Een verloren paraplu melden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a transport service point, a passenger reports an umbrella left on a bus and gives details for a lost item report..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een verloren paraplu melden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe meinen Regenschirm heute Morgen im Bus liegen lassen.

ich haa-buh mainen reegn-sjirm hoi-tuh mor-gn im boes liegn lassn. Ik heb mijn paraplu vanochtend in de bus laten liggen.
B

Du solltest mit den Angaben zur Fahrt eine Verlustmeldung aufgeben.

doe zol-tuhst mit deen aan-gaa-buhn tsoer faart ai-nuh fer-loest-mel-doeng auf-gee-buhn. Je kunt het beste met de gegevens van de rit een melding van een verloren voorwerp doen.
A

Er war in dem Bus, der hier während des morgendlichen Berufsverkehrs hielt.

eer vaar in deem boes, deer hier vee-runt des mor-gn-tlie-chuhn buh-roefs-fer-keers hielt. Hij lag in de bus die hier tijdens de ochtendspits stopte.
B

Kannst du den Regenschirm genau beschreiben?

kants doe deen reegn-sjirm guh-nau buh-sjraibn? Kun je de paraplu duidelijk beschrijven?
A

Er ist marineblau und zusammengeklappt und hat einen Holzgriff.

eer ist ma-ree-nee-blau oent tsoe-zam-muhng-uh-klapt oent hat ai-nuhn holts-grif. Hij is marineblauw en ingeklapt en heeft een houten handvat.
B

Trag eine Telefonnummer ein, damit das Personal dich kontaktieren kann, falls er gefunden wird.

traak ai-nuh tee-lee-foon-noe-ma ain, da-mit das per-zo-naal dich kon-tak-tie-ren kan, fals eer guh-foen-dn vird. Vul een telefoonnummer in, zodat het personeel contact met je kan opnemen als de paraplu wordt gevonden.
A

Wie lange dauert es normalerweise, bis ich eine Antwort bekomme?

wie lang-uh dau-urt es nor-maa-lee-vai-zuh, bis ich ai-nuh ant-vort buh-kom-muh. Hoe lang duurt het meestal voordat ik iets hoor?
B

Das hängt davon ab, aber gefundene Gegenstände werden oft bis zum Abend abgeholt.

das hengt da-foon ap, aa-buh guh-foen-duh-nuh gee-gn-sjtenduh ver-dn oft bis tsoem aa-bunt ap-guh-hoolt. Dat hangt ervan af, maar gevonden voorwerpen worden vaak voor de avond opgehaald.
A

Ich reiche das Formular jetzt ein und schaue morgen noch einmal nach.

ich rai-chuh das for-moe-laar jetst ain oent sjau-uh mor-gn noch ain-maal naach. Ik dien het formulier nu in en kijk morgen nog eens.
B

Eine genaue Beschreibung macht es dem Personal leichter, den Gegenstand zuzuordnen.

ai-nuh guh-nau-uh buh-sjrai-boeng makt es deem per-zo-naal laich-tuh, deen gee-gn-sjtandt tsoe-tsoe-ord-nuhn. Een specifieke beschrijving maakt het voor medewerkers gemakkelijker om het voorwerp aan je melding te koppelen.

Woord voor woord

Ich ‘Ich’ betekent ‘ik’ en is hier het onderwerp van de spreker. Aan het begin van een zin krijgt deze vorm een hoofdletter; midden in een zin staat dezelfde vorm als ‘ich’. Je gebruikt het om over jezelf te vertellen.
habe ‘habe’ betekent hier ‘heb’ en is het hulpwerkwoord in ‘Ich habe meinen Regenschirm heute Morgen im Bus liegen lassen.’ De vorm komt van haben en helpt om een afgeronde gebeurtenis in het verleden te beschrijven. Je gebruikt deze combinatie met wat iemand heeft achtergelaten.
meinen ‘meinen’ betekent ‘mijn’ en verwijst hier naar ‘Regenschirm’. De vorm komt van mein en staat in deze zin vóór het mannelijke lijdend voorwerp. Je gebruikt het om aan te geven dat een voorwerp van jou is.
Regenschirm ‘Regenschirm’ betekent ‘paraplu’; het is het voorwerp dat in de bus is achtergelaten. Het woord staat hier in de woordgroep ‘meinen Regenschirm’. Je gebruikt het wanneer je over een paraplu of regenscherm praat.
heute ‘heute’ betekent ‘vandaag’. In ‘heute Morgen’ geeft het aan dat de ochtend van vandaag wordt bedoeld. Je gebruikt het samen met een tijdsaanduiding om iets in de huidige dag te plaatsen.
Morgen ‘Morgen’ betekent in ‘heute Morgen’ ‘ochtend’. Het is hier een zelfstandig naamwoord en krijgt daarom een hoofdletter; het latere ‘morgen’ betekent ‘morgen’ als tijdsaanduiding. Je gebruikt ‘heute Morgen’ om naar de ochtend van vandaag te verwijzen.
im ‘im’ betekent ‘in het’ en is de vaste samentrekking van in dem. In ‘im Bus’ geeft het een plaats aan waar de paraplu lag. Je gebruikt het vóór een mannelijke of onzijdige plaatsaanduiding met een vaste locatie.
Bus ‘Bus’ betekent ‘bus’. In ‘im Bus’ is het de plaats waar de paraplu is achtergelaten. Je gebruikt het om naar dit vervoermiddel te verwijzen.
liegen ‘liegen’ betekent ‘liggen’ en maakt in ‘liegen lassen’ deel uit van de betekenis ‘ergens laten liggen’. Het woord staat hier als infinitief na ‘habe ... lassen’. Je gebruikt deze combinatie wanneer iets op een bepaalde plaats achterblijft.
lassen ‘lassen’ betekent hier niet simpelweg ‘laten’, maar vormt met ‘liegen’ de uitdrukking ‘liegen lassen’: iets ergens laten liggen. In ‘Ich habe meinen Regenschirm heute Morgen im Bus liegen lassen.’ beschrijft het dat de paraplu daar is achtergebleven. Je gebruikt het met een voorwerp en een plaats wanneer je iets per ongeluk of bewust ergens achterlaat.
Du ‘Du’ betekent ‘jij’ en is hier het onderwerp van een informeel advies. Aan het begin van de zin staat de vorm met een hoofdletter; midden in een zin verschijnt ‘du’. Je gebruikt het voor één persoon die je informeel aanspreekt.
solltest ‘solltest’ betekent ‘zou moeten’ en geeft hier een aanbeveling. De vorm komt van sollen en staat vóór de infinitief ‘aufgeben’ aan het einde van de zin. Je gebruikt het om iemand praktisch advies te geven.
mit ‘mit’ betekent ‘met’ en verbindt hier de melding met de gegevens van de rit: ‘mit den Angaben zur Fahrt’. Na ‘mit’ staat een datiefgroep. Je gebruikt het om aan te geven waarmee of met welke informatie iets wordt gedaan.
den ‘den’ is hier het bepaalde lidwoord bij het meervoud ‘Angaben’. Na ‘mit’ staat deze woordgroep in de datief. Je gebruikt ‘mit den’ vóór een meervoudige datiefgroep.
Angaben ‘Angaben’ betekent ‘gegevens’ of ‘informatie’. Hier gaat het om de informatie over de rit in ‘den Angaben zur Fahrt’. De vorm is het meervoud van Angabe en wordt gebruikt voor concrete gegevens die iemand verstrekt.
zur ‘zur’ betekent hier ‘over de’ of ‘met betrekking tot de’ en is de samentrekking van zu der. In ‘Angaben zur Fahrt’ verwijst het naar gegevens over de rit. Je gebruikt deze vorm vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
Fahrt ‘Fahrt’ betekent ‘rit’ of ‘reis’ en verwijst hier naar de busrit. In ‘Angaben zur Fahrt’ bepaalt het waarvan de gegevens zijn. Je gebruikt het bij een verplaatsing met bijvoorbeeld een bus of trein.
eine ‘eine’ betekent ‘een’ en staat hier vóór ‘Verlustmeldung’. Het is het onbepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het wanneer je één niet eerder gespecificeerde melding noemt.
Verlustmeldung ‘Verlustmeldung’ betekent ‘melding van een verloren voorwerp’. In de dialoog gaat het om de officiële melding voor de verloren paraplu. Je gebruikt het bij een vervoersbedrijf of andere dienst waar verloren voorwerpen worden geregistreerd.
aufgeben ‘aufgeben’ betekent hier ‘indienen’ of ‘opgeven’, namelijk een verliesmelding indienen. In ‘eine Verlustmeldung aufgeben’ staat het als infinitief na ‘solltest’. Je gebruikt het met iets dat je officieel indient, zoals een melding of formulier.
Er ‘Er’ betekent ‘hij’ en verwijst hier naar de paraplu, omdat ‘Regenschirm’ in het Duits mannelijk is. Aan het begin van de zin krijgt de vorm een hoofdletter; later staat dezelfde vorm als ‘er’. Je gebruikt het om niet telkens het zelfstandig naamwoord te herhalen.
war ‘war’ betekent ‘was’ en komt van sein. Hier beschrijft het waar de paraplu zich bevond: ‘Er war in dem Bus’. Je gebruikt deze verleden vorm om een vroegere toestand of plaats aan te geven.
in ‘in’ betekent hier ‘in’ en geeft de plaats van de paraplu aan. In ‘in dem Bus’ gaat het om een vaste locatie, niet om een beweging naar binnen. Je gebruikt het met een plaats waar iets zich bevindt.
dem ‘dem’ is hier het bepaalde lidwoord bij ‘Bus’ na ‘in’ voor een vaste plaats. De datiefvorm hoort bij de woordgroep ‘in dem Bus’. Je gebruikt ‘dem’ vóór een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord in de datief.
der ‘der’ betekent hier ‘die’ en is het betrekkelijk voornaamwoord dat naar ‘Bus’ verwijst. Het leidt de bijzin ‘der hier während des morgendlichen Berufsverkehrs hielt’ in en is daarin het onderwerp. Je gebruikt het om extra informatie over een eerder genoemd zelfstandig naamwoord toe te voegen.
hier ‘hier’ betekent ‘hier’ en verwijst naar de plaats waar de bus stopte. Het staat in de bijzin ‘der hier während des morgendlichen Berufsverkehrs hielt’. Je gebruikt het om een plaats vanuit de gesprekssituatie aan te wijzen.
während ‘während’ betekent ‘tijdens’ en plaatst het stoppen van de bus in de ochtendspits. Hier leidt het de woordgroep ‘während des morgendlichen Berufsverkehrs’ in. Je gebruikt het om aan te geven in welke periode iets gebeurt.
des ‘des’ is hier het bepaalde lidwoord in de genitief bij ‘Berufsverkehrs’. Het hoort bij de tijdsbepaling na ‘während’. Je gebruikt deze vorm in een mannelijke of onzijdige genitiefgroep.
morgendlichen ‘morgendlichen’ betekent ‘ochtend-’ en beschrijft hier het ‘Berufsverkehrs’. De vorm komt van morgendlich en is aangepast aan de woordgroep ‘des morgendlichen Berufsverkehrs’. Je gebruikt het om iets aan de ochtend te koppelen.
Berufsverkehrs ‘Berufsverkehrs’ betekent hier ‘spitsverkeer’ of ‘woon-werkverkeer’. Het verwijst naar de drukke verkeersperiode in de ochtend. Je gebruikt het in de tijdsbepaling ‘während des morgendlichen Berufsverkehrs’.
hielt ‘hielt’ betekent hier ‘stopte’ of ‘hield stil’ en komt van halten. Het beschrijft in de bijzin dat de bus op deze plaats stopte. Je gebruikt deze verleden vorm om een eerdere stop van een voertuig te beschrijven.
Kann In ‘Kannst du den Regenschirm genau beschreiben?’ is ‘Kann’ het begin van de vorm ‘Kannst’; de volledige vorm betekent ‘kun je’. De vorm komt van können en staat voor het onderwerp ‘du’ in een vraag. Je gebruikt deze vraag om te vragen of iemand iets kan doen.
genau ‘genau’ betekent hier ‘precies’ of ‘duidelijk’. Het geeft aan dat de beschrijving van de paraplu voldoende details moet bevatten. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij een verzoek om iets nauwkeurig te beschrijven.
beschreiben ‘beschreiben’ betekent ‘beschrijven’. Het staat als infinitief na de vorm ‘Kannst’ in de vraag over de paraplu. Je gebruikt het wanneer je kenmerken van een persoon, voorwerp of situatie met woorden weergeeft.
ist ‘ist’ betekent ‘is’ en komt van sein. In ‘Er ist marineblau und zusammengeklappt’ beschrijft het de eigenschappen en toestand van de paraplu. Je gebruikt het om een kenmerk of toestand aan te geven.
marineblau ‘marineblau’ betekent ‘marineblauw’. Het beschrijft hier de kleur van de paraplu na ‘Er ist’. Je gebruikt het om een donkerblauwe kleur van een voorwerp aan te geven.
und ‘und’ betekent ‘en’ en verbindt hier eigenschappen en informatie over dezelfde paraplu. In ‘Er ist marineblau und zusammengeklappt und hat einen Holzgriff’ worden meerdere kenmerken opgesomd. Je gebruikt het om gelijkwaardige woorden of zinsdelen met elkaar te verbinden.
zusammengeklappt ‘zusammengeklappt’ betekent ‘ingeklapt’ en beschrijft de toestand van de paraplu. Het staat na ‘ist’ naast de kleur ‘marineblau’. Je gebruikt het voor iets dat dicht- of samengeklapt is.
hat ‘hat’ betekent ‘heeft’ en komt van haben. Hier introduceert het een kenmerk van de paraplu: ‘hat einen Holzgriff’. Je gebruikt het om bezit of een onderdeel van iets te beschrijven.
einen ‘einen’ betekent ‘een’ en staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord ‘Holzgriff’. In deze zin is het de vorm van het onbepaalde lidwoord bij het lijdend voorwerp. Je gebruikt het wanneer je één concreet onderdeel noemt.
Holzgriff ‘Holzgriff’ betekent ‘houten handvat’. Het beschrijft een herkenbaar onderdeel van de paraplu. Je gebruikt het om het materiaal en de functie van een handvat samen te benoemen.
Trag ‘Trag’ betekent hier ‘vul in’ en is de gebiedende wijs in ‘Trag eine Telefonnummer ein’. De vorm hoort bij het scheidbare werkwoord eintragen, waarbij ‘ein’ aan het einde staat. Je gebruikt deze instructie wanneer iemand gegevens in een formulier moet invullen.
Telefonnummer ‘Telefonnummer’ betekent ‘telefoonnummer’. Hier is het de informatie die in de melding moet worden ingevuld. Je gebruikt het wanneer een dienst iemand telefonisch moet kunnen bereiken.
ein ‘ein’ is hier het afgescheiden deel van eintragen en betekent niet zelfstandig ‘in’. In ‘Trag eine Telefonnummer ein’ geeft het samen met ‘Trag’ de handeling van invullen aan. Je gebruikt dit deelwoord aan het einde van een hoofdzin met een scheidbaar werkwoord.
damit ‘damit’ betekent ‘zodat’ en leidt hier het doel van het invullen van een telefoonnummer in. In de bijzin ‘damit das Personal dich kontaktieren kann’ staat het werkwoordelijke deel aan het einde. Je gebruikt het om een doel of beoogd gevolg uit te drukken.
das ‘das’ betekent in ‘das Personal’ ‘het’ en is daar het bepaalde lidwoord. Aan het begin van de latere zin staat de hoofdlettervorm ‘Das’ in ‘Das hängt davon ab’ als verwijzing naar een vooraf genoemde situatie. Je gebruikt de twee vormen dus respectievelijk vóór een zelfstandig naamwoord en als verwijzend voornaamwoord.
Personal ‘Personal’ betekent ‘personeel’ en verwijst hier naar de medewerkers van de vervoersdienst. Het staat in de bijzin als degene die contact kan opnemen. Je gebruikt het als verzamelnaam voor medewerkers van een organisatie.
dich ‘dich’ betekent ‘jou’ en is hier de persoon met wie het personeel contact opneemt. Het is de informele vorm voor één aangesproken persoon in de objectpositie. Je gebruikt het na een werkwoord dat iemand als contactpersoon noemt.
kontaktieren ‘kontaktieren’ betekent ‘contact opnemen met’ of ‘contacteren’. Het staat als infinitief na ‘kann’ in ‘damit das Personal dich kontaktieren kann’. Je gebruikt het met de persoon die bereikbaar moet worden gemaakt.
falls ‘falls’ betekent ‘als’ of ‘in het geval dat’. Hier introduceert het de voorwaarde dat de paraplu wordt gevonden. Je gebruikt het om een mogelijke voorwaarde of gebeurtenis te benoemen.
gefunden ‘gefunden’ betekent ‘gevonden’ en komt van finden. In ‘falls er gefunden wird’ maakt het deel uit van de passieve constructie: de paraplu wordt gevonden. Je gebruikt deze vorm wanneer de nadruk ligt op wat er met het voorwerp gebeurt.
wird ‘wird’ betekent hier ‘wordt’ en komt van werden. Samen met ‘gefunden’ vormt het ‘gefunden wird’, waarmee de passieve gebeurtenis wordt uitgedrukt. Je gebruikt het om te zeggen dat iets door iemand gevonden kan worden zonder die persoon te noemen.
Wie ‘Wie’ betekent ‘hoe’ en opent hier de vraag naar de duur. In ‘Wie lange dauert es normalerweise...?’ vraagt het samen met ‘lange’ hoeveel tijd iets kost. Je gebruikt het om naar de manier of mate te vragen.
lange ‘lange’ betekent hier ‘lang’ en vormt samen met ‘Wie’ de vraag ‘hoe lang’. Het verwijst naar de tijd tot de spreker antwoord krijgt. Je gebruikt het in vragen naar de duur van een proces.
dauert ‘dauert’ betekent ‘duurt’ en komt van dauern. In ‘Wie lange dauert es normalerweise...?’ beschrijft het hoeveel tijd een proces in beslag neemt. Je gebruikt het met ‘es’ en een tijdsvraag wanneer je naar de duur vraagt.
es ‘es’ is hier het onpersoonlijke onderwerp bij ‘dauert’ en verwijst niet naar een concreet voorwerp. In ‘Wie lange dauert es normalerweise...?’ maakt het de algemene vraag naar de benodigde tijd mogelijk. Je gebruikt deze vorm in vaste onpersoonlijke tijdsuitdrukkingen.
normalerweise ‘normalerweise’ betekent ‘gewoonlijk’ of ‘normaal gesproken’. Hier beperkt het de vraag tot de gebruikelijke duur. Je gebruikt het om een normale of verwachte gang van zaken te beschrijven.
bis ‘bis’ betekent ‘totdat’ en markeert hier het moment waarop de spreker een antwoord krijgt. Het leidt de bijzin ‘bis ich eine Antwort bekomme’ in. Je gebruikt het om een eindpunt in de tijd aan te geven.
Antwort ‘Antwort’ betekent ‘antwoord’. In ‘eine Antwort bekomme’ gaat het om de reactie van de vervoersdienst. Je gebruikt het voor een mondelinge of schriftelijke reactie op een vraag of melding.
bekomme ‘bekomme’ betekent ‘krijg’ of ‘ontvang’ en komt van bekommen. Hier gaat het om het ontvangen van een antwoord. Je gebruikt het met iets dat je ontvangt, zoals ‘eine Antwort’.
hängt ‘hängt’ betekent in deze zin ‘hangt af’ en komt van abhängen. Het hoort bij de vaste combinatie ‘Das hängt davon ab’. Je gebruikt het om te zeggen dat een uitkomst afhankelijk is van omstandigheden.
davon ‘davon’ betekent hier ‘daarvan’ en verwijst naar de omstandigheden waarvan de duur afhankelijk is. Samen met ‘hängt’ en ‘ab’ vormt het ‘hängt davon ab’. Je gebruikt het om naar een eerder genoemde oorzaak of voorwaarde terug te verwijzen.
ab ‘ab’ is hier het afgescheiden deel van abhängen en staat aan het einde van de hoofdzin. Samen met ‘hängt’ geeft het de betekenis ‘afhangen’ in ‘Das hängt davon ab’. Je gebruikt dit partikel bij een scheidbaar werkwoord wanneer de zin eindigt.
aber ‘aber’ betekent ‘maar’ en verbindt de onzekerheid over de duur met de geruststellende informatie over gevonden voorwerpen. Het markeert hier een tegenstelling of nuancering. Je gebruikt het om na een eerste mededeling een afwijkende of aanvullende mededeling te geven.
gefundene ‘gefundene’ betekent ‘gevonden’ en beschrijft hier ‘Gegenstände’. De vorm is afgeleid van gefunden en krijgt in deze woordgroep de uitgang ‘-e’. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat de voorwerpen zijn teruggevonden.
Gegenstände ‘Gegenstände’ betekent ‘voorwerpen’ of ‘items’. Hier gaat het om voorwerpen die door de dienst zijn gevonden en opgehaald. De vorm is het meervoud van Gegenstand en wordt gebruikt voor concrete spullen.
werden ‘werden’ betekent hier ‘worden’ en is het hulpwerkwoord in ‘gefundene Gegenstände werden oft bis zum Abend abgeholt’. Samen met ‘abgeholt’ vormt het een passieve zin. Je gebruikt het wanneer de handeling op de voorwerpen wordt gericht.
oft ‘oft’ betekent ‘vaak’. Hier geeft het aan dat gevonden voorwerpen geregeld vóór of rond de avond worden opgehaald, maar niet altijd. Je gebruikt het om een herhaaldelijke gebeurtenis te beschrijven.
zum ‘zum’ betekent hier ‘tot de’ of ‘tegen de tijd van’ en is de samentrekking van zu dem. In ‘bis zum Abend’ markeert het samen met ‘bis’ het tijdseindpunt. Je gebruikt deze vorm vóór een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord.
Abend ‘Abend’ betekent ‘avond’. In ‘bis zum Abend’ geeft het het tijdstip aan waarvoor de voorwerpen vaak worden opgehaald. Je gebruikt het om naar de avondperiode te verwijzen.
abgeholt ‘abgeholt’ betekent ‘opgehaald’ en komt van abholen. In ‘werden ... abgeholt’ beschrijft het wat er met de gevonden voorwerpen gebeurt. Je gebruikt het voor iets dat door iemand ergens wordt opgehaald.
reiche ‘reiche’ betekent hier ‘dien in’ en komt van einreichen. In ‘Ich reiche das Formular jetzt ein’ staat het afgescheiden deel ‘ein’ aan het einde van de hoofdzin. Je gebruikt het met een formulier of ander document dat je officieel indient.
Formular ‘Formular’ betekent ‘formulier’. Hier is het het document dat de spreker indient voor de verliesmelding. Je gebruikt het voor een document waarin je gevraagde gegevens invult.
jetzt ‘jetzt’ betekent ‘nu’ en geeft aan dat het formulier op dit moment wordt ingediend. Het staat in ‘Ich reiche das Formular jetzt ein’. Je gebruikt het om een handeling in de huidige tijd te plaatsen.
schaue ‘schaue’ betekent hier ‘kijk’ of ‘controleer’ en komt van nachschauen. In ‘schaue morgen noch einmal nach’ betekent het dat de spreker later opnieuw naar de status zal kijken. Je gebruikt het met ‘nach’ om iets te controleren of na te gaan.
noch ‘noch’ betekent hier ‘nog’ en vormt samen met ‘einmal’ de betekenis ‘nog een keer’. Het geeft aan dat de controle opnieuw zal plaatsvinden. Je gebruikt het in combinaties die een herhaling aangeven.
einmal ‘einmal’ betekent ‘een keer’ en krijgt in ‘noch einmal’ de betekenis ‘opnieuw’ of ‘nog een keer’. Samen met ‘noch’ beschrijft het een herhaalde controle. Je gebruikt het om het aantal of de herhaling van een handeling aan te geven.
nach ‘nach’ is hier het afgescheiden deel van nachschauen en staat aan het einde van de zin. Samen met ‘schaue’ betekent het ‘opnieuw controleren’ in ‘schaue morgen noch einmal nach’. Je gebruikt dit partikel bij het controleren van een status of resultaat.
genaue ‘genaue’ betekent ‘precieze’ of ‘specifieke’ en beschrijft hier de ‘Beschreibung’. De vorm komt van genau en is aangepast aan het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om aan te geven dat een beschrijving voldoende details bevat.
Beschreibung ‘Beschreibung’ betekent ‘beschrijving’. Hier gaat het om de kenmerken waarmee medewerkers de paraplu kunnen herkennen. Je gebruikt het voor een mondelinge of schriftelijke weergave van eigenschappen.
macht ‘macht’ betekent ‘maakt’ en komt van machen. In ‘Eine genaue Beschreibung macht es dem Personal leichter’ geeft het aan dat de beschrijving iets gemakkelijker maakt. Je gebruikt deze constructie om het effect van een handeling of hulpmiddel te beschrijven.
leichter ‘leichter’ betekent ‘gemakkelijker’ en is de vergrotende vorm van leicht. Hier beschrijft het dat een precieze beschrijving het werk voor het personeel eenvoudiger maakt. Je gebruikt het om twee niveaus van moeilijkheid of gemak met elkaar te vergelijken.
Gegenstand ‘Gegenstand’ betekent ‘voorwerp’ en verwijst hier naar de verloren paraplu. In ‘den Gegenstand zuzuordnen’ is het het voorwerp dat aan de melding moet worden gekoppeld. Je gebruikt het voor een concreet item wanneer een neutraler woord dan een specifieke soortnaam passend is.
zuzuordnen ‘zuzuordnen’ betekent hier ‘toewijzen’ of ‘koppelen’ en komt van zuordnen. In ‘den Gegenstand zuzuordnen’ gaat het erom het gevonden voorwerp aan de juiste melding te koppelen. Je gebruikt deze infinitiefconstructie wanneer iets bij een categorie, persoon of melding moet worden geplaatst.

Grammatica

eintragen → Trag ... ein

Trag die Telefonnummer ein.

traak dee tee-lee-foon-noe-ma ain.

Vul het telefoonnummer in.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan: eintragen → Trag ... ein.

abhängen → hängt ... davon ab

Das hängt davon ab.

das hengt da-fohn ap.

Dat hangt ervan af.

Bij abhängen staan het voorvoegsel ab en het verwijzende woord davon op verschillende plaatsen in de zin.

Duits woordenschat

Angabe zelfstandig naamwoord
aan-gaa-buh gegeven, informatie Angaben

mit den Angaben zur Fahrt

aufgeben werkwoord
auf-gee-buhn indienen, opgeven

eine Verlustmeldung aufgeben

Berufsverkehr zelfstandig naamwoord
buh-roefs-fer-keer woon-werkverkeer, ochtendspits

während des morgendlichen Berufsverkehrs

beschreiben werkwoord
buh-sjraibn beschrijven

Kannst du den Regenschirm genau beschreiben?

Fahrt zelfstandig naamwoord
faart rit zur Fahrt

mit den Angaben zur Fahrt

genau bijwoord
guh-nau precies, nauwkeurig

Kannst du den Regenschirm genau beschreiben?

halten werkwoord
haltn stoppen, halt houden hielt

der hier während des morgendlichen Berufsverkehrs hielt

liegen lassen uitdrukking
liegn lassn laten liggen

Ich habe meinen Regenschirm heute Morgen im Bus liegen lassen.

marineblau bijvoeglijk naamwoord
ma-ree-nee-blau marineblauw

Er ist marineblau und zusammengeklappt.

Regenschirm zelfstandig naamwoord
reegn-sjirm paraplu meinen Regenschirm

Ich habe meinen Regenschirm heute Morgen im Bus liegen lassen.

Verlustmeldung zelfstandig naamwoord
fer-loest-mel-doeng melding van een verloren voorwerp

eine Verlustmeldung aufgeben

zusammengeklappt bijvoeglijk naamwoord
tsoe-zam-muhng-uh-klapt ingeklapt

Er ist marineblau und zusammengeklappt.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je de paraplu duidelijk beschrijven?

Antwoord tonenKannst du den Regenschirm genau beschreiben?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beschrijven

Antwoord tonenbeschreiben

gegeven, informatie

Antwoord tonenAngaben

stoppen, halt houden

Antwoord tonenhielt

indienen, opgeven

Antwoord tonenaufgeben