Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een latte met havermelk bestellen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Könnte ich einen Latte mit Hafermilch bekommen, wenn Sie welche haben?
keun-tuh ich ai-nen lat-teh mit haa-fer-milj be-kom-men, ven zie vel-juh haa-ben? Mag ik een latte met havermelk, als u die heeft?Das haben wir. Möchten Sie die übliche Menge Milchschaum?
das haa-ben viea. meuj-ten zie die uu-bli-juh meng-uh milj-sjaum? Dat hebben we. Wilt u de gebruikelijke hoeveelheid melkschuim?Weniger Schaum wäre besser. Heute verzichte ich auf normale Milch.
vee-niej sjaum vee-ruh bes-ser. hoy-tuh fer-tsie-j-tuh ich auf nor-maa-luh milj. Minder schuim zou beter zijn. Ik vermijd vandaag gewone melk.Ich bereite ihn mit weniger Schaum zu.
ich be-rai-tuh ien mit vee-niej sjaum tsoe. Ik maak hem met minder schuim.Das ist alles, was ich brauche.
das ist al-les, vas ich brau-khuh. Dat is alles wat ik nodig heb.Ich bereite ihn jetzt zu und überprüfe das Etikett, bevor ich ihn Ihnen gebe.
ich be-rai-tuh ien jets tsoe oent uu-ber-pruu-fuh das ee-ti-ket, be-voor ich ien ie-nen gee-buh. Ik maak hem nu klaar en controleer het etiket voordat ik hem aan u geef.Uitleg van de zinnen
Könnte ich einen Latte mit Hafermilch bekommen, wenn Sie welche haben?
Mag ik een latte met havermelk, als u die heeft?
- Könnte ich
- zou ik ... kunnen?
- Latte
- latte
- Hafermilch
- havermelk
- bekommen
- krijgen
- wenn
- als
- Sie
- u
- welche
- die / daarvan
- haben
- hebben
Uitgebreide uitleg
Könnte ich gebruikt können in de vorm könnte, de Konjunktiv II. Met ich betekent dit letterlijk ongeveer “zou ik kunnen”; in deze vraag maakt die vorm het verzoek beleefd en minder direct. Een bruikbaar patroon is Könnte ich ... bekommen? — “Zou ik ... kunnen krijgen?” Het is niet kann ich in de bron: kann is de gewone tegenwoordige vorm, terwijl könnte hier de beleefde vraagvorm is. Latte is hier het zelfstandig naamwoord voor de bestelde drank. Het staat na einen in de accusatief, omdat het de zaak is die de spreker wil krijgen. Het onbepaalde lidwoord geeft hier niet op zichzelf een expliciete numerieke telling; het markeert de bedoelde drank als een niet nader bepaalde bestelling. Hafermilch betekent havermelk. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Hafermilch. In mit Hafermilch staat het na mit in de datief; bij dit woord is de vorm in het enkelvoud niet zichtbaar anders dan de basisvorm. Het patroon mit + datief is bruikbaar, bijvoorbeeld: Kaffee mit Milch — “koffie met melk”. bekommen betekent “krijgen” of “ontvangen”. Het is de infinitief die samen met könnte het verzoek vormt: könnte ... bekommen. Het is hier dus niet de vervoegde hoofdvorm; de vervoegde vorm staat in könnte, terwijl bekommen als infinitief aan het einde van de hoofdzin staat. wenn betekent “als” en introduceert de voorwaarde. In een Duitse bijzin met wenn staat de vervoegde vorm doorgaans aan het einde. Het patroon is wenn + onderwerp + ... + werkwoord, zoals in wenn Sie Zeit haben — “als u tijd heeft”. Sie is de formele aanspreekvorm voor “u”. De hoofdletter is verplicht om deze vorm te onderscheiden van het kleine sie, dat andere verwijzingen kan hebben. Bij formeel Sie staat de persoonsvorm in het meervoud: Sie haben, ook wanneer men één persoon aanspreekt. welche betekent hier “die” of “daarvan” en verwijst volgens de vaste vertaling naar de gevraagde havermelk. Het is een zelfstandig gebruikt voornaamwoord: welche [Hafermilch], waarbij het zelfstandig naamwoord niet opnieuw wordt gezegd. Omdat haben hier een lijdend voorwerp heeft, staat dit voornaamwoord in de accusatief; bij het vrouwelijke enkelvoud is welche hetzelfde als in de nominatief. Dit gebruik moet niet worden verward met het vraagwoord welche in bijvoorbeeld Welche Milch möchten Sie? — “Welke melk wilt u?” haben betekent “hebben”. Hier is het de vervoegde vorm bij formeel Sie; de infinitief is ook haben. In de bijzin staat deze vorm aan het einde: wenn Sie welche haben — “als u die heeft”. De hoofdzin bouwt het verzoek op als Könnte ich + bestelling + bekommen: “Zou ik een latte ... kunnen krijgen?” mit Hafermilch specificeert wat voor latte wordt gevraagd. De bijzin wenn Sie welche haben voegt de voorwaarde toe: de spreker vraagt om havermelk als die beschikbaar is. Samen betekent de volledige uiting: “Mag ik een latte met havermelk, als u die heeft?”
Das haben wir. Möchten Sie die übliche Menge Milchschaum?
Dat hebben we. Wilt u de gebruikelijke hoeveelheid melkschuim?
- Das
- dat
- haben
- hebben
- wir
- wij
- Möchten Sie
- wilt u
- übliche
- gebruikelijke
- Menge
- hoeveelheid
- Milchschaum
- melkschuim
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar iets waarover de spreker zegt dat het beschikbaar is; wat het precies is, wordt in deze zin niet benoemd. Als aanwijzend voornaamwoord staat het zelfstandig: Das ist gut. = “Dat is goed.” Het is dus niet automatisch het lidwoord bij Menge of Milchschaum. haben is de infinitief “hebben”. In de zin staat de vorm haben bij wir: de eerste persoon meervoud gebruikt hier dezelfde vorm als de infinitief. Vergelijk: Ich habe = “ik heb”, maar wir haben = “wij hebben”. In deze mededeling betekent Das haben wir letterlijk dat “wij dat hebben”; samen met Das is de natuurlijke betekenis “Dat hebben we.” wir is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud: “wij/we”. Het is het onderwerp van haben. De vorm verandert niet op basis van het geslacht van een afzonderlijke persoon; ze verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon. Möchten Sie is een beleefde vraagconstructie: “wilt u” of “zou u willen”. möchten is de Konjunktiv-II-vorm van mögen die vaak wordt gebruikt om een wens of verzoek beleefd te formuleren; Sie is de formele tweede persoon enkelvoud of meervoud en wordt altijd met een hoofdletter geschreven. In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Möchten Sie Tee? = “Wilt u thee?” De vraagvorm zegt hier niet hoeveel personen met Sie bedoeld zijn. übliche komt van het bijvoeglijk naamwoord üblich, “gebruikelijk” of “gewoon”. In die übliche Menge staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief, met het bepaalde lidwoord die; daarom krijgt het de uitgang -e. De tegenstelling is bijvoorbeeld die ungewöhnliche Menge = “de ongebruikelijke hoeveelheid”. Menge betekent “hoeveelheid”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt daarom in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het kan een hoeveelheid van een stof of product aanduiden: eine kleine Menge Zucker = “een kleine hoeveelheid suiker”. Het volgende zelfstandig naamwoord specificeert hier waarvan die hoeveelheid bestaat. Milchschaum is een samenstelling van Milch (“melk”) en Schaum (“schuim”): “melkschuim”. In Duitse samenstellingen bepaalt het laatste deel het hoofdtype; Schaum is hier het kernwoord, terwijl Milch het soort schuim nader bepaalt. Het woord staat zonder extra lidwoord na Menge, omdat de combinatie die übliche Menge Milchschaum betekent: “de gebruikelijke hoeveelheid melkschuim”. Samen vormen de delen eerst Das haben wir: “Dat hebben we.” Daarna vraagt Möchten Sie die übliche Menge Milchschaum? of de aangesproken persoon “de gebruikelijke hoeveelheid melkschuim” wil. De volledige betekenis is: “Dat hebben we. Wilt u de gebruikelijke hoeveelheid melkschuim?”
Weniger Schaum wäre besser. Heute verzichte ich auf normale Milch.
Minder schuim zou beter zijn. Ik vermijd vandaag gewone melk.
- Weniger
- minder
- Schaum
- schuim
- wäre besser
- zou beter zijn
- Heute
- vandaag
- verzichte
- zie af van; vermijd
- normale
- gewone
- Milch
- melk
Uitgebreide uitleg
Weniger betekent hier “minder” en is de vergrotende vorm van wenig: weinig → minder → het minst. Het vergelijkt de hoeveelheid schuim met een andere, niet nader genoemde hoeveelheid. Voorbeeld: Ich möchte weniger Zucker. — Ik wil minder suiker. Schaum is een zelfstandig naamwoord voor schuim. Het woord is mannelijk: der Schaum; na weniger staat hier geen zichtbaar lidwoord. In deze zin gaat het, mede door de context, om de hoeveelheid schuim in de drank. wäre besser bestaat uit wäre, de vorm van sein in de Konjunktiv II, en besser, de vergrotende vorm van gut: gut → besser → am besten. Weniger Schaum wäre besser betekent dus letterlijk dat een kleinere hoeveelheid schuim een betere keuze zou zijn. Wäre maakt de uitspraak voorwaardelijk of voorzichtig, niet tot een vast feit. Voorbeeld: Weniger Salz wäre besser. — Minder zout zou beter zijn. Heute betekent “vandaag” en plaatst de handeling in de huidige dag. Het kan aan het begin van de zin staan zonder dat de betekenis van de handeling verandert. verzichte is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van verzichten: ich verzichte. Het werkwoord betekent “afzien van” of “bewust niet nemen/gebruiken”. Het hoort bij de vaste verbinding auf etwas verzichten; auf krijgt hier een zelfstandig naamwoord in de accusatief. In auf normale Milch is normale Milch daarom hetgene waarvan de spreker afziet. Voorbeeld: Ich verzichte auf Zucker. — Ik zie af van suiker. normale betekent hier “gewone” of “standaard-”, tegenover een bijzondere variant. De uitgang -e hoort bij het bijvoeglijk naamwoord normal in normale Milch: Milch is vrouwelijk en staat in deze auf-verbinding in de accusatief. Het bijvoeglijk naamwoord zelf heeft dus de vorm normale; Milch is niet de basisvorm van dat bijvoeglijk naamwoord. Milch betekent “melk”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Milch. In deze zin verwijst normale Milch volgens de vaste vertaling naar gewone melk, waarvan de spreker vandaag afziet. Samen betekent Weniger Schaum wäre besser: “Minder schuim zou beter zijn.” Daarna geeft Heute verzichte ich auf normale Milch de handeling en het tijdstip: “Vandaag vermijd/laat ik gewone melk achterwege.” De woordvolgorde begint met het tijdsbepalende Heute, gevolgd door de persoonsvorm verzichte en het onderwerp ich; de verbinding auf normale Milch verzichten maakt duidelijk waarvan de spreker afziet. De volledige vertaling is: “Minder schuim zou beter zijn. Vandaag vermijd ik gewone melk.”
Ich bereite ihn mit weniger Schaum zu.
Ik maak hem met minder schuim.
- Ich
- ik
- bereite … zu
- klaarmaken
- ihn
- hem
- mit
- met
- weniger
- minder
- Schaum
- schuim
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Het is het onderwerp: de spreker voert de handeling uit. bereite ... zu hoort bij elkaar als het scheidbare werkwoord zubereiten, “klaarmaken” of “bereiden”. In de tegenwoordige tijd staat bereite bij ich; het voorvoegsel zu staat in deze hoofdzin aan het einde. Voorbeeld: Ich bereite das Essen zu. — “Ik maak het eten klaar.” ihn is hier het lijdend voorwerp en betekent, overeenkomstig de vaste vertaling, “hem”. De vorm is de mannelijke accusatief enkelvoud van er; de concrete referent wordt in de gegeven zin niet nader benoemd. Voorbeeld: Ich sehe ihn. — “Ik zie hem.” mit betekent “met” en leidt hier een begeleidende of gebruikte omstandigheid in. Na mit staat in het Duits de datief. In mit weniger Schaum is Schaum een massanaamwoord zonder lidwoord; weniger betekent “minder” en drukt een kleinere hoeveelheid uit dan een andere, begrepen hoeveelheid. Het is de vergrotende vorm van wenig: wenig — “weinig”, weniger — “minder”, am wenigsten — “het minst”. Voorbeeld: Ich trinke Kaffee mit weniger Zucker. — “Ik drink koffie met minder suiker.” Schaum betekent “schuim”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schaum; in deze woordgroep staat het zonder lidwoord na mit. De woordgroep mit weniger Schaum betekent dus “met minder schuim”. Samen vormen de delen Ich bereite ihn ... zu en mit weniger Schaum de betekenis: “Ik maak hem klaar met minder schuim.” De scheidbaarheid van zubereiten verklaart waarom bereite vroeg in de hoofdzin staat en zu aan het einde, terwijl ihn en de woordgroep met mit tussen beide delen staan.
Das ist alles, was ich brauche.
Dat is alles wat ik nodig heb.
- Das ist
- Dat is
- alles
- alles
- was
- wat
- brauche
- nodig heb
Uitgebreide uitleg
Das ist vormt hier de combinatie “dat is”. Das is een aanwijzend voornaamwoord. De precieze verwijzing van Das wordt in de aangeleverde zin niet afzonderlijk benoemd; de rest van de zin zegt wel dat het om alles, was ich brauche gaat. Vergelijk als oefenvoorbeeld: Das ist mein Buch. — “Dat is mijn boek.” alles betekent hier “alles”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een geheel, zonder dat er een zelfstandig naamwoord bij staat. Het verschilt van alle, dat bijvoorbeeld vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord staat: alle Bücher — “alle boeken”. was betekent hier “wat” en leidt na alles een betrekkelijke bijzin in: alles, was ... = “alles wat ...”. In deze functie is het geen vraagwoord. Het sluit aan bij het onbepaalde geheel alles; een complete herbruikbare structuur is bijvoorbeeld Ich nehme alles, was du gibst. — “Ik neem alles wat je geeft.” brauche is de vorm van brauchen (“nodig hebben”) bij ich in de tegenwoordige tijd: ich brauche. In de betrekkelijke bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: was ich brauche — “wat ik nodig heb”. Dit is anders dan in een hoofdzin, waar de volgorde bijvoorbeeld Ich brauche das. is — “Ik heb dat nodig.” Samen betekent Das ist alles, was ich brauche.: “Dat is alles wat ik nodig heb.” De hoofdzin Das ist alles wordt aangevuld door de betrekkelijke bijzin was ich brauche; die bijzin specificeert welk geheel met alles wordt bedoeld.
Ich bereite ihn jetzt zu und überprüfe das Etikett, bevor ich ihn Ihnen gebe.
Ik maak hem nu klaar en controleer het etiket voordat ik hem aan u geef.
- bereite … zu
- klaarmaken
- ihn
- hem
- jetzt
- nu
- überprüfe
- controleer
- Etikett
- etiket
- bevor
- voordat
- Ihnen
- aan u
- gebe
- geef
Uitgebreide uitleg
bereite … zu is de scheidbare werkwoordsvorm van zubereiten: iets klaarmaken of bereiden. In deze hoofdzin staat het voorvoegsel zu aan het einde: Ich bereite ... zu. De vorm bereite is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; de stamvorm is zubereiten. Voorbeeld: Ich bereite das Essen zu. — Ik maak het eten klaar. ihn is hier de mannelijke accusatiefvorm van er en is het lijdend voorwerp van zubereiten. In de vertaling wordt het object met hem weergegeven, maar de concrete referent wordt niet benoemd. De vorm ihn bewijst dus niet dat het om een man gaat: ook een zaak met grammaticaal mannelijk geslacht kan zo worden aangeduid. Vergelijk er als onderwerp met ihn als lijdend voorwerp. jetzt betekent nu en plaatst de handeling in het huidige moment. Het kan doorgaans voor of na het werkwoordelijk deel staan; hier staat het tussen ihn en het gescheiden voorvoegsel zu. überprüfe is de eerste persoon enkelvoud van überprüfen, controleren of nakijken. Het onderwerp is opnieuw Ich, hoewel dat in het tweede deel niet wordt herhaald. Voorbeeld: Ich überprüfe die Nummer. — Ik controleer het nummer. Etikett betekent etiket of label. Het is een zelfstandig naamwoord; in das Etikett staat het in het onzijdige enkelvoud. Omdat het na überprüfe het lijdend voorwerp is, krijgt het hier de accusatiefvorm das, die bij dit onzijdige lidwoord hetzelfde uitziet als de nominatiefvorm. Het meervoud is Etiketten, bijvoorbeeld: Ich überprüfe die Etiketten. — Ik controleer de etiketten. bevor leidt een bijzin in met de betekenis voordat. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Daarom staat gebe aan het einde van bevor ich ihn Ihnen gebe. Ihnen is de beleefde vorm voor aan u in de datief. De hoofdletter is verplicht bij de formele aanspreekvorm; de vorm is hetzelfde voor één of meer aangesproken personen. Dit is iets anders dan het informele ihnen, dat aan hen kan betekenen en klein wordt geschreven. gebe is de eerste persoon enkelvoud van geben, geven. Hier hoort het onderwerp ich erbij: ich gebe. Het lijdend voorwerp is ihn, terwijl Ihnen de ontvanger aanduidt. Voorbeeld: Ich gebe Ihnen das Etikett. — Ik geef u het etiket. De zin bouwt zo op: Ich bereite ihn jetzt zu betekent dat de spreker hem nu klaarmaakt. Daarna verbindt und deze handeling met überprüfe das Etikett, het controleren van het etiket. bevor maakt vervolgens duidelijk dat dit vóór de overdracht gebeurt: ich ihn Ihnen gebe — ik hem aan u geef. Samen betekent de uiting: Ik maak hem nu klaar en controleer het etiket voordat ik hem aan u geef.
Grammatica
bevor + Nebensatz: das Verb steht am Ende
Bevor ich Ihnen alles gebe, überprüfe ich das Etikett.
be-voor ich ie-nen al-les gee-buh, uu-ber-pruu-fuh ich das ee-ti-ket.Voordat ik u alles geef, controleer ik het etiket.
Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.
Trennbares Verb: zubereiten → bereite ... zu
Ich bereite alles zu.
ich be-rai-tuh al-les tsoe.Ik bereid alles.
Bij een scheidbaar werkwoord staat „zu“ aan het einde van de hoofdzin.
Duits woordenschat
einen Latte ... bekommen
Sie welche haben
mit Hafermilch
einen Latte
die übliche Menge
Möchten Sie
die übliche Menge
Weniger Schaum
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Dat is alles wat ik nodig heb.
Antwoord tonen
Das ist alles, was ich brauche.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
als; wanneer
Antwoord tonen
wennkrijgen
Antwoord tonen
bekommenlatte
Antwoord tonen
Lattehavermelk