Timing bij een diner | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home before dinner guests arrive, two adults plan starters, vegetables, and serving order so the meal timing stays manageable..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Timing bij een diner oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die Gäste könnten eintreffen, während das Hauptgericht noch kocht.

die ges-tuh keun-ten ain-trè-fen, vèè-rent das haup-ge-richt nokh kokht. De gasten kunnen komen terwijl het hoofdgerecht nog staat te koken.
B

Dann serviere eine einfache Vorspeise, damit alle erst einmal in Ruhe ankommen können.

dan ser-vie-ruh ai-nuh ain-fakhe for-sj-pai-zuh, da-mit al-luh èrst ai-maal in roe-uh an-kom-men keun-nen. Serveer dan een eenvoudig voorgerecht, zodat iedereen rustig kan binnenkomen en zich installeren.
A

Ich kann Salat und Brot bereitstellen, bevor sie kommen.

ich kan za-laat unt broot be-rait-sjtèl-len, be-foor zie kom-men. Ik kan de salade en het brood klaarzetten voordat ze komen.
B

So hat das Hauptgericht etwas mehr Zeit, ohne dass es so wirkt, als würde sich das Abendessen verzögern.

zo hat das haup-ge-richt èt-vas meer tsait, oo-nuh das es zo virkt, als vür-duh zich das aa-bunt-es-sen fer-tseu-gun. Zo krijgt het hoofdgerecht wat extra tijd, zonder dat het lijkt alsof het diner vertraging oploopt.
A

Soll ich das Gemüse kochen, sobald alle angekommen sind?

zol ich das ge-muu-zuh ko-khen, zo-balt al-luh an-ge-kom-men zint? Zal ik de groenten koken zodra iedereen is aangekomen?
B

Frisch gekocht schmecken sie besser, also warte, bis du kurz vor dem Servieren bist.

frisj ge-kokht sjmek-ken zie bes-ser, al-zo var-tuh, bis doe koerts foor deem ser-vie-ren bist. Ze smaken beter als ze vers zijn gekookt, dus wacht tot het bijna tijd is om ze te serveren.
A

Gäste zu empfangen ist stressig, weil es schwieriger ist, alles zeitlich zu planen als zu kochen.

ges-tuh tsoe em-fang-en ist sjtrès-sich, vail es sjvie-ri-guh ist, al-lus tsait-likh tsoe pla-nen als tsoe ko-khen. Gasten ontvangen voelt stressvol, omdat alles op tijd regelen moeilijker is dan koken.
B

Mach einen einfachen Plan fürs Servieren: Getränke, Vorspeise und dann das Hauptgericht.

makh ai-nen ain-fakhen plaan fuurs ser-vie-ren: ge-trèng-kuh, foor-sj-pai-zuh oent dan das haup-ge-richt. Maak een eenvoudig plan voor het serveren: drankjes, voorgerecht en daarna het hoofdgerecht.
A

Ich kann diese Checkliste neben den Herd legen.

ich kan die-zuh tsjek-lis-tuh nee-ben deen heert lee-gen. Ik kan die checklist bij het fornuis leggen.
B

Sie sollte dir helfen, konzentriert zu bleiben, während die Leute ankommen.

zie zol-tuh dier hèl-fen, kon-tsen-trieert tsoe blai-ben, vèè-rent die loi-tuh an-kom-men. Die moet je helpen om geconcentreerd te blijven terwijl de mensen aankomen.

Uitleg van de zinnen

  1. Die Gäste könnten eintreffen, während das Hauptgericht noch kocht.

    De gasten kunnen komen terwijl het hoofdgerecht nog staat te koken.

    Gäste
    gasten
    könnten
    kunnen, mogelijk zijn
    eintreffen
    aankomen
    während
    terwijl
    Hauptgericht
    hoofdgerecht
    noch
    nog
    kocht
    kookt
    Uitgebreide uitleg

    Gäste betekent hier “gasten”. Het is het meervoud van Gast; het enkelvoud staat bijvoorbeeld in: Ein Gast kommt. — “Een gast komt.” Het lidwoord die past hier bij het meervoud. In deze zin worden de gasten als mogelijke aankomers genoemd, zonder dat de zin zegt hoeveel gasten er zijn. könnten is de vorm van können voor het Konjunktiv II. Hier drukt die vorm mogelijkheid uit: “zouden kunnen” of, zoals in de vaste vertaling, “kunnen”. Vergelijk: Sie können eintreffen. — “Ze kunnen aankomen” (neutraler geformuleerd) en Sie könnten eintreffen. — “Ze zouden kunnen aankomen / Het is mogelijk dat ze aankomen.” De vorm könnten hoort bij een meervoudig onderwerp zoals die Gäste. eintreffen betekent “aankomen”. Het is een samengesteld werkwoord met ein-; in deze zin blijft het als infinitief bij het modale werkwoord könnten: Die Gäste könnten eintreffen. Bij een zelfstandige tegenwoordige zin verschijnt de vervoegde vorm: Die Gäste treffen ein. — “De gasten komen aan.” während leidt hier een bijzin in die gelijktijdigheid aangeeft: “terwijl”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Daarom staat kocht aan het einde van het gedeelte während das Hauptgericht noch kocht. Hauptgericht betekent “hoofdgerecht”. Het is een zelfstandig naamwoord en is onzijdig: das Hauptgericht. Het meervoud is die Hauptgerichte. Het woord is samengesteld uit Haupt en Gericht, maar als geheel benoemt het de hoofdgang van een maaltijd. noch betekent hier “nog” en geeft aan dat de toestand op dat moment voortduurt. Das Hauptgericht kocht. betekent “Het hoofdgerecht kookt”; Das Hauptgericht kocht noch. betekent “Het hoofdgerecht kookt nog.” kocht komt van kochen en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. Het onderwerp van dit werkwoord is das Hauptgericht, niet die Gäste; daarom staat hier een enkelvoudsvorm. Vergelijk: Die Gerichte kochen noch. — “De gerechten koken nog.” Daar vraagt het meervoudige onderwerp om kochen. Samen betekent Die Gäste könnten eintreffen dat de gasten mogelijk aankomen. Während das Hauptgericht noch kocht plaatst dat mogelijke aankomen in dezelfde periode waarin het hoofdgerecht nog aan het koken is. De volledige betekenis is dus: “De gasten kunnen aankomen terwijl het hoofdgerecht nog staat te koken.”

  2. Dann serviere eine einfache Vorspeise, damit alle erst einmal in Ruhe ankommen können.

    Serveer dan een eenvoudig voorgerecht, zodat iedereen rustig kan binnenkomen en zich installeren.

    Dann
    dan
    serviere
    serveer
    einfache
    eenvoudig
    Vorspeise
    voorgerecht
    damit
    zodat
    alle
    iedereen
    erst einmal
    eerst maar eens
    in Ruhe
    rustig, op je gemak
    ankommen
    aankomen, arriveren
    können
    kunnen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en plaatst de handeling in de beschreven volgorde. Het kan ook een gevolg of voorwaarde inleiden, maar hier gaat het om het volgende moment in het plan. serviere is de gebiedende wijs voor du van servieren — “serveren”. De vorm richt zich dus tot één aangesproken persoon: “serveer”. In een beleefde aansporing aan meerdere personen of aan één persoon met Sie zou een andere vorm staan. Voorbeeld: Serviere den Salat. — “Serveer de salade.” einfache betekent hier “eenvoudige”. Het bijvoeglijk naamwoord is einfach; de uitgang -e staat omdat het vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Vorspeise staat na het onbepaalde lidwoord eine (dat in de vaste zin niet op zichzelf een aantal uitdrukt). Vergelijk: ein einfacher Salat — “een eenvoudige salade”; eine einfache Suppe — “een eenvoudige soep”. Vorspeise betekent “voorgerecht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Vorspeise, meervoud die Vorspeisen. In deze zin is het het lijdend voorwerp van serviere: wat er geserveerd moet worden. damit betekent hier “zodat” en leidt het doel of beoogde gevolg in. In de bijzin die met damit begint, staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Dat verklaart de volgorde ... ankommen können: eerst de betekenisvolle werkwoordsvorm ankommen, daarna het modale werkwoord können. alle betekent hier “iedereen” of “alle aanwezigen”. Het verwijst naar de groep mensen die moet kunnen aankomen; de vaste zin benoemt niet afzonderlijk wie die personen zijn. Alle kan ook bij een expliciet zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld alle Gäste — “alle gasten”. erst einmal is een vaste, milde tijdsuitdrukking: “eerst maar eens” of “voorlopig eerst”. Ze presenteert het aankomen als de eerste stap, zonder te zeggen dat dit de enige of definitieve stap is. Voorbeeld: Wir trinken erst einmal Wasser. — “We drinken eerst maar eens water.” in Ruhe betekent letterlijk “in rust”, maar wordt hier natuurlijk weergegeven als “rustig” of “op hun gemak”. De uitdrukking beschrijft de omstandigheden waarin het aankomen gebeurt; ze is niet hetzelfde als alleen ruhig, dat bijvoorbeeld ook “stil” kan betekenen. Voorbeeld: Lies den Text in Ruhe. — “Lees de tekst rustig op je gemak.” ankommen betekent “aankomen” of “arriveren”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het voorvoegsel los komen te staan, bijvoorbeeld Die Gäste kommen an — “De gasten komen aan”. Na damit blijft het hele infinitief ankommen bij de werkwoordelijke groep aan het einde van de bijzin. können betekent “kunnen” en drukt hier mogelijkheid uit: iedereen moet de mogelijkheid hebben om rustig aan te komen. Het is een modaal werkwoord; bij een ander onderwerp verandert de persoonsvorm, bijvoorbeeld ich kann, du kannst, alle können. In deze bijzin staat können als infinitief aan het einde, omdat het samen met ankommen onder de modale constructie valt. Samen betekent Dann serviere eine einfache Vorspeise ongeveer: “Serveer dan een eenvoudig voorgerecht.” damit alle erst einmal in Ruhe ankommen können voegt het doel toe: “zodat iedereen eerst rustig kan aankomen en zich op zijn gemak kan installeren.” De hele Duitse zin geeft dus een voorstel of instructie voor de volgende stap: serveer dan een eenvoudig voorgerecht, zodat iedereen rustig kan binnenkomen en zich installeren.

  3. Ich kann Salat und Brot bereitstellen, bevor sie kommen.

    Ik kan de salade en het brood klaarzetten voordat ze komen.

    Ich kann
    ik kan
    Salat
    salade
    Brot
    brood
    bereitstellen
    klaarzetten
    bevor
    voordat
    sie
    ze
    kommen
    komen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann bestaat uit ich (“ik”) en de tegenwoordige vorm kann van können (“kunnen”). kann is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud; na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. Het patroon is bijvoorbeeld: Ich kann heute kochen. — “Ik kan vandaag koken.” Salat betekent hier “salade”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is Salate. In deze zin staat het zonder zichtbaar lidwoord. und verbindt twee gelijkwaardige delen. Hier verbindt het Salat en Brot, zodat beide zaken samen het object van bereitstellen vormen. Brot betekent hier “brood”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is Brote, wanneer men afzonderlijke broden bedoelt. In de vaste zin wordt geen afzonderlijke hoeveelheid genoemd. bereitstellen betekent “klaarzetten” of “ter beschikking stellen”. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord: de infinitief is bereitstellen, met de delen bereit en stellen. In een gewone hoofdzin kan het vervoegde deel vooraan staan en bereit aan het einde, bijvoorbeeld: Ich stelle das Essen bereit. — “Ik zet het eten klaar.” In de vaste zin blijft het na kann als volledige infinitief staan: kann ... bereitstellen. bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is: ..., bevor sie kommen. — “..., voordat ze komen.” sie betekent hier “ze” en is een persoonlijk voornaamwoord in het meervoud. De vorm zelf vermeldt niet welke personen bedoeld zijn; die specifieke referent wordt in de vaste zin niet benoemd. Dit is niet dezelfde vorm als het beleefde enkelvoudige Sie, dat met een hoofdletter wordt geschreven. kommen betekent “komen”. Dit is de meervoudsvorm in de tegenwoordige tijd van kommen; dezelfde vorm wordt gebruikt bij sie (“ze”), Sie (“u”, beleefd) en sie als meervoudig onderwerp. In bevor sie kommen staat kommen achteraan omdat het de persoonsvorm van de bijzin is. Samen betekent Ich kann Salat und Brot bereitstellen dat de spreker in staat is salade en brood klaar te zetten. bevor sie kommen geeft aan dat dit vóór hun komst gebeurt. De volledige zin betekent dus: “Ik kan de salade en het brood klaarzetten voordat ze komen.”

  4. So hat das Hauptgericht etwas mehr Zeit, ohne dass es so wirkt, als würde sich das Abendessen verzögern.

    Zo krijgt het hoofdgerecht wat extra tijd, zonder dat het lijkt alsof het diner vertraging oploopt.

    So hat
    zo krijgt
    Hauptgericht
    hoofdgerecht
    mehr
    meer; extra
    Zeit
    tijd
    ohne dass
    zonder dat
    wirkt
    lijkt
    als würde
    alsof … zou
    Abendessen
    diner
    sich … verzögern
    vertraging oplopen
    Uitgebreide uitleg

    So hat: so verwijst hier naar de zojuist beschreven manier of maatregel en betekent “zo/daardoor”. hat is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van haben. In combinatie met tijd betekent hat ... Zeit dat iets tijd beschikbaar krijgt of heeft; daarom past in deze zin “krijgt” goed. Hauptgericht: dit betekent “hoofdgerecht”. Het is een zelfstandig naamwoord met het onzijdige lidwoord das: das Hauptgericht. Het meervoud is die Hauptgerichte. mehr: mehr is de vergrotende vorm van viel: viel – mehr – am meisten. In etwas mehr Zeit betekent etwas mehr “wat meer” of “wat extra”; etwas geeft hier een kleine hoeveelheid aan. Zeit: Zeit betekent “tijd” en is vrouwelijk: die Zeit. De combinatie mehr Zeit haben is een herbruikbaar patroon voor “meer tijd hebben/krijgen”. ohne dass: deze voegwoordelijke constructie betekent “zonder dat” en leidt een bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan: ohne dass es ... wirkt. wirkt: wirkt is de derde persoon enkelvoud van wirken, hier in de betekenis “lijken” of “de indruk wekken”. Het onderwerp is het onpersoonlijke es in es wirkt, vergelijkbaar met “het lijkt”. Het es krijgt in deze zin geen specifiek door de gegevens vastgesteld zelfstandig naamwoord als referent. als würde: als würde ... leidt hier een vergelijking met “alsof ... zou” in. würde is de Konjunktiv II-vorm van werden; samen met een infinitief vormt het een veelgebruikt patroon voor een veronderstelde of slechts schijnbare situatie. Het patroon Es wirkt, als würde ... betekent “Het lijkt alsof ...”. Abendessen: Abendessen betekent “diner” of “avondmaaltijd”. Het is onzijdig: das Abendessen. In de bijzin is het het onderwerp van sich verzögern. sich verzögern: sich verzögern betekent “vertraging oplopen” of “vertraging hebben”. verzögern wordt hier reflexief gebruikt: het onderwerp ondergaat de vertraging zelf. sich hoort bij dit werkwoord en verandert volgens persoon en getal, bijvoorbeeld das Abendessen verzögert sich, maar die Abendessen verzögern sich. In de als würde-constructie staat de infinitief aan het einde: als würde sich das Abendessen verzögern. De zin bouwt eerst de hoofdmededeling op: So hat das Hauptgericht etwas mehr Zeit — “Zo krijgt het hoofdgerecht wat extra tijd.” Daarna voegt ohne dass een omstandigheid toe: die extra tijd ontstaat zonder dat het de indruk wekt dat er iets misgaat. es wirkt, als würde sich das Abendessen verzögern betekent letterlijk dat het lijkt alsof het diner vertraging oploopt. Samen betekent de volledige zin: “Zo krijgt het hoofdgerecht wat extra tijd, zonder dat het lijkt alsof het diner vertraging oploopt.”

  5. Soll ich das Gemüse kochen, sobald alle angekommen sind?

    Zal ik de groenten koken zodra iedereen is aangekomen?

    Soll ich
    Zal ik …?
    Gemüse
    groenten
    kochen
    koken
    sobald
    zodra
    alle
    iedereen
    angekommen sind
    zijn aangekomen
    Uitgebreide uitleg

    Soll ich is een vaste, herbruikbare vraagconstructie: soll is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van sollen, met ich als onderwerp. Samen vraagt dit of de spreker iets moet of zal doen: Soll ich anfangen? = “Zal ik beginnen?” Het is hier geen bewering dat de spreker al besloten heeft. das Gemüse betekent hier “de groenten”. Gemüse is een massanaamwoord voor groenten als voedsel en heeft in het Duits het onzijdige lidwoord das; het meervoudige Nederlandse idee “groenten” vereist dus niet automatisch een Duits meervoud. In deze zin is das bovendien het lijdend voorwerp van kochen. kochen is het werkwoord in de infinitief: “koken”. Na soll blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van de hoofdzin: Ich soll das Gemüse kochen = “Ik moet de groenten koken.” De vraagvolgorde verplaatst Soll naar voren, maar verandert kochen niet. sobald betekent “zodra” en leidt een bijzin in die aangeeft wanneer iets gebeurt. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het is dus een tijdsrelatie: eerst moet de voorwaarde in de bijzin vervuld zijn, waarna de handeling uit de hoofdzin plaatsvindt. alle betekent hier “iedereen”: alle bedoelde personen samen, niet één persoon. Als bijvoeglijk woord kan alle ook voor een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld alle Gäste = “alle gasten”; zelfstandig gebruikt verwijst het in deze zin naar de betrokken groep mensen. angekommen sind betekent “zijn aangekomen”. angekommen is het voltooid deelwoord van ankommen (“aankomen”); sind is de meervoudsvorm van sein in de tegenwoordige tijd. Samen vormen ze het Duitse perfectum. Omdat alle hier als meervoudige groep personen wordt opgevat, staat sind in het meervoud. In de bijzin staan beide delen achteraan: sobald alle angekommen sind. De volledige structuur is Soll ich + lijdend voorwerp das Gemüse + infinitief kochen + tijdsbepalende bijzin sobald alle angekommen sind. De betekenis is: “Zal ik de groenten koken zodra iedereen is aangekomen?” De hoofdzin vraagt wat de spreker moet doen; de bijzin bepaalt het moment waarop die handeling moet plaatsvinden.

  6. Frisch gekocht schmecken sie besser, also warte, bis du kurz vor dem Servieren bist.

    Ze smaken beter als ze vers zijn gekookt, dus wacht tot het bijna tijd is om ze te serveren.

    Frisch gekocht
    vers gekookt
    schmecken
    smaken
    sie
    ze
    besser
    beter
    also
    dus
    warte
    wacht
    bis
    totdat
    du
    je
    kurz
    kort
    vor dem Servieren
    voor het serveren
    Uitgebreide uitleg

    Frisch gekocht betekent hier dat iets vers of pas gekookt is. gekocht is het voltooid deelwoord van kochen (koken); frisch voegt het idee van versheid toe. Voorbeeld: Frisch gekocht schmeckt das Gemüse besser. — Vers gekookt smaakt de groente beter. schmecken betekent hier ‘smaken’. De vorm is derde persoon meervoud in de tegenwoordige tijd, passend bij sie; bij één onderwerp staat bijvoorbeeld es schmeckt. Het werkwoord krijgt dus een meervoudsvorm omdat het onderwerp meervoudig is. sie is hier het meervoudige persoonlijke voornaamwoord ‘ze’. De vaste vertaling bevestigt die betekenis, maar de aangeleverde zinnen identificeren niet precies naar welke meervoudige referent het verwijst. Het is niet de beleefde aanspreekvorm Sie, die met een hoofdletter wordt geschreven en een andere rol heeft. besser is de vergrotende trap van gut: gut — goed, besser — beter, am besten — het best. Hier wordt de smaak vergeleken met die in een andere toestand of op een ander moment. Voorbeeld: Frisch schmeckt es besser. — Vers smaakt het beter. also verbindt de vaststelling met de daaropvolgende conclusie: ‘dus’. Het leidt hier de instructie in. warte is de gebiedende wijs voor du van warten (wachten). Voorbeeld: Warte! — Wacht! Bij een bevel hoeft het onderwerp niet apart te worden uitgesproken. bis betekent ‘totdat’ en leidt een bijzin in. In deze Duitse bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde: bis du ... bist — totdat je ... bent. Voorbeeld: Warte, bis ich komme. — Wacht totdat ik kom. du is de informele tweede persoon enkelvoud: ‘je/jij’. In du bist bepaalt het de vorm bist van sein (zijn). Het gaat dus om één aangesproken persoon en niet om de formele vorm Sie. kurz betekent hier ‘kort’ in de tijd, dus ‘vlak’. In kurz vor ... maakt het duidelijk dat het moment dicht bij het genoemde moment ligt. Voorbeeld: Ruf mich kurz vor dem Start an. — Bel me vlak voor de start. vor dem Servieren betekent ‘voor het serveren’. Bij de temporele voorzetselbetekenis van vor staat hier de datief: dem. Servieren is een als zelfstandig naamwoord gebruikt infinitief van servieren (serveren), en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. kurz vor dem Servieren betekent samen ‘vlak voor het serveren’. Samen zegt Frisch gekocht schmecken sie besser dat ze vers gekookt beter smaken. also warte maakt daar de instructie ‘dus wacht’ van. De bijzin bis du kurz vor dem Servieren bist geeft aan tot welk moment je moet wachten: tot het moment vlak vóór het serveren is bereikt. De volledige betekenis is: vers gekookt smaken ze beter, dus wacht tot het bijna tijd is om ze te serveren.

  7. Gäste zu empfangen ist stressig, weil es schwieriger ist, alles zeitlich zu planen als zu kochen.

    Gasten ontvangen voelt stressvol, omdat alles op tijd regelen moeilijker is dan koken.

    Gäste
    gasten
    zu empfangen
    ontvangen
    stressig
    stressvol
    schwieriger
    moeilijker
    alles
    alles
    zeitlich
    qua timing
    zu planen
    te plannen
    als
    dan
    kochen
    koken
    Uitgebreide uitleg

    Gäste betekent hier mensen die worden ontvangen. Het is het meervoud van Gast; het enkelvoud heeft dus een andere vorm. In Gäste zu empfangen is Gäste het object van empfangen. De vorm Gäste is hier accusatief meervoud; die vorm valt in het Duits samen met sommige andere naamvalsvormen. zu empfangen betekent ‘te ontvangen’ of, in deze context, ‘gasten te ontvangen’. empfangen is de basisvorm; zu empfangen is de zu-infinitief. Het patroon X zu empfangen kan als geheel als onderwerp van een zin functioneren: Gäste zu empfangen ist .... stressig betekent ‘stressvol’ of ‘belastend’. Het is een bijvoeglijk naamwoord en beschrijft hier de activiteit als geheel. Het staat na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde. schwieriger is de vergrotende trap van schwierig (‘moeilijk’): schwierig – schwieriger – am schwierigsten. Hier vergelijkt schwieriger de activiteit alles zeitlich zu planen met zu kochen; het betekent dus ‘moeilijker’, niet ‘alles wordt groter of sterker’. alles betekent hier ‘alles’ en verwijst niet naar één specifiek genoemd ding. Het is een onbepaald voornaamwoord in de onzijdige enkelvoudsvorm. Alles planen betekent ‘alles plannen’. zeitlich betekent hier ‘wat de timing betreft’ of ‘qua tijd’. Het is gevormd bij Zeit (‘tijd’) en geeft aan dat het plannen de tijdsindeling betreft. Een bruikbaar patroon is etwas zeitlich planen: ‘iets qua timing plannen’. zu planen betekent ‘te plannen’. planen is de basisvorm en zu planen is een zu-infinitief. Samen met alles vormt het alles zu planen: ‘alles te plannen’. Deze infinitiefgroep is datgene waarvan in es schwieriger ist wordt gezegd dat het moeilijker is. als betekent in deze vergelijking ‘dan’. Het patroon schwieriger als ... vergelijkt een moeilijker element met een tweede element. Bijvoorbeeld: Das ist leichter als gedacht. — ‘Dat is makkelijker dan gedacht.’ kochen betekent ‘koken’. Het is hier de infinitief en noemt de tweede activiteit in de vergelijking: schwieriger ..., als zu kochen — ‘moeilijker dan koken’. De delen worden als volgt samengevoegd: Gäste zu empfangen is de activiteit die als stressvol wordt beschreven. De reden begint met weil (‘omdat’): es schwieriger ist, alles zeitlich zu planen als zu kochen betekent dat alles qua timing plannen moeilijker is dan koken. Als geheel betekent de zin: ‘Gasten ontvangen voelt stressvol, omdat alles op tijd regelen moeilijker is dan koken.’

  8. Mach einen einfachen Plan fürs Servieren: Getränke, Vorspeise und dann das Hauptgericht.

    Maak een eenvoudig plan voor het serveren: drankjes, voorgerecht en daarna het hoofdgerecht.

    Mach
    maak
    einfachen
    eenvoudig
    Plan
    plan
    fürs
    voor het
    Servieren
    serveren
    Getränke
    drankjes
    Vorspeise
    voorgerecht
    dann
    daarna
    Hauptgericht
    hoofdgerecht
    Uitgebreide uitleg

    Mach is de gebiedende wijs van machen (“doen/maken”). De vorm richt zich tot één aangesproken persoon; het onderwerp du staat er niet bij. Een herbruikbaar patroon is Mach + zelfstandig naamwoord: Mach einen Plan. = “Maak een plan.” einfachen betekent hier “eenvoudig”. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft Plan en krijgt de uitgang -en, omdat Plan hier mannelijk en lijdend voorwerp is na einen: ein einfacher Plan (onderwerp), maar Mach einen einfachen Plan (lijdend voorwerp). De uitgang hoort dus bij einfachen, niet bij Plan. Plan is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Plan. In deze zin is het een plan dat de aangesproken persoon moet maken. De combinatie einen Plan machen is een bruikbaar patroon voor “een plan maken”. fürs is de samentrekking van für das. für geeft hier het doel of de activiteit aan waarvoor het plan bedoeld is. In fürs Servieren staat Servieren als zelfstandig gebruikte infinitief met het lidwoord das; daarom kan für das samentrekken tot fürs. Servieren betekent “serveren” en verwijst hier naar de activiteit van het serveren. Als zelfstandig gebruikte infinitief wordt het in het Duits met een hoofdletter geschreven. Vergelijk: Das Servieren beginnt um acht. — “Het serveren begint om acht uur.” Getränke betekent “drankjes” en is hier een meervoud. Het noemt het eerste onderdeel in de opsomming. Het enkelvoud is das Getränk; Getränke is dus de meervoudsvorm. Vorspeise betekent “voorgerecht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Vorspeise. In de opsomming staat het als het volgende onderdeel naast Getränke. dann betekent “daarna” en geeft de volgorde aan. Het laatste onderdeel wordt hiermee na de eerdere onderdelen geplaatst: eerst worden drankjes en het voorgerecht genoemd, en daarna komt het hoofdgerecht. Hauptgericht betekent “hoofdgerecht”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Hauptgericht. De vorm met lidwoord is dus das Hauptgericht; in de opsomming staat hier alleen het zelfstandig naamwoord Hauptgericht, zonder zichtbaar lidwoord. Het woord is opgebouwd uit Haupt- (“hoofd-”) en Gericht (“gerecht”), maar de hele vorm betekent hier het hoofdgerecht. Geheel opgebouwd betekent Mach einen einfachen Plan fürs Servieren letterlijk: “Maak een eenvoudig plan voor het serveren.” De dubbele punt leidt de inhoud van dat plan in: Getränke, Vorspeise und dann das Hauptgericht — “drankjes, voorgerecht en daarna het hoofdgerecht.” De volledige zin is dus: “Maak een eenvoudig plan voor het serveren: drankjes, voorgerecht en daarna het hoofdgerecht.” Dit patroon is herbruikbaar: Mach einen [bijvoeglijk naamwoord] Plan für [activiteit]: [stappen].

  9. Ich kann diese Checkliste neben den Herd legen.

    Ik kan die checklist bij het fornuis leggen.

    Ich kann
    ik kan
    diese
    die
    Checkliste
    checklist
    neben
    naast
    Herd
    fornuis
    legen
    leggen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord ich en het modale werkwoord können. Hier drukt kann uit dat de spreker iets kan doen: “ik kan”. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. Vergelijk: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” Können vervoegt in de tegenwoordige tijd: ich kann, du kannst, er/sie kann; kann is dus de persoonsvorm en legen niet. diese hoort hier bij het vrouwelijk enkelvoud Checkliste en staat in de accusatief: diese Checkliste. Bij een mannelijk zelfstandig naamwoord krijg je in dezelfde naamval bijvoorbeeld diesen Plan. De vorm wordt dus bepaald door het zelfstandig naamwoord en de naamval, niet alleen door het feit dat er één voorwerp is. Checkliste is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Checkliste. Het samengestelde woord betekent een lijst waarmee je punten kunt controleren. Voorbeeld: Die Checkliste ist kurz. — “De checklist is kort.” In de vaste zin is Checkliste het voorwerp dat verplaatst kan worden. neben betekent “naast”. Als het een plaats zonder verplaatsing aangeeft, staat de daaropvolgende woordgroep in de datief; bij een bestemming of verplaatsing staat die in de accusatief. In neben den Herd gaat het om de bestemming van het leggen, daarom staat Herd in de accusatief. Voorbeeld: Die Checkliste liegt neben dem Herd. — “De checklist ligt naast het fornuis.” Herd is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Herd. Na neben krijgt het hier de vorm den Herd, omdat het om een bestemming gaat. Het meervoud is die Herde, maar daar gaat de vaste zin niet over. legen betekent hier “leggen”: iets op een bepaalde plaats brengen. Het beschrijft een handeling en verschilt van liegen, “liggen”, dat een toestand beschrijft. Voorbeeld: Ich lege das Buch auf den Tisch. — “Ik leg het boek op de tafel.” Daarna kun je zeggen: Das Buch liegt auf dem Tisch. — “Het boek ligt op de tafel.” Samen vormt Ich kann diese Checkliste neben den Herd legen de betekenis: “Ik kan die checklist naast het fornuis leggen.” kann drukt hier de mogelijkheid of het vermogen uit, legen benoemt de handeling en neben den Herd geeft de bestemming van de checklist aan.

  10. Sie sollte dir helfen, konzentriert zu bleiben, während die Leute ankommen.

    Die moet je helpen om geconcentreerd te blijven terwijl de mensen aankomen.

    Sie sollte
    die moet
    dir
    jou
    helfen
    helpen
    konzentriert
    geconcentreerd
    bleiben
    blijven
    während
    terwijl
    Leute
    mensen
    ankommen
    aankomen
    Uitgebreide uitleg

    Sie sollte: In deze vaste lezing verwijst Sie naar het vrouwelijke onderwerp dat in het Nederlands met die wordt aangeduid. sollte is de derde persoon enkelvoud van sollen in de verleden tijd en drukt hier een verwachte verplichting of aanbeveling uit; de vaste vertaling geeft dat weer met “moet”. Een bruikbaar patroon is sollte + infinitief: Er sollte warten = “Hij zou moeten wachten”. Bij een meervoudig onderwerp staat sollten. dir: Dit is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “jou”. helfen neemt in het Duits een datiefobject, dus dir helfen betekent “jou helpen”. Voorbeeld: Ich helfe dir = “Ik help jou”. Voor meerdere aangesproken personen is de datiefvorm euch. helfen: Het infinitief betekent “helpen”. Na het modale werkwoord sollte blijft het als infinitief staan. Voorbeeld: Sie sollte ihm helfen = “Die zou hem moeten helpen”. ihm is daar, net als dir hier, een datiefvorm. konzentriert: Hier betekent dit “geconcentreerd” en beschrijft het de toestand waarin iemand blijft. In deze predicatieve positie krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen extra uitgang. Voorbeeld: Ich arbeite konzentriert = “Ik werk geconcentreerd”. bleiben: Het infinitief betekent “blijven”. Samen met konzentriert vormt het konzentriert bleiben: in een geconcentreerde toestand blijven. Na helfen staat het in de constructie helfen, ... zu bleiben; zu markeert hier de infinitiefconstructie. Voorbeeld: Die Musik hilft mir, ruhig zu bleiben = “De muziek helpt me om rustig te blijven”. während: Dit is een onderschikkend voegwoord met de betekenis “terwijl”. Het leidt de bijzin in die aangeeft wanneer de hoofdhandeling plaatsvindt. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Leute: Dit zelfstandig naamwoord betekent “mensen” en is een meervoudsvorm. Leute heeft geen gewoon enkelvoud dat je rechtstreeks als dezelfde woordvorm gebruikt; voor één persoon kun je bijvoorbeeld eine Person of ein Mensch zeggen. Voorbeeld: Viele Leute warten = “Veel mensen wachten”. ankommen: Dit betekent “aankomen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat de persoonsvorm als kommen ... an, terwijl het infinitief ankommen blijft. In während die Leute ankommen is ankommen echter geen infinitief maar de vervoegde tegenwoordige tijd voor de derde persoon meervoud; het staat aan het einde omdat het een bijzin is. Voorbeeld: Die Leute kommen an = “De mensen komen aan”. Samen betekent Sie sollte dir helfen dat die jou moet helpen. konzentriert zu bleiben geeft aan waarbij die hulp helpt: om geconcentreerd te blijven. während die Leute ankommen geeft aan wanneer dit gebeurt: terwijl de mensen aankomen. De volledige betekenis is: “Die moet je helpen om geconcentreerd te blijven terwijl de mensen aankomen.”

Grammatica

sobald + bijzin met het werkwoord achteraan

Sobald die Gäste eintreffen, serviere ich das Hauptgericht.

zo-balt die ges-tuh ain-trè-fen, ser-vie-ruh ich das haup-ge-richt.

Zodra de gasten arriveren, serveer ik het hoofdgerecht.

Na „sobald” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

scheidbare werkwoorden in de hoofdzin

Die Gäste treffen ein.

die ges-tuh trè-fen ain.

De gasten arriveren.

Bij „eintreffen” komt „ein” in een hoofdzin achteraan: „Die Gäste treffen ein.”

Duits woordenschat

ankommen werkwoord
an-kom-men aankomen
bereitstellen werkwoord
be-rait-sjtèl-len klaarzetten
Brot zelfstandig naamwoord
broot brood
einfach bijvoeglijk naamwoord
ain-fakh eenvoudig einfache
eintreffen werkwoord
ain-trè-fen arriveren
Gast zelfstandig naamwoord
gast gast Gäste
Hauptgericht zelfstandig naamwoord
haup-ge-richt hoofdgerecht
in Ruhe uitdrukking
in roe-uh rustig
kochen werkwoord
ko-khen koken kocht
Salat zelfstandig naamwoord
za-laat salade
servieren werkwoord
ser-vie-ren serveren serviere
Vorspeise zelfstandig naamwoord
foor-sj-pai-zuh voorgerecht

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

eenvoudig

Antwoord toneneinfache

voorgerecht

Antwoord tonenVorspeise

serveren

Antwoord tonenserviere

koken

Antwoord tonenkocht