Een geannuleerde trein en een andere route | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a transport station, a passenger asks staff for another route after a cancelled train threatens a connection..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een geannuleerde trein en een andere route oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Zug wurde gestrichen.

Main tsoek voerde gesjtriesjen. Mijn trein is geannuleerd.
A

Ich muss bald einen Anschlusszug erreichen.

Iesj moes balt ainen aansloes-tsoek erraaiesjen. Ik moet binnenkort een aansluitende trein halen.
B

Ich kann Ihnen helfen, eine andere Verbindung zu finden.

Iesj kan ienen helpen, aaine andere ferbindoeng toe finden. Ik kan u helpen een andere route te vinden.
A

Auf der Anzeigetafel steht, dass ein Expresszug von einem anderen Bahnsteig abfährt.

Oef dea ant-saai-ge-taafel sjeet, das aain eks-pres-tsoek fon ainem anderen baan-sjtaik ap-feert. Op het bord staat dat er vanaf een ander perron een sneltrein vertrekt.
B

Das könnte funktionieren, aber ich prüfe, ob Ihr Ticket dafür gültig ist.

Das keun-te functioneren, aaber iesj pruu-fe, op ier tiket da-foer gultisj ist. Dat zou kunnen werken, maar ik zal controleren of uw ticket daarvoor geldig is.
A

Soll ich dieses Ticket weiter benutzen oder ein neues holen?

Zol iesj diezes tiket vaiter benoetsen ooder aain noies holen? Moet ik dit ticket blijven gebruiken of een nieuw ticket halen?
B

Sie können dieses Ticket benutzen, weil Ihr ursprünglicher Zug gestrichen wurde.

Zie keunen diezes tiket benoetsen, vail ier oersjpruun-gliser tsoek gesjtriesjen voerde. U kunt dit ticket gebruiken, omdat uw oorspronkelijke trein is geannuleerd.
A

Schaffe ich am nächsten Bahnhof noch meinen Anschluss?

Sjafe iesj am neesjsten baanhoof noch mainen aansloes? Haal ik mijn aansluiting op het volgende station nog?
B

Das sollte klappen, aber gehen Sie jetzt zum Bahnsteig und prüfen Sie es noch einmal, wenn Sie ankommen.

Das zolte klappen, aaber gee-en zie yetst tsoem baan-sjtaik oent pruu-fen zie es noch aainmaal, ven zie aankomen. Dat zou moeten lukken, maar ga nu naar het perron en controleer het opnieuw als u aankomt.

Uitleg van de zinnen

  1. Mein Zug wurde gestrichen.

    Mijn trein is geannuleerd.

    Mein
    mijn
    Zug
    trein
    wurde gestrichen
    werd geannuleerd
    Uitgebreide uitleg

    Mein betekent hier “mijn” en hoort bij Zug. In mein Zug staat het bezittelijke woord in de nominatief: het zelfstandig naamwoord is mannelijk en enkelvoudig. De vorm mein krijgt daar geen uitgang. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in dezelfde naamval staat bijvoorbeeld meine Tasche; meine is ook de vorm bij een meervoud. Zug betekent hier “trein”. Het meervoud is Züge, met umlaut. Voorbeeld: Die Züge kommen spät. — “De treinen komen laat.” wurde gestrichen betekent hier “werd geannuleerd”. Wurde is de verleden tijd van werden voor de derde persoon enkelvoud. Gestrichen is het voltooid deelwoord van streichen. Samen vormen ze het passief in de verleden tijd: de trein ondergaat de handeling, terwijl niet wordt gezegd wie hem annuleerde. Streichen kan in andere contexten ook “doorstrepen” betekenen; bij een trein betekent het hier “annuleren”. Voorbeeld: Der Flug wurde gestrichen. — “De vlucht werd geannuleerd.” Samen betekent Mein Zug wurde gestrichen.: “Mijn trein werd geannuleerd.” De vaste Nederlandse vertaling Mijn trein is geannuleerd geeft dezelfde bedoelde gebeurtenis natuurlijk weer. De structuur is: bezittelijk woord + zelfstandig naamwoord + passief in de verleden tijd.

  2. Ich muss bald einen Anschlusszug erreichen.

    Ik moet binnenkort een aansluitende trein halen.

    Ich muss
    ik moet
    bald
    binnenkort
    Anschlusszug
    aansluitende trein
    erreichen
    halen
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss betekent hier dat de spreker noodzakelijkheid uitdrukt: “ik moet”. muss is de vorm van müssen voor de eerste persoon enkelvoud. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin: Ich muss den Zug erreichen = “Ik moet de trein halen”. bald betekent “binnenkort” en verwijst naar een tijdstip in de nabije toekomst. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Anschlusszug is een samenstelling van Anschluss (“aansluiting”) en Zug (“trein”): een trein waarop je na een eerdere trein overstapt, dus een aansluitende trein. Het is een zelfstandig naamwoord: der Anschlusszug; het meervoud is die Anschlusszüge. In deze zin staat einen Anschlusszug, omdat erreichen een lijdend voorwerp in de accusatief krijgt. Het onbepaalde lidwoord einen markeert hier niet op zichzelf een aantal; het hoort bij het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord in de accusatief. erreichen betekent hier “halen” in de zin van op tijd bij een doel of vervoermiddel aankomen. Het is een regelmatig werkwoord; de stam blijft in de infinitief erreichen. Het werkwoord is niet-scheidbaar. In de combinatie met muss blijft het als infinitief aan het einde staan. Samen vormen de delen: Ich muss + bald + einen Anschlusszug + erreichen: “Ik moet binnenkort een aansluitende trein halen.” De geannuleerde eerdere trein uit de context verklaart waarom het om een aansluitende trein gaat, maar de zin zelf zegt alleen dat de spreker die trein binnenkort moet halen.

  3. Ich kann Ihnen helfen, eine andere Verbindung zu finden.

    Ik kan u helpen een andere route te vinden.

    Ich kann
    ik kan
    Ihnen
    u
    helfen
    helpen
    andere
    andere
    Verbindung
    route of verbinding
    zu finden
    te vinden
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann bevat kann, de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud. Het betekent hier dat de spreker iets kan doen: Ich kann helfen = “ik kan helpen”. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in de infinitief, zonder zu. Vergelijk: Ich kann kommen. = “Ik kan komen.” Ihnen is de beleefde vorm van “u” in de datief. Het is niet de vorm die de handeling uitvoert; het is de persoon die hulp ontvangt. Het hoofdlettergebruik hoort bij de formele aanspreekvorm. Het werkwoord helfen gebruikt voor de geholpen persoon de datief: Ich helfe Ihnen. = “Ik help u.” helfen is de infinitief van helfen en betekent “helpen”. De vervoegde vorm staat hier al in kann; daarom blijft helfen achteraan in zijn basisvorm staan. In een zin zonder modaal werkwoord kan het bijvoorbeeld zo verschijnen: Ich helfe Ihnen. = “Ik help u.” andere betekent hier “andere” of “een andere”, in de betekenis van een niet-dezelfde mogelijkheid. Het verwijst niet op zichzelf naar een bepaald aantal. In eine andere Verbindung krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, omdat het bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Verbindung staat en door eine wordt voorafgegaan. Het woord zelf blijft in de verschillende geslachten herkenbaar: bijvoorbeeld ein anderer Zug en ein anderes Gleis. Verbindung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deze reiscontext betekent het een verbinding of route waarmee men verder kan reizen; de vaste vertaling kiest hier voor “route”. Het meervoud is Verbindungen. Een voorbeeld: Diese Verbindung ist schneller. = “Deze verbinding is sneller.” zu finden betekent “te vinden”. finden is de basisvorm van het werkwoord; zu finden is de infinitief met zu. Hier hoort die infinitief bij helfen: de hulp bestaat uit het vinden van een andere verbinding. Vergelijk: Ich versuche, eine Verbindung zu finden. = “Ik probeer een verbinding te vinden.” Samen vormt Ich kann Ihnen helfen, eine andere Verbindung zu finden een hoofdzin met de mogelijkheid van de spreker (kann), de persoon die hulp ontvangt (Ihnen) en de handeling (helfen). Die hulp bestaat erin een niet-dezelfde reisoptie te vinden (eine andere Verbindung zu finden). In overeenstemming met de vaste vertaling betekent de volledige zin: “Ik kan u helpen een andere route te vinden.”

  4. Auf der Anzeigetafel steht, dass ein Expresszug von einem anderen Bahnsteig abfährt.

    Op het bord staat dat er vanaf een ander perron een sneltrein vertrekt.

    Auf der Anzeigetafel
    op het informatiebord
    steht
    staat
    dass
    dat
    Expresszug
    sneltrein
    von
    vanaf
    anderen
    ander
    Bahnsteig
    perron
    abfährt
    vertrekt
    Uitgebreide uitleg

    Auf der Anzeigetafel betekent hier dat de informatie op het informatiebord staat. auf krijgt bij een vaste plaats de datief: auf der Anzeigetafel. De vorm der hoort hier bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Anzeigetafel; het is niet het onderwerp van de zin. steht is de derde persoon enkelvoud van stehen: stehen – steht. Letterlijk betekent het werkwoord ‘staan’, maar bij informatie op een bord betekent het hier dat iets erop vermeld staat. Voorbeeld: Auf dem Schild steht „Eingang“ — Op het bord staat ‘ingang’. dass leidt de inhoud in die op het bord staat: ‘dat ...’. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Na dass staat hier ein Expresszug als onderwerp. Expresszug is een samenstelling van Express en Zug en betekent ‘sneltrein’. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Expresszug; het onbepaalde lidwoord ein past daarbij in deze nominatieve enkelvoudsvorm. ein drukt hier niet zelfstandig een specifiek aantal uit, maar markeert de genoemde trein als onbepaald. von betekent hier ‘vanaf’ en krijgt bij een vertrekpunt de datief. von kan in andere verbanden ook ‘van’ betekenen; in deze zin gaat het om de plaats waarvandaan de trein vertrekt. anderen hoort bij Bahnsteig. ander betekent ‘ander’ en krijgt hier de vorm anderen, omdat von de datief vereist en Bahnsteig mannelijk enkelvoud is: von einem anderen Bahnsteig. De vorm anderen is dus de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord ander, niet van Bahnsteig. Bahnsteig betekent ‘perron’. Het is mannelijk: der Bahnsteig. Voorbeeld: Der Zug wartet am Bahnsteig — De trein wacht op het perron. In von einem anderen Bahnsteig staat het in de datief na von. abfährt is de derde persoon enkelvoud van het scheidbare werkwoord abfahren: abfahren – fährt ab – fuhr ab – ist abgefahren. In deze zin betekent het ‘vertrekt’. Het deel ab- geeft bij dit werkwoord de vertrekbeweging aan. In een hoofdzin wordt het werkwoord gescheiden, bijvoorbeeld Der Zug fährt ab; in deze dass-bijzin blijft het als abfährt aaneengeschreven aan het einde staan. Samen betekent Auf der Anzeigetafel steht dat er informatie op het bord vermeld staat. Daarna geeft de dass-bijzin de inhoud: ein Expresszug is het onderwerp, von einem anderen Bahnsteig noemt het vertrekpunt, en abfährt zegt wat de trein doet. De volledige betekenis is: ‘Op het bord staat dat er vanaf een ander perron een sneltrein vertrekt.’

  5. Das könnte funktionieren, aber ich prüfe, ob Ihr Ticket dafür gültig ist.

    Dat zou kunnen werken, maar ik zal controleren of uw ticket daarvoor geldig is.

    könnte
    zou kunnen
    funktionieren
    werken
    prüfe
    controleer
    Ihr
    uw
    Ticket
    ticket
    dafür
    daarvoor
    gültig
    geldig
    Uitgebreide uitleg

    könnte betekent hier dat iets mogelijk zou werken. Het is de vorm van können voor de Konjunktiv II en drukt een voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid uit: Das könnte helfen. = Dat zou kunnen helpen. Het is niet hetzelfde als het stellige kann (“kan” of “is in staat om”). funktionieren betekent “werken” in de zin van goed werken of functioneren. Het is een werkwoord op -ieren; de infinitief blijft funktionieren, en in de derde persoon enkelvoud staat bijvoorbeeld es funktioniert. Voor een apparaat, plan of oplossing kun je zeggen: Der Plan funktioniert. = Het plan werkt. prüfe komt van prüfen en betekent hier “controleren”. De vorm is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich prüfe. Vergelijk du prüfst en er/sie prüft. De constructie ich prüfe, ob ... leidt een indirecte ja/nee-vraag in: “ik controleer of ...”. Ihr is de beleefde bezittelijke vorm bij Sie: “uw”. In deze zin staat Ihr bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Ticket; bij een vrouwelijk of meervoudig zelfstandig naamwoord staat in de nominatief bijvoorbeeld Ihre: Ihre Fahrkarte. De hoofdletter in Ihr hoort bij de beleefde aanspreekvorm en maakt het niet hetzelfde als het kleine ihr, dat andere functies heeft. Ticket is het leenwoord voor “ticket” of “kaartje”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ticket, met meervoud die Tickets. In deze zin is Ihr Ticket het onderwerp van het bijzinwerkwoord ist binnen de indirecte vraag. dafür betekent hier “daarvoor”: voor het eerder genoemde doel of gebruik. Het is een pronominaal bijwoord, gevormd uit da(r)- plus für; het verwijst hier naar het gebruik van het ticket voor de bedoelde treinreis of situatie. Een vergelijkbare vorm is dazu (“daarbij” of “daarvoor”, afhankelijk van de context), maar die vervangt niet automatisch dafür. gültig betekent “geldig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat hier na sein als naamwoordelijk deel staat: Das Ticket ist gültig. = Het ticket is geldig. Het onveranderde adjectief staat na sein; vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het wel een uitgang, bijvoorbeeld ein gültiges Ticket. Samen vormen de delen: Das könnte funktionieren = “Dat zou kunnen werken”. aber verbindt dit met het contrastieve vervolg: ich prüfe, ob Ihr Ticket dafür gültig ist = “maar ik controleer of uw ticket daarvoor geldig is”. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord ist aan het einde, zoals gebruikelijk in een Duitse ob-bijzin. De volledige betekenis is: “Dat zou kunnen werken, maar ik zal controleren of uw ticket daarvoor geldig is.”

  6. Soll ich dieses Ticket weiter benutzen oder ein neues holen?

    Moet ik dit ticket blijven gebruiken of een nieuw ticket halen?

    Soll ich
    Moet ik …?
    dieses
    dit
    Ticket
    ticket
    weiter
    verder
    benutzen
    gebruiken
    neues
    nieuw
    holen
    halen
    Uitgebreide uitleg

    Soll ich is een vraagpatroon met sollen in de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Hier vraagt de spreker of hij/zij iets moet doen: “Moet ik …?” In een gewone hoofdzin staat de vervoegde vorm op de tweede positie, terwijl het bijbehorende hele werkwoord aan het einde komt: Soll ich das machen? = “Moet ik dat doen?” dieses betekent hier “dit” en hoort bij Ticket. Het aanwijzende voornaamwoord staat in de accusatief, omdat Ticket het lijdend voorwerp van benutzen is. Ticket is in het Duits onzijdig (das Ticket), daarom is de vorm in deze combinatie dieses Ticket; vergelijk nominatief dieses Ticket en datief diesem Ticket. Ticket is een leenwoord voor “ticket”. Het Duitse woord is onzijdig: das Ticket, meervoud die Tickets. In deze zin gaat het om één ticket dat de spreker met dieses aanwijst. weiter is een bijwoord met de betekenis “verder” of “blijven”. Samen met een activiteit geeft het aan dat die activiteit doorgaat: weiter lernen = “blijven leren”. Het verandert hier niet mee met ich of Ticket. benutzen is het werkwoord “gebruiken”. De vorm is hier een infinitief, omdat sollen het modale werkwoord is: ich soll ... benutzen. Bijvoorbeeld: Du sollst die App benutzen. = “Je moet de app gebruiken.” weiter benutzen betekent dus “blijven gebruiken”. neues komt van het bijvoeglijk naamwoord neu (“nieuw”). Hier staat het zelfstandig gebruikt met een weggelaten zelfstandig naamwoord: ein neues [Ticket]. De uitgang -es hoort bij het onzijdige accusatief enkelvoud na ein: ein neues Ticket; het zelfstandig naamwoord wordt in het tweede alternatief niet herhaald. De vergelijking is neu – neuer – am neuesten (“nieuw – nieuwer – het nieuwste”), maar in deze zin is geen vergelijking bedoeld. holen betekent “halen” of “gaan halen”. Het staat, net als benutzen, als infinitief onder sollen: Soll ich ... holen? = “Moet ik ... halen?” In ein neues holen wordt begrepen dat er een nieuw ticket wordt gehaald, doordat neues het weggelaten Ticket aanduidt. De eerste mogelijkheid is dieses Ticket weiter benutzen: dit ticket blijven gebruiken. De tweede is ein neues [Ticket] holen: een nieuw ticket halen. oder verbindt deze twee alternatieven, en Soll ich geldt voor beide werkwoorden. Daarom betekent de volledige vraag: “Moet ik dit ticket blijven gebruiken of een nieuw ticket halen?”

  7. Sie können dieses Ticket benutzen, weil Ihr ursprünglicher Zug gestrichen wurde.

    U kunt dit ticket gebruiken, omdat uw oorspronkelijke trein is geannuleerd.

    Sie können
    u kunt
    dieses
    dit
    Ticket
    ticket
    benutzen
    gebruiken
    weil
    omdat
    Ihr
    uw
    ursprünglicher
    oorspronkelijke
    Zug
    trein
    gestrichen
    geannuleerd
    wurde
    werd
    Uitgebreide uitleg

    Sie können betekent hier “u kunt”. können is het modale werkwoord voor mogelijkheid of toestemming; met een infinitief staat dat infinitief aan het einde van de hoofdzin. Sie is hier de formele aanspreekvorm voor één of meer personen; de vorm verandert niet op basis van dat onderscheid. Bijvoorbeeld: Sie können warten. — “U kunt wachten.” dieses verwijst hier naar het ticket en staat in de accusatief: het is het bepalende woord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Ticket. De vormen van het aanwijzend woord veranderen volgens geslacht, naamval en getal: dieser (mannelijk nominatief), diese (vrouwelijk of meervoud) en dieses (onzijdig nominatief of accusatief). In dieses Ticket markeert dieses dus niet op zichzelf de betekenis “één”. Ticket is het zelfstandige naamwoord voor “ticket”. Het is onzijdig: das Ticket; na dieses blijft de vorm van het zelfstandig naamwoord hier hetzelfde. Bijvoorbeeld: Ich kaufe dieses Ticket. — “Ik koop dit ticket.” benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief die bij können hoort: Sie können dieses Ticket benutzen betekent letterlijk dat u dit ticket kunt gebruiken. Een bruikbaar patroon is können + infinitief: Wir können den Zug nehmen. — “Wij kunnen de trein nemen.” weil leidt een redengevende bijzin in: “omdat”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. De bijzin verklaart hier waarom het ticket gebruikt kan worden. Ihr betekent hier “uw” en bepaalt Zug. Het is de formele bezittelijke vorm die bij Sie hoort; de schrijfwijze met hoofdletter onderscheidt deze vorm van het informele ihr (“jullie” of “haar”, afhankelijk van de context). De vorm Ihr zelf krijgt hier geen extra uitgang, omdat de uitgang bij het volgende bijvoeglijk naamwoord zichtbaar wordt. ursprünglicher betekent hier “oorspronkelijke”. Het bijvoeglijk naamwoord is afgeleid van de basisvorm ursprünglich; in Ihr ursprünglicher Zug krijgt het de uitgang -er, omdat het bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Zug staat, dat hier onderwerp van de bijzin is. Bijvoorbeeld: Das ist mein ursprünglicher Plan. — “Dat is mijn oorspronkelijke plan.” Zug betekent “trein”. Het is mannelijk: der Zug. In deze bijzin is Zug het onderwerp van de passieve constructie, niet het handelende object. Bijvoorbeeld: Der Zug kommt. — “De trein komt.” gestrichen is het voltooid deelwoord van streichen en betekent hier “geannuleerd” in de context van een trein. Het is dus niet het deelwoord van een ander werkwoord zoals streicheln. In de passieve vorm staat het samen met wurde. wurde is de verleden-tijdsvorm van werden voor de derde persoon enkelvoud. Met een voltooid deelwoord vormt het hier het passief in het verleden: Der Zug wurde gestrichen — “De trein werd geannuleerd.” Het onderwerp is der Zug; de zin zegt niet wie de annulering uitvoerde. De hoofdzin Sie können dieses Ticket benutzen betekent “U kunt dit ticket gebruiken”. Daarna volgt de bijzin weil Ihr ursprünglicher Zug gestrichen wurde: weil geeft de reden aan, en de werkwoordgroep gestrichen wurde staat aan het einde. Samen betekent de volledige zin: “U kunt dit ticket gebruiken, omdat uw oorspronkelijke trein is geannuleerd.”

  8. Schaffe ich am nächsten Bahnhof noch meinen Anschluss?

    Haal ik mijn aansluiting op het volgende station nog?

    Schaffe ich
    haal ik het? / red ik het?
    am
    bij het / op het
    nächsten
    volgende
    Bahnhof
    station
    noch
    nog
    meinen
    mijn
    Anschluss
    aansluiting
    Uitgebreide uitleg

    Schaffe ich komt van het werkwoord schaffen. In deze uitdrukking betekent het niet simpelweg “maken”, maar “iets op tijd halen” of “erin slagen iets te doen”. De vorm schaffe is de tegenwoordige tijd bij ich; in een ja-neevraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Schaffe ich ...? = “Haal ik ...?” Voorbeeld: Schaffe ich den Zug noch? — “Haal ik de trein nog?” Hier staat den Zug als datgene wat men nog op tijd probeert te halen. am is de vaste samentrekking van an dem. Bij een plaatsaanduiding met an staat het volgende zelfstandig naamwoord in de datief. am Bahnhof betekent hier “op/bij het station”. nächsten hoort bij Bahnhof. Het basiswoord is nah (“dichtbij”); nächst- betekent in deze context “volgend” of “eerstvolgend”. De uitgang -en komt hier doordat het mannelijke zelfstandig naamwoord na am in de datief enkelvoud staat: am nächsten Bahnhof. Voorbeeld: Wir steigen am nächsten Bahnhof aus. — “We stappen uit op het volgende station.” Dit is een nieuw voorbeeld van dezelfde plaatsconstructie. Bahnhof is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “station”. Het meervoud is Bahnhöfe. In am nächsten Bahnhof staat het in het enkelvoud; am bevat hier het lidwoord voor de datief enkelvoud. noch betekent hier “nog”: de vraag gaat erom of de aansluiting op dat moment nog haalbaar is. Het woord zegt in deze zin niet op zichzelf wanneer de aansluiting vertrekt; het voegt het idee toe dat de mogelijkheid misschien nog bestaat. meinen is de bezittelijke vorm van mein (“mijn”). Het verwijst hier naar de aansluiting van de spreker. De vorm meinen staat bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Anschluss in de accusatief enkelvoud, omdat meinen Anschluss schaffen het object is van schaffen. De vormen veranderen volgens het grammaticale geslacht, getal en naamval van het bijbehorende zelfstandig naamwoord; meinen is dus niet de basisvorm van het zelfstandig naamwoord. Anschluss betekent hier “aansluiting”, in het bijzonder een aansluiting op een volgende trein of verbinding. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Anschluss. In deze zin gaat het om één specifieke aansluiting die de spreker moet halen. De delen bouwen samen de vraag op: Schaffe ich geeft “haal ik het/red ik het?”, am nächsten Bahnhof geeft de plaats “op het volgende station”, noch geeft aan dat het misschien nog lukt, en meinen Anschluss benoemt de aansluiting die de spreker wil halen. De volledige betekenis is daarom: “Haal ik mijn aansluiting op het volgende station nog?”

  9. Das sollte klappen, aber gehen Sie jetzt zum Bahnsteig und prüfen Sie es noch einmal, wenn Sie ankommen.

    Dat zou moeten lukken, maar ga nu naar het perron en controleer het opnieuw als u aankomt.

    Das sollte
    dat zou moeten
    klappen
    lukken
    gehen Sie
    gaat u / ga
    jetzt
    nu
    Bahnsteig
    perron
    prüfen Sie
    controleer / controleert u
    noch einmal
    opnieuw
    ankommen
    aankomen
    Uitgebreide uitleg

    Das sollte: sollen is een modaal werkwoord. sollte is hier de vorm van sollen bij het onderwerp das; in deze context is het de Konjunktiv II en drukt het een voorzichtige verwachting uit: “zou moeten”. Das verwijst hier, zoals ook door “dat” in de vertaling wordt ondersteund, naar de zaak of situatie als geheel. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in deze hoofdzin als infinitief achteraan. klappen: Het infinitief klappen betekent hier “lukken” of “goed verlopen”. In Das sollte klappen betekent het dat de zaak naar verwachting zal slagen. Voorbeeld: Der Plan klappt. — “Het plan lukt.” gehen Sie: Dit is de formele imperatief van gehen (“gaan”). In de formele imperatief gebruikt het Duits de vorm gehen samen met Sie: Gehen Sie! — “Gaat u!” of natuurlijker als directe instructie: “Ga!” De werkwoordsvorm staat vóór Sie, zoals gebruikelijk in deze imperatief. jetzt: jetzt betekent “nu”. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Bahnsteig: Bahnsteig betekent “perron”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bahnsteig; het meervoud is die Bahnsteige. Voorbeeld: Der Zug fährt vom Bahnsteig ab. — “De trein vertrekt van het perron.” prüfen Sie: Dit is nog een formele imperatief, van prüfen (“controleren”, “nakijken”). Prüfen Sie es! betekent “Controleert u het!” of natuurlijker “Controleer het!” Sie verwijst hier naar dezelfde formele aangesprokene als in gehen Sie; op zichzelf geeft deze vorm niet aan hoeveel personen worden aangesproken. noch einmal: Deze constructie betekent “nog een keer” of “opnieuw”. Voorbeeld: Bitte lesen Sie das noch einmal. — “Lees dat alstublieft nog een keer.” ankommen: ankommen betekent “aankomen” en is een scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin staat het voorvoegsel los: Sie kommen an — “u komt aan”. In wenn Sie ankommen staat het werkwoord aan het einde omdat dit een bijzin is. ankommen is daar geen infinitief maar een vervoegde tegenwoordige tijdsvorm bij Sie; die vorm ziet er bij formeel Sie hetzelfde uit als het infinitief. Voorbeeld: Wenn Sie ankommen, rufen Sie mich an. — “Als u aankomt, belt u mij.” Samen zegt Das sollte klappen dat de zaak naar verwachting zal slagen: “Dat zou moeten lukken.” aber leidt de volgende instructie in. gehen Sie jetzt zum Bahnsteig betekent “ga nu naar het perron”; zum is de samentrekking van zu dem. Daarna betekent prüfen Sie es noch einmal “controleer het opnieuw”, en wenn Sie ankommen geeft aan wanneer: “als u aankomt”. De volledige uiting betekent dus: “Dat zou moeten lukken, maar ga nu naar het perron en controleer het opnieuw als u aankomt.”

Grammatica

weil + Nebensatz: Verb am Ende

weil der Zug bald abfährt

vail dea tsoek balt ap-feert

omdat de trein binnenkort vertrekt

Na weil staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Trennbare Verben: abfahren → fährt ... ab

Der Zug fährt bald ab.

dea tsoek feert balt ap

De trein vertrekt binnenkort.

Bij abfahren komt het voorvoegsel ab in een hoofdzin achteraan te staan.

Duits woordenschat

abfahren werkwoord
ap-faaren vertrekken abfährt
Anschlusszug zelfstandig naamwoord
aansloes-tsoek aansluitende trein einen Anschlusszug
Anzeigetafel zelfstandig naamwoord
ant-saai-ge-taafel informatiebord; displaybord der Anzeigetafel
Bahnsteig zelfstandig naamwoord
baan-sjtaik perron
erreichen werkwoord
erraaiesjen halen; bereiken
Expresszug zelfstandig naamwoord
eks-pres-tsoek sneltrein ein Expresszug
funktionieren werkwoord
foengtsioneeren werken; functioneren
helfen werkwoord
helpen helpen
prüfen werkwoord
pruu-fen controleren; nakijken prüfe
streichen werkwoord
sjtraaiesjen annuleren; schrappen gestrichen

Mein Zug wurde gestrichen.

Verbindung zelfstandig naamwoord
ferbindoeng verbinding; route eine andere Verbindung
Zug zelfstandig naamwoord
tsoek trein

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn trein is geannuleerd.

Antwoord tonenMein Zug wurde gestrichen.

Ik moet binnenkort een aansluitende trein halen.

Antwoord tonenIch muss bald einen Anschlusszug erreichen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

helpen

Antwoord tonenhelfen

perron

Antwoord tonenBahnsteig

halen; bereiken

Antwoord tonenerreichen

annuleren; schrappen

Antwoord tonengestrichen