Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een teleurstellend visgerecht beleefd bespreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Entschuldigung, darf ich etwas über den Fisch fragen? Er ist ein bisschen trocken.
entsjoel-die-goeng, darf isj etvas uu-ber deen fisj fraagen? Ee-a is tain bissjen trocken. Pardon, mag ik iets vragen over de vis? Hij is een beetje droog.Das tut mir leid. Ich werde in der Küche nachfragen.
Das toet mie-a lait. Isj vee-a-de in dee-a kusje naach-fraagen. Dat spijt me. Ik ga het in de keuken navragen.Der Geschmack ist gut, aber die Konsistenz ist nicht so, wie ich sie erwartet habe.
Dee-a ge-sjmak is goet, aa-ber die konsis-tents is nisjt zoo, vie isj zie e-vaartet haa-be. De smaak is lekker, maar de structuur is niet wat ik had verwacht.Ein bisschen Soße dazu könnte vielleicht helfen.
Ain bissjen zoo-se da-tsoe keun-te fie-laitsj-t helpen. Een beetje saus apart zou misschien helpen.Möchten Sie, dass ich etwas bringe?
Meusjten zie, das isj etvas bringe? Wilt u dat ik wat meebreng?Das würde helfen, solange die Soße nicht zu schwer ist.
Das vur-de helpen, zo-lange die zoo-se nisjt toe sjvee-a is. Dat zou helpen, zolang de saus niet te zwaar is.Ich kann ein kleines Schälchen mit Soße bringen und der Küche Bescheid geben.
Isj kan ain klaines sjeel-sjen mit zoo-se bringen ont dee-a kusje be-sjait gee-ben. Ik kan een klein schaaltje met saus brengen en het aan de keuken laten weten.Ich wollte es ansprechen, bevor ich noch mehr davon esse.
Isj vol-te es an-sjpresjen, be-foor isj nog meer da-foon es-se. Ik wilde het even zeggen voordat ik er meer van at.Bitte sagen Sie mir Bescheid, wenn der Fisch nach dem Probieren der Soße immer noch trocken ist.
Bit-te zaagen zie mie-a be-sjait, ven dee-a fisj naach deem pro-bie-ren dee-a zoo-se immer noch trocken is. Laat het me alstublieft weten als de vis na het proberen van de saus nog steeds droog is.Wir können eine andere Lösung finden.
Vie-a keun-en aine andere leu-zoeng finden. We kunnen een andere oplossing vinden.Uitleg van de zinnen
Entschuldigung, darf ich etwas über den Fisch fragen? Er ist ein bisschen trocken.
Pardon, mag ik iets vragen over de vis? Hij is een beetje droog.
- Entschuldigung
- pardon; excuseer
- darf ich
- mag ik
- etwas
- iets
- fragen
- vragen
- Fisch
- vis
- Er
- hij
- ein bisschen
- een beetje
- trocken
- droog
Uitgebreide uitleg
Entschuldigung is hier een vaste beleefde aanspreekvorm met de betekenis “pardon” of “excuseer”. Het woord hangt samen met entschuldigen (“verontschuldigen”), maar in deze begroeting functioneert het zelfstandig als korte beleefde formule. darf ich bestaat uit de vorm darf van het modale werkwoord dürfen (“mogen”) en het onderwerp ich (“ik”). Darf ich ...? is een veelgebruikt patroon om toestemming te vragen: “Mag ik ...?” Het modale werkwoord staat in een vraag vóór het onderwerp; het andere werkwoord staat als infinitief aan het einde van de vraagzin. etwas betekent hier “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord: het verwijst naar een niet nader gespecificeerde zaak of handeling. Een bruikbaar contrast is etwas (“iets”) tegenover nichts (“niets”). fragen is de infinitief van fragen (“vragen”). In etwas ... fragen is etwas het gevraagde en geeft de rest aan waarover de vraag gaat. Voorbeeld: Ich frage den Lehrer. — “Ik vraag het aan de leraar.” Fisch betekent “vis”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Fisch in de basisvorm. Na über krijgt het hier de accusatief, daarom staat er den Fisch: über den Fisch betekent “over de vis”. De naamval wordt dus door de voorzetselconstructie bepaald, niet door het feit dat het om één vis gaat. Er is het persoonlijke voornaamwoord voor een mannelijk enkelvoudig antecedent. In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar de vis. De vorm er geeft de grammaticale klasse en het enkelvoud aan; de hoofdletter komt doordat het aan het begin van de zin staat. Een vrouwelijk enkelvoudig antecedent zou bijvoorbeeld sie krijgen. ein bisschen betekent “een beetje” en verzacht of beperkt de daaropvolgende beschrijving. Ein is hier geen zelfstandige bewering over een telbare hoeveelheid; de hele uitdrukking functioneert als een kleine graadaanduiding. trocken betekent “droog”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein (“zijn”) predicatief wordt gebruikt. Daarom krijgt het hier geen uitgang: Er ist trocken — “Hij is droog.” Voor een attributief gebruik krijgt het bijvoeglijk naamwoord wel een uitgang, bijvoorbeeld ein trockener Fisch — “een droge vis”. De eerste zin bouwt zo op als Entschuldigung + darf ich + etwas ... fragen?: “Pardon, mag ik iets vragen ...?” De voorzetselgroep über den Fisch specificeert het onderwerp van de vraag. Daarna verbindt de tweede zin Er met de vis en beschrijft ist ein bisschen trocken de vis als “een beetje droog”. Samen betekent de uiting: “Pardon, mag ik iets vragen over de vis? Hij is een beetje droog.”
Das tut mir leid. Ich werde in der Küche nachfragen.
Dat spijt me. Ik ga het in de keuken navragen.
- Das tut mir leid
- Dat spijt me
- Ich werde
- ik zal
- Küche
- keuken
- nachfragen
- navragen
Uitgebreide uitleg
Das tut mir leid is een vaste manier om spijt of medeleven uit te drukken: “Dat spijt me.” In deze zin verwijst das naar de voorafgaande situatie, zonder dat er een specifiek zelfstandig naamwoord als referent wordt genoemd. tut is de derde persoon enkelvoud van tun (“doen”); in deze vaste uitdrukking moet je de hele combinatie leren, niet alleen de letterlijke delen. Ich werde geeft hier de spreker als onderwerp en een toekomstige of voorgenomen handeling weer. werde is de eerste persoon enkelvoud van werden; samen met een infinitief vormt werden de toekomende tijd. Het patroon is Ich werde + infinitief, bijvoorbeeld: Ich werde morgen anrufen. — “Ik zal morgen bellen.” De infinitief staat in deze constructie aan het einde van de zin. Küche betekent “keuken”. Het basiswoord is die Küche; Küchen is het meervoud. In in der Küche gaat het om een vaste plaats, niet om een beweging naar binnen. Daarom staat het vrouwelijke lidwoord hier in de datief: die wordt der. Vergelijk: in die Küche betekent “de keuken in” en duidt beweging aan. nachfragen betekent hier “navragen” of “navraag doen”. Het is een zelfstandig werkwoord en staat na werde als infinitief. Het kan worden gebruikt wanneer iemand informatie bij een persoon of instantie wil controleren of verkrijgen, bijvoorbeeld: Ich frage beim Hotel nach. — “Ik vraag het na bij het hotel.” In een hoofdzin kan het werkwoord scheidbaar zijn: Ich frage nach; na werde blijft de infinitief nachfragen bij elkaar. Samen betekent Ich werde in der Küche nachfragen: “Ik ga het in de keuken navragen.” Ich werde markeert het voornemen, in der Küche noemt de plaats en nachfragen de handeling. De volledige uiting is dus: “Dat spijt me. Ik ga het in de keuken navragen.”
Der Geschmack ist gut, aber die Konsistenz ist nicht so, wie ich sie erwartet habe.
De smaak is lekker, maar de structuur is niet wat ik had verwacht.
- Geschmack
- smaak
- gut
- goed
- Konsistenz
- consistentie; structuur
- nicht so
- niet zo
- erwartet habe
- verwacht heb
Uitgebreide uitleg
Geschmack betekent hier “smaak”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Geschmack (mannelijk), met het meervoud die Geschmäcker wanneer verschillende smaken worden bedoeld. In deze zin is Der Geschmack het onderwerp van de eerste hoofdzin. der is hier het bepaald lidwoord; het markeert onder meer bepaaldheid, mannelijk geslacht en nominatief enkelvoud. gut betekent hier “goed” en beschrijft Geschmack. Als predicatief bijvoeglijk naamwoord na sein krijgt het in deze zin geen uitgang. In andere zinsposities kan de uitgang van een bijvoeglijk naamwoord afhangen van onder meer lidwoord, naamval en grammaticaal geslacht. Een bruikbaar contrast is gut – besser – am besten: “goed” – “beter” – “het best”. Konsistenz betekent hier “consistentie” of, bij eten, “structuur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Konsistenz. De vorm is enkelvoud; het woord zelf maakt in deze zin geen meervoudsbetekenis zichtbaar. De tweede hoofdzin heeft die Konsistenz als onderwerp. nicht so betekent hier “niet zo” en vormt samen met wie de constructie nicht so ..., wie ...: iets voldoet niet aan de mate of eigenschap waarmee het wordt vergeleken. nicht ontkent hier de beoordeling van de structuur als “zo [als verwacht]”. Voorbeeld: Der Tee ist nicht so heiß, wie ich dachte. — “De thee is niet zo heet als ik dacht.” erwartet habe betekent hier “verwacht heb”; in de volledige Nederlandse zin klinkt dat als “had verwacht”. Het werkwoord is erwarten (“verwachten”); erwartet is het voltooid deelwoord en habe is de tegenwoordige vorm van haben bij ich. Samen vormen ze het Perfekt: ich habe erwartet. In deze bijzin staat het vervoegde hulpwerkwoord achteraan: wie ich sie erwartet habe. ich is de eerste persoon enkelvoud, de persoon die de verwachting had. sie verwijst hier naar die Konsistenz: dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord staat in de accusatief als lijdend voorwerp van erwarten. De combinatie ich sie erwartet habe betekent dus dat ik de structuur zo had verwacht; natuurlijk Nederlands maakt daarvan “wat ik had verwacht”. De delen worden vervolgens samengevoegd: Der Geschmack ist gut zegt dat de smaak goed is. aber verbindt daar een tegenstelling aan. die Konsistenz ist nicht so, wie ich sie erwartet habe zegt dat de structuur niet overeenkomt met de manier waarop de spreker haar had verwacht. De volledige betekenis is: “De smaak is lekker, maar de structuur is niet wat ik had verwacht.”
Ein bisschen Soße dazu könnte vielleicht helfen.
Een beetje saus apart zou misschien helpen.
- Ein bisschen
- een beetje
- Soße
- saus
- dazu
- erbij; apart erbij
- könnte
- zou kunnen
- vielleicht
- misschien
- helfen
- helpen
Uitgebreide uitleg
Ein bisschen geeft hier een kleine hoeveelheid aan: een beetje. Het beweert niet dat er precies één bepaalde hoeveelheid of één portie is. bisschen is in deze uitdrukking een onzijdig zelfstandig naamwoord; het onbepaalde lidwoord ein hoort daarbij. De uitdrukking is bruikbaar vóór een stof of niet-telbare hoeveelheid, bijvoorbeeld: ein bisschen Wasser — “een beetje water”. Soße betekent hier saus. Het is het zelfstandig naamwoord dat aangeeft waarvan er een beetje is. Het meervoud is Soßen; de spelling met ß hoort bij deze Duitse vorm. dazu betekent hier dat de saus erbij of apart erbij komt. Het verwijst in deze zin niet zelfstandig naar een met name genoemd ding; de vaste vertaling maakt alleen duidelijk dat de saus als toevoeging bedoeld is. dazu is een bijwoord en verandert dus niet mee met aantal of geslacht. könnte is hier de vorm van können die bij het enkelvoudige onderwerp Ein bisschen Soße dazu hoort en drukt in deze zin een mogelijkheid uit: “zou kunnen”. De vorm könnte kan ook bij het onderwerp ich voorkomen; de persoon blijkt daaruit alleen niet op zichzelf. kann is directer (“kan”), terwijl könnte een voorzichtiger mogelijkheid uitdrukt. vielleicht betekent “misschien” en maakt de uitspraak minder stellig. Een bruikbaar patroon is könnte vielleicht + infinitief, bijvoorbeeld: Das könnte vielleicht funktionieren. — “Dat zou misschien kunnen werken.” helfen is de infinitief van helfen en betekent hier dat iets een gunstig effect kan hebben. Na het modale werkwoord könnte staat deze infinitief aan het einde: könnte ... helfen. Voorbeeld: Mehr Zeit könnte helfen. — “Meer tijd zou kunnen helpen.” Samen vormt Ein bisschen Soße dazu de mogelijke toevoeging. könnte maakt het effect voorlopig, vielleicht maakt de uitspraak nog minder stellig, en helfen benoemt het mogelijke effect. De hele zin betekent daarom: “Een beetje saus apart zou misschien helpen.” De formulering is een voorzichtige suggestie en verzekert het resultaat niet.
Möchten Sie, dass ich etwas bringe?
Wilt u dat ik wat meebreng?
- Möchten Sie
- wilt u
- dass ich
- dat ik
- etwas
- iets; wat
- bringe
- meebreng
Uitgebreide uitleg
Möchten Sie betekent hier een beleefde vraag: “Wilt u …?” möchten is de vorm die in zulke vragen meestal een wens of aanbod uitdrukt; het is historisch de Konjunktiv-II-vorm van mögen. Sie is de formele aanspreekvorm voor één of meer personen en wordt altijd met een hoofdletter geschreven. Voorbeeld: Möchten Sie Wasser? = “Wilt u water?” dass ich leidt een bijzin in met dass (“dat”). ich is het onderwerp van die bijzin: de spreker zal de handeling uitvoeren. In een Duitse dass-bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde; daarom komt bringe pas na etwas. etwas betekent hier “iets” of, in deze context, “wat”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader bepaalde hoeveelheid of zaak. Voorbeeld: Ich möchte etwas essen. = “Ik wil iets eten.” bringe is hier de ik-vorm van bringen in de tegenwoordige tijd: ich bringe = “ik breng mee”. Het werkwoord bringen is niet scheidbaar. Voorbeeld: Ich bringe morgen Brot. = “Ik breng morgen brood mee.” Samen vormt dass ich etwas bringe de bijzin “dat ik wat meebreng”. De volledige vraag Möchten Sie, dass ich etwas bringe? vraagt beleefd of de aangesprokene wil dat de spreker iets meebrengt. Het patroon is bruikbaar als Möchten Sie, dass ich + ...?, bijvoorbeeld Möchten Sie, dass ich die Tür öffne? = “Wilt u dat ik de deur open?”
Das würde helfen, solange die Soße nicht zu schwer ist.
Dat zou helpen, zolang de saus niet te zwaar is.
- Das würde
- Dat zou
- helfen
- helpen
- solange
- zolang
- Soße
- saus
- nicht
- niet
- schwer
- zwaar
Uitgebreide uitleg
Das würde: Dit is een combinatie voor een voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid: “dat zou …”. würde is de Konjunktiv-II-vorm van werden; samen met een infinitief vormt hij hier een hypothetische constructie. Das verwijst in deze context naar de voorgestelde mogelijkheid als geheel. Patroon: Das würde + infinitief — “Dat zou + werkwoord”. Voorbeeld: Das würde genügen. — “Dat zou voldoende zijn.” helfen: Dit is de infinitief van helfen (“helpen”). Met würde staat deze infinitief aan het einde van de hoofdzin. In een gewone tegenwoordige hoofdzin staat bijvoorbeeld Das hilft. — “Dat helpt.” helfen neemt voor de geholpen persoon een datiefobject: Ich helfe ihm. — “Ik help hem.” Hier betekent het dat de voorgestelde oplossing nuttig zou zijn. solange: Dit onderschikkende voegwoord betekent hier “zolang” en stelt de voorwaarde vast waaronder iets zou helpen. Het leidt een bijzin in; het vervoegde werkwoord staat daarin achteraan. Patroon: ..., solange + onderwerp + ... + werkwoord. Voorbeeld: Ich bleibe, solange es ruhig ist. — “Ik blijf zolang het rustig is.” Soße: Dit zelfstandig naamwoord betekent hier “saus”. Het is vrouwelijk: die Soße. In de vaste zin staat het in de woordgroep die Soße, dus met het bepaalde lidwoord die; het is daar het onderwerp van de bijzin. De spelling Soße gebruikt de Duitse letter ß; het meervoud is Soßen. Voorbeeld: Die Soße ist warm. — “De saus is warm.” nicht: Dit ontkenningswoord betekent “niet”. In deze zin ontkent het samen met zu schwer de eigenschap die aan de saus wordt toegekend: de saus is niet te zwaar. In andere zinnen kan de plaats van nicht veranderen naargelang van wat precies wordt ontkend. schwer: Dit bijvoeglijk naamwoord betekent hier “zwaar”, in de betekenis van een saus die zwaar of machtig aanvoelt. Met zu vormt het zu schwer — “te zwaar”; zu geeft hier een bovenmatige graad aan, niet een gewone vergelijking. De basisvorm is schwer, de vergrotende trap schwerer en de overtreffende trap am schwersten. Voorbeeld: Die Soße ist leichter. — “De saus is lichter.” Samen vormen Das würde helfen en solange die Soße nicht zu schwer ist één voorwaardelijke uitspraak. Das würde helfen geeft de mogelijke uitkomst “dat zou helpen”; solange voegt de voorwaarde toe. In die Soße nicht zu schwer ist is die Soße het onderwerp, nicht zu schwer de ontkende eigenschap en ist het vervoegde werkwoord dat door solange naar het einde van de bijzin wordt geplaatst. De volledige betekenis is: “Dat zou helpen, zolang de saus niet te zwaar is.”
Ich kann ein kleines Schälchen mit Soße bringen und der Küche Bescheid geben.
Ik kan een klein schaaltje met saus brengen en het aan de keuken laten weten.
- Ich kann
- ik kan
- kleines
- klein
- Schälchen
- schaaltje
- bringen
- brengen
- Soße
- saus
- Küche
- keuken
- Bescheid geben
- het laten weten
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier: ik ben in staat om iets te doen. kann is de vorm van können bij ich; de infinitief staat later in de zin: Ich kann ... bringen. In een gecoördineerde tweede handeling kan hetzelfde modale werkwoord ook voor geben gelden: Ich kann ... bringen und ... geben. kleines beschrijft Schälchen als klein. Het bijvoeglijk naamwoord is klein; de uitgang -es past hier bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Schälchen in de naamval en na het onbepaalde lidwoord ein: ein kleines Schälchen. Het is niet het zelfstandig naamwoord dat de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord levert. Schälchen betekent hier een klein schaaltje of kommetje. Het is een verkleinwoord van Schale; het achtervoegsel -chen maakt het woord onzijdig, vandaar das Schälchen. Voorbeeld: Das Schälchen ist leer. — Het schaaltje is leeg. bringen is de infinitief brengen. Na kann blijft het werkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van zijn deel van de constructie. Voorbeeld: Ich kann Wasser bringen. — Ik kan water brengen. Soße betekent hier saus. In mit Soße geeft mit aan waarmee het schaaltje gevuld of vergezeld is; na mit staat in het Duits de datief, maar bij deze vorm is dat niet zichtbaar: mit Soße. De spelling Soße is de waargenomen vorm; Sauce is ook een gebruikte spellingvariant. Küche betekent keuken. In der Küche staat het woord in de datief na geben; het onzijdige? Nee: Küche is vrouwelijk: die Küche, en de datief enkelvoud is der Küche. De combinatie der Küche Bescheid geben betekent letterlijk de keuken op de hoogte brengen, dus het aan de keuken laten weten. Bescheid geben is een vaste uitdrukking met de betekenis iemand informeren of iets laten weten. In deze zin staat geben als infinitief na kann, terwijl Bescheid het vaste zelfstandige naamwoord in de uitdrukking is. Een bruikbaar patroon is: jemandem Bescheid geben — iemand informeren; de persoon of instantie staat in de datief. Voorbeeld: Ich gebe dir Bescheid. — Ik laat het je weten. Samen betekent ein kleines Schälchen mit Soße bringen: een klein schaaltje met saus brengen. Daarna voegt und der Küche Bescheid geben een tweede handeling toe: de keuken informeren. Het volledige patroon is Ich kann [iets] bringen und [iemand/een instantie] Bescheid geben: ik kan [iets] brengen en [iemand/een instantie] informeren. De vaste vertaling maakt duidelijk dat der Küche hier de instantie is die geïnformeerd wordt. De hele zin betekent daarom: Ik kan een klein schaaltje met saus brengen en het aan de keuken laten weten.
Ich wollte es ansprechen, bevor ich noch mehr davon esse.
Ik wilde het even zeggen voordat ik er meer van at.
- Ich wollte
- ik wilde
- es
- het
- ansprechen
- ter sprake brengen
- bevor
- voordat
- noch mehr
- nog meer
- davon
- ervan
- esse
- eet
Uitgebreide uitleg
Ich wollte bevat wollte, de verleden tijd (Präteritum) van wollen: wollen – wollte – gewollt. Hier geeft het een vroegere bedoeling weer: “ik wilde”. In een hoofdzin staat daarna vaak een infinitief: Ich wollte ... = “Ik wilde ...”. es is hier het lijdend voorwerp van ansprechen en betekent volgens de vaste vertaling “het”. De vorm es kan naar een zaak of situatie verwijzen; de zin specificeert niet zelfstandig precies waarnaar het verwijst. Het woord draagt hier geen meervoudsmarkering. ansprechen is een scheidbaar werkwoord in de infinitief. In deze zin betekent het “iets ter sprake brengen” of “iets aankaarten”, niet simpelweg “aanspreken”. Het bestaat uit an- + sprechen; in een hoofdzin kan het uit elkaar gaan, bijvoorbeeld: Ich spreche das Problem an. — “Ik kaart het probleem aan.” bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In een Duitse bijzin staat de persoonsvorm aan het einde. Na bevor komt hier dus eerst ich ... en eindigt de bijzin met esse. noch mehr betekent “nog meer”. mehr geeft een grotere hoeveelheid aan; noch voegt het idee toe dat er boven op een eerdere hoeveelheid extra komt. Voorbeeld: Ich möchte noch mehr Wasser. — “Ik wil nog meer water.” davon is een verwijzend woord met da- + von en betekent hier “ervan” of “daarvan”. Het verwijst naar een eerder begrepen zaak of hoeveelheid; de vaste vertaling ondersteunt hier de lezing “ervan”. In combinatie met eten drukt mehr davon essen uit dat men meer van dezelfde zaak eet. esse is de ik-vorm van de tegenwoordige tijd van essen: ich esse — “ik eet”. Het werkwoord heeft onregelmatige vormen, bijvoorbeeld du isst en de verleden tijd ich aß. Hoewel de Nederlandse vertaling hier “at” gebruikt, staat in het Duits de tegenwoordige vorm esse; na bevor beschrijft die de handeling die vóór het ter sprake brengen plaatsvindt. Samen vormen de delen: Ich wollte es ansprechen = “Ik wilde het ter sprake brengen”, en bevor ich noch mehr davon esse = “voordat ik er nog meer van eet”. De hele uiting betekent dus: “Ik wilde het even zeggen voordat ik er meer van at.” De bijzin met bevor geeft de tijdsrelatie aan: het eten vindt vóór het ter sprake brengen plaats.
Bitte sagen Sie mir Bescheid, wenn der Fisch nach dem Probieren der Soße immer noch trocken ist.
Laat het me alstublieft weten als de vis na het proberen van de saus nog steeds droog is.
- Bitte
- alstublieft
- sagen Sie mir Bescheid
- laat het me weten
- wenn
- als
- Fisch
- vis
- nach
- na
- Probieren
- proeven
- Soße
- saus
- immer noch
- nog steeds
- trocken
- droog
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Bitte maakt het verzoek beleefd: “alstublieft”. Het kan ook aan het begin van andere verzoeken staan, bijvoorbeeld: Bitte warten Sie. — “Wacht u alstublieft.” sagen Sie mir Bescheid is een vaste, herbruikbare uitdrukking met de betekenis “laat het me weten”. Bescheid sagen is het basispatroon; mir geeft de persoon aan die de informatie ontvangt. Sie is hier de formele aanspreekvorm voor één of meer personen en schrijft men met een hoofdletter. In deze vorm staat sagen in de formele gebiedende wijs: Sagen Sie .... wenn leidt hier de voorwaardelijke bijzin in: “als” of, afhankelijk van de context, “wanneer”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld: wenn X ... ist — “als X ... is”. Fisch betekent hier “vis”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Fisch; na een bepaald lidwoord kan bijvoorbeeld den Fisch staan. Het meervoud is Fische. nach betekent “na” en geeft hier aan wat eerder gebeurt. Voor een zelfstandig naamwoord gebruikt het een datief: nach dem ... — “na het ...”. Probieren is hier een zelfstandig gebruikt infinitief en krijgt daarom een hoofdletter. Het komt van probieren, “proeven/proberen”; das Probieren betekent “het proeven”. Na nach staat het in de datief: nach dem Probieren. Soße betekent “saus”. Het is vrouwelijk: die Soße. In der Soße is de vorm gelijk aan de datief- en genitiefvorm; hier specificeert de saus wat er wordt geproefd: “het proeven van de saus”. Het meervoud is Soßen. immer noch betekent “nog steeds” en geeft aan dat een toestand voortduurt. Het verschilt van alleen noch, dat in andere contexten ook “nog” kan betekenen. trocken betekent hier “droog”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein als naamwoordelijk deel staat en daarom geen uitgang krijgt: Der Fisch ist trocken. — “De vis is droog.” De vergelijkingsvormen zijn trocken, trockener, am trockensten. ist is de derde persoon enkelvoud van sein, “zijn”. De vorm hoort bij der Fisch; het bijvoeglijk naamwoord trocken zelf verandert hier niet. In de wenn-bijzin staat ist aan het einde. Samen betekent Bitte sagen Sie mir Bescheid “Laat het me alstublieft weten”. De bijzin wenn der Fisch nach dem Probieren der Soße immer noch trocken ist betekent “als de vis na het proeven van de saus nog steeds droog is”. De volledige uiting is dus: “Laat het me alstublieft weten als de vis na het proeven van de saus nog steeds droog is.”
Wir können eine andere Lösung finden.
We kunnen een andere oplossing vinden.
- Wir können
- wij kunnen
- andere
- andere
- Lösung
- oplossing
- finden
- vinden
Uitgebreide uitleg
Wir können combineert wir (“wij”) met können (“kunnen”). In deze zin is können de vorm van de tegenwoordige tijd bij wir (eerste persoon meervoud). Het drukt hier uit dat wij iets kunnen of daartoe in staat zijn. Voorbeelden: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” Bij ich is de vorm kann: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” andere betekent hier “andere” en staat bij Lösung. In eine andere Lösung krijgt het adjectief deze vorm door de combinatie van vrouwelijk enkelvoud, de accusatief als lijdend voorwerp en het onbepaalde lidwoord eine; die voorwaarden samen bepalen de uitgang -e. Vergelijk bijvoorbeeld ein anderer Plan — “een ander plan” en ein anderes Ziel — “een ander doel”. Lösung betekent “oplossing”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Lösung. Het meervoud is die Lösungen — “de oplossingen”. Het kan bijvoorbeeld een antwoord op een probleem aanduiden; in deze zin gaat het om een oplossing die wij kunnen vinden. finden is de infinitief “vinden”. Na het modale werkwoord können blijft finden een infinitief en staat het in deze hoofdzin achteraan. Zonder dat modale werkwoord kan de vervoegde vorm bijvoorbeeld zijn: Wir finden eine Lösung. — “Wij vinden een oplossing.” Samen betekent Wir können eine andere Lösung finden.: “Wij kunnen een andere oplossing vinden.” Het patroon is onderwerp + kunnen + een andere oplossing + infinitief. Een gelabeld oefenvoorbeeld is Wir können eine andere Antwort finden. — “Wij kunnen een ander antwoord vinden.”
Grammatica
bevor + bijzin: het werkwoord staat achteraan
Bevor Sie probieren, finden wir eine andere Lösung.
be-foor zie pro-bie-ren, finden vie-a aine andere leu-zoeng.Voordat u proeft, vinden we een andere oplossing.
Na bevor staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
jemandem leidtun: es tut jemandem leid
Das tut mir leid.
Das toet mie-a lait.Dat spijt me.
In het Duits staat de persoon die spijt heeft in de datief: mir, niet ich.
Duits woordenschat
Ein bisschen Soße dazu könnte vielleicht helfen.
etwas über den Fisch fragen
Der Geschmack ist gut.
Die Konsistenz ist nicht so, wie ich sie erwartet habe.
in der Küche
Ein bisschen Soße dazu könnte vielleicht helfen.
Entschuldigung, darf ich etwas über den Fisch fragen?
wie ich sie erwartet habe
Das würde helfen.
Das tut mir leid.
Ich werde in der Küche nachfragen.
Er ist ein bisschen trocken.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wilt u dat ik wat meebreng?
Antwoord tonen
Möchten Sie, dass ich etwas bringe?We kunnen een andere oplossing vinden.
Antwoord tonen
Wir können eine andere Lösung finden.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
verwachten
Antwoord tonen
erwartetdroog
Antwoord tonen
trockennavragen
Antwoord tonen
nachfragenhelpen