Nieuwe woorden gebruiken in voorbeeldzinnen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a classroom, two adults discuss vocabulary study and decide to remember new words by writing practical example sentences from daily life..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Nieuwe woorden gebruiken in voorbeeldzinnen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich merke mir neue Wörter beim Lernen.

iech mèr-kuh mier noi-uh veur-tuh baim lèr-nuh. Ik onthoud nieuwe woorden tijdens het leren.
A

Aber ich vergesse sie, wenn ich versuche zu sprechen.

aa-buh iech fer-gès-uh zie, ven iech fer-zoekh tsoe sjprè-khuh. Maar ik vergeet ze als ik probeer te spreken.
B

Die Wörter sind vielleicht nicht mit Situationen verbunden, in denen du sie tatsächlich benutzen würdest.

die veur-tuh zint fie-lajcht nikt mit zie-tsoe-aa-tsie-oo-nuhn fer-bon-duhn, in dee-nuhn doe zie takh-zèch-likh buh-noetsuhn vuurdest. De woorden zijn misschien niet verbonden met situaties waarin je ze echt zou gebruiken.
A

Ich schreibe normalerweise die Übersetzung auf und gehe später dieselbe Liste noch einmal durch.

iech sjrai-buh nor-maa-lèr-vai-zuh die uu-buh-zè-tsoeng auf oent gee sjpee-tuh die-zèl-buh lijst nokh ain-maal doer-kh. Ik schrijf meestal de vertaling op en neem dezelfde lijst later nog eens door.
B

Versuch, für jedes nützliche Wort einen einfachen Beispielsatz zu schreiben.

fèr-zoekh, fuur yee-duhs noets-li-khuh vort ai-nuhn ain-fakhuhn bai-sjpiel-zats tsoe sjrai-buhn. Probeer bij elk nuttig woord een eenvoudige voorbeeldzin te schrijven.
A

Ich kann Sätze über die Arbeit, das Einkaufen oder Nachrichten an Freunde schreiben.

iech kan zètsuh oe-buh die ar-bait, das ain-kau-fuhn oh-duh naakh-rikhtuhn an froin-duh sjrai-buhn. Ik kan zinnen schrijven over werk, boodschappen doen of berichten aan vrienden.
B

Diese Situationen werden es leichter machen, sich im Gespräch an die Bedeutung zu erinnern.

die-zuh zie-tsoe-aa-tsie-oo-nuhn vehr-duhn es laich-tuh maak-huhn, zich im guh-sjprèkh an die buh-doi-toeng tsoe uh-rin-nuhn. Die situaties zullen het gemakkelijker maken om de betekenis tijdens een gesprek terug te halen.
A

Ich sollte wahrscheinlich weniger Wörter lernen und sie öfter benutzen.

iech sjol-tuh vaar-sjain-likh vee-nuh-guh veur-tuh lèr-nuhn oent zie euftuh buh-noetsuhn. Ik zou waarschijnlijk minder woorden moeten leren en ze vaker moeten gebruiken.
B

Durch die wiederholte Verwendung werden die Wörter Teil deines aktiven Wortschatzes.

doer-kh die vee-duhr-hoal-tuh fer-ven-doeng vehr-duhn die veur-tuh tail daij-nuhs ak-tie-vuhn vort-sjats. Herhaald gebruik helpt de woorden deel te worden van je actieve woordenschat.
A

Ich werde eine kleine Auswahl treffen und nach dem Unterricht persönliche Beispiele schreiben.

iech vehr-duh ai-nuh klai-nuh aus-vaal trè-fuhn oent naakh dehm on-tuh-rikht per-zeun-li-khuh bai-sjpie-luh sjrai-buhn. Ik zal een kleine selectie kiezen en na de les persoonlijke voorbeelden schrijven.
B

Diese Routine sollte das Üben deines Wortschatzes praktischer machen.

die-zuh roe-tie-nuh sjol-tuh das uu-buhn daij-nuhs vort-sjats-uhs prak-tie-sjuh maak-huhn. Deze routine zou het oefenen van je woordenschat praktischer moeten maken.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich merke mir neue Wörter beim Lernen.

    Ik onthoud nieuwe woorden tijdens het leren.

    Ich
    ik
    merke mir
    onthouden
    neue
    nieuwe
    Wörter
    woorden
    beim Lernen
    tijdens het leren
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is het onderwerp: de spreker voert de handeling uit. De vorm blijft ich voor de eerste persoon enkelvoud; andere persoonlijke vormen zijn bijvoorbeeld du (“jij”) en wir (“wij”). merke mir komt van sich etwas merken / sich etwas merken: iets bewust onthouden. merke is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van merken; het onderwerp ich bepaalt die vorm. mir is de datiefvorm van ich en hoort bij deze wederkerige constructie: letterlijk wordt de informatie als het ware “voor mij” vastgehouden. In deze zin betekent merke ... mir dus niet simpelweg “ik merk op”, maar “ik onthoud”. Voorbeeld: Ich merke mir den Namen. — “Ik onthoud de naam.” De constructie is bruikbaar als Ich merke mir + iets. neue betekent “nieuwe” en beschrijft Wörter. Het bijvoeglijk naamwoord heeft de basisvorm neu; in neue Wörter krijgt het de vorm neue omdat het bij een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder voorafgaand lidwoord staat. Voorbeeld: Ich lerne neue Wörter. — “Ik leer nieuwe woorden.” Wörter betekent hier “woorden”. Het is het meervoud van Wort (“woord”); de vorm verandert ook de klinker: Wort → Wörter. Het naamwoord staat hier als datgene wat onthouden wordt. Voorbeeld: Diese Wörter sind wichtig. — “Deze woorden zijn belangrijk.” beim Lernen betekent “tijdens het leren”. beim is de samentrekking van bei dem. Lernen is een als zelfstandig naamwoord gebruikt werkwoord: het komt van lernen (“leren”) en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. Na bei staat deze uitdrukking in de datief. Dezelfde tijdsbetekenis kan ook met während des Lernens worden uitgedrukt, maar dat is een andere constructie. Samen betekent Ich merke mir neue Wörter beim Lernen.: “Ik onthoud nieuwe woorden tijdens het leren.” Het patroon is Ich merke mir + [wat] + beim Lernen: de spreker onthoudt iets in de situatie van het leren.

  2. Aber ich vergesse sie, wenn ich versuche zu sprechen.

    Maar ik vergeet ze als ik probeer te spreken.

    Aber
    maar
    ich vergesse
    ik vergeet
    sie
    ze
    wenn
    als
    ich versuche
    ik probeer
    zu sprechen
    te spreken
    Uitgebreide uitleg

    Aber betekent hier “maar” en verbindt deze zin met wat eraan voorafgaat. Het staat aan het begin, maar verandert de woordvolgorde van de hoofdzin niet: ich vergesse sie. ich vergesse komt van vergessen (“vergeten”). De vorm vergesse is de tegenwoordige tijd bij ich; bij du is dat bijvoorbeeld du vergisst. Belangrijke vormen zijn vergessen – vergaß – hat vergessen. Voorbeeld: Ich vergesse den Namen. — “Ik vergeet de naam.” sie betekent hier “ze” of “hen”: het is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), als lijdend voorwerp van vergesse. De vaste vertaling en de context ondersteunen de meervoudslezing. In deze zin verwijst het naar de eerder genoemde nieuwe woorden; de vorm sie laat op zichzelf niet zien welk zelfstandig naamwoord bedoeld is. wenn betekent hier “als” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Hier staat echter ook de infinitiefgroep zu sprechen: het vervoegde werkwoord versuche staat vóór die groep, terwijl sprechen als infinitief helemaal aan het einde staat. Het patroon is wenn ich versuche, zu .... ich versuche komt van versuchen (“proberen”). versuche is de tegenwoordige tijd bij ich; het onderwerp is dus ich, niet het daaropvolgende werkwoord. versuchen wordt vaak gevolgd door zu plus een infinitief: Ich versuche zu lernen. — “Ik probeer te leren.” zu sprechen betekent “te spreken”. sprechen is de infinitief van “spreken”; zu markeert hier de infinitief die afhankelijk is van versuche. Samen vormen versuche zu sprechen het patroon “proberen te spreken”. De hoofdzin Aber ich vergesse sie betekent “Maar ik vergeet ze”. De bijzin wenn ich versuche zu sprechen voegt de voorwaarde toe: “als ik probeer te spreken”. In die bijzin staat versuche als vervoegd werkwoord vóór de infinitiefgroep zu sprechen, en staat sprechen aan het einde. Het geheel betekent: “Maar ik vergeet ze als ik probeer te spreken.”

  3. Die Wörter sind vielleicht nicht mit Situationen verbunden, in denen du sie tatsächlich benutzen würdest.

    De woorden zijn misschien niet verbonden met situaties waarin je ze echt zou gebruiken.

    Wörter
    woorden
    sind … verbunden
    zijn verbonden
    vielleicht
    misschien
    nicht
    niet
    Situationen
    situaties
    in denen
    waarin
    tatsächlich
    echt
    benutzen
    gebruiken
    würdest
    zou
    Uitgebreide uitleg

    Wörter betekent hier “woorden”. Het is het meervoud van das Wort; de vorm Wörter is de nominatief, omdat dit het onderwerp van de zin is. Bijvoorbeeld: Die Wörter sind neu. — “De woorden zijn nieuw.” sind ... verbunden vormt hier met sein en verbunden de betekenis “verbonden zijn”. sind is de tegenwoordige tijd van sein bij een meervoudig onderwerp: die Wörter sind. verbunden is het voltooid deelwoord van verbinden; met sein beschrijft het hier een toestand. Het voorzetsel mit staat in deze combinatie bij datgene waarmee iets verbonden is. Situationen staat daarom in de datief meervoud: mit Situationen. vielleicht betekent “misschien” en maakt de bewering voorzichtig: de spreker stelt de mogelijkheid voorop, niet een zekerheid. nicht ontkent hier de verbinding: de woorden zijn misschien niet met zulke situaties verbonden. Samen met vielleicht krijg je dus “misschien niet”, niet een bevestiging dat de verbinding bestaat. Situationen betekent “situaties”. Het enkelvoud is die Situation, het meervoud die Situationen. In mit Situationen verwijst het woord algemeen naar situaties, zonder dat er een bepaald aantal wordt genoemd. in denen betekent hier “waarin”. Het is een relatief voornaamwoordelijk element dat terugwijst naar Situationen. denen is de datief meervoudsvorm; de datief past bij de plaats- of contextbetekenis van in in deze relatieve bijzin. Een vergelijkbaar voorbeeld is: Das ist der Ort, in dem ich arbeite. — “Dat is de plaats waar ik werk.” du is de informele tweede persoon enkelvoud: “jij”. Het is hier het onderwerp van benutzen würdest. sie betekent hier “ze” en verwijst volgens de vaste vertaling naar die Wörter. In deze bijzin is sie het lijdend voorwerp van benutzen; de vorm is dus meervoudig, passend bij die woorden. De vorm sie kan in andere zinnen ook een andere grammaticale functie hebben, maar die andere lezingen zijn hier niet bedoeld. tatsächlich betekent hier “echt” of “daadwerkelijk”. Het benadrukt dat het niet alleen om theoretisch kennen gaat, maar om werkelijk gebruiken. Bijvoorbeeld: Ich habe es tatsächlich benutzt. — “Ik heb het daadwerkelijk gebruikt.” benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief, de basisvorm. Het kan zowel voor voorwerpen als voor woorden of andere hulpmiddelen worden gebruikt. Bijvoorbeeld: Du kannst dieses Wort benutzen. — “Je kunt dit woord gebruiken.” würdest is de vorm van werden voor de tweede persoon enkelvoud in de Konjunktiv II. In combinatie met de infinitief benutzen drukt het een voorwaardelijke of hypothetische betekenis uit: “zou gebruiken”. In deze bijzin staat de vervoegde vorm achteraan: du sie tatsächlich benutzen würdest. Het is dus niet benutzen dat de persoonsvorming draagt; würdest draagt persoon en getal, terwijl benutzen infinitief blijft. De zin als geheel bouwt zo op: Die Wörter is het onderwerp, sind ... verbunden beschrijft hun verbinding, en nicht ontkent die verbinding. mit Situationen noemt waarmee ze niet verbonden zijn. De bijzin in denen du sie tatsächlich benutzen würdest specificeert die situaties: het zijn situaties waarin jij de woorden echt zou gebruiken. De volledige betekenis is daarom: “De woorden zijn misschien niet verbonden met situaties waarin je ze echt zou gebruiken.”

  4. Ich schreibe normalerweise die Übersetzung auf und gehe später dieselbe Liste noch einmal durch.

    Ik schrijf meestal de vertaling op en neem dezelfde lijst later nog eens door.

    schreibe … auf
    opschrijven
    normalerweise
    meestal
    Übersetzung
    vertaling
    später
    later
    dieselbe
    dezelfde
    Liste
    lijst
    noch einmal
    nog eens
    gehe … durch
    doornemen
    Uitgebreide uitleg

    schreibe ... auf komt van het scheidbare werkwoord aufschreiben: iets opschrijven of noteren. In de tegenwoordige tijd is schreibe hier de eerste persoon enkelvoud bij ich; het voorvoegsel auf staat in deze hoofdzin aan het einde. Voorbeeld: Ich schreibe die Adresse auf. — Ik schrijf het adres op. normalerweise betekent hier dat dit doorgaans of gewoonlijk gebeurt. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. die Übersetzung betekent “de vertaling”. Übersetzung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het heeft hier enkelvoud en de vierde naamval, maar bij dit vrouwelijke woord ziet het lidwoord er in de eerste en vierde naamval hetzelfde uit: die. Het meervoud is die Übersetzungen. später betekent “later”, dus op een later moment dan het opschrijven. Voorbeeld: Wir sprechen später darüber. — We praten daar later over. dieselbe Liste betekent “dezelfde lijst”, met het oog op exact die lijst. Liste is vrouwelijk enkelvoud en staat hier in de vierde naamval als voorwerp van durchgehen; daarom heeft het aanwijzende woord de vorm dieselbe. Vergelijk dieser Liste in de derde naamval. derselbe, dieselbe en dasselbe betekenen respectievelijk “dezelfde” bij mannelijke, vrouwelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden. gleiche kan in andere contexten eerder “gelijksoortige/dezelfde soort” betekenen, terwijl dieselbe duidelijk naar één identiek exemplaar verwijst. noch einmal betekent “nog eens” of “opnieuw”. Samen met durchgehen geeft het aan dat de lijst een extra keer wordt doorgenomen. gehe ... durch komt van het scheidbare werkwoord durchgehen. Hier betekent het “doornemen” of “systematisch bekijken”, niet simpelweg ergens doorheen lopen. gehe is de eerste persoon enkelvoud bij ich, en durch staat aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich gehe den Text noch einmal durch. — Ik neem de tekst nog eens door. De zin bestaat uit twee handelingen met dezelfde niet-uitgesproken uitvoerder: Ich schreibe ... auf en gehe ... durch. Eerst schrijft de spreker de vertaling gewoonlijk op; later neemt de spreker diezelfde lijst nog eens door. De combinatie aufschreiben ... durchgehen laat zien hoe scheidbare werkwoorden in een hoofdzin worden gesplitst: de vervoegde vorm staat vroeg in de zin en het voorvoegsel aan het einde.

  5. Versuch, für jedes nützliche Wort einen einfachen Beispielsatz zu schreiben.

    Probeer bij elk nuttig woord een eenvoudige voorbeeldzin te schrijven.

    Versuch
    probeer
    für jedes
    voor elk
    nützliche
    nuttige
    Wort
    woord
    einfachen
    eenvoudige
    Beispielsatz
    voorbeeldzin
    zu schreiben
    te schrijven
    Uitgebreide uitleg

    Versuch is hier de informele gebiedende wijs van versuchen (“proberen”) voor één persoon: Versuch ...! = “Probeer ...!”. De vorm versuchen is de infinitief; de gebiedende wijs gebruikt hier dezelfde stam zonder de uitgang -en. für jedes betekent “voor elk”. für krijgt in het Duits de accusatief. jedes is de vorm van jeder bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord in deze naamval: jedes Wort. Het gaat hier niet om een expliciet aantal, maar om ieder afzonderlijk woord binnen de bedoelde verzameling. nützliche betekent hier “nuttige”. Het bijvoeglijk naamwoord is nützlich; in jedes nützliche Wort krijgt het de verbuigingsuitgang -e. Die uitgang hangt samen met de vorm jedes en met het onzijdige enkelvoud, niet met het zelfstandig naamwoord als basisvorm. Voorbeelden: ein nützliches Wort = “een nuttig woord”, nützliche Wörter = “nuttige woorden”. Wort betekent “woord”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Wort, meervoud die Wörter. In deze zin staat het in het enkelvoud na jedes. einfachen betekent hier “eenvoudige”. De basisvorm is einfach. In einen einfachen Beispielsatz staat het bijvoeglijk naamwoord in de accusatief mannelijk enkelvoud; daarom heeft het hier de uitgang -en. Vergelijk: ein einfacher Satz = “een eenvoudige zin” (onderwerp) en einen einfachen Satz = “een eenvoudige zin” (lijdend voorwerp). Beispielsatz betekent “voorbeeldzin”. Het is samengesteld uit Beispiel (“voorbeeld”) en Satz (“zin”), maar Beispielsatz is als geheel het relevante zelfstandig naamwoord. Het is mannelijk: der Beispielsatz, meervoud die Beispielsätze. zu schreiben betekent “te schrijven”. schreiben is de infinitief (“schrijven”); met zu vormt het een infinitiefconstructie. Na Versuch benoemt deze constructie wat de aangesprokene moet proberen te doen. Voorbeeld: Versuch, den Satz zu verstehen. = “Probeer de zin te begrijpen.” De hele structuur is: Versuch, [für jedes nützliche Wort] [einen einfachen Beispielsatz zu schreiben]. De gebiedende wijs geeft de opdracht. für jedes nützliche Wort bepaalt waarvoor je iets schrijft, en einen einfachen Beispielsatz zu schreiben benoemt de handeling: voor elk nuttig woord een eenvoudige voorbeeldzin schrijven. Samen betekent de zin: “Probeer bij elk nuttig woord een eenvoudige voorbeeldzin te schrijven.”

  6. Ich kann Sätze über die Arbeit, das Einkaufen oder Nachrichten an Freunde schreiben.

    Ik kan zinnen schrijven over werk, boodschappen doen of berichten aan vrienden.

    Ich kann
    ik kan
    Sätze
    zinnen
    Arbeit
    werk
    Einkaufen
    boodschappen doen
    Nachrichten
    berichten
    Freunde
    vrienden
    schreiben
    schrijven
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan” en vormt samen met het werkwoord aan het einde een mogelijkheid of vaardigheid. kann is de vorm van können bij ich; andere vormen zijn bijvoorbeeld du kannst en sie können. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie, terwijl het andere werkwoord als infinitief achteraan staat: Ich kann Deutsch lesen. — “Ik kan Duits lezen.” Sätze betekent hier “zinnen”. Het is het meervoud van der Satz; het enkelvoud is dus ein Satz, en het meervoud heeft de uitgang -e: zwei Sätze — “twee zinnen”. Arbeit betekent “werk” en staat hier na über die: “over werk”. die Arbeit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in deze combinatie staat het met het bepaalde lidwoord die. Voor een onbepaald voorbeeld zeg je bijvoorbeeld Ich schreibe über eine Arbeit. — “Ik schrijf over een baan/werk.” Einkaufen betekent hier “boodschappen doen” of algemener “inkopen doen”. Het is een zelfstandig gebruikt infinitief en krijgt daarom een hoofdletter: das Einkaufen. Vergelijk het werkwoord einkaufen: Ich kaufe heute ein. — “Ik doe vandaag boodschappen.” Het voorvoegsel ein staat daar los van het vervoegde werkwoord. Nachrichten betekent hier “berichten”. Het is het meervoud van die Nachricht: eine Nachricht — “een bericht”, mehrere Nachrichten — “meerdere berichten”. Het woord kan afhankelijk van de context ook nieuwsberichten aanduiden, maar in deze zin past de betekenis “berichten” bij vrienden. Freunde betekent “vrienden”. Het is het meervoud van der Freund; het vrouwelijke enkelvoud is die Freundin. In an Freunde markeert an de beoogde ontvangers van de berichten. Bij deze betekenis staat an met de accusatief; bij het meervoud ziet Freunde er in de accusatief hetzelfde uit als in de nominatief. schreiben betekent “schrijven”. Dit is de infinitief die bij kann hoort; het verandert hier niet mee met ich, omdat kann de persoonsvorm draagt. Zonder modaal werkwoord krijgt het werkwoord wel een persoonsvorm: Ich schreibe eine Nachricht. — “Ik schrijf een bericht.” De zin bouwt zo op: Ich kann + Sätze ... schreiben. De woordgroepen na über noemen de onderwerpen waarover de zinnen gaan: die Arbeit, das Einkaufen en Nachrichten an Freunde. an Freunde specificeert welke berichten worden bedoeld: berichten die aan vrienden gericht zijn. De hele betekenis is: “Ik kan zinnen schrijven over werk, boodschappen doen of berichten aan vrienden.”

  7. Diese Situationen werden es leichter machen, sich im Gespräch an die Bedeutung zu erinnern.

    Die situaties zullen het gemakkelijker maken om de betekenis tijdens een gesprek terug te halen.

    Diese
    deze
    Situationen
    situaties
    werden
    zullen
    leichter
    gemakkelijker
    machen
    maken
    sich … erinnern
    zich herinneren
    Gespräch
    gesprek
    Bedeutung
    betekenis
    Uitgebreide uitleg

    Diese verwijst hier naar meervoudige situaties: diese Situation is enkelvoud en diese Situationen meervoud. In deze zin staat de vorm bij het meervoudige onderwerp; de vorm zelf laat hier geen verschil tussen mannelijk en vrouwelijk zien. Situationen betekent hier situaties. Het is het meervoud van Situation. Het onderwerp staat vóór werden, en het meervoud wordt ook zichtbaar aan de vorm werden. werden werkt hier als hulpwerkwoord voor de toekomstige betekenis: werden + infinitief kan betekenen dat iets zal gebeuren. Het onderwerp is meervoud, daarom staat hier werden; bij een enkelvoudig onderwerp staat bijvoorbeeld wird. De infinitief die bij dit hulpwerkwoord hoort, staat aan het einde van de hoofdzin: machen. leichter betekent hier gemakkelijker. Het is de vergrotende trap van leicht (‘gemakkelijk’): leicht → leichter → am leichtesten. In es leichter machen beschrijft het dat iets gemakkelijker wordt gemaakt. Het bijvoeglijke woord hoort inhoudelijk bij de toestand van es, niet bij Situationen. machen betekent maken. Hier vormt het met es leichter de herbruikbare constructie etwas leichter machen: iets gemakkelijker maken. Het infinitief staat na werden, omdat werden de toekomstige betekenis draagt. sich en erinnern vormen samen het wederkerende werkwoord sich erinnern: zich herinneren. Het onderwerp van sich erinnern is dezelfde persoon of groep als de niet nader genoemde uitvoerder van het herinneren; sich verwijst dus niet naar die Bedeutung. De infinitief is erinnern, met zu ervoor in sich ... zu erinnern. Een bruikbaar patroon is sich an etwas erinnern (‘zich iets herinneren’), waarbij an hier bij dit werkwoord hoort. Gespräch betekent gesprek. In im Gespräch is im de samentrekking van in dem; deze combinatie betekent hier tijdens of in een gesprek. Gespräch staat na im in de vorm die door deze voorzetselgroep wordt vereist. Een vergelijkbaar voorbeeld is im Unterricht (‘tijdens de les’). Bedeutung betekent betekenis. In an die Bedeutung staat het zelfstandig naamwoord na an in de vorm die deze constructie met sich erinnern vereist. Het lidwoord die hoort bij het vrouwelijke enkelvoud van Bedeutung; de vorm Bedeutung zelf verandert hier niet zichtbaar. De volledige structuur is Diese Situationen werden es leichter machen, sich im Gespräch an die Bedeutung zu erinnern: deze situaties zullen het gemakkelijker maken om zich tijdens een gesprek de betekenis te herinneren. Diese Situationen is het meervoudige onderwerp, werden ... machen geeft de toekomstige betekenis, en es leichter machen zegt dat de herinnering gemakkelijker wordt. Het daaropvolgende sich ... zu erinnern benoemt wat gemakkelijker zal worden, namelijk zich de betekenis herinneren tijdens een gesprek.

  8. Ich sollte wahrscheinlich weniger Wörter lernen und sie öfter benutzen.

    Ik zou waarschijnlijk minder woorden moeten leren en ze vaker moeten gebruiken.

    Ich sollte
    ik zou moeten
    wahrscheinlich
    waarschijnlijk
    weniger
    minder
    Wörter
    woorden
    lernen
    leren
    sie
    ze
    öfter
    vaker
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Ich sollte betekent hier dat de spreker zichzelf een aanbeveling of passende handelwijze geeft: “ik zou moeten”. sollte hoort bij sollen en staat bij Ich in de enkelvoudige vorm. In deze zin leidt het een infinitief aan het einde van het werkwoordelijk deel in: Ich sollte ... lernen. Het is geen vaste vertaling van elk gebruik van sollte; de precieze betekenis hangt van de context af. wahrscheinlich betekent “waarschijnlijk” en drukt onzekerheid over de waarschijnlijkheid uit. Het verandert niet mee met persoon of getal. Bijvoorbeeld: Wahrscheinlich kommt er morgen. — “Waarschijnlijk komt hij morgen.” weniger betekent hier “minder” en staat bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Wörter. Het is de vergelijkende vorm van wenig: wenig — weinig, weniger — minder. Het geeft hier geen exact aantal aan, maar een kleinere hoeveelheid dan een andere, niet genoemde hoeveelheid. Bijvoorbeeld: Ich brauche weniger Zeit. — “Ik heb minder tijd nodig.” Wörter betekent hier “woorden”. Het is het meervoud van Wort; Wort kan “woord” betekenen en Wörter is het gewone meervoud wanneer afzonderlijke woorden worden bedoeld. Bijvoorbeeld: Diese Wörter sind neu. — “Deze woorden zijn nieuw.” lernen betekent “leren”. Dit is de infinitief die na sollte staat. De combinatie sollte ... lernen betekent dus “zou moeten leren”; het werkwoord wordt niet voor de persoon vervoegd omdat sollte de vervoegde vorm draagt. Bijvoorbeeld: Ich sollte mehr lesen. — “Ik zou meer moeten lezen.” sie betekent hier “ze” en verwijst volgens de vaste vertaling naar Wörter. Omdat het naar die meervoudige zaak verwijst en het lijdend voorwerp van benutzen is, staat het in de accusatief meervoud; bij dit voornaamwoord ziet die vorm er hetzelfde uit als de nominatief meervoud. Het is dus niet de beleefde vorm Sie, die met een hoofdletter wordt geschreven. öfter betekent “vaker”. Het is de vergelijkende vorm van oft: oft — vaak, öfter — vaker. Hier zegt het dat de woorden met een hogere frequentie gebruikt zouden moeten worden. Bijvoorbeeld: Benutze das Wort öfter. — “Gebruik het woord vaker.” benutzen betekent “gebruiken”. Het is de tweede infinitief die onder sollte valt. Het onderwerp wordt niet opnieuw uitgesproken: hetzelfde Ich hoort bij zowel lernen als benutzen. Bijvoorbeeld: Ich benutze diese Methode oft. — “Ik gebruik deze methode vaak.” Samen vormen de delen: Ich sollte geeft de aanbeveling, wahrscheinlich verzacht die met waarschijnlijkheid, en weniger Wörter lernen betekent “minder woorden leren”. Daarna verwijst sie terug naar die woorden; öfter benutzen betekent “ze vaker gebruiken”. De volledige betekenis is daarom: “Ik zou waarschijnlijk minder woorden moeten leren en ze vaker moeten gebruiken.”

  9. Durch die wiederholte Verwendung werden die Wörter Teil deines aktiven Wortschatzes.

    Herhaald gebruik helpt de woorden deel te worden van je actieve woordenschat.

    Durch
    door
    die
    de
    wiederholte
    herhaalde
    Verwendung
    gebruik
    werden
    worden
    Wörter
    woorden
    Teil
    deel
    deines
    jouw
    aktiven
    actieve
    Wortschatzes
    woordenschat
    Uitgebreide uitleg

    Durch betekent hier ‘door’ in de betekenis van een middel of oorzaak. Het voorzetsel durch krijgt in het Duits de accusatief: durch die Verwendung. Voorbeeld: Durch Übung wird es leichter. — Door oefening wordt het gemakkelijker. die is hier het bepaald lidwoord bij Verwendung, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In de accusatief heeft het vrouwelijke lidwoord dezelfde vorm als in de nominatief: die. Het andere die in de zin hoort bij het meervoudige onderwerp Wörter; daar is het de nominatief. wiederholte betekent hier ‘herhaalde’. Het beschrijft Verwendung en staat daarom in een vorm die bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord na het lidwoord past: die wiederholte Verwendung. Het woord is verbonden met wiederholen (‘herhalen’). Voorbeeld: Die wiederholte Übung hilft. — De herhaalde oefening helpt. Verwendung betekent hier ‘gebruik’ of ‘toepassing’. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt met een hoofdletter geschreven; het werkwoord dat erbij hoort is verwenden (‘gebruiken’). In deze zin staat het na durch en is het dus onderdeel van de accusatiefconstructie. Voorbeeld: Die Verwendung eines Beispiels ist hilfreich. — Het gebruik van een voorbeeld is nuttig. werden betekent hier ‘worden’ en is het werkwoord van verandering: iets gaat een bepaalde toestand of rol krijgen. De vorm is tegenwoordige tijd, derde persoon meervoud, passend bij Wörter. Het is hier niet het hulpwerkwoord van een passieve vorm. Voorbeeld: Die Wörter werden vertraut. — De woorden worden vertrouwd. Wörter betekent ‘woorden’. Wörter is het meervoud van Wort; het meervoud staat hier als onderwerp in de nominatief. Het voorafgaande die is het bepaald lidwoord bij dit meervoud. Voorbeeld: Die Wörter bleiben im Gedächtnis. — De woorden blijven in het geheugen. Teil betekent ‘deel’ en staat hier na werden als de toestand of rol die de woorden krijgen. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Teil. In Teil deines aktiven Wortschatzes wordt verder bepaald waarvan het deel is. deines betekent hier ‘jouw’ en hoort bij Wortschatzes. Deze bezittelijke vorm staat in de genitief, mannelijk enkelvoud: dein → deines. De vorm geeft hier de relatie ‘van jouw ...’ aan, niet een afzonderlijke hoeveelheid. Voorbeeld: Das ist ein Teil deines Plans. — Dat is een deel van jouw plan. aktiven betekent ‘actieve’ en beschrijft Wortschatzes. Het bijvoeglijk naamwoord is aktiv; in deines aktiven Wortschatzes krijgt het na het bezittelijke woord de genitiefuitgang -en. Het betekent hier dat de woordenschat beschikbaar is voor actief gebruik, niet alleen dat de woorden ooit herkend zijn. Wortschatzes betekent ‘woordenschat’. Het is de genitief enkelvoud van Wortschatz en krijgt de uitgang -es: der Wortschatz → deines Wortschatzes. De genitief hangt af van Teil: Teil deines Wortschatzes betekent ‘deel van jouw woordenschat’. Voorbeeld: Mein Wortschatz wächst. — Mijn woordenschat groeit. De eerste woordgroep, Durch die wiederholte Verwendung, geeft de oorzaak of het middel aan: door herhaald gebruik. Daarna staat werden vóór het onderwerp, omdat deze voorzetselgroep vooraan staat en het vervoegde werkwoord in een Duitse hoofdzin op de tweede positie blijft. Die Wörter zijn dus het onderwerp, en Teil deines aktiven Wortschatzes benoemt wat ze worden. Samen betekent de zin: ‘Door herhaald gebruik worden de woorden deel van je actieve woordenschat.’

  10. Ich werde eine kleine Auswahl treffen und nach dem Unterricht persönliche Beispiele schreiben.

    Ik zal een kleine selectie kiezen en na de les persoonlijke voorbeelden schrijven.

    Ich werde
    ik zal
    kleine
    kleine
    Auswahl
    selectie
    treffen
    kiezen; een keuze maken
    nach dem Unterricht
    na de les
    persönliche
    persoonlijke
    Beispiele
    voorbeelden
    schreiben
    schrijven
    Uitgebreide uitleg

    Ich werde drukt hier samen met de infinitieven een toekomstige handeling uit: “ik zal …”. werde is de vorm van werden voor de eerste persoon enkelvoud; het onderwerp is Ich. Het patroon is Ich werde + infinitief, bijvoorbeeld: Ich werde morgen anrufen. — “Ik zal morgen bellen.” kleine betekent hier “kleine”. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft Auswahl, dat vrouwelijk is en hier in de vierde naamval staat na eine; daarom heeft het de uitgang -e: eine kleine Auswahl. De basisvorm is klein. De vorm verandert volgens onder meer naamval, getal en het voorafgaande lidwoord; enkelvoud alleen bepaalt de uitgang dus niet. Auswahl betekent “selectie” of “keuze”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Auswahl, in deze zin eine Auswahl. Een bruikbaar voorbeeld is Die Auswahl ist klein. — “De selectie is klein.” treffen betekent hier “kiezen” in de vaste verbinding eine Auswahl treffen, letterlijk ongeveer “een selectie maken”. De infinitief treffen staat na werde; de vervoegde vorm van het werkwoord staat niet zelf in deze zin. In een andere constructie kan het bijvoorbeeld worden vervoegd als Ich treffe eine Auswahl. — “Ik maak een selectie.” nach dem Unterricht betekent “na de les”. nach gebruikt voor een tijdstip of periode de datief, daarom staat Unterricht hier als dem Unterricht: der Unterricht wordt in de datief dem Unterricht. nach kan ook richting aangeven, maar in deze woordgroep gaat het om tijd. persönliche betekent “persoonlijke” en beschrijft Beispiele. De basisvorm is persönlich. In persönliche Beispiele staat het bijvoeglijk naamwoord bij een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder lidwoord; de uitgang is daarom -e. Het zegt hier dat de voorbeelden persoonlijk van aard zijn, zonder dat de zin verder specificeert voor wie ze persoonlijk zijn. Beispiele betekent “voorbeelden”. Het enkelvoud is Beispiel, het meervoud Beispiele. In persönliche Beispiele is het meervoud het lijdend voorwerp van schreiben; het zelfstandig naamwoord zelf toont hier geen afzonderlijke accusatiefuitgang. schreiben betekent “schrijven”. Het is een infinitief en staat aan het einde van de hele werkwoordelijke groep. Hetzelfde werde geldt voor beide toekomstige handelingen: Ich werde lesen und schreiben. — “Ik zal lezen en schrijven.” Samen betekent Ich werde eine kleine Auswahl treffen und nach dem Unterricht persönliche Beispiele schreiben.: “Ik zal een kleine selectie kiezen en na de les persoonlijke voorbeelden schrijven.” De eerste infinitiefgroep is eine kleine Auswahl treffen; daarna volgt de met und verbonden groep nach dem Unterricht persönliche Beispiele schreiben. Beide handelingen worden door werde als toekomstig voorgesteld.

  11. Diese Routine sollte das Üben deines Wortschatzes praktischer machen.

    Deze routine zou het oefenen van je woordenschat praktischer moeten maken.

    Diese
    deze
    Routine
    routine
    sollte
    zou moeten
    das Üben
    het oefenen
    Wortschatzes
    woordenschat
    praktischer
    praktischer
    machen
    maken
    Uitgebreide uitleg

    Diese staat vóór Routine en is de aanwijzende vorm voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de nominatief: deze routine. De vorm wordt hier bepaald door de grammaticale rol als onderwerp en door het geslacht en getal van Routine, niet alleen door nabijheid. Voorbeeld: Diese Methode ist einfach. — Deze methode is eenvoudig. Routine betekent hier een vaste werkwijze of reeks handelingen. Het meervoud is Routinen; het woord heeft in het Duits vrouwelijk geslacht, wat ook de vorm diese verklaart. sollte is de vorm van sollen bij de derde persoon enkelvoud. Deze vorm kan grammaticaal de verleden tijd zijn, maar ook de Konjunktiv II-vorm. In deze zin past de tweede lezing bij de vaste vertaling: de routine zou het oefenen praktischer moeten maken. De vorm drukt hier dus een verwachte of vooropgestelde werking uit, niet een stellige vaststelling. Voorbeeld: Du solltest mehr üben. — Je zou meer moeten oefenen. Dat is niet hetzelfde als Du musst mehr üben. — Je moet meer oefenen; musst drukt een sterkere verplichting uit. das Üben is een van een werkwoord afgeleid zelfstandig naamwoord: üben betekent oefenen, en das Üben betekent het oefenen als activiteit. Het is onzijdig en staat hier als lijdend voorwerp na machen; bij het onzijdige lidwoord ziet de accusatiefvorm er hetzelfde uit als de nominatiefvorm. Voorbeeld: Das Üben hilft. — Het oefenen helpt. deines Wortschatzes geeft aan wiens woordenschat bedoeld is: jouw woordenschat. deines is de genitief enkelvoud van het bezittelijk woord dein bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Wortschatz; Wortschatzes is de genitief enkelvoud van Wortschatz. De uitgang -es hoort dus bij de verbogen vorm van Wortschatz, en deines draagt eveneens de genitiefvorm. Voorbeeld: Die Größe deines Wortschatzes wächst. — De omvang van je woordenschat groeit. praktischer is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord praktisch: praktisch — praktischer — am praktischsten / der praktischste. Hier betekent de vorm praktischer, dus meer praktisch of handiger. Na machen beschrijft het bijvoeglijk naamwoord het resultaat dat het lijdend voorwerp krijgt. Voorbeeld: Diese Änderung macht den Ablauf praktischer. — Deze verandering maakt het verloop praktischer. machen betekent maken. In de combinatie etwas praktischer machen betekent het niet simpelweg iets vervaardigen, maar ervoor zorgen dat iets praktischer wordt. Na sollte staat machen als infinitief aan het einde van de zin. De structuur is: Diese Routine (onderwerp) + sollte (zou moeten) + das Üben deines Wortschatzes (het oefenen van jouw woordenschat) + praktischer machen (praktischer maken). Samen betekent de zin: deze routine zou het oefenen van jouw woordenschat praktischer moeten maken.

Grammatica

sich etwas merken

Ich merke mir das neue Wort.

iech mèr-kuh mier das noi-uh vort.

Ik onthoud het nieuwe woord.

Bij ‘sich etwas merken’ staat het wederkerend voornaamwoord in de datief: mir, dir, sich.

auf|schreiben

Ich schreibe neue Wörter auf.

iech sjrai-buh noi-uh veur-tuh auf.

Ik schrijf nieuwe woorden op.

‘Aufschreiben’ is een scheidbaar werkwoord: ‘auf’ staat in een gewone hoofdzin achteraan.

Duits woordenschat

aufschreiben werkwoord
auf-sjrai-buhn opschrijven schreibe ... auf

Ich schreibe normalerweise die Übersetzung auf.

benutzen werkwoord
buh-noetsuhn gebruiken

in denen du sie tatsächlich benutzen würdest

das Lernen zelfstandig naamwoord
das lèr-nuhn het leren

Ich merke mir neue Wörter beim Lernen.

das Wort zelfstandig naamwoord
das vort het woord Wörter

Ich merke mir neue Wörter beim Lernen.

die Situation zelfstandig naamwoord
die zie-tsoe-aa-tsie-oon de situatie Situationen

Die Wörter sind vielleicht nicht mit Situationen verbunden.

die Übersetzung zelfstandig naamwoord
die uu-buh-zè-tsoeng de vertaling

Ich schreibe normalerweise die Übersetzung auf.

sich etwas merken werkwoord
zich èt-vas mèr-kuhn iets onthouden merke mir

Ich merke mir neue Wörter beim Lernen.

sprechen werkwoord
sjprè-khuhn spreken

wenn ich versuche zu sprechen

tatsächlich bijwoord
takh-zèch-likh daadwerkelijk

in denen du sie tatsächlich benutzen würdest

verbunden sein mit uitdrukking
fer-bon-duhn zain mit verbonden zijn met sind ... verbunden

Die Wörter sind vielleicht nicht mit Situationen verbunden.

vergessen werkwoord
fer-gès-uhn vergeten vergesse

Aber ich vergesse sie, wenn ich versuche zu sprechen.

versuchen werkwoord
fer-zoekhuhn proberen versuche

Aber ich vergesse sie, wenn ich versuche zu sprechen.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

proberen

Antwoord tonenversuche

het woord

Antwoord tonenWörter

de situatie

Antwoord tonenSituationen

daadwerkelijk

Antwoord tonentatsächlich