Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een recept aanpassen als een ingrediënt ontbreekt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Das Rezept braucht frisches Basilikum, aber wir haben nur getrocknete Kräuter.
das ree-TSÈPT braogt FRI-sjes ba-zie-LIE-koem, AA-bər vier HAA-bən noer gə-TROK-nə KROJ-tər. Het recept vraagt om verse basilicum, maar we hebben alleen gedroogde kruiden.Wir können es trotzdem machen; der Geschmack wird nur etwas anders sein.
vier KUN-nən əs TROTS-dem MAA-kən; dea gə-SJMAK vird noer ET-vas AN-dər zain. We kunnen het nog steeds maken; de smaak zal alleen iets anders zijn.Sollen wir die getrockneten Kräuter früher dazugeben, damit sie in der Soße weich werden?
ZOL-lən vier die gə-TROK-nə-tən KROJ-tər FRUU-ər DA-tsu-GEE-bən, da-MIT zie in dea ZOO-zə vaaisj VEE-dən? Zullen we de gedroogde kruiden eerder toevoegen, zodat ze zachter worden in de saus?Gib sie früher dazu und nimm weniger, weil getrocknete Kräuter stärker schmecken können.
GIEP zie FRUU-ər DA-tsu oent nim VEE-ni-gər, vaijl gə-TROK-nə-tə KROJ-tər SJTÈR-kər SJMEK-kən KUN-nən. Voeg ze eerder toe en gebruik minder, want gedroogde kruiden kunnen sterker smaken.Im Rezept steht auch, dass wir für eine glatte Konsistenz Sahne verwenden sollen.
im ree-TSÈPT sjteet aog, das vier fuur AIN-ə GLA-tə kon-zis-TÈNTS ZAA-nə fer-VÈN-dən ZOL-lən. In het recept staat ook dat we room moeten gebruiken voor een gladde structuur.Wenn wir stattdessen Joghurt verwenden, sollten wir die Hitze reduzieren.
ven vier sjtat-DÈS-sən YOO-goert fer-VÈN-dən, ZOL-tən vier die HIT-sə ree-doe-TSIE-rən. Als we in plaats daarvan yoghurt gebruiken, moeten we het vuur lager zetten.Sonst könnte sich die Soße trennen und seltsam aussehen.
zonst KUN-tə ziesj die ZOO-zə TRÈ-nən oent ZÈLT-zaam AO-zée-ən. Anders kan de saus schiften en er vreemd uitzien.Wenn wir es gegen Ende langsam unterrühren, sollte das helfen.
ven vier əs GEE-gən ÈN-də LANG-zaam oentər-RUUR-ən, ZOL-tə das HEL-fən. Als we het tegen het einde langzaam erdoor roeren, zou dat moeten helpen.Wenn es gut gelingt, schreibe ich den Ersatz auf.
ven əs goed gə-LINGT, SJRAI-bə iesj deen er-ZATS aof. Als het goed uitpakt, schrijf ik de vervanging op.Dann müssen wir beim nächsten Mal nicht raten.
dan MUS-sən vier baim NÈÈ-sjstən maal niesjt RAA-tən. Dan hoeven we de volgende keer niet te gokken.Uitleg van de zinnen
Das Rezept braucht frisches Basilikum, aber wir haben nur getrocknete Kräuter.
Het recept vraagt om verse basilicum, maar we hebben alleen gedroogde kruiden.
- Rezept
- recept
- braucht
- heeft nodig
- frisches
- verse
- Basilikum
- basilicum
- wir haben
- wij hebben
- getrocknete
- gedroogde
- Kräuter
- kruiden
Uitgebreide uitleg
Rezept betekent hier “recept” als instructie voor het bereiden van eten. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Rezept. Het meervoud is die Rezepte. braucht komt van brauchen en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es braucht. Hier betekent het “nodig heeft” of natuurlijker “vraagt om” een ingrediënt. Voor een meervoudig onderwerp gebruik je bijvoorbeeld Die Rezepte brauchen .... frisches hoort bij het bijvoeglijk naamwoord frisch (“vers”). De vorm krijgt hier de uitgang -es, omdat Basilikum onzijdig enkelvoud is, de woordgroep geen lidwoord heeft en als lijdend voorwerp wordt gebruikt: frisches Basilikum. Voorbeelden: frischer Salat (“verse salade”) en frische Kräuter (“verse kruiden”). Basilikum betekent “basilicum”. Het wordt vaak als stof- of massanaam zonder meervoud gebruikt. In frisches Basilikum is het het ingrediënt waar het recept om vraagt. wir haben betekent “wij hebben”. haben is de infinitief; wir haben is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon meervoud. wir omvat hier de spreker en minstens één andere persoon, zoals ook uit de vaste vertaling blijkt. Vergelijk: Ich habe Kräuter (“Ik heb kruiden”) en Wir haben Kräuter (“Wij hebben kruiden”). getrocknete komt van trocknen via getrocknet (“gedroogd”) en beschrijft Kräuter. In getrocknete Kräuter staat het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud zonder lidwoord; de uitgang is daarom -e. Het contrast met frisches laat zien dat de vorm van het bijvoeglijk naamwoord afhangt van de grammaticale context: getrocknete Kräuter tegenover frisches Basilikum. Kräuter betekent “kruiden”. Dit is het meervoud van das Kraut; in deze zin gaat het om gedroogde kruiden die beschikbaar zijn. Een enkelvoudig voorbeeld is ein Kraut, terwijl mehrere Kräuter “meerdere kruiden” betekent. Als geheel bestaat de zin uit twee delen: Das Rezept braucht frisches Basilikum (“Het recept vraagt om verse basilicum”) en wir haben nur getrocknete Kräuter (“wij hebben alleen gedroogde kruiden”). aber verbindt die delen met een tegenstelling, en nur beperkt wat er beschikbaar is tot de gedroogde kruiden. De volgende context vermeldt dat men het toch kan maken en dat de smaak wat anders zal zijn, maar die informatie is niet nodig om de grammaticale opbouw van deze zin te begrijpen.
Wir können es trotzdem machen; der Geschmack wird nur etwas anders sein.
We kunnen het nog steeds maken; de smaak zal alleen iets anders zijn.
- Wir können
- wij kunnen
- es
- het
- trotzdem
- toch
- machen
- maken
- Geschmack
- smaak
- wird … sein
- zal zijn
- nur
- alleen maar
- etwas
- enigszins
- anders
- anders
Uitgebreide uitleg
Wir können: wir betekent ‘wij’ en können is de vervoegde vorm van können (‘kunnen’) voor de eerste persoon meervoud. Met een modaal werkwoord staat een ander werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin: Wir können warten. — ‘Wij kunnen wachten.’ Können drukt hier mogelijkheid of haalbaarheid uit; het zegt niet dat de handeling zeker zal gebeuren. es: Dit is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval, hier als lijdend voorwerp bij machen. De vertaling ondersteunt de betekenis ‘het’, maar identificeert niet precies wat met ‘het’ wordt bedoeld. Het voornaamwoord verwijst dus naar datgene wat men kan maken; de concrete referent moet uit de context komen. 'trotzdem: Dit bijwoord betekent ‘toch’ of ‘desondanks’. Het laat zien dat de vooraf genoemde omstandigheid de mogelijkheid niet wegneemt. Een bruikbaar patroon is Trotzdem können wir ...` — ‘Toch kunnen wij ...’. In de gegeven zin staat het na het voornaamwoord en vóór het hoofdwerkwoord. machen: Dit is de infinitief van machen (‘maken’). Na können blijft het werkwoord onvervoegd en staat het aan het einde van de eerste hoofdzin. Wir machen es. — ‘Wij maken het.’ Zonder können wordt machen zelf vervoegd; met wir is dat machen. Geschmack: der Geschmack betekent hier ‘de smaak’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord en eventuele bijvoeglijke woorden kunnen die grammaticale eigenschap tonen, terwijl het zelfstandig naamwoord zelf in deze vorm geen zichtbaar geslachtskenmerk draagt. Der Geschmack ist gut. — ‘De smaak is goed.’ wird ... sein: wird is de vorm van werden voor de derde persoon enkelvoud, en sein is de infinitief van ‘zijn’. Samen vormen ze hier de toekomende constructie: Der Geschmack wird ... sein — ‘De smaak zal ... zijn’. De persoonsvorm wird staat op de tweede plaats in de hoofdzin en de infinitief sein aan het einde. Das Essen wird fertig sein. — ‘Het eten zal klaar zijn.’ nur: Dit bijwoord betekent hier ‘alleen maar’ en beperkt de mate van de voorspelde verandering: er zal geen grotere verandering worden beweerd dan de daaropvolgende kwalificatie aangeeft. In combinatie met etwas anders betekent het geheel ‘alleen maar enigszins anders’. etwas: Dit woord betekent hier ‘enigszins’ of ‘een beetje’ en verzacht de mate van het verschil. Es ist etwas warm. — ‘Het is een beetje warm.’ In die voorbeeldzin geeft etwas een beperkte graad aan. anders: Dit bijwoord betekent hier ‘anders’ en drukt een verschil uit met de bedoelde of verwachte smaak. Het is niet dezelfde vorm als het bijvoeglijk naamwoord ander in bijvoorbeeld ein anderes Rezept; anders beschrijft hier hoe de smaak zal zijn. Heute schmeckt es anders. — ‘Vandaag smaakt het anders.’ De eerste hoofdzin Wir können es trotzdem machen combineert ‘wij’, de mogelijkheid können, het voornaamwoordelijke object es, het bijwoord trotzdem en de infinitief machen: ondanks de genoemde omstandigheid is het nog steeds mogelijk om het te maken. Na de puntkomma volgt der Geschmack wird nur etwas anders sein: de smaak zal volgens de vaste vertaling alleen enigszins anders zijn. Samen betekent de uiting: ‘We kunnen het toch maken; de smaak zal alleen iets anders zijn.’
Sollen wir die getrockneten Kräuter früher dazugeben, damit sie in der Soße weich werden?
Zullen we de gedroogde kruiden eerder toevoegen, zodat ze zachter worden in de saus?
- Sollen wir
- zullen we
- die
- de
- getrockneten
- gedroogde
- Kräuter
- kruiden
- früher
- eerder
- dazugeben
- toevoegen
- damit
- zodat
- sie
- ze
- in
- in
- der
- de
- Soße
- saus
- weich
- zacht
- werden
- worden
Uitgebreide uitleg
Sollen wir is een vaste vraagvorm met sollen en wir: de spreker stelt voor om iets samen te doen. sollen staat hier in de eerste persoon meervoud en het onderwerp wir staat tussen het vervoegde werkwoord en de rest van de zin. Voorbeeld: Sollen wir warten? — Zullen we wachten? die getrockneten Kräuter is de naamwoordgroep voor de kruiden. Kräuter is het meervoud van das Kraut. Het lidwoord die markeert hier het meervoud; het zegt op zichzelf geen aantal. getrockneten is de verbogen vorm van getrocknet, het voltooid deelwoord van trocknen dat hier als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt. Na het bepaalde lidwoord krijgt dit bijvoeglijk naamwoord in deze naamwoordgroep de uitgang -en. Voorbeeld: getrocknete Tomaten — gedroogde tomaten. früher is de vergrotende vorm van früh en betekent hier “eerder”, dus op een vroeger moment dan anders gepland. De reeks is früh — vroeg, früher — eerder, am frühesten — het vroegst. Dit is een vergelijking in tijd, niet noodzakelijk een bewering over hoe vaak iets gebeurt. dazugeben betekent “toevoegen”. Het is een scheidbaar werkwoord: dazugeben in de infinitief, maar bijvoorbeeld Gib sie dazu! in een gebiedende zin. Het deel dazu geeft aan dat iets aan iets bestaands wordt toegevoegd. Voorbeeld: Wir geben die Kräuter dazu. — We voegen de kruiden toe. damit leidt een doel- of gevolgzin in: hier geeft het aan met welk doel de kruiden eerder worden toegevoegd. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Voorbeeld: Ich öffne das Fenster, damit die Luft besser wird. — Ik doe het raam open zodat de lucht beter wordt. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in het meervoud. Volgens de vertaling verwijst het naar de kruiden; het heeft dezelfde meervoudsrol als Kräuter. Het is hier niet de beleefde vorm Sie: de bron schrijft sie met een kleine letter en de vertaling ondersteunt de verwijzing naar de kruiden. Het werkwoord werden is op zichzelf geen onderscheidend bewijs, want ook de beleefde vorm Sie krijgt daarbij een meervoudige werkwoordsvorm. in der Soße betekent “in de saus”. in kan afhankelijk van de betekenis een plaats of een richting aanduiden. Hier gaat het om de plaats waar de verandering plaatsvindt, daarom staat de naamwoordgroep in de datief: der Soße. Soße is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord (die Soße), en der is daarvan de datiefvorm van het bepaalde lidwoord. Voorbeeld: Die Kräuter sind in der Soße. — De kruiden zitten in de saus. weich werden beschrijft een verandering: iets wordt zacht. weich is een bijvoeglijk naamwoord; werden betekent hier niet simpelweg “worden” als zelfstandig gebeuren, maar vormt samen met weich de betekenis “zacht worden”. Het onderwerp van werden is sie, dus het meervoud: sie werden weich. De vorm weich krijgt hier geen uitgang, omdat hij na werden als gezegde staat. Voorbeeld: Das Gemüse wird weich. — De groente wordt zacht. De hele structuur is Sollen wir + voorwerp die getrockneten Kräuter + tijdsbepaling früher + dazugeben + doelzin damit sie in der Soße weich werden. Samen betekent dat: “Zullen we de gedroogde kruiden eerder toevoegen, zodat ze in de saus zacht worden?” De vraag stelt dus gezamenlijk eerder toevoegen voor en verbindt dat met het beoogde resultaat dat de kruiden zacht worden in de saus.
Gib sie früher dazu und nimm weniger, weil getrocknete Kräuter stärker schmecken können.
Voeg ze eerder toe en gebruik minder, want gedroogde kruiden kunnen sterker smaken.
- Gib
- voeg toe
- sie
- ze
- früher
- eerder
- dazu
- erbij, eraan toegevoegd
- nimm
- gebruik, neem
- weniger
- minder
- weil
- omdat
- getrocknete
- gedroogde
- Kräuter
- kruiden
- stärker
- sterker
- schmecken
- smaken
- können
- kunnen
Uitgebreide uitleg
Gib is de gebiedende wijs van geben voor du: du gibst → gib!. In deze zin vormt het samen met het losse deel dazu het scheidbare werkwoord dazugeben (“erbij doen/toevoegen”). Voorbeeld: Gib Salz dazu. — Voeg zout toe. Gib alleen betekent niet automatisch “toevoegen”; dat extra idee komt hier van dazu. Sie verwijst hier naar de gedroogde kruiden die in de vertaling en de voorafgaande context worden genoemd. De vorm in de zin is echter het kleine sie; als lijdend voorwerp betekent die hier “ze”. Dezelfde vorm kan in andere zinnen een andere grammaticale functie of een ander referent hebben. Früher is de vergrotende vorm van früh (“vroeg”): früh → früher → am frühesten. Hier betekent het dat de kruiden op een eerder moment moeten worden toegevoegd. Het is geen vorm van het werkwoord geben. Dazu is het losse deel van dazugeben en betekent hier “erbij, aan de bereiding toegevoegd”. Bij een vervoegde vorm staat het losse deel achteraan in de hoofdzin: Gib die Kräuter dazu. — Voeg de kruiden toe. Nimm is de gebiedende wijs van nehmen voor du: du nimmst → nimm!. In deze context betekent nimm weniger dat je een kleinere hoeveelheid gebruikt. Voorbeeld: Nimm weniger Salz. — Gebruik minder zout. Weniger is de vergrotende hoeveelheidsterm bij wenig: wenig → weniger → am wenigsten. Hier gaat het om een kleinere hoeveelheid dan een niet nader genoemde vergelijking of uitgangshoeveelheid; de zin noemt niet hoeveel het precies is. Weil leidt een redengevende bijzin in: “omdat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. De bijzin verklaart hier waarom minder gebruiken wordt aangeraden. Getrocknete is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord getrocknet (“gedroogd”). Het beschrijft Kräuter; de uitgang -e past hier bij een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder voorafgaand lidwoord. Het meervoud zelf zit bij Kräuter, niet bij getrocknete. Kräuter is het meervoud van das Kraut (“het kruid”); die Kräuter betekent “de kruiden”. Het woord is hier het onderwerp van de bijzin en bepaalt daarom de meervoudsvorm können. Stärker is de vergrotende vorm van stark (“sterk”): stark → stärker → am stärksten. Hier beschrijft het de sterkte van de smaak. Het vergelijkingspunt is niet expliciet genoemd; de betekenis is dat de kruiden sterker kunnen smaken dan een niet nader genoemd referentiepunt. Voorbeeld: Diese Soße schmeckt stärker. — Deze saus smaakt sterker. Schmecken betekent hier “smaken”. In combinatie met können staat het als infinitief aan het einde van de bijzin. Het onderwerp is getrocknete Kräuter. Können is hier de vorm voor de derde persoon meervoud van het modale werkwoord können; het betekent “kunnen” en drukt mogelijkheid uit. In deze bijzin staat het modale werkwoord vóór de infinitief: ... stärker schmecken können. Samen betekent Gib sie früher dazu “Voeg ze eerder toe”. Und nimm weniger voegt de tweede instructie toe: “en gebruik minder”. De bijzin weil getrocknete Kräuter stärker schmecken können geeft de reden: “omdat gedroogde kruiden sterker kunnen smaken”. De volledige uiting is dus: “Voeg ze eerder toe en gebruik minder, want gedroogde kruiden kunnen sterker smaken.”
Im Rezept steht auch, dass wir für eine glatte Konsistenz Sahne verwenden sollen.
In het recept staat ook dat we room moeten gebruiken voor een gladde structuur.
- Im
- in het
- Rezept
- recept
- steht
- staat vermeld
- auch
- ook
- dass
- dat
- wir
- we
- glatte
- glad
- Konsistenz
- consistentie; structuur
- Sahne
- room
- verwenden
- gebruiken
- sollen
- moeten
Uitgebreide uitleg
Im is de samengevoegde vorm van in dem. Hier verwijst in naar de plaats of bron waarin de informatie staat; bij deze statische betekenis staat het volgende zelfstandig naamwoord in de datief. Im bevat dus geen zelfstandig extra woord voor “het”. Rezept is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Rezept, “het recept”. In combinatie met im wordt dat in dem Rezept → im Rezept. steht komt van stehen, “staan”. Het is hier de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd, met das Rezept als onderwerp. In deze vaste uitdrukking betekent im Rezept stehen niet letterlijk alleen fysiek staan, maar “in het recept vermeld zijn” of “in het recept staan”. Voorbeeld: Das steht im Buch. — “Dat staat in het boek.” auch betekent “ook” en voegt deze vermelding toe aan andere informatie. Het verandert niet wie iets moet doen of wat er gebruikt moet worden. dass leidt een bijzin in met de inhoud van wat vermeld staat: “dat …”. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Hier vormen verwenden sollen samen het werkwoordelijke einde van die bijzin. wir is het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon meervoud: “wij/we”. Het is hier het onderwerp van de dass-bijzin en dus de groep die volgens de vermelde instructie iets moet doen. Voor één persoon gebruik je bijvoorbeeld ich (“ik”), niet wir. glatte komt van het bijvoeglijk naamwoord glatt, “glad”. Hier beschrijft het de gewenste textuur van de consistentie. De uitgang in glatte past bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Konsistenz in de accusatief na für; eine is hier een onbepaald lidwoord en drukt op zichzelf geen telbare hoeveelheid uit. De vergelijking is glatt – glatter – am glattesten. Konsistenz betekent hier “consistentie” of, natuurlijker bij voedsel, “structuur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Konsistenz. In für eine glatte Konsistenz staat het in de accusatief, omdat für die naamval gebruikt. Voorbeeld: Die Suppe hat eine glatte Konsistenz. — “De soep heeft een gladde structuur.” Sahne betekent “room”. Het is een stofnaam die hier zonder lidwoord wordt gebruikt; de zin zegt dus dat room als ingrediënt gebruikt moet worden, zonder een specifieke hoeveelheid te noemen. verwenden is de infinitief van “gebruiken” of “aanwenden”. De vorm blijft hier een infinitief omdat hij samen met het modale werkwoord sollen de handeling uitdrukt. Voorbeeld: Wir verwenden frische Zutaten. — “We gebruiken verse ingrediënten.” sollen komt van het modale werkwoord sollen. Met wir is sollen de tegenwoordige tijd, eerste persoon meervoud; dezelfde vorm verschijnt ook bij sie in het meervoud. Hier geeft het weer wat volgens het recept de bedoeling of instructie is: wij moeten room gebruiken. In de bijzin staat de infinitief verwenden vóór het vervoegde modale werkwoord: wir ... verwenden sollen. Dat verschilt bijvoorbeeld van müssen, dat een directere noodzaak kan uitdrukken. Samen zegt Im Rezept steht auch, dass ... dat het recept als extra informatie vermeldt wat moet worden gedaan. Het middenstuk für eine glatte Konsistenz geeft het beoogde resultaat aan, en Sahne verwenden sollen zegt dat wij daarvoor room moeten gebruiken. De volledige betekenis is dus dat het recept vermeldt dat wij room moeten gebruiken voor een gladde structuur.
Wenn wir stattdessen Joghurt verwenden, sollten wir die Hitze reduzieren.
Als we in plaats daarvan yoghurt gebruiken, moeten we het vuur lager zetten.
- Wenn wir
- als we
- stattdessen
- in plaats daarvan
- Joghurt
- yoghurt
- verwenden
- gebruiken
- sollten wir
- zouden we moeten
- Hitze
- hitte
- reduzieren
- verlagen
Uitgebreide uitleg
Wenn wir opent een voorwaardelijke bijzin: “als we”. Wenn leidt de voorwaarde in en wir is het onderwerp “wij”. In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord verwenden verderop aan het einde; dat is een kenmerkende woordvolgorde in een Duitse bijzin. Vergelijk als patroon: Wenn wir ... verwenden, ... = “Als we ... gebruiken, ...”. stattdessen betekent hier “in plaats daarvan” en verwijst naar het gebruik van yoghurt als alternatief voor het eerder genoemde ingrediënt. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Joghurt is het zelfstandig naamwoord “yoghurt”. Het staat hier als lijdend voorwerp bij verwenden: datgene wat men gebruikt. Het Duitse woord heeft dezelfde basisvorm in het enkelvoud; het meervoud is in normaal gebruik niet de relevante vorm in deze zin. verwenden is de infinitief “gebruiken”, vooral voor het gebruiken van een ingrediënt, middel of voorwerp. In de bijzin is de vorm niet vervoegd: wir verwenden is de tegenwoordige tijd, maar door Wenn staat verwenden achteraan. Voorbeeld: Wir verwenden Milch. — “We gebruiken melk.” sollten wir bestaat uit de vorm sollten van het modale werkwoord sollen en het onderwerp wir. Hier geeft sollten een aanbeveling of wat volgens de spreker de juiste stap is; samen wordt het bedoeld als “zouden we moeten”. Het is dus niet hetzelfde als een vaststaand bevel. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en volgt de infinitief aan het einde, bijvoorbeeld: Wir sollten warten. — “We zouden moeten wachten.” Hitze is het zelfstandig naamwoord “hitte” of “warmte”, hier de warmte van het kookvuur. In de volledige zin staat die Hitze; die markeert hier de bepaalde vorm van dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord. De woordgroep is het lijdend voorwerp van reduzieren. reduzieren betekent “verlagen” of “verminderen”. In deze context gaat het om de intensiteit van de hitte lager zetten. Het is een infinitief die afhankelijk is van sollten; daarom staat hij aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Wir reduzieren die Hitze. — “We verlagen de hitte.” Samen vormt Wenn wir stattdessen Joghurt verwenden de voorwaarde: “Als we in plaats daarvan yoghurt gebruiken”. De hoofdzin sollten wir die Hitze reduzieren zegt welke stap daarbij wordt aanbevolen: “moeten we de hitte lager zetten”. De volledige betekenis is dus: “Als we in plaats daarvan yoghurt gebruiken, moeten we het vuur lager zetten.”
Sonst könnte sich die Soße trennen und seltsam aussehen.
Anders kan de saus schiften en er vreemd uitzien.
- Sonst
- anders
- könnte
- zou kunnen
- sich
- zich
- Soße
- saus
- trennen
- schiften
- seltsam
- vreemd
- aussehen
- eruitzien
Uitgebreide uitleg
Sonst betekent hier ‘anders’: het kondigt een mogelijk gevolg aan als de relevante voorafgaande handelwijze niet wordt gevolgd. könnte komt van können en is een vorm van de Konjunktiv II: können – könnte. Hier drukt het een mogelijkheid uit, vergelijkbaar met ‘zou kunnen’. Dezelfde vorm komt ook voor bij ich; de vorm zelf onderscheidt die persoon hier dus niet. Met modale könnte staan de infinitieven trennen en aussehen aan het einde. Voorbeeld: Das könnte helfen. — ‘Dat zou kunnen helpen.’ sich is hier het wederkerend voornaamwoord bij die Soße: de saus verandert zelf van toestand. In de derde persoon gebruikt het Duits hiervoor sich; deze vorm verschilt hier niet naar mannelijk of vrouwelijk referent. Voorbeeld: Die Tür öffnet sich. — ‘De deur gaat open.’ Soße betekent hier ‘saus’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Soße; het meervoud is die Soßen. In deze zin is die Soße het onderwerp van beide met und verbonden werkwoordsgroepen. trennen betekent hier, samen met sich, ‘schiften’: bestanddelen van de saus raken van elkaar gescheiden. De infinitief is trennen. Zonder wederkerend voornaamwoord kan het werkwoord ook ‘scheiden’ betekenen wanneer iemand iets van iets anders scheidt, bijvoorbeeld: Sie trennen die Zutaten. — ‘Ze scheiden de ingrediënten.’ seltsam betekent hier ‘vreemd’ of ‘ongewoon’. Na aussehen staat het onverbuigd als predicatieve beschrijving van hoe de saus eruitziet: Die Soße sieht seltsam aus. — ‘De saus ziet er vreemd uit.’ Voor een zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord wel een uitgang, bijvoorbeeld ein seltsamer Geruch — ‘een vreemde geur’; de uitgang -er hoort bij seltsam, niet bij Geruch. aussehen betekent ‘eruitzien’. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin wordt het Die Soße sieht seltsam aus. Bij könnte blijft de infinitief als één vorm aan het einde staan: könnte ... seltsam aussehen. Samen betekent de zin: Sonst (‘anders’) + könnte (‘zou kunnen’) geeft een mogelijk gevolg aan. De saus kan sich trennen (‘schiften’) en seltsam aussehen (‘er vreemd uitzien’). Het onderwerp die Soße geldt voor beide werkwoordsgroepen. De volledige betekenis is: ‘Anders kan de saus schiften en er vreemd uitzien.’
Wenn wir es gegen Ende langsam unterrühren, sollte das helfen.
Als we het tegen het einde langzaam erdoor roeren, zou dat moeten helpen.
- Wenn wir
- als wij
- gegen Ende
- tegen het einde
- langsam
- langzaam
- unterrühren
- erdoor roeren
- sollte das
- dat zou moeten
- helfen
- helpen
Uitgebreide uitleg
Wenn wir opent een voorwaardelijke bijzin: wenn betekent hier “als/wanneer” en wir is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud (“wij”). In zo’n bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm doorgaans achteraan. Voorbeeld: Wenn wir warten, ... = “Als wij wachten, ...”. gegen Ende betekent hier “tegen het einde”, dus in de laatste fase van een proces. gegen met een tijdsaanduiding geeft een benaderd moment aan, niet noodzakelijk een exact eindpunt. Voorbeeld: Gegen Ende wird die Soße dicker. = “Tegen het einde wordt de saus dikker.” langsam beschrijft hier hoe de handeling wordt uitgevoerd: langzaam. Het is hier een bijwoord en verandert daarom niet mee met een zelfstandig naamwoord. Dezelfde vorm kan ook als bijvoeglijk naamwoord optreden, bijvoorbeeld ein langsamer Schritt = “een langzame stap”. unterrühren betekent iets door een andere substantie roeren totdat het zich ermee mengt. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat het voorvoegsel vaak los, bijvoorbeeld Wir rühren es langsam unter. = “We roeren het er langzaam door.” In de vaste zin staat de infinitief unterrühren aan het einde van de voorwaardelijke bijzin, zoals gebruikelijk bij een niet-vervoegde werkwoordsvorm in die zinsbouw. sollte das combineert sollte, de vorm van sollen die hier een verwachting of voorzichtige voorspelling uitdrukt, met das, een aanwijzend voornaamwoord in het onzijdig enkelvoud. Das verwijst in deze zin naar de relevante handeling of situatie; de exacte zelfstandige referent wordt niet afzonderlijk benoemd. Das sollte funktionieren. betekent bijvoorbeeld “Dat zou moeten werken.” helfen is de infinitief van helfen (“helpen”). Na een modaal werkwoord zoals sollen blijft het tweede werkwoord in de infinitief: Das sollte helfen = “Dat zou moeten helpen”. De tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld ich helfe, du hilfst, wir helfen; in hilfst verandert de stamklinker, terwijl wir helfen de vorm met helfen behoudt. Samen vormt Wenn wir es gegen Ende langsam unterrühren de voorwaardelijke bijzin: “Als we het tegen het einde langzaam erdoor roeren”. Het voornaamwoord es is hier onderdeel van die handeling en wordt in de vaste vertaling weergegeven als “het”; de zin specificeert niet verder welk zelfstandig naamwoord ermee bedoeld wordt. sollte das helfen is de hoofdzin: “zou dat moeten helpen”. De volledige betekenis is dus: “Als we het tegen het einde langzaam erdoor roeren, zou dat moeten helpen.”
Wenn es gut gelingt, schreibe ich den Ersatz auf.
Als het goed uitpakt, schrijf ik de vervanging op.
- Wenn
- als
- gut
- goed
- gelingt
- lukt
- schreibe … auf
- schrijf ... op
- Ersatz
- vervanging
Uitgebreide uitleg
Wenn opent hier een voorwaardelijke bijzin: “als …”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon is Wenn ... , ...; bijvoorbeeld: Wenn es regnet, bleibe ich zu Hause. — “Als het regent, blijf ik thuis.” gut betekent hier “goed” en beschrijft hoe iets verloopt. In deze zin werkt het als bijwoord bij gelingt; daarom blijft het de vorm gut, niet bijvoorbeeld een verbogen vorm bij een zelfstandig naamwoord. gelingt is de derde persoon enkelvoud van gelingen, “lukken” of “slagen”. Het onderwerp is hier het onpersoonlijke es: de constructie betekent ongeveer “als het goed lukt”. De tegenwoordige tijd kan ook een toekomstige voorwaarde uitdrukken. gelingen is niet hetzelfde als machen: het benoemt of iets slaagt, niet wie het maakt. Een voorbeeld: Der Plan gelingt. — “Het plan lukt.” schreibe ... auf komt van het scheidbare werkwoord aufschreiben, “opschrijven”. In een hoofdzin staat het vervoegde deel schreibe op de tweede plaats en komt het voorvoegsel auf aan het einde: Ich schreibe die Nummer auf. — “Ik schrijf het nummer op.” Het onderwerp ich bepaalt de vorm schreibe; het voorvoegsel blijft achteraan staan. In een bijzin zou het werkwoord weer samen aan het einde staan: ..., weil ich die Nummer aufschreibe. — “... omdat ik het nummer opschrijf.” Ersatz is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Ersatz, “de vervanging” of “het vervangende middel”. In deze zin is het het directe object van aufschreiben, dus staat de naamwoordgroep in de accusatief: den Ersatz. den is hier de accusatiefvorm van het bepaalde lidwoord voor een mannelijk zelfstandig naamwoord; Ersatz zelf verandert niet. Het directe-object-zijn bepaalt de naamval, terwijl het bepaalde lidwoord de bepaaldheid uitdrukt. Een voorbeeld: Ich brauche einen Ersatz. — “Ik heb een vervanging nodig.” Samen vormt Wenn es gut gelingt de voorwaarde “als het goed lukt”. Daarna volgt schreibe ich den Ersatz auf: “schrijf ik de vervanging op”. De volledige betekenis is dus: “Als het goed uitpakt, schrijf ik de vervanging op.”
Dann müssen wir beim nächsten Mal nicht raten.
Dan hoeven we de volgende keer niet te gokken.
- Dann
- dan
- müssen wir
- moeten we
- beim
- bij het
- nächsten
- volgende
- Mal
- keer
- nicht
- niet
- raten
- raden; gokken
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” in de zin van een gevolg of volgende stap. Het verwijst naar de situatie die in de context is genoemd: als het goed lukt en de vervanging wordt opgeschreven, is er de volgende keer geen giswerk nodig. müssen wir bestaat uit het modale werkwoord müssen en het onderwerp wir (“wij”). müssen drukt normaal noodzaak uit: Wir müssen gehen = “We moeten gaan”. Met nicht kan het echter betekenen dat iets niet nodig is: Wir müssen nicht gehen = “We hoeven niet te gaan”. Het modale werkwoord staat hier op de tweede zinsplaats en het bijbehorende werkwoord komt als infinitief aan het einde. beim is de vaste samentrekking van bei dem. Het betekent hier “bij de” in de tijdsaanduiding beim nächsten Mal = “de volgende keer”. Bei krijgt in deze betekenis een datiefgroep; dem is het datief-lidwoord voor een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord. nächsten is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord nächst-, met de betekenis “volgend(e)” in deze uitdrukking. Het krijgt hier de datiefuitgang -en, omdat het bij het onzijdige enkelvoud Mal staat na dem in beim. Vergelijk: beim ersten Mal = “de eerste keer”. Mal is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Mal. In das nächste Mal betekent het “de volgende keer”; na bei dem wordt dat beim nächsten Mal. Het woord kan ook “keer” betekenen in tellingen, bijvoorbeeld zweimal = “twee keer”. nicht ontkent hier de noodzaak van het gokken, niet het bestaan van een persoon of voorwerp. Daarom betekent wir müssen nicht raten “we hoeven niet te gokken”. Dat verschilt van wir dürfen nicht raten, wat betekent dat we niet mogen gokken. raten is de infinitief en betekent hier “raden” of “gokken”. Het staat aan het einde omdat het afhankelijk is van müssen. Hetzelfde woord kan in een andere context ook “adviseren” betekenen, maar die betekenis past niet bij de vaste vertaling. Voorbeeld: Ich rate dir zu warten. — “Ik raad je aan te wachten.” Samen vormen de delen: Dann (“dan”) + müssen wir nicht raten (“hoeven we niet te gokken”) + beim nächsten Mal (“de volgende keer”). De volledige betekenis is: “Dan hoeven we de volgende keer niet te gokken.”
Grammatica
aufschreiben: schreibe ... auf
Ich schreibe den Ersatz auf.
iesj SJRAI-bə deen er-ZATS aof.Ik schrijf de vervanging op.
Aufschreiben is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin staat auf aan het einde.
beim + Dativ
Beim nächsten Mal rate ich.
baim NÈÈ-sjstən maal RAA-tə iesj.De volgende keer gok ik.
Beim is een samentrekking van bei dem; daarna staat een zelfstandig naamwoord in de datief.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
anders
Antwoord tonen
andersvers
Antwoord tonen
frischesbasilicum
Antwoord tonen
Basilikumsmaak