Een toegankelijke route naar het perron vragen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a station, a traveler asks staff for an accessible route to the platform because the closest elevator is closed..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een toegankelijke route naar het perron vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Entschuldigung, gibt es einen barrierefreien Weg zum richtigen Bahnsteig?

ent-sjoel-die-goeng, gipt es aj-nen ba-rie-e-ren-fraaj-en week tsoem rieg-tie-gen baan-sjtajk? Pardon, is er een toegankelijke route naar het juiste perron?
B

Der nächstgelegene Aufzug ist im Moment wegen Wartungsarbeiten geschlossen.

deer nechst-gelee-ge-ne auf-tsoek is im mo-ment wee-gen var-toengs-ar-baj-ten ge-sjlos-sen. De dichtstbijzijnde lift is momenteel gesloten wegens onderhoud.
A

Das könnte mit meinem schweren Koffer schwierig sein.

das keun-te mit maj-nem sjwee-ren kof-fer sjwie-riech zajn. Dat kan lastig zijn met mijn zware koffer.
B

Nehmen Sie den Aufzug beim Nordeingang. Dafür müssen Sie ein kurzes Stück zu Fuß gehen.

nee-men zie den auf-tsoek bajm nort-ajngang. Daar-fuur mu-sen zie ajn koerts-es sjtuk tsoe foess gee-en. Neem de lift bij de noordelijke ingang. Daarvoor moet u een klein stukje lopen.
A

Könnten Sie mir den Weg dorthin zeigen, oder kann man den Schildern leicht folgen?

keun-ten zie mier den week dort-hien tsaj-gen, oo-der kan man den sjil-dern lajcht fol-gen? Kunt u me de weg wijzen, of zijn de borden makkelijk te volgen?
B

Gehen Sie an den Fahrkartenautomaten vorbei und folgen Sie dann den blauen Schildern.

gee-en zie an den faar-kaar-ten-au-to-maa-ten for-baj oent fol-gen zie dan den blau-en sjil-dern. Ga langs de kaartautomaten en volg daarna de blauwe borden.
A

Erreiche ich den Zug noch, bevor er abfährt?

er-raj-che iech den tsoek noch, be-voor er ap-feert? Zal ik de trein nog halen voordat hij vertrekt?
B

Wenn Sie jetzt losgehen, sollten Sie noch etwas Zeit haben, wenn Sie dort ankommen.

wen zie jetst lohs-gee-en, zol-ten zie noch et-was tsajt haa-ben, wen zie dort an-kom-men. Als u nu vertrekt, zou u er ruim op tijd moeten zijn.
A

Ich gehe jetzt in diese Richtung.

iech gee-e jetst in die-ze rich-toeng. Ik ga nu die kant op.
B

Fragen Sie das Personal am Eingang, wenn Sie unterwegs Hilfe brauchen.

fraa-gen zie das per-zo-naal am ajn-gang, wen zie oen-ter-weeks hil-fe brau-chen. Vraag het personeel bij de toegangspoort om hulp als u onderweg hulp nodig hebt.

Woord voor woord

Entschuldigung Entschuldigung betekent hier pardon of excuseer mij en wordt gebruikt om beleefd iemands aandacht te vragen. Het is een vaste beleefde opening voor een vraag aan personeel of een onbekende.
gibt In gibt es betekent gibt hier dat er iets is of bestaat: ‘is er’. Dit is de vorm van geben die in deze vaste vraagconstructie wordt gebruikt; een bruikbaar patroon is gibt es + zelfstandig naamwoord?
es In gibt es is es het onpersoonlijke er of het waarmee je vraagt of iets aanwezig is. Samen met gibt vormt het de constructie voor ‘is er’.
einen einen betekent hier een en staat vóór Weg in een vraag naar een mogelijke route. Dit is de vorm van ein die bij Weg in deze zin hoort; een bruikbaar patroon is einen + zelfstandig naamwoord vinden of vragen.
barrierefreien barrierefreien betekent hier toegankelijk of barrièrevrij en beschrijft Weg. De vorm barrierefreien staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Weg; je kunt een route of voorziening ermee als toegankelijk omschrijven.
Weg Weg betekent hier weg of route naar het perron. In einen barrierefreien Weg verwijst het naar de manier waarop je ergens kunt komen; het woord kan ook een gewone weg buiten een station aanduiden.
zum zum betekent hier naar het, in de richting van het perron. Het is de vaste samengetrokken vorm van zu dem; een bruikbaar patroon is ein Weg zum + doel.
richtigen richtigen betekent hier juiste of correcte en beschrijft welk perron bedoeld wordt. De vorm staat vóór Bahnsteig; je gebruikt dit om de juiste keuze uit meerdere mogelijkheden aan te geven.
Bahnsteig Bahnsteig betekent perron, de plaats op het station waar je op de trein wacht. In zum richtigen Bahnsteig is het het doel van de route; een bruikbaar patroon is zum Bahnsteig gehen.
Der Der is hier het bepaalde lidwoord vóór nächstgelegene Aufzug: de dichtstbijzijnde lift. Het verwijst naar een specifieke lift die op dat moment relevant is.
nächstgelegene nächstgelegene betekent dichtstbijzijnde en beschrijft welke Aufzug bedoeld wordt. De vorm staat vóór Aufzug; je gebruikt haar wanneer je één plaats vergelijkt met andere mogelijke plaatsen.
Aufzug Aufzug betekent lift. In Der nächstgelegene Aufzug gaat het om de lift die normaal het dichtst bij de reiziger is; een bruikbaar patroon is den Aufzug nehmen.
ist ist betekent is en verbindt de lift met haar toestand: gesloten. Het is de vorm van sein die bij Der Aufzug hoort; een bruikbaar patroon is Der Aufzug ist + toestand.
im im betekent hier in het en maakt samen met Moment de tijdsaanduiding im Moment: op dit moment. im is de samengetrokken vorm van in dem; gebruik im Moment om een huidige situatie aan te geven.
Moment Moment betekent moment en verwijst hier naar de huidige tijd in im Moment. Samen geeft de uitdrukking aan dat de lift nu gesloten is.
wegen wegen betekent wegens of vanwege en noemt de reden waarom de lift gesloten is. Het wordt gebruikt vóór de reden, hier Wartungsarbeiten; een bruikbaar patroon is wegen + reden.
Wartungsarbeiten Wartungsarbeiten betekent onderhoudswerkzaamheden. In wegen Wartungsarbeiten verklaart het waarom de lift gesloten is; je gebruikt het voor werkzaamheden om een voorziening te onderhouden.
geschlossen geschlossen betekent gesloten en beschrijft hier de toestand van de lift. Het staat na ist in ist ... geschlossen; dezelfde beschrijving kan in een station gebruikt worden voor een ingang of andere voorziening die niet open is.
Das Das verwijst hier naar de zojuist genoemde situatie, namelijk dat de dichtstbijzijnde lift gesloten is. In Das könnte ... is het onderwerp van de beoordeling; het kan ook als bepaald lidwoord vóór een onzijdig zelfstandig naamwoord voorkomen.
könnte könnte betekent hier zou kunnen en drukt een mogelijke moeilijkheid uit, niet een vaststaand feit. Het is de vorm van können in een voorzichtige uitspraak; een bruikbaar patroon is Das könnte + beschrijving zijn.
mit mit betekent met en geeft hier aan dat de zware koffer de route moeilijker maakt. Het staat vóór meinem schweren Koffer; een bruikbaar patroon is schwierig mit + zelfstandig naamwoord.
meinem meinem betekent mijn en verwijst hier naar de koffer van de spreker. De vorm staat vóór Koffer in mit meinem schweren Koffer; gebruik haar om bezit bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord in deze constructie aan te geven.
schweren schweren betekent zware en beschrijft de koffer. De vorm staat vóór Koffer; je gebruikt het om aan te geven dat iets veel gewicht heeft.
Koffer Koffer betekent koffer. In mit meinem schweren Koffer noemt het de bagage die de verplaatsing moeilijk kan maken; een bruikbaar patroon is mit meinem Koffer reisen.
schwierig schwierig betekent moeilijk en beoordeelt hier het lopen met de zware koffer. In mit meinem schweren Koffer schwierig beschrijft het de verwachte inspanning; je kunt het gebruiken voor een route, taak of situatie.
sein sein betekent zijn en maakt samen met könnte de mogelijkheid compleet: zou moeilijk kunnen zijn. Het is de basisvorm van sein na könnte; een bruikbaar patroon is könnte ... schwierig sein.
Nehmen Nehmen betekent hier neem of neemt u en geeft een beleefde instructie om een bepaalde lift te gebruiken. De vorm staat aan het begin van de opdracht; een bruikbaar patroon is Nehmen Sie + vervoermiddel of voorwerp.
Sie Sie betekent u en is hier de formele aanspreekvorm voor de reiziger. In Nehmen Sie spreekt het stationspersoneel de reiziger beleefd aan; dezelfde vorm wordt gebruikt in formele instructies en vragen.
den den is hier het bepaalde lidwoord vóór Aufzug: de lift. Het verwijst naar een specifieke lift die de reiziger moet nemen.
beim beim betekent hier bij het, in de betekenis van bij de noordelijke ingang. Het is de samengetrokken vorm van bei dem; een bruikbaar patroon is beim + plaatsaanduiding.
Nordeingang Nordeingang betekent noordingang. In beim Nordeingang geeft het de plaats van de alternatieve lift aan; je gebruikt het om een ingang aan de noordkant van een gebouw te benoemen.
Dafür Dafür betekent daarvoor en verwijst hier naar het nemen van de lift bij de noordelijke ingang. Het introduceert het gevolg daarvan, namelijk dat de reiziger een stukje moet lopen; het kan in andere contexten ook ‘voor dat doel’ betekenen.
müssen müssen betekent moeten en drukt hier uit dat de reiziger een stukje te voet moet gaan. Met Sie is dit de formele vorm in de instructie; een bruikbaar patroon is Sie müssen + handeling.
ein ein betekent hier een en staat vóór kurzes Stück. Het introduceert een kleine, niet precies bepaalde afstand; een bruikbaar patroon is ein + hoeveelheid of afstand.
kurzes kurzes betekent kort en beschrijft Stück als een beperkte afstand. De vorm staat vóór Stück; je gebruikt haar om een korte duur of afstand te beschrijven wanneer het zelfstandig naamwoord daarbij past.
Stück Stück betekent hier stukje en verwijst naar een korte afstand die de reiziger moet lopen. In ein kurzes Stück zu Fuß gehen gaat het niet om een voorwerp, maar om de lengte van de wandeling.
zu Fuß zu Fuß betekent te voet en maakt duidelijk dat de verplaatsing lopend gebeurt. De vaste uitdrukking bestaat uit zu en Fuß en wordt gebruikt bij een werkwoord voor verplaatsing, hier zu Fuß gehen.
gehen gehen betekent hier gaan of lopen en beschrijft de verplaatsing naar de andere lift. Na müssen staat de basisvorm gehen; een bruikbaar patroon is zu Fuß gehen.
Könnten Könnten betekent hier zou u kunnen en maakt de vraag extra beleefd. Het is de vorm van können in een voorzichtige verzoekzin; een bruikbaar patroon is Könnten Sie mir ... zeigen?
mir mir betekent mij en geeft aan voor wie de weg gewezen moet worden. In mir den Weg zeigen is de spreker de ontvanger van de hulp; dit patroon gebruik je wanneer iemand iets aan jou laat zien of uitlegt.
dorthin dorthin betekent daarheen en verwijst naar de eerder genoemde lift bij de noordelijke ingang. Het benadrukt de richting naar een plaats; een bruikbaar patroon is den Weg dorthin zeigen.
zeigen zeigen betekent hier wijzen of laten zien en gaat over het aanwijzen van de route. Na Könnten Sie ... staat zeigen in de basisvorm; een bruikbaar patroon is jemandem den Weg zeigen.
oder oder betekent of en verbindt hier twee mogelijkheden in één vraag: de weg wijzen of aangeven of de borden makkelijk te volgen zijn. Je gebruikt het om alternatieven naast elkaar te zetten.
kann kann betekent hier kan en vraagt of iets mogelijk is. In kann man den Schildern leicht folgen gaat het om de algemene mogelijkheid om de borden te volgen; het is de vorm van können bij man.
man man betekent hier men of je in algemene zin en verwijst niet naar één specifieke persoon. In kann man den Schildern leicht folgen maakt het de vraag algemeen: kan iemand de borden gemakkelijk volgen?
Schildern Schildern betekent hier borden, namelijk de bewegwijzering in het station. In den Schildern leicht folgen staat het bij volgen; een bruikbaar patroon is den Schildern folgen.
leicht leicht betekent hier gemakkelijk en beschrijft hoe het volgen van de borden verloopt. Het staat bij folgen in kann man den Schildern leicht folgen; je gebruikt het om een handeling als weinig moeilijk te beoordelen.
folgen folgen betekent volgen, hier de borden volgen om de route te vinden. In den Schildern leicht folgen hoort het bij de borden; een bruikbaar patroon is den Schildern folgen.
an an hoort hier bij de routeaanduiding an den Fahrkartenautomaten vorbei en geeft aan dat je langs de kaartautomaten gaat. De betekenis ontstaat samen met vorbei; een bruikbaar patroon is an + plaats + vorbei gehen.
Fahrkartenautomaten Fahrkartenautomaten betekent kaartautomaten, de automaten waar je kaartjes koopt. In an den Fahrkartenautomaten vorbei noemt het een herkenningspunt op de route; het meervoud verwijst naar de aanwezige automaten.
vorbei vorbei betekent voorbij en geeft aan dat je langs een punt verdergaat. In an den Fahrkartenautomaten vorbei hoort het bij an; samen beschrijven ze dat je de kaartautomaten passeert.
und und betekent en en verbindt hier twee opeenvolgende route-instructies. Het koppelt langs de kaartautomaten gaan aan de blauwe borden volgen.
dann dann betekent hier daarna en ordent de route-instructies in de tijd. Het geeft aan dat de reiziger eerst langs de kaartautomaten gaat en vervolgens de borden volgt.
blauen blauen betekent blauwe en beschrijft Schildern. In den blauen Schildern maakt de kleur duidelijk welke bewegwijzering de reiziger moet volgen; je gebruikt een kleur zo om iets herkenbaar aan te wijzen.
Erreiche Erreiche betekent hier haal of bereik en vraagt of de spreker de trein nog op tijd zal bereiken. Het is de vorm van erreichen bij ich in een vraag; een bruikbaar patroon is ein Ziel erreichen.
ich ich betekent ik en verwijst naar de reiziger die de trein wil halen. In Erreiche ich den Zug ... is ich de persoon die de handeling uitvoert.
Zug Zug betekent trein. In Erreiche ich den Zug gaat het om de trein die de reiziger nog wil halen; een bruikbaar patroon is den Zug erreichen.
noch noch betekent hier nog en benadrukt dat de trein misschien nog op tijd gehaald kan worden. In Erreiche ich den Zug noch ... verwijst het naar de resterende mogelijkheid vóór het vertrek.
bevor bevor betekent voordat en introduceert de tijdsgrens waarbinnen de trein bereikt moet worden. In bevor er abfährt staat de gebeurtenis van vertrek na deze voegwoordelijke inleiding.
er er betekent hij en verwijst hier naar der Zug, de trein. In bevor er abfährt voorkomt het dat Zug opnieuw genoemd moet worden.
abfährt abfährt betekent hier vertrekt, in de context dat de trein van het station vertrekt. Het is de vorm van abfahren bij er; een bruikbaar patroon is bevor der Zug abfährt.
Wenn Wenn betekent hier als en leidt een voorwaarde in: als u nu vertrekt. Het verbindt de voorwaarde met de verwachting dat de reiziger nog tijd zal hebben.
jetzt jetzt betekent nu en verwijst naar het huidige moment waarop de reiziger moet vertrekken. In Wenn Sie jetzt losgehen bepaalt het wanneer de voorwaarde wordt uitgevoerd.
losgehen losgehen betekent hier vertrekken of op weg gaan. In Wenn Sie jetzt losgehen beschrijft het het moment waarop de reiziger begint te lopen; een bruikbaar patroon is jetzt losgehen.
sollten sollten betekent hier zouden waarschijnlijk en geeft een voorzichtige verwachting dat de reiziger genoeg tijd heeft. Het is de vorm van sollen bij Sie; een bruikbaar patroon is Sie sollten noch Zeit haben.
etwas etwas betekent hier wat of enige en geeft aan dat er nog een niet precies bepaalde hoeveelheid tijd over is. In etwas Zeit haben staat het vóór Zeit; een bruikbaar patroon is noch etwas Zeit haben.
Zeit Zeit betekent tijd. In noch etwas Zeit haben gaat het om de resterende tijd vóór een aankomst of vertrek; je gebruikt het in uitdrukkingen over beschikbare tijd.
haben haben betekent hebben en verwijst hier naar het beschikken over resterende tijd. Na sollten staat haben in de basisvorm; een bruikbaar patroon is noch Zeit haben.
dort dort betekent daar en verwijst naar de plaats waar de reiziger naartoe gaat. In wenn Sie dort ankommen is het die bedoelde bestemming; het woord wordt gebruikt om een eerder genoemde plaats aan te wijzen.
ankommen ankommen betekent aankomen op de bedoelde bestemming. In wenn Sie dort ankommen beschrijft het het moment waarop de reiziger daar arriveert; een bruikbaar patroon is dort ankommen.
in in betekent hier in of naar en maakt samen met diese Richtung de richtingsaanduiding in diese Richtung: in deze richting. Het geeft aan welke kant de spreker op gaat.
diese diese betekent deze en staat vóór Richtung. In diese Richtung verwijst het naar de richting die op dat moment bedoeld of aangewezen wordt; een bruikbaar patroon is in diese Richtung gehen.
Richtung Richtung betekent richting. In in diese Richtung beschrijft het de kant waarheen de spreker gaat; je gebruikt het om een bewegingsrichting aan te geven.
Fragen Fragen betekent hier vraag of vraagt u en geeft een formele instructie. In Fragen Sie das Personal vraagt het personeel om hulp of informatie; een bruikbaar patroon is jemanden fragen.
Personal Personal betekent personeel en verwijst hier naar de medewerkers bij de ingang. In das Personal fragen is het de groep mensen aan wie de reiziger hulp kan vragen.
am am betekent hier bij de of bij het en maakt samen met Eingang de plaatsaanduiding am Eingang. Het is de samengetrokken vorm van an dem; een bruikbaar patroon is am Eingang warten.
Eingang Eingang betekent ingang. In das Personal am Eingang gaat het om het personeel dat bij de ingang staat; je gebruikt het voor de plek waar je een gebouw binnengaat.
unterwegs unterwegs betekent onderweg en verwijst naar de tijd tijdens de verplaatsing naar het perron. In wenn Sie unterwegs Hilfe brauchen gaat het om hulp die tijdens de route nodig kan zijn.
Hilfe Hilfe betekent hulp. In unterwegs Hilfe brauchen gaat het om praktische ondersteuning tijdens de route; een bruikbaar patroon is Hilfe brauchen.
brauchen brauchen betekent nodig hebben en beschrijft hier de behoefte aan hulp. In wenn Sie unterwegs Hilfe brauchen staat het bij Hilfe; een bruikbaar patroon is Hilfe brauchen.

Grammatica

Trennbare Verben: abfahren → Der Zug fährt ab.

Der Zug fährt ab.

deer tsoek feert ap.

De trein vertrekt.

Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel aan het einde van de zin: fährt ... ab.

Adjektivendungen vor Nomen: der nächstgelegene Bahnsteig

der nächstgelegene Bahnsteig

deer nechst-gelee-ge-ne baan-sjtajk

het dichtstbijzijnde perron

Na der krijgt het bijvoeglijk naamwoord in de nominatief vaak de uitgang -e.

Duits woordenschat

Aufzug zelfstandig naamwoord
auf-tsoek lift
Bahnsteig zelfstandig naamwoord
baan-sjtajk perron
barrierefrei bijvoeglijk naamwoord
ba-rie-e-re-fraaj toegankelijk; drempelvrij barrierefreien
Entschuldigung tussenwerpsel
ent-sjoel-die-goeng pardon; neem me niet kwalijk
geschlossen bijvoeglijk naamwoord
ge-sjlos-sen gesloten
Koffer zelfstandig naamwoord
kof-fer koffer
nächstgelegen bijvoeglijk naamwoord
nechst-ge-lee-ge-gen dichtstbijzijnde nächstgelegene
Nordeingang zelfstandig naamwoord
nort-ajngang noordelijke ingang
richtig bijvoeglijk naamwoord
riech-tiech juist; correcte richtigen
schwer bijvoeglijk naamwoord
sjweer zwaar schweren
Wartungsarbeit zelfstandig naamwoord
var-toengs-ar-bajt onderhoudswerkzaamheid Wartungsarbeiten
Weg zelfstandig naamwoord
week weg; route

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga nu die kant op.

Antwoord tonenIch gehe jetzt in diese Richtung.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

perron

Antwoord tonenBahnsteig

lift

Antwoord tonenAufzug

gesloten

Antwoord tonengeschlossen

juist; correcte

Antwoord tonenrichtigen