „Wir sollten + infinitief” om samen een voorstel te doen.
sollten „Sollten” betekent hier „zouden moeten” en drukt een voorstel uit: samen de gastenkamer comfortabeler maken. Het infinitief is „sollen”; gebruik „wir sollten + infinitief” voor een voorzichtige aanbeveling.
das „Das” betekent hier „het” in „das Gästezimmer”. De vorm „Das” betekent in „Das gibt Gästen mehr Privatsphäre” „dat”; in beide gevallen verwijst de betekenis naar iets dat al in de context bekend is.
Gästezimmer „Gästezimmer” betekent hier „gastenkamer”, de kamer die voor de bezoeker wordt klaargemaakt. Het wordt gebruikt in „das Gästezimmer”; een vergelijkbaar patroon is „ein Gästezimmer vorbereiten” voor een kamer gereedmaken voor gasten.
gemütlicher „Gemütlicher” betekent hier „comfortabeler” of „gezelliger” en beschrijft de gewenste verbetering van de gastenkamer. Het is de vergelijkende vorm van „gemütlich”; „etwas gemütlicher machen” betekent iets aangenamer maken.
machen „Machen” betekent hier „maken” in „das Gästezimmer gemütlicher machen”. Het infinitief staat na „sollten”; een bruikbaar patroon is „etwas + bijvoeglijk naamwoord + machen”, zoals in deze zin.
bevor „Bevor” betekent hier „voordat” en plaatst het aankomen van de nicht na de voorbereiding van de kamer. Het leidt de bijzin „bevor sie ankommt” in; gebruik „bevor + zin” om een eerdere handeling aan te geven.
sie „Sie” betekent in „bevor sie ankommt” „zij” en verwijst naar de nicht. In „Lass die Anleitung ... wo sie sie leicht finden kann” is de eerste „sie” ook „zij”, terwijl „Leg sie ins Zimmer” naar de handdoeken verwijst; de betekenis volgt dus uit de context.
ankommt „Ankommt” betekent hier „aankomt”, namelijk wanneer de nicht arriveert. Het infinitief is „ankommen”; in de bijzin „bevor sie ankommt” staat de werkwoordsvorm aan het einde.
Ich „Ich” betekent hier „ik” en verwijst naar de spreker die de handelingen wil uitvoeren. Een bruikbaar patroon is „Ich + werkwoord” om een eigen handeling of wens uit te drukken, zoals „Ich räume ... frei” en „Ich möchte ... sein”.
räume „Räume” betekent hier „maak vrij” of „ruim leeg” in „Ich räume den Schreibtisch frei”. Het hoort bij het werkwoord „freiräumen”; gebruik „etwas freiräumen” voor ruimte maken door iets weg te halen.
den „Den” betekent hier „de” in „den Schreibtisch” en staat vóór het voorwerp van „räume ... frei”. De vorm helpt het bedoelde bureau als object van de handeling aan te wijzen.
Schreibtisch „Schreibtisch” betekent hier „bureau” of „schrijftafel”, de plek die voor de laptop wordt vrijgemaakt. Een bruikbaar patroon is „den Schreibtisch freiräumen” wanneer je een bureau leegmaakt.
frei „Frei” betekent hier „vrij” of „leeg” en geeft samen met „räume” aan dat het bureau beschikbaar wordt gemaakt. In „räume den Schreibtisch frei” vormt het een vaste combinatie met „freiräumen”.
damit „Damit” betekent hier „zodat” en introduceert het doel van het vrijmaken van het bureau: de nicht moet ruimte voor haar laptop hebben. Een bruikbaar patroon is „damit + bijzin” om het doel van een handeling uit te leggen.
Platz „Platz” betekent hier „ruimte”, namelijk ruimte voor de laptop op het bureau. Gebruik het patroon „Platz für + iets hebben”, zoals „Platz für ihren Laptop hat”, om beschikbare ruimte te benoemen.
ihren „Ihren” betekent hier „haar” in „ihren Laptop” en geeft aan dat de laptop van de nicht is. Het is de vorm van „ihr” die vóór „Laptop” staat; een bruikbaar patroon is „ihren + zelfstandig naamwoord”.
Laptop „Laptop” betekent hier „laptop”, het apparaat waarvoor de nicht ruimte nodig heeft. Het woord komt voor in „Platz für ihren Laptop”; gebruik deze combinatie wanneer je beschikbare werkruimte beschrijft.
hat „Hat” betekent hier „heeft” in „sie ... Platz ... hat”. Het infinitief is „haben”; een bruikbaar patroon is „jemand hat Platz für + iets” om te zeggen dat iemand ergens ruimte voor heeft.
Lass „Lass” betekent hier „laat” in de instructie „Lass die Anleitung ... dort liegen”. Het is een vorm van „lassen”; gebruik „Lass + voorwerp + liggen” wanneer je iemand vraagt iets op zijn plaats te laten.
die „Die” betekent hier „de” in „die Anleitung” en verwijst naar de internetinstructies. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord; een bruikbaar patroon is „die + instructie of handleiding” om een specifieke tekst aan te wijzen.
Anleitung „Anleitung” betekent hier „instructie” of „handleiding” voor de internettoegang. Het woord staat in „die Anleitung für den Internetzugang”; gebruik „Anleitung für + onderwerp” voor uitleg over hoe je iets gebruikt.
Internetzugang „Internetzugang” betekent hier „internettoegang”, dus de informatie die nodig is om verbinding met internet te maken. Het staat in „Anleitung für den Internetzugang”, een bruikbare combinatie voor instructies over internetverbinding.
dort „Dort” betekent hier „daar” en verwijst naar de plek waar de instructie moet blijven liggen. Een bruikbaar patroon is „etwas dort liegen lassen” wanneer je iets op een bepaalde plaats achterlaat.
liegen „Liegen” betekent hier „liggen” in de combinatie „dort liegen”. Samen met „Lass” betekent „Lass die Anleitung ... dort liegen” dat de instructie op die plek moet blijven; gebruik „iets ergens laten liggen” voor zo’n opdracht.
wo „Wo” betekent hier „waar” en leidt de plaatsbepaling „wo sie sie leicht finden kann” in. Een bruikbaar patroon is „dort, wo ...” om precies aan te geven op welke plek iets ligt.
leicht „Leicht” betekent hier „gemakkelijk” en beschrijft dat zij de instructie zonder moeite kan vinden. Het staat bij „finden” in „leicht finden kann”; gebruik „iets leicht finden” voor iets gemakkelijk kunnen vinden.
finden „Finden” betekent hier „vinden”, namelijk de instructie kunnen terugvinden. Het infinitief staat na „kann”; een bruikbaar patroon is „etwas leicht finden” wanneer iets gemakkelijk te lokaliseren is.
kann „Kann” betekent hier „kan” en drukt de mogelijkheid uit om de instructie te vinden. Het infinitief is „können”; in „finden kann” staat de vorm aan het einde van de bijzin.
Sollen „Sollen” betekent hier „zullen we” of „zouden we moeten” en opent een vraag waarin de spreker twee opties voorlegt. Het infinitief is „sollen”; gebruik „Sollen wir ... oder ...?” om samen tussen mogelijkheden te kiezen.
extra „Extra” betekent hier „extra” of „aanvullend” en beschrijft de handdoeken naast wat al in de kamer ligt. Een bruikbaar patroon is „extra + zelfstandig naamwoord”, zoals „extra Handtücher”.
Handtücher „Handtücher” betekent hier „handdoeken”, die in de gastenkamer moeten worden gelegd. Het is de meervoudsvorm van „Handtuch”; gebruik „extra Handtücher” wanneer je aanvullende handdoeken aanbiedt.
ins „Ins” betekent hier „in het” of „naar het” in „ins Zimmer” en geeft de bestemming van de handdoeken aan. Het is een samentrekking van „in” en „das”; gebruik „ins + bestemming” bij een beweging naar een ruimte.
Zimmer „Zimmer” betekent hier „kamer”, de plaats waar de handdoeken moeten komen. Het staat in „ins Zimmer legen”; deze combinatie gebruik je om iets in een kamer te plaatsen.
legen „Legen” betekent hier „leggen” in „extra Handtücher ins Zimmer legen”. Het infinitief staat na „Sollen wir”; een bruikbaar patroon is „iets ergens leggen” wanneer je iets op een bepaalde plaats neerlegt.
oder „Oder” betekent hier „of” en verbindt twee alternatieven: de handdoeken in de kamer leggen of de kast aanwijzen. Gebruik „oder” om mogelijkheden of keuzes naast elkaar te zetten.
ihr „Ihr” betekent hier „aan haar” en verwijst naar de nicht als degene aan wie de kast wordt getoond. Het staat in „ihr den Schrank zeigen”; een bruikbaar patroon is „iemand iets zeigen” voor iemand iets laten zien.
Schrank „Schrank” betekent hier „kast”, waarin de bezoeker mogelijk zelf handdoeken kan vinden. Het staat in „ihr den Schrank zeigen”; gebruik deze combinatie wanneer je iemand de locatie van een kast laat zien.
zeigen „Zeigen” betekent hier „laten zien” of „wijzen”, namelijk de kast aan de nicht tonen. Het infinitief staat na „Sollen wir”; een bruikbaar patroon is „iemand iets zeigen”.
Leg „Leg” betekent hier „leg” in de directe opdracht „Leg sie ins Zimmer”. Het is een vorm van „legen”; gebruik „Leg + voorwerp + plaats” wanneer je iemand vraagt iets ergens neer te leggen.
gibt „Gibt” betekent hier „geeft” in „Das gibt Gästen mehr Privatsphäre”: het beschikbaar stellen van handdoeken zorgt voor meer privacy. Het infinitief is „geben”; een bruikbaar patroon is „jemandem etwas geben” voor iets aan iemand geven.
Gästen „Gästen” betekent hier „gasten” als de mensen die meer privacy krijgen. Het is de vorm van „Gast” in „Das gibt Gästen ...”; een bruikbaar patroon is „etwas gibt Gästen ...” wanneer iets voor gasten een effect heeft.
mehr „Mehr” betekent hier „meer” en geeft aan dat gasten door de handdoeken extra privacy hebben. Het staat vóór „Privatsphäre”; gebruik „mehr + zelfstandig naamwoord” om een grotere hoeveelheid of mate aan te geven.
Privatsphäre „Privatsphäre” betekent hier „privacy”, dus ruimte om zich niet bekeken of gestoord te voelen. Het staat in „mehr Privatsphäre”; deze combinatie gebruik je wanneer een maatregel meer persoonlijke ruimte biedt.
möchte „Möchte” betekent hier „wil graag” en drukt een wens van de spreker uit: een ontspannen gastheer zijn. Het hoort bij „mögen”; een bruikbaar patroon is „Ich möchte + zelfstandig naamwoord of infinitief” om een wens uit te drukken.
ein „Ein” betekent hier „een” in „ein entspannter Gastgeber” en in „Ein kurzer Zettel”. De vorm staat vóór een zelfstandig naamwoord en introduceert één niet nader bepaalde persoon of zaak.
entspannter „Entspannter” betekent hier „ontspannen” of „relaxed” en beschrijft het soort gastheer dat de spreker wil zijn. Het staat in „ein entspannter Gastgeber”; gebruik deze woordgroep om een rustige manier van gastheerschap te beschrijven.
Gastgeber „Gastgeber” betekent hier „gastheer”, de persoon die bezoekers thuis ontvangt. Het woord staat in „ein entspannter Gastgeber sein”; gebruik dit patroon wanneer je je rol als host beschrijft.
sein „Sein” betekent hier „zijn” in „ein entspannter Gastgeber sein”. Het infinitief staat na „möchte”; gebruik „jemand sein” om te zeggen welke rol of welk soort persoon iemand wil zijn.
nicht „Nicht” betekent hier „niet” en ontkent dat de spreker iemand wil zijn die elk detail uitlegt. Het staat in „nicht jemand, der ...”; gebruik dit patroon om een gewenste rol van een ongewenste rol te onderscheiden.
jemand „Jemand” betekent hier „iemand” in „nicht jemand, der jedes Detail erklärt”. Het verwijst naar een persoon in het algemeen; een bruikbaar patroon is „jemand, der ...” voor iemand die een bepaalde handeling verricht.
der „Der” betekent hier „die” of „degene die” en verwijst terug naar „jemand” in „jemand, der jedes Detail erklärt”. Het leidt de beschrijving van die persoon in; gebruik „jemand, der ...” om iemand met een eigenschap of handeling te omschrijven.
jedes „Jedes” betekent hier „elk” en bepaalt „Detail” in „jedes Detail”. Het is de vorm van „jeder” die bij dit zelfstandig naamwoord hoort; gebruik „jedes + zelfstandig naamwoord” wanneer je alle afzonderlijke onderdelen bedoelt.
Detail „Detail” betekent hier „detail”, dus een afzonderlijk stukje informatie over het verblijf. Het staat in „jedes Detail erklären”; gebruik deze combinatie wanneer je elk afzonderlijk onderdeel mondeling toelicht.
erklärt „Erklärt” betekent hier „legt uit” en beschrijft iemand die elk detail aan de gast zou toelichten. Het infinitief is „erklären”; een bruikbaar patroon is „jedes Detail erklären” voor elk detail uitleggen.
kurzer „Kurzer” betekent hier „korte” en beschrijft het briefje in „Ein kurzer Zettel”. Het is de vorm van „kurz” die bij deze woordgroep hoort; gebruik „ein kurzer Zettel” voor een beknopte schriftelijke mededeling.
Zettel „Zettel” betekent hier „briefje” of „notitie” met praktische informatie voor de gast. Het staat in „Ein kurzer Zettel reicht”; gebruik deze combinatie wanneer een korte schriftelijke uitleg voldoende is.
reicht „Reicht” betekent hier „is genoeg” of „volstaat”: een kort briefje bevat voldoende informatie. Het infinitief is „reichen”; een bruikbaar patroon is „iets reicht” wanneer iets voldoende is voor een doel.
besonders „Besonders” betekent hier „vooral” en legt nadruk op sleutels, licht en ontbijt. Het staat in „besonders für ...”; gebruik dit patroon om enkele belangrijke voorbeelden uit een grotere groep te benadrukken.
Schlüssel „Schlüssel” verwijst hier naar de sleutels die op het briefje moeten worden genoemd. Het staat in „besonders für Schlüssel, Licht und Frühstück”; gebruik „für Schlüssel” wanneer informatie over sleutels bedoeld is.
Licht „Licht” betekent hier „licht” of „verlichting” in de kamer. Het wordt samen met „Schlüssel” en „Frühstück” genoemd als onderwerp van het briefje; gebruik „Licht” voor praktische informatie over de verlichting.
Frühstück „Frühstück” betekent hier „ontbijt”, een van de praktische onderwerpen voor de gast. Het staat in de opsomming „Schlüssel, Licht und Frühstück”; gebruik het woord wanneer je informatie over de ochtendmaaltijd geeft.
Wenn „Wenn” betekent hier „als” en leidt de voorwaarde in waaronder ze later niet hoeven te haasten. Een bruikbaar patroon is „Wenn + bijzin, dan volgt het gevolg” voor een geplande voorwaarde.
es „Es” betekent hier „het” en verwijst naar de gastenkamer die wordt voorbereid. Het staat als voorwerp in „es vorher vorbereiten”; gebruik „es vorbereiten” wanneer een eerder genoemd ding opnieuw als voorbereid object wordt aangeduid.
vorher „Vorher” betekent hier „van tevoren” en geeft aan dat de voorbereiding vóór het latere moment moet gebeuren. Het staat in „es vorher vorbereiten”; gebruik het om een eerdere timing ten opzichte van een ander moment aan te geven.
vorbereiten „Vorbereiten” betekent hier „voorbereiden”, namelijk de kamer vooraf klaarmaken. Het infinitief staat in de bijzin „Wenn wir es vorher vorbereiten”; een bruikbaar patroon is „iets vooraf voorbereiden” voor een komende gebeurtenis.
müssen „Müssen” drukt hier noodzaak uit; samen met „nicht” betekent „müssen wir uns später nicht beeilen” dat we later niet hoeven te haasten. Het infinitief is „müssen”; een bruikbaar patroon is „müssen + infinitief” voor wat noodzakelijk is.
später „Später” betekent hier „later”, namelijk op het moment waarop de gast komt of het bezoek begint. Het staat in „uns später nicht beeilen”; gebruik het om naar een later tijdstip te verwijzen.
beeilen „Beeilen” betekent hier „haasten” in de vaste reflexieve combinatie „sich beeilen”. In „uns später nicht beeilen” betekent dit dat de sprekers later niet gehaast hoeven te handelen; gebruik „sich beeilen” voor haast maken.
Dadurch „Dadurch” betekent hier „daardoor” of „op die manier” en verbindt de voorbereiding met het gevoel van welkom zijn. Het staat vooraan in „Dadurch wird sie sich willkommen fühlen”; gebruik het om een gevolg van een eerdere handeling aan te geven.
sich „Sich” verwijst hier terug naar „sie” en vormt samen met „fühlen” de uitdrukking „sich willkommen fühlen”. Het geeft aan dat de persoon het gevoel zelf ervaart; gebruik „sich + bijvoeglijk naamwoord + fühlen” om iemands gevoelsbeleving te beschrijven.
willkommen „Willkommen” betekent hier „welkom” in „sich willkommen fühlen”. Het beschrijft hoe de nicht zich door de voorbereiding zal voelen; een bruikbaar patroon is „sich willkommen fühlen” voor zich welkom voelen.
fühlen „Fühlen” betekent hier „voelen” in de combinatie „sich willkommen fühlen”. Het infinitief staat na „wird”; gebruik „sich + bijvoeglijk naamwoord + fühlen” om een ervaren gevoel te beschrijven.
ohne „Ohne” betekent hier „zonder” en geeft aan dat de gast zich welkom kan voelen zonder dat het bezoek formeel wordt. Het staat in de constructie „ohne dass ...”; gebruik die constructie om een bijkomende omstandigheid uit te sluiten.
dass „Dass” betekent hier „dat” en leidt de bijzin „dass der Besuch zu förmlich wird” in. Een bruikbaar patroon is „ohne dass + bijzin”; in zo’n bijzin staat het werkwoord aan het einde.
förmlich „Förmlich” betekent hier „formeel” en beschrijft een bezoek dat te officieel of afstandelijk zou aanvoelen. Het staat in „zu förmlich wird”; gebruik „zu + bijvoeglijk naamwoord” om aan te geven dat iets een ongewenst hoge mate bereikt.

Grammatica

Trennbare werkwoorden: ankommen → kommt ... an

Die Cousine kommt an.

die koe-zie-nuh komt an

De nicht komt aan.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan.

ohne dass + werkwoord achteraan

ohne dass die Cousine ankommt

oo-nuh das die koe-zie-nuh an-komt

zonder dat de nicht aankomt

Na „ohne dass” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Duits woordenschat

ankommen werkwoord
an-kom-un aankomen ankommt
Anleitung zelfstandig naamwoord
an-lai-toeng handleiding, instructie
Besuch zelfstandig naamwoord
buh-zoeg bezoek
bleiben werkwoord
blai-bun blijven bleibt
Cousine zelfstandig naamwoord
koe-zie-nuh vrouwelijke neef/nicht
freiräumen werkwoord
frai-roi-mun leegmaken, vrijmaken räume ... frei
Gästezimmer zelfstandig naamwoord
ges-tuh-tsim-ma logeerkamer
gemütlich bijvoeglijk naamwoord
guh-muut-likh gezellig, comfortabel gemütlicher
Internetzugang zelfstandig naamwoord
in-ta-net-tsoe-gang internettoegang
leicht bijwoord
laicht gemakkelijk
Platz zelfstandig naamwoord
plats ruimte, plek
Schreibtisch zelfstandig naamwoord
sjraip-tisj bureau, schrijftafel

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

logeerkamer

Antwoord tonenGästezimmer

bureau, schrijftafel

Antwoord tonenSchreibtisch

blijven

Antwoord tonenbleibt

bezoek

Antwoord tonenBesuch