Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Duidelijkere feedback op een voorstel vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Das Feedback sagt, dass der Vorschlag stärker sein sollte, aber das klingt vage.
Das fietbek zakt, das deer foorsjlaak sjterka zain zolte, aaba das klinkt vaage. De feedback zegt dat het voorstel sterker moet zijn, maar dat klinkt vaag.Frag, welcher Teil überarbeitet werden muss: die Belege, der Ton oder die Struktur.
Fraak, vel-sje tail oober-arbaitet vearden moes: die beelaage, deer toon ooda die sjtroektoea. Vraag welk deel aangepast moet worden: het bewijs, de toon of de structuur.Ich glaube, dass die Einleitung das Problem vielleicht nicht klar genug erklärt.
Isj glaube, das die ain-laitoeng das pro-bleem filaisjt nikt klaar genoek erklaart. Ik denk dat de inleiding het probleem misschien niet duidelijk genoeg uitlegt.Dann frag nach einem konkreten Beispiel dafür, was sie geändert haben möchten.
Dan fraak naach ainem kon-kreeten baaisjpiel daafuur, vas zie ge-endert haaben meusjten. Vraag dan om een specifiek voorbeeld van wat ze veranderd willen hebben.Würde das defensiv klingen?
Vurde das de-fen-zief klingen? Zou dat defensief klinken?Nicht, wenn du sagst, dass du ihren Erwartungen entsprechen möchtest.
Nisjt, ven doe zaakst, das doe ie-ren er-vaar-toengen ent-sjpresjen meusjten. Niet als je zegt dat je aan hun verwachtingen wilt voldoen.Ich kann fragen, ob sie mehr Daten oder einen selbstbewussteren Ton wollen.
Isj kan fraagen, op zie meer daaten ooda ainen zelpst-bevoesteren toon volen. Ik kan vragen of ze meer gegevens willen of een zelfverzekerdere toon.Das gibt ihnen zwei klare Richtungen zur Auswahl.
Das giept ie-nen tsvai klaare risjtoengen tsoea ausvaal. Dat geeft hun twee duidelijke richtingen om uit te kiezen.Sobald ich die Richtung kenne, kann ich den Vorschlag schnell überarbeiten.
Zobaalt isj die risjtoeng kenne, kan isj deen foorsjlaak sjnel uuber-arbaiten. Als ik de richting eenmaal weet, kan ik het voorstel snel aanpassen.Klare Hinweise können unnötiges Überarbeiten vermeiden.
Klaare hin-vaize keunen on-neutiges uuber-arbaiten fea-maiden. Duidelijke aanwijzingen kunnen onnodig herschrijven voorkomen.Uitleg van de zinnen
Das Feedback sagt, dass der Vorschlag stärker sein sollte, aber das klingt vage.
De feedback zegt dat het voorstel sterker moet zijn, maar dat klinkt vaag.
- Feedback
- feedback
- sagt
- zegt
- der Vorschlag
- het voorstel
- stärker
- sterker
- sein sollte
- zou moeten zijn
- das klingt
- dat klinkt
- vage
- vaag
Uitgebreide uitleg
Feedback is een zelfstandig naamwoord. In deze zin betekent das Feedback de feedback; het woord wordt in het Duits doorgaans als onzijdig gebruikt, vandaar het lidwoord das. Het meervoud is Feedbacks, maar dat is hier niet nodig. sagt is de derde persoon enkelvoud van sagen in de tegenwoordige tijd: sagen → er/sie/es sagt. Het onderwerp is Das Feedback, dus de vorm is enkelvoud. Met dass begint de inhoud van wat er gezegd wordt; in zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. der Vorschlag betekent hier ‘het voorstel’. Vorschlag is mannelijk; der is hier de vorm voor het mannelijk enkelvoud in de nominatief, omdat het de inhoudelijke onderwerpsrol binnen de dass-zin heeft. Het meervoud is die Vorschläge. stärker is de vergrotende trap van stark: stark → stärker → am stärksten. Hier beschrijft het woord hoe het voorstel volgens de meegedeelde inhoud zou moeten zijn. De uitgang -er hoort bij het bijvoeglijk naamwoord stark, niet bij Vorschlag; Vorschlag is het zelfstandig naamwoord waarvan het beschreven onderwerp is. sein sollte vormt hier samen ‘zou moeten zijn’. sein is het infinitief van ‘zijn’. sollte is de enkelvoudsvorm die hier bij het onderwerp der Vorschlag hoort en drukt de gewenste of voorgeschreven toestand uit. In een dass-bijzin staat deze verbale combinatie aan het einde: ..., dass der Vorschlag stärker sein sollte. Een herbruikbaar patroon is: ..., dass X ... sein sollte = ‘... dat X ... zou moeten zijn’. das klingt betekent ‘dat klinkt’. klingt is de derde persoon enkelvoud van klingen; de vorm is dus klingen → er/sie/es klingt. Het voornaamwoord das is onzijdig en verwijst hier naar de voorafgaande inhoud als geheel, niet noodzakelijk naar één afzonderlijk zelfstandig naamwoord. In das klingt ... kan klingen figuurlijk aangeven hoe iets overkomt, naast de letterlijke betekenis ‘klinken’. vage is de predicatieve vorm van vage ‘vaag’. Na klingen staat het bijvoeglijk naamwoord hier als beschrijving van de indruk of klank, niet vóór een zelfstandig naamwoord; daarom krijgt het geen naamvalsuitgang. De basisvorm is vage; een voorbeeld is Das klingt klar. — ‘Dat klinkt duidelijk.’ Samen zegt de eerste deelzin: Das Feedback sagt, dass der Vorschlag stärker sein sollte. Dat betekent dat de feedback meedeelt dat het voorstel sterker zou moeten zijn. aber verbindt daarna een tegenstelling: das klingt vage betekent dat die mededeling of formulering vaag overkomt. De volledige betekenis is dus: ‘De feedback zegt dat het voorstel sterker moet zijn, maar dat klinkt vaag.’
Frag, welcher Teil überarbeitet werden muss: die Belege, der Ton oder die Struktur.
Vraag welk deel aangepast moet worden: het bewijs, de toon of de structuur.
- Frag
- Vraag
- welcher
- welke
- Teil
- deel
- überarbeitet
- aangepast
- werden muss
- moet worden
- Belege
- bewijs
- Ton
- toon
- Struktur
- structuur
Uitgebreide uitleg
Frag is de gebiedende wijs van fragen (“vragen”). De vorm richt zich hier tot één aangesproken persoon; de stam verandert niet door een object. Voorbeeld: Frag ihn. — “Vraag het hem.” welcher betekent hier “welke” en hoort bij Teil. Het is een vragend aanwijzend woord dat in het Duits mee verandert met onder andere geslacht, getal en naamval. In welcher Teil is Teil mannelijk enkelvoud in de nominatief: welcher. Vergelijk bijvoorbeeld welche Struktur voor een vrouwelijk woord. Teil betekent “deel” en is het zelfstandig naamwoord in welcher Teil. Het meervoud is Teile. De vorm Teil is hier enkelvoud; de zin vraagt dus welk afzonderlijk deel bedoeld wordt. überarbeitet komt van überarbeiten (“herzien”, “aanpassen”) en betekent hier “aangepast” of “herzien”. Het is het voltooid deelwoord. In deze constructie beschrijft het niet wie de handeling uitvoert: het relevante deel ondergaat de aanpassing. Voorbeeld: Der Text wird überarbeitet. — “De tekst wordt herzien.” werden muss vormt samen met überarbeitet een passieve constructie met noodzaak. werden maakt hier het proces-passief, terwijl muss van müssen de verplichting uitdrukt. In een bijzin staat het vervoegde modale werkwoord achteraan: ..., welcher Teil überarbeitet werden muss — “... welk deel aangepast moet worden.” müssen krijgt hier de derde persoon enkelvoud, omdat het onderwerp welcher Teil is. Belege betekent hier “bewijzen” of “bewijsstukken”. Het is het meervoud van Beleg; het lidwoord die maakt het meervoud herkenbaar. Als enkelvoudig voorbeeld: Der Beleg fehlt. — “Het bewijsstuk ontbreekt.” Ton betekent “toon”, bijvoorbeeld de toon van een tekst of formulering. Het is hier een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: der Ton. Het woord kan in andere contexten ook een hoorbare of klankmatige toon aanduiden; hier past de betekenis van schrijfstijl bij de vaste vertaling. Struktur betekent “structuur” en is hier enkelvoudig: die Struktur. Het verwijst naar de opbouw van iets, bijvoorbeeld de ordening van een tekst. Voorbeeld: Die Struktur ist klar. — “De structuur is duidelijk.” De hele zin begint met de opdracht Frag: “Vraag”. Daarna geeft welcher Teil aan dat de vraag moet gaan over één te bepalen deel. überarbeitet werden muss betekent dat dit deel aangepast moet worden. Na de dubbele punt volgen de drie mogelijke onderdelen: die Belege, der Ton en die Struktur. Samen betekent de zin: “Vraag welk deel aangepast moet worden: het bewijs, de toon of de structuur.” In natuurlijk Nederlands kan het meervoudige die Belege in deze vaste vertaling als het verzamelende “het bewijs” worden weergegeven.
Ich glaube, dass die Einleitung das Problem vielleicht nicht klar genug erklärt.
Ik denk dat de inleiding het probleem misschien niet duidelijk genoeg uitlegt.
- glaube
- denk
- dass
- dat
- Einleitung
- inleiding
- Problem
- probleem
- vielleicht
- misschien
- nicht
- niet
- klar
- duidelijk
- genug
- genoeg
- erklärt
- legt uit
Uitgebreide uitleg
glaube komt van glauben en is hier de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: “ik denk/geloof”. De vorm hoort bij het onderwerp ich. Voor een feitelijke mening is bijvoorbeeld Ich glaube, dass es stimmt. = “Ik denk dat het klopt.” dass leidt een bijzin in die de inhoud van het denken aangeeft. In zo’n Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan: Ich glaube, dass ... erklärt. Het Nederlandse “dat” vervult hier dezelfde verbindende functie. Einleitung betekent hier “inleiding”. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord die: die Einleitung. In een nieuw voorbeeld kan Die Einleitung ist kurz. betekenen: “De inleiding is kort.” Het lidwoord en eventuele bijvoeglijke vormen moeten bij dit zelfstandig naamwoord passen. Problem betekent “probleem”. In de zin staat het als das Problem, de genoemde zaak die wordt uitgelegd. Een bruikbaar contrast is ein Problem = “een probleem” tegenover das Problem = “het probleem”; het onbepaalde lidwoord drukt hier niet op zichzelf een geteld aantal uit. vielleicht betekent “misschien” en maakt de uitspraak minder zeker. Het zegt hier dat de spreker de mogelijkheid noemt dat de inleiding niet duidelijk genoeg uitlegt; het verandert niet wie iets uitlegt. nicht ontkent hier het daaropvolgende beoordelingsgedeelte: de inleiding legt het probleem niet duidelijk genoeg uit. Een korte vergelijking is klar = “duidelijk”, maar nicht klar = “niet duidelijk”. klar is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “duidelijk”. In klar genug beschrijft het hoe duidelijk de uitleg is. Als zelfstandig naamwoord een andere vorm nodig is, bijvoorbeeld eine klare Erklärung = “een duidelijke uitleg”; klare is daar de vorm van het bijvoeglijk naamwoord, niet van Erklärung. genug betekent “genoeg” en staat hier na het bijvoeglijk naamwoord: klar genug = “duidelijk genoeg”. Het geeft aan dat de vereiste mate van duidelijkheid niet wordt bereikt wanneer nicht erbij staat. schnell genug betekent op dezelfde manier “snel genoeg”. erklärt komt van erklären en is hier de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: “legt uit”. Het onderwerp is die Einleitung, daarom staat het werkwoord in het enkelvoud. In deze bijzin staat het werkwoord aan het einde door dass. Dezelfde vorm erklärt kan in een andere zinsbouw ook een voltooid deelwoord zijn, maar hier is het een vervoegde tegenwoordige tijdsvorm. Samen vormt Ich glaube, dass ... “Ik denk dat ...”. Binnen de bijzin is die Einleitung de uitvoerder van erklärt, en das Problem datgene wat wordt uitgelegd. vielleicht nicht klar genug betekent “misschien niet duidelijk genoeg”; daardoor luidt de volledige betekenis: “Ik denk dat de inleiding het probleem misschien niet duidelijk genoeg uitlegt.”
Dann frag nach einem konkreten Beispiel dafür, was sie geändert haben möchten.
Vraag dan om een specifiek voorbeeld van wat ze veranderd willen hebben.
- Dann
- dan
- frag nach
- vraag naar
- konkreten
- specifiek
- Beispiel
- voorbeeld
- dafür
- daarvoor
- geändert
- veranderd
- möchten
- willen
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” en staat vooraan als aanwijzing voor de volgende stap. Het kan ook “toen” betekenen wanneer het over een moment in het verleden gaat; de context hier ondersteunt de handelingsvolgorde “dan, vervolgens”. frag nach is de gebiedende wijs voor du van het scheidbare werkwoord nachfragen: nachfragen → du fragst nach → Frag nach!. Met nach en een datiefgroep vraag je naar iets of vraag je om nadere informatie. Voorbeeld: Frag nach dem Termin. — “Vraag naar de afspraak.” Het zelfstandige werkwoord is dus nachfragen, niet een vorm van alleen fragen. konkreten betekent hier “specifiek” of “concreet”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord konkret. In einem konkreten Beispiel staat het bijvoeglijk naamwoord vóór het onzijdige zelfstandig naamwoord Beispiel; einem markeert hier de datief enkelvoud, en daarom heeft konkret de vorm konkreten. Voorbeeld: Sie nennt ein konkretes Ziel. — “Ze noemt een concreet doel.” Beispiel is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Beispiel, meervoud die Beispiele. In deze zin gaat het om een voorbeeld dat als nadere illustratie moet dienen. Een bruikbaar patroon is ein Beispiel für ... of, zoals hier, ein Beispiel dafür, .... dafür is een da-voornaamwoord, gevormd uit da(r)- + für. Hier verwijst het naar de inhoud die daarna met was ... wordt uitgelegd: een voorbeeld van wat er veranderd zou moeten worden. Bij een verwijzing naar een persoon gebruik je niet automatisch dafür; dan is een gewone voorzetselgroep vaak nodig. Voorbeeld: Dafür gibt es ein gutes Beispiel. — “Daarvoor is er een goed voorbeeld.” geändert is het voltooid deelwoord van ändern: ändern → geändert. Het betekent hier “veranderd” en staat samen met haben in de constructie geändert haben: iets hebben veranderd. Het deelwoord blijft in deze vorm; de persoon en het meervoud worden in de bijzin door sie en de vorm möchten uitgedrukt, niet door geändert. möchten betekent hier “willen” in de betekenis van iets graag veranderd zien. Het is hier de vorm voor sie in het meervoud; het modale werkwoord staat in de bijzin achteraan. In was sie geändert haben möchten staat eerst het deelwoord geändert, daarna haben, en helemaal achteraan möchten. Samen drukken ze uit wat zij veranderd zouden willen hebben. Voorbeeld: Sie möchten den Text kürzer machen. — “Ze willen de tekst korter maken.” De combinatie frag nach einem konkreten Beispiel dafür, was sie geändert haben möchten bouwt dus op als: vraag vervolgens om nadere informatie; specificeer die informatie als een concreet voorbeeld; en laat dat voorbeeld betrekking hebben op wat zij veranderd willen hebben. De volledige uiting is daarmee een directe instructie: “Vraag dan om een specifiek voorbeeld van wat ze veranderd willen hebben.”
Würde das defensiv klingen?
Zou dat defensief klinken?
- Würde das
- zou dat
- defensiv
- defensief
- klingen
- klinken
Uitgebreide uitleg
Würde das vormt hier samen met het werkwoord aan het einde een vraagpatroon met de betekenis “zou dat …?”. Würde is de vorm van werden in de Konjunktiv II. Met een infinitief drukt deze combinatie een hypothetische of voorzichtig beoordeelde mogelijkheid uit. In deze ja-neevraag staat de vervoegde vorm vooraan: Würde das funktionieren? — “Zou dat werken?” In een gewone hoofdzin staat de vervoegde vorm doorgaans op de tweede positie, bijvoorbeeld: Das würde funktionieren. — “Dat zou werken.” Das is hier een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord in de onzijdige vorm. De zin bepaalt niet zelfstandig welk concreet ding het aanwijst. defensiv beschrijft hier hoe iets klinkt of overkomt: “defensief”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat hier zonder verbuiging na klingen wordt gebruikt. Voor een zelfstandig naamwoord krijgt het wel een uitgang, bijvoorbeeld: eine defensive Antwort — “een defensief antwoord”. klingen is de infinitief van het werkwoord klingen, “klinken”. Na würde blijft het als infinitief aan het einde staan: Das klingt defensiv — “Dat klinkt defensief”; Das würde defensiv klingen — “Dat zou defensief klinken”. Het onderwerp van klingen is hier das, terwijl defensiv het waargenomen effect beschrijft. Samen betekent Würde das defensiv klingen?: “Zou dat defensief klinken?” De spreker vraagt of datgene waarnaar das verwijst mogelijk zo zou overkomen; de vraag presenteert dat niet als een vaststaand feit.
Nicht, wenn du sagst, dass du ihren Erwartungen entsprechen möchtest.
Niet als je zegt dat je aan hun verwachtingen wilt voldoen.
- Nicht
- niet
- wenn
- als / wanneer
- sagst
- zegt
- dass
- dat
- ihren
- hun
- Erwartungen
- verwachtingen
- entsprechen
- voldoen aan
- möchtest
- wilt
Uitgebreide uitleg
Nicht maakt de voorwaarde negatief: “niet als …”. Het staat hier vooraan en verwijst naar de volledige voorwaardelijke inhoud, niet alleen naar het volgende woord. Een bruikbaar patroon is nicht, wenn ... = “niet als …”. wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als”. In andere contexten kan het ook “wanneer” betekenen, maar hier past de voorwaardelijke lezing bij de Nederlandse vertaling. In een Duitse bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm doorgaans achteraan; dat zie je verderop bij sagst en möchtest. sagst is de vorm voor du van sagen (“zeggen”): ich sage, du sagst, er/sie sagt. Het gaat hier om zeggen als handeling in het heden. Voorbeeld: Du sagst die Wahrheit. — “Je zegt de waarheid.” dass leidt een inhoudelijke bijzin in: “dat”. De bijzin geeft aan wat er gezegd wordt. Het werkwoord van zo’n dass-bijzin staat achteraan: dass du ... möchtest`. ihren is een bezittelijke bepaler met de betekenis “hun” in deze zin. De vorm wordt hier bepaald door de naamval en het meervoud van Erwartungen: entsprechen verlangt een datief, en de datief-meervoudsvorm is ihren. De vorm zegt hier niet wie “hun” precies zijn; die referentie wordt door de vaste vertaling niet nader gespecificeerd. Erwartungen is het meervoud van die Erwartung (“de verwachting”). Het betekent hier de verwachtingen waaraan iemand wil voldoen. Voorbeeld: Die Erwartungen sind hoch. — “De verwachtingen zijn hoog.” entsprechen betekent hier “voldoen aan” of “beantwoorden”. Dit werkwoord wordt gebruikt met een datief: jemandes Erwartungen entsprechen = “aan iemands verwachtingen voldoen”. Het is dus niet een gewoon werkwoord met een lijdend voorwerp; ihren Erwartungen staat in de datief. Voorbeeld: Das Ergebnis entspricht den Erwartungen. — “Het resultaat voldoet aan de verwachtingen.” möchtest is de vorm voor du van möchten, hier met de betekenis “willen” of “graag willen”. De vorm staat aan het einde van de dass-bijzin. Vergelijk du möchtest met ich möchte en sie möchten; de uitgang past bij persoon en getal. Voorbeeld: Du möchtest helfen. — “Je wilt helpen.” Samen bouwt de zin zich zo op: Nicht + wenn du sagst (“niet als je zegt”) + dass du ihren Erwartungen entsprechen möchtest (“dat je aan hun verwachtingen wilt voldoen”). De volledige betekenis is: “Niet als je zegt dat je aan hun verwachtingen wilt voldoen.”
Ich kann fragen, ob sie mehr Daten oder einen selbstbewussteren Ton wollen.
Ik kan vragen of ze meer gegevens willen of een zelfverzekerdere toon.
- Ich kann
- ik kan
- fragen
- vragen
- ob
- of
- mehr
- meer
- Daten
- gegevens
- selbstbewussteren
- zelfverzekerdere
- Ton
- toon
- wollen
- willen
Uitgebreide uitleg
Ich kann: können betekent hier dat de spreker iets kan of in staat is te doen. kann is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud; het onderwerp is Ich. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich kann fragen = “Ik kan vragen”. fragen: de infinitief betekent “vragen”. Na kann blijft deze vorm onvervoegd en staat hij aan het einde van de hoofdzin. Zonder modaal werkwoord kan de vervoegde vorm bijvoorbeeld zijn: Ich frage. = “Ik vraag.” ob: dit is een onderschikkend voegwoord met de betekenis “of” in een indirecte ja-neevraag. Het introduceert hier de inhoud van wat de spreker kan vragen. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: ob sie ... wollen. mehr: mehr betekent “meer” en geeft hier een grotere hoeveelheid aan. Het verandert niet mee met Daten. Daten: dit meervoudige zelfstandig naamwoord betekent hier “gegevens” of “data”. Het enkelvoud is das Datum, maar Daten is de gebruikelijke meervoudsvorm voor afzonderlijke gegevens. Voorbeeld: Wir brauchen mehr Daten. = “We hebben meer gegevens nodig.” selbstbewussteren: dit is de vergrotende trap van selbstbewusst (“zelfverzekerd”): selbstbewusst → selbstbewusster → am selbstbewusstesten. In deze zin krijgt de vorm de uitgang -en, omdat hij bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Ton hoort in de accusatief na einen: einen selbstbewussteren Ton. De betekenis is dus “een zelfverzekerdere toon”, niet “meer gegevens”. Ton: dit mannelijke zelfstandig naamwoord betekent hier “toon”, in de zin van de manier waarop iets klinkt of wordt geformuleerd. Na het onbepaalde lidwoord in de accusatief verschijnt de vorm einen Ton; het zelfstandig naamwoord zelf blijft Ton. Voorbeeld: Sie wählt einen freundlichen Ton. = “Ze kiest een vriendelijke toon.” wollen: wollen betekent hier “willen”. Het is de tegenwoordige tijd van wollen bij een meervoudig onderwerp: sie wollen = “ze willen”. Als sie naar één vrouw verwijst, zou de vorm will zijn; de vaste vertaling ondersteunt hier de lezing “ze willen”. Als modaal werkwoord staat wollen aan het einde van deze ob-bijzin. Samen vormen de delen: Ich kann fragen geeft aan wat de spreker kan doen; ob leidt de indirecte vraag in; sie mehr Daten oder einen selbstbewussteren Ton wollen geeft de twee alternatieven waarover de spreker kan vragen. De volledige betekenis is: “Ik kan vragen of ze meer gegevens willen of een zelfverzekerdere toon.”
Das gibt ihnen zwei klare Richtungen zur Auswahl.
Dat geeft hun twee duidelijke richtingen om uit te kiezen.
- Das
- dat
- gibt
- geeft
- ihnen
- hun
- zwei
- twee
- klare
- duidelijke
- Richtungen
- richtingen
- zur Auswahl
- om uit te kiezen
Uitgebreide uitleg
Das is hier het onderwerp en betekent “dat”. Het verwijst naar een eerder genoemde zaak, handeling of situatie; de vaste gegevens identificeren niet precies welke. Als aanwijzend voornaamwoord heeft das de vorm voor onzijdig enkelvoud, maar zo’n vorm kan ook naar een hele situatie of mededeling verwijzen en niet alleen naar een concreet zelfstandig naamwoord. gibt is de vorm van geben in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: geben → gibt. In deze betekenis gebruikt Duits het patroon jemandem etwas geben: de ontvanger staat in de datief en wat gegeven wordt in de accusatief. Voorbeeld: Das gibt ihr Zeit. — “Dat geeft haar tijd.” ihnen betekent hier “hun” en is de datief meervoud van sie (“zij”); het duidt de ontvangers aan. De hoofdlettervorm Ihnen kan in het Duits ook de datief zijn van de formele aanspreekvorm voor één persoon. Hier ondersteunt de vaste vertaling de meervoudige betekenis “hun”. zwei is het telwoord “twee”. Het bepaalt hier het aantal Richtungen; de zin stelt dus expliciet twee richtingen voor. klare betekent hier “duidelijke”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord klar en beschrijft Richtungen. In zwei klare Richtungen krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e: in deze meervoudige naamwoordgroep zonder voorafgaand lidwoord staat het in de sterke verbuiging. Voorbeeld: zwei klare Antworten — “twee duidelijke antwoorden”. Richtungen betekent “richtingen”. Het is het meervoud van Richtung: Richtung → Richtungen. Hier is het wat gegeven wordt en staat het daarom in de accusatief; bij dit meervoud is die naamval niet zichtbaar aan de vorm. zur Auswahl betekent hier “om uit te kiezen” of “ter keuze”. zur is de samengevoegde vorm van zu der: het voorzetsel zu plus het vrouwelijke lidwoord der. Auswahl betekent “keuze” of “selectie”. De hele woordgroep maakt duidelijk dat de twee richtingen als keuzemogelijkheden worden aangeboden. Voorbeeld: Drei Farben stehen zur Auswahl. — “Drie kleuren zijn beschikbaar om uit te kiezen.” Samen volgt de zin het patroon Das gibt jemandem etwas: “Dat geeft iemand iets.” Het onderwerp Das geeft ihnen als ontvangers zwei klare Richtungen; zur Auswahl verduidelijkt dat deze twee duidelijke richtingen keuzemogelijkheden zijn. De volledige betekenis is daarom: “Dat geeft hun twee duidelijke richtingen om uit te kiezen.”
Sobald ich die Richtung kenne, kann ich den Vorschlag schnell überarbeiten.
Als ik de richting eenmaal weet, kan ik het voorstel snel aanpassen.
- Sobald
- zodra
- ich
- ik
- Richtung
- richting
- kenne
- ken
- kann ich
- ik kan
- Vorschlag
- voorstel
- schnell
- snel
- überarbeiten
- herzien; aanpassen
Uitgebreide uitleg
Sobald introduceert hier een tijdsbijzin: “zodra” of “als ... eenmaal”. In een Duitse bijzin met sobald staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Sobald du Zeit hast, rufe ich dich an. — “Zodra je tijd hebt, bel ik je.” ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is hier het onderwerp van zowel kenne als kann. Richtung betekent hier “richting”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Richtung; in het meervoud is dat die Richtungen. In deze zin is die Richtung het lijdend voorwerp bij kennen, daarom staat de vrouwelijke vorm van het bepaalde lidwoord hier als die. Voorbeeld: Ich kenne die Richtung. — “Ik ken de richting.” kenne is de eerste persoon enkelvoud van kennen in de tegenwoordige tijd. kennen betekent iets of iemand kennen; het verschilt van wissen, dat meestal gaat over een feit of informatie weten. Voorbeeld: Ich kenne den Weg. — “Ik ken de weg.” kann ich combineert de eerste persoon enkelvoud van het modale werkwoord können met het onderwerp ich: “ik kan”. In de hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede zinsplaats, terwijl het andere werkwoord als infinitief aan het einde komt. Voorbeeld: Ich kann den Text ändern. — “Ik kan de tekst veranderen.” Vorschlag betekent “voorstel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Vorschlag; als lijdend voorwerp staat hier den Vorschlag, omdat het na überarbeiten in de accusatief staat. Het meervoud is Vorschläge. Voorbeeld: Wir prüfen den Vorschlag. — “We bekijken het voorstel.” schnell betekent hier “snel” en beschrijft hoe de handeling wordt uitgevoerd. Het is hier een bijwoord en verandert daarom niet mee met Vorschlag. Voorbeeld: Sie arbeitet schnell. — “Zij werkt snel.” überarbeiten betekent hier “herzien” of “aanpassen”, namelijk een bestaand voorstel opnieuw bewerken. Het is een infinitief; na het modale werkwoord kann blijft die infinitief aan het einde van de hoofdzin staan. Voorbeeld: Ich muss den Plan überarbeiten. — “Ik moet het plan herzien.” Samen vormen Sobald ich die Richtung kenne en kann ich den Vorschlag schnell überarbeiten de betekenis: “Als ik de richting eenmaal weet, kan ik het voorstel snel aanpassen.” De tijdsbijzin geeft aan wanneer de mogelijkheid ontstaat; in de hoofdzin maakt kann duidelijk dat de spreker dan in staat is het voorstel snel te herzien.
Klare Hinweise können unnötiges Überarbeiten vermeiden.
Duidelijke aanwijzingen kunnen onnodig herschrijven voorkomen.
- Klare
- duidelijke
- Hinweise
- aanwijzingen
- können
- kunnen
- unnötiges
- onnodig
- Überarbeiten
- herschrijven
- vermeiden
- voorkomen
Uitgebreide uitleg
Klare betekent hier dat de aanwijzingen duidelijk of gemakkelijk te begrijpen zijn. Het is de verbogen vorm van klar bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Hinweise: klare Hinweise. Bij een meervoud zonder bepaald lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e. Voorbeeld: klare Regeln = “duidelijke regels”. Hinweise betekent “aanwijzingen” of “instructies”. Het is het meervoud van der Hinweis; het enkelvoud is dus ein Hinweis, het meervoud Hinweise. Het woord kan ook een aanwijzing of hint betekenen, maar in deze zin gaat het om aanwijzingen die iemand helpen bij het werken of schrijven. können drukt hier mogelijkheid of vermogen uit: de duidelijke aanwijzingen zijn in staat om iets te voorkomen. Het is de vorm van können bij Klare Hinweise (derde persoon meervoud). In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en komt het andere werkwoord als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Die Regeln können helfen. = “De regels kunnen helpen.” unnötiges betekent “onnodig” in unnötiges Überarbeiten. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord unnötig; de uitgang -es past hier bij het onzijdige zelfstandig gebruikte infinitief das Überarbeiten in de accusatief. De vorm zegt dus niet dat er een zelfstandig naamwoord als Hinweise bij hoort: de uitgang hoort bij unnötig zelf. Voorbeeld: unnötiges Warten = “onnodig wachten”. Überarbeiten is hier een tot zelfstandig naamwoord gemaakt infinitief en betekent “herschrijven” of “herzien”. Daarom begint het met een hoofdletter en gedraagt het zich als een zelfstandig naamwoord: das Überarbeiten. Het bijbehorende werkwoord is überarbeiten (met kleine letter), bijvoorbeeld in Ich kann den Text überarbeiten. = “Ik kan de tekst herschrijven.” In de vorige zin staat dat werkwoord ook als überarbeiten; daar is het geen zelfstandig naamwoord. vermeiden betekent “voorkomen” of “vermijden”. Het is hier de infinitief die bij können hoort en die aan het einde van de hoofdzin staat. Het lijdend voorwerp is unnötiges Überarbeiten: datgene wat de aanwijzingen helpen voorkomen. Voorbeeld: Wir wollen Fehler vermeiden. = “We willen fouten voorkomen.” Samen vormen de delen: Klare Hinweise is het onderwerp, können geeft de mogelijkheid aan, en unnötiges Überarbeiten vermeiden betekent “onnodig herschrijven voorkomen”. De volledige zin betekent daarom: “Duidelijke aanwijzingen kunnen onnodig herschrijven voorkomen.”
Grammatica
sobald + Nebensatz
Sobald die Auswahl konkret ist, erklären wir die Struktur.
Zobaalt die ausvaal kon-kreet is, erklaaren vier die sjtroektoea.Zodra de keuze concreet is, leggen we de structuur uit.
Na „sobald“ staat het werkwoord aan het einde van de bijzin. De hoofdzin begint daarna met het werkwoord.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Zou dat defensief klinken?
Antwoord tonen
Würde das defensiv klingen?Duidelijke aanwijzingen kunnen onnodig herschrijven voorkomen.
Antwoord tonen
Klare Hinweise können unnötiges Überarbeiten vermeiden.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
feedback
Antwoord tonen
Feedbackstructuur
Antwoord tonen
Strukturdeel
Antwoord tonen
Teilvoorstel