Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Maaltijden voorbereiden voor een drukke week oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Nächste Woche sieht voll aus, deshalb würde es helfen, einige Mahlzeiten im Voraus zuzubereiten.
nech-tuh vochuh ziet fol aus, des-halp vuur-duh es helpen, ainiguh maalt-saitn im foar-aus tsoe-tsoe-bairtn. Volgende week ziet er druk uit, dus het zou helpen om alvast wat maaltijden te bereiden.Mahlzeiten vorzubereiten hilft, aber iss nicht jeden Tag dasselbe.
maalt-saitn foar-tsoe-bairtn hilft, aa-ber is nich(t) yee-dn taak daz-zelbuh. Maaltijden voorbereiden helpt, maar eet niet elke dag hetzelfde.Ich dachte daran, eine große Menge Gemüsecurry zu machen.
ich dach-tuh da-raan, ainu groosuh menguh guh-muu-zuh-keu-rie tsoe machn. Ik dacht eraan om een grote hoeveelheid groentecurry te maken.Das funktioniert, wenn du es richtig portionierst und sicher aufbewahrst.
das foeng-tsie-nieert, ven doe es rich-tich por-tsie-nieerst oent zich-uh auf-buh-vaarst. Dat werkt als je het goed verdeelt en veilig bewaart.Soll ich einen Teil einfrieren und den Rest im Kühlschrank aufbewahren?
zol ich ainen tail ain-frie-ren oent den rest im kuul-sjrank auf-buh-vaaren? Zal ik een deel invriezen en de rest in de koelkast bewaren?Friere ein paar Portionen ein.
frie-ruh ain paar por-tsie-oonen ain. Vries een paar porties in.Beschrifte jeden Behälter, damit die Auswahl leichter ist.
bu-sjrif-tuh yee-dn bu-hel-tuh, da-mit die aus-vaal lai-ch-tuh ist. Plak op elke bak een etiket, zodat je gemakkelijk kunt kiezen.Ich brauche zum Mittagessen auch etwas Ausgewogenes, nicht nur Reis.
ich brau-chuh tsoem mit-taak-essn auch et-vas aus-guh-voog-nuhs, nich(t) noer rais. Ik heb voor de lunch ook iets gebalanceerds nodig, niet alleen rijst.Füge Eier, Bohnen oder Hähnchen hinzu, je nachdem, worauf du Lust hast.
fuu-guh ai-uh, boo-nen oo-duh hèèn-chen hin-tsoe, yee naach-deem, vo-rauf doe loest hast. Voeg eieren, bonen of kip toe, afhankelijk van waar je zin in hebt.Wenn die Reste langweilig werden, kann ich die Beilage ändern.
ven die res-tuh lang-vai-lich veer-dn, kan ich die bai-laa-guh en-duhn. Als de restjes saai beginnen te worden, kan ik het bijgerecht veranderen.Kleine Veränderungen machen vorbereitete Mahlzeiten angenehmer.
klainuh fehr-en-duh-roeng-en machn foar-buh-rai-tuh-tuh maalt-saitn ang-uh-neem-uh. Kleine veranderingen maken voorbereide maaltijden lekkerder.Uitleg van de zinnen
Nächste Woche sieht voll aus, deshalb würde es helfen, einige Mahlzeiten im Voraus zuzubereiten.
Volgende week ziet er druk uit, dus het zou helpen om alvast wat maaltijden te bereiden.
- Nächste
- volgende
- Woche
- week
- sieht … aus
- eruitzien
- voll
- druk
- deshalb
- daarom
- würde es
- het zou
- helfen
- helpen
- einige
- enkele; wat
- Mahlzeiten
- maaltijden
- im Voraus
- vooraf; alvast
- zuzubereiten
- te bereiden
Uitgebreide uitleg
Nächste verwijst hier samen met Woche naar de komende week. Het is de verbogen vorm van nächst-; bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Woche staat hier nächste. Vergelijk: nächste Woche = volgende week, nächsten Monat = volgende maand. Het precieze einde hangt af van het geslacht, de naamval en het getal van het zelfstandig naamwoord. Woche betekent week. Het meervoud is Wochen, bijvoorbeeld: Drei Wochen sind lang. — Drie weken zijn lang. sieht ... aus komt van het scheidbare werkwoord aussehen en betekent hier ‘eruitzien’. In de derde persoon enkelvoud wordt dat sieht ... aus: Die Woche sieht voll aus. — De week ziet er druk uit. Het werkwoord wordt dus niet als één aaneengesloten vorm in deze hoofdzin geschreven: sieht staat vroeg in de eerste hoofdzin en aus sluit die werkwoordelijke constructie af. voll betekent hier ‘druk’ of ‘volgepland’ wanneer het over een week gaat. De letterlijke betekenis ‘vol’ is ook mogelijk in andere contexten: Das Glas ist voll. — Het glas is vol. In deze zin beschrijft voll de indruk die de komende week maakt; het is niet het werkwoord en verandert hier niet naar geslacht of getal. deshalb betekent ‘daarom’ en verbindt de reden met het gevolg. Het verwijst hier naar het feit dat de komende week er druk uitziet. Als deshalb vooraan in een hoofdzin staat, blijft het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats: Deshalb koche ich vor. — Daarom kook ik vooraf. würde es geeft samen de vorm ‘het zou’. würde is de vorm van werden in de Konjunktiv II; hier draagt die vorm de voorwaardelijke of hypothetische betekenis. es is hier een formeel onderwerp en verwijst niet noodzakelijk naar een specifiek zelfstandig naamwoord. Het patroon Es würde helfen, ... betekent ‘Het zou helpen om ...’. De voorwaardelijke betekenis komt dus niet door es alleen, maar door würde plus de infinitief helfen. helfen betekent ‘helpen’. Na würde staat het als infinitief: Das würde helfen. — Dat zou helpen. Met een persoon als ontvanger kan Duits bijvoorbeeld jemandem helfen gebruiken: Ich helfe meiner Schwester. — Ik help mijn zus. einige betekent hier ‘enkele’ of ‘wat’, zonder een exact aantal te noemen. Het staat bij het meervoud Mahlzeiten. Een bruikbaar contrast is einige Mahlzeiten — enkele maaltijden tegenover alle Mahlzeiten — alle maaltijden. Mahlzeiten is het meervoud van Mahlzeit, een maaltijd. Het meervoud wordt gevormd met -en: eine Mahlzeit — één maaltijd, mehrere Mahlzeiten — meerdere maaltijden. In deze zin is het meervoud het lijdend voorwerp van zuzubereiten. im Voraus is een vaste uitdrukking met de betekenis ‘vooraf’ of ‘van tevoren’. im is de samengevoegde vorm van in dem, maar de hele uitdrukking moet je als vaste combinatie leren: Danke im Voraus. — Alvast bedankt. Hier geeft ze aan dat het bereiden eerder gebeurt dan de maaltijden nodig zijn. zuzubereiten betekent ‘te bereiden’. Het is de zu-infinitief van het scheidbare werkwoord zubereiten: het infinitiefpartikel zu komt tussen het voorvoegsel zu- en de stam bereit-, waardoor zubereiten de vorm zuzubereiten krijgt. Als hoofdwerkwoord in een gewone hoofdzin staat het werkwoord anders: Ich bereite das Essen zu. — Ik bereid het eten. Na helfen kan de volledige constructie Es hilft, Mahlzeiten zuzubereiten. staan. De hele zin bouwt zo op: Nächste Woche sieht voll aus zegt dat de komende week druk of volgepland lijkt. deshalb leidt het gevolg in: würde es helfen, ‘het zou helpen’. Daarna benoemt einige Mahlzeiten im Voraus zuzubereiten wat nuttig zou zijn: enkele maaltijden vooraf bereiden. Samen betekent de zin: ‘Volgende week ziet er druk uit, dus het zou helpen om alvast wat maaltijden te bereiden.’
Mahlzeiten vorzubereiten hilft, aber iss nicht jeden Tag dasselbe.
Maaltijden voorbereiden helpt, maar eet niet elke dag hetzelfde.
- Mahlzeiten
- maaltijden
- vorzubereiten
- voor te bereiden
- hilft
- helpt
- iss
- eet
- jeden Tag
- elke dag
- dasselbe
- hetzelfde
Uitgebreide uitleg
Mahlzeiten betekent hier “maaltijden”. Het is het meervoud van die Mahlzeit (“de maaltijd”); het meervoud blijft in deze vorm hetzelfde in de nominatief en accusatief. Voorbeeld: Wir planen die Mahlzeiten. — “We plannen de maaltijden.” vorzubereiten betekent “voor te bereiden”. Dit is de te-infinitief van het scheidbare werkwoord vorbereiten (“voorbereiden”): vorbereiten → vorzubereiten. In Mahlzeiten vorzubereiten is Mahlzeiten het voorwerp van deze handeling. Voorbeeld: Es ist gut, das Essen vorzubereiten. — “Het is goed om het eten voor te bereiden.” hilft betekent hier “helpt”. Het is de derde persoon enkelvoud van helfen (“helpen”). Het onderwerp is in deze zin de hele infinitiefgroep Mahlzeiten vorzubereiten: “maaltijden voorbereiden helpt”. Voorbeeld: Früh zu beginnen hilft. — “Vroeg beginnen helpt.” iss betekent “eet”. Dit is de gebiedende wijs voor één persoon die met du wordt aangesproken, van het onregelmatige werkwoord essen (“eten”): du isst, maar als bevel iss!. Voorbeeld: Iss langsam! — “Eet langzaam!” jeden Tag betekent “elke dag”. Tag is het mannelijke zelfstandig naamwoord der Tag; in deze vaste tijdsaanduiding staat het als jeden Tag, de accusatief enkelvoud. De combinatie drukt herhaling uit: de handeling geldt voor iedere dag. Voorbeeld: Ich lerne jeden Tag. — “Ik leer elke dag.” dasselbe betekent “hetzelfde” of “hetzelfde ding”. Het is hier een zelfstandig gebruikt neutraal woord met de betekenis “hetzelfde (als eerder bedoeld)”; het verwijst niet naar een expliciet genoemd zelfstandig naamwoord in deze zin. Het hoort bij essen: eet niet elke dag steeds hetzelfde. Voorbeeld: Sie kauft dasselbe. — “Zij koopt hetzelfde.” De eerste helft, Mahlzeiten vorzubereiten hilft, maakt van de handeling “maaltijden voorbereiden” het onderwerp van hilft: die handeling is nuttig. aber (“maar”) zet daar een tegenstelling tegenover. iss nicht vormt het verbod: iss is de gebiedende wijs en nicht ontkent de handeling. jeden Tag dasselbe betekent dat je niet iedere dag hetzelfde moet eten. Samen betekent de zin: “Maaltijden voorbereiden helpt, maar eet niet elke dag hetzelfde.”
Ich dachte daran, eine große Menge Gemüsecurry zu machen.
Ik dacht eraan om een grote hoeveelheid groentecurry te maken.
- dachte daran
- dacht eraan
- große
- grote
- Menge
- hoeveelheid
- Gemüsecurry
- groentecurry
- zu machen
- te maken
Uitgebreide uitleg
dachte daran betekent hier dat de spreker eraan dacht om iets te doen. Het werkwoord is denken; dachte is de verleden tijd (Präteritum). Met Ich is dit de eerste persoon enkelvoud. an etwas denken krijgt bij een handeling vaak de vorm daran denken, etwas zu tun: Ich denke daran, ... zu machen. daran verwijst hier naar de daaropvolgende handeling, niet naar een specifiek zelfstandig naamwoord. große beschrijft Menge en betekent hier “groot”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is groß; een vergelijkende vorm is größer en de overtreffende vorm am größten. In eine große Menge staat het bijvoeglijk naamwoord bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en krijgt het de uitgang -e. Menge betekent hier een hoeveelheid. Het is het zelfstandig naamwoord bij eine große Menge; het stelt dus geen afzonderlijk telbaar aantal vast. Het meervoud is Mengen, bijvoorbeeld: kleine Mengen — “kleine hoeveelheden”. Gemüsecurry is een samenstelling met Gemüse en Curry en betekent “groentecurry”. In deze zin is het het concrete gerecht waarvan de hoeveelheid wordt gemaakt. Het woord kan als zelfstandig naamwoord met een hoofdletter worden geschreven; het gebruik van een samenstelling maakt de betekenis compact. zu machen is het te-infinitief van machen, “maken”. Na daran denken geeft zu machen de handeling weer waaraan iemand denkt. Het werkwoord machen blijft in de infinitief; zu staat er direct voor. Bijvoorbeeld: Ich denke daran, morgen zu kochen. — “Ik denk eraan om morgen te koken.” Samen vormen de delen: Ich dachte daran (“Ik dacht eraan”) + eine große Menge Gemüsecurry (“een grote hoeveelheid groentecurry”) + zu machen (“te maken”). De volledige betekenis is daarom: “Ik dacht eraan om een grote hoeveelheid groentecurry te maken.”
Das funktioniert, wenn du es richtig portionierst und sicher aufbewahrst.
Dat werkt als je het goed verdeelt en veilig bewaart.
- Das
- dat/het
- funktioniert
- werkt
- wenn du
- als je
- es
- het
- richtig
- goed
- portionierst
- verdeelt in porties
- sicher
- veilig
- aufbewahrst
- bewaart
Uitgebreide uitleg
Das is hier een aanwijzend voornaamwoord: het verwijst naar de besproken aanpak of handeling en betekent in deze zin “dat”. Het neutrale vormkenmerk hoort bij das; het woord verandert niet omdat het naar een persoon verwijst. funktioniert komt van funktionieren en is de tegenwoordige tijd voor er/sie/es: es funktioniert. Hier betekent het dat iets werkt of succesvol verloopt. Voorbeeld: Der Plan funktioniert. — “Het plan werkt.” wenn du leidt een voorwaardelijke bijzin in: “als je”. du is de informele tweede persoon enkelvoud. In een bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord in het Duits doorgaans achteraan; in deze zin zie je dat bij portionierst en aufbewahrst. es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval, enkelvoud onzijdig. Het is hier het object van zowel portionierst als aufbewahrst: je verdeelt het en bewaart het. De Nederlandse vertaling maakt die gedeelde verwijzing concreet als “het”. richtig is hier een bijwoord en betekent “goed” of “op de juiste manier”. Het beschrijft hoe de handelingen worden uitgevoerd, niet een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Du machst das richtig. — “Je doet dat goed.” portionierst komt van portionieren en is de tegenwoordige tijd voor du: du portionierst. Het betekent iets in porties verdelen. Voorbeeld: Du portionierst die Suppe. — “Je verdeelt de soep in porties.” sicher is hier eveneens een bijwoord: “veilig” of “op een veilige manier”. Het beschrijft de manier van bewaren. Het is dus niet het zelfstandig naamwoord “veiligheid”. aufbewahrst komt van het scheidbare werkwoord aufbewahren, “bewaren”. In een hoofdzin luidt de vorm voor du: Du bewahrst es auf. In deze bijzin blijft het werkwoord als één geschreven vorm aan het einde staan: du ... aufbewahrst. Het heeft hetzelfde onderwerp en object als portionierst. De delen combineren als volgt: Das funktioniert betekent “Dat werkt”. wenn du es richtig portionierst geeft de voorwaarde: “als je het goed in porties verdeelt”. und sicher aufbewahrst voegt een tweede handeling met hetzelfde du en es toe: “en het veilig bewaart”. Samen betekent de zin: “Dat werkt als je het goed verdeelt en veilig bewaart.”
Soll ich einen Teil einfrieren und den Rest im Kühlschrank aufbewahren?
Zal ik een deel invriezen en de rest in de koelkast bewaren?
- Soll ich
- zal ik
- Teil
- deel
- einfrieren
- invriezen
- Rest
- rest
- Kühlschrank
- koelkast
- aufbewahren
- bewaren
Uitgebreide uitleg
Soll ich vormt hier een vraag naar wat de spreker moet doen: “zal ik …?” sollen is het werkwoord voor een verwachte, voorgestelde of gevraagde handeling. In de tegenwoordige tijd staat de vorm bij ich als soll; het daaropvolgende werkwoord blijft in de infinitief. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Zal ik wachten?” Teil betekent hier een gedeelte van een geheel. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord der: ein Teil (een deel), der Teil (het deel). In deze zin staat het als lijdend voorwerp na einen: einen Teil. Voorbeeld: Ich nehme einen Teil. — “Ik neem een deel.” einfrieren betekent “invriezen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin kan ein aan het einde staan, bijvoorbeeld Ich friere das Essen ein. — “Ik vries het eten in.” Na Soll ich blijft het hele werkwoord als infinitief bij elkaar: Soll ich das Essen einfrieren? Rest betekent het overblijvende gedeelte: “de rest”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk (der Rest); als lijdend voorwerp krijgt het hier de vorm den Rest. Voorbeeld: Ich nehme den Rest morgen. — “Ik neem de rest morgen.” Kühlschrank betekent “koelkast”. Het is mannelijk: der Kühlschrank. Na im staat het in een plaatsbepaling: im Kühlschrank betekent “in de koelkast”. im is de samengevoegde vorm van in dem. aufbewahren betekent “bewaren” of “ergens bewaren”. Ook dit werkwoord is scheidbaar, maar na Soll ich blijft de infinitief als één geheel staan. Voorbeeld: Ich bewahre das Brot im Kühlschrank auf. — “Ik bewaar het brood in de koelkast.” De vraag begint met Soll ich en noemt daarna twee handelingen die met und verbonden zijn: einen Teil einfrieren en den Rest im Kühlschrank aufbewahren. Samen betekent de zin: “Zal ik een deel invriezen en de rest in de koelkast bewaren?” De formulering vraagt om toestemming, advies of bevestiging voor die combinatie van handelingen.
Friere ein paar Portionen ein.
Vries een paar porties in.
- Friere … ein
- vries in
- ein paar
- een paar
- Portionen
- porties
Uitgebreide uitleg
Friere ... ein komt van het werkwoord einfrieren en betekent hier “vries ... in”. Het is een scheidbaar werkwoord: in de gebiedende wijs voor du staat Friere vooraan en komt het deel ein aan het einde van de zin. De vorm Friere is dus de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon. Bijvoorbeeld: Friere das Brot ein. — “Vries het brood in.” In een gewone hoofdzin blijft het werkwoord eveneens gescheiden: Ich friere das Brot ein. — “Ik vries het brood in.” ein paar geeft hier een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan: “een paar”. paar krijgt in deze combinatie geen uitgang. Het is iets anders dan een exact genoemd aantal; de zin zegt alleen dat het om enkele porties gaat. Portionen betekent hier “porties”. Het is het meervoud van Portion; de vorm Portionen laat zien dat er meer dan één portie bedoeld is. Na ein paar staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud. Bijvoorbeeld: Ich nehme ein paar Portionen mit. — “Ik neem een paar porties mee.” Samen vormen de delen de gebiedende zin Friere ein paar Portionen ein. De aangesprokene krijgt de instructie om enkele porties in te vriezen. De volgende context over het labelen van elke bak past bij meerdere afzonderlijk bewaarde porties.
Beschrifte jeden Behälter, damit die Auswahl leichter ist.
Plak op elke bak een etiket, zodat je gemakkelijk kunt kiezen.
- Beschrifte
- plak een etiket op
- jeden
- elke
- Behälter
- bak; container
- damit
- zodat
- Auswahl
- keuze; selectie
- leichter
- gemakkelijker
Uitgebreide uitleg
Beschrifte is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van beschriften (“een etiket opschrijven/op iets aanbrengen”). De vorm hoort bij de informele enkelvoudige aanspreking: Beschrifte ...! Voor meerdere personen of een formeel aangesproken persoon gebruikt het Duits andere gebiedende vormen; leer deze vorm dus niet als algemene imperatief. jeden betekent hier “elke” en staat in de mannelijke accusatief enkelvoud. Het bijbehorende zelfstandig naamwoord is Behälter, niet jeden: der Behälter wordt na deze handeling jeden Behälter. De reeks is bijvoorbeeld: jeder (nominatief), jeden (accusatief mannelijk). Het onbepaalde Nederlandse “een” drukt hier niet de betekenis uit; jeden maakt juist duidelijk dat elke afzonderlijke bak bedoeld is. Behälter is een zelfstandig naamwoord voor een bak, houder of container. De vorm is hier enkelvoud; het meervoud is ook Behälter, dus de context en het lidwoord of bijvoeglijk woord maken het verschil zichtbaar: ein Behälter tegenover mehrere Behälter. damit leidt hier een bijzin van doel aan: “zodat ...”. Het doel wordt niet met een los woord bedoeld, maar met de hele bijzin damit die Auswahl leichter ist. In zo’n Duitse damit-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde; hier is dat ist. Auswahl is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor de keuze of selectie waaruit men kiest. Het lidwoord die laat hier de vrouwelijke enkelvoudsvorm zien: die Auswahl. Een bruikbaar contrast is eine Auswahl (“een keuze/selectie”) en mehrere Auswahlen (“meerdere selecties”), hoewel de meervoudsvorm in gewone context minder vaak nodig is. leichter is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord leicht (“gemakkelijk/licht”): leicht – leichter – am leichtesten. In deze zin beschrijft leichter dat het kiezen door het etiketteren gemakkelijker wordt. Het is niet Auswahl dat verbogen wordt; leichter hoort bij de toestand die Auswahl ... ist. Samen betekent Beschrifte jeden Behälter dat de aangesproken persoon elke bak van een etiket moet voorzien. damit die Auswahl leichter ist geeft het doel daarvan: daardoor wordt kiezen gemakkelijker. Als geheel is de opdracht dus: “Plak op elke bak een etiket, zodat je gemakkelijk kunt kiezen.”
Ich brauche zum Mittagessen auch etwas Ausgewogenes, nicht nur Reis.
Ik heb voor de lunch ook iets gebalanceerds nodig, niet alleen rijst.
- brauche
- nodig hebben
- zum Mittagessen
- voor de lunch
- auch
- ook
- etwas Ausgewogenes
- iets gebalanceerds
- nicht nur
- niet alleen
- Reis
- rijst
Uitgebreide uitleg
brauche komt van brauchen en is hier de tegenwoordige tijd bij ich: “ik heb nodig”. Het werkwoord krijgt dus de vorm ich brauche; bij een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld sie braucht. Voorbeeld: Ich brauche Wasser. — “Ik heb water nodig.” zum Mittagessen is de vaste samentrekking van zu dem Mittagessen. In deze zin geeft de groep aan waarvoor of bij welk eetmoment iets nodig is: “voor de lunch”. Mittagessen kan zowel de maaltijd als het moment van lunchen aanduiden; hier past de maaltijdlezing bij de vertaling. Voorbeeld: Was isst du zum Mittagessen? — “Wat eet je als lunch?” auch betekent “ook” en voegt deze behoefte toe aan iets dat al in de context staat of wordt verondersteld. Het verandert niet wie iets nodig heeft: dat blijft hier ich. Voorbeeld: Ich brauche auch einen Löffel. — “Ik heb ook een lepel nodig.” etwas Ausgewogenes betekent hier “iets gebalanceerds”, in de context iets voedzaams of evenwichtigs om te eten. Ausgewogenes is een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord dat als zelfstandig naamwoord functioneert. Het bijvoeglijk naamwoord is ausgewogen; na etwas krijgt deze vorm de uitgang -es: etwas Ausgewogenes. De hoofdletter laat zien dat het zelfstandig gebruikt wordt. Voorbeeld: Ich möchte etwas Warmes. — “Ik wil iets warms.” nicht nur betekent “niet alleen”. Het introduceert hier Reis als iets wat niet het enige is dat nodig is; samen met etwas Ausgewogenes maakt het de tegenstelling “iets gebalanceerds, niet alleen rijst”. De constructie nicht nur X kan worden uitgebreid met sondern auch Y wanneer beide delen expliciet worden genoemd: Nicht nur Reis, sondern auch Bohnen. — “Niet alleen rijst, maar ook bonen.” Reis is het zelfstandig naamwoord voor “rijst”. Het is in het Duits een massanaamwoord en verwijst hier naar rijst als voedsel, niet naar een afzonderlijk geteld stuk. Voorbeeld: Ich koche Reis. — “Ik kook rijst.” Samen betekent de zin: Ich brauche = “ik heb nodig”, zum Mittagessen = “voor de lunch”, auch etwas Ausgewogenes = “ook iets gebalanceerds”, en nicht nur Reis = “niet alleen rijst”. De volledige betekenis is dus: “Ik heb voor de lunch ook iets gebalanceerds nodig, niet alleen rijst.”
Füge Eier, Bohnen oder Hähnchen hinzu, je nachdem, worauf du Lust hast.
Voeg eieren, bonen of kip toe, afhankelijk van waar je zin in hebt.
- Füge … hinzu
- voeg toe
- Eier
- eieren
- Bohnen
- bonen
- Hähnchen
- kip
- je nachdem
- afhankelijk van
- worauf du Lust hast
- waar je zin in hebt
Uitgebreide uitleg
Füge … hinzu is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm van hinzufügen (“toevoegen”). Het werkwoord is scheidbaar: in deze opdracht staat füge vooraan en hinzu aan het einde. Het onderwerp du wordt niet uitgesproken. Voorbeeld: Füge etwas Salz hinzu. — “Voeg wat zout toe.” Eier betekent hier “eieren”. Het is het meervoud van das Ei; in het meervoud is de vorm hier ook de accusatiefvorm na hinzufügen. Voorbeeld: Ich füge zwei Eier hinzu. — “Ik voeg twee eieren toe.” Bohnen is het meervoud van die Bohne (“boon”). Het benoemt hier een tweede mogelijke toevoeging naast Eier en Hähnchen. Voorbeeld: Füge Bohnen hinzu. — “Voeg bonen toe.” Hähnchen betekent hier “kip”, als voedingsmiddel. Het woord kan ook een hele jonge kip aanduiden; in deze zin bepaalt de opsomming van ingrediënten de bedoelde betekenis. Hähnchen heeft als zelfstandig naamwoord het lidwoord das en verandert in deze accusatiefcontext niet zichtbaar van vorm. Voorbeeld: Ich esse Hähnchen. — “Ik eet kip.” je nachdem betekent “afhankelijk van” en leidt hier de voorwaarde voor de keuze uit. Het koppelt de opsomming aan wat de aangesprokene wil eten; het betekent niet zelf “kiezen”. Voorbeeld: Je nachdem, wie viel Zeit ich habe, koche ich schnell oder langsam. — “Afhankelijk van hoeveel tijd ik heb, kook ik snel of langzaam.” worauf du Lust hast betekent “waar je zin in hebt”. worauf bestaat hier uit wo(r)- plus auf en verwijst naar datgene waarop de zin gericht is. De vaste uitdrukking is Lust haben auf etwas (“zin hebben in iets”); in de bijzin staat hast achteraan. De vorm hast hoort bij het onderwerp du en is de tegenwoordige tijd van haben. Voorbeeld: Worauf hast du Lust? — “Waar heb je zin in?” Samen vormt Füge Eier, Bohnen oder Hähnchen hinzu een opdracht om eieren, bonen of kip toe te voegen. je nachdem, worauf du Lust hast beperkt die opdracht: de keuze tussen deze mogelijkheden hangt af van waar de aangesprokene zin in heeft. De volledige betekenis is dus: “Voeg eieren, bonen of kip toe, afhankelijk van waar je zin in hebt.”
Wenn die Reste langweilig werden, kann ich die Beilage ändern.
Als de restjes saai beginnen te worden, kan ik het bijgerecht veranderen.
- Wenn
- als
- die Reste
- de restjes
- langweilig
- saai
- werden
- worden
- kann ich
- kan ik
- die Beilage
- het bijgerecht
- ändern
- veranderen
Uitgebreide uitleg
Wenn leidt hier een bijzin in die de omstandigheid voor de hoofdzin aangeeft: “als/wanneer”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Vergelijk voor hergebruik: Wenn ich Zeit habe, koche ich. — “Als ik tijd heb, kook ik.” die Reste betekent hier “de restjes”. Het zelfstandig naamwoord is der Rest; die Reste is het meervoud. In deze bijzin is de woordgroep het onderwerp: de restjes worden saai. Het lidwoord die is hier de bepaalde meervoudsvorm; het drukt op zichzelf geen aantal uit. langweilig betekent “saai”. Het is hier een beschrijvend woord bij die Reste. Het kan ook zelfstandig naamwoorden in andere situaties beschrijven, bijvoorbeeld ein langweiliger Film — “een saaie film”; de vorm langweiliger hoort daar bij die naamwoordgroep en is niet de vorm in de vaste zin. werden betekent hier “worden” in de betekenis “een bepaalde toestand krijgen”. De constructie langweilig werden betekent dus “saai worden”, niet alleen “saai zijn”. werden is de tegenwoordige-tijdsvorm bij het meervoudige onderwerp die Reste; de infinitief is ook werden. Voor een enkelvoudig onderwerp staat bijvoorbeeld Der Rest wird langweilig. — “Het restje wordt saai.” kann ich vormt het begin van de hoofdzin: kann is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord können bij ich, en ich is het onderwerp. Samen geven ze hier de mogelijkheid of het vermogen aan: “kan ik”. In een mededelende hoofdzin staat het modale werkwoord op de tweede zinsplaats en komt het andere werkwoord aan het einde: Ich kann die Beilage ändern. — “Ik kan het bijgerecht veranderen.” die Beilage betekent “het bijgerecht”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Beilage, meervoud die Beilagen. Hier is het een bepaald, enkelvoudig object van ändern; de vorm die ziet er bij dit vrouwelijke woord in deze naamval hetzelfde uit als in de basisvorm. De context maakt duidelijk dat het om het bijgerecht gaat, niet om de restjes. ändern betekent “veranderen” of “aanpassen”. De infinitief staat aan het einde omdat hij bij kann hoort: kann ... ändern. Het onderwerp van ändern blijft ich, terwijl die Beilage datgene is wat veranderd wordt. Voor hergebruik: Ich ändere den Plan. — “Ik verander het plan.” Samen vormt Wenn die Reste langweilig werden de voorwaardelijke/tijdsomstandigheid “als de restjes saai worden”. Daarna volgt kann ich die Beilage ändern: “kan ik het bijgerecht veranderen”. De volledige betekenis is daarom: “Als de restjes saai beginnen te worden, kan ik het bijgerecht veranderen.”
Kleine Veränderungen machen vorbereitete Mahlzeiten angenehmer.
Kleine veranderingen maken voorbereide maaltijden lekkerder.
- Kleine
- kleine
- Veränderungen
- veranderingen
- machen
- maken
- vorbereitete
- voorbereide
- Mahlzeiten
- maaltijden
- angenehmer
- aangenamer
Uitgebreide uitleg
Kleine betekent hier “kleine” en hoort bij Veränderungen. Het bijvoeglijk naamwoord staat in het meervoud en krijgt hier de uitgang -e: klein → kleine. De vorm is niet op zichzelf een aanwijzing voor een bepaald grammaticaal geslacht, want het zelfstandig naamwoord staat in het meervoud. Veränderungen betekent hier “veranderingen”. De basisvorm is Veränderung; Veränderungen is het meervoud. Het woord is afgeleid van het werkwoord verändern (“veranderen”), maar de meervoudsvorm zelf is een zelfstandig naamwoord. machen betekent hier “maken”. Dit is de tegenwoordige tijd van machen bij een meervoudig onderwerp: ich mache, du machst, er/sie macht, maar sie machen. In deze zin heeft machen de constructie iets ... machen: een verandering zorgt ervoor dat iets een bepaalde eigenschap krijgt. vorbereitete betekent hier “voorbereide”. Het is de bijvoeglijke vorm van het voltooid deelwoord vorbereitet, bij het werkwoord vorbereiten (“voorbereiden”). In vorbereitete Mahlzeiten beschrijft het de maaltijden; de uitgang -e past bij deze meervoudige naamwoordgroep zonder voorafgaand lidwoord. Bijvoorbeeld: vorbereitete Speisen = “voorbereide gerechten”. Mahlzeiten betekent “maaltijden”. De basisvorm is Mahlzeit; Mahlzeiten is het meervoud. Hier is het de zaak die door machen wordt beïnvloed: de veranderingen maken de maaltijden aangenamer. angenehmer betekent hier “aangenamer”. Dit is de vergrotende trap van angenehm (“aangenaam”): angenehm → angenehmer → am angenehmsten. Na machen beschrijft deze predicatieve vorm het resultaat voor Mahlzeiten; daarom krijgt angenehmer hier geen uitgang die zich aan een zelfstandig naamwoord aanpast. Bijvoorbeeld: Die Musik macht den Abend angenehmer. = “De muziek maakt de avond aangenamer.” Samen vormt Kleine Veränderungen het meervoudige onderwerp: kleine veranderingen. machen verbindt dat onderwerp met vorbereitete Mahlzeiten, het lijdend voorwerp, en angenehmer, de nieuwe eigenschap ervan. De volledige betekenis is: “Kleine veranderingen maken voorbereide maaltijden aangenamer.”
Grammatica
Trennbare Verben im Imperativ: ein Verbteil steht am Anfang, der andere am Satzende.
Friere den Rest ein.
frie-ruh den rest ain.Vries de rest in.
Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in de gebiedende wijs achteraan: einfrieren → friere ... ein.
deshalb + Verb an zweiter Stelle
Deshalb ist das Mittagessen leichter.
des-halp ist das mit-taak-essn lai-ch-tuh.Daarom is de lunch gemakkelijker.
Na deshalb blijft het werkwoord op de tweede plaats; het onderwerp komt daarna.
Duits woordenschat
Iss nicht jeden Tag dasselbe.
Deshalb würde es helfen.
einige Mahlzeiten im Voraus zuzubereiten
wenn du es richtig portionierst
sicher aufbewahrst
Nächste Woche sieht voll aus.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Vries een paar porties in.
Antwoord tonen
Friere ein paar Portionen ein.Kleine veranderingen maken voorbereide maaltijden lekkerder.
Antwoord tonen
Kleine Veränderungen machen vorbereitete Mahlzeiten angenehmer.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
maaltijd
Antwoord tonen
Mahlzeitenverdelen in porties
Antwoord tonen
portionierstdruk
Antwoord tonen
vollhoeveelheid