Gericht winkelen zonder extra aankopen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shop, two adults keep a purchase focused on needed shoes and socks while avoiding an unnecessary jacket..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Gericht winkelen zonder extra aankopen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich bin wegen der Schuhe gekommen, aber die anderen ausgestellten Sachen lenken mich ab.

Iech bin weegen der sjoe-uh gekomen, aa-ber die an-deren aus-guh-sjtel-ten za-chen leng-ken miech ap. Ik kwam voor schoenen, maar de andere artikelen in de winkel leiden me af.
B

Beginne mit dem, wofür du gekommen bist, bevor du etwas anderes dazulegst.

Be-gin-uh mit deem, vo-fuur doe gekomen bist, be-voor doe et-vas an-de-res daa-tsoe-leekst. Begin met waarvoor je gekomen bent voordat je iets anders toevoegt.
A

Die Schuhe brauche ich, aber die Jacke ist nur verlockend.

Die sjoe-uh brau-chen iech, aa-ber die jak-uh ist noer fer-lok-kent. De schoenen heb ik nodig, maar het jasje is alleen maar verleidelijk.
B

Dann leg die Jacke erst einmal nicht in deinen Einkaufskorb.

Dan leek die jak-uh eerst aaïn-maal niecht in dai-nen ain-kaufskorp. Laat het jasje voorlopig uit je mandje.
A

Diese Socken würden zu den Schuhen passen und mein abgetragenes Paar ersetzen.

Die-zuh zok-ken vuur-den tsoe den sjoe-uh pas-sen oent main ap-ge-traa-gen-es paar er-zet-sen. Deze sokken zouden bij de schoenen passen en mijn versleten paar vervangen.
B

Sie passen besser zu deinem Plan als die Jacke.

Zie pas-sen bes-ser tsoe dai-num plaan als die jak-uh. Ze passen beter bij je plan dan het jasje.
A

Ich nehme die Schuhe und Socken und gehe dann raus.

Iech nee-muh die sjoe-uh oent zok-ken oent gee-uh dan raus. Ik neem de schoenen en sokken mee en ga dan weg.
B

So bleibt dein Einkauf zielgerichtet und praktisch.

Zoo blaibt dain ain-kauf tsiel-ge-riechtet oent prak-tiesj. Zo blijft je winkelbezoek doelgericht en praktisch.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich bin wegen der Schuhe gekommen, aber die anderen ausgestellten Sachen lenken mich ab.

    Ik kwam voor schoenen, maar de andere artikelen in de winkel leiden me af.

    Schuhe
    schoenen
    gekommen
    gekomen
    anderen
    andere
    ausgestellten
    tentoongestelde
    Sachen
    artikelen; spullen
    lenken … ab
    afleiden
    Uitgebreide uitleg

    Schuhe betekent hier schoenen. Het is het meervoud van der Schuh (één schoen). In wegen der Schuhe staat het meervoud na wegen; in deze zin geeft de hele groep de reden of aanleiding voor het komen aan. De vaste vertaling maakt daarvan natuurlijk Nederlands: voor schoenen komen. gekommen is het voltooid deelwoord van kommen (komen): kommen – kam – ist gekommen. Met bin vormt het het Perfekt: Ich bin ... gekommen = ik ben gekomen / ik kwam. Het hulpwerkwoord is hier sein, niet haben, omdat kommen een verplaatsing naar een plaats of situatie uitdrukt. anderen betekent andere en beschrijft hier Sachen. In die anderen ... Sachen staat het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud; na het bepaalde lidwoord die krijgt het de zwakke vorm anderen. Het zegt hier niet zelfstandig welke specifieke zaken bedoeld zijn, maar contrasteert ze met de eerder bedoelde schoenen. ausgestellten betekent tentoongestelde of uitgestalde. Het is een bijvoeglijk gebruikte vorm van ausstellen (uitstallen/tentoonstellen): ausstellen – ausgestellt. In die anderen ausgestellten Sachen beschrijft het samen met anderen het zelfstandig naamwoord Sachen. Sachen betekent dingen, spullen of zaken; het is het meervoud van die Sache (zaak/ding). In de vaste vertaling past artikelen bij de winkelcontext. Een bruikbaar contrast is eine Sache = één ding/zaak en mehrere Sachen = meerdere dingen/spullen. lenken ... ab hoort bij het scheidbare werkwoord ablenken (afleiden). In de zin staat het voorwerp tussen de twee delen: die Sachen lenken mich ab = de spullen leiden me af. mich is daarbij het voorwerp in de eerste persoon enkelvoud; het meervoudige onderwerp is die ... Sachen, daarom staat het werkwoord als lenken. In een hoofdzin kan het partikel naar het einde gaan: Die Geräusche lenken mich ab. = De geluiden leiden me af. Samenstelling: Ich bin wegen der Schuhe gekommen geeft aan dat de spreker voor of vanwege de schoenen is gekomen. aber maakt daarna een tegenstelling. die anderen ausgestellten Sachen is het onderwerp van het tweede deel, en lenken mich ab zegt dat deze andere uitgestalde artikelen de spreker afleiden. De volledige betekenis is dus: Ik kwam voor schoenen, maar de andere artikelen in de winkel leiden me af.

  2. Beginne mit dem, wofür du gekommen bist, bevor du etwas anderes dazulegst.

    Begin met waarvoor je gekomen bent voordat je iets anders toevoegt.

    Beginne
    begin
    mit dem
    met datgene
    wofür
    waarvoor
    gekommen
    gekomen
    etwas anderes
    iets anders
    dazulegst
    toevoegt
    Uitgebreide uitleg

    Beginne is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van beginnen (“beginnen”). De vorm is in deze zin een aansporing. Voorbeeld: Beginne mit der ersten Aufgabe. — “Begin met de eerste opdracht.” mit dem betekent hier “met datgene”. mit vraagt de datief; dem is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord in de datief, niet op zichzelf een telwoord. Het verwijst naar iets dat nader wordt omschreven door het daaropvolgende deel. Voorbeeld: Ich beginne mit dem, was wichtig ist. — “Ik begin met wat belangrijk is.” wofür is een betrekkelijk bijwoord met de betekenis “waarvoor”; het verbindt du gekommen bist met het doel of de reden van het komen. Het is geen vraag in deze zin. In de patroonvorm wofür du ... bist kun je het doel benoemen zonder een zelfstandig naamwoord te herhalen. gekommen is het voltooid deelwoord van kommen. In combinatie met bist vormt het het perfectum: du bist gekommen — “je bent gekomen”. kommen gebruikt in deze betekenis sein, niet haben; bist draagt de persoonsvorm voor du. In de bijzin staan beide vormen aan het einde: gekommen komt vóór de vervoegde vorm bist, die helemaal achteraan staat. Voorbeeld: Du bist wegen der Schuhe gekommen. — “Je bent voor de schoenen gekomen.” etwas anderes betekent “iets anders”. etwas is hier een onbepaald voornaamwoord en anderes is het zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoord anders met de onzijdige vorm -es. Samen vormen ze het lijdend voorwerp van dazulegst. Voorbeeld: Ich möchte etwas anderes. — “Ik wil iets anders.” dazulegst komt van het scheidbare werkwoord dazulegen, hier de tegenwoordige tijd voor du: du legst ... da. In een bijzin met bevor blijft het scheidbare werkwoord echter als één vorm aan het einde staan: bevor du etwas anderes dazulegst. In deze context betekent het “iets anders toevoegen”. Voorbeeld: Du legst noch eine Decke dazu. — “Je voegt nog een deken toe.” Samen geeft mit dem, wofür du gekommen bist het eerste aandachtspunt aan: begin met datgene waarvoor je gekomen bent. bevor du etwas anderes dazulegst stelt daarna de volgorde vast: doe dat vóór je iets anders toevoegt. De volledige betekenis is dus: “Begin met waarvoor je gekomen bent voordat je iets anders toevoegt.” De constructie is bruikbaar wanneer iemand eerst het hoofddoel moet aanpakken en pas daarna extra zaken mag toevoegen.

  3. Die Schuhe brauche ich, aber die Jacke ist nur verlockend.

    De schoenen heb ik nodig, maar het jasje is alleen maar verleidelijk.

    Schuhe
    schoenen
    brauche
    heb nodig
    Jacke
    jasje
    nur
    alleen maar
    verlockend
    verleidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Schuhe betekent hier “schoenen”. Het zelfstandig naamwoord is meervoud; het enkelvoud is der Schuh, het meervoud die Schuhe. Voorbeeld: Die Schuhe sind neu. — “De schoenen zijn nieuw.” brauche is de vorm van brauchen bij ich in de tegenwoordige tijd: ich brauche — “ik heb nodig”. Het werkwoord betekent in deze zin behoefte hebben aan iets; het betekent hier niet simpelweg “gebruiken”. Voorbeeld: Ich brauche Hilfe. — “Ik heb hulp nodig.” Jacke betekent “jas” of, in de vaste vertaling, “jasje”. Het is vrouwelijk: die Jacke; het meervoud is die Jacken. Voorbeeld: Die Jacke ist warm. — “De jas is warm.” nur beperkt wat er wordt gezegd: “alleen maar”. Hier contrasteert het de verleidelijke indruk van de jas met het feit dat de schoenen nodig zijn. Voorbeeld: Das ist nur ein Vorschlag. — “Dat is alleen maar een voorstel.” verlockend betekent “verleidelijk” of “aantrekkelijk om te kiezen”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat hier na ist als naamwoordelijk deel staat; daarom krijgt het geen extra uitgang. Het hangt samen met het werkwoord verlocken — “verleiden”, “aantrekkelijk maken”. Voorbeeld: Das Angebot ist verlockend. — “Het aanbod is verleidelijk.” In Die Schuhe brauche ich staat het lijdend voorwerp Die Schuhe vooraan. Daardoor komt het vervoegde werkwoord brauche vóór het onderwerp ich; de betekenis blijft “Ik heb de schoenen nodig.” Daarna vormt aber de tegenstelling: die Jacke ist nur verlockend betekent “maar het jasje is alleen maar verleidelijk”. Samen betekent de hele uiting: “De schoenen heb ik nodig, maar het jasje is alleen maar verleidelijk.”

  4. Dann leg die Jacke erst einmal nicht in deinen Einkaufskorb.

    Laat het jasje voorlopig uit je mandje.

    Dann
    dan
    leg
    leg
    Jacke
    jasje
    erst einmal
    voorlopig
    nicht
    niet
    in
    in
    deinen
    jouw
    Einkaufskorb
    winkelmandje
    Uitgebreide uitleg

    Dann staat hier voor “dan” of “nou dan”: het markeert de volgende stap die uit de situatie volgt. Het kan ook een eerder genoemde voorwaarde of beslissing oppakken. leg is de gebiedende wijs van legen voor du (enkelvoud): legen → du legst → leg!. Het werkwoord betekent hier iets ergens neerzetten of plaatsen. Een bruikbaar patroon is Leg X in Y! — “Leg X in Y!” Voorbeeld: Leg das Buch auf den Tisch! — “Leg het boek op tafel!” Jacke betekent “jasje” of “jas”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Jacke, meervoud die Jacken. In deze zin is die Jacke het voorwerp dat niet geplaatst moet worden. erst einmal is een vaste, alledaagse uitdrukking met de betekenis “voorlopig”, “voor nu” of “eerst maar”. Hier verzacht het de tijdsbepaling: de jas moet op dit moment buiten het mandje blijven; de zin zegt niet dat dit noodzakelijk voorgoed zo blijft. nicht maakt de plaatsingshandeling negatief. In het patroon Leg X nicht in Y betekent het: “Leg X niet in Y.” Het ontkent dus het in-het-mandje-leggen, niet het bestaan van de jas. in kan in het Duits zowel een plaats als een richting naar een plaats aangeven. Bij een vaste locatie staat vaak de datief, maar bij een beweging naar binnen of naar een bestemming staat de accusatief. Omdat legen hier een plaatsingsbeweging uitdrukt, staat in deinen Einkaufskorb met de accusatief. deinen is de vorm van het bezittelijk woord dein bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de accusatief. Het basiswoord is dein (“jouw”): dein Korb als onderwerp, maar deinen Korb als lijdend voorwerp. De vorm stemt hier af op Korb, niet op de persoon die eigenaar is. Einkaufskorb betekent “winkelmandje” of “boodschappenmand”. Het is een samenstelling van Einkauf en Korb; het hoofdwoord is Korb, daarom is het mannelijk: der Einkaufskorb. Voorbeeld: Der Einkaufskorb ist voll. — “Het winkelmandje is vol.” Samen vormt Leg ... nicht in ... een negatieve gebiedende opdracht: plaats het genoemde voorwerp niet op de genoemde bestemming. Met Dann aan het begin en erst einmal als tijdsbepaling wordt de volledige betekenis: “Dan moet je het jasje voorlopig niet in jouw winkelmandje leggen.” De vaste Nederlandse vertaling geeft dit natuurlijk weer als: “Laat het jasje voorlopig uit je mandje.”

  5. Diese Socken würden zu den Schuhen passen und mein abgetragenes Paar ersetzen.

    Deze sokken zouden bij de schoenen passen en mijn versleten paar vervangen.

    Diese
    deze
    Socken
    sokken
    würden
    zouden
    zu
    bij
    Schuhen
    schoenen
    passen
    passen
    mein
    mijn
    abgetragenes
    versleten
    Paar
    paar
    ersetzen
    vervangen
    Uitgebreide uitleg

    Diese verwijst hier samen met het meervoudige Socken naar deze sokken. Als aanwijzend woord krijgt het in het Duits de vorm diese bij een meervoudig onderwerp. Voorbeeld: Diese Schuhe sind neu. = Deze schoenen zijn nieuw. Socken is het meervoud van Socke: die Socke → die Socken. In de zin is het het onderwerp van beide werkwoorden: de sokken zouden passen en vervangen. würden is de Konjunktiv-II-vorm van werden. Samen met een infinitief drukt deze vorm hier een voorwaardelijke of hypothetische mogelijkheid uit: würden ... passen = zouden passen. Hetzelfde patroon is herbruikbaar in Wir würden warten. = Wij zouden wachten. De infinitieven blijven daarbij achteraan in hun eigen deel van de zin staan. zu den Schuhen: zu wordt hier gebruikt bij passen om aan te geven waarbij iets past. zu vereist de datief; daarom staat Schuhe als Schuhen, het datief-meervoud van der Schuh. den is hier de datief-meervoudsvorm van het bepaalde lidwoord. passen zu kan zowel lichamelijk passen als geschikt zijn bij iets betekenen; in deze zin gaat het om bij de schoenen passen. passen is de infinitief van passen. Na würden blijft die infinitief staan: Diese Socken würden zu den Schuhen passen. In de context betekent passen dat de sokken bij de schoenen passen, niet dat iemand ze simpelweg ergens neerlegt. Voorbeeld: Die Farbe passt zu deiner Jacke. = De kleur past bij je jas. mein is hier een bezittelijk bepalend woord met de betekenis ‘mijn’. Het hoort bij Paar; de vorm mein is in het onzijdige enkelvoud in de nominatief en accusatief gelijk. Het bezit zelf wordt niet door mein als persoon gemarkeerd; mein geeft aan dat het paar aan de spreker toebehoort. abgetragenes beschrijft Paar en betekent hier ‘versleten’. De basisvorm is het bijvoeglijk naamwoord abgetragen, niet Paar. De uitgang -es verschijnt omdat Paar onzijdig enkelvoud is en het adjectief hier na het bezittelijk woord een sterke uitgang draagt: mein abgetragenes Paar. Voorbeeld: Sie trägt einen abgetragenen Mantel. = Zij draagt een versleten jas. Paar is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Paar. Hier staat het als lijdend voorwerp bij ersetzen; daarom is de vorm in de accusatief enkelvoud nog steeds Paar. Het betekent hier een paar, waarbij uit de vertaling duidelijk is dat het om het versleten paar van de spreker gaat. ersetzen is de infinitief van ersetzen: iets vervangen door iets anders. Ook deze infinitief hoort bij würden: würden ... ersetzen = zouden ... vervangen. Het lijdend voorwerp is mein abgetragenes Paar. Voorbeeld: Wir ersetzen den alten Bezug. = Wij vervangen de oude hoes. De structuur is: Diese Socken (deze sokken) + würden (zouden) + zu den Schuhen passen (bij de schoenen passen) + und + mein abgetragenes Paar ersetzen (mijn versleten paar vervangen). Het gedeelde onderwerp blijft hetzelfde voor beide werkwoorden. De volledige betekenis is dus: deze sokken zouden bij de schoenen passen en het versleten paar van de spreker vervangen. De zin is neutraal geformuleerd; de Konjunktiv II maakt de uitspraak hypothetisch of afhankelijk van een voorwaarde.

  6. Sie passen besser zu deinem Plan als die Jacke.

    Ze passen beter bij je plan dan het jasje.

    Sie
    ze
    passen
    passen bij
    besser
    beter
    zu
    bij
    deinem
    je
    Plan
    plan
    als
    dan
    Jacke
    jasje
    Uitgebreide uitleg

    Sie betekent hier “ze” en verwijst, in samenhang met de context, naar de genoemde sokken. De hoofdletter is in het Duits verplicht aan het begin van een zin, maar Sie kan ook de beleefde vorm “u” zijn; de betekenis hier wordt door de vertaling en context als meervoud “ze” bepaald. passen is de tegenwoordige tijd van passen, hier in de derde persoon meervoud: “ze passen”. In deze betekenis gaat het om ergens bij passen of geschikt zijn. Voor een enkelvoudig onderwerp krijg je bijvoorbeeld Die Jacke passt — “Het jasje past.” besser is de vergrotende trap van gut: gut – besser – am besten (“goed” – “beter” – “het best”). Het vergelijkt de geschiktheid van de sokken met die van het jasje. zu staat in de vaste combinatie zu etwas passen: iets past bij iets. Na zu staat hier de datief. Daarom is het niet alleen belangrijk dat Plan mannelijk enkelvoud is, maar ook dat deze naamval door zu wordt vereist. deinem is de datiefvorm van het bezittelijke woord dein bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. De vormen zijn bijvoorbeeld dein Plan in de basisvorm en zu deinem Plan na zu. Het woord dat hier de naamval draagt, is deinem, niet Plan. Plan betekent “plan”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Plan, die Pläne. In deze zin staat het in de datief na zu, zichtbaar in de combinatie zu deinem Plan. als betekent in een vergelijking “dan”. Het verbindt besser met datgene waarmee wordt vergeleken: besser ... als ... — “beter ... dan ...”. Jacke betekent “jasje”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Jacke; het meervoud is die Jacken. In als die Jacke verwijst het lidwoord naar dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord; de vergelijking zegt dat de sokken beter bij het plan passen dan het jasje. Samen vormen de delen Sie passen besser zu deinem Plan als die Jacke: “Ze passen beter bij je plan dan het jasje.” De constructie besser ... als ... maakt de vergelijking, en zu deinem Plan passen geeft aan waarbij iets past.

  7. Ich nehme die Schuhe und Socken und gehe dann raus.

    Ik neem de schoenen en sokken mee en ga dan weg.

    nehme
    neem
    Schuhe
    schoenen
    Socken
    sokken
    gehe
    ga
    dann
    dan
    raus
    naar buiten
    Uitgebreide uitleg

    nehme is hier de ik-vorm van nehmen in de tegenwoordige tijd: ich nehme — “ik neem”. In de vaste vertaling wordt deze handeling weergegeven als iets meenemen. Het Duitse mitnehmen maakt dat idee expliciet; in het gegeven Duits staat echter de vorm nehme, niet mitnehme. Voorbeeld: Ich nehme einen Regenschirm mit. — “Ik neem een paraplu mee.” Schuhe is het meervoud van der Schuh en betekent hier “schoenen”. Het staat na die, de bepaalde lidwoordsvorm voor dit meervoud. Voorbeeld: Die Schuhe sind neu. — “De schoenen zijn nieuw.” Socken is het meervoud van die Socke en betekent “sokken”. Voorbeeld: Ich brauche warme Socken. — “Ik heb warme sokken nodig.” gehe is de ik-vorm van gehen in de tegenwoordige tijd: ich gehe. Voorbeeld: Ich gehe jetzt raus. — “Ik ga nu naar buiten.” dann betekent “dan” en ordent handelingen in de tijd. Het verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Wir essen und gehen dann. — “We eten en gaan dan.” raus betekent hier “naar buiten”. Samen met gehen vormt het de gesplitste combinatie rausgehen: in een hoofdzin staat het werkwoord als gehe op de tweede plaats en staat raus aan het einde. Raus is een informele vorm; hinaus en heraus kunnen in andere contexten een andere richtingsnuance hebben. Voorbeeld: Sie geht nach dem Essen raus. — “Zij gaat na het eten naar buiten.” In het eerste deel zijn die Schuhe en Socken met und verbonden. Daarna verbindt een tweede und de volgende handeling: gehe dann raus. Samen betekent de zin: “Ik neem de schoenen en sokken mee en ga dan weg.”

  8. So bleibt dein Einkauf zielgerichtet und praktisch.

    Zo blijft je winkelbezoek doelgericht en praktisch.

    So
    zo
    bleibt
    blijft
    Einkauf
    winkelbezoek
    zielgerichtet
    doelgericht
    praktisch
    praktisch
    Uitgebreide uitleg

    So betekent hier “zo” of “op die manier”. Het verwijst naar de manier waarop iets gebeurt en staat in deze zin vooraan als verbindend bijwoord. Voorbeeld: So geht es leichter. — “Zo gaat het gemakkelijker.” bleibt komt van bleiben en betekent hier “blijft”. Het is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es bleibt. In deze zin hoort het bij dein Einkauf, dat enkelvoud is. Voorbeeld: Der Plan bleibt einfach. — “Het plan blijft eenvoudig.” Einkauf is een zelfstandig naamwoord voor het winkelen of de boodschappen-/winkeltrip; in deze zin past de vertaling “winkelbezoek”. Het meervoud is Einkäufe. Het bezittelijk woord dein maakt duidelijk dat het om jouw winkelbezoek gaat. Voorbeeld: Mein Einkauf war kurz. — “Mijn winkelbezoek was kort.” zielgerichtet betekent hier “doelgericht”: gericht op een duidelijk doel. Het is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Sie arbeitet zielgerichtet. — “Zij werkt doelgericht.” praktisch betekent hier “praktisch”, dus handig of bruikbaar in de situatie. Het beschrijft eveneens dein Einkauf; het woord verandert in deze vorm niet omdat het hier na bleibt als naamwoordelijk deel staat. Voorbeeld: Die Lösung ist praktisch. — “De oplossing is praktisch.” Samen geeft So bleibt dein Einkauf zielgerichtet und praktisch de betekenis: “Zo blijft je winkelbezoek doelgericht en praktisch.” So verbindt de zin met de genoemde manier, bleibt drukt voortduring uit, en zielgerichtet und praktisch noemt de twee eigenschappen van het winkelbezoek.

Grammatica

ablenken → lenkt ... ab

Das lenkt ab.

Das lengkt ap.

Dat leidt af.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin.

wofür + Verb

Wofür brauche ich Schuhe?

Vo-fuur brau-che iech sjoe-uh?

Waarvoor heb ik schoenen nodig?

Wofür betekent ‘waarvoor’ en vraagt naar het doel of nut van iets.

Duits woordenschat

ablenken werkwoord
ap-leng-ken afleiden lenken ... ab

die anderen ausgestellten Sachen lenken mich ab

ausgestellt bijvoeglijk naamwoord
aus-guh-sjtelt tentoongesteld ausgestellten

die anderen ausgestellten Sachen

beginnen werkwoord
be-gin-nen beginnen Beginne

Beginne mit dem, wofür du gekommen bist.

brauchen werkwoord
brau-chen nodig hebben brauche

Die Schuhe brauche ich.

dazulegen werkwoord
daa-tsoe-lee-gen erbij leggen; toevoegen dazulegst

bevor du etwas anderes dazulegst

erst einmal bijwoord
eerst aaïn-maal voorlopig; eerst maar eens

Dann leg die Jacke erst einmal nicht in deinen Einkaufskorb.

kommen werkwoord
kom-men komen gekommen

Ich bin wegen der Schuhe gekommen.

Sache zelfstandig naamwoord
za-che zaak; ding Sachen

die anderen ausgestellten Sachen

Schuh zelfstandig naamwoord
sjoe schoen Schuhe

Ich bin wegen der Schuhe gekommen.

verlockend bijvoeglijk naamwoord
fer-lok-kent verleidelijk

die Jacke ist nur verlockend

wegen voorzetsel
wee-gen vanwege

Ich bin wegen der Schuhe gekommen.

wofür voornaamwoord
vo-fuur waarvoor

Beginne mit dem, wofür du gekommen bist.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

erbij leggen; toevoegen

Antwoord tonendazulegst

beginnen

Antwoord tonenBeginne

vanwege

Antwoord tonenwegen

schoen

Antwoord tonenSchuhe