Professionele groeidoelen op het werk | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, two colleagues discuss professional growth goals and choose a measurable target for presentation skills..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Professionele groeidoelen op het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte für meine aktuelle Position klarere Ziele für meine berufliche Weiterentwicklung festlegen.

Isj meug-te fuur mai-ne ak-toe-è-le poo-tsie-oon klaa-ree-re tsie-le fuur mai-ne be-roef-li-sje vai-ter-ènt-wik-loeng fest-lee-gen. Ik wil duidelijkere doelen voor mijn professionele ontwikkeling in mijn huidige functie opstellen.
B

Beginne damit, eine Stärke und eine Schwäche zu bestimmen.

Be-gin-ne da-mit, ai-ne sjter-ke oent ai-ne sjwee-sje tsoe be-sjti-men. Begin met het benoemen van één sterke kant en één zwakke kant.
A

Meine Stärke ist, dass ich Aufgaben organisiere, aber ich neige dazu, Ideen nicht zu präsentieren.

Mai-ne sjter-ke ist, das isj owf-gaa-ben or-ga-ni-zie-re, aa-ber isj nai-ge da-tsoe, i-dee-en nikt tsoe pre-zen-tie-ren. Mijn sterke punt is dat ik taken organiseer, maar ik heb de neiging om ideeën niet te presenteren.
B

Dann wäre es sinnvoll, deine Präsentationsfähigkeiten weiterzuentwickeln.

Dan wee-re es zin-vol, dai-ne pre-zen-ta-tsie-oons-fee-sj-kai-ten vai-ter-tsoe-ènt-wik-keln. Dan zou het nuttig zijn om je presentatievaardigheden te ontwikkelen.
A

Soll ich um einen Mentor bitten oder während der Teambesprechungen üben?

Zol isj oem ai-nen men-toor bi-ten oo-der wee-rent deer tiem-be-sjpre-sjoeng-en uu-ben? Zal ik om een mentor vragen of tijdens teamvergaderingen oefenen?
B

Beides könnte helfen, aber wähle zuerst ein messbares Ziel.

Bai-des keun-te hel-fen, aa-ber wee-le tsoe-eerst ain mes-baa-res tsiel. Beide kunnen helpen, maar kies eerst één meetbaar doel.
A

Mein erstes Ziel wird sein, bald in einem Teammeeting ein kurzes Update zu geben.

Main eerst-es tsiel virt zain, balt in ai-nem tiem-mie-ting ain koer-tses ap-deet tsoe gee-ben. Mijn eerste doel wordt om binnenkort een korte update te geven tijdens een teamvergadering.
B

Das ist spezifisch genug, um es später zu bewerten.

Das ist sjpe-tsie-fisj ge-noek, oem es sjpee-ter tsoe be-wee-ten. Dat is specifiek genoeg om later te evalueren.
A

Ich möchte auch Feedback zur Klarheit bekommen, nicht nur zum Selbstvertrauen.

Isj meug-te owg fiet-bek tsoe-er klaa-hait be-kom-men, nikt noer tsoem zel-pst-fer-trau-en. Ik wil ook feedback over de duidelijkheid, niet alleen over mijn zelfvertrouwen.
B

Klare Kriterien machen Ziele für die berufliche Entwicklung konkreter und praktischer.

Klaa-re kri-tee-rie-en ma-gen tsie-le fuur die be-roef-li-sje ènt-wik-loeng kon-kree-ter oent prak-ti-sjer. Duidelijke criteria maken doelen voor professionele ontwikkeling concreter en praktischer.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich möchte für meine aktuelle Position klarere Ziele für meine berufliche Weiterentwicklung festlegen.

    Ik wil duidelijkere doelen voor mijn professionele ontwikkeling in mijn huidige functie opstellen.

    Ich möchte
    ik wil
    für
    voor
    meine
    mijn
    aktuelle
    huidige
    Position
    functie
    klarere
    duidelijkere
    Ziele
    doelen
    berufliche
    professionele
    Weiterentwicklung
    ontwikkeling
    festlegen
    opstellen
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte betekent hier dat de spreker iets wil doen. möchte is de beleefde wensvorm van mögen en staat hier bij de eerste persoon enkelvoud: ich möchte. Het is niet dezelfde vorm als het gewone tegenwoordige ich mag, dat meestal “ik mag” of “ik vind ... leuk” betekent. Voorbeeld: Ich möchte lernen. — “Ik wil leren.” für leidt het doel of de betrokken betrekking in en krijgt in het Duits de accusatief. In deze zin komt het tweemaal voor: het eerste deel verwijst naar de huidige functie, het tweede naar de professionele ontwikkeling. meine betekent hier “mijn”. De vorm hoort bij de eerste persoon enkelvoud en verandert niet naar het grammaticale geslacht van de spreker. Het zelfstandig naamwoord erna bepaalt wel de vorm van de hele naamwoordgroep: meine aktuelle Position is vrouwelijk enkelvoud in de accusatief, en meine berufliche Weiterentwicklung is eveneens vrouwelijk enkelvoud in de accusatief. Het bezittelijk woord meine staat dus bij beide vrouwelijke zelfstandige naamwoorden. aktuelle beschrijft Position als iets dat op dit moment geldt. Het bijvoeglijk naamwoord heeft de basisvorm aktuell; aktuelle is hier de verbogen vorm bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Voorbeeld: meine aktuelle Aufgabe — “mijn huidige taak.” Position is hier een functie of positie in het werk, niet noodzakelijk een fysieke plaats. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Position. De combinatie für meine aktuelle Position maakt duidelijk waarvoor de doelen bedoeld zijn. klarere betekent “duidelijkere”. Het is de vergrotende trap van klar: klar — klarer — am klarsten. De vergrotende trap vergelijkt de doelen met een minder duidelijke eerdere of mogelijke formulering; de zin zegt niet hoe groot dat verschil is. De uitgang in klarere past bij het meervoudige Ziele in deze naamwoordgroep. Voorbeeld: Wir brauchen klarere Regeln. — “We hebben duidelijkere regels nodig.” Ziele betekent “doelen”. De enkelvoudsvorm is das Ziel, het meervoud is die Ziele; de klinker verandert dus mee in het meervoud. Hier is Ziele het lijdend voorwerp van festlegen: de spreker wil doelen vastleggen. Voorbeeld: Sie setzt sich neue Ziele. — “Zij stelt zichzelf nieuwe doelen.” berufliche betekent “professionele” of “met het werk verbonden”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is beruflich; berufliche is hier de verbogen vorm bij Weiterentwicklung, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het beschrijft dus welk soort ontwikkeling bedoeld is. Weiterentwicklung betekent “verdere ontwikkeling” of “professionele groei”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Weiterentwicklung. Het eerste deel verwijst naar voortzetting of verdere vooruitgang, maar het woord moet als geheel worden geleerd; het is niet hetzelfde als alleen Entwicklung in elke context. Voorbeeld: Weiterentwicklung ist mir wichtig. — “Verdere ontwikkeling is belangrijk voor mij.” festlegen betekent “vastleggen” of “bepalen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het vervoegde deel vooraan staan en legen aan het einde, bijvoorbeeld Ich lege ein Ziel fest. — “Ik leg een doel vast.” Na möchte blijft het volledige infinitief festlegen aan het einde staan: Ich möchte ... festlegen. Samen betekent de zin: “Ik wil voor mijn professionele ontwikkeling in mijn huidige functie duidelijkere doelen opstellen.” De structuur is Ich möchte + für met het doelgebied + het lijdend voorwerp klarere Ziele + für met het tweede doelgebied + het infinitief festlegen. In natuurlijk Nederlands kan festlegen hier ook als “bepalen” of “opstellen” worden weergegeven.

  2. Beginne damit, eine Stärke und eine Schwäche zu bestimmen.

    Begin met het benoemen van één sterke kant en één zwakke kant.

    Beginne
    begin
    damit
    daarmee
    Stärke
    sterk punt
    Schwäche
    zwak punt
    zu bestimmen
    te bepalen
    Uitgebreide uitleg

    Beginne is de gebiedende wijs van beginnen voor één persoon in de informele aanspreekvorm (du). Het betekent hier: begin. De basisvorm is beginnen; in een beleefde aansporing aan meerdere personen of aan één persoon met Sie zou de vorm anders zijn: Beginnen Sie. Voorbeeld: Beginne mit der ersten Aufgabe. — Begin met de eerste taak. damit betekent hier niet simpelweg een losstaand “daarmee”. Het hoort bij het patroon mit etwas beginnen en verwijst naar de activiteit die daarna wordt genoemd: Beginne damit, ... zu ... — Begin met ... te .... Het woord is een pronominaal bijwoord, gevormd uit da- en mit. Stärke is hier een sterke kant of vaardigheid. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Stärke; het meervoud is die Stärken. In deze context gaat het om een punt in een zelfbeoordeling, niet bijvoorbeeld om lichamelijke kracht. Voorbeeld: Meine Stärke ist Organisation. — Mijn sterke punt is organiseren. Schwäche is hier een zwakke kant of ontwikkelpunt. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Schwäche; het meervoud is die Schwächen. Het is het relevante tegenovergestelde van Stärke in deze context. Voorbeeld: Eine Schwäche ist, dass ich oft zu spät anfange. — Een zwak punt is dat ik vaak te laat begin. zu bestimmen is de infinitief van bestimmen met zu. Hier betekent het “bepalen” of “vaststellen”: de sterke en zwakke kant bewust identificeren. Het patroon etwas bestimmen gebruikt etwas als lijdend voorwerp van bestimmen. Voorbeeld: Wir versuchen, ein Ziel zu bestimmen. — We proberen een doel te bepalen. eine Stärke und eine Schwäche zijn twee gecoördineerde lijdende voorwerpen bij bestimmen. Zowel Stärke als Schwäche is vrouwelijk; daarom staat het onbepaalde lidwoord hier als eine, ook in de vierde naamval. Het lidwoord zelf drukt niet automatisch een telwaarde uit; in de vaste Nederlandse vertaling wordt de bedoeling wel weergegeven als één sterke kant en één zwakke kant. Samen vormt de zin het herbruikbare patroon Beginne damit, [iets] zu [werkwoord]: begin met een bepaalde activiteit. De activiteit hier is het bepalen van een sterke kant en een zwakke kant. De volledige betekenis is: begin met het benoemen of vaststellen van één sterke kant en één zwakke kant. De formulering is een directe, neutrale instructie.

  3. Meine Stärke ist, dass ich Aufgaben organisiere, aber ich neige dazu, Ideen nicht zu präsentieren.

    Mijn sterke punt is dat ik taken organiseer, maar ik heb de neiging om ideeën niet te presenteren.

    Stärke
    sterk punt
    Aufgaben
    taken
    organisiere
    organiseer
    neige dazu
    heb de neiging
    Ideen
    ideeën
    präsentieren
    presenteren
    Uitgebreide uitleg

    Stärke betekent hier een sterke kant of een vaardigheid. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Stärke; het meervoud is Stärken. In Meine Stärke staat het naamwoord in het enkelvoud en is de hele woordgroep het onderwerp, dus in de nominatief. Daarom krijgt het bezittelijk woord de vorm meine; die vorm hangt hier samen met de combinatie van naamwoordklasse, getal en naamval, niet met vrouwelijkheid alleen. Voorbeeld: Meine Stärke ist Geduld. — Mijn sterke punt is geduld. Aufgaben is het meervoud van die Aufgabe en betekent taken. Het is hier het lijdend voorwerp van organisiere en staat daarom in de accusatief; bij dit meervoud is de vorm gelijk aan die van de nominatief. Voorbeeld: Ich erledige meine Aufgaben. — Ik doe mijn taken. organisiere komt van organisieren en is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: ich organisiere. Het onderwerp is dus ich, ook al staat deze vorm in de bijzin na dass. Voorbeeld: Ich organisiere das Treffen. — Ik organiseer de bijeenkomst. neige dazu is een bruikbare constructie met neigen: zu etwas neigen betekent een neiging hebben om iets te doen. In ich neige dazu, ... zu + infinitief verwijst dazu naar de daaropvolgende handeling. neige is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: Ich neige dazu, zu spät zu kommen. — Ik heb de neiging om te laat te komen. Ideen is het meervoud van die Idee en betekent ideeën. Het is hier het lijdend voorwerp van präsentieren en staat dus in de accusatief; ook hier is de vorm bij dit meervoud gelijk aan die van de nominatief. Voorbeeld: Wir sammeln Ideen. — Wij verzamelen ideeën. präsentieren is de infinitief en betekent presenteren. In dazu, Ideen zu präsentieren staat de infinitief met zu. nicht ontkent hier deze handeling: de spreker heeft de neiging ideeën niet te presenteren. Voorbeeld: Sie versucht, ihre Idee zu präsentieren. — Zij probeert haar idee te presenteren. De bijzin dass ich Aufgaben organisiere zegt wat de sterke kant is. aber verbindt die informatie met een tegenstelling. Daarna beschrijft ich neige dazu, Ideen nicht zu präsentieren een neiging van dezelfde spreker. Samen betekent de hele uiting: “Mijn sterke punt is dat ik taken organiseer, maar ik heb de neiging om ideeën niet te presenteren.”

  4. Dann wäre es sinnvoll, deine Präsentationsfähigkeiten weiterzuentwickeln.

    Dan zou het nuttig zijn om je presentatievaardigheden te ontwikkelen.

    Dann
    dan
    wäre es sinnvoll
    zou het nuttig zijn
    Präsentationsfähigkeiten
    presentatievaardigheden
    weiterzuentwickeln
    verder te ontwikkelen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” als gevolgtrekking: op basis van wat eerder is gezegd, volgt deze aanbeveling. Het kan ook naar een tijdstip verwijzen, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. Voorbeeld: Wenn du Zeit hast, dann üben wir. — “Als je tijd hebt, oefenen we.” wäre es sinnvoll gebruikt wäre, de Konjunktiv-II-vorm van sein (basisvorm sein), samen met het onpersoonlijke es en het bijvoeglijk naamwoord sinnvoll (“nuttig/verstandig”). De vorm drukt hier een voorwaardelijke of voorzichtig geformuleerde beoordeling uit: iets zou nuttig zijn. Sinnvoll beschrijft wat doelmatig of nuttig is; het tegenovergestelde is bijvoorbeeld sinnlos (“zinloos”). Voorbeeld: Es wäre sinnvoll, früher anzufangen. — “Het zou verstandig zijn om eerder te beginnen.” Präsentationsfähigkeiten is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Präsentation (“presentatie”) + Fähigkeiten (“vaardigheden”). Het meervoud Fähigkeiten komt van het enkelvoud Fähigkeit; het verwijst hier naar vaardigheden voor het geven van presentaties. In het Duits krijgt een zelfstandig naamwoord in een samenstelling één geheel en wordt het laatste deel bepaald voor grammaticaal geslacht en meervoud: die Präsentationsfähigkeit, meervoud die Präsentationsfähigkeiten. Voorbeeld: Sie verbessert ihre Präsentationsfähigkeiten. — “Zij verbetert haar presentatievaardigheden.” weiterzuentwickeln is de te-infinitief van het scheidbare werkwoord weiterentwickeln: “verder ontwikkelen”. Het voorvoegsel weiter- voegt het idee van voortzetting toe; zu staat bij deze infinitief tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: weiterzuentwickeln. Na een beoordeling zoals Es wäre sinnvoll, ... geeft deze infinitief aan welke handeling nuttig zou zijn. Voorbeeld: Es ist wichtig, die Fähigkeiten weiterzuentwickeln. — “Het is belangrijk om de vaardigheden verder te ontwikkelen.” Samen betekent Dann wäre es sinnvoll “Dan zou het nuttig zijn”. Het onderwerp van weiterzuentwickeln is niet afzonderlijk genoemd; de constructie zegt dat het verder ontwikkelen van deine Präsentationsfähigkeiten nuttig zou zijn. Het bezittelijke voornaamwoord deine maakt duidelijk dat het om de presentatievaardigheden van de aangesprokene gaat. De volledige zin betekent daarom: “Dan zou het nuttig zijn om je presentatievaardigheden verder te ontwikkelen.”

  5. Soll ich um einen Mentor bitten oder während der Teambesprechungen üben?

    Zal ik om een mentor vragen of tijdens teamvergaderingen oefenen?

    Soll ich
    zal ik
    Mentor
    mentor
    bitten
    vragen
    während
    tijdens
    Teambesprechungen
    teamvergaderingen
    üben
    oefenen
    Uitgebreide uitleg

    Soll ich vormt hier een vraag met het modale werkwoord sollen. In deze vorm vraagt de spreker of hij of zij iets zal of zou moeten doen; in deze zin is de bedoelde betekenis “zal ik?”. soll is de vervoegde vorm bij ich; dezelfde vorm komt ook voor bij er/sie/es. Voorbeeld: Soll ich anfangen? — “Zal ik beginnen?” Mentor is hier een mentor of begeleider. Het staat in einen Mentor; einen markeert een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief. Een onbepaald lidwoord drukt hier op zichzelf geen specifiek aantal uit. Mentorin is de vrouwelijke vorm: eine Mentorin. bitten is de infinitief van “vragen” in de betekenis iemand om iets verzoeken. Een algemeen patroon is jemanden um etwas bitten: iemand om iets vragen. In deze zin staat einen Mentor ná um en is die woordgroep datgene waar de spreker om vraagt; er staat dus geen weggelaten gevraagd object na um. Voorbeeld: Ich bitte meine Kollegin um Rat. — “Ik vraag mijn collega om advies.” während betekent hier “tijdens” en introduceert de periode waarin iets gebeurt. während der Teambesprechungen betekent “tijdens de teamvergaderingen”. während wordt in verzorgd standaardduits vaak met de genitief gebruikt; bij dit meervoud is dat der Teambesprechungen. Teambesprechungen is het meervoud van Teambesprechung, “teamvergadering”. Het enkelvoud is vrouwelijk: die Teambesprechung; het meervoud is die Teambesprechungen. Voorbeeld: Die Teambesprechung beginnt um neun. — “De teamvergadering begint om negen uur.” üben is de infinitief van “oefenen” of “trainen”. Na het vervoegde modale werkwoord in Soll ich blijft het tweede werkwoord aan het einde in de infinitief staan, dus üben en niet übe. Voorbeeld: Ich übe jeden Tag. — “Ik oefen elke dag.” De twee alternatieven zijn um einen Mentor bitten en während der Teambesprechungen üben. Het modale Soll ich geldt voor beide werkwoorden: de spreker vraagt of hij of zij om een mentor zal vragen of tijdens teamvergaderingen zal oefenen. De volledige betekenis is: “Zal ik om een mentor vragen of tijdens teamvergaderingen oefenen?”

  6. Beides könnte helfen, aber wähle zuerst ein messbares Ziel.

    Beide kunnen helpen, maar kies eerst één meetbaar doel.

    Beides
    beide
    könnte
    zou kunnen
    helfen
    helpen
    wähle
    kies
    zuerst
    eerst
    messbares
    meetbaar
    Ziel
    doel
    Uitgebreide uitleg

    Beides betekent hier “beide” en verwijst naar de twee eerder genoemde mogelijkheden. Het is een zelfstandig gebruikt voornaamwoord: beide staat hier zonder zelfstandig naamwoord erachter. Voor meer dan twee zaken gebruik je bijvoorbeeld alle drei (“alle drie”). könnte is de vorm van können in de Konjunktiv II. In deze zin drukt die vorm een mogelijkheid uit: “zou kunnen”. Het onderwerp is Beides, maar könnte staat hier in de derde persoon enkelvoud; de infinitief helfen blijft achteraan in deze werkwoordgroep onveranderd. Vergelijk: Es könnte helfen. — “Het zou kunnen helpen.” helfen betekent “helpen”. Het is de infinitief die na könnte staat. De constructie könnte helfen betekent dus dat beide mogelijkheden mogelijk nuttig zijn, niet dat vaststaat dat ze zullen helpen. wähle komt van wählen (“kiezen”). Hier is het de gebiedende wijs voor één persoon die met du wordt aangesproken: “kies”. De vorm wähle kan in een andere context ook een tegenwoordige tijd bij ich zijn, maar hier maakt de directe aansporing de imperatieflezing duidelijk. Voor een formele aanspreking gebruik je bijvoorbeeld Wählen Sie .... zuerst betekent “eerst” of “als eerste”. Het geeft de volgorde aan: de keuze van één doel moet vóór de volgende stappen komen. Voor “daarna” gebruikt het Duits bijvoorbeeld danach. messbares komt van het bijvoeglijk naamwoord messbar, “meetbaar”. Het beschrijft Ziel: het doel moet zo geformuleerd zijn dat je de voortgang of het resultaat kunt vaststellen. De uitgang -es in messbares volgt uit de combinatie met het onbepaalde lidwoord ein en het onzijdige zelfstandig naamwoord Ziel in deze naamval: ein messbares Ziel. Andere vormen zijn bijvoorbeeld ein messbarer Erfolg en eine messbare Veränderung; de uitgang past zich aan de grammaticale vorm van het beschreven zelfstandig naamwoord aan. Ziel betekent “doel”. Het is onzijdig: das Ziel. Het meervoud is die Ziele. In ein messbares Ziel staat het enkelvoudige doel als het gekozen doel; het lidwoord ein geeft op zichzelf niet noodzakelijk een expliciet geteld aantal weer. Samen betekent Beides könnte helfen, aber wähle zuerst ein messbares Ziel.: “Beide kunnen helpen, maar kies eerst een meetbaar doel.” Het eerste deel noemt beide eerder besproken mogelijkheden als mogelijk nuttig. aber contrasteert dat met de instructie in het tweede deel: begin met één duidelijk meetbaar doel. Het doel wordt niet verder gespecificeerd in deze zin.

  7. Mein erstes Ziel wird sein, bald in einem Teammeeting ein kurzes Update zu geben.

    Mijn eerste doel wordt om binnenkort een korte update te geven tijdens een teamvergadering.

    Mein
    mijn
    erstes
    eerste
    Ziel
    doel
    wird sein
    zal zijn
    bald
    binnenkort
    in einem
    in een
    Teammeeting
    teamvergadering
    kurzes
    korte
    Update
    update
    geben
    geven
    Uitgebreide uitleg

    Mein betekent hier “mijn” en staat bij Ziel. Het bezitwoord krijgt in deze naamwoordgroep de vorm die past bij het onzijdige, enkelvoudige zelfstandig naamwoord Ziel in de nominatief: mein Ziel. Vergelijk als voorbeeld: mein Plan = “mijn plan”; het vormpatroon hangt af van het grammaticale geslacht, naamval en getal van het zelfstandig naamwoord. erstes betekent hier “eerste”. Het is de ordinale vorm van eins en beschrijft Ziel: mein erstes Ziel. De uitgang -es hoort bij het onzijdige enkelvoud in deze naamwoordgroep. Een voorbeeld is mein erstes Gespräch = “mijn eerste gesprek”. Ziel betekent “doel”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ziel; in deze zin staat het in het enkelvoud en in de nominatief, omdat het het onderwerp is van wird sein. Het meervoud is Ziele, bijvoorbeeld: Wir haben klare Ziele. = “We hebben duidelijke doelen.” wird sein vormt hier samen met sein de toekomstige formulering “zal zijn”. wird is de derde persoon enkelvoud van werden, passend bij het enkelvoudige onderwerp Mein erstes Ziel; sein blijft de infinitief. De constructie wird ... sein kan worden aangevuld met een beschrijving of een volgende activiteit. Bijvoorbeeld: Mein nächster Schritt wird sein, mehr zu üben. = “Mijn volgende stap zal zijn om meer te oefenen.” bald betekent “binnenkort”. Het is een bijwoord en verandert niet voor persoon, getal of naamval. Het geeft aan dat het geven van de update in de nabije toekomst plaatsvindt; het bepaalt niet op zichzelf exact wanneer. Bijvoorbeeld: Ich komme bald. = “Ik kom binnenkort.” in einem betekent hier “in een”. in krijgt bij een vaste plaats de datief; einem is de datiefvorm van het onzijdige onbepaalde lidwoord ein. Hier gaat het om de plaats of setting waarin de handeling plaatsvindt, niet om een beweging naar binnen. Bij beweging naar een bestemming wordt vaak de accusatief gebruikt, bijvoorbeeld in ein Teammeeting gehen = “naar een teamvergadering gaan”. Teammeeting betekent “teamvergadering”. Het is een onzijdig leenwoord: das Teammeeting; na in einem staat het hier in de datief: in einem Teammeeting. Een voorbeeld is: Wir sprechen in einem Teammeeting darüber. = “We bespreken dat in een teamvergadering.” kurzes betekent hier “korte” en beschrijft Update. Het bijvoeglijk naamwoord is gebaseerd op kurz; de vorm kurzes past bij het onzijdige enkelvoud Update in de accusatief binnen ein kurzes Update. De reeks is bijvoorbeeld kurz — kürzer — am kürzesten: “kort” — “korter” — “het kortst”. Update betekent hier “update” of “bijgepraat verslag”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Update. In ein kurzes Update zu geben is het de zaak die gegeven wordt en staat het in de accusatief; het onzijdige lidwoord blijft hier ein. Bijvoorbeeld: Ich gebe ein kurzes Update. = “Ik geef een korte update.” geben betekent hier “geven”. De infinitief staat na zu: ein kurzes Update zu geben, “een korte update geven”. Het werkwoord heeft in de tegenwoordige tijd onder andere ich gebe en er gibt; de klinker verandert dus in de derde persoon enkelvoud. In deze zin is geben geen zelfstandige hoofdzin, maar de activiteit die als doel wordt genoemd. Bijvoorbeeld: Es ist gut, regelmäßig Feedback zu geben. = “Het is goed om regelmatig feedback te geven.” Samen betekent Mein erstes Ziel wird sein, bald in einem Teammeeting ein kurzes Update zu geben.: “Mijn eerste doel wordt om binnenkort tijdens een teamvergadering een korte update te geven.” De hoofdzin noemt het eerste doel; wird sein projecteert dat als iets toekomstigs. Daarna specificeert de infinitiefgroep ein kurzes Update zu geben wat dat doel inhoudt, terwijl bald de tijd en in einem Teammeeting de setting aangeven.

  8. Das ist spezifisch genug, um es später zu bewerten.

    Dat is specifiek genoeg om later te evalueren.

    Das ist
    dat is
    spezifisch
    specifiek
    genug
    genoeg
    um
    om
    es
    het
    später
    later
    bewerten
    evalueren
    Uitgebreide uitleg

    Das ist vormt hier de hoofdzin: Das is een aanwijzend voornaamwoord en ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd. De combinatie betekent hier “dat is”. Welk concreet ding das aanduidt, wordt in deze zin niet zelfstandig gespecificeerd. spezifisch betekent hier “specifiek” of “voldoende precies afgebakend”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Het kan bijvoorbeeld ook vóór een zelfstandig naamwoord staan: eine spezifische Frage = “een specifieke vraag”. genug betekent “genoeg” en staat hier ná het bijvoeglijk naamwoord: spezifisch genug = “specifiek genoeg”. Deze combinatie drukt een voldoende graad uit. Een bruikbaar patroon is Adjektiv + genug, um ... zu ...: “bijvoeglijk naamwoord + genoeg om ... te ...”. um en zu horen hier bij de Duitse um ... zu-constructie. In deze zin leidt die constructie het doel in: iets is voldoende specifiek om het later te evalueren. Het patroon is um + ... + zu + infinitief, bijvoorbeeld: Ich lerne, um die Prüfung zu bestehen. = “Ik leer om voor het examen te slagen.” es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval, als lijdend voorwerp van bewerten. De vorm is onzijdig enkelvoud; de zin en de vaste vertaling specificeren niet welk concreet ding het precies aanduidt. Voorbeeld: Ich lese das Buch und bewerte es. = “Ik lees het boek en beoordeel het.” später betekent “later” en plaatst de beoordeling op een later moment dan het huidige of eerder besproken moment. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met es. bewerten is de infinitief van het werkwoord bewerten, “evalueren” of “beoordelen”. In zu bewerten staat deze infinitief na zu, binnen de um ... zu-constructie. Een gewone hoofdzin gebruikt bijvoorbeeld: Ich bewerte es später. = “Ik evalueer het later.” De zin bouwt dus op van Das ist spezifisch genug (“Dat is specifiek genoeg”) naar um es später zu bewerten (“om het later te evalueren”). Samen betekent de volledige uiting: “Dat is specifiek genoeg om het later te evalueren.”

  9. Ich möchte auch Feedback zur Klarheit bekommen, nicht nur zum Selbstvertrauen.

    Ik wil ook feedback over de duidelijkheid, niet alleen over mijn zelfvertrouwen.

    Ich möchte
    ik wil
    auch
    ook
    Feedback
    feedback
    Klarheit
    duidelijkheid
    bekommen
    krijgen
    nicht nur
    niet alleen
    Selbstvertrauen
    zelfvertrouwen
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte betekent hier dat de spreker iets wil of graag zou willen. möchte is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud bij ich; het is de beleefde wilsvorm die bij het werkwoord mögen hoort en wordt in zulke zinnen als een modaal werkwoord gebruikt. Het patroon Ich möchte + infinitief is herbruikbaar: Ich möchte lernen. = Ik wil graag leren. auch voegt dit verzoek toe aan iets anders dat de spreker eveneens wil: ook. Het woord verandert niet naar persoon of getal. Feedback is een zelfstandig naamwoord voor terugkoppeling of beoordeling. Het wordt in het Duits vaak als leenwoord gebruikt en krijgt in deze zin geen zichtbare meervoudsuitgang. Voor een concreet onderwerp kan men bijvoorbeeld zeggen: Ich bekomme Feedback zum Text. = Ik krijg feedback op de tekst. Klarheit betekent hier duidelijkheid. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de basisvorm is al de vorm die in de zin staat. In zur Klarheit is zur de samentrekking van zu der: zu met het vrouwelijke lidwoord der in de datief. Deze combinatie geeft hier het onderwerp van de feedback aan: feedback over de duidelijkheid. bekommen betekent krijgen of ontvangen. Het is hier een infinitief. Omdat möchte als modaal werkwoord wordt gebruikt, staat de andere werkwoordsvorm aan het einde: Ich möchte Feedback bekommen. = Ik wil feedback krijgen. Het patroon is dus möchte ... bekommen, niet een vervoegde vorm van bekommen na möchte. nicht nur betekent niet alleen en kondigt een tegenstelling of aanvulling aan. In deze zin wordt het eerste soort feedback beperkt: de spreker wil feedback over de duidelijkheid, en niet uitsluitend over het tweede onderwerp. Het bijbehorende contrast staat in zum Selbstvertrauen. Selbstvertrauen betekent zelfvertrouwen. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord; zum is de samentrekking van zu dem. Het woord is samengesteld uit Selbst en Vertrauen, maar in deze zin functioneert het als één zelfstandig naamwoord. De vertaling maakt duidelijk dat het om het zelfvertrouwen van de spreker gaat; Duits drukt dat hier niet uit met een apart bezittelijk voornaamwoord. De volledige structuur is Ich möchte auch [Feedback zur Klarheit] bekommen, nicht nur [zum Selbstvertrauen]: Ik wil ook feedback over de duidelijkheid krijgen, niet alleen over mijn zelfvertrouwen. auch maakt duidelijk dat dit naast iets anders gewenst is; nicht nur contrasteert de twee onderwerpen van de feedback. De komma markeert dat tweede, beperkende deel. De zin is neutraal en bruikbaar wanneer iemand wil aangeven dat niet slechts één aspect beoordeeld moet worden.

  10. Klare Kriterien machen Ziele für die berufliche Entwicklung konkreter und praktischer.

    Duidelijke criteria maken doelen voor professionele ontwikkeling concreter en praktischer.

    Klare
    duidelijke
    Kriterien
    criteria
    machen
    maken
    Ziele
    doelen
    berufliche
    professionele
    Entwicklung
    ontwikkeling
    konkreter
    concreter
    praktischer
    praktischer
    Uitgebreide uitleg

    Klare betekent hier “duidelijke” en hoort bij Kriterien. De basisvorm is klar. Omdat het zelfstandig naamwoord meervoudig is en er geen lidwoord of ander bepalend woord vóór de woordgroep staat, krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de sterke uitgang -e: klare Kriterien. Met een bepaald lidwoord zou dat die klaren Kriterien zijn. Vergelijk ook: ein klares Kriterium — “een duidelijk criterium”. Kriterien is het meervoud van Kriterium. Het is hier het onderwerp: de criteria veroorzaken de beschreven verandering. Voor één exemplaar gebruik je ein Kriterium; voor meerdere Kriterien. machen is de tegenwoordige tijd van machen bij een meervoudig onderwerp: sie machen. In deze zin betekent het “ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt”. Een bruikbaar patroon is iets maakt iets + bijvoeglijk naamwoord: Die Übung macht den Text klarer. — “De oefening maakt de tekst duidelijker.” Ziele is het meervoud van Ziel en is hier het lijdend voorwerp van machen. De criteria maken dus de doelen concreter; de doelen veroorzaken de verandering niet zelf. Voor één doel is de vorm Ziel, voor meerdere Ziele. berufliche is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord beruflich bij Entwicklung. In für die berufliche Entwicklung staat de woordgroep in de accusatief, omdat für die naamval verlangt. Het vrouwelijke bepaalde lidwoord die blijft in nominatief en accusatief hetzelfde; de uitgang -e volgt hier op dat bepaalde lidwoord. Berufliche Entwicklung ist wichtig. — “Professionele ontwikkeling is belangrijk.” Entwicklung betekent hier “ontwikkeling”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Entwicklung. In für die berufliche Entwicklung noemt het het gebied waarvoor de doelen bedoeld zijn: professionele ontwikkeling. konkreter is de vergelijkende vorm van konkret: konkret – konkreter – am konkretesten. Hier staat het na machen als predicatief bijvoeglijk naamwoord; daarom krijgt het geen naamvalsuitgang. De doelen worden dus concreter, met een vergelijking met een eerdere of minder concrete toestand. Voorbeeld: Der Plan wird konkreter. — “Het plan wordt concreter.” praktischer is de vergelijkende vorm van praktisch: praktisch – praktischer – am praktischsten. Ook deze vorm staat predicatief na machen en krijgt daarom geen meervoudsuitgang. De doelen worden tegelijk concreter en praktischer. Samen vormt de zin het patroon Klare Kriterien machen Ziele für die berufliche Entwicklung konkreter und praktischer: “Duidelijke criteria maken doelen voor professionele ontwikkeling concreter en praktischer.” Klare Kriterien is het onderwerp, machen geeft de veroorzaakte verandering aan, Ziele is het lijdend voorwerp, en konkreter und praktischer beschrijft het resultaat.

Grammatica

dazu neigen, etwas zu tun

Ich neige dazu, Aufgaben zu organisieren.

Isj nai-ge da-tsoe, owf-gaa-ben tsoe or-ga-ni-zie-ren.

Ik heb de neiging om taken te organiseren.

Na „dazu neigen“ volgt een infinitief met „zu“: „dazu neigen, etwas zu tun“.

beides als zelfstandig gebruikt voornaamwoord

Beides ist sinnvoll.

Bai-des ist zin-vol.

Beide zijn zinvol.

„Beides“ verwijst zelfstandig naar twee zaken en krijgt in deze zin een enkelvoudige werkwoordsvorm: „ist“.

Duits woordenschat

Aufgabe zelfstandig naamwoord
owf-gaa-be taak Aufgaben
bestimmen werkwoord
be-sjti-men bepalen
festlegen werkwoord
fest-lee-gen vaststellen
neigen werkwoord
nai-gen de neiging hebben neige
organisieren werkwoord
or-ga-ni-zie-ren organiseren
Position zelfstandig naamwoord
poo-tsie-oon functie
Präsentationsfähigkeiten zelfstandig naamwoord
pre-zen-ta-tsie-oons-fee-sj-kai-ten presentatievaardigheden
präsentieren werkwoord
pre-zen-tie-ren presenteren
Schwäche zelfstandig naamwoord
sjwee-sje zwak punt
sinnvoll bijvoeglijk naamwoord
zin-vol zinvol
Stärke zelfstandig naamwoord
sjter-ke sterk punt
Weiterentwicklung zelfstandig naamwoord
vai-ter-ènt-wik-loeng ontwikkeling

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

functie

Antwoord tonenPosition

sterk punt

Antwoord tonenStärke

taak

Antwoord tonenAufgaben

bepalen

Antwoord tonenbestimmen