Een taxiroute beleefd verduidelijken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a taxi, a passenger asks the driver why the route has changed and requests larger roads when possible..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een taxiroute beleefd verduidelijken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Entschuldigen Sie, nehmen wir wegen des Verkehrs eine andere Route?

Entsjoeldigen zie, neemen vie-a veegen des ferkeers aaine andere roete? Pardon, nemen we vanwege het verkeer een andere route?
B

Die Straße vor uns ist gesperrt, deshalb muss ich einen Umweg fahren.

Die sjtraase foor oens ist gesjpert, deshalb moesj iech ainen oemveek faaren. De weg verderop is geblokkeerd, dus moet ik een omweg nemen.
A

Ich habe gefragt, weil ich diese Gegend nicht kenne.

Iech haabe gefraagt, vail iech deeze geeghent niet kenne. Ik vroeg het omdat ik deze buurt niet herken.
B

Dieser Weg ist etwas länger, aber so sollten wir weiterfahren können.

Diezer veek ist etvas lenger, aaber zoo zouden vie-a vaiterfaaren keunen. Deze weg is iets langer, maar zo zouden we moeten kunnen doorrijden.
A

Könnten wir, wenn möglich, auf größeren Straßen bleiben?

Keunten vie-a, ven meuglik, auf greuseren sjtraasen blaaiven? Kunnen we, als het mogelijk is, op grotere wegen blijven?
B

Das kann ich machen.

Das kan iech maachen. Dat kan ik doen.
B

Das kann ein paar Minuten länger dauern.

Das kan aain paar minoeten lenger dau-ern. Dat kan een paar minuten extra kosten.
B

Aber so ist es leichter, der Strecke zu folgen.

Aaber zoo ist es laichter, der sjtrekke tsoe folghen. Maar dan is het makkelijker om de route te volgen.
A

Das passt. Ich habe es nicht eilig.

Das past. Iech haabe es nikt ailig. Dat is prima. Ik heb geen haast.
B

Ab hier vermeide ich die kleinen Nebenstraßen.

Ap hier fermaide iech die klainen neeben-sjtraasen. Vanaf hier vermijd ik de kleine zijstraten.
A

Ich weiß es zu schätzen, dass Sie mir die Route erklären.

Iech vais es tsoe sjetsen, das zie mier die roete erklaaren. Ik waardeer het dat u de route uitlegt.
B

Ich sage Ihnen Bescheid, wenn ich die Route wieder ändern muss.

Iech zaage ienen besjait, ven iech die roete wie-der endern moes. Ik laat het u weten als ik de route weer moet veranderen.

Uitleg van de zinnen

  1. Entschuldigen Sie, nehmen wir wegen des Verkehrs eine andere Route?

    Pardon, nemen we vanwege het verkeer een andere route?

    Entschuldigen Sie
    Pardon; neemt u me niet kwalijk
    nehmen
    nemen
    Verkehrs
    verkeer
    andere
    andere
    Route
    route
    Uitgebreide uitleg

    Entschuldigen Sie is de beleefde, formele manier om iemands aandacht te vragen of je te verontschuldigen: “Pardon” of “Neemt u me niet kwalijk”. Entschuldigen is hier de formele gebiedende wijs; die heeft dezelfde vorm als het infinitief. Sie is de formele aanspreekvorm en wordt altijd met een hoofdletter geschreven. In een informele aanspreking staat bijvoorbeeld Entschuldige. nehmen betekent hier niet simpelweg een voorwerp aannemen, maar vormt met eine Route de bruikbare uitdrukking “een route nemen”. De vorm is de tegenwoordige tijd bij wir: wir nehmen. In een ja-neevraag komt het werkwoord voor het onderwerp: Nehmen wir ...? De basisvorm is nehmen; vergelijk bijvoorbeeld ich nehme, du nimmst, maar wir nehmen. Verkehrs is niet de basisvorm van het zelfstandig naamwoord. De basisvorm is der Verkehr, “het verkeer”. In des Verkehrs staat het in de genitief enkelvoud, na wegen: wegen des Verkehrs betekent “vanwege het verkeer”. Zowel des als de uitgang -s in Verkehrs markeren deze naamvalsvorm. De uitdrukking geeft hier de reden voor de routekeuze aan. andere is de verbogen vorm van ander en betekent hier “andere” of “een andere dan de huidige route”. In eine andere Route staat het bijvoeglijk naamwoord bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Route en krijgt het de vorm andere in de accusatief enkelvoud. eine is hier een onbepaald lidwoord en stelt op zichzelf geen exact aantal vast. Als tegenstelling kun je bijvoorbeeld zeggen: Wir nehmen dieselbe Route. — “We nemen dezelfde route.” Route betekent “route” of “weg die je volgt”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Route. In deze zin is Route het lijdend voorwerp van nehmen; daarom staat de woordgroep als eine andere Route in de accusatief. Een kort voorbeeld is: Welche Route nehmen wir? — “Welke route nemen we?” Samen betekent Nehmen wir wegen des Verkehrs eine andere Route?: “Nemen we vanwege het verkeer een andere route?” De vraag begint met de formele aandachtstrekker Entschuldigen Sie, gevolgd door de vraag met nehmen wir. wegen des Verkehrs noemt de reden, en eine andere Route benoemt de route die men in plaats van de huidige route kan nemen.

  2. Die Straße vor uns ist gesperrt, deshalb muss ich einen Umweg fahren.

    De weg verderop is geblokkeerd, dus moet ik een omweg nemen.

    Straße
    weg
    vor uns
    voor ons, verderop
    ist gesperrt
    is afgesloten
    deshalb
    daarom
    muss ich
    ik moet
    Umweg
    omweg
    fahren
    rijden
    Uitgebreide uitleg

    Straße betekent hier “weg” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Straße. De meervoudsvorm is die Straßen. Het lidwoord die laat hier samen met het zelfstandig naamwoord het grammaticale geslacht en de naamval zien; het betekent niet automatisch “deze”. vor uns betekent hier “voor ons” of natuurlijker “verderop voor ons”. vor kan een plaatsrelatie aangeven; uns is de vorm van wir in de accusatief of datief. In deze zin wordt de precieze grammaticale rol van uns door de voorzetselconstructie bepaald. Voorbeeld: Das Auto fährt vor uns. — “De auto rijdt voor ons.” ist gesperrt beschrijft de toestand van de weg: hij is afgesloten of geblokkeerd. gesperrt is het voltooid deelwoord van sperren (“afsluiten/blokkeren”); met sein beschrijft het hier de toestand, niet een handeling die door een genoemde uitvoerder wordt verricht. Voorbeeld: Die Brücke ist gesperrt. — “De brug is afgesloten.” deshalb betekent “daarom” en verbindt een reden met een gevolg. Wanneer deshalb vooraan in de hoofdzin staat, blijft de persoonsvorm op de tweede positie: Deshalb muss ich ..., dus niet Deshalb ich muss .... muss ich betekent hier “moet ik”. muss is de eerste persoon enkelvoud van müssen; de basisvorm is müssen. Het modale werkwoord drukt hier noodzaak uit. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en komt het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Ich muss warten. — “Ik moet wachten.” Umweg is een mannelijke zelfstandig naamwoord en betekent “omweg”. De vorm einen Umweg staat hier in de accusatief: het mannelijke onbepaalde lidwoord verandert van ein naar einen. einen drukt hier niet op zichzelf een specifiek aantal uit; het markeert vooral de grammaticale vorm. Voorbeeld: Wir nehmen einen Umweg. — “We nemen een omweg.” fahren betekent hier “rijden” en staat als infinitief bij muss. De volledige combinatie einen Umweg fahren betekent idiomatisch “een omweg nemen” wanneer men zich per voertuig verplaatst. De infinitief blijft na het modale werkwoord staan: Ich muss einen Umweg fahren. Samen betekent Die Straße vor uns ist gesperrt, deshalb muss ich einen Umweg fahren.: “De weg verderop is geblokkeerd, dus moet ik een omweg nemen.” Eerst wordt de toestand van de weg genoemd. Deshalb leidt daarna het gevolg in; muss ich geeft de noodzaak aan en einen Umweg fahren benoemt wat de spreker daarom moet doen.

  3. Ich habe gefragt, weil ich diese Gegend nicht kenne.

    Ik vroeg het omdat ik deze buurt niet herken.

    Ich
    ik
    gefragt
    gevraagd; vroeg
    weil
    omdat
    diese
    deze
    Gegend
    buurt; omgeving
    nicht
    niet
    kenne
    ken
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Dit is de eerste persoon enkelvoud; de vorm verandert niet naargelang de spreker man of vrouw is. Voorbeeld: Ich frage. — “Ik vraag het.” gefragt is het voltooid deelwoord van fragen (“vragen”). Samen met habe vormt het habe gefragt: “heb gevraagd” of, in deze context, natuurlijk “vroeg”. De vorm gefragt blijft hetzelfde voor de verschillende personen; het hulpwerkwoord draagt de persoonsvorm. Voorbeeld: Wir haben gefragt. — “Wij hebben het gevraagd.” weil leidt een redengevende bijzin in: “omdat”. In zo’n Duitse bijzin staat de vervoegde persoonsvorm doorgaans aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld weil ich ... kenne — “omdat ik ... ken”. diese betekent hier “deze” en hoort bij Gegend. Omdat Gegend vrouwelijk enkelvoud is en als lijdend voorwerp bij kenne staat, is dit de vorm voor vrouwelijk enkelvoud in de accusatief. Bij een mannelijk zelfstandig naamwoord ziet men bijvoorbeeld diesen Weg — “deze weg”; dat is een andere vorm. Gegend is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een gebied, omgeving of buurt. Het meervoud is Gegenden; het lidwoord is die Gegend. In deze zin verwijst het naar de omgeving waarover de spreker informatie vraagt; de zin noemt niet welke specifieke grenzen dat gebied heeft. nicht maakt de daaropvolgende bewering negatief: “niet”. Hier ontkent het dat de spreker de genoemde omgeving kent of herkent. Het staat vóór kenne, de persoonsvorm van de bijzin. Voorbeeld: Ich kenne den Weg nicht. — “Ik ken de weg niet.” kenne is de eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kennen, “kennen” of “bekend zijn met”. De volledige vormreeks in de tegenwoordige tijd begint met ich kenne, du kennst, er/sie kennt; de stamklinker verandert hier dus niet zoals bij sommige andere werkwoorden. kennen is niet hetzelfde als erkennen: erkennen betekent eerder “herkennen” of “inzien”. De vaste vertaling geeft hier de bedoelde betekenis weer als niet herkennen van de buurt, terwijl de Duitse vorm zelf van kennen komt. De hele zin bestaat uit Ich habe gefragt (“Ik heb gevraagd / Ik vroeg”) plus de redengevende bijzin weil ich diese Gegend nicht kenne (“omdat ik deze buurt niet ken/herken”). Samen betekent hij: “Ik vroeg het omdat ik deze buurt niet herken.” De perfectvorm habe gefragt plaatst het vragen als een afgeronde handeling, terwijl kenne in de bijzin de huidige onbekendheid met de omgeving uitdrukt.

  4. Dieser Weg ist etwas länger, aber so sollten wir weiterfahren können.

    Deze weg is iets langer, maar zo zouden we moeten kunnen doorrijden.

    Dieser
    deze
    Weg
    weg
    etwas
    iets
    länger
    langer
    so
    zo
    sollten wir
    zouden we moeten
    weiterfahren
    doorrijden
    können
    kunnen
    Uitgebreide uitleg

    Dieser betekent hier “deze”. Het is de vorm die bij Weg past: Weg is mannelijk, enkelvoud en staat hier als onderwerp in de nominatief. De vorm wordt dus niet door enkelvoud alleen bepaald; ook het grammaticale geslacht en de naamval zijn relevant. Weg betekent hier “weg”. Het meervoud is Wege. Voorbeeld: Die Wege sind schmal. — “De wegen zijn smal.” etwas betekent hier “iets” of “een beetje”. Het geeft een geringe mate aan: de weg is een beetje langer, niet een bepaalde hoeveelheid. länger is de vergrotende trap van lang: lang — länger — am längsten (“lang” — “langer” — “het langst”). Hier wordt deze weg met een andere mogelijkheid vergeleken. Voorbeeld: Diese Strecke ist länger. — “Deze route is langer.” so betekent hier “zo” of “op deze manier”. Het verwijst naar de manier waarop men verdergaat; samen met het daaropvolgende werkwoordelijk deel betekent het “zo verderrijden”. sollten wir bevat het onderwerp wir (“wij”) en sollten. In deze zin is sollten de Konjunktiv-II-vorm van sollen, met de voorzichtige betekenis “zouden moeten”. Het is hier geen verleden tijd. In deze hoofdzin staat so vooraan, daarna de vervoegde vorm sollten en vervolgens het onderwerp wir. Dat is iets anders dan de vraagvolgorde in Sollten wir weiterfahren? — “Zouden we doorrijden?” weiterfahren betekent “doorrijden” of “verder rijden”. Het is een scheidbaar werkwoord met weiter (“verder”) en fahren (“rijden/reizen”). Voorbeeld: Wir fahren weiter. — “We rijden door.” können betekent “kunnen”. Het staat hier als infinitief aan het einde en vormt met weiterfahren de combinatie weiterfahren können: “kunnen doorrijden”. können drukt de mogelijkheid uit, terwijl sollten de voorzichtige verwachting toevoegt. Voorbeeld: Wir sollten weitergehen können. — “We zouden verder moeten kunnen gaan.” Samen vormen Dieser Weg ist etwas länger en aber so sollten wir weiterfahren können de betekenis: “Deze weg is iets langer, maar zo zouden we moeten kunnen doorrijden.” aber markeert het contrast: de grotere lengte wordt tegenover de verwachte mogelijkheid om verder te rijden geplaatst. De volledige uiting betekent dus: “Deze weg is iets langer, maar zo zouden we moeten kunnen doorrijden.”

  5. Könnten wir, wenn möglich, auf größeren Straßen bleiben?

    Kunnen we, als het mogelijk is, op grotere wegen blijven?

    Könnten wir
    zouden we kunnen…?
    wenn möglich
    indien mogelijk
    größeren
    grotere
    Straßen
    wegen
    bleiben
    blijven
    Uitgebreide uitleg

    Könnten wir betekent hier een voorzichtige vraag: “zouden we kunnen…?” Könnten is de Konjunktiv-II-vorm van können (kunnen). De vorm hoort bij wir, de eerste persoon meervoud. Vergelijk: Wir können bleiben. = “We kunnen blijven.”; Könnten wir bleiben? klinkt voorzichtiger en beleefder als verzoek of voorstel. wenn möglich is een compacte voorwaardelijke uitdrukking met de betekenis “als het mogelijk is” of “indien mogelijk”. Het geeft een voorwaarde aan zonder die volledig uit te schrijven. Een herbruikbaar patroon is: Wenn möglich, ... — “Als het mogelijk is, …”. größeren betekent hier “grotere”. Het is de vergrotende trap van groß: groß = groot, größer = groter, am größten = het grootst. In deze zin krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm größeren, omdat het bij Straßen hoort in de meervoudige datief na auf in deze plaatsbetekenis. Het gaat dus om wegen die groter zijn dan andere relevante wegen; de zin zegt niet welke wegen precies met elkaar worden vergeleken. Straßen is het meervoud van Straße, “weg” of “straat”. De uitgang -n hoort bij dit meervoud: eine Straße = “een weg”, mehrere Straßen = “meerdere wegen”. Samen met auf vormt het auf größeren Straßen, “op grotere wegen”. bleiben betekent “blijven”. Het is hier de infinitief na de modale vorm könnten: Wir könnten bleiben. = “We zouden kunnen blijven.” In auf größeren Straßen bleiben betekent het specifiek dat men op grotere wegen blijft rijden of de route daar voortzet; bleiben zelf betekent letterlijk “blijven”, niet “rijden”. De volledige opbouw is: Könnten wir + wenn möglich + auf größeren Straßen + bleiben? De hoofdvraag vraagt voorzichtig of het mogelijk zou zijn om op grotere wegen te blijven. Wenn möglich beperkt dat voorstel met de voorwaarde “als het mogelijk is”. Daarom is de volledige betekenis: “Kunnen we, als het mogelijk is, op grotere wegen blijven?”

  6. Das kann ich machen.

    Dat kan ik doen.

    Das
    dat
    kann
    kan
    ich
    ik
    machen
    doen
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat eerder is genoemd of voorgesteld; de concrete referent wordt in deze ene zin niet zelfstandig benoemd. Als voornaamwoord staat das hier in de vorm voor onzijdig enkelvoud. Het kan ook naar een hele handeling of situatie verwijzen, niet alleen naar een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Das ist gut. — “Dat is goed.” kann is de vorm van können bij ich, er, sie en es in de tegenwoordige tijd. In deze zin drukt het uit dat de spreker iets kan of bereid is te doen. De volledige vervoeging begint met ich kann; bij du wordt dat du kannst. Voorbeeld: Ich kann helfen. — “Ik kan helpen.” ich is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: de spreker. Het blijft ich, ongeacht het geslacht van de spreker. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — “Ik leer Duits.” machen is het werkwoord “doen/maken” in de infinitief. Na het modale werkwoord können staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: ich kann ... machen. De basisvorm is dus machen; de vorm bij ich zonder modaal is ich mache. Voorbeeld: Ich kann das heute machen. — “Ik kan dat vandaag doen.” Samen vormen de woorden Das kann ich machen: “Dat kan ik doen.” Das geeft aan wat de handeling is, kann drukt de mogelijkheid of bereidheid van de spreker uit, ich is degene die handelt en machen benoemt de handeling. De constructie Das kann ich ... is daardoor herbruikbaar, bijvoorbeeld Das kann ich erklären. — “Dat kan ik uitleggen.”

  7. Das kann ein paar Minuten länger dauern.

    Dat kan een paar minuten extra kosten.

    Das kann
    dat kan
    ein paar
    een paar
    Minuten
    minuten
    länger
    langer
    dauern
    duren
    Uitgebreide uitleg

    Das kann combineert een zelfstandig gebruikt Das met de tegenwoordige vorm kann van können. Hier betekent Das “dat”; de precieze referent wordt in deze zin niet benoemd. kann is de vorm voor een derde persoon enkelvoud, en drukt hier mogelijkheid uit: “kan”. Ter vergelijking: ich kann = “ik kan”, wir können = “wij kunnen”. ein paar geeft een kleine, niet exact bepaalde hoeveelheid aan. Het is dus niet noodzakelijk precies twee. In dit patroon staat het vóór een meervoudige tijdseenheid, zoals ein paar Minuten = “een paar minuten”. Minuten is het meervoud van Minute, een tijdseenheid. Het zelfstandig naamwoord staat hier in het meervoud omdat het om meer dan één minuut gaat. Voor één eenheid gebruik je eine Minute. länger is de vergrotende trap van lang: lang → länger → am längsten. Hier betekent het dat de duur groter is dan een relevante normale of eerder verwachte duur; er wordt geen exact vergelijkingspunt genoemd. Een bruikbaar voorbeeld is: Der Weg ist länger. — “De weg is langer.” dauern is het infinitief van dauern, “duren”. Na een modaal werkwoord zoals kann blijft het hoofdwerkwoord in het infinitief en staat het doorgaans achteraan: Das kann länger dauern = “Dat kan langer duren”. Samen vormt ein paar Minuten länger dauern de betekenis “een paar minuten langer duren”. In de hele zin staat Das kann vooraan als de mogelijkheid, daarna volgt de extra duur: Das kann ein paar Minuten länger dauern. De vaste Nederlandse vertaling geeft dit weer als: “Dat kan een paar minuten extra kosten.”

  8. Aber so ist es leichter, der Strecke zu folgen.

    Maar dan is het makkelijker om de route te volgen.

    Aber
    maar
    so
    dan
    ist es
    het is
    leichter
    makkelijker
    Strecke
    route
    zu folgen
    volgen
    Uitgebreide uitleg

    Aber betekent hier “maar” en markeert een tegenstelling met wat eraan voorafgaat. Het staat vooraan in de zin en verandert de woordvolgorde van de hoofdzin niet. Voorbeeld: Aber ich komme morgen. — “Maar ik kom morgen.” so betekent hier “zo” of, in combinatie met de rest van de zin, “dan/op die manier”. Het verwijst naar de voorgestelde manier van handelen; de precieze manier wordt door de context bepaald. Voorbeeld: So geht es leichter. — “Zo gaat het makkelijker.” ist es bestaat uit de tegenwoordige tijd van sein en es. ist is de derde persoon enkelvoud van sein: sein – ist – war. In so ist es leichter is es het formele onderwerp van de beoordeling “makkelijker”; het verwijst hier niet noodzakelijk naar een zelfstandig genoemd ding. De vorm ist blijft bij es enkelvoudig. Voorbeeld: Es ist wichtig. — “Het is belangrijk.” leichter is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord leicht (“makkelijk”). De reeks is leicht – leichter – am leichtesten: “makkelijk – makkelijker – het makkelijkst”. De vorm vergelijkt deze manier met een andere manier, zonder op zichzelf te zeggen hoeveel makkelijker die is. Voorbeeld: Mit einer Karte ist es leichter. — “Met een kaart is het makkelijker.” Strecke betekent hier “route” of “traject”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Strecke. Na folgen staat het in de datief: der Strecke. Dit is dus niet de vrouwelijke nominatief die, maar de datief enkelvoud der. Voorbeeld: Wir folgen der Strecke. — “Wij volgen de route.” zu folgen betekent “te volgen”. folgen is de infinitief; met zu vormt het een zu-infinitief. Het werkwoord folgen neemt voor datgene wat gevolgd wordt doorgaans de datief: der Strecke folgen. Voorbeeld: Es ist leicht, dem Weg zu folgen. — “Het is makkelijk om de weg te volgen.” Samen betekent so ist es leichter “dan/zo is het makkelijker”. Daarna geeft der Strecke zu folgen aan wat makkelijker is: de route volgen. De hele zin betekent daarom: “Maar dan is het makkelijker om de route te volgen.”

  9. Das passt. Ich habe es nicht eilig.

    Dat is prima. Ik heb geen haast.

    Das
    dat
    passt
    past; is in orde
    Ich
    ik
    habe
    heb
    es nicht eilig
    geen haast
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en verwijst naar de eerder genoemde situatie of manier; de precieze referent wordt niet verder benoemd. Als aanwijzend voornaamwoord staat het als onderwerp. Bijvoorbeeld: Das ist gut. — “Dat is goed.” passt is de vorm van passen voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Hier betekent het “in orde zijn” of “goed uitkomen”, niet letterlijk fysiek ergens in passen. Das passt. is daardoor een bruikbare korte manier om aan te geven dat iets goed is of geschikt uitkomt. Ich is het persoonlijk voornaamwoord voor de spreker: “ik”. Het onderwerp ich bepaalt hier de vorm habe. habe is de eerste persoon enkelvoud van haben in de tegenwoordige tijd: ich habe. Samen met es eilig vormt haben de Duitse uitdrukking es eilig haben, die in het Nederlands “haast hebben” betekent. In es nicht eilig ontkent nicht het deel eilig: de spreker heeft geen haast. eilig betekent hier “gehaast” of “in een haastige toestand”; nicht eilig betekent dus “niet gehaast”, wat in deze vaste uitdrukking natuurlijk wordt vertaald als “geen haast”. es is hier een vast grammaticaal element van es eilig haben en verwijst niet naar een concreet zelfstandig naamwoord. De hele uiting bestaat uit twee mededelingen. Das passt. betekent “Dat is prima” of “Dat is in orde”. Ich habe es nicht eilig. betekent “Ik heb geen haast”. Samen: “Dat is prima. Ik heb geen haast.”

  10. Ab hier vermeide ich die kleinen Nebenstraßen.

    Vanaf hier vermijd ik de kleine zijstraten.

    Ab hier
    vanaf hier
    vermeide
    vermijd
    kleinen
    kleine
    Nebenstraßen
    zijstraten
    Uitgebreide uitleg

    Ab hier betekent hier “vanaf dit punt”. ab geeft een beginpunt aan; vergelijk bijvoorbeeld ab morgen = “vanaf morgen”. hier verwijst naar de plaats die in de situatie als vertrekpunt geldt. vermeide is de vorm voor ich van vermeiden (“vermijden”): ich vermeide, du vermeidest, er/sie vermeidet. Het is een sterk werkwoord met de verleden tijd vermied en het voltooid deelwoord vermieden. Vermeiden krijgt het vermeden element als lijdend voorwerp; hier is dat die kleinen Nebenstraßen. kleinen betekent hier “kleine”. De uitgang hoort bij het bijvoeglijk naamwoord klein, niet bij het zelfstandig naamwoord. In die kleinen Nebenstraßen staat klein in de zwakke verbuiging: na het bepaalde lidwoord die krijgt het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud de uitgang -en. De vorm kleine verschijnt bijvoorbeeld zonder lidwoord in kleine Nebenstraßen. Nebenstraßen betekent “zijstraten”. Het is het meervoud van Nebenstraße; het enkelvoud is dus eine Nebenstraße en het meervoud die Nebenstraßen. Het woord bestaat uit Neben- (“zij-/neven-”) en Straße (“straat”), maar Nebenstraße moet als één zelfstandig naamwoord worden geleerd. Samen vormen de delen Ab hier + vermeide ich + die kleinen Nebenstraßen: “Vanaf hier vermijd ik de kleine zijstraten.” Ab hier bepaalt vanaf welk punt de handeling geldt; ich is de uitvoerder, vermeide drukt de handeling uit en die kleinen Nebenstraßen is wat de spreker vermijdt. De woordvolgorde is bruikbaar als patroon: Ab [beginpunt] vermeide ich [lijdend voorwerp].

  11. Ich weiß es zu schätzen, dass Sie mir die Route erklären.

    Ik waardeer het dat u de route uitlegt.

    Ich weiß es zu schätzen
    ik waardeer het
    Sie
    u
    mir
    mij
    Route
    route
    erklären
    uitleggen
    Uitgebreide uitleg

    Ich weiß es zu schätzen is een vaste Duitse constructie met de betekenis ‘ik waardeer het’. Het werkwoord is wissen (‘weten’); in de ik-vorm wordt dat ich weiß. In de combinatie etwas zu schätzen wissen betekent schätzen niet alleen ‘schatten’, maar ook ‘waarderen’. Hier verwijst es vooruit naar de daaropvolgende dass-zin: die hele situatie waardeert de spreker. zu schätzen is een infinitief met zu. Sie betekent hier de formele aanspreekvorm ‘u’. Als onderwerp van erklären staat het in de onderwerpsvorm. Sie kan in het Duits zowel naar één formeel aangesproken persoon als naar meerdere formeel aangesproken personen verwijzen; deze vorm maakt het aantal niet zelfstandig duidelijk. De vaste vertaling maakt de bedoelde aanspreking hier ‘u’. mir betekent ‘mij’ en staat in de datief. Het geeft de ontvanger of betrokkene aan: iemand legt de route aan mij uit. De overeenkomstige persoonlijke vormen zijn bijvoorbeeld mir (‘aan mij’), dir (‘aan jou’) en ihm/ihr (‘aan hem/haar’). Route is het zelfstandig naamwoord voor ‘route’. Het is vrouwelijk: die Route. In deze zin is die Route het lijdend voorwerp van erklären; het onverbogen zelfstandig naamwoord zelf blijft Route. Het meervoud is Routen. erklären betekent ‘uitleggen’. De vorm staat aan het einde van de dass-bijzin, zoals gebruikelijk voor het vervoegde werkwoord in zo’n bijzin. De vorm erklären is hier tegelijk de infinitiefvorm en de vervoegde vorm bij Sie; daardoor ziet de vorm er hetzelfde uit. Bijvoorbeeld: Sie erklären mir den Weg. — ‘U legt mij de weg uit.’ Samen betekent dass Sie mir die Route erklären: ‘dat u mij de route uitlegt’. De volledige zin bouwt zo op: ‘Ik waardeer het’ + ‘dat u mij de route uitlegt’. De dass-bijzin benoemt precies wat de spreker waardeert.

  12. Ich sage Ihnen Bescheid, wenn ich die Route wieder ändern muss.

    Ik laat het u weten als ik de route weer moet veranderen.

    Ich
    ik
    sage Ihnen Bescheid
    laat het u weten
    wenn
    als
    Route
    route
    wieder
    weer
    ändern
    veranderen
    muss
    moet
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is het onderwerp. De vorm is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord; vergelijk bijvoorbeeld Du = “jij” en Sie = “u” in een formele aanspreking. sage Ihnen Bescheid is de vaste uitdrukking jemandem Bescheid sagen: iemand informeren of iets laten weten. sage is de tegenwoordige tijd van sagen bij ich; Ihnen is de datiefvorm van het formele “u” en noemt de ontvanger van de mededeling. In een voorbeeld als Ich sage dir Bescheid. betekent dit: “Ik laat het je weten.” Bescheid sagen betekent hier niet letterlijk alleen “iets zeggen”, maar “iemand op de hoogte brengen”. wenn leidt de voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “als”. Het kan ook “wanneer” betekenen, afhankelijk van de context. In deze zin introduceert het de voorwaarde waaronder de mededeling zal worden gedaan. die Route betekent “de route”. Route is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Hier is die Route het lijdend voorwerp van ändern en staat de woordgroep dus in de accusatief. Bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden ziet het bepaalde lidwoord die er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit; de vorm die markeert hier dus op zichzelf niet het naamvalverschil. Een voorbeeld is Ich ändere die Route. — “Ik verander de route.” wieder betekent “weer” of “opnieuw”. Het geeft aan dat het veranderen van de route nogmaals zal gebeuren; het zegt op zichzelf niet waarom dat nodig is. ändern betekent “veranderen” en staat hier in de infinitief. Het is het zelfstandige werkwoord dat beschrijft wat er met de route gebeurt. De vorm ändere is bijvoorbeeld de eerste persoon enkelvoud in Ich ändere die Route. — “Ik verander de route.” muss betekent “moet”. Het is de vorm van het modale werkwoord müssen bij ich; de infinitief van het andere werkwoord staat in de bijzin aan het einde: ich ... ändern muss. Een voorbeeld is Ich muss gehen. — “Ik moet gaan.” Samen betekent Ich sage Ihnen Bescheid “Ik laat het u weten”. De bijzin wenn ich die Route wieder ändern muss betekent “als ik de route weer moet veranderen”. Omdat dit een Duitse bijzin met wenn is, staat het vervoegde modale werkwoord muss aan het einde, terwijl ändern ervoor als infinitief staat. De volledige betekenis is: “Ik laat het u weten als ik de route weer moet veranderen.”

Grammatica

es eilig haben

Ich habe es eilig.

Iech haabe es ailig.

Ik heb haast.

Dit is een vaste uitdrukking: es blijft staan en haben wordt vervoegd.

Duits woordenschat

Entschuldigen Sie uitdrukking
entsjoeldigen zie Pardon
Gegend zelfstandig naamwoord
geeghent buurt, omgeving
gesperrt bijvoeglijk naamwoord
gesjpert afgesloten, geblokkeerd
größer bijvoeglijk naamwoord
greuser groter größeren
kennen werkwoord
kennen kennen kenne
länger bijvoeglijk naamwoord
lenger langer
möglich bijvoeglijk naamwoord
meugliech mogelijk
Straße zelfstandig naamwoord
sjtraase weg, straat
Umweg zelfstandig naamwoord
oemveek omweg
Verkehr zelfstandig naamwoord
ferkeer verkeer Verkehrs
Weg zelfstandig naamwoord
veek weg
weiterfahren werkwoord
vaiterfaaren doorrijden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat kan ik doen.

Antwoord tonenDas kann ich machen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

langer

Antwoord tonenlänger

buurt, omgeving

Antwoord tonenGegend

kennen

Antwoord tonenkenne

weg, straat

Antwoord tonenStraße