Gericht oefenen met luisteren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a classroom, two adults review uneven language-study progress and decide to focus on listening practice with a weekly check..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Gericht oefenen met luisteren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich lerne jeden Tag, aber ich mache trotzdem noch ungleichmäßige Fortschritte.

isj leer-nuh yee-den taak, aa-buh isj makh-uh trots-deem nog oeng-glaj-sjie-meh-si-guh fort-sjrit-tuh. Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselend aan.
B

Was funktioniert am wenigsten, wenn du mit Leuten sprichst?

vas foengksjo-nieert am vee-nisj-stun, ven doe mit loy-tuh sjprikst? Welk onderdeel gaat het vaakst mis als je met mensen praat?
A

Das Zuhören, besonders wenn die Leute in normalem Tempo sprechen.

das tsoe-heu-run, buh-zon-ders ven die loy-tuh in nor-maa-lum tem-po sjprek-un. Luisteren, vooral als mensen op normale snelheid praten.
B

Dann solltest du erst einmal mehr Hörverstehen üben, bevor du neue Grammatikübungen hinzufügst.

dan zol-tust doe eerst ain-maal meer heuur-feer-sjtee-un uu-bun, buh-foor doe noy-uh gra-maa-tiek-uu-bun-gun hin-tsoe-fuu-gst. Geef het luisteren dan meer tijd voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.
A

Wie kann ich merken, ob ich besser werde, ohne ständig Tests zu machen?

vii kan isj mer-kun, op isj bes-suh veer-duh, oo-nuh sjten-disj tests tsoe maa-khun? Hoe kan ik merken of ik beter word zonder steeds tests te doen?
B

Verwende dieselbe kurze Aufnahme zweimal und vergleiche, was du verstanden hast.

fer-ven-duh die-zel-buh koer-tsuh auf-naa-muh tsvai-maal oent fer-glaj-sjun, vas doe fer-sjtee-un hast. Gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk wat je hebt begrepen.
A

Das gibt mir ein klareres Bild, als jeden Tag das Lernmaterial zu wechseln.

das giept mier ain klaa-rus bilt, als yee-den taak das leern-ma-tee-riaal tsoe vek-suln. Dat geeft me een duidelijker beeld dan elke dag van materiaal te wisselen.
B

Es zeigt auch, ob deine Strategie funktioniert, und nicht nur, wie lange du gelernt hast.

es tsaikt oug, op dai-nuh sjtra-tee-gie foengksjo-nieert, oent nisjt noor, vii lang-uh doe guh-leernt hast. Het laat ook zien of je strategie werkt, en niet alleen hoe lang je hebt gestudeerd.
A

Ich könnte einmal pro Woche meine Notizen durchsehen und danach meine Lernstrategie anpassen.

isj keun-tuh ain-maal proo voo-khuh mai-nuh no-tee-tsun doer-sjee-un oent daa-naakh mai-nuh leern-sjtra-tee-gie an-pas-un. Ik zou één keer per week mijn aantekeningen kunnen nakijken en daarna mijn aanpak aanpassen.
B

So eine kurze Überprüfung kann dir helfen, beim Üben fokussiert zu bleiben.

zoo ai-nuh koer-tsuh uu-buh-pruu-foeng kan dier hel-pun, baim uu-bun fo-koe-sieert tsoe blai-bun. Zo'n korte evaluatie kan ervoor zorgen dat je gericht blijft oefenen.

Woord voor woord

Ich „Ich“ betekent hier „ik“ en verwijst naar de spreker die over zijn eigen studie vertelt. Je gebruikt „Ich“ als onderwerp wanneer je iets over jezelf zegt, bijvoorbeeld in een gesprek over je leerproces.
lerne „lerne“ betekent hier „leer“ of „studeer“ en is de vorm die bij „Ich“ hoort. Je gebruikt „Ich lerne ...“ om te zeggen wat je aan het leren bent, bijvoorbeeld wanneer je je dagelijkse studie beschrijft.
jeden „jeden“ betekent hier „elke“ in de vaste combinatie „jeden Tag“. Deze vorm staat samen met „Tag“ om aan te geven dat iets dagelijks gebeurt; je gebruikt dezelfde combinatie bij een gewoonte of routine.
Tag „Tag“ betekent hier „dag“ in „jeden Tag“. De combinatie „jeden Tag“ geeft aan dat de activiteit iedere dag plaatsvindt, bijvoorbeeld bij een dagelijkse studiegewoonte.
aber „aber“ betekent hier „maar“ en leidt een tegenstelling in: de spreker leert dagelijks, maar de vooruitgang blijft ongelijkmatig. Je gebruikt „aber“ om twee tegengestelde of onverwachte delen van een zin te verbinden.
mache „mache“ betekent hier „maak“ in de vaste uitdrukking „Fortschritte machen“, die „vooruitgang boeken“ betekent. De vorm „mache“ hoort bij „Ich“; je kunt „Fortschritte machen“ gebruiken wanneer je ontwikkeling op een gebied beschrijft.
trotzdem „trotzdem“ betekent hier „toch“ en benadrukt dat de vooruitgang ondanks het dagelijkse leren nog ongelijkmatig is. Je gebruikt het om een gevolg of situatie tegenover een eerdere verwachting te plaatsen.
noch „noch“ betekent hier „nog“ en geeft aan dat de ongelijkmatige vooruitgang op dit moment blijft bestaan. Je gebruikt „noch“ wanneer een toestand tot het genoemde moment voortduurt.
ungleichmäßige „ungleichmäßige“ beschrijft „Fortschritte“ als niet gelijkmatig of wisselend. De vorm staat direct bij „Fortschritte“; je gebruikt zo’n beschrijving wanneer ontwikkeling niet overal of niet altijd hetzelfde verloopt.
Fortschritte „Fortschritte“ betekent hier „vooruitgang“ in „Fortschritte machen“. Het meervoud staat in deze vaste uitdrukking voor ontwikkeling of verbetering; je gebruikt de combinatie bij leren, werk of andere vaardigheden.
Was „Was“ betekent aan het begin van de vraag „wat“: „Was funktioniert ...?“ vraagt welk onderdeel het minst goed werkt. De kleine letter „was“ komt ook voor als „wat“ in een bijzin, zoals in „was du verstanden hast“; je gebruikt „Was“ voor een directe vraag naar een ding of onderdeel.
funktioniert „funktioniert“ betekent hier „werkt“ of „functioneert“ en verwijst naar het onderdeel dat goed of slecht verloopt. De vorm staat bij het onderwerp „Was“; je gebruikt haar om te vragen of te zeggen hoe iets praktisch verloopt.
am „am“ maakt samen met „wenigsten“ de uitdrukking „am wenigsten“, hier „het minst“. Je gebruikt deze combinatie om de laagste mate van werking of succes aan te geven, bijvoorbeeld bij een vergelijking tussen verschillende onderdelen.
wenigsten „wenigsten“ draagt samen met „am“ de betekenis „minst“ in „am wenigsten“. De volledige uitdrukking beschrijft wat in de laagste mate werkt; je gebruikt haar om zwakke punten met elkaar te vergelijken.
wenn „wenn“ betekent hier „als“ en introduceert de situatie „wenn du mit Leuten sprichst“. Je gebruikt „wenn“ om een voorwaarde of terugkerende situatie te verbinden met wat er dan gebeurt.
du „du“ betekent hier „jij“ en verwijst naar de persoon met wie wordt gesproken. Je gebruikt „du“ in een directe, informele aanspreking van één persoon.
mit „mit“ betekent hier „met“ in „mit Leuten sprechen“, dus spreken met mensen. Je gebruikt „mit“ om de persoon of groep aan te geven met wie iemand communiceert.
Leuten „Leuten“ betekent hier „mensen“ in „mit Leuten“. De vorm staat na „mit“ in deze uitdrukking; je gebruikt haar wanneer je informeel naar mensen als gesprekspartners verwijst.
sprichst „sprichst“ betekent hier „spreekt“ in „du ... sprichst“, dus wanneer jij met mensen praat. Deze vorm hoort bij „du“; je gebruikt haar om rechtstreeks te beschrijven waarover iemand met anderen praat.
Das „Das“ heeft hier twee functies in de dialoog. In „Das Zuhören“ is het „het“ bij het zelfstandig gebruikte „Zuhören“, terwijl „Das gibt mir ...“ betekent „dat geeft me ...“; je gebruikt de vorm dus zowel vóór een zelfstandig naamwoord als om naar een eerder genoemd idee te verwijzen.
Zuhören „Zuhören“ betekent hier „luisteren“ als de vaardigheid die moeilijk is. Het staat als zelfstandig gebruikt werkwoordelijk begrip in „Das Zuhören“; je gebruikt dit woord wanneer je luisteractiviteit of luistervaardigheid bespreekt.
besonders „besonders“ betekent hier „vooral“ en beperkt de uitspraak tot de situatie waarin mensen op normale snelheid spreken. Je gebruikt het om één situatie of onderdeel extra te benadrukken.
die „die“ betekent hier „de“ in „die Leute“ en verwijst naar de mensen over wie al wordt gesproken. Je gebruikt „die“ vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar bepaalde personen verwijst.
Leute „Leute“ betekent hier „mensen“ in „die Leute“. Het woord verwijst naar de mensen die spreken; je gebruikt het in gesprekken over een groep personen zonder hun individuele namen te noemen.
in „in“ betekent hier „in“ in „in normalem Tempo“, dus spreken binnen een bepaald tempo. Je gebruikt „in“ met een manier of tempo om te beschrijven hoe een activiteit verloopt.
normalem „normalem“ betekent hier „normaal“ in „in normalem Tempo“. Het beschrijft het tempo waarin de mensen spreken; je gebruikt deze combinatie om een gebruikelijke of niet-vertraagde snelheid aan te geven.
Tempo „Tempo“ betekent hier „tempo“ of „snelheid“ in „in normalem Tempo“. Je gebruikt het om aan te geven hoe snel iemand spreekt, werkt of iets uitvoert.
sprechen „sprechen“ betekent hier „spreken“ en beschrijft wat „die Leute“ doen. In „wenn ... sprechen“ staat het werkwoord aan het einde van de bijzin; je gebruikt het wanneer je over mondelinge communicatie gaat.
Dann „Dann“ betekent hier „dan“ en leidt het advies in dat volgt uit het genoemde luisterprobleem. Je gebruikt het om een gevolgtrekking of volgende stap aan te kondigen.
solltest „solltest“ geeft hier een aanbeveling: de gesprekspartner zou meer luisterbegrip moeten oefenen. De vorm klinkt als advies en is bruikbaar wanneer je iemand een passende volgende stap voorstelt.
erst „erst“ draagt hier samen met „einmal“ de betekenis „eerst“ of „voorlopig“ in „erst einmal“. Je gebruikt deze combinatie wanneer iets voorlopig prioriteit krijgt voordat je naar een volgende stap gaat.
einmal „einmal“ betekent hier niet letterlijk alleen „eenmaal“, maar vormt met „erst“ de uitdrukking „erst einmal“. Die uitdrukking betekent „eerst“ of „voorlopig“ en is bruikbaar wanneer je de aandacht tijdelijk op één actie richt.
mehr „mehr“ betekent hier „meer“ in „mehr Hörverstehen üben“, dus meer tijd of aandacht aan luisterbegrip besteden. Je gebruikt „mehr“ vóór iets wanneer je de hoeveelheid of intensiteit daarvan wilt verhogen.
Hörverstehen „Hörverstehen“ betekent hier „luisterbegrip“ of luistervaardigheid. In „Hörverstehen üben“ benoemt het precies de vaardigheid die extra geoefend moet worden; je gebruikt het in een leercontext over begrijpen wat je hoort.
üben „üben“ betekent hier „oefenen“ in „Hörverstehen üben“. Je gebruikt het met een vaardigheid of activiteit om herhaalde training aan te geven, bijvoorbeeld bij taalstudie.
bevor „bevor“ betekent hier „voordat“ en verbindt het oefenen van luisterbegrip met het later toevoegen van grammaticaoefeningen. Je gebruikt „bevor“ om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
neue „neue“ betekent hier „nieuwe“ en beschrijft „Grammatikübungen“ als oefeningen die nog niet eerder aan de aanpak zijn toegevoegd. Je gebruikt het vóór iets dat pas wordt geïntroduceerd.
Grammatikübungen „Grammatikübungen“ betekent hier „grammaticaoefeningen“. Het verwijst naar oefeningen over grammatica die later aan het leerplan kunnen worden toegevoegd; je gebruikt het in gesprekken over taalstudie.
hinzufügst „hinzufügst“ betekent hier „toevoegt“ in „du ... hinzufügst“, namelijk nieuwe grammaticaoefeningen aan de aanpak toevoegen. In deze bijzin staat de vorm als één woord; je gebruikt haar wanneer je iets aan een bestaande verzameling of planning toevoegt.
Wie „Wie“ betekent hier „hoe“ in de directe vraag „Wie kann ich merken ...?“. De kleine letter „wie“ komt ook voor in „wie lange“, waar het naar een tijdsduur vraagt; je gebruikt „Wie“ aan het begin van een vraag naar de manier waarop iets kan gebeuren.
kann „kann“ betekent hier „kan“ en drukt uit dat de spreker vraagt welke mogelijkheid hij heeft om verbetering vast te stellen. Je gebruikt „kann“ met een werkwoord zoals „merken“ om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
merken „merken“ betekent hier „merken“ of „vaststellen“ in „merken, ob ich besser werde“. Het verwijst naar het herkennen van eigen vooruitgang; je gebruikt het met „ob“ wanneer je wilt vaststellen of iets het geval is.
ob „ob“ betekent hier „of“ in de indirecte vraag „ob ich besser werde“. Het leidt een ja-of-neevraag binnen een grotere zin in; je gebruikt het wanneer je onzeker bent of iets waar is.
besser „besser“ betekent hier „beter“ en beschrijft verbetering in „besser werde“. Je gebruikt het om een hogere kwaliteit of vaardigheid aan te geven wanneer iemand vooruitgaat.
werde „werde“ betekent hier „word“ in „besser werde“, dus beter worden. De vorm hoort bij „ich“; je gebruikt „besser werden“ om een ontwikkeling of verandering in vaardigheid te beschrijven.
ohne „ohne“ betekent hier „zonder“ in „ohne ständig Tests zu machen“. Het geeft aan dat de spreker verbetering wil vaststellen zonder voortdurend tests af te leggen; je gebruikt „ohne“ met een zelfstandig naamwoord of met „zu“ plus een werkwoord.
ständig „ständig“ betekent hier „voortdurend“ of „steeds“ en beschrijft hoe vaak de tests zouden worden gedaan. Je gebruikt het wanneer iets bijna onafgebroken of zeer vaak gebeurt.
Tests „Tests“ betekent hier „tests“ in „Tests zu machen“. Het verwijst naar toetsen waarmee de leerder zijn niveau kan controleren; je gebruikt „Tests machen“ in een context van formele of informele controle.
zu „zu“ markeert hier het werkwoordelijke deel „zu machen“ na „ohne“. Samen met „ohne“ vormt het de constructie „ohne ... zu machen“, die aangeeft dat iets gebeurt zonder een andere handeling uit te voeren.
machen „machen“ betekent hier „doen“ in „Tests zu machen“, dus tests afleggen of uitvoeren. Je gebruikt „Tests machen“ wanneer je over het doen van toetsen of controles spreekt.
Verwende „Verwende“ betekent hier „gebruik“ en is een directe aansporing om een opname te gebruiken. Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon instructie geeft over een hulpmiddel of materiaal.
dieselbe „dieselbe“ betekent hier „dezelfde“ in „dieselbe kurze Aufnahme“. Het benadrukt dat precies dezelfde opname opnieuw wordt gebruikt; je gebruikt het wanneer identiteit en niet alleen soortgelijkheid belangrijk is.
kurze „kurze“ betekent hier „korte“ en beschrijft „Aufnahme“. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een beperkte duur of omvang aan te geven.
Aufnahme „Aufnahme“ betekent hier „opname“, namelijk het korte geluidsmateriaal dat twee keer wordt beluisterd. Je gebruikt het voor opgenomen audio of ander vastgelegd materiaal dat je opnieuw kunt afspelen.
und „und“ betekent hier „en“ en verbindt de twee instructies „Verwende ...“ en „vergleiche ...“. Je gebruikt „und“ om gelijkwaardige handelingen of zinsdelen samen te voegen.
vergleiche „vergleiche“ betekent hier „vergelijk“ en is een aansporing om de twee luisterresultaten naast elkaar te leggen. Je gebruikt het wanneer je overeenkomsten of verschillen tussen twee dingen wilt beoordelen.
verstanden „verstanden“ betekent hier „begrepen“ in „was du verstanden hast“. Samen met „hast“ verwijst het naar wat de luisteraar heeft begrepen; je gebruikt deze vorm wanneer je naar een eerder begrip van gesproken of geschreven inhoud verwijst.
hast „hast“ is hier het werkwoordelijke deel dat samen met „verstanden“ de betekenis „hebt begrepen“ vormt. De vorm hoort bij „du“; je gebruikt „hast“ in een voltooide handeling met een voltooid deelwoord.
gibt „gibt“ betekent hier „geeft“ in „Das gibt mir ein klareres Bild“. Het beschrijft dat de voorgestelde vergelijking de spreker meer duidelijkheid oplevert; je gebruikt „gibt“ vaak met een ontvanger en iets dat die persoon krijgt.
mir „mir“ betekent hier „mij“ en verwijst naar de persoon die een duidelijker beeld krijgt. Het benoemt in „gibt mir ...“ de ontvanger van wat wordt gegeven; je gebruikt het wanneer iets voor of aan jezelf bestemd is.
ein „ein“ betekent hier „een“ in „ein klareres Bild“. Het introduceert één duidelijker beeld als resultaat van de vergelijking; je gebruikt het vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets niet nader bepaald benoemt.
klareres „klareres“ betekent hier „duidelijker“ en beschrijft het beeld dat de methode oplevert. Het vergelijkt dit beeld met een minder duidelijke indruk; je gebruikt het wanneer iets meer inzicht of helderheid geeft.
Bild „Bild“ betekent hier letterlijk „beeld“, maar in „ein klareres Bild“ gaat het om een duidelijker inzicht in de eigen vooruitgang. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer informatie je helpt een situatie beter te beoordelen.
als „als“ betekent hier „dan“ in de vergelijking „ein klareres Bild, als ... zu wechseln“. Het vergelijkt twee manieren om vooruitgang te beoordelen; je gebruikt „als“ na een vergrotende vorm zoals „klareres“.
Lernmaterial „Lernmaterial“ betekent hier „leermateriaal“ en verwijst naar het materiaal dat de spreker anders iedere dag zou kunnen wisselen. Je gebruikt het voor teksten, audio of andere middelen waarmee iemand studeert.
wechseln „wechseln“ betekent hier „wisselen“ in „das Lernmaterial zu wechseln“. Het verwijst naar het vervangen van het ene leermateriaal door ander materiaal; je gebruikt het wanneer iemand tussen opties of bronnen verandert.
Es „Es“ betekent hier „het“ of „dat“ als onderwerp en verwijst naar de methode van dezelfde opname gebruiken en vergelijken. Je gebruikt „Es“ om naar een eerder genoemde handeling, situatie of zaak te verwijzen.
zeigt „zeigt“ betekent hier „laat zien“ en beschrijft wat de methode duidelijk maakt over de strategie. De vorm hoort bij „Es“; je gebruikt haar wanneer iets informatie of bewijs over een situatie geeft.
auch „auch“ betekent hier „ook“ en voegt een tweede inzicht toe naast de duur van het studeren. Je gebruikt het om extra informatie aan een eerdere bewering toe te voegen.
deine „deine“ betekent hier „jouw“ in „deine Strategie“ en verwijst naar de strategie van de aangesproken persoon. Je gebruikt het om bezit of verbondenheid met de gesprekspartner aan te geven.
Strategie „Strategie“ betekent hier „strategie“, dus de gekozen manier van studeren. Je gebruikt het in gesprekken over een plan of aanpak om een doel te bereiken.
nicht „nicht“ betekent hier „niet“ en ontkent dat alleen de studietijd wordt getoond. In „nicht nur ...“ maakt het deel uit van een beperking die daarna wordt uitgebreid; je gebruikt het om een bewering of onderdeel te ontkennen.
nur „nur“ betekent hier „alleen“ in de combinatie „nicht nur“. Die combinatie betekent dat niet uitsluitend de studieduur relevant is, maar ook de werking van de strategie; je gebruikt „nicht nur“ om een tweede relevant punt toe te voegen.
lange „lange“ betekent hier „hoe lang“ in „wie lange du gelernt hast“, dus de duur van het leren. Je gebruikt „wie lange“ om naar de tijdsduur van een handeling te vragen of te verwijzen.
gelernt „gelernt“ betekent hier „geleerd“ in „du gelernt hast“. Samen met „hast“ verwijst het naar de afgeronde studieactiviteit waarvan de duur wordt besproken; je gebruikt deze vorm om naar eerder leren te verwijzen.
könnte „könnte“ betekent hier „zou kunnen“ en drukt een mogelijk plan van de spreker uit. Je gebruikt het om voorzichtig een voorstel of voornemen te formuleren, zoals een wekelijkse controle.
pro „pro“ betekent hier „per“ in „pro Woche“. Het geeft de frequentie aan waarmee de notities worden nagekeken; je gebruikt „pro“ met een tijdseenheid om een hoeveelheid per eenheid te beschrijven.
Woche „Woche“ betekent hier „week“ in „pro Woche“. De combinatie geeft aan dat de controle iedere week één keer plaatsvindt; je gebruikt het bij afspraken of routines met een wekelijkse frequentie.
meine „meine“ betekent hier „mijn“ in „meine Notizen“ en verwijst naar de notities van de spreker. Je gebruikt het om aan te geven dat iets van jezelf is of bij jezelf hoort.
Notizen „Notizen“ betekent hier „notities“, namelijk de aantekeningen die de spreker regelmatig wil nakijken. Je gebruikt het voor geschreven herinneringen of observaties die je later opnieuw bekijkt.
durchsehen „durchsehen“ betekent hier „doornemen“ of „nakijken“ in „meine Notizen durchsehen“. Het verwijst naar het opnieuw bekijken van de notities om de voortgang te beoordelen; je gebruikt het voor materiaal dat je systematisch controleert.
danach „danach“ betekent hier „daarna“ en verwijst naar de stap na het nakijken van de notities. Je gebruikt het om de volgorde van handelingen kort aan te geven.
Lernstrategie „Lernstrategie“ betekent hier „leerstrategie“, dus de manier waarop de spreker zijn studie organiseert. Je gebruikt het wanneer je een studieaanpak bespreekt die je na een evaluatie kunt veranderen.
anpassen „anpassen“ betekent hier „aanpassen“ in „meine Lernstrategie anpassen“. Het verwijst naar het wijzigen van de studieaanpak op basis van de wekelijkse controle; je gebruikt het wanneer je een plan beter op een situatie afstemt.
So „So“ betekent hier „zo“ in „So eine kurze Überprüfung“, dus een controle zoals de zojuist beschreven controle. Je gebruikt het om naar de aard of manier van iets eerder genoemd te verwijzen.
eine „eine“ betekent hier „een“ in „eine kurze Überprüfung“. Het introduceert één korte controle als mogelijk hulpmiddel; je gebruikt het vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets algemeen benoemt.
Überprüfung „Überprüfung“ betekent hier „controle“ of „evaluatie“ van de studievoortgang. In „So eine kurze Überprüfung“ verwijst het naar het regelmatig bekijken van notities en aanpak; je gebruikt het wanneer je iets systematisch nakijkt om te bepalen of het werkt.
dir „dir“ betekent hier „jou“ in „dir helfen“, de persoon die door de controle geholpen wordt. Je gebruikt het om de ontvanger of begunstigde van hulp aan te geven.
helfen „helfen“ betekent hier „helpen“ in „kann dir helfen“, dus bijdragen aan het gericht blijven oefenen. Je gebruikt het met een persoon die hulp krijgt en vaak met een activiteit waarbij die hulp nuttig is.
beim „beim“ betekent hier „bij het“ in „beim Üben“. Het verbindt de hulp met de activiteit van oefenen; je gebruikt deze vorm om te zeggen tijdens welke activiteit iets gebeurt.
fokussiert „fokussiert“ betekent hier „gericht“ of „geconcentreerd“ in „fokussiert zu bleiben“. Het beschrijft dat de oefening doelgericht blijft; je gebruikt het wanneer iemand zijn aandacht bij een duidelijk doel houdt.
bleiben „bleiben“ betekent hier „blijven“ in „fokussiert zu bleiben“, dus in een gerichte toestand blijven. Je gebruikt het met een toestand of eigenschap wanneer die niet verloren moet gaan tijdens een activiteit.

Grammatica

beim + substantivierter Infinitiv

Beim Üben mache ich Fortschritte.

baim uu-bun makh-uh isj fort-sjrit-tuh.

Tijdens het oefenen boek ik vooruitgang.

Na „beim“ staat een als zelfstandig naamwoord gebruikt werkwoord met een hoofdletter: Üben.

zu + Infinitiv

Das Lernmaterial zu wechseln, ist eine Strategie.

das leern-ma-tee-riaal tsoe vek-suln, ist ai-nuh sjtraa-tee-gie.

Het leermateriaal wisselen is een strategie.

„Zu wechseln“ is een infinitiefconstructie; het werkwoord krijgt „zu“ en blijft achteraan.

Duits woordenschat

am wenigsten bijwoord
am vee-nisj-stun het minst

Was funktioniert am wenigsten?

erst einmal uitdrukking
eerst ain-maal eerst maar eens

Dann solltest du erst einmal mehr Hörverstehen üben.

Fortschritt zelfstandig naamwoord
fort-sjrit vooruitgang Fortschritte

ungleichmäßige Fortschritte

Fortschritte machen uitdrukking
fort-sjrit-tuh makh-un vooruitgang boeken

Ich mache trotzdem noch ungleichmäßige Fortschritte.

funktionieren werkwoord
foengksjo-nieer-un werken; functioneren funktioniert

Was funktioniert am wenigsten?

Grammatikübung zelfstandig naamwoord
gra-maa-tiek-uu-boeng grammaticaoefening Grammatikübungen

neue Grammatikübungen

Hörverstehen zelfstandig naamwoord
heuur-feer-sjtee-un luistervaardigheid; luisterbegrip

mehr Hörverstehen üben

Leute zelfstandig naamwoord
loy-tuh mensen

wenn du mit Leuten sprichst

merken werkwoord
mer-kun merken; opmerken

Wie kann ich merken, ob ich besser werde?

Tempo zelfstandig naamwoord
tem-po tempo; snelheid

in normalem Tempo

ungleichmäßig bijvoeglijk naamwoord
oeng-glaj-sjie-meh-sisj wisselend; ongelijkmatig ungleichmäßige

ungleichmäßige Fortschritte

Zuhören zelfstandig naamwoord
tsoe-heu-run luisteren

Das Zuhören

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vooruitgang

Antwoord tonenFortschritte

mensen

Antwoord tonenLeute

werken; functioneren

Antwoord tonenfunktioniert

luisteren

Antwoord tonenZuhören