Entschuldigung
‘Entschuldigung’ betekent hier ‘pardon’ of ‘neem me niet kwalijk’ en trekt op beleefde wijze de aandacht van de ober. Het staat in de restaurantzin ‘Entschuldigung, darf ich etwas über den Fisch fragen?’. Je kunt het gebruiken om een gesprek beleefd te beginnen.
darf
‘darf’ betekent hier ‘mag’ en vraagt toestemming om iets te doen. In ‘darf ich etwas über den Fisch fragen?’ staat het vooraan in de vraag, vóór ‘ich’. Je gebruikt dit patroon om beleefd toestemming te vragen: ‘darf ich …?’.
ich
‘ich’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de spreker. In ‘darf ich etwas über den Fisch fragen?’ is het de persoon die de vraag wil stellen; later staat dezelfde vorm als ‘Ich werde in der Küche nachfragen.’. Het patroon ‘ich kann …’ of ‘ich möchte …’ laat ook zien wat de spreker wil doen.
etwas
‘etwas’ betekent hier ‘iets’ in ‘etwas über den Fisch’. Het verwijst naar een niet nader genoemde zaak of hoeveelheid. Je gebruikt ‘etwas’ bijvoorbeeld vóór informatie of een handeling die je nog niet specificeert.
über
‘über’ betekent hier ‘over’ en geeft het onderwerp van de vraag aan. In ‘etwas über den Fisch fragen’ gaat de vraag over de vis. Het staat hier vóór het onderwerp waarover iemand iets wil weten.
den
‘den’ betekent hier ‘de’ in ‘über den Fisch’. De vorm hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord ‘Fisch’ in deze woordgroep. Leer het als een vaste combinatie met ‘über den Fisch fragen’.
Fisch
‘Fisch’ betekent ‘vis’ en verwijst hier naar het visgerecht. In ‘über den Fisch’ is het het onderwerp waar de klant naar vraagt; daarna verwijst ‘Er’ naar dezelfde vis. Je kunt het gebruiken voor een vis als gerecht of als dier wanneer de context dat duidelijk maakt.
fragen
‘fragen’ betekent ‘vragen’ en staat hier na ‘darf ich’ in ‘darf ich etwas über den Fisch fragen?’. De vorm blijft na dit werkwoord aan het einde van de vraag staan. Een betrouwbaar patroon is ‘jemanden etwas fragen’ of ‘über etwas fragen’, afhankelijk van wat je wilt vragen.
Er
‘Er’ betekent hier ‘hij’ en verwijst in deze dialoog naar ‘der Fisch’. Het staat aan het begin van de zin ‘Er ist ein bisschen trocken.’. De hoofdletter komt doordat het aan het begin van de zin staat.
ist
‘ist’ betekent ‘is’ en beschrijft hier de toestand van de vis in ‘Er ist ein bisschen trocken.’. Het verbindt het onderwerp met de beschrijving ‘trocken’. Je gebruikt het patroon ‘etwas ist …’ om een eigenschap of toestand te beschrijven.
ein
‘ein’ betekent hier ‘een’ in ‘ein bisschen’ en maakt de kleine hoeveelheid minder precies. In ‘Ein bisschen Soße’ staat dezelfde vorm aan het begin van een nieuwe zin. De uitdrukking ‘ein bisschen’ wordt gebruikt voor een kleine hoeveelheid.
bisschen
‘bisschen’ betekent hier ‘beetje’ en vormt samen met ‘ein’ de uitdrukking ‘ein bisschen’. In ‘ein bisschen trocken’ verzacht het de klacht: de vis is enigszins droog, niet volledig droog. Je kunt ‘ein bisschen’ vóór een eigenschap of hoeveelheid gebruiken.
trocken
‘trocken’ betekent hier ‘droog’ en beschrijft de textuur van de vis. In ‘Er ist ein bisschen trocken’ staat het na ‘ist’ als beschrijving; later staat het in ‘immer noch trocken’. Je gebruikt het voor voedsel dat weinig vocht heeft.
Das
‘Das’ betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de zojuist genoemde situatie, namelijk dat de vis droog is. In de vaste verontschuldiging ‘Das tut mir leid’ betekent het niet letterlijk een apart voorwerp. Je kunt ‘Das’ gebruiken om naar een voorafgaande situatie of opmerking te verwijzen.
tut
‘tut’ betekent letterlijk ‘doet’, maar in de vaste uitdrukking ‘Das tut mir leid’ draagt het bij aan de betekenis ‘Dat spijt me’. De hele uitdrukking wordt gebruikt om medeleven of spijt over een situatie uit te drukken. Leer ‘Das tut mir leid’ daarom als één beleefde reactie.
mir
‘mir’ betekent hier ‘mij’ of ‘aan mij’ in de uitdrukking ‘Das tut mir leid’. Samen met de andere woorden betekent de hele zin ‘Dat spijt me’; ‘mir’ geeft aan wie de spijt ervaart. De vorm komt ook voor in ‘Bitte sagen Sie mir Bescheid’, waar het ‘mij’ betekent.
leid
‘leid’ betekent in ‘Das tut mir leid’ dat iemand spijt heeft of het vervelend vindt. De betekenis ontstaat uit de volledige vaste uitdrukking, niet uit ‘leid’ alleen. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je je verontschuldigt of medeleven toont.
werde
‘werde’ betekent hier ‘zal’ of ‘ga’ en helpt om een toekomstige handeling uit te drukken. In ‘Ich werde in der Küche nachfragen’ kondigt de medewerker aan dat hij navraag zal doen. Het patroon is ‘Ich werde …’ met de andere werkwoordsvorm aan het einde.
in
‘in’ betekent hier ‘in’ en geeft de plaats aan in ‘in der Küche’. De medewerker zal navraag doen binnen de keukenorganisatie of bij het keukenpersoneel. Het staat hier vóór de plaatsaanduiding.
der
‘der’ betekent ‘de’ in ‘der Küche’ en ‘Der Geschmack’. In ‘der Küche’ hoort de vorm bij de plaatsaanduiding, terwijl ‘Der Geschmack’ de smaak als onderwerp introduceert. De hoofdletter in ‘Der’ komt doordat het woord aan het begin van de zin staat.
Küche
‘Küche’ betekent ‘keuken’ en verwijst hier naar het keukenpersoneel of de keuken als afdeling. In ‘in der Küche nachfragen’ doet de medewerker daar navraag. Je kunt het woord gebruiken voor de ruimte of voor de keukenafdeling van een restaurant.
nachfragen
‘nachfragen’ betekent hier ‘navraag doen’ of ‘het controleren door iemand te vragen’. In ‘Ich werde in der Küche nachfragen’ belooft de medewerker informatie bij de keuken in te winnen. Je gebruikt het voor extra informatie of een controle bij een persoon of afdeling.
Geschmack
‘Geschmack’ betekent hier ‘smaak’ en verwijst naar hoe het gerecht proeft. In ‘Der Geschmack ist gut’ wordt de smaak positief beoordeeld, terwijl de textuur daarna kritiek krijgt. Je gebruikt het voor de smaak van eten of drinken.
gut
‘gut’ betekent hier ‘goed’ en beschrijft in ‘Der Geschmack ist gut’ dat de smaak bevalt. Het staat na ‘ist’ als beoordeling van ‘Geschmack’. Je kunt het patroon ‘Der Geschmack ist …’ gebruiken om de smaak van een gerecht te beoordelen.
aber
‘aber’ betekent ‘maar’ en verbindt hier een positieve beoordeling met een probleem. In ‘Der Geschmack ist gut, aber die Konsistenz ist nicht so, wie ich sie erwartet habe’ contrasteert het de smaak met de textuur. Je gebruikt het om na een eerste punt een tegengesteld of beperkend punt toe te voegen.
die
‘die’ betekent hier ‘de’ in ‘die Konsistenz’. Het leidt het zelfstandig naamwoord in dat als onderwerp van ‘ist’ wordt beschreven. Je gebruikt deze vorm hier vóór het vrouwelijke woord ‘Konsistenz’.
Konsistenz
‘Konsistenz’ betekent hier ‘textuur’ of ‘consistentie’ en beschrijft hoe het gerecht aanvoelt in de mond. In ‘die Konsistenz ist nicht so, wie ich sie erwartet habe’ gaat het om een textuur die anders is dan verwacht. Je kunt het gebruiken om de structuur van voedsel te beoordelen.
nicht
‘nicht’ betekent ‘niet’ en ontkent hier de verwachte overeenkomst in ‘nicht so, wie ich sie erwartet habe’. Het maakt duidelijk dat de textuur niet overeenkomt met de verwachting. Je gebruikt ‘nicht’ vóór het deel dat je ontkent.
so
‘so’ betekent hier ‘zo’ en verwijst naar de manier waarop de textuur volgens de verwachting had moeten zijn. In de combinatie ‘nicht so, wie ich sie erwartet habe’ betekent het ‘niet zoals’. Je kunt het patroon ‘so, wie …’ gebruiken om een manier of vergelijking aan te geven.
wie
‘wie’ betekent hier ‘zoals’ of ‘hoe’ en leidt in ‘so, wie ich sie erwartet habe’ de vergelijking met de verwachting in. Het verbindt ‘so’ met de daaropvolgende bijzin. Je gebruikt deze combinatie om te beschrijven op welke manier iets is.
sie
‘sie’ betekent hier ‘haar’ of ‘het’ en verwijst naar ‘die Konsistenz’. In ‘wie ich sie erwartet habe’ is de textuur datgene wat de spreker verwachtte. Je gebruikt de vorm om naar een eerder genoemd vrouwelijk zelfstandig naamwoord terug te verwijzen.
erwartet
‘erwartet’ betekent hier ‘verwacht’ in ‘wie ich sie erwartet habe’. Het is de vorm van het werkwoord ‘erwarten’ die samen met ‘habe’ de eerdere verwachting uitdrukt. Je gebruikt ‘etwas erwarten’ voor iets waarvan je denkt dat het op een bepaalde manier zal zijn.
habe
‘habe’ betekent hier ‘heb’ en ondersteunt ‘erwartet’ in de bijzin ‘wie ich sie erwartet habe’. Samen verwijzen ze naar wat de spreker eerder verwachtte. De werkwoordsvorm staat aan het einde van deze bijzin.
Soße
‘Soße’ betekent ‘saus’ en verwijst hier naar een saus die apart bij de vis kan worden gebracht. In ‘Ein bisschen Soße dazu’ gaat het om een kleine hoeveelheid saus naast het gerecht. Je gebruikt het voor een saus die bij eten wordt geserveerd.
dazu
‘dazu’ betekent hier ‘erbij’ of ‘daarbij’ en verwijst naar de saus samen met de vis. In ‘Ein bisschen Soße dazu könnte vielleicht helfen’ gaat het om saus die bij het gerecht komt. Je gebruikt het om iets aan te duiden dat bij iets anders wordt toegevoegd.
könnte
‘könnte’ betekent hier ‘zou kunnen’ of ‘misschien zou’ en maakt het voorstel voorzichtig. In ‘könnte vielleicht helfen’ wordt gezegd dat de saus mogelijk helpt, zonder zekerheid te claimen. Je gebruikt het voor een voorzichtige mogelijkheid of suggestie.
vielleicht
‘vielleicht’ betekent ‘misschien’ en verzacht in ‘könnte vielleicht helfen’ de voorgestelde oplossing. Het geeft aan dat het effect niet zeker is. Je kunt het gebruiken bij een voorzichtige suggestie of mogelijkheid.
helfen
‘helfen’ betekent ‘helpen’ en verwijst hier naar het verbeteren van de droge textuur. In ‘Ein bisschen Soße dazu könnte vielleicht helfen’ staat het na ‘könnte’ in de basisvorm. Je gebruikt het patroon ‘etwas könnte helfen’ om een mogelijke oplossing voor te stellen.
Möchten
‘Möchten’ betekent hier ‘zou u willen’ en maakt de vraag naar de voorkeur van de gast beleefd. In ‘Möchten Sie, dass ich etwas bringe?’ vraagt de medewerker of de gast saus wil laten brengen. Je gebruikt ‘Möchten Sie …?’ in beleefde aanbiedingen of vragen.
dass
‘dass’ betekent ‘dat’ en leidt in ‘Möchten Sie, dass ich etwas bringe?’ een bijzin in. De bijzin legt uit wat de gast eventueel wil dat de medewerker doet. Na ‘dass’ staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
bringe
‘bringe’ betekent hier ‘breng’ of ‘meebreng’ in ‘dass ich etwas bringe’. Het verwijst naar de handeling die de medewerker voor de gast kan uitvoeren. In de bijzin staat deze vorm aan het einde.
würde
‘würde’ betekent hier ‘zou’ en maakt van ‘Das würde helfen’ een voorwaardelijke of voorzichtige reactie. De spreker zegt dat de saus waarschijnlijk nuttig zou zijn. Je gebruikt ‘würde’ om een mogelijke uitkomst of een beleefde formulering uit te drukken.
solange
‘solange’ betekent ‘zolang als’ en stelt in ‘solange die Soße nicht zu schwer ist’ een voorwaarde aan de hulp. De saus is welkom op voorwaarde dat die niet te zwaar is. Na ‘solange’ volgt een bijzin met het werkwoord aan het einde.
zu
‘zu’ betekent hier ‘te’ in ‘zu schwer’ en geeft een overdreven mate aan. De spreker wil geen saus die te zwaar of te rijk is. Je gebruikt ‘zu’ vóór een eigenschap wanneer die mate ongewenst hoog is.
schwer
‘schwer’ betekent hier ‘zwaar’ en beschrijft de saus als mogelijk te machtig of rijk. In ‘nicht zu schwer’ wordt een grens aangegeven waar de saus onder moet blijven. Je kunt het woord bij eten gebruiken voor een gerecht dat zwaar op de maag ligt.
kann
‘kann’ betekent hier ‘kan’ en drukt uit wat de medewerker kan doen. In ‘Ich kann ein kleines Schälchen mit Soße bringen’ gaat het om de mogelijkheid of bereidheid om de saus te brengen. Je gebruikt het patroon ‘ich kann …’ voor een beschikbare handeling of mogelijkheid.
kleines
‘kleines’ betekent hier ‘klein’ en beschrijft het schaaltje in ‘ein kleines Schälchen’. De vorm hoort bij het onzijdige woord ‘Schälchen’ in deze woordgroep. Je gebruikt de combinatie om een kleine hoeveelheid saus in een klein schaaltje aan te duiden.
Schälchen
‘Schälchen’ betekent ‘klein schaaltje’ of ‘kommetje’. In ‘ein kleines Schälchen mit Soße’ gaat het om het kleine bakje waarin de saus wordt geserveerd. Je gebruikt het voor een kleine schaal of kom voor eten.
mit
‘mit’ betekent ‘met’ en verbindt in ‘mit Soße’ het schaaltje met de inhoud ervan. Het gaat om een schaaltje met saus. Je gebruikt ‘mit’ om aan te geven wat iets bevat of waarmee iets wordt gecombineerd.
bringen
‘bringen’ betekent ‘brengen’ en staat na ‘kann’ in ‘Ich kann ein kleines Schälchen mit Soße bringen’. Het verwijst naar het naar de gast brengen van het schaaltje. Na ‘kann’ staat deze werkwoordsvorm aan het einde.
und
‘und’ betekent ‘en’ en verbindt in ‘bringen und der Küche Bescheid geben’ twee handelingen van de medewerker. Hij zal de saus brengen en de keuken informeren. Je gebruikt ‘und’ om gelijkwaardige handelingen of informatie te verbinden.
Bescheid
‘Bescheid’ betekent in ‘der Küche Bescheid geben’ geen los bericht, maar maakt deel uit van de uitdrukking ‘Bescheid geben’. De hele uitdrukking betekent iemand iets laten weten of informeren. Een veelgebruikt patroon is ‘jemandem Bescheid geben’ wanneer je die persoon op de hoogte brengt.
geben
‘geben’ betekent letterlijk ‘geven’, maar in ‘der Küche Bescheid geben’ betekent de volledige uitdrukking ‘de keuken iets laten weten’. Het woord draagt hier samen met ‘Bescheid’ de betekenis van informeren. Je gebruikt het patroon ‘jemandem Bescheid geben’ voor iemand op de hoogte brengen.
wollte
‘wollte’ betekent hier ‘wilde’ of ‘was van plan’ in ‘Ich wollte es ansprechen’. De spreker legt uit dat hij het probleem wilde noemen voordat hij verder at. Je gebruikt deze vorm om een eerdere bedoeling of plan te beschrijven.
es
‘es’ betekent hier ‘het’ en verwijst naar het probleem met de vis, met name de droge textuur. In ‘Ich wollte es ansprechen’ is datgene wat de spreker wilde noemen. Je gebruikt ‘es’ om naar een eerder genoemde situatie of zaak terug te verwijzen.
ansprechen
‘ansprechen’ betekent hier ‘ter sprake brengen’ of ‘benoemen’. In ‘Ich wollte es ansprechen’ wil de gast het probleem met de vis beleefd melden. Je gebruikt het voor het expliciet noemen van een onderwerp of probleem in een gesprek.
bevor
‘bevor’ betekent ‘voordat’ en ordent in ‘bevor ich noch mehr davon esse’ de twee handelingen in de tijd. De gast wilde het probleem noemen vóór hij meer van het gerecht at. Na ‘bevor’ volgt een bijzin met het werkwoord aan het einde.
noch
‘noch’ betekent hier ‘nog’ in ‘noch mehr davon’ en voegt de betekenis van een extra hoeveelheid toe. De gast bedoelt dat hij niet eerst nog meer van de vis wilde eten. In deze combinatie betekent ‘noch mehr’ ‘nog meer’.
mehr
‘mehr’ betekent ‘meer’ en verwijst in ‘noch mehr davon’ naar een grotere hoeveelheid van hetzelfde gerecht. Het staat samen met ‘noch’ vóór ‘davon’. Je gebruikt ‘mehr’ om een extra of grotere hoeveelheid aan te duiden.
davon
‘davon’ betekent hier ‘daarvan’ en verwijst naar de vis of het gerecht waarover de gasten spreken. In ‘noch mehr davon esse’ gaat het om nog meer van dat gerecht eten. Je gebruikt het om naar een eerder genoemde zaak of hoeveelheid terug te verwijzen.
esse
‘esse’ betekent hier ‘eet’ en staat in de bijzin ‘bevor ich noch mehr davon esse’. Het beschrijft de handeling die de gast vóór het noemen van het probleem niet verder wilde uitvoeren. De vorm staat aan het einde van de bijzin.
Bitte
‘Bitte’ betekent hier ‘alstublieft’ en maakt ‘Bitte sagen Sie mir Bescheid’ tot een beleefd verzoek. De medewerker vraagt de gast om hem te informeren. Je gebruikt ‘Bitte’ aan het begin van een beleefde instructie of vraag.
sagen
‘sagen’ betekent letterlijk ‘zeggen’, maar in ‘sagen Sie mir Bescheid’ betekent de volledige uitdrukking ‘laat het mij weten’. Het voorwerp van het verzoek is hier de informatie over de toestand van de vis. Je gebruikt het patroon ‘jemandem etwas sagen’ om iemand iets mee te delen.
wenn
‘wenn’ betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in ‘wenn der Fisch nach dem Probieren der Soße immer noch trocken ist’. De gast moet de medewerker informeren in het geval dat de vis droog blijft. Na ‘wenn’ staat het werkwoord aan het einde van de bijzin.
nach
‘nach’ betekent hier ‘na’ en plaatst het proeven van de saus vóór de beoordeling van de vis. In ‘nach dem Probieren der Soße’ verwijst het naar het moment na het proeven. Je gebruikt ‘nach’ om een tijdsvolgorde aan te geven.
dem
‘dem’ betekent hier ‘het’ in ‘nach dem Probieren der Soße’. Het hoort bij het zelfstandig gebruikte werkwoord ‘Probieren’ in deze tijdsbepaling. De combinatie ‘nach dem …’ geeft aan wat eerst moet gebeuren.
Probieren
‘Probieren’ betekent hier ‘het proeven’ of ‘het proberen’ van de saus. In ‘nach dem Probieren der Soße’ is het de handeling die eerst plaatsvindt. Het woord staat met een hoofdletter omdat het hier als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt.
immer
‘immer’ betekent in ‘immer noch trocken’ niet ‘altijd’ afzonderlijk, maar maakt samen met ‘noch’ de betekenis ‘nog steeds’. De medewerker vraagt of de vis na het proeven van de saus nog steeds droog is. Je gebruikt de vaste combinatie ‘immer noch’ wanneer een toestand voortduurt.
Wir
‘Wir’ betekent ‘wij’ en verwijst hier naar de medewerker en het restaurantteam. In ‘Wir können eine andere Lösung finden’ spreekt de medewerker namens het team. De hoofdletter komt doordat het woord aan het begin van de zin staat.
können
‘können’ betekent hier ‘kunnen’ en drukt uit dat het restaurant in staat is iets anders te doen. In ‘Wir können eine andere Lösung finden’ biedt de medewerker verdere hulp aan. Je gebruikt het patroon ‘wir können …’ om een beschikbare mogelijkheid of oplossing aan te bieden.
eine
‘eine’ betekent hier ‘een’ in ‘eine andere Lösung’. Het introduceert één mogelijke oplossing zonder die al precies te benoemen. Je gebruikt deze vorm vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord ‘Lösung’.
andere
‘andere’ betekent hier ‘andere’ en geeft aan dat de oplossing verschilt van de voorgestelde saus. In ‘eine andere Lösung’ biedt de medewerker een alternatief aan als de saus niet helpt. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een alternatief aan te duiden.
Lösung
‘Lösung’ betekent ‘oplossing’ en verwijst hier naar een alternatief voor het probleem met de vis. In ‘eine andere Lösung finden’ belooft het restaurant naar een andere manier van helpen te zoeken. Je gebruikt het woord voor een antwoord of aanpak die een probleem verhelpt.
finden
‘finden’ betekent ‘vinden’ en staat in ‘eine andere Lösung finden’ voor het zoeken naar een manier om het probleem op te lossen. Na ‘können’ blijft deze vorm aan het einde van de zin staan. Je gebruikt het patroon ‘eine Lösung finden’ voor het vinden van een antwoord op een probleem.