Laat uitchecken en bagage opslaan | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a hotel front desk, a guest asks for late checkout, then arranges suitcase storage when late checkout is unavailable..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Laat uitchecken en bagage opslaan oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Könnte ich für morgen einen späten Check-out anfragen?

keun-tuh ich fuur morghən aainən sjpee-tən tsjek-aaut aan-fraa-ghən? Kan ik voor morgen een late check-out aanvragen?
B

Ich kann die Verfügbarkeit prüfen. Um wie viel Uhr hatten Sie gehofft abzureisen?

ich kan die fer-fuuk-baar-khaait pruu-fən. Oem vie feel oer hattən zie gə-hooft aap-tsuu-raaizən? Ik kan de beschikbaarheid controleren. Hoe laat hoopte u te vertrekken?
A

Ich hatte gehofft, gegen zwei Uhr nachmittags abzureisen.

ich hattuh gə-hooft, geeghən tsvai oer naakh-mittaakhs aap-tsuu-raaizən. Ik hoopte rond twee uur 's middags te vertrekken.
B

Ein später Check-out ist leider nicht möglich, weil alle Zimmer ausgebucht sind.

ain sjpee-tuh tsjek-aaut ist laai-duh nikt meuuk-likh, vaail alluh tsim-muh aaus-guh-boecht zint. Het is helaas niet mogelijk om later uit te checken, omdat alle kamers volgeboekt zijn.
A

Könnte ich meinen Koffer nach dem Verlassen des Zimmers irgendwo lassen?

keun-tuh ich maainən kof-fuh naakh dehm fer-laasən des tsim-muhs irghən-tvoo lassən? Kan ik mijn koffer ergens achterlaten nadat ik de kamer heb verlaten?
B

Sie können ihn an der Rezeption abgeben.

zie keunən ien aan dehr ree-tsep-tsie-oon ap-gee-bən. U kunt hem bij de receptie achterlaten.
A

Dann checke ich ganz normal aus und lasse meinen Koffer dort.

dan tsjek-uh ich gants nor-maal aaus oent lassuh maainən kof-fuh dort. In dat geval check ik gewoon uit en laat ik mijn koffer achter.
B

Wir bewahren ihn hinter der Rezeption auf, bis Sie zurückkommen.

vier buh-vaarən ien hintuh dehr ree-tsep-tsie-oon aauf, bis zie tsu-ruk-komən. We bewaren hem achter de balie totdat u terugkomt.
A

Brauche ich dafür ein Ticket oder ein Etikett?

braaukhuh ich daafuur aain tiket ooduh aain ee-ti-ket? Heb ik daarvoor een ticket of label nodig?
B

Wir geben Ihnen einen Gepäckanhänger, wenn Sie ihn abgeben.

vier gee-bən ie-nən aainən guh-pek-aan-henguh, ven zie ien ap-gee-bən. We geven u een bagagelabel wanneer u hem afgeeft.

Uitleg van de zinnen

  1. Könnte ich für morgen einen späten Check-out anfragen?

    Kan ik voor morgen een late check-out aanvragen?

    Könnte ich
    Zou ik kunnen?
    für morgen
    voor morgen
    späten
    late
    Check-out
    uitchecken / uitchecktijd
    anfragen
    aanvragen
    Uitgebreide uitleg

    Könnte ich gebruikt könnte, de Konjunktiv-II-vorm van können, met ich als onderwerp. Hier maakt die vorm de vraag beleefd: “Zou ik kunnen…?” Vergelijk Ich kann … (“Ik kan …”) met Könnte ich …? (“Zou ik … kunnen?”). In deze vraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp. für morgen betekent “voor morgen”. für regeert hier de accusatief; morgen is een onveranderlijke tijdsaanduiding. Het geheel geeft aan waarop het verzoek betrekking heeft. späten is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord spät (“laat”). Het is hier geen comparatief: spät betekent “laat”, terwijl später “later” betekent. De uitgang -en staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Check-out, in de accusatief na einen: einen späten Check-out. Check-out is hier een mannelijk leenwoord voor het uitchecken of de uitchecktijd. In einen späten Check-out staat het als lijdend voorwerp in de accusatief. Het onbepaalde lidwoord maakt het zelfstandig naamwoord niet nader bepaald; het drukt hier niet zelfstandig een expliciete numerieke telling uit. anfragen betekent hier “aanvragen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het splitsen, bijvoorbeeld Ich frage einen späten Check-out an. Na het modale könnte blijft de infinitief als anfragen bijeen en staat hij aan het einde. Samen vormen de delen de beleefde vraag: “Kan ik voor morgen een late check-out aanvragen?” De structuur is Könnte ich + für morgen + einen späten Check-out + anfragen; de aangevraagde handeling staat als infinitief aan het einde.

  2. Ich kann die Verfügbarkeit prüfen. Um wie viel Uhr hatten Sie gehofft abzureisen?

    Ik kan de beschikbaarheid controleren. Hoe laat hoopte u te vertrekken?

    Ich kann
    ik kan
    Verfügbarkeit
    beschikbaarheid
    prüfen
    controleren
    Um wie viel Uhr
    hoe laat
    hatten Sie
    had u
    gehofft
    gehoopt
    abzureisen
    te vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann: kann is the first-person singular present form of können (“kunnen”). With Ich, it expresses the speaker’s ability or possibility; the other main verb comes at the end of the clause. Example: Ich kann morgen kommen. — “Ik kan morgen komen.” Verfügbarkeit: This feminine noun means “beschikbaarheid” here, namely whether something is available. The definite article is visible in die Verfügbarkeit; die belongs to the noun phrase and is not part of the quoted word itself. German often forms useful nouns with -keit, for example Möglichkeit (“mogelijkheid”), but this does not mean that every -keit word has exactly the same meaning. prüfen: This verb means “controleren” or “nagaan”. Its base form is prüfen; after the modal verb kann, it remains an infinitive at the end: Ich kann die Verfügbarkeit prüfen. — “Ik kan de beschikbaarheid controleren.” Um wie viel Uhr: This is the German question pattern for asking at what clock time something happened or was planned: “hoe laat?” or more literally “om hoe laat?”. wie viel asks for an amount, while Uhr specifies clock time. Example: Um wie viel Uhr beginnt der Termin? — “Hoe laat begint de afspraak?” hatten Sie: hatten is the first/third-person plural and formal second-person plural or singular form of haben in the simple past. Here Sie is the formal “u”; the form itself does not identify whether it addresses one person or more than one. Together with gehofft, it places the hoping in the past. Example: Hatten Sie Zeit? — “Had u tijd?” gehofft: This is the past participle of hoffen (“hopen”). In hatten Sie gehofft, it combines with the past form of haben to make the pluperfect: the hoping is viewed as already occurring before the relevant past reference point. The regular pattern is hoffen – hoffte – hat gehofft; here the auxiliary is itself in the past: hatten gehofft. abzureisen: This means “te vertrekken”. The base verb is the separable verb abreisen; with zu, the zu is inserted into the verb: abzureisen, not zu abreisen. After hoffen, this infinitive construction expresses what was hoped for. Example: Wir hoffen, bald abzureisen. — “We hopen snel te vertrekken.” Samen vormen de delen eerst Ich kann die Verfügbarkeit prüfen: de spreker zegt dat die persoon de beschikbaarheid kan nagaan. Daarna vraagt Um wie viel Uhr hatten Sie gehofft abzureisen? op welk tijdstip de aangesprokene had gehoopt te vertrekken. De vraag gebruikt het formele Sie, het verleden van haben plus het participium gehofft, en de infinitief abzureisen aan het einde. De volledige betekenis is: “Ik kan de beschikbaarheid controleren. Hoe laat hoopte u te vertrekken?”

  3. Ich hatte gehofft, gegen zwei Uhr nachmittags abzureisen.

    Ik hoopte rond twee uur 's middags te vertrekken.

    Ich hatte gehofft
    ik had gehoopt
    gegen zwei Uhr
    rond twee uur
    nachmittags
    's middags
    abzureisen
    te vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Ich hatte gehofft betekent hier: “ik had gehoopt”. hatte is de verleden tijd van haben bij ich; samen met het voltooid deelwoord gehofft vormt dit het Plusquamperfekt. De hoop wordt dus als eerder gelegen in het verleden voorgesteld. Het werkwoord is hoffen; bijvoorbeeld: Ich hoffe, morgen zu kommen. — “Ik hoop morgen te komen.” gegen zwei Uhr betekent “rond twee uur”. gegen geeft hier een benaderd tijdstip aan, niet een exact tijdstip. Bijvoorbeeld: Wir treffen uns gegen sechs Uhr. — “We spreken rond zes uur af.” nachmittags betekent “'s middags” of “in de middag”. Het is een bijwoord en benoemt het moment van de dag. Vergelijk vormittags — “'s ochtends / in de voormiddag” — maar gebruik dat alleen wanneer de ochtend bedoeld is. abzureisen betekent hier “te vertrekken”. De basisvorm is abreisen, een werkwoord met het voorvoegsel ab-, met de betekenis “vertrekken” in de zin van een reis of verblijf beëindigen. In een te-infinitief wordt zu ingevoegd: abzureisen. Bijvoorbeeld: Sie plant, am Montag abzureisen. — “Zij is van plan maandag te vertrekken.” Samen vormen de delen: Ich hatte gehofft + gegen zwei Uhr nachmittags + abzureisen. De spreker zegt dat hij of zij eerder de verwachting of hoop had om rond twee uur 's middags te vertrekken. De constructie hoffen, ... zu ... is herbruikbaar voor een gehoopte handeling: Ich hoffe, bald abzureisen. — “Ik hoop binnenkort te vertrekken.”

  4. Ein später Check-out ist leider nicht möglich, weil alle Zimmer ausgebucht sind.

    Het is helaas niet mogelijk om later uit te checken, omdat alle kamers volgeboekt zijn.

    später
    later
    Check-out
    uitchecken
    leider
    helaas
    nicht möglich
    niet mogelijk
    weil
    omdat
    alle
    alle
    Zimmer
    kamers
    ausgebucht
    volgeboekt
    Uitgebreide uitleg

    später betekent hier “later” in de tijd. Het is de vergrotende vorm van spät: spät = laat, später = later, am spätesten = het laatst. In Ein später Check-out staat später vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in de nominatief; de uitgang -er past bij ein en die vorm. Check-out is hier een mannelijk zelfstandig naamwoord voor het uitchecken. Het samengestelde leenwoord wordt vaak gebruikt in hotelcontext: der Check-out, meervoud die Check-outs. Een voorbeeld: Der Check-out ist um elf Uhr. — “Het uitchecken is om elf uur.” leider voegt de betekenis “helaas” toe. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon, getal of geslacht. Het drukt hier spijt uit over de onmogelijkheid, zonder op zichzelf de reden te geven. nicht möglich betekent “niet mogelijk”. möglich is een bijvoeglijk naamwoord; met sein staat het hier als gezegde en krijgt het geen naamvalsuitgang. nicht ontkent dit gezegde. Een herbruikbaar voorbeeld is: Das ist heute nicht möglich. — “Dat is vandaag niet mogelijk.” weil betekent “omdat” en leidt een bijzin met een reden in. In een gewone Duitse weil-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. De hoofdzin bevat eerst ist; in de redengevende bijzin staat sind daarom achteraan. alle betekent “alle” en verwijst hier naar de volledige groep kamers. Het bepaalt het meervoudige zelfstandig naamwoord Zimmer en krijgt in deze nominatieve vorm geen extra uitgang. alle moet niet worden verward met jeder: alle Zimmer = alle kamers als groep, terwijl jedes Zimmer = elke kamer afzonderlijk. Zimmer betekent “kamer” en heeft dezelfde vorm in enkelvoud en meervoud: das Zimmer — “de kamer”, die Zimmer — “de kamers”. In deze zin is Zimmer meervoud, wat ook zichtbaar is aan alle en aan het meervoudige werkwoord sind. ausgebucht betekent in deze hotelcontext “volgeboekt”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein als gezegde staat en daarom hier geen uitgang krijgt. Een voorbeeld: Das Hotel ist ausgebucht. — “Het hotel is volgeboekt.” Samen vormt Ein später Check-out het onderwerp: “een later uitcheckmoment”. ist leider nicht möglich zegt dat dit helaas niet kan. De bijzin weil alle Zimmer ausgebucht sind geeft de reden: alle kamers zijn volgeboekt. De volledige betekenis is dus: “Het is helaas niet mogelijk om later uit te checken, omdat alle kamers volgeboekt zijn.”

  5. Könnte ich meinen Koffer nach dem Verlassen des Zimmers irgendwo lassen?

    Kan ik mijn koffer ergens achterlaten nadat ik de kamer heb verlaten?

    Könnte ich
    zou ik ... kunnen
    meinen
    mijn
    Koffer
    koffer
    nach dem Verlassen
    na het verlaten
    Zimmers
    kamer
    irgendwo
    ergens
    lassen
    achterlaten
    Uitgebreide uitleg

    Könnte ich is een beleefde vraagvorm: letterlijk gaat het om de mogelijkheid “zou ik kunnen?”, maar in deze zin vraagt de spreker beleefd om toestemming. Könnte is de Konjunktiv II van können; de vorm past bij ich. Vergelijk: Kann ich ...? is directer, terwijl Könnte ich ...? voorzichtiger klinkt. meinen betekent hier “mijn” en hoort bij Koffer. Het is de bezittelijke vorm bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief enkelvoud: mein Koffer (onderwerp), maar meinen Koffer (lijdend voorwerp). De uitgang zit dus op meinen, niet op Koffer. Koffer is het zelfstandig naamwoord “koffer”. Het meervoud heeft dezelfde vorm: der Koffer — die Koffer. Hier staat het in het enkelvoud, zoals ook blijkt uit de vorm meinen. nach dem Verlassen betekent “na het verlaten”. Verlassen is hier een zelfstandig gebruikt infinitief: door het hoofdlettergebruik wordt verlassen als zelfstandig naamwoord gebruikt. Na nach staat in deze tijdsbepaling de datief, vandaar dem. Zimmers betekent hier “van de kamer” in de woordgroep “het verlaten van de kamer”. Zimmer is onzijdig: das Zimmer. In des Zimmers staat het in de genitief; hier markeert die genitief het voorwerp van het nominale Verlassen, niet een bezit of “wiens vertrek”. De vorm is des Zimmers, met de uitgang -s aan het zelfstandig naamwoord. irgendwo betekent “ergens”, zonder een bepaalde plaats te specificeren. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. Vergelijk irgendwo met nirgendwo (“nergens”); dat laatste is een andere, negatieve vorm. lassen betekent hier “achterlaten”. In deze constructie staat het bij het voorwerp meinen Koffer: iets ergens laten of achterlaten. Het werkwoord blijft na könnte als infinitief aan het einde van de zin. Voorbeeld: Ich lasse die Tasche hier. — “Ik laat de tas hier.” Samen vormen de delen de vraag Könnte ich meinen Koffer ... irgendwo lassen?: “Zou ik mijn koffer ergens kunnen achterlaten?” De tijdsbepaling nach dem Verlassen des Zimmers geeft aan dat dit na het verlaten van de kamer zou gebeuren. De volledige zin is dus een beleefde vraag of de spreker zijn of haar koffer ergens mag achterlaten nadat de kamer is verlaten.

  6. Sie können ihn an der Rezeption abgeben.

    U kunt hem bij de receptie achterlaten.

    Sie können
    u kunt
    ihn
    hem
    Rezeption
    receptie
    abgeben
    afgeven; achterlaten
    Uitgebreide uitleg

    Sie können betekent hier “u kunt”. können is het modale werkwoord voor mogelijkheid of toestemming. In de beleefde aanspreekvorm is Sie de vorm voor één of meer personen; de context en vertaling richten zich hier op “u”. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Sie können warten = “U kunt wachten”. ihn betekent hier “hem”. Het is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor een mannelijk enkelvoudig referent. In de gegeven context verwijst het naar de koffer: Ich sehe ihn = “Ik zie hem”. De vorm ihm is daarentegen datief, bijvoorbeeld in Ich helfe ihm = “Ik help hem”. Rezeption betekent “receptie” of “balie van de receptie”. In het volledige stuk an der Rezeption staat het op een locatie: “bij de receptie”. an krijgt hier bij een vaste plaats de datief, vandaar der bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord die Rezeption: an der Tür = “bij de deur”. abgeben betekent hier “afgeven” of “achterlaten door het aan iemand of een plaats toe te vertrouwen”. Het is een scheidbaar werkwoord: de basisvorm is abgeben, terwijl bijvoorbeeld Ich gebe den Koffer ab betekent: “Ik geef de koffer af.” Na können blijft de infinitief als één geheel staan en komt die achteraan: Sie können ihn abgeben. Samen vormen de delen: Sie können + ihn + an der Rezeption + abgeben. De zin betekent dus: “U kunt hem bij de receptie achterlaten/afgeven.” De koffer is in deze context het voorwerp dat bij de receptie wordt afgegeven.

  7. Dann checke ich ganz normal aus und lasse meinen Koffer dort.

    In dat geval check ik gewoon uit en laat ik mijn koffer achter.

    Dann
    dan; in dat geval
    checke … aus
    uitchecken
    normal
    normaal; gewoon
    lasse
    laat
    Koffer
    koffer
    dort
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Dann staat hier aan het begin en betekent in deze context “in dat geval” of “dan”. Het verwijst naar de voorwaarde of situatie die al besproken is. Als tijdswoord kan dann ook “daarna” betekenen; die betekenis past hier niet als hoofdlezing. checke ... aus is de scheidbare combinatie auschecken, hier gebruikt voor het uitchecken. In een hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede positie en komt aus aan het einde: Ich checke aus. In de ik-vorm is het werkwoord checke; het onderwerp ich maakt duidelijk wie uitcheckt. Het Duitse leenwerkwoord wordt in alledaagse taal vaak gebruikt voor het verlaten van een hotel of andere accommodatie na het afronden van het verblijf. normal is hier een bijwoordelijke bepaling bij het uitchecken: de handeling gebeurt op de gewone of gebruikelijke manier. In combinatie met de Nederlandse vertaling komt de praktische betekenis neer op “gewoon”. Het bijvoeglijk naamwoord zelf kan ook bij een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld ein normaler Tag — “een normale dag”; daar krijgt het een andere grammaticale vorm. lasse is de ik-vorm van lassen. In deze zin betekent lassen niet “toestaan”, maar “achterlaten”: de spreker laat de koffer op die plaats achter. Ich lasse meinen Koffer dort betekent letterlijk dat de spreker ervoor zorgt dat de koffer daar blijft. Andere veelvoorkomende betekenissen van lassen moeten dus uit de constructie worden afgeleid, bijvoorbeeld Ich lasse ihn gehen — “Ik laat hem gaan.” Koffer is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Koffer. Hier staat het in de accusatief als lijdend voorwerp van lasse: meinen Koffer. Het bezittelijk woord meinen draagt in deze woordgroep de vorm voor mannelijk enkelvoud in de accusatief; Koffer zelf verandert niet. Mein Koffer is de vorm bij het onderwerp, terwijl Ich sehe meinen Koffer dezelfde accusatiefvorm laat zien. dort is een plaatsbijwoord en betekent “daar”, dus op de eerder aangewezen of besproken plaats. Het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord en heeft geen meervoudsvorm. In deze uitwisseling wordt de plaats door de context bepaald; het woord zelf noemt geen nieuwe plaats. Samen vormen de delen: Dann (“in dat geval”) + checke ich ... aus (“check ik uit”) + und lasse meinen Koffer dort (“en laat ik mijn koffer daar achter”). De volledige betekenis is daarom: “In dat geval check ik gewoon uit en laat ik mijn koffer daar achter.”

  8. Wir bewahren ihn hinter der Rezeption auf, bis Sie zurückkommen.

    We bewaren hem achter de balie totdat u terugkomt.

    bewahren
    bewaren/opbergen
    ihn
    hem
    hinter
    achter
    der Rezeption
    de receptie
    bis
    totdat
    Sie
    u
    zurückkommen
    terugkomen
    Uitgebreide uitleg

    bewahren: Hier hoort bewahren bij het scheidbare werkwoord aufbewahren, “bewaren/opbergen”. In een hoofdzin staat het voorvoegsel auf los aan het einde: Wir bewahren den Koffer auf. In de gegeven zin is bewahren de tegenwoordige persoonsvorm bij wir; auf staat verderop in dezelfde hoofdzin. Samen vormen bewahren ... auf dus de betekenis “bewaren/opbergen”. ihn: Dit is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord er voor een mannelijk enkelvoudig referent: er → ihn wanneer die persoon of zaak het lijdend voorwerp is. Hier verwijst het, in overeenstemming met de vertaling en de voorafgaande context, naar de koffer: “hem”. De accusatief komt voort uit de rol van wat men bewaart, niet uit de plaatsbepaling. hinter: hinter betekent hier “achter”. Bij een vaste plaats gebruikt het Duits na deze voorzetselgroep de datief: hinter der Rezeption. Bij een beweging naar een plaats kan hinter de accusatief nemen, bijvoorbeeld Ich stelle den Koffer hinter die Rezeption — “Ik zet de koffer achter de balie.” der Rezeption: Rezeption is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de basisvorm is die Rezeption. Na hinter voor een vaste locatie staat de datief, waardoor die hier der wordt. De hele groep betekent “achter de receptie” of “achter de balie”. bis: bis leidt hier de tijdsbepaling “totdat” in. De bijzin geeft het eindpunt van de bewaarperiode aan. Een bruikbaar patroon is ..., bis + bijzin — “..., totdat ...”. Sie: De hoofdletter maakt dit formeel “u”; het is niet het gewone informele du. In deze bijzin staat Sie als onderwerp. De formele vorm is voor enkelvoud en meervoud gelijk; de vertaling ondersteunt hier de aanspreekvorm “u”, maar legt niet vast of het om één of meer aangesproken personen gaat. zurückkommen: zurückkommen betekent “terugkomen”. Het is een scheidbaar werkwoord: zurück + kommen. In een hoofdzin staat het voorvoegsel los, bijvoorbeeld Sie kommen morgen zurück. In deze bijzin blijft het werkwoord aan het einde samen: bis Sie zurückkommen. De vorm ziet er hier hetzelfde uit als de infinitief, maar functioneert als de tegenwoordige persoonsvorm bij formeel Sie. Samen vormen de delen: Wir ... auf betekent “wij bewaren/opbergen ...”; ihn is wat wordt bewaard, en hinter der Rezeption geeft de vaste plaats aan. bis Sie zurückkommen bepaalt hoelang dit duurt. De volledige betekenis is daarom: “We bewaren hem achter de balie totdat u terugkomt.”

  9. Brauche ich dafür ein Ticket oder ein Etikett?

    Heb ik daarvoor een ticket of label nodig?

    Brauche
    heb nodig
    ich
    ik
    dafür
    daarvoor
    ein
    een
    Ticket
    ticket
    oder
    of
    ein
    een
    Etikett
    label
    Uitgebreide uitleg

    Brauche is de tegenwoordige tijd van brauchen bij ich: ich brauche betekent “ik heb nodig”. In een gewone mededeling staat dat als Ich brauche ...; in deze vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Brauche ich ...? = “Heb ik ... nodig?”. ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker, “ik”. Samen met Brauche vormt het de vraag naar wat de spreker nodig heeft. Voor een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld Braucht er ...? = “Heeft hij ... nodig?”. dafür betekent hier “daarvoor”: het verwijst naar het doel of de handeling die in de situatie al duidelijk is. Het is opgebouwd rond da- plus für en voorkomt dat hetzelfde doel opnieuw genoemd moet worden. Bijvoorbeeld: Ich brauche dafür einen Ausweis. = “Daarvoor heb ik een identiteitsbewijs nodig.” ein voor Ticket is het onbepaalde lidwoord. Ticket is een zelfstandig naamwoord van het onzijdige grammaticale geslacht (das Ticket), en daarom staat hier de vorm ein. Het lidwoord drukt hier niet op zichzelf een exact aantal uit. Ticket betekent hier “ticket” of “kaartje”. Het meervoud is Tickets: Ich brauche zwei Tickets. = “Ik heb twee tickets nodig.” oder verbindt alternatieven en betekent “of”. Het maakt hier duidelijk dat de vraag twee mogelijke documenten tegenover elkaar stelt: een ticket of een etiket. Het tweede ein hoort bij Etikett. Ook Etikett is onzijdig (das Etikett), dus de vorm in deze naamwoordgroep is opnieuw ein. Etikett betekent hier “label” of “etiket”. Het meervoud is Etiketten: Das Etikett ist am Gepäck. = “Het label zit aan de bagage.” De vraagstructuur is Brauche ich dafür ein Ticket oder ein Etikett?: eerst staat de vervoegde werkwoordsvorm Brauche, daarna het onderwerp ich, gevolgd door het doelverwijzende dafür en de twee met oder verbonden mogelijkheden. Als geheel betekent de zin: “Heb ik daarvoor een ticket of een label nodig?”

  10. Wir geben Ihnen einen Gepäckanhänger, wenn Sie ihn abgeben.

    We geven u een bagagelabel wanneer u hem afgeeft.

    Wir
    wij
    geben
    geven
    Ihnen
    u
    Gepäckanhänger
    bagagelabel
    wenn
    wanneer
    Sie
    u
    ihn
    hem
    abgeben
    afgeven; inleveren
    Uitgebreide uitleg

    Wir is de eerste persoon meervoud: de spreker spreekt namens zichzelf en minstens één andere persoon. Voorbeeld: Wir warten. = “Wij wachten.” geben is hier de tegenwoordige tijd van geben bij wir: wir geben. In deze betekenis gebruikt het werkwoord vaak de structuur jemandem etwas geben: de ontvanger staat in de datief en het gegeven voorwerp in de accusatief. Voorbeeld: Wir geben dem Kind einen Ball. = “Wij geven het kind een bal.” Ihnen is de formele tweede-persoonsvorm in de datief: “u”, hier de ontvanger van het label. De bijbehorende onderwerpvorm is Sie. Deze formele vorm kan één persoon of meerdere personen aanspreken; het aantal wordt hier niet verder bepaald. Gepäckanhänger is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een bagagelabel. In einen Gepäckanhänger staat het lidwoord einen bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief enkelvoud, als gegeven voorwerp na geben. Het lidwoord drukt op zichzelf geen aantal uit. De relevante vormreeks is ein Gepäckanhänger (onderwerp) en einen Gepäckanhänger (accusatief voorwerp). Voorbeeld: Ich kaufe einen Gepäckanhänger. = “Ik koop een bagagelabel.” wenn leidt hier een bijzin met een tijdsbetekenis in: “wanneer”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Ich komme, wenn du anrufst. = “Ik kom wanneer je belt.” Sie is hier de formele onderwerpvorm voor “u”, zoals ook uit de Nederlandse vertaling blijkt. Als formele aanspreekvorm wordt Sie met een hoofdletter geschreven. De vorm kan grammaticaal naar één of meerdere aangesproken personen verwijzen; de zin legt dat niet vast. ihn is het mannelijke persoonlijk voornaamwoord in de accusatief. Hier verwijst het, in overeenstemming met de vaste vertaling, naar der Gepäckanhänger: “hem”/“het label”. De relevante vormreeks is er (onderwerp), ihn (accusatief voorwerp) en ihm (datief). Voorbeeld: Ich sehe den Anhänger und nehme ihn. = “Ik zie het label en neem het mee.” abgeben betekent hier “afgeven” of “inleveren”. Het is een scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin wordt het gesplitst: Sie geben ihn ab. = “U geeft hem af.” In wenn Sie ihn abgeben staat abgeben aan het einde van de bijzin. Deze vorm ziet er hetzelfde uit als de infinitief, maar is hier de vervoegde tegenwoordige tijd bij het formele onderwerp Sie. Samen vormt Wir geben Ihnen einen Gepäckanhänger de hoofdzin: “Wij geven u een bagagelabel.” De bijzin wenn Sie ihn abgeben betekent “wanneer u hem afgeeft”; ihn verwijst naar het bagagelabel. De volledige betekenis is dus: “Wij geven u een bagagelabel wanneer u hem afgeeft.”

Grammatica

weil + werkwoord achteraan

weil die Zimmer ausgebucht sind

vaail die tsim-muh aaus-guh-boecht zint

omdat de kamers volgeboekt zijn

Na weil staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

Scheiding bij abgeben

Ich gebe den Koffer an der Rezeption ab.

ich gee-buh deen kof-fuh aan dehr ree-tsep-tsie-oon ap

Ik geef de koffer af bij de receptie.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

abzureisen werkwoord
aap-tsuu-raaizən te vertrekken
anfragen werkwoord
aan-fraa-ghən aanvragen
Check-out zelfstandig naamwoord
tsjek-aaut check-out, uitchecken
gehofft werkwoord
gə-hoft gehoopt
leider bijwoord
laai-duh helaas
möglich bijvoeglijk naamwoord
meuuk-likh mogelijk
nachmittags bijwoord
naakh-mittaakhs ’s middags
prüfen werkwoord
pruu-fən controleren
späten bijvoeglijk naamwoord
sjpee-tən late
Verfügbarkeit zelfstandig naamwoord
fer-fuuk-baar-khaait beschikbaarheid
weil voegwoord
vaail omdat
Zimmer zelfstandig naamwoord
tsim-muh kamers

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

aanvragen

Antwoord tonenanfragen

late

Antwoord tonenspäten

helaas

Antwoord tonenleider

controleren

Antwoord tonenprüfen