Gericht oefenen met luisteren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a classroom, two adults review uneven language-study progress and decide to focus on listening practice with a weekly check..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Gericht oefenen met luisteren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich lerne jeden Tag, aber ich mache trotzdem noch ungleichmäßige Fortschritte.

isj leer-nuh yee-den taak, aa-buh isj makh-uh trots-deem nog oeng-glaj-sjie-meh-si-guh fort-sjrit-tuh. Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselend aan.
B

Was funktioniert am wenigsten, wenn du mit Leuten sprichst?

vas foengksjo-nieert am vee-nisj-stun, ven doe mit loy-tuh sjprikst? Welk onderdeel gaat het vaakst mis als je met mensen praat?
A

Das Zuhören, besonders wenn die Leute in normalem Tempo sprechen.

das tsoe-heu-run, buh-zon-ders ven die loy-tuh in nor-maa-lum tem-po sjprek-un. Luisteren, vooral als mensen op normale snelheid praten.
B

Dann solltest du erst einmal mehr Hörverstehen üben, bevor du neue Grammatikübungen hinzufügst.

dan zol-tust doe eerst ain-maal meer heuur-feer-sjtee-un uu-bun, buh-foor doe noy-uh gra-maa-tiek-uu-bun-gun hin-tsoe-fuu-gst. Geef het luisteren dan meer tijd voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.
A

Wie kann ich merken, ob ich besser werde, ohne ständig Tests zu machen?

vii kan isj mer-kun, op isj bes-suh veer-duh, oo-nuh sjten-disj tests tsoe maa-khun? Hoe kan ik merken of ik beter word zonder steeds tests te doen?
B

Verwende dieselbe kurze Aufnahme zweimal und vergleiche, was du verstanden hast.

fer-ven-duh die-zel-buh koer-tsuh auf-naa-muh tsvai-maal oent fer-glaj-sjun, vas doe fer-sjtee-un hast. Gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk wat je hebt begrepen.
A

Das gibt mir ein klareres Bild, als jeden Tag das Lernmaterial zu wechseln.

das giept mier ain klaa-rus bilt, als yee-den taak das leern-ma-tee-riaal tsoe vek-suln. Dat geeft me een duidelijker beeld dan elke dag van materiaal te wisselen.
B

Es zeigt auch, ob deine Strategie funktioniert, und nicht nur, wie lange du gelernt hast.

es tsaikt oug, op dai-nuh sjtra-tee-gie foengksjo-nieert, oent nisjt noor, vii lang-uh doe guh-leernt hast. Het laat ook zien of je strategie werkt, en niet alleen hoe lang je hebt gestudeerd.
A

Ich könnte einmal pro Woche meine Notizen durchsehen und danach meine Lernstrategie anpassen.

isj keun-tuh ain-maal proo voo-khuh mai-nuh no-tee-tsun doer-sjee-un oent daa-naakh mai-nuh leern-sjtra-tee-gie an-pas-un. Ik zou één keer per week mijn aantekeningen kunnen nakijken en daarna mijn aanpak aanpassen.
B

So eine kurze Überprüfung kann dir helfen, beim Üben fokussiert zu bleiben.

zoo ai-nuh koer-tsuh uu-buh-pruu-foeng kan dier hel-pun, baim uu-bun fo-koe-sieert tsoe blai-bun. Zo'n korte evaluatie kan ervoor zorgen dat je gericht blijft oefenen.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich lerne jeden Tag, aber ich mache trotzdem noch ungleichmäßige Fortschritte.

    Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselend aan.

    lerne
    studeer
    Tag
    dag
    mache
    maak
    trotzdem
    toch
    noch
    nog steeds
    ungleichmäßige
    wisselend; ongelijkmatig
    Fortschritte
    vooruitgang; vorderingen
    Uitgebreide uitleg

    lerne is hier de vorm van lernen voor ich: de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze zin betekent het, in overeenstemming met de vertaling, “studeren”. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — “Ik studeer Duits.” Dezelfde vorm kan afhankelijk van de context ook “leren” betekenen. Tag betekent “dag”. In jeden Tag staat het als onderdeel van een vaste tijdsbepaling: “elke dag”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk; het meervoud is Tage. Voorbeeld: Jeden Tag übe ich. — “Elke dag oefen ik.” mache is de vorm van machen voor ich in de tegenwoordige tijd. Hier vormt het samen met Fortschritte de gebruikelijke combinatie Fortschritte machen, letterlijk “vorderingen maken” en natuurlijk vertaald als “vooruitgang boeken”. Voorbeeld: Ich mache Fortschritte. — “Ik boek vooruitgang.” trotzdem betekent “toch” of “desondanks”. Het verbindt hier de dagelijkse studie met het daaropvolgende feit dat de vooruitgang nog steeds ongelijkmatig is. Voorbeeld: Es ist schwierig, aber ich übe trotzdem. — “Het is moeilijk, maar ik oefen toch.” noch betekent hier “nog steeds”. In combinatie met trotzdem geeft trotzdem noch aan dat de beschreven toestand ondanks de voorafgaande inspanning voortduurt. Voorbeeld: Ich bin noch müde. — “Ik ben nog steeds moe.” ungleichmäßige is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord ungleichmäßig, “ongelijkmatig” of “wisselend”. Het beschrijft Fortschritte, dat hier meervoud is; de uitgang -e hoort bij deze positie vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder voorafgaand lidwoord. Een nuttig contrast is gleichmäßig — “gelijkmatig” — tegenover ungleichmäßig — “ongelijkmatig”. Fortschritte is het meervoud van Fortschritt, “vooruitgang” of “vordering”. In de combinatie Fortschritte machen wordt vooruitgang als iets voorgesteld dat iemand maakt of boekt; het meervoud is in het Duits in deze uitdrukking gebruikelijk. Voorbeeld: Sie macht gute Fortschritte. — “Zij boekt goede vooruitgang.” Samen betekent Ich lerne jeden Tag “Ik studeer elke dag”. aber maakt daar een tegenstelling van, en ich mache trotzdem noch ungleichmäßige Fortschritte betekent “maar ik boek toch nog steeds wisselende vooruitgang”. De hele zin betekent dus: “Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselend aan.”

  2. Was funktioniert am wenigsten, wenn du mit Leuten sprichst?

    Welk onderdeel gaat het vaakst mis als je met mensen praat?

    Was
    wat
    funktioniert
    werkt
    am wenigsten
    het minst
    wenn du
    als jij
    mit Leuten
    met mensen
    sprichst
    praat
    Uitgebreide uitleg

    Was vraagt hier naar datgene of het onderdeel waarnaar de spreker informeert: “wat?” In deze vraag is het onderwerp van funktioniert; het verwijst dus niet zelfstandig naar een al genoemd persoon. funktioniert komt van funktionieren en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: es funktioniert, was funktioniert. Het betekent hier dat iets goed werkt of in de praktijk goed verloopt. Voor een meervoudig onderwerp zou je funktionieren gebruiken: Welche Übungen funktionieren gut? — “Welke oefeningen werken goed?” am wenigsten betekent “het minst”. Dit is de vaste vorm van de overtreffende trap van wenig wanneer de uitdrukking bij een werkwoord hoort: iets werkt am wenigsten. Vergelijk wenig — weinig, weniger — minder, am wenigsten — het minst. De uitdrukking bepaalt samen met funktioniert welk onderdeel het slechtst of het minst goed verloopt. wenn du leidt een voorwaardelijke of tijdsbepalende bijzin in: “als jij” of “wanneer jij”. du is de informele tweede persoon enkelvoud. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde; daarom volgt verderop sprichst en niet meteen na du. mit Leuten betekent “met mensen”. Na mit staat in het Duits de datief. Leuten is de datief meervoud van Leute; het zelfstandig naamwoord blijft dus meervoud, maar krijgt in deze vorm de uitgang -n. Een voorbeeld is Ich spreche mit Leuten. — “Ik praat met mensen.” sprichst komt van sprechen en is de tegenwoordige tijd voor du: du sprichst. De klinkerwisseling e → i hoort bij deze vorm; het is niet dezelfde vorm als de infinitief sprechen. Du sprichst sehr leise. — “Je praat heel zacht.” Samen vormt wenn du mit Leuten sprichst de bijzin “als je met mensen praat”. De hoofdzin Was funktioniert am wenigsten? vraagt welk onderdeel in die situatie het minst goed verloopt. Volgens de vaste vertaling is de bedoelde betekenis: “Welk onderdeel gaat het vaakst mis als je met mensen praat?” De volledige zin is dus een vraag naar het lastigste onderdeel van met mensen praten, zonder al te beweren welk onderdeel dat is.

  3. Das Zuhören, besonders wenn die Leute in normalem Tempo sprechen.

    Luisteren, vooral als mensen op normale snelheid praten.

    Das Zuhören
    het luisteren
    besonders
    vooral
    Leute
    mensen
    normalem
    normale
    Tempo
    tempo, snelheid
    sprechen
    praten
    Uitgebreide uitleg

    Das Zuhören betekent hier “het luisteren”. Het is een van een werkwoord afgeleid zelfstandig naamwoord: het infinitief zuhören wordt als activiteit gebruikt en krijgt daarom een hoofdletter. Het lidwoord das hoort bij dit zelfstandig gebruikte infinitief; het zegt hier niet dat er één luisterhandeling wordt geteld. Vergelijk: Das Lesen ist wichtig. — “Lezen is belangrijk.” besonders betekent “vooral” en legt extra nadruk op wat daarna komt. Het is een bijwoord en verandert dus niet van vorm. Hier leidt het de bijzonder relevante situatie in de volgende bijzin in. Leute betekent “mensen” en heeft alleen een meervoudsvorm. In die Leute is het een meervoudige groep met die als bepaald lidwoord. Het werkwoord later in deze bijzin krijgt daarom de meervoudsvorm sprechen. Leute is niet hetzelfde als het enkelvoudige Person (“persoon”); een mogelijke herformulering is die Personen, maar Leute is de gewone alledaagse keuze voor “mensen”. normalem betekent hier “normale” in de woordgroep in normalem Tempo. De uitgang -em staat op het bijvoeglijk naamwoord normal, niet op Tempo. Tempo is onzijdig (das Tempo), en na het voorzetsel in staat deze uitdrukking in de datief: in normalem Tempo. De datief drukt hier de manier of snelheid uit, niet een beweging naar een plaats. Vergelijk: Sie spricht in langsamem Tempo. — “Ze praat in een langzaam tempo.” Tempo betekent “tempo” of “snelheid” en is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Tempo. In deze zin gaat het om de snelheid waarmee mensen spreken. De woordgroep in normalem Tempo betekent als geheel “op normale snelheid”. sprechen betekent hier “praten”. In deze bijzin is het de vervoegde tegenwoordige tijd voor het meervoudige onderwerp die Leute; door de woordvolgorde staat de vorm achteraan. De vorm sprechen is toevallig gelijk aan de infinitief sprechen en aan de tegenwoordige tijd bij sie in het meervoud. Bij er of sie in het enkelvoud staat spricht: Er spricht — “Hij praat.” In een hoofdzin staat het onderwerp en de vervoegde vorm bijvoorbeeld in Die Leute sprechen — “De mensen praten.” Samen vormt wenn die Leute in normalem Tempo sprechen een bijzin: “als mensen op normale snelheid praten”. Wenn introduceert hier de situatie waarin het luisteren bijzonder relevant of lastig is. Het hele fragment betekent: “Het luisteren, vooral als mensen op normale snelheid praten.” Als zelfstandig antwoord is het een verkorte formulering; de context bepaalt welke volledige zin eraan voorafgaat of erop volgt.

  4. Dann solltest du erst einmal mehr Hörverstehen üben, bevor du neue Grammatikübungen hinzufügst.

    Geef het luisteren dan meer tijd voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.

    Dann
    dan
    solltest du
    zou je moeten
    erst einmal
    eerst maar eens
    mehr
    meer
    Hörverstehen
    luisterbegrip
    üben
    oefenen
    bevor
    voordat
    neue
    nieuwe
    Grammatikübungen
    grammaticaoefeningen
    hinzufügst
    toevoegt
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verwijst naar de gegeven situatie of het voorafgaande advies. Het kan ook “toen” betekenen in een tijdsvolgorde, maar die betekenis past hier niet. solltest du drukt een aanbeveling uit: “zou je moeten”. De vorm solltest hoort bij het werkwoord sollen en is de vorm voor du in de Konjunktiv II, vaak gebruikt om een advies minder direct te formuleren. Vergelijk: Du sollst üben. = “Je moet oefenen.” tegenover Du solltest üben. = “Je zou moeten oefenen.” erst einmal betekent “eerst maar eens” of “voorlopig eerst”. Het geeft hier de volgorde van de aanbevolen stappen aan, niet een exacte telling. mehr betekent “meer” en vergelijkt de aanbevolen hoeveelheid met wat er eerder gebeurde of al gebeurde. Het is de vergrotende vorm van viel: viel – mehr – am meisten. Hörverstehen is een zelfstandig naamwoord voor het begrijpen van gesproken taal, dus “luisterbegrip”. Het is gevormd uit hören (“luisteren”) en Verstehen (“begrijpen”), maar in deze zin benoemt het één leergebied. In een voorbeeld: Hörverstehen ist wichtig. = “Luisterbegrip is belangrijk.” üben is het werkwoord “oefenen”. Het is hier een infinitief na solltest: Du solltest mehr üben. = “Je zou meer moeten oefenen.” In deze zin specificeert Hörverstehen wat er geoefend moet worden. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin met bevor staat het vervoegde werkwoord achteraan: bevor du neue Übungen hinzufügst. neue betekent “nieuwe”. De vorm hoort bij het bijvoeglijk naamwoord neu en krijgt hier de uitgang -e vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord Grammatikübungen in deze naamvalsconstructie. De vorm is dus niet een zelfstandige vorm van het zelfstandig naamwoord. Grammatikübungen betekent “grammaticaoefeningen”. Het is het meervoud van Grammatikübung; het onderdeel -übungen verwijst naar oefeningen. Voorbeeld: Ich mache neue Grammatikübungen. = “Ik maak nieuwe grammaticaoefeningen.” hinzufügst betekent hier “toevoegt”. Het komt van het scheidbare werkwoord hinzufügen (“toevoegen”) en is de du-vorm in de tegenwoordige tijd: du fügst ... hinzu. In deze bijzin staat het werkwoord op zijn gebruikelijke eindpositie en verschijnt de vorm als één woord: du ... hinzufügst. De zin bouwt zo een advies op: Dann solltest du geeft aan wat je volgens de spreker het beste kunt doen, erst einmal mehr Hörverstehen üben benoemt de eerste aanbevolen activiteit, en bevor du neue Grammatikübungen hinzufügst plaatst het toevoegen van nieuwe grammaticaoefeningen daarna. Het geheel betekent: “Geef het luisteren dan eerst meer tijd voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.”

  5. Wie kann ich merken, ob ich besser werde, ohne ständig Tests zu machen?

    Hoe kan ik merken of ik beter word zonder steeds tests te doen?

    Wie kann ich
    Hoe kan ik ...?
    merken
    merken; opmerken
    besser
    beter
    werde
    word
    ständig
    steeds; voortdurend
    Tests
    tests
    zu machen
    te doen
    Uitgebreide uitleg

    Wie kann ich is een herbruikbaar vraagpatroon voor een manier of mogelijkheid: “Hoe kan ik ...?” kann is de vorm van können bij ich; het vervoegde werkwoord staat in deze hoofdzin op de tweede plaats, na het vraagwoord Wie. merken betekent hier iets opmerken of vaststellen. Na kann staat het als infinitief en blijft het daarom in deze vorm. Een nuttig patroon is merken, ob ...: “merken of ...”. Voorbeeld: Ich merke, ob ich den Text verstehe. — “Ik merk of ik de tekst begrijp.” besser betekent hier “beter” en vergelijkt de toestand met een eerdere of andere toestand. Het is de vergelijkende vorm van gut: gut — besser — am besten. Voorbeeld: Ich spreche jetzt besser Deutsch. — “Ik spreek nu beter Duits.” werde is de vorm van werden bij ich: ich werde. In ob ich besser werde betekent werden hier “worden” of “vooruitgaan”, niet “zullen” als aanduiding van de toekomende tijd. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: ob ich besser werde = “of ik beter word”. ständig betekent “steeds” of “voortdurend”. Het is een bijwoord en verandert dus niet mee met een zelfstandig naamwoord. Hier bepaalt het de frequentie van Tests zu machen. Tests is het meervoud van der Test: ein Test — Tests. Het woord verwijst hier naar tests die de spreker steeds maakt. Het meervoud heeft in deze vorm geen extra uitgang. zu machen is de zu-infinitief van machen, dat hier “doen” betekent. Samen met ohne vormt het ohne ... zu machen: “zonder ... te doen”. ohne geeft aan dat iets niet gebeurt terwijl de andere handeling wel bedoeld is; hier gaat het om merken of de spreker beter wordt zonder steeds tests te doen. Samen vormt de zin een vraag naar een manier om vooruitgang vast te stellen: Wie kann ich merken = “Hoe kan ik merken”, ob ich besser werde = “of ik beter word”, en ohne ständig Tests zu machen = “zonder steeds tests te doen”. De volledige betekenis is: “Hoe kan ik merken of ik beter word zonder steeds tests te doen?”

  6. Verwende dieselbe kurze Aufnahme zweimal und vergleiche, was du verstanden hast.

    Gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk wat je hebt begrepen.

    Verwende
    gebruik
    dieselbe
    dezelfde
    kurze
    korte
    Aufnahme
    opname
    zweimal
    twee keer
    vergleiche
    vergelijk
    verstanden
    begrepen
    Uitgebreide uitleg

    Verwende staat hier als gebiedende wijs voor du van verwenden (‘gebruiken’): verwenden → du verwendest → Verwende!. De zin geeft dus een instructie aan één aangesproken persoon. dieselbe betekent hier ‘dezelfde’, namelijk opnieuw dezelfde opname. Het woord verwijst naar iets dat al als identiek bedoeld is; het drukt niet alleen een willekeurige hoeveelheid uit. Omdat Aufnahme vrouwelijk is en hier het lijdend voorwerp is, staat deze vorm in de accusatief: dieselbe Aufnahme. kurze is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord kurz (‘kort’). In kurze Aufnahme krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, passend bij het vrouwelijke zelfstandige naamwoord in deze bepaalde woordgroep. Vergelijk: eine kurze Aufnahme (‘een korte opname’). Aufnahme is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een opname, bijvoorbeeld een audio- of video-opname. Het meervoud is Aufnahmen. Voorbeeld: Ich höre die Aufnahme noch einmal. — ‘Ik luister nog een keer naar de opname.’ zweimal betekent ‘twee keer’ en geeft aan hoe vaak de opname gebruikt moet worden. Het is één bijwoord; het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. vergleiche is opnieuw een gebiedende wijs voor du, nu van vergleichen (‘vergelijken’): vergleichen → du vergleichst → Vergleiche!. Het onderwerp du staat niet afzonderlijk in de hoofdzin, maar is in de werkwoordsvorm begrepen. verstanden is het voltooid deelwoord van verstehen (‘begrijpen’): verstehen → verstanden. In was du verstanden hast vormt het samen met hast de voltooide tijd: letterlijk gaat het om wat je hebt begrepen. In de bijzin staat het voltooid deelwoord aan het einde, terwijl hast eveneens bij die bijzin hoort. Samen betekent de eerste gebiedende opdracht Verwende dieselbe kurze Aufnahme zweimal: gebruik dezelfde korte opname twee keer. Daarna volgt de tweede opdracht vergleiche, met als inhoud was du verstanden hast: vergelijk wat je hebt begrepen. De volledige zin is dus: ‘Gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk wat je hebt begrepen.’

  7. Das gibt mir ein klareres Bild, als jeden Tag das Lernmaterial zu wechseln.

    Dat geeft me een duidelijker beeld dan elke dag van materiaal te wisselen.

    Das
    dat
    gibt
    geeft
    mir
    mij
    klareres
    duidelijker
    Bild
    beeld
    Tag
    dag
    Lernmaterial
    leermateriaal
    zu wechseln
    te wisselen
    Uitgebreide uitleg

    Das is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis ‘dat’. Het verwijst naar een eerder genoemde zaak, handeling of situatie; uit deze zin alleen blijkt niet precies welke. De vorm is onzijdig enkelvoud, maar die vorm legt het concrete referent niet vast. gibt komt van geben en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: geben → gibt. In de structuur jemandem etwas geben staat de ontvanger in de datief en datgene wat gegeven wordt in de accusatief. Hier is Das het grammaticale onderwerp, mir de ontvanger en ein klareres Bild datgene wat wordt verkregen. mir is de datiefvorm van het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ich → mir. De accusatiefvorm is mich. Hier verwijst mir naar de persoon die een duidelijker beeld krijgt. klareres is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord klar: klar → klarer → am klarsten. In ein klareres Bild krijgt de comparatief de uitgang -es, omdat Bild onzijdig is en deze naamwoordgroep in de accusatief staat. als leidt hier het element in waarmee wordt vergeleken. Bild is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Bild, meervoud die Bilder. Het betekent hier niet alleen een visueel beeld, maar een duidelijker inzicht of totaalbeeld. Voorbeeld: Die Erklärung gibt mir ein klares Bild. — ‘De uitleg geeft me een duidelijk beeld.’ Tag betekent ‘dag’. In jeden Tag betekent de combinatie ‘elke dag’; jeden is hier de accusatiefvorm van jeder bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Tag. Voorbeeld: Ich übe jeden Tag. — ‘Ik oefen elke dag.’ Lernmaterial is een onzijdig samengesteld zelfstandig naamwoord: das Lernmaterial. Het betekent materiaal waarmee je leert. Lern- geeft het soort materiaal aan en Material is het hoofd van de samenstelling. zu wechseln bestaat uit wechseln ‘wisselen’ of ‘veranderen’ en de infinitiefmarkeerder zu. Het patroon etwas wechseln kan betekenen dat je iets vervangt of verandert. Voorbeeld: Ich wechsle das Buch. — ‘Ik wissel het boek.’ Samen betekent Das gibt mir ein klareres Bild dat datgene waarnaar Das verwijst de spreker een duidelijker inzicht oplevert. als jeden Tag das Lernmaterial zu wechseln vergelijkt dit met het elke dag wisselen van het leermateriaal. De hele zin betekent: ‘Dat geeft me een duidelijker beeld dan elke dag van materiaal te wisselen.’

  8. Es zeigt auch, ob deine Strategie funktioniert, und nicht nur, wie lange du gelernt hast.

    Het laat ook zien of je strategie werkt, en niet alleen hoe lang je hebt gestudeerd.

    zeigt
    laat zien
    Strategie
    strategie
    funktioniert
    werkt
    nicht nur
    niet alleen
    wie lange
    hoe lang
    gelernt hast
    gestudeerd hebt
    Uitgebreide uitleg

    zeigt is de derde persoon enkelvoud van zeigen (tonen/laten zien), in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is Es; in deze zin verwijst dat volgens de vertaling naar iets dat informatie geeft, zonder dat de precieze referent verder wordt benoemd. Voorbeeld: Der Test zeigt das Problem. — De test laat het probleem zien. Strategie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Strategie; het meervoud is Strategien. Hier gaat het om de aanpak van de aangesprokene. Voorbeeld: Meine Strategie ist einfach. — Mijn strategie is eenvoudig. funktioniert is de derde persoon enkelvoud van funktionieren. De vorm hoort bij deine Strategie, niet bij du: de strategie werkt. Voorbeeld: Der Plan funktioniert gut. — Het plan werkt goed. ob leidt de ingebedde vraag in die door zeigt wordt aangekondigd: er wordt nagegaan of iets het geval is. Het patroon zeigen, ob ... betekent ‘laten zien of ...’. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: ob ... funktioniert. nicht nur markeert het eerste deel van een tegenstelling of aanvulling met ‘niet alleen’. Samen met auch maakt het duidelijk dat er naast de studieduur nog een tweede beoordelingspunt is: ook het werken van de strategie telt mee. Het vaste fragment nicht nur betekent hier dus niet zelfstandig ‘alleen niet’, maar vormt een contrastpatroon. wie lange vraagt naar de duur: letterlijk gaat het om ‘hoe lang’. Het leidt hier een tweede ingebedde vraag in, namelijk naar de duur van het leren. Vergelijk wie oft (‘hoe vaak’) en wann (‘wanneer’); die vragen respectievelijk naar frequentie en tijdstip, niet naar duur. Voorbeeld: Wie lange bleibst du? — Hoe lang blijf je? gelernt hast bestaat uit het voltooid deelwoord gelernt van lernen en de tweede persoon enkelvoud van haben, hast. Samen vormen ze het perfectum: ‘je hebt geleerd’. In deze bijzin staat het hulpwerkwoord hast aan het einde. Voorbeeld: Du hast gestern gelernt. — Je hebt gisteren gestudeerd. De zin zegt als geheel dat iets twee aspecten zichtbaar maakt: of de strategie werkt, en niet alleen hoe lang de aangesprokene heeft gestudeerd. zeigt neemt beide ingebedde vragen op: de ob-bijzin beoordeelt de werking van de strategie, terwijl wie lange de studieduur specificeert.

  9. Ich könnte einmal pro Woche meine Notizen durchsehen und danach meine Lernstrategie anpassen.

    Ik zou één keer per week mijn aantekeningen kunnen nakijken en daarna mijn aanpak aanpassen.

    Ich könnte
    ik zou kunnen
    einmal pro Woche
    één keer per week
    Notizen
    aantekeningen
    durchsehen
    nakijken
    danach
    daarna
    Lernstrategie
    leerstrategie; aanpak
    anpassen
    aanpassen
    Uitgebreide uitleg

    Ich könnte: könnte is de Konjunktiv II-vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud. In deze zin drukt Ich könnte ... een mogelijke of voorgestelde handeling uit: “ik zou ... kunnen”. Het onderwerp is Ich; het modale werkwoord staat op de tweede positie, terwijl het bijbehorende infinitief aan het einde van de bijzinachtige werkwoordsgroep staat. Vergelijk: Ich kann kommen. = “Ik kan komen.” tegenover Ich könnte kommen. = “Ik zou kunnen komen.” einmal pro Woche: dit is een herhalingspatroon: einmal pro Woche betekent “één keer per week”. pro geeft hier de verhouding per tijdseenheid aan. Voor andere frequenties kun je bijvoorbeeld zweimal pro Monat zeggen: “twee keer per maand.” Notizen: Notizen is het meervoud van die Notiz, “de notitie”. Het lidwoord en de meervoudsvorm maken duidelijk dat het om notities gaat; het woord zegt op zichzelf niet hoeveel. Voor één notitie is de vorm eine Notiz. durchsehen: durchsehen betekent hier “nakijken” of “doornemen”, bijvoorbeeld materiaal controleren of opnieuw bekijken. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord: in een gewone hoofdzin staat het voorvoegsel los, zoals in Ich sehe meine Notizen durch. In deze zin blijft het infinitief durchsehen bij het modale werkwoord könnte aan het einde van de werkwoordsgroep. Voorbeeld: Ich sehe den Bericht durch. — “Ik neem het verslag door.” danach: danach betekent “daarna” en verwijst naar iets dat eerder in de beschreven volgorde gebeurt. Het verbindt hier het nakijken van de notities met de volgende handeling. Voorbeeld: Wir lernen und gehen danach spazieren. — “We leren en gaan daarna wandelen.” Lernstrategie: Lernstrategie is een samenstelling van lernen (“leren”) en Strategie (“strategie”): “leerstrategie”. Het is vrouwelijk: die Lernstrategie; het meervoud is die Lernstrategien. In deze zin gaat het om de aanpak die de spreker gebruikt om te leren. Het woord Strategie kan ook buiten leren worden gebruikt, bijvoorbeeld eine Verkaufsstrategie — “een verkoopstrategie”. anpassen: anpassen betekent “aanpassen”. In etwas anpassen is iets het voorwerp dat gewijzigd wordt; hier is meine Lernstrategie dat voorwerp. Ook dit werkwoord is scheidbaar: Ich passe meine Strategie an. Bij könnte blijft het infinitief echter als anpassen staan. Voorbeeld: Wir passen den Plan an. — “We passen het plan aan.” Samen vormen de delen de volgorde Ich könnte + einmal pro Woche + meine Notizen durchsehen + und danach + meine Lernstrategie anpassen: “Ik zou één keer per week mijn aantekeningen kunnen nakijken en daarna mijn aanpak aanpassen.” könnte maakt beide handelingen mogelijk binnen hetzelfde voorstel; und danach maakt duidelijk dat het aanpassen ná het nakijken komt.

  10. So eine kurze Überprüfung kann dir helfen, beim Üben fokussiert zu bleiben.

    Zo'n korte evaluatie kan ervoor zorgen dat je gericht blijft oefenen.

    So eine
    zo'n
    kurze
    korte
    Überprüfung
    evaluatie
    kann
    kan
    helfen
    helpen
    beim Üben
    tijdens het oefenen
    fokussiert
    gericht
    zu bleiben
    te blijven
    Uitgebreide uitleg

    So eine betekent hier “zo’n” of “een dergelijke”. Het verwijst naar een soort controle/evaluatie en drukt op zichzelf geen exact aantal uit. eine is hier de vorm voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; dat past bij die Überprüfung. kurze komt van kurz (“kort”). Voor het vrouwelijke enkelvoud na eine krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e: eine kurze Überprüfung. Vergelijk: ein kurzer Test (mannelijk) en ein kurzes Gespräch (onzijdig). Voorbeelden: eine kurze Pause = “een korte pauze”; ein kurzer Text = “een korte tekst”. Überprüfung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Überprüfung, meervoud die Überprüfungen. In deze zin gaat het, volgens de vaste vertaling, om een korte evaluatie of controle. Het woord hoort bij het werkwoord überprüfen (“controleren”); leer de zelfstandignaamwoordsvorm met het lidwoord die. kann is de derde persoon enkelvoud van können; de basisvorm is können. Met een daaropvolgend infinitief drukt het uit dat iets mogelijk is of kan helpen gebeuren. Voorbeeld: Das kann helfen. = “Dat kan helpen.” Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: kann ... helfen. helfen is hier de infinitief “helpen”. helfen gebruikt voor de persoon die hulp ontvangt vaak de datief: jemandem helfen. Daarom staat er in de volledige zin dir helfen: “jou helpen”. Een bruikbaar patroon is Das hilft mir, ... zu tun. = “Dat helpt mij om ... te doen.” beim Üben betekent “tijdens het oefenen” of “bij het oefenen”. beim is de samentrekking van bei dem. Üben is een zelfstandig gebruikt werkwoord en wordt daarom met een hoofdletter geschreven; het komt van üben (“oefenen”). Voorbeeld: Beim Lesen lerne ich neue Wörter. = “Tijdens het lezen leer ik nieuwe woorden.” fokussiert betekent hier “gericht” of “geconcentreerd”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na bleiben als toestand wordt gebruikt, en krijgt in deze positie geen naamvalsuitgang: fokussiert bleiben = “gericht blijven”. Voorbeeld: Sie bleibt ruhig. = “Zij blijft rustig.” zu bleiben is de zu-infinitief van bleiben, waarvan de basisvorm eveneens bleiben is. bleiben betekent “blijven”; met een bijvoeglijk naamwoord beschrijft het dat een toestand voortduurt. In het patroon jemandem helfen, ... zu bleiben geeft dit aan welke toestand de hulp ondersteunt. De zin bouwt zo op: So eine kurze Überprüfung (“zo’n korte evaluatie”) is het onderwerp; kann ... helfen zegt dat die evaluatie kan helpen; dir is de persoon die hulp ontvangt; en beim Üben fokussiert zu bleiben betekent “tijdens het oefenen gericht te blijven”. Samen: “Zo’n korte evaluatie kan ervoor zorgen dat je tijdens het oefenen gericht blijft.”

Grammatica

beim + substantivierter Infinitiv

Beim Üben mache ich Fortschritte.

baim uu-bun makh-uh isj fort-sjrit-tuh.

Tijdens het oefenen boek ik vooruitgang.

Na „beim“ staat een als zelfstandig naamwoord gebruikt werkwoord met een hoofdletter: Üben.

zu + Infinitiv

Das Lernmaterial zu wechseln, ist eine Strategie.

das leern-ma-tee-riaal tsoe vek-suln, ist ai-nuh sjtraa-tee-gie.

Het leermateriaal wisselen is een strategie.

„Zu wechseln“ is een infinitiefconstructie; het werkwoord krijgt „zu“ en blijft achteraan.

Duits woordenschat

am wenigsten bijwoord
am vee-nisj-stun het minst

Was funktioniert am wenigsten?

erst einmal uitdrukking
eerst ain-maal eerst maar eens

Dann solltest du erst einmal mehr Hörverstehen üben.

Fortschritt zelfstandig naamwoord
fort-sjrit vooruitgang Fortschritte

ungleichmäßige Fortschritte

Fortschritte machen uitdrukking
fort-sjrit-tuh makh-un vooruitgang boeken

Ich mache trotzdem noch ungleichmäßige Fortschritte.

funktionieren werkwoord
foengksjo-nieer-un werken; functioneren funktioniert

Was funktioniert am wenigsten?

Grammatikübung zelfstandig naamwoord
gra-maa-tiek-uu-boeng grammaticaoefening Grammatikübungen

neue Grammatikübungen

Hörverstehen zelfstandig naamwoord
heuur-feer-sjtee-un luistervaardigheid; luisterbegrip

mehr Hörverstehen üben

Leute zelfstandig naamwoord
loy-tuh mensen

wenn du mit Leuten sprichst

merken werkwoord
mer-kun merken; opmerken

Wie kann ich merken, ob ich besser werde?

Tempo zelfstandig naamwoord
tem-po tempo; snelheid

in normalem Tempo

ungleichmäßig bijvoeglijk naamwoord
oeng-glaj-sjie-meh-sisj wisselend; ongelijkmatig ungleichmäßige

ungleichmäßige Fortschritte

Zuhören zelfstandig naamwoord
tsoe-heu-run luisteren

Das Zuhören

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vooruitgang

Antwoord tonenFortschritte

mensen

Antwoord tonenLeute

werken; functioneren

Antwoord tonenfunktioniert

luisteren

Antwoord tonenZuhören