Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een vergissing bij het ophaalpunt oplossen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Mein Fahrdienstfahrer kann den Abholort nicht finden.
Main faar-dienst-faarer kan deen ap-hohl-ort nikt fin-den. Mijn chauffeur van de ritdienst kan het ophaalpunt niet vinden.Prüfe, ob dein Standort-Pin auf derselben Seite des Bahnhofs ist.
Pruu-fe, op dain sjtaandort-pien auf deer-zel-ben zai-te des baan-hoofs ist. Controleer of je locatiepin aan dezelfde kant van het station staat.Der Pin zeigt den Hintereingang, aber ich bin am Haupteingang.
Deer pien tsaikt deen hin-ter-ain-gang, aa-ber ich bin am haupt-ain-gang. De pin wijst de achteringang aan, maar ik ben bij de hoofdingang.Schreib dem Fahrer jetzt, bevor die Fahrt storniert wird.
Sjraip deem faarer yetst, be-foor die faart sjtornieert virt. Stuur de chauffeur nu een bericht voordat de rit wordt geannuleerd.Ich werde sagen, dass ich neben dem Taxistand stehe.
Ich veer-de zaa-gen, das ich nee-ben deem tak-sie-sjtant sjtee-e. Ik zal zeggen dat ik naast de taxistandplaats sta.Nenn auch die Farbe deiner Jacke, damit der Fahrer dich erkennen kann.
Nen auch die faar-be dai-ner yak-ke, da-mit deer faarer dich er-ken-nen kan. Noem ook de kleur van je jas, zodat de chauffeur je kan herkennen.Was soll ich tun, wenn das Auto wegfährt, bevor der Fahrer mich findet?
Vas zol ich toon, ven das au-toh vek-feert, be-foor deer faarer mich fin-det? Wat moet ik doen als de auto wegrijdt voordat de chauffeur me vindt?Nutze die App, um das Missverständnis zu erklären und eine neue Fahrt anzufordern.
Noot-se die ap, oem das mis-fer-sjten-tnis tsoe er-klee-ren oent ai-ne noi-uh faart an-tsoe-foor-dern. Gebruik de app om de vergissing uit te leggen en een nieuwe rit aan te vragen.Der Fahrer hat geantwortet und wird bald umdrehen.
Deer faarer hat ge-ant-voort-et oent virt baalt oem-dree-en. De chauffeur heeft geantwoord en zal binnenkort omkeren.Bleib in der Nähe des Taxistands, bis das Auto ankommt.
Blaip in deer nee-uh des tak-sie-sjtants, bis das au-toh an-komt. Blijf bij de taxistandplaats totdat de auto aankomt.Uitleg van de zinnen
Mein Fahrdienstfahrer kann den Abholort nicht finden.
Mijn chauffeur van de ritdienst kan het ophaalpunt niet vinden.
- Mein
- mijn
- Fahrdienstfahrer
- chauffeur van de ritdienst
- kann
- kan
- den Abholort
- het ophaalpunt
- nicht
- niet
- finden
- vinden
Uitgebreide uitleg
Mein betekent hier “mijn” en staat bij Fahrdienstfahrer. Omdat Fahrdienstfahrer het onderwerp is en mannelijk enkelvoud in de nominatief staat, heeft het bezittelijk woord hier de vorm mein. Vergelijk bijvoorbeeld: mein Fahrer — “mijn chauffeur”; meine Fahrerin — “mijn vrouwelijke chauffeur”. Fahrdienstfahrer is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Fahrdienst verwijst naar de ritdienst en Fahrer naar de persoon die rijdt. Het woord is mannelijk; het meervoud is Fahrdienstfahrer zonder zichtbare uitgang: die Fahrdienstfahrer. kann is de derde persoon enkelvoud van können en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit: “kan”. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin. Bijvoorbeeld: Der Fahrer kann warten. — “De chauffeur kan wachten.” den Abholort is het lijdend voorwerp: de plek waar iemand wordt opgehaald. Abholort is een samenstelling van abholen (“ophalen”) en Ort (“plaats”). Het zelfstandig naamwoord is mannelijk; daarom wordt het bepaalde lidwoord in de accusatief den: der Abholort → den Abholort. nicht ontkent hier de handeling finden: de chauffeur kan het ophaalpunt niet vinden. De ontkenning hoort dus bij de combinatie kann ... nicht finden, niet bij het zelfstandig naamwoord afzonderlijk. finden is de infinitief “vinden”. De tegenwoordige tijd zonder modaal werkwoord gebruikt bijvoorbeeld er findet — “hij vindt”; na kann blijft de vorm finden: Er kann den Ort finden. — “Hij kan de plek vinden.” Samen vormen de delen: Mein Fahrdienstfahrer (mijn chauffeur van de ritdienst) + kann ... nicht finden (kan ... niet vinden) + den Abholort (het ophaalpunt). De volledige betekenis is: “Mijn chauffeur van de ritdienst kan het ophaalpunt niet vinden.”
Prüfe, ob dein Standort-Pin auf derselben Seite des Bahnhofs ist.
Controleer of je locatiepin aan dezelfde kant van het station staat.
- Prüfe
- controleer
- ob
- of
- dein
- je/jouw
- Standort-Pin
- locatiepin
- auf
- aan
- derselben
- dezelfde
- Seite
- kant
- des Bahnhofs
- van het station
Uitgebreide uitleg
Prüfe is de gebiedende wijs van prüfen voor één persoon die informeel wordt aangesproken: “controleer”. De beleefde vorm is Prüfen Sie. Hier is het een opdracht aan de aangesprokene. ob leidt een bijzin met een ja-neevraag in indirecte vorm in. In zo’n Duitse bijzin staat de persoonsvorm doorgaans achteraan: ob ... ist. Het betekent hier “of”, niet “ofwel” bij een keuze tussen twee mogelijkheden. dein is een bezittelijk bepalend woord: “je/jouw”. De vorm hangt hier samen met het zelfstandig naamwoord Standort-Pin en met zijn rol als onderwerp. Omdat der Standort-Pin mannelijk en hier nominatief enkelvoud is, staat er dein, zonder uitgang. Bijvoorbeeld: deine Seite heeft wel een andere vorm, omdat Seite vrouwelijk is. Standort-Pin is een samengesteld zelfstandig naamwoord voor een pin die een locatie aanduidt. Het hoofddeel is Pin, daarom is het woord mannelijk: der Standort-Pin. In deze zin is het de locatiepin waarvan gecontroleerd moet worden waar hij staat. auf betekent hier “aan/op” bij een plaats. Het gaat om een vaste locatie, niet om een beweging naar een plaats; daarom volgt hier de datief: auf derselben Seite. Bij beweging kan auf ook de accusatief nemen, bijvoorbeeld auf dieselbe Seite (“naar dezelfde kant”). derselben betekent “dezelfde” en is de datiefvorm bij het vrouwelijke woord Seite: dieselbe Seite wordt na deze datiefconstructie derselben Seite. De reeks is derselbe (mannelijk), dieselbe (vrouwelijk), dasselbe (onzijdig); de vorm verandert verder volgens naamval en getal. Seite betekent “kant” of “zijde”. Het is vrouwelijk: die Seite. In auf derselben Seite staat het in de datief, omdat auf hier een locatie aanduidt. Het zelfstandig naamwoord benoemt dus de kant waarop de pin zich bevindt. des Bahnhofs betekent “van het station”. Bahnhof is mannelijk: der Bahnhof. Na des staat het in de genitief; het zelfstandig naamwoord krijgt daarbij de uitgang -s: des Bahnhofs. De groep specificeert wiens kant bedoeld is: de kant van het station. Samen vormt auf derselben Seite des Bahnhofs de plaatsbepaling “aan dezelfde kant van het station”. De bijzin ob dein Standort-Pin auf derselben Seite des Bahnhofs ist vraagt of de locatiepin daar staat. Met de opdracht Prüfe ervoor wordt de volledige betekenis: “Controleer of je locatiepin aan dezelfde kant van het station staat.”
Der Pin zeigt den Hintereingang, aber ich bin am Haupteingang.
De pin wijst de achteringang aan, maar ik ben bij de hoofdingang.
- Pin
- pin
- zeigt
- wijst aan
- Hintereingang
- achteringang
- aber
- maar
- ich bin
- ik ben
- am
- bij de
- Haupteingang
- hoofdingang
Uitgebreide uitleg
Pin betekent hier een digitale locatieaanduiding. Het woord is mannelijk: der Pin; het meervoud is die Pins. Voorbeeld: Der Pin ist auf der Karte. — “De pin staat op de kaart.” zeigt komt van zeigen en is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es zeigt. In deze zin betekent het “aanwijzen” of “aangeven”, niet simpelweg “laten zien”. zeigen kan een direct object hebben: Die Karte zeigt den Eingang. — “De kaart wijst de ingang aan.” Omdat den Hintereingang het aangewezen object is, staat dat zelfstandig naamwoord hier in de accusatief. Hintereingang is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: der Hintereingang, met het meervoud die Hintereingänge. Het betekent de ingang aan de achterzijde. Het voorvoegsel Hinter- helpt hier om die positie tegenover een hoofdingang of voorzijde aan te geven. Voorbeeld: Der Hintereingang ist geschlossen. — “De achteringang is gesloten.” aber verbindt twee mededelingen met een tegenstelling: “maar”. Na aber blijft de gewone woordvolgorde van de hoofdzin behouden. Voorbeeld: Der Eingang ist offen, aber der Raum ist leer. — “De ingang is open, maar de ruimte is leeg.” ich bin bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord ich en de eerste persoon enkelvoud van sein: ich bin. Het betekent hier dat de spreker zich op een bepaalde plaats bevindt. De vorm bin hoort alleen bij ich; vergelijk du bist en er/sie ist. Voorbeeld: Ich bin am Bahnhof. — “Ik ben bij het station.” am is de samengevoegde vorm van an dem. Hier drukt an met de datief een plaats uit: “bij” of “aan”. dem verwijst naar een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord in de datief. De samengevoegde vorm is dus geschikt vóór Haupteingang: an dem Haupteingang → am Haupteingang. Voorbeeld: Wir warten am Eingang. — “We wachten bij de ingang.” Haupteingang is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: der Haupteingang, met het meervoud die Haupteingänge. Het betekent de belangrijkste of centrale ingang. In am Haupteingang staat het woord na an in de datief; het lidwoord is daarom niet der, maar dem, dat in de samengevoegde vorm am zichtbaar is. Samen zegt de eerste hoofdzin dat de digitale pin de achteringang aanwijst: Der Pin zeigt den Hintereingang. aber zet daar de tweede mededeling tegenover. In ich bin am Haupteingang meldt de spreker dat die zich bij de hoofdingang bevindt. De volledige betekenis is dus: “De pin wijst de achteringang aan, maar ik ben bij de hoofdingang.”
Schreib dem Fahrer jetzt, bevor die Fahrt storniert wird.
Stuur de chauffeur nu een bericht voordat de rit wordt geannuleerd.
- Schreib
- schrijf
- Fahrer
- chauffeur
- jetzt
- nu
- bevor
- voordat
- Fahrt
- rit
- storniert … wird
- wordt geannuleerd
Uitgebreide uitleg
Schreib is de gebiedende wijs van schreiben (“schrijven”) voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. De vorm vraagt dus om een handeling: “Schrijf …”. Vergelijk: Du schreibst = “je schrijft”, maar Schreib! = “Schrijf!”. Fahrer betekent hier “chauffeur” of “bestuurder”. De volledige vorm is der Fahrer; na dem staat de mannelijke enkelvoudsvorm in de datief: dem Fahrer. Het zelfstandig naamwoord zelf krijgt in deze vorm geen zichtbare uitgang. Een bruikbaar patroon is jemandem schreiben = “iemand schrijven / iemand een bericht sturen”; de persoon staat daarbij in de datief. jetzt betekent “nu” en bepaalt hier wanneer de gevraagde handeling moet gebeuren. Bijvoorbeeld: Schreib ihm jetzt. = “Schrijf hem nu.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin met bevor staat het vervoegde werkwoord achteraan. Bijvoorbeeld: Warte, bevor du gehst. = “Wacht voordat je weggaat.” Fahrt betekent hier “rit”. Het is de vrouwelijke vorm die Fahrt; na bevor staat die bijzin als onderwerp vóór de werkwoordgroep: bevor die Fahrt .... storniert is het voltooid deelwoord van stornieren (“annuleren”). wird is de derde persoon enkelvoud van werden en vormt hier samen met het voltooid deelwoord de lijdende vorm: wird storniert = “wordt geannuleerd”. Het onderwerp is die Fahrt, daarom staat wird in het enkelvoud. In de actieve vorm zou men bijvoorbeeld zeggen: Jemand storniert die Fahrt. = “Iemand annuleert de rit.” Samen betekent Schreib dem Fahrer jetzt “Stuur de chauffeur nu een bericht”. Daarna geeft bevor die Fahrt storniert wird de tijdsgrens: “voordat de rit wordt geannuleerd”. De volledige zin is dus: “Stuur de chauffeur nu een bericht voordat de rit wordt geannuleerd.”
Ich werde sagen, dass ich neben dem Taxistand stehe.
Ik zal zeggen dat ik naast de taxistandplaats sta.
- Ich werde
- ik zal
- sagen
- zeggen
- neben
- naast
- Taxistand
- taxistandplaats
- stehe
- sta
Uitgebreide uitleg
Ich werde drukt hier uit dat de spreker iets in de toekomst zal doen. werde is de vorm van werden bij ich; samen met een infinitief vormt werden de toekomende tijd: Ich werde sagen = “ik zal zeggen”. In een ander gebruik kan werden ook een verandering aanduiden, maar dat is hier niet de functie. sagen betekent “zeggen”. Dit is de infinitief na werde. Het werkwoord krijgt in de hoofdzin dus niet de persoonsuitgang van de spreker: Ich sage betekent “ik zeg”, terwijl Ich werde sagen betekent “ik zal zeggen”. neben geeft een positie naast iets aan. Bij een plaatsbepaling staat na neben de datief; hier is dem de datiefvorm van het bepaalde lidwoord bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord. Dezelfde voorzetselvorm kan bij een richting ook de accusatief nemen, bijvoorbeeld in het voorbeeld Ich stelle mich neben den Taxistand — “Ik ga naast de taxistandplaats staan”. Taxistand betekent “taxistandplaats”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Taxi + Stand; het hele woord is mannelijk, zoals blijkt uit dem Taxistand. Het meervoud is Taxistände. stehe betekent hier “sta”. Dit is de eerste persoon enkelvoud van stehen in de tegenwoordige tijd: ich stehe, du stehst, er/sie steht. Het Duits gebruikt hier de tegenwoordige tijd voor de toestand die op het bedoelde moment geldt. In de bijzin na dass staat het vervoegde werkwoord achteraan: dass ich neben dem Taxistand stehe. Samen bestaat de uiting uit een hoofdzin met de toekomende tijd (Ich werde sagen) en een dass-bijzin die aangeeft wat de spreker zal zeggen. Binnen die bijzin beschrijft ich neben dem Taxistand stehe dat de spreker naast de taxistandplaats staat. De volledige betekenis is: “Ik zal zeggen dat ik naast de taxistandplaats sta.”
Nenn auch die Farbe deiner Jacke, damit der Fahrer dich erkennen kann.
Noem ook de kleur van je jas, zodat de chauffeur je kan herkennen.
- Nenn
- noem
- auch
- ook
- Farbe
- kleur
- deiner
- je
- Jacke
- jas
- damit
- zodat
- Fahrer
- chauffeur
- dich
- je
- erkennen
- herkennen
- kann
- kan
Uitgebreide uitleg
Nenn is de gebiedende wijs van nennen (“noemen”), gericht aan één persoon met du. De vorm Nenn! gebruikt dus geen expliciet onderwerp. De infinitief is nennen; in een gewone mededeling kan dat bijvoorbeeld Du nennst die Farbe. (“Je noemt de kleur.”) zijn. auch betekent hier “ook” en voegt deze opdracht toe aan wat eerder genoemd is. Het verandert niet de persoon of de tijd van de opdracht. die Farbe betekent “de kleur”. Farbe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Farbe, meervoud die Farben. In deze zin is het de zaak die genoemd moet worden. deiner is een vorm van het bezittelijke woord dein (“jouw/je”) en maakt samen met Jacke de betekenis “van je jas”. De uitgang -er staat hier omdat Jacke vrouwelijk enkelvoud is en deze naamwoordgroep in de genitief staat. De uitgang verwijst dus niet naar het woord zelf, maar markeert de grammaticale vorm van de naamwoordgroep. Vergelijk: deine Jacke (“je jas”) als de jas zelf onderwerp of lijdend voorwerp is. Jacke betekent “jas”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Jacke; het meervoud is die Jacken. damit leidt hier een doelzin in: “zodat”. In zo’n bijzin staat de persoonsvorm in het Duits doorgaans achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld ..., damit jemand etwas erkennen kann (“..., zodat iemand iets kan herkennen”). der Fahrer betekent “de chauffeur/de bestuurder”. Fahrer is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het is afgeleid van fahren (“rijden”), maar in deze zin benoemt het gewoon de persoon die rijdt. Het lidwoord laat hier de nominatief zien: deze persoon is het onderwerp van de bijzin. dich is de accusatiefvorm van du en betekent hier “jou/je”. Het is degene die herkend moet worden. Vergelijk de vormen: du als onderwerp, dich als lijdend voorwerp, dir in andere datiefconstructies. erkennen betekent “herkennen”. Dit is de infinitief. Met een modaal werkwoord zoals können blijft de infinitief staan, terwijl de persoonsvorm vervoegd wordt: Der Fahrer kann dich erkennen. (“De chauffeur kan je herkennen.”) kann is de derde persoon enkelvoud van können (“kunnen”). Samen met der Fahrer drukt het uit dat de chauffeur in staat is je te herkennen. In de damit-bijzin staat kann achteraan: ..., damit der Fahrer dich erkennen kann. De hele zin bestaat uit de opdracht Nenn auch die Farbe deiner Jacke (“Noem ook de kleur van je jas”) en de doelzin damit der Fahrer dich erkennen kann (“zodat de chauffeur je kan herkennen”). Samen betekent de zin: “Noem ook de kleur van je jas, zodat de chauffeur je kan herkennen.”
Was soll ich tun, wenn das Auto wegfährt, bevor der Fahrer mich findet?
Wat moet ik doen als de auto wegrijdt voordat de chauffeur me vindt?
- Was soll ich
- Wat moet ik…?
- tun
- doen
- wenn
- als
- Auto
- auto
- wegfährt
- wegrijdt
- bevor
- voordat
- Fahrer
- chauffeur
- mich
- me
- findet
- vindt
Uitgebreide uitleg
Was soll ich vormt hier samen met tun de vraag “Wat moet ik doen?”. soll is de vorm van sollen bij ich; in deze vraag geeft sollen aan welke handelwijze nodig of verstandig is. Het zelfstandige werkwoord staat als infinitief achteraan: Was soll ich tun? = “Wat moet ik doen?” Voorbeeld: Was soll ich sagen? = “Wat moet ik zeggen?” tun betekent “doen” en is hier de infinitief die bij soll hoort. In een hoofdzin staat de vervoegde vorm van het modale werkwoord op de tweede positie en de infinitief aan het einde. Voorbeeld: Ich soll warten. = “Ik moet wachten.” wenn leidt de voorwaardelijke bijzin in: “als”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Wenn es regnet, bleibe ich hier. = “Als het regent, blijf ik hier.” das Auto betekent “de auto”. Auto is een zelfstandig naamwoord met het onzijdige grammaticale geslacht; daarom staat hier het lidwoord das in de nominatief, omdat de auto het onderwerp is. Voorbeeld: Das Auto steht dort. = “De auto staat daar.” wegfährt betekent hier “wegrijdt”. Het hoort bij het scheidbare werkwoord wegfahren, opgebouwd uit weg en fahren. In deze bijzin staat de vervoegde vorm aan het einde en blijft het scheidbare werkwoord daar aaneengeschreven: wenn das Auto wegfährt. De vorm fährt hoort bij het onderwerp das Auto in de derde persoon enkelvoud; de basisvorm is fahren. Voorbeeld: Der Bus fährt weg. = “De bus rijdt weg.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in die de eerdere tijd aangeeft. Ook na bevor staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Bevor ich gehe, bezahle ich. = “Voordat ik ga, betaal ik.” der Fahrer betekent “de chauffeur”. Fahrer is hier het onderwerp van de bijzin na bevor, dus staat het in de nominatief. Het woord is een zelfstandig naamwoord; het lidwoord der past bij het mannelijke grammaticale geslacht in deze naamval. Voorbeeld: Der Fahrer wartet. = “De chauffeur wacht.” mich betekent “me” en is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Hier is mich degene die de chauffeur vindt: der Fahrer findet mich. Vergelijk Ich sehe ihn. = “Ik zie hem”: het voornaamwoord verandert van vorm wanneer het de lijdende voorwerpsrol heeft. findet betekent hier “vindt”. De basisvorm is finden; findet is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, passend bij der Fahrer. Voorbeeld: Sie findet den Schlüssel. = “Zij vindt de sleutel.” De volledige structuur is: Was soll ich tun? + wenn das Auto wegfährt + bevor der Fahrer mich findet? De eerste hoofdzin vraagt welke actie nodig is. De wenn-bijzin noemt de situatie waarin de auto wegrijdt, en de bevor-bijzin zegt dat dit gebeurt vóór het moment waarop de chauffeur mij vindt. Samen betekent de uiting: “Wat moet ik doen als de auto wegrijdt voordat de chauffeur me vindt?”
Nutze die App, um das Missverständnis zu erklären und eine neue Fahrt anzufordern.
Gebruik de app om de vergissing uit te leggen en een nieuwe rit aan te vragen.
- Nutze
- gebruik
- App
- app
- um … zu
- om ... te
- Missverständnis
- misverstand
- erklären
- uitleggen
- neue
- nieuwe
- Fahrt
- rit
- anzufordern
- aan te vragen
Uitgebreide uitleg
Nutze is de gebiedende wijs voor één persoon met de informele aanspreekvorm du van nutzen (“gebruiken”). De stam blijft hier nutz- en krijgt de uitgang van deze imperatiefvorm. Voor meerdere personen of een formele aanspreekvorm gebruik je andere vormen, bijvoorbeeld Nutzt die App! (“Gebruik de app!”) en Nutzen Sie die App! (“Gebruik de app!”). App is een zelfstandig naamwoord voor een applicatie. In deze zin staat het met het vrouwelijke lidwoord die: die App. Het Engelse leenwoord heeft in het Duits een hoofdletter, zoals zelfstandige naamwoorden dat doen. um ... zu leidt hier een doelbepaling in: het geeft aan waarvoor de app gebruikt moet worden. Het patroon is um + ... + zu + infinitief, vergelijkbaar met “om ... te”. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch, um die Ansage zu verstehen. — “Ik leer Duits om de aankondiging te begrijpen.” Missverständnis betekent hier “misverstand”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Missverständnis; het meervoud is die Missverständnisse. In das Missverständnis staat het als lijdend voorwerp bij erklären, met het bepaalde lidwoord in de onzijdige vorm. erklären betekent “uitleggen” of “verklaren”. Hier is het de infinitief na zu: zu erklären. De combinatie das Missverständnis erklären betekent “het misverstand uitleggen”. Voorbeeld: Sie erklärt den Fehler. — “Zij legt de fout uit.” neue is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord neu (“nieuw”). Het beschrijft Fahrt, niet een zelfstandig naamwoord in de buurt zonder verdere relatie. In eine neue Fahrt staat Fahrt als vrouwelijk lijdend voorwerp, en na het onbepaalde lidwoord eine krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e: eine neue Fahrt. De vergelijkingsvormen zijn neu, neuer en am neuesten. Fahrt betekent hier “rit”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Fahrt; het meervoud is die Fahrten. Het woord kan ook een verplaatsing of reis aanduiden, afhankelijk van de context. Voorbeeld: Die Fahrt dauert zehn Minuten. — “De rit duurt tien minuten.” anzufordern betekent “aan te vragen”. Dit is de infinitief van het scheidbare werkwoord anfordern; in een zu-constructie komt zu tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: anfordern → anzufordern. Voorbeeld: Wir versuchen, ein Taxi anzufordern. — “We proberen een taxi aan te vragen.” De volledige structuur is Nutze die App, um das Missverständnis zu erklären und eine neue Fahrt anzufordern. De imperatief Nutze die App geeft de opdracht de app te gebruiken. De daaropvolgende um ... zu-constructie noemt twee doelen van dat gebruik: eerst das Missverständnis zu erklären (“het misverstand uit te leggen”) en daarnaast eine neue Fahrt anzufordern (“een nieuwe rit aan te vragen”). Samen betekent de zin: “Gebruik de app om het misverstand uit te leggen en een nieuwe rit aan te vragen.”
Der Fahrer hat geantwortet und wird bald umdrehen.
De chauffeur heeft geantwoord en zal binnenkort omkeren.
- Fahrer
- chauffeur
- geantwortet
- geantwoord
- bald
- binnenkort
- umdrehen
- omkeren
Uitgebreide uitleg
Fahrer betekent hier “chauffeur” en is een zelfstandig naamwoord voor de bestuurder. Het meervoud is Fahrer; het woord verandert daar dus niet van vorm. Het vrouwelijke woord is Fahrerin (meervoud Fahrerinnen). Voorbeeld: Der Fahrer wartet. — “De chauffeur wacht.” geantwortet is het voltooid deelwoord van antworten (“antwoorden”). In hat geantwortet vormt het samen met hat het perfectum: “heeft geantwoord”. Het deelwoord blijft bij deze vorm hetzelfde voor verschillende personen; de persoon blijkt uit het hulpwerkwoord: ich habe geantwortet, er hat geantwortet. Voorbeeld: Sie hat sofort geantwortet. — “Zij heeft meteen geantwoord.” bald betekent “binnenkort” of “spoedig”. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Het verwijst hier naar een nabije toekomstige tijd, maar geeft geen exact tijdstip. Voorbeeld: Wir kommen bald. — “We komen binnenkort.” umdrehen betekent “omkeren” of “zich omdraaien”, afhankelijk van de context. Hier gaat het volgens de vertaling om omkeren. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin staat het voorvoegsel um vaak los van drehen, bijvoorbeeld Der Fahrer dreht um. — “De chauffeur keert om.” Na wird blijft de infinitief als één woord staan: wird umdrehen. In Der Fahrer hat geantwortet und wird bald umdrehen verbinden hat geantwortet en wird ... umdrehen twee handelingen van dezelfde chauffeur. hat geantwortet beschrijft een voltooide handeling. wird ... umdrehen gebruikt wird plus de infinitief umdrehen voor de toekomst: “zal omkeren”; bald plaatst die handeling in de nabije toekomst. Samen betekent de zin: “De chauffeur heeft geantwoord en zal binnenkort omkeren.”
Bleib in der Nähe des Taxistands, bis das Auto ankommt.
Blijf bij de taxistandplaats totdat de auto aankomt.
- Bleib
- blijf
- in der Nähe
- in de buurt
- Taxistands
- taxistandplaats
- bis
- totdat
- Auto
- auto
- ankommt
- aankomt
Uitgebreide uitleg
Bleib is de gebiedende wijs van bleiben voor één aangesproken persoon. bleiben betekent hier dat de aangesprokene op dezelfde plaats moet blijven; het is niet het werkwoord voor aankomen. Voorbeeld: Bleib hier! — Blijf hier! in der Nähe is een vaste plaatsaanduiding: in de buurt. Nähe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in deze uitdrukking staat der na in bij een plaats zonder verplaatsing. De precieze referentie van “de buurt” wordt door de volgende bepaling ingevuld. Taxistands is de genitiefvorm van het mannelijke zelfstandig naamwoord der Taxistand — taxistandplaats. De uitgang -s markeert hier de bezits- of relatievorm: die Nähe des Taxistands betekent “de buurt van de taxistandplaats”. Voorbeeld: die Tür des Autos — de deur van de auto. bis leidt een bijzin in met de betekenis “totdat”. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Dit woord geeft hier de tijdsgrens van het blijven aan. Auto is het onderwerp van de bijzin: das Auto — de auto. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig; daarom staat hier het lidwoord das. Het zegt op zichzelf niets over de bestuurder of over het aantal andere voertuigen. ankommt komt van ankommen — aankomen. Het is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij das Auto. Ankommen is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin verschijnt kommt ... an, maar in deze bijzin blijft het als ankommt aan het einde staan. Voorbeeld: Das Auto kommt an. — De auto komt aan. Samen betekent Bleib in der Nähe des Taxistands, bis das Auto ankommt.: “Blijf bij de taxistandplaats totdat de auto aankomt.” De hoofdzin geeft de instructie om te blijven; bis voegt de bijzin toe en maakt het aankomen van de auto het eindpunt van die instructie.
Grammatica
zu + trennbares werkwoord: anfordern → anzufordern
Ich versuche, eine Fahrt anzufordern.
Ich fer-tsoe-khe, ai-ne faart an-tsoe-foor-dern.Ik probeer een rit aan te vragen.
Bij een trennbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en het werkwoord: anfordern wordt anzufordern.
derselbe in de datief: auf derselben Seite
Der Standort-Pin ist auf derselben Seite.
Deer sjtaandort-pien ist auf deer-zel-ben zai-te.De locatiepin staat aan dezelfde kant.
Na auf bij een plaatsaanduiding staat datief; derselbe wordt daarom derselben bij het vrouwelijke woord Seite.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
station
Antwoord tonen
Bahnhofophaalpunt
Antwoord tonen
Abholortvinden
Antwoord tonen
findenkant