Een vergissing bij het ophaalpunt oplossen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Outside a station, two adults fix a ride-share pickup mix-up by correcting the entrance, messaging the driver, and waiting near the taxi stand..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een vergissing bij het ophaalpunt oplossen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Fahrdienstfahrer kann den Abholort nicht finden.

Main faar-dienst-faarer kan deen ap-hohl-ort nikt fin-den. Mijn chauffeur van de ritdienst kan het ophaalpunt niet vinden.
B

Prüfe, ob dein Standort-Pin auf derselben Seite des Bahnhofs ist.

Pruu-fe, op dain sjtaandort-pien auf deer-zel-ben zai-te des baan-hoofs ist. Controleer of je locatiepin aan dezelfde kant van het station staat.
A

Der Pin zeigt den Hintereingang, aber ich bin am Haupteingang.

Deer pien tsaikt deen hin-ter-ain-gang, aa-ber ich bin am haupt-ain-gang. De pin wijst de achteringang aan, maar ik ben bij de hoofdingang.
B

Schreib dem Fahrer jetzt, bevor die Fahrt storniert wird.

Sjraip deem faarer yetst, be-foor die faart sjtornieert virt. Stuur de chauffeur nu een bericht voordat de rit wordt geannuleerd.
A

Ich werde sagen, dass ich neben dem Taxistand stehe.

Ich veer-de zaa-gen, das ich nee-ben deem tak-sie-sjtant sjtee-e. Ik zal zeggen dat ik naast de taxistandplaats sta.
B

Nenn auch die Farbe deiner Jacke, damit der Fahrer dich erkennen kann.

Nen auch die faar-be dai-ner yak-ke, da-mit deer faarer dich er-ken-nen kan. Noem ook de kleur van je jas, zodat de chauffeur je kan herkennen.
A

Was soll ich tun, wenn das Auto wegfährt, bevor der Fahrer mich findet?

Vas zol ich toon, ven das au-toh vek-feert, be-foor deer faarer mich fin-det? Wat moet ik doen als de auto wegrijdt voordat de chauffeur me vindt?
B

Nutze die App, um das Missverständnis zu erklären und eine neue Fahrt anzufordern.

Noot-se die ap, oem das mis-fer-sjten-tnis tsoe er-klee-ren oent ai-ne noi-uh faart an-tsoe-foor-dern. Gebruik de app om de vergissing uit te leggen en een nieuwe rit aan te vragen.
A

Der Fahrer hat geantwortet und wird bald umdrehen.

Deer faarer hat ge-ant-voort-et oent virt baalt oem-dree-en. De chauffeur heeft geantwoord en zal binnenkort omkeren.
B

Bleib in der Nähe des Taxistands, bis das Auto ankommt.

Blaip in deer nee-uh des tak-sie-sjtants, bis das au-toh an-komt. Blijf bij de taxistandplaats totdat de auto aankomt.

Woord voor woord

Mein In "Mein Fahrdienstfahrer" betekent "Mein" hier „mijn” en verwijst het naar de spreker. Het staat vóór het mannelijke onderwerp "Fahrdienstfahrer"; de basisvorm is "mein".
Fahrdienstfahrer "Fahrdienstfahrer" betekent hier de chauffeur van de ritdienst. Het is een samenstelling van een ritdienst en een chauffeur en vormt samen met "Mein" het onderwerp van de zin.
kann "kann" geeft hier aan dat de chauffeur de ophaallocatie niet kan vinden. Na "kann" staat het infinitief "finden" aan het einde van de hoofdzin; de basisvorm is "können".
den In "den Abholort" is "den" het bepaald lidwoord bij het mannelijke object van "finden". Deze vorm hoort bij het object in deze zin.
Abholort "Abholort" betekent hier de afgesproken plaats waar iemand wordt opgehaald. Het is een samenstelling van ophalen en plaats; samen met "den" is het het object van "finden".
nicht "nicht" ontkent hier dat de chauffeur de ophaallocatie kan vinden. Het staat bij de ontkende handeling "finden".
finden "finden" betekent hier de ophaallocatie lokaliseren. Het is het infinitief na "kann"; het patroon met een modaal werkwoord gebruikt een infinitief aan het einde van de zin.
Prüfe "Prüfe" is hier een directe aansporing om iets te controleren. Het is de bevelsvorm voor één aangesproken persoon van "prüfen" en wordt gevolgd door de bijzin met "ob".
ob "ob" leidt hier een indirecte ja-neevraag in: controleer of de pin aan dezelfde kant van het station is. In de bijzin staat het werkwoord "ist" aan het einde.
dein "dein" betekent hier „jouw” bij "Standort-Pin". Het bepaalt wie de locatiepin gebruikt en staat vóór het mannelijke onderwerp van de bijzin; de basisvorm is "dein".
Standort-Pin "Standort-Pin" betekent hier de pin die de locatie op de kaart aangeeft. Het woord is het onderwerp in "dein Standort-Pin ... ist".
auf In "auf derselben Seite des Bahnhofs" geeft "auf" de plaats aan waar de pin zich bevindt. Het hoort hier bij een locatie met "ist" en staat samen met "derselben Seite".
derselben "derselben" betekent hier „dezelfde” in "auf derselben Seite des Bahnhofs". Het verwijst naar een kant die overeenkomt met de bedoelde kant van het station en past zich aan de vorm van "Seite" aan.
Seite "Seite" betekent hier de kant van het station waarop de locatiepin staat. De vaste plaatsaanduiding "auf derselben Seite" kan ook worden gebruikt om twee locaties aan dezelfde kant te situeren.
des In "des Bahnhofs" markeert "des" de relatie „van het station”. Het staat vóór "Bahnhofs" in de woordgroep die aangeeft van welk station de kant is.
Bahnhofs "Bahnhofs" betekent hier „station” in de woordgroep "des Bahnhofs". De vorm hoort bij de aanduiding van de kant van het station; de basisvorm is "Bahnhof".
ist "ist" zegt hier dat de locatiepin zich op een bepaalde kant van het station bevindt. Het is de vorm van "sein" bij het onderwerp "dein Standort-Pin".
Der In "Der Pin" is "Der" het bepaald lidwoord vóór het mannelijke onderwerp. Dezelfde vorm kan in een zin ook lager geschreven voorkomen, afhankelijk van de plaats in de zin.
Pin "Pin" betekent hier de locatiepin die op de kaart een ingang aanwijst. In "Der Pin zeigt den Hintereingang" is het de aangewezen informatiebron en het onderwerp van "zeigt".
zeigt "zeigt" betekent hier dat de pin de achteringang aanwijst of toont. Het onderwerp "Der Pin" bepaalt deze werkwoordsvorm; de basisvorm is "zeigen".
Hintereingang "Hintereingang" betekent hier de ingang aan de achterkant van het station. Het is wat de pin aanwijst in "Der Pin zeigt den Hintereingang" en is een samenstelling van achterzijde en ingang.
aber "aber" verbindt hier twee tegengestelde feiten: de pin wijst de achteringang aan, maar de spreker staat bij de hoofdingang. Het kan een correctie of tegenstelling in een gesprek inleiden.
ich "ich" verwijst hier naar de spreker die bij de hoofdingang staat. Het is het onderwerp van "bin"; aan het begin van een zin wordt het als "Ich" geschreven.
bin "bin" betekent hier dat de spreker zich bij de hoofdingang bevindt. Het is de vorm van "sein" bij "ich" en staat in "ich bin".
am "am" geeft hier een plaats aan: de spreker is bij de hoofdingang. Het is de vaste verkorte vorm van "an dem" in "am Haupteingang".
Haupteingang "Haupteingang" betekent hier de hoofdingang van het station. In "am Haupteingang" benoemt het de plaats waar de spreker staat; het is een samenstelling van hoofd- en ingang.
Schreib "Schreib" is hier een directe opdracht om de chauffeur een bericht te sturen. Het is de bevelsvorm voor één aangesproken persoon van "schreiben".
dem In "Schreib dem Fahrer" geeft "dem" aan aan wie het bericht wordt geschreven. Het is het bepaald lidwoord bij de ontvanger van de handeling "schreiben".
Fahrer "Fahrer" betekent hier de chauffeur die de rit uitvoert. In "Schreib dem Fahrer" is hij de persoon aan wie je een bericht schrijft; de basisvorm is "Fahrer".
jetzt "jetzt" betekent hier „nu” en maakt duidelijk dat het bericht onmiddellijk moet worden gestuurd. Het kan in een opdracht de gewenste timing aangeven.
bevor "bevor" betekent hier „voordat” en stelt het bericht sturen tegenover het mogelijk annuleren van de rit. Het leidt de bijzin "bevor die Fahrt storniert wird" in, waarin het werkwoord aan het einde staat.
die In "die Fahrt" is "die" het bepaald lidwoord bij de rit die mogelijk wordt geannuleerd. De woordgroep is het onderwerp van "storniert wird".
Fahrt "Fahrt" betekent hier de rit van de ritdienst. In "die Fahrt storniert wird" is de rit datgene wat wordt geannuleerd; de basisvorm is "Fahrt".
storniert "storniert" betekent hier „geannuleerd” in de passieve uitdrukking "storniert wird". Het beschrijft wat er met de rit gebeurt; de basisvorm is "stornieren".
wird "wird" helpt hier om de passieve betekenis „wordt geannuleerd” te vormen in "storniert wird". Het staat in de bijzin na het voltooid deelwoord "storniert"; de basisvorm is "werden".
werde "werde" geeft hier aan dat de spreker iets zal zeggen. Het vormt samen met het infinitief "sagen" de toekomstige handeling; de basisvorm is "werden".
sagen "sagen" betekent hier informatie aan de chauffeur doorgeven. Het is het infinitief na "werde" en introduceert wat de spreker zal melden.
dass "dass" leidt hier de inhoud in van wat de spreker zal zeggen: dat hij naast de taxistand staat. In de bijzin staat "stehe" aan het einde.
neben In "neben dem Taxistand" betekent "neben" „naast” en beschrijft het de plaats van de spreker. Het wordt hier gebruikt met een plaatsaanduiding en hoort bij "stehe".
Taxistand "Taxistand" betekent hier de standplaats voor taxi's waar de spreker staat te wachten. Het staat in de plaatsaanduiding "neben dem Taxistand"; de basisvorm is "Taxistand".
stehe "stehe" betekent hier dat de spreker op die plek staat. Het is de vorm van "stehen" bij "ich" in de bijzin na "dass".
Nenn "Nenn" is hier een directe opdracht om iets te vermelden. Het is de bevelsvorm voor één aangesproken persoon van "nennen" en krijgt hier de kleur van de jas als object.
auch "auch" betekent hier „ook” en voegt de kleur van de jas toe aan de informatie die aan de chauffeur moet worden gegeven. Het staat vóór de extra informatie "die Farbe deiner Jacke".
Farbe "Farbe" betekent hier de kleur van de jas. In "Nenn auch die Farbe deiner Jacke" is het datgene wat je aan de chauffeur moet noemen.
deiner "deiner" betekent hier „van jouw” in "die Farbe deiner Jacke". Het geeft aan dat de jas van de aangesproken persoon is en bepaalt de relatie tussen "Farbe" en "Jacke".
Jacke "Jacke" betekent hier het kledingstuk waarvan de kleur wordt genoemd. In "die Farbe deiner Jacke" specificeert het wiens kleur bedoeld wordt; de basisvorm is "Jacke".
damit "damit" betekent hier „zodat” en geeft het doel van het noemen van de jaskleur aan: de chauffeur moet de persoon kunnen herkennen. Het leidt de bijzin "damit der Fahrer dich erkennen kann" in.
dich "dich" verwijst hier naar de aangesproken persoon die de chauffeur moet herkennen. Het staat als object bij "erkennen"; de basisvorm van het voornaamwoord is "du".
erkennen "erkennen" betekent hier de persoon identificeren of herkennen aan de hand van de genoemde jaskleur. Het is het infinitief vóór "kann" in de bijzin.
Was "Was" betekent hier „wat” en vraagt naar de handeling die de spreker moet uitvoeren. Het staat aan het begin van de directe vraag "Was soll ich tun".
soll "soll" geeft hier aan dat de spreker om advies vraagt over wat hij moet doen. Het is de vorm van "sollen" bij "ich" in de vraag en wordt aangevuld door "tun".
tun "tun" betekent hier „doen” en verwijst naar de te nemen actie. Het is het infinitief na "soll" en staat aan het einde van de vraag.
wenn "wenn" betekent hier „als” en introduceert de voorwaarde dat de auto wegrijdt voordat de chauffeur de spreker vindt. In de bijzin staat "wegfährt" aan het einde.
das In "das Auto" is "das" het bepaald lidwoord bij de auto die mogelijk wegrijdt. De woordgroep is het onderwerp van "wegfährt".
Auto "Auto" betekent hier de auto van de chauffeur. In "wenn das Auto wegfährt" is het de auto die mogelijk vertrekt; de basisvorm is "Auto".
wegfährt "wegfährt" betekent hier dat de auto wegrijdt van de huidige plaats. Het werkwoord is in deze bijzin als één vorm geschreven en staat aan het einde; de basisvorm is "wegfahren".
mich "mich" verwijst hier naar de spreker die de chauffeur probeert te vinden. Het is het object bij "findet"; de basisvorm van het voornaamwoord is "ich".
findet "findet" betekent hier de spreker lokaliseren. Het staat in de bijzin "bevor der Fahrer mich findet" en heeft "der Fahrer" als onderwerp; de basisvorm is "finden".
Nutze "Nutze" is hier een directe opdracht om de app te gebruiken. Het is de bevelsvorm voor één aangesproken persoon van "nutzen".
App "App" betekent hier de applicatie van de ritdienst waarmee je het probleem kunt uitleggen en een nieuwe rit kunt aanvragen. Het is het object in "Nutze die App".
um "um" maakt hier samen met "zu erklären" en "anzufordern" een doelconstructie: gebruik de app met het doel beide handelingen uit te voeren. De constructie "um ... zu" geeft dus het doel van "Nutze die App" aan.
Missverständnis "Missverständnis" betekent hier het misverstand over het ophaalpunt. In "das Missverständnis zu erklären" is het wat via de app wordt uitgelegd; de basisvorm is "Missverständnis".
zu "zu" markeert hier het infinitief in de doelconstructie "um das Missverständnis zu erklären". Het hoort bij "erklären" en maakt duidelijk welke handeling het doel is.
erklären "erklären" betekent hier het misverstand uitleggen. Het staat in de doelconstructie "um das Missverständnis zu erklären" en krijgt "zu" vóór de infinitief.
und "und" verbindt hier twee handelingen met hetzelfde doel: het misverstand uitleggen en een nieuwe rit aanvragen. Het koppelt "zu erklären" aan "anzufordern".
eine In "eine neue Fahrt" is "eine" het onbepaald lidwoord bij een nieuwe rit. Het introduceert een rit die nog moet worden aangevraagd.
neue "neue" betekent hier „nieuwe” en beschrijft de rit die na het misverstand moet worden aangevraagd. Het staat vóór "Fahrt" in "eine neue Fahrt".
anzufordern "anzufordern" betekent hier een nieuwe rit aanvragen. Het is de infinitief van "anfordern" met "zu" ingevoegd, zoals vereist in de doelconstructie na "um".
hat "hat" vormt hier samen met "geantwortet" de voltooide handeling dat de chauffeur heeft geantwoord. Het is de vorm van "haben" bij "der Fahrer".
geantwortet "geantwortet" betekent hier dat de chauffeur een antwoord heeft gestuurd. Het staat samen met "hat" in de voltooide constructie "hat geantwortet"; de basisvorm is "antworten".
bald "bald" betekent hier „binnenkort” en geeft aan dat de chauffeur spoedig zal omkeren. Het bepaalt de timing van "umdrehen".
umdrehen "umdrehen" betekent hier van richting veranderen en terugrijden naar de spreker. Het is het infinitief na "wird" in "wird bald umdrehen"; de basisvorm is "umdrehen".
Bleib "Bleib" is hier een directe opdracht om op dezelfde plek in de buurt te blijven. Het is de bevelsvorm voor één aangesproken persoon van "bleiben".
in In "in der Nähe" maakt "in" deel uit van een vaste plaatsaanduiding voor „in de buurt”. Het geeft aan waar de aangesproken persoon moet blijven.
Nähe "Nähe" betekent hier de buurt of nabije omgeving van de taxistandplaats. In "in der Nähe des Taxistands" beschrijft het de plaats waar iemand moet blijven.
Taxistands "Taxistands" betekent hier „van de taxistandplaats” in "in der Nähe des Taxistands". De vorm geeft aan waarvan de buurt wordt bedoeld; de basisvorm is "Taxistand".
bis "bis" betekent hier „totdat” en geeft het eindpunt van het wachten aan: totdat de auto aankomt. Het leidt de bijzin "bis das Auto ankommt" in.
ankommt "ankommt" betekent hier dat de auto op de afgesproken plaats arriveert. Het is de samengevoegde vorm van het scheidbare werkwoord "ankommen" in de bijzin en staat daar aan het einde.

Grammatica

zu + trennbares werkwoord: anfordern → anzufordern

Ich versuche, eine Fahrt anzufordern.

Ich fer-tsoe-khe, ai-ne faart an-tsoe-foor-dern.

Ik probeer een rit aan te vragen.

Bij een trennbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en het werkwoord: anfordern wordt anzufordern.

derselbe in de datief: auf derselben Seite

Der Standort-Pin ist auf derselben Seite.

Deer sjtaandort-pien ist auf deer-zel-ben zai-te.

De locatiepin staat aan dezelfde kant.

Na auf bij een plaatsaanduiding staat datief; derselbe wordt daarom derselben bij het vrouwelijke woord Seite.

Duits woordenschat

Abholort zelfstandig naamwoord
ap-hohl-ort ophaalpunt
Bahnhof zelfstandig naamwoord
baan-hoof station
derselbe bepaler
deer-zel-be dezelfde derselben
Fahrdienstfahrer zelfstandig naamwoord
faar-dienst-faarer chauffeur van een ritdienst
finden werkwoord
fin-den vinden
Haupteingang zelfstandig naamwoord
haupt-ain-gang hoofdingang
Hintereingang zelfstandig naamwoord
hin-ter-ain-gang achteringang
prüfen werkwoord
pruu-fen controleren Prüfe
schreiben werkwoord
sjrai-ben schrijven Schreib
Seite zelfstandig naamwoord
zai-te kant
Standort-Pin zelfstandig naamwoord
sjtaandort-pien locatiepin
stornieren werkwoord
sjtornie-ren annuleren storniert

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

station

Antwoord tonenBahnhof

ophaalpunt

Antwoord tonenAbholort

vinden

Antwoord tonenfinden

kant

Antwoord tonenSeite