Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een gastenkamer voorbereiden voor bezoek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Meine Cousine kommt für einen kurzen Besuch zu uns und bleibt bei uns.
mai-nuh koe-zie-nuh komt fuur ainun koertsun buh-zoeg tsoe oens oent blaibt bai oens Mijn nicht komt bij ons logeren voor een kort bezoek.Wir sollten das Gästezimmer gemütlicher machen, bevor sie ankommt.
vier zolun das ges-tuh-tsim-ma guh-muut-likh-a makhun, buh-foor zie an-komt We moeten de logeerkamer comfortabeler maken voordat ze aankomt.Ich räume den Schreibtisch frei, damit sie Platz für ihren Laptop hat.
ich roi-muh den sjraip-tisj frai, da-mit zie plats fuur ie-run leptop hat Laat me het bureau leegmaken, zodat ze ruimte heeft voor haar laptop.Lass die Anleitung für den Internetzugang dort liegen, wo sie sie leicht finden kann.
las die an-lai-toeng fuur den in-ta-net-tsoe-gang dort lie-gun, vo zie zie laicht findun kan Leg de instructies voor het internet op een plek waar ze ze gemakkelijk kan vinden.Sollen wir extra Handtücher ins Zimmer legen oder ihr den Schrank zeigen?
zolun vier eks-tra hant-tuu-chuh ins tsim-ma leegun oo-da iea den sjrank tsaigun Zullen we extra handdoeken in de kamer leggen, of haar de kast wijzen?Leg sie ins Zimmer. Das gibt Gästen mehr Privatsphäre.
leek zie ints tsim-ma. Das g iept ges-tun meer prie-vaat-sjpèè-ruh Leg ze in de kamer. Dat geeft gasten meer privacy.Ich möchte ein entspannter Gastgeber sein, nicht jemand, der jedes Detail erklärt.
ich meuch-tuh ain ent-sjpan-ta gast-gee-ba zain, nicht jee-mant dea jee-dus dee-tail èa-kleert Ik wil een ontspannen gastheer zijn, niet iemand die elk detail uitlegt.Ein kurzer Zettel reicht, besonders für Schlüssel, Licht und Frühstück.
ain koerts-a tsetul raicht, buh-zon-dus fuur sjluusul, licht oent fruu-sjtuk Een kort briefje is genoeg, vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt.Wenn wir es vorher vorbereiten, müssen wir uns später nicht beeilen.
ven vier es foor-heer foor-buh-rai-tun, muusun vier oens sjpee-ta nicht bə-ailun Als we het van tevoren klaarmaken, hoeven we ons later niet te haasten.Dadurch wird sie sich willkommen fühlen, ohne dass der Besuch zu förmlich wird.
da-doerch virt zie zich vil-komun fuulun, oo-nuh das dea buh-zoeg tsoe feur-mlikh virt Daardoor zal ze zich welkom voelen zonder dat het bezoek te formeel wordt.Uitleg van de zinnen
Meine Cousine kommt für einen kurzen Besuch zu uns und bleibt bei uns.
Mijn nicht komt bij ons logeren voor een kort bezoek.
- Meine
- mijn
- Cousine
- nicht
- kommt
- komt
- für
- voor
- kurzen
- kort
- Besuch
- bezoek
- zu uns
- naar ons toe
- bleibt
- blijft
- bei uns
- bij ons
Uitgebreide uitleg
Meine betekent hier “mijn” en hoort bij het vrouwelijke enkelvoud Cousine. De vorm meine is hier de bezittelijke vorm in het onderwerp van de zin. Vergelijk: mein Bruder (“mijn broer”), maar meine Cousine (“mijn nicht/cousine”). Cousine betekent een vrouwelijke nicht/cousine: de dochter van een oom of tante. Het woord is vrouwelijk; het meervoud is Cousinen. In de gegeven Nederlandse vertaling staat nicht; dat is hier de bedoelde betekenis van het Duitse woord. kommt is de vorm van kommen (“komen”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: sie kommt. De stamklinker verandert hier niet. Voorbeeld: Meine Cousine kommt morgen. — “Mijn nicht komt morgen.” für betekent “voor” en geeft hier de duur of het doel van het bezoek aan. Na für staat in het Duits de accusatief. De vaste combinatie für einen kurzen Besuch betekent “voor een kort bezoek”. kurzen komt van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”). Hier beschrijft kurzen het mannelijke zelfstandig naamwoord Besuch na für einen; daarom krijgt het bijvoeglijk naamwoord deze uitgang. De vergelijkingsreeks is kurz – kürzer – am kürzesten (“kort – korter – het kortst”). Besuch betekent “bezoek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Besuch; het meervoud is Besuche. In deze zin noemt het een bezoek als activiteit of verblijf, niet de bezoeker zelf. Voorbeeld: Wir bekommen Besuch. — “We krijgen bezoek.” zu uns betekent “naar ons toe” of “bij ons komen”, met de nadruk op de richting naar de groep waarvan de spreker deel uitmaakt. uns is de vorm van wir (“wij”) na zu. Voorbeeld: Komm zu uns! — “Kom naar ons toe!” bleibt is de derde persoon enkelvoud van bleiben (“blijven”) in de tegenwoordige tijd: sie bleibt. Kommen beschrijft de beweging naar de bestemming; bleiben beschrijft dat zij daar vervolgens verblijft. Voorbeeld: Sie bleibt zwei Tage. — “Ze blijft twee dagen.” bei uns betekent “bij ons” en geeft de plaats of groep aan waar zij blijft. bei staat hier met de datief, waardoor wir de vorm uns krijgt. Het is dus een andere voorzetselgroep dan zu uns: zu richt de beweging naar ons, terwijl bei de verblijfplaats bij ons aanduidt. Samen betekent de zin: “Mijn nicht/cousine komt naar ons toe voor een kort bezoek en blijft bij ons.” Het onderwerp is Meine Cousine; daarop volgen haar komst (kommt zu uns), de duur of aard van het bezoek (für einen kurzen Besuch) en daarna haar verblijf (bleibt bei uns). De tegenwoordige tijd kan in het Duits ook voor een nabije toekomstige gebeurtenis worden gebruikt; de zin zegt hier dat zij komt en bij de groep blijft.
Wir sollten das Gästezimmer gemütlicher machen, bevor sie ankommt.
We moeten de logeerkamer comfortabeler maken voordat ze aankomt.
- Wir sollten
- we zouden moeten
- das Gästezimmer
- de logeerkamer
- gemütlicher
- comfortabeler
- machen
- maken
- bevor
- voordat
- sie
- ze
- ankommt
- aankomt
Uitgebreide uitleg
Wir sollten betekent hier dat de spreker samen met anderen een aanbeveling of plan formuleert: “we zouden moeten”. sollten is de vorm van sollen voor wir in deze betekenis. Het daaropvolgende werkwoord blijft in de infinitief: Wir sollten ... machen. Vergelijk: Wir sollten warten = “We zouden moeten wachten.” das Gästezimmer is het zelfstandige naamwoord voor een kamer waarin een gast kan verblijven: “de logeerkamer”. Het samengestelde woord bestaat uit Gast (“gast”) en Zimmer (“kamer”); als geheel heeft het onzijdig grammaticaal geslacht, daarom staat hier das. De vorm Gäste- is de meervoudsvorm van Gast binnen deze samenstelling, maar Gästezimmer zelf is één kamer. gemütlicher beschrijft een verandering naar een aangenamere, huiselijkere toestand: “comfortabeler” of “gezelliger”. De basisvorm is gemütlich; de vorm gemütlicher is de vergrotende trap. Het achtervoegsel -er hoort bij het bijvoeglijk naamwoord gemütlich, niet bij Gästezimmer. Bijvoorbeeld: Das Zimmer ist gemütlicher. = “De kamer is comfortabeler/gezelliger.” machen betekent hier “maken” in de constructie etwas gemütlicher machen: iets aangenamer of comfortabeler maken. Het is de infinitief die bij sollten hoort. De persoon die de handeling uitvoert, staat in Wir; das Gästezimmer is wat door die handeling verandert. Bijvoorbeeld: Wir machen den Raum heller. = “We maken de ruimte lichter.” bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In een Duitse bijzin die door bevor wordt ingeleid, staat het vervoegde werkwoord aan het einde: bevor sie ankommt. De bijzin geeft aan wanneer de voorgestelde verandering moet plaatsvinden. sie betekent in deze zin “ze” en verwijst, volgens de vaste vertaling en de context, naar de vrouwelijke bezoeker. De vorm is hier een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud; de vorm zelf markeert in deze positie niet haar naam, maar de context identificeert haar als de bezoeker die komt logeren. Sie met hoofdletter kan in een andere context een beleefde aanspreekvorm zijn, maar dat is hier niet de vorm of betekenis. ankommt betekent “aankomt”. De basisvorm is ankommen, een scheidbaar werkwoord. In deze bijzin blijft het voorvoegsel bij het werkwoord en staat de vervoegde vorm achteraan: sie kommt an in een hoofdzin, maar bevor sie ankommt in deze bijzin. -t markeert hier de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Bijvoorbeeld: Sie kommt morgen an. = “Ze komt morgen aan.” Samen betekent Wir sollten das Gästezimmer gemütlicher machen dat de spreker voorstelt om de logeerkamer comfortabeler of gezelliger te maken. bevor sie ankommt bepaalt dat dit vóór haar aankomst moet gebeuren. De volledige betekenis is dus: “We moeten de logeerkamer comfortabeler maken voordat ze aankomt.”
Ich räume den Schreibtisch frei, damit sie Platz für ihren Laptop hat.
Laat me het bureau leegmaken, zodat ze ruimte heeft voor haar laptop.
- räume
- ruim op
- den Schreibtisch
- het bureau
- frei
- vrij
- damit
- zodat
- sie
- zij / ze
- Platz
- ruimte
- ihren
- haar
- Laptop
- laptop
- hat
- heeft
Uitgebreide uitleg
räume komt van räumen en is hier de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich räume. Samen met frei vormt het het scheidbare werkwoord freiräumen — iets vrijmaken of leegmaken. In een hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede positie en komt frei aan het einde: Ich räume den Tisch frei. = Ik maak de tafel leeg. Dit verschilt van aufräumen, dat meestal ‘opruimen’ betekent. den Schreibtisch is het lijdend voorwerp van freiräumen: het bureau is wat wordt leeggemaakt. Schreibtisch is een mannelijk zelfstandig naamwoord; na het werkwoord staat hier de vierde naamval, daarom heeft het lidwoord de vorm den in plaats van der. frei beschrijft hier het resultaat van de handeling: het bureau wordt vrij van spullen gemaakt. Het is geen zelfstandig werkwoord in deze zin; samen met räume vormt het de scheidbare constructie freiräumen. damit leidt een doelzin in en betekent hier ‘zodat’ of ‘opdat’. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Bijvoorbeeld: Ich öffne das Fenster, damit sie frische Luft hat. = Ik open het raam zodat zij frisse lucht heeft. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud en betekent ‘zij’ of ‘ze’. In deze zin verwijst het naar de persoon die ruimte voor haar laptop moet hebben. De Duitse vorm kan zonder verdere context niet aangeven wie die persoon precies is; de Nederlandse vertaling ze laat dat eveneens open. Platz betekent ‘ruimte’ of ‘plaats’ en is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In de vaste combinatie Platz für etwas haben betekent het ‘ruimte voor iets hebben’. Bijvoorbeeld: Wir haben Platz für einen Stuhl. = We hebben ruimte voor een stoel. ihren is de bezittelijke vorm van ihr bij sie in de betekenis ‘haar’. De vorm stemt hier niet alleen af op de bezitter, maar ook op het bezeten zelfstandig naamwoord: Laptop is mannelijk en staat na für in de vierde naamval, waardoor ihr de vorm ihren krijgt. Vergelijk bijvoorbeeld ihr Laptop als onderwerp met für ihren Laptop na für. Laptop is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een draagbare computer. In für ihren Laptop is het het voorwerp van het voorzetsel für; dit voorzetsel vraagt hier de vierde naamval. hat is de vorm van haben voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: sie hat. De combinatie Platz haben betekent letterlijk ‘ruimte hebben’ en is een veelgebruikte manier om beschikbare ruimte uit te drukken. De hoofdzin Ich räume den Schreibtisch frei zegt dat ik het bureau leegmaak. De doelzin damit sie Platz für ihren Laptop hat zegt waarvoor: die persoon moet ruimte hebben voor haar laptop. Samen betekent de hele uiting: ‘Ik maak het bureau leeg, zodat ze ruimte heeft voor haar laptop.’
Lass die Anleitung für den Internetzugang dort liegen, wo sie sie leicht finden kann.
Leg de instructies voor het internet op een plek waar ze ze gemakkelijk kan vinden.
- Lass … liegen
- laat ... liggen
- Anleitung
- instructie
- Internetzugang
- internettoegang
- dort
- daar
- wo
- waar
- sie
- ze
- leicht
- gemakkelijk
- finden
- vinden
- kann
- kan
Uitgebreide uitleg
Lass ... liegen is hier een bevel aan één persoon met du. Lass is de gebiedende wijs van lassen (“laten”); liegen blijft als infinitief staan. Samen betekent de constructie: iets ergens laten liggen, dus het niet verplaatsen. Voorbeeld: Lass das Buch hier liegen. — “Laat het boek hier liggen.” Anleitung betekent hier “instructie” of “handleiding”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Anleitung; het meervoud is die Anleitungen. In deze zin is die Anleitung het object van Lass; bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord ziet het lidwoord er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit. De daaropvolgende groep für den Internetzugang specificeert waarvoor de instructie bedoeld is; für regeert daar de accusatief. Voorbeeld: Ich lese die Anleitung. — “Ik lees de handleiding.” Internetzugang is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: der Internetzugang, letterlijk toegang tot internet. Na für verschijnt daarom den Internetzugang: für den Internetzugang betekent “voor de internettoegang”. Het bijbehorende meervoud is die Internetzugänge. dort betekent “daar” en verwijst naar een plaats. In dort liegen geeft het aan waar iets moet blijven liggen. hier is het gebruikelijke contrast wanneer de bedoelde plaats dichtbij de spreker is. wo betekent hier “waar” en leidt een bijzin in die de plaats nader bepaalt. Het staat na dort: dort, wo ... — “daar waar ...”. Voorbeeld: Stell es dorthin, wo man es sieht. — “Zet het daar neer waar men het ziet.” Het eerste sie in wo sie ... kann is het onderwerp van de bijzin en betekent volgens de vaste vertaling “ze”. Hier blijkt uit kann dat het om de derde persoon enkelvoud gaat; sie is dan de vrouwelijke enkelvoudsvorm. Het tweede sie is het voorwerp van finden. Deze vorm kan in het Duits zowel naar een vrouwelijk enkelvoud als naar een meervoud verwijzen; de vorm zelf maakt het getal niet afzonderlijk zichtbaar. In de vaste vertaling is de bedoelde betekenis dat zij de instructies kan vinden. leicht is een bijwoord met de betekenis “gemakkelijk”. Het beschrijft hier hoe zij de instructies kan vinden, niet een eigenschap van de instructies. Hetzelfde woord kan ook als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld eine leichte Aufgabe — “een gemakkelijke taak”. finden betekent “vinden”. Het is hier een infinitief na het modale werkwoord kann; bij modale werkwoorden staat het andere werkwoord in deze bijzin aan het einde: sie kann es finden — “ze kan het vinden”. De verleden tijd heeft bijvoorbeeld de vorm fand, maar die staat niet in deze zin. kann is de derde persoon enkelvoud van können, “kunnen”. Het drukt hier mogelijkheid of vermogen uit: zij is in staat de instructies gemakkelijk te vinden. De vorm verandert met het onderwerp: ich kann, sie kann, maar wir können. De volledige structuur is: Lass + het object die Anleitung für den Internetzugang + dort liegen, gevolgd door de plaatsbepalende bijzin wo sie sie leicht finden kann. De betekenis is: “Leg de instructies voor het internet op een plek waar ze ze gemakkelijk kan vinden.”
Sollen wir extra Handtücher ins Zimmer legen oder ihr den Schrank zeigen?
Zullen we extra handdoeken in de kamer leggen, of haar de kast wijzen?
- Sollen wir
- zullen we
- extra
- extra
- Handtücher
- handdoeken
- ins Zimmer
- in de kamer
- legen
- leggen
- ihr
- haar
- Schrank
- kast
- zeigen
- wijzen
Uitgebreide uitleg
Sollen wir bevat sollen in de tegenwoordige tijd bij wir: sollen wir ...? vraagt of het voorstelbaar of gewenst is dat we iets doen. Na dit modale werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de betreffende keuze: Sollen wir warten? = Zullen we wachten? extra betekent hier dat er meer handdoeken zijn dan de al veronderstelde of benodigde hoeveelheid. Het is een onveranderlijk bijvoeglijk naamwoord/bijwoord in deze vorm; het krijgt hier geen uitgang. Handtücher is het meervoud van Handtuch (handdoek). Het onzijdige enkelvoud heeft het meervoud Handtücher; de umlaut en uitgang horen bij deze meervoudsvorm. Bijvoorbeeld: Ich brauche zwei Handtücher. = Ik heb twee handdoeken nodig. ins Zimmer is de verkorte vorm van in das Zimmer: ins = in das, en Zimmer is onzijdig. Bij een beweging naar een plaats staat in hier met de vierde naamval: Wir gehen ins Zimmer. = We gaan de kamer in. Dit verschilt van een vaste locatie, bijvoorbeeld Wir sind im Zimmer. = We zijn in de kamer (im = in dem). legen betekent iets liggend ergens neerleggen. Het is hier een infinitief na sollen; de volledige eerste handeling is dus Handtücher ins Zimmer legen. De persoonsvorm sollen draagt de vervoeging, terwijl legen niet verandert. Vergelijk stellen voor iets dat rechtop wordt neergezet: Sie legt das Buch auf den Tisch. = Zij legt het boek op tafel. ihr is hier de vrouwelijke persoonlijke vorm in de derde naamval: ihr = aan/voor haar. Het verwijst in deze vaste vertaling naar de vrouwelijke persoon voor wie de handeling bedoeld is. Als het doel een mannelijke persoon was, zou hier ihm staan; bij een meervoudig doel kan ihnen staan. In ihr den Schrank zeigen is ihr dus niet degene die toont, maar degene aan wie iets wordt getoond. Schrank is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord der: der Schrank = de kast. In den Schrank staat het mannelijke enkelvoud in de vierde naamval, omdat het het directe object van zeigen is. Het meervoud is Schränke: Die Schränke sind groß. = De kasten zijn groot. zeigen betekent iets aan iemand tonen of iemand ergens op wijzen. Het werkwoord kan zo worden opgebouwd: jemandem etwas zeigen — iemand iets tonen. In deze zin is ihr de ontvanger en den Schrank datgene wat getoond wordt. Een bruikbaar voorbeeld is Ich zeige ihr den Weg. = Ik wijs haar de weg. Samen vormt Sollen wir extra Handtücher ins Zimmer legen het eerste voorstel: of we extra handdoeken in de kamer zullen leggen. oder verbindt daarmee het tweede voorstel, ihr den Schrank zeigen: haar de kast tonen. De modale vraag geldt voor beide gecoördineerde werkwoordgroepen, zodat de volledige betekenis is: Zullen we extra handdoeken in de kamer leggen, of haar de kast wijzen?
Leg sie ins Zimmer. Das gibt Gästen mehr Privatsphäre.
Leg ze in de kamer. Dat geeft gasten meer privacy.
- Leg
- leg neer
- sie
- ze
- ins
- in het
- Zimmer
- kamer
- Das
- dat
- gibt
- geeft
- Gästen
- gasten
- mehr
- meer
- Privatsphäre
- privacy
Uitgebreide uitleg
Leg is de gebiedende wijs van legen (“neerleggen”, “leggen”) voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. De vorm is korter dan de gewone tegenwoordige tijd: du legst → Leg!. Voor een meervoudige of formele aanspreking gebruikt het Duits andere vormen, dus deze vorm zegt iets over de aangesproken persoon, niet over het voorwerp. sie is hier het voornaamwoordelijke lijdend voorwerp: “ze”. In deze positie kan de Duitse vorm grammaticaal naar een vrouwelijk enkelvoud of naar een meervoud verwijzen; de concrete referent wordt in deze ene zin niet volledig benoemd. Het belangrijke herbruikbare patroon is Leg sie ... = “Leg ze ...”. ins is de samentrekking van in das. Hier geeft in met een beweging naar een bestemming de accusatief aan: iets wordt ergens naartoe gelegd. Hetzelfde patroon verschijnt bijvoorbeeld in Wir gehen ins Haus. — “We gaan het huis in.” Zimmer betekent “kamer”. Het is een zelfstandig naamwoord met het grammaticale geslacht onzijdig: das Zimmer. Na in das ontstaat de vaste samentrekking ins; het zelfstandig naamwoord zelf verandert daardoor niet. Das betekent hier “dat” en verwijst naar de voorafgaande handeling of de hele voorafgaande mededeling, niet noodzakelijk naar één afzonderlijk genoemd ding. Als onderwerp staat het in de derde persoon enkelvoud. Een vergelijkbaar voorbeeld is Das hilft. — “Dat helpt.” gibt is de derde persoon enkelvoud van geben (“geven”): ich gebe, du gibst, er/sie/es gibt. In deze zin is Das het onderwerp, daarom staat het werkwoord in de vorm gibt. Het patroon etwas gibt jemandem etwas betekent dat iets iemand iets geeft of verschaft. Gästen betekent “gasten”. De enkelvoudige basisvorm is der Gast; het meervoud is die Gäste. In deze zin staat het meervoud in de datief, omdat de gasten degenen zijn die iets ontvangen: Das gibt Gästen .... Bij veel mannelijke meervoudsvormen verschijnt in de datief bovendien een -n; daarom is het Gästen, niet Gäste. mehr betekent “meer” en is de vergrotende vorm die bij viel hoort: viel → mehr → am meisten. Het vergelijkt hier de hoeveelheid privacy met een lagere hoeveelheid, zonder dat die andere hoeveelheid expliciet wordt genoemd. Sie braucht mehr Zeit. betekent bijvoorbeeld “Ze heeft meer tijd nodig.” Privatsphäre betekent “privacy” of “persoonlijke levenssfeer”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits doorgaans als ontelbaar begrip gebruikt: mehr Privatsphäre, zonder meervoud in deze betekenis. Het patroon jemandem mehr Privatsphäre geben betekent “iemand meer privacy geven”. Samen vormt Leg sie ins Zimmer de opdracht “Leg ze in de kamer.” Das gibt Gästen mehr Privatsphäre verklaart het doel of gevolg: “Dat geeft gasten meer privacy.” Het volledige verband is dus: iets in de kamer leggen, waardoor gasten meer privacy krijgen. De eerste zin is een directe, informele opdracht; de tweede zin geeft er een reden of voordeel bij.
Ich möchte ein entspannter Gastgeber sein, nicht jemand, der jedes Detail erklärt.
Ik wil een ontspannen gastheer zijn, niet iemand die elk detail uitlegt.
- möchte
- wil graag
- entspannter
- ontspannen
- Gastgeber
- gastheer
- sein
- zijn
- nicht jemand
- niet iemand
- Detail
- detail
- erklärt
- legt uit
Uitgebreide uitleg
möchte betekent hier dat de spreker iets wil: een beleefde wens. Het is de vorm van mögen voor de eerste of derde persoon enkelvoud in de Konjunktiv II; in deze zin staat het bij het onderwerp Ich. Het infinitief dat erbij hoort, sein, staat aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich möchte schlafen. — Ik wil graag slapen. entspannter beschrijft hier Gastgeber. De basisvorm is entspannt — ontspannen. De uitgang -er maakt dit in deze context niet tot een vergrotende trap: hij hoort bij de verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord na het onbepaalde lidwoord ein, bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in deze naamval. De vergelijkende vorm is wél entspannter wanneer de betekenis “meer ontspannen” is; de context en de grammaticale vorm bepalen dus welke lezing bedoeld is. In deze zin betekent het gewoon “ontspannen”. Gastgeber is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een man die gasten ontvangt of onderdak biedt: der Gastgeber. De vrouwelijke vorm is Gastgeberin. In ein entspannter Gastgeber sein staat het zelfstandig naamwoord na sein als naamwoordelijk deel; het wordt daar niet als lijdend voorwerp gebruikt. sein is het infinitief van sein, “zijn”. Na möchte blijft dit de infinitief en staat het aan het einde van de hoofdzin: Ich möchte ... sein — Ik wil ... zijn. Het onderwerp van sein is dezelfde persoon als Ich. nicht jemand betekent hier “niet iemand”. nicht ontkent de daaropvolgende beschrijving: de spreker wil niet iemand zijn die elk detail uitlegt. jemand is een onbepaald voornaamwoord voor een persoon; de zin noemt dus geen specifieke tweede persoon. Detail betekent “detail” of “bijzonderheid”. Het meervoud is Details. In jedes Detail staat het woord in het enkelvoud en is het onzijdig: das Detail; jedes past daarbij. De woordgroep is het lijdend voorwerp van erklärt en betekent “elk detail”. erklärt komt van erklären, “uitleggen”. Hier is het de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie erklärt. Het onderwerp wordt niet door Detail gevormd: der verwijst in deze relatieve bijzin naar jemand, en die persoon legt de details uit. Voorbeeld: Sie erklärt jedes Detail. — Zij legt elk detail uit. De hoofdzin bouwt als volgt op: Ich möchte geeft de wens van de spreker aan, ein entspannter Gastgeber sein beschrijft wat de spreker wil zijn, en nicht jemand introduceert de ontkende tegenstelling. De relatieve bijzin der jedes Detail erklärt specificeert wat voor soort persoon niet bedoeld is. Samen betekent Ich möchte ein entspannter Gastgeber sein, nicht jemand, der jedes Detail erklärt.: “Ik wil een ontspannen gastheer zijn, niet iemand die elk detail uitlegt.”
Ein kurzer Zettel reicht, besonders für Schlüssel, Licht und Frühstück.
Een kort briefje is genoeg, vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt.
- kurzer
- kort
- Zettel
- briefje
- reicht
- is genoeg
- besonders für
- vooral voor
- Schlüssel
- sleutels
- Licht
- lampen
- Frühstück
- ontbijt
Uitgebreide uitleg
kurzer hoort bij Zettel. De basisvorm is kurz (“kort”); kurzer is hier de vorm vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, na het onbepaalde lidwoord ein: ein kurzer Zettel. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt dus de uitgang -er; die uitgang hoort bij kurzer, niet bij Zettel. Zettel betekent hier “briefje” of “notitie”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Zettel, meervoud die Zettel. Het meervoud heeft dezelfde vorm als het enkelvoud. Een herbruikbaar patroon is ein kurzer Zettel (“een kort briefje”); met een andere beschrijving kan bijvoorbeeld ein langer Zettel “een lang briefje” betekenen. reicht is de derde persoon enkelvoud van reichen, hier in de tegenwoordige tijd. In deze betekenis betekent reichen dat iets voldoende is: “genoeg zijn” of “volstaan”. Het onderwerp is Ein kurzer Zettel, daarom staat het werkwoord in het enkelvoud: Ein kurzer Zettel reicht. In een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld Zwei Zettel reichen (“Twee briefjes zijn genoeg”). besonders für betekent samen “vooral voor”. für leidt hier een doel- of toepassingsgebied in en krijgt in het Duits de accusatief. In deze zin zijn de vormen van de daaropvolgende woorden echter niet zichtbaar verschillend van andere naamvalsvormen. besonders maakt duidelijk dat de opgesomde dingen specifiek worden benadrukt. Schlüssel betekent hier “sleutels”. Het woord heeft in het meervoud dezelfde vorm als in het enkelvoud; het lidwoord maakt het verschil zichtbaar: der Schlüssel (“de sleutel”), die Schlüssel (“de sleutels”). Na für staat hier het meervoud zonder lidwoord: für Schlüssel. Licht verwijst hier, volgens de vaste vertaling, naar de verlichting of lampen waarvoor het briefje bedoeld is. das Licht is een onzijdig zelfstandig naamwoord en kan ook “licht” betekenen; de precieze Nederlandse weergave hangt van de context af. In deze zin is de bedoelde toepassing “voor de lampen/verlichting”. Frühstück betekent “ontbijt”. Het is onzijdig: das Frühstück. In für Frühstück staat het zonder lidwoord en wordt het ontbijt als algemene maaltijd of voorziening genoemd, niet als een expliciet geteld ontbijt. De reeks Schlüssel, Licht und Frühstück bestaat uit drie door komma’s en und verbonden zelfstandige naamwoorden. Samen met besonders für betekent dit “vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt”. De volledige zin bouwt zo op: Ein kurzer Zettel (“een kort briefje”) + reicht (“is genoeg”) + besonders für ... (“vooral voor ...”). De volledige betekenis is: “Een kort briefje is genoeg, vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt.”
Wenn wir es vorher vorbereiten, müssen wir uns später nicht beeilen.
Als we het van tevoren klaarmaken, hoeven we ons later niet te haasten.
- Wenn wir
- als we
- es
- het
- vorher
- van tevoren
- vorbereiten
- klaarmaken; voorbereiden
- müssen wir
- moeten we
- uns
- ons
- später
- later
- nicht
- niet
- beeilen
- haasten
Uitgebreide uitleg
Wenn wir opent een voorwaardelijke bijzin: “als we …”. In een Duitse bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. wir is de eerste persoon meervoud (“wij”). Voorbeeld: Wenn wir heute starten, sind wir pünktlich. — “Als we vandaag vertrekken, zijn we op tijd.” es is hier het onzijdige persoonlijke voornaamwoord als lijdend voorwerp: “het”. De concrete zaak waarnaar het verwijst, wordt in deze ene zin niet nader benoemd. De vorm es drukt hier dus niet zelfstandig een bepaald soort voorwerp uit; de context bepaalt waar “het” voor staat. vorher betekent “eerder” of “van tevoren”, in verhouding tot een later genoemd of bedoeld moment. Voorbeeld: Wir kaufen vorher ein. — “We doen van tevoren boodschappen.” vorbereiten betekent “voorbereiden” of “klaarmaken”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen, bijvoorbeeld Wir bereiten es vor. — “We bereiden het voor.” In deze wenn-bijzin blijft het infinitief aan het einde als één vorm staan: vorbereiten. müssen wir combineert het modale werkwoord müssen met het onderwerp wir: “moeten we”. müssen heeft als basisvorm müssen; bij wir blijft de vorm müssen. In de hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie, terwijl het andere werkwoord als infinitief achteraan komt: Wir müssen warten. — “We moeten wachten.” uns is de wederkerende vorm bij wir in uns beeilen: “ons”. sich beeilen is een wederkerend werkwoord en betekent “zich haasten”. Voorbeeld: Wir beeilen uns. — “We haasten ons.” De vorm uns hoort hier bij het onderwerp wir, niet bij een afzonderlijke deelnemer. später betekent “later”, dus op een moment na het relevante eerdere moment. Het staat hier bij beeilen: de haast zou later nodig kunnen zijn, maar wordt door de combinatie met nicht ontkend. nicht ontkent hier niet alleen het woord beeilen als losse handeling, maar de noodzaak om zich later te haasten in de combinatie müssen wir uns später nicht beeilen. De natuurlijke betekenis is daarom “hoeven we ons later niet te haasten”, niet een verbod om te haasten. beeilen is de infinitief in sich beeilen, “zich haasten”. De vorm verandert volgens het onderwerp via het wederkerende voornaamwoord: ich beeile mich, wir beeilen uns. Het werkwoord zelf heeft hier de infinitiefvorm omdat het na müssen staat. Samen betekent Wenn wir es vorher vorbereiten “als we het van tevoren klaarmaken”. De hoofdzin müssen wir uns später nicht beeilen betekent “hoeven we ons later niet te haasten”. De volledige uitspraak is dus: “Als we het van tevoren klaarmaken, hoeven we ons later niet te haasten.”
Dadurch wird sie sich willkommen fühlen, ohne dass der Besuch zu förmlich wird.
Daardoor zal ze zich welkom voelen zonder dat het bezoek te formeel wordt.
- Dadurch
- daardoor
- wird sie
- zal ze
- sich
- zich
- willkommen
- welkom
- fühlen
- voelen
- ohne dass
- zonder dat
- der Besuch
- het bezoek
- zu förmlich
- te formeel
- wird
- wordt
Uitgebreide uitleg
Dadurch betekent hier “daardoor” en verwijst naar de eerder genoemde voorbereiding als middel of oorzaak. Het is een bijwoord; het vervangt niet noodzakelijk één specifiek zelfstandig naamwoord. Een herbruikbaar patroon is: Dadurch wird ... = “Daardoor zal ...”. wird sie vormt samen het begin van de hoofdzin: wird is de tegenwoordige vorm van werden voor de derde persoon enkelvoud en drukt hier de toekomst uit, terwijl sie het onderwerp “zij” is. In een gewone Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede positie. Voorbeeld: Sie wird morgen kommen. — “Zij zal morgen komen.” sich is het wederkerend voornaamwoord dat bij sie hoort in deze constructie. Het verwijst naar dezelfde vrouwelijke persoon als het onderwerp: zij zal zelf iets voelen. De vorm sich wordt gebruikt bij de derde persoon; bijvoorbeeld Er fühlt sich wohl. betekent “Hij voelt zich goed.” willkommen is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “welkom”. Het beschrijft de toestand waarin zij zich zal bevinden, niet een handeling die zij uitvoert. Het staat na fühlen, zoals in sich sicher fühlen — “zich veilig voelen”. fühlen is de infinitief “voelen”. Met wird vormt het wird ... fühlen, een toekomstconstructie: het vervoegde werden staat in de hoofdzin, en de infinitief staat aan het einde. Het patroon sich + bijvoeglijk naamwoord + fühlen betekent “zich + [toestand] voelen”, bijvoorbeeld Ich fühle mich müde. — “Ik voel me moe.” ohne dass leidt een bijzin in met de betekenis “zonder dat”. In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. De constructie voegt een omstandigheid toe die niet plaatsvindt, zonder dat de hoofdzin zelf daardoor ontkend wordt. der Besuch betekent “het bezoek”. Besuch is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het lidwoord der in de nominatief, omdat het bezoek het onderwerp van de bijzin is. Het woord kan in andere zinnen ook een bezoek als gebeurtenis of het bezoekende gezelschap aanduiden; hier ondersteunt de vaste vertaling de gebeurtenis “het bezoek”. zu förmlich betekent “te formeel”. förmlich is een bijvoeglijk naamwoord; zu maakt er een overmatige graad van: de mate is hoger dan wenselijk. Dit verschilt van sehr förmlich (“erg formeel”), dat alleen een hoge mate beschrijft zonder noodzakelijk uit te drukken dat die ongewenst is. wird aan het einde komt opnieuw van werden, maar heeft hier een andere functie dan in wird ... fühlen. In der Besuch ... wird betekent het “wordt”: het bezoek wordt formeel. Omdat dit een dass-bijzin is, staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het onderwerp is der Besuch, derde persoon enkelvoud; daarom is de vorm wird. De hoofdzin Dadurch wird sie sich willkommen fühlen betekent “Daardoor zal ze zich welkom voelen”. De bijzin ohne dass der Besuch zu förmlich wird voegt toe: “zonder dat het bezoek te formeel wordt”. Samen geeft de zin aan dat de eerder genoemde voorbereiding dit effect heeft: zij zal zich welkom voelen, terwijl het bezoek niet te formeel wordt.
Grammatica
Trennbare werkwoorden: ankommen → kommt ... an
Die Cousine kommt an.
die koe-zie-nuh komt anDe nicht komt aan.
Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan.
ohne dass + werkwoord achteraan
ohne dass die Cousine ankommt
oo-nuh das die koe-zie-nuh an-komtzonder dat de nicht aankomt
Na „ohne dass” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
logeerkamer
Antwoord tonen
Gästezimmerbureau, schrijftafel
Antwoord tonen
Schreibtischblijven
Antwoord tonen
bleibtbezoek