Gemiste lessen inhalen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After missed classes, two classmates decide which assignment to handle first and arrange focused practice after class..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Gemiste lessen inhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe in letzter Zeit ein paar Unterrichtsstunden verpasst und fühle mich deshalb im Rückstand.

Isj haa-buh in letstuh tsait ain paar oentuh-riesjts-sjtoendun ferspoest oent fuu-luh misj des-halp im ruuk-sjtand. Ik heb onlangs een paar lessen gemist en voel me daardoor achterop.
B

Du kannst das aufholen.

Doe kanst das auf-ho-lun. Je kunt je achterstand inhalen.
B

Aber wenn du versuchst, alles auf einmal zu lernen, wird es schwieriger.

Aa-buh ven doe fer-zoekst, allus auf ain-maal tsoe lehr-nun, virt es sjwie-ri-guh. Maar als je alles tegelijk probeert te leren, wordt het moeilijker.
A

Könntest du mir sagen, welche Aufgabe ich zuerst angehen sollte?

Keun-tust doe mier zaa-gun, vel-sjuh auf-gaa-buh iesj tsoe-eerst aan-gee-un zol-tuh. Kun je me vertellen welke opdracht ik als eerste moet aanpakken?
B

Die mündliche Zusammenfassung ist bald fällig, und das Arbeitsblatt kann bis später warten.

Die muunt-li-sjuh tsoe-zamun-fassoeng ist balt feh-lisj, oent das ar-baits-blat kan bis sjpee-tuh var-tun. De mondelinge samenvatting moet binnenkort af zijn, en het werkblad kan wachten tot later.
A

Dann sollte ich mit der Sprechaufgabe anfangen.

Dahn zol-tuh iesj mit dehr sjpresj-auf-gaa-buh an-fang-un. Dan moet ik met de spreekopdracht beginnen.
B

Fang damit an und bitte den Lehrer um Notizen zu den Unterrichtsstunden, die du verpasst hast.

Fang da-mit aan oent bit-tuh dehr lee-ruh oem no-tiets-un tsoe deen oentuh-riesjts-sjtoendun, die doe ferspoest hast. Begin daarmee en vraag de docent om aantekeningen van de lessen die je hebt gemist.
A

Ich fühle mich weniger sicher, weil die anderen zusammen geübt haben.

Isj fuu-luh misj vee-ni-guh zie-sjuh, vail die an-duh-run tsoe-zamun guh-uupt haa-bun. Ik voel me minder zeker omdat de anderen samen hebben geoefend.
B

Wir können die Aufgabe nach dem Unterricht gemeinsam durchgehen.

Vie-uh keun-un die auf-gaa-buh naach dehm oentuh-riesjt guh-main-zaam doer-sj-gee-un. We kunnen de opdracht na de les samen doornemen.
B

Damit du weißt, was dich erwartet.

Daa-mit doe vaist, vas disj er-var-tut. Zodat je weet wat je kunt verwachten.
A

Dadurch würde sich der nächste Schritt leichter bewältigen lassen.

Daa-doer-sj vuur-duh zisj dehr nekstuh sjrit, laisj-tuh buh-vel-ti-gun laas-un. Daardoor zou de volgende stap beter haalbaar lijken.
B

Eine gezielte Übungseinheit ist besser, als die Arbeit zu vermeiden.

Aine guh-tsiel-tuh uu-boengs-ain-haait ist bes-suh, als die ar-bait tsoe fer-mai-dun. Eén gerichte oefensessie is beter dan het werk vermijden.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich habe in letzter Zeit ein paar Unterrichtsstunden verpasst und fühle mich deshalb im Rückstand.

    Ik heb onlangs een paar lessen gemist en voel me daardoor achterop.

    Ich habe
    ik heb
    in letzter Zeit
    de laatste tijd
    ein paar
    een paar; enkele
    Unterrichtsstunden
    lessen
    verpasst
    gemist
    fühle mich
    voel me
    deshalb
    daardoor
    im Rückstand
    achterop
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe is de vorm van haben voor de eerste persoon enkelvoud: “ik heb”. Hier is het ook het hulpwerkwoord van de voltooide tijd; het vormt samen met het voltooid deelwoord verpasst de betekenis “heb gemist”. In een andere zin kan dezelfde vorm bezit uitdrukken, bijvoorbeeld: Ich habe Zeit. — “Ik heb tijd.” in letzter Zeit is een vaste tijdsbepaling met de betekenis “de laatste tijd”. Zeit staat hier na in in de datief; daarom krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm letzter bij het vrouwelijke woord Zeit. Voorbeeld: In letzter Zeit lerne ich viel. — “De laatste tijd leer ik veel.” ein paar betekent hier “een paar” of “enkele”, zonder dat de zin een exact aantal noemt. paar blijft in deze uitdrukking onveranderd; het daaropvolgende zelfstandig naamwoord staat in het meervoud. Voorbeeld: Ich brauche ein paar Minuten. — “Ik heb een paar minuten nodig.” Unterrichtsstunden is het meervoud van Unterrichtsstunde, een les of lesuur. Het woord verwijst hier naar de gemiste lessen; het meervoud past bij ein paar. Voorbeeld: Die Unterrichtsstunde beginnt um neun. — “De les begint om negen uur.” verpasst is het voltooid deelwoord van verpassen (“missen”). In deze zin betekent het dat de spreker een aantal lessen niet heeft bijgewoond. Met haben vormt het de voltooide tijd: Ich habe die Stunde verpasst. — “Ik heb de les gemist.” Het is dus verpassen dat de betekenis “missen” draagt, niet haben. fühle mich komt van sich fühlen, “zich voelen”. fühle is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van fühlen; mich is het wederkerend voornaamwoord dat bij ich hoort. Samen betekent de vorm hier “ik voel me”. Voorbeeld: Ich fühle mich müde. — “Ik voel me moe.” deshalb is een bijwoord van gevolg: “daarom” of “daardoor”. Het verbindt hier het gevoel van achterstand met het eerder genoemde missen van lessen. Voorbeeld: Ich bin krank, deshalb bleibe ich zu Hause. — “Ik ben ziek, daarom blijf ik thuis.” im Rückstand betekent “achterop” of “een achterstand hebben”. im is de samentrekking van in dem; Rückstand staat hier dus in de datief na in. De uitdrukking beschrijft een toestand, niet een beweging. Voorbeeld: Nach der Pause bin ich im Rückstand. — “Na de pauze loop ik achter.” Samen vormt Ich habe in letzter Zeit ein paar Unterrichtsstunden verpasst de mededeling dat de spreker de laatste tijd enkele lessen heeft gemist. und fühle mich deshalb im Rückstand voegt toe dat de spreker zich daardoor achterop voelt. De hele zin betekent dus: “Ik heb onlangs een paar lessen gemist en voel me daardoor achterop.”

  2. Du kannst das aufholen.

    Je kunt je achterstand inhalen.

    Du kannst
    je kunt
    das
    je achterstand
    aufholen
    inhalen
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst: können betekent hier dat iemand in staat is iets te doen of die mogelijkheid heeft. kannst is de tegenwoordige tijd van können bij du; de basisvorm is können. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Du kannst kommen. — Je kunt komen. Het onderwerp is hier dus du, niet een onbenoemde persoon. das: Dit is hier een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord in de vierde naamval, met de vorm das. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het verwijst naar de achterstand die moet worden ingehaald. Als zelfstandig voornaamwoord kan das bijvoorbeeld ook naar een eerder genoemde neutrale zaak of situatie verwijzen: Ich weiß das. — Ik weet dat. In deze zin is het de directe aanvulling bij aufholen. aufholen: aufholen betekent hier een achterstand of verloren terrein inhalen. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat het voorvoegsel los, zoals in Du holst das auf. — Je haalt dat in. Na können blijft het echter als infinitief bijeen en staat het aan het einde: Du kannst das aufholen. Het gaat hier dus niet om iemand fysiek inhalen, maar om gemiste leerstof of een achterstand goedmaken. Samen vormen de delen Du kannst + das + aufholen de betekenis: Je kunt je achterstand inhalen. Du is degene die de handeling kan uitvoeren, das is wat wordt ingehaald, en aufholen benoemt het goedmaken van de achterstand. De infinitief aan het einde is het gevolg van de combinatie met het modale werkwoord können.

  3. Aber wenn du versuchst, alles auf einmal zu lernen, wird es schwieriger.

    Maar als je alles tegelijk probeert te leren, wordt het moeilijker.

    Aber
    maar
    wenn du
    als je
    versuchst
    probeert
    alles
    alles
    auf einmal
    tegelijk
    zu lernen
    leren
    wird
    wordt
    schwieriger
    moeilijker
    Uitgebreide uitleg

    Aber betekent hier “maar” en verbindt deze zin met voorafgaande informatie. Het kan ook een tegenstelling aan het begin van een zin inleiden. wenn du vormt het begin van een voorwaardelijke bijzin: “als je”. du is de tweede persoon enkelvoud. In de volledige bijzin staat versuchst na du; de bijzin wordt daarna voortgezet met de infinitiefconstructie alles auf einmal zu lernen. versuchst komt van versuchen (“proberen”). De vorm is de tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud: du versuchst. Een bruikbaar patroon is versuchen, etwas zu tun: “proberen iets te doen”. Voorbeeld: Ich versuche, ruhig zu bleiben. — “Ik probeer rustig te blijven.” alles betekent hier “alles” of “alle dingen” en is het lijdend voorwerp bij zu lernen. Het is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord; de zin noemt niet één specifiek ding dat ermee bedoeld wordt. auf einmal is een vaste uitdrukking voor “alles tegelijk” of “in één keer”. Voorbeeld: Mach nicht alles auf einmal. — “Doe niet alles tegelijk.” zu lernen komt van lernen (“leren”). zu met het infinitief vormt hier de aanvulling bij versuchen: versuchen, ... zu lernen betekent “proberen ... te leren”. lernen is de infinitief; versuchst is de persoonsvorm. wird komt van werden. Hier is het de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In wird ... schwieriger betekent werden hier niet “zal” als toekomstmarkering, maar “worden”: er treedt een verandering op. es is in deze onpersoonlijke constructie een formeel onderwerp; het hoeft niet naar één afzonderlijk genoemd ding te verwijzen. De vertaling “het wordt moeilijker” geeft die constructie weer. schwieriger is de vergrotende trap van schwierig (“moeilijk”): schwierig → schwieriger → am schwierigsten. Het bijvoeglijk naamwoord vergelijkt de nieuwe moeilijkheid met een eerdere of andere toestand. schwieriger zelf drukt de vergelijking uit, niet een zelfstandig naamwoord ernaast. Samen vormt wenn du versuchst, alles auf einmal zu lernen de voorwaarde: “als je alles tegelijk probeert te leren”. De hoofdzin wird es schwieriger zegt wat daarvan het gevolg is: “wordt het moeilijker”. De volledige betekenis is dus: “Maar als je alles tegelijk probeert te leren, wordt het moeilijker.”

  4. Könntest du mir sagen, welche Aufgabe ich zuerst angehen sollte?

    Kun je me vertellen welke opdracht ik als eerste moet aanpakken?

    Könntest du
    zou je kunnen
    mir
    mij
    sagen
    zeggen
    welche
    welke
    Aufgabe
    opdracht
    zuerst
    als eerste
    angehen
    aanpakken
    sollte
    moet
    Uitgebreide uitleg

    Könntest du is een beleefde vraagvorm: “zou je kunnen”. könntest is de Konjunktiv II van können voor de tweede persoon enkelvoud (du). De vorm maakt het verzoek voorzichtiger dan het directe Kannst du ...? Voorbeeld: Könntest du mir helfen? — “Zou je me kunnen helpen?” mir betekent hier “mij” als ontvanger van de mededeling. Het is de datiefvorm van ich; vergelijk ich als onderwerp met mir als datiefvorm. Voorbeeld: Sie erklärt mir die Aufgabe. — “Ze legt mij de opdracht uit.” sagen is het werkwoord “zeggen” of “vertellen”. Na könntest du staat het in de infinitief aan het einde van het hoofddeel, vóór de daaropvolgende bijzin. De combinatie jemandem etwas sagen gebruikt een datiefpersoon voor degene aan wie iets wordt gezegd: Sag mir die Antwort. — “Zeg me het antwoord.” welche betekent hier “welke” en hoort grammaticaal bij Aufgabe. In welche Aufgabe is de vorm vrouwelijk enkelvoud in de accusatief, omdat Aufgabe het lijdend voorwerp is van angehen. In een andere constructie kan dezelfde vraagvorm veranderen: Welcher Kurs beginnt zuerst? — “Welke cursus begint eerst?” Aufgabe betekent hier “opdracht” of “taak”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Aufgabe; het meervoud is die Aufgaben. In welche Aufgabe staat het enkelvoud, maar dat zegt op zichzelf niet hoeveel opdrachten er in de ruimere situatie bestaan. Voorbeeld: Ich erledige die Aufgabe heute. — “Ik maak de opdracht vandaag.” zuerst betekent “als eerste” of “eerst” en geeft de volgorde aan. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Lies zuerst den Text. — “Lees eerst de tekst.” angehen betekent hier “aanpakken” of “beginnen aan”. Het is een scheidbaar werkwoord: in de infinitief blijven an en gehen samen als angehen, terwijl ze in een hoofdzin kunnen worden gescheiden. Voorbeeld: Wir gehen das Problem morgen an. — “We pakken het probleem morgen aan.” Het gaat hier niet om letterlijk ergens naartoe gaan. ich zuerst angehen sollte vormt samen het inhoudelijke deel van de indirecte vraag: welke opdracht de spreker als eerste moet aanpakken. sollte is hier de vorm bij ich van sollen; deze vorm kan zonder verdere context zowel met verleden tijd als met de Konjunktiv II samenhangen. In deze zin geeft de vaste vertaling de betekenis “moet” aan. In de bijzin staat sollte achteraan, terwijl het scheidbare werkwoord daar als infinitief angehen blijft staan. De hele structuur is Könntest du mir sagen, welche Aufgabe ich zuerst angehen sollte? Het hoofddeel is een beleefd verzoek om informatie: “Zou je me kunnen vertellen ...?” Daarna volgt de indirecte vraag welche Aufgabe ich zuerst angehen sollte: de spreker wil weten welke opdracht als eerste moet worden aangepakt. Samen betekent de zin: “Kun je me vertellen welke opdracht ik als eerste moet aanpakken?”

  5. Die mündliche Zusammenfassung ist bald fällig, und das Arbeitsblatt kann bis später warten.

    De mondelinge samenvatting moet binnenkort af zijn, en het werkblad kan wachten tot later.

    mündliche
    mondelinge
    Zusammenfassung
    samenvatting
    bald
    binnenkort
    fällig
    verschuldigd; vervaldatum bereikt
    Arbeitsblatt
    werkblad
    kann … warten
    kan wachten
    bis später
    tot later
    Uitgebreide uitleg

    mündliche betekent hier “mondelinge”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord mündlich (“mondeling”). De uitgang -e past bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de eerste naamval na het bepaalde lidwoord die: die mündliche Zusammenfassung. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft dus de aard van de samenvatting. Zusammenfassung betekent “samenvatting”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zusammenfassung. Het hoort bij het werkwoord zusammenfassen (“samenvatten”), maar in deze zin benoemt het de samenvatting als een ding of taak. Voorbeeld: Ich schreibe eine Zusammenfassung. — “Ik schrijf een samenvatting.” bald betekent “binnenkort”. Het plaatst de vereiste voltooiing in de nabije toekomst. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. fällig betekent hier dat iets volgens een termijn moet gebeuren of klaar moet zijn: “verschuldigd” in de zin van “verschuldigd op een bepaald moment” of natuurlijker “verschuldigd/te voldoen” bij een betaling, en bij een taak “aan de beurt om af te zijn”. In ist ... fällig staat het als naamwoordelijk deel na ist; daarom krijgt het geen adjectiefuitgang. Voorbeeld: Die Aufgabe ist morgen fällig. — “De opdracht moet morgen af zijn.” Arbeitsblatt betekent “werkblad”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Arbeitsblatt. Het eerste deel Arbeits- verwijst naar werk en Blatt betekent blad, maar in deze zin is het geheel de vaste benaming voor een werkblad. Voorbeeld: Das Arbeitsblatt liegt auf dem Tisch. — “Het werkblad ligt op de tafel.” kann en warten vormen samen “kan wachten”. kann is de derde persoon enkelvoud van het modale werkwoord können; het onderwerp is hier das Arbeitsblatt. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: kann ... warten. warten betekent “wachten”. Voorbeeld: Die Antwort kann warten. — “Het antwoord kan wachten.” bis später betekent “tot later”. bis geeft het eindpunt van een tijdsperiode aan, en später betekent “later”. Samen bepaalt deze woordgroep tot welk moment het wachten kan voortduren. später is hier de vergelijkingsvorm bij spät (“laat”): spät — “laat”, später — “later”. De volledige zin bestaat uit twee met und verbonden mededelingen. Die mündliche Zusammenfassung ist bald fällig zegt dat de mondelinge samenvatting binnenkort af moet zijn. Das Arbeitsblatt kann bis später warten zegt dat het werkblad tot later kan wachten. Samen betekent de zin: “De mondelinge samenvatting moet binnenkort af zijn, en het werkblad kan wachten tot later.”

  6. Dann sollte ich mit der Sprechaufgabe anfangen.

    Dan moet ik met de spreekopdracht beginnen.

    Dann
    dan
    sollte ich
    zou ik moeten
    Sprechaufgabe
    spreekopdracht
    anfangen
    beginnen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” als gevolgtrekking: op basis van de voorafgaande situatie volgt de volgende stap. Het kan ook naar een tijdstip verwijzen, maar in deze zin leidt het de conclusie in dat de spreker nu met de taak moet beginnen. sollte ich bestaat uit het werkwoord sollen en het onderwerp ich. sollte drukt hier een aanbeveling of verwachting uit: de spreker concludeert dat beginnen verstandig of nodig is. De vorm is voor de eerste persoon enkelvoud; het onderwerp ich bepaalt die persoon. Vergelijk Ich soll anfangen (“ik moet beginnen”, directer) met Ich sollte anfangen (“ik zou moeten beginnen”, voorzichtiger of als eigen conclusie). In deze context past dat bij de naderende mondelinge opdracht. Sprechaufgabe is een zelfstandig naamwoord voor een spreekopdracht. Het is een samenstelling van Sprech- (“spreek-”) en Aufgabe (“opdracht”); het hoofddeel Aufgabe bepaalt het vrouwelijke geslacht: die Sprechaufgabe. Na mit staat de datief, waardoor die Sprechaufgabe hier mit der Sprechaufgabe wordt. Voorbeeld: Die Sprechaufgabe ist schwierig. — “De spreekopdracht is moeilijk.” anfangen betekent “beginnen”. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin staat het voorvoegsel an vaak los van fangen, maar na een ander werkwoord blijft het infinitief anfangen bijeen, zoals hier na sollte. Voorbeeld: Ich fange heute an. — “Ik begin vandaag.” Samen vormen de delen: Dann (“dan”) + sollte ich (“zou ik moeten”) + mit der Sprechaufgabe (“met de spreekopdracht”) + anfangen (“beginnen”). De volledige betekenis is: “Dan moet ik met de spreekopdracht beginnen.”

  7. Fang damit an und bitte den Lehrer um Notizen zu den Unterrichtsstunden, die du verpasst hast.

    Begin daarmee en vraag de docent om aantekeningen van de lessen die je hebt gemist.

    Fang damit an
    begin daarmee
    bitte
    alsjeblieft
    Lehrer
    docent
    Notizen
    aantekeningen
    Unterrichtsstunden
    lessen
    verpasst
    gemist
    Uitgebreide uitleg

    Fang damit an is een bevel aan één persoon. Het werkwoord is anfangen (“beginnen”); in deze vorm staat het werkwoordelijk deel fang vooraan en komt het scheidbare deel an aan het einde. damit betekent hier “daarmee” en verwijst naar iets dat al bekend is. Voorbeeld: Fang heute an. — “Begin vandaag.” bitte verzacht het bevel en betekent hier “alsjeblieft”. Het is geen onderdeel van het werkwoord anfangen; het kan bij verzoeken op verschillende plaatsen staan. Voorbeeld: Warte bitte hier. — “Wacht hier alsjeblieft.” Lehrer betekent “docent” of “leraar”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk; in deze zin staat het met den als lijdend voorwerp bij bitten: jemanden um etwas bitten = “iemand om iets vragen”. De vorm Lehrer zelf verandert hier niet door die naamval. Voorbeeld: Ich bitte den Lehrer um Hilfe. — “Ik vraag de docent om hulp.” Notizen betekent “aantekeningen”. Dit is het meervoud van die Notiz; het meervoud maakt duidelijk dat het om meerdere aantekeningen gaat. In de vaste constructie jemanden um Notizen bitten vraag je iemand om aantekeningen. Unterrichtsstunden betekent “lessen”. Het is het meervoud van die Unterrichtsstunde. In zu den Unterrichtsstunden staat zu met de datief; bij het meervoud verschijnt het lidwoord als den. Hier geven de aantekeningen aan op welke lessen ze betrekking hebben. Voorbeeld: Notizen zu den Übungen — “aantekeningen bij de oefeningen.” verpasst betekent hier “gemist”. Het is het voltooid deelwoord van verpassen (“missen” of “niet bijwonen”). Samen met hast vormt het de voltooide tijd: du hast ... verpasst = “je hebt ... gemist”. In de bijzin staat verpasst aan het einde. De relatieve vorm die verwijst hier naar Unterrichtsstunden en is het voorwerp van verpasst; de lessen zijn dus datgene wat je hebt gemist. Voorbeeld: Sie hat den Kurs verpasst. — “Zij heeft de cursus gemist.” Samen betekent de zin: begin daarmee en vraag de docent alsjeblieft om aantekeningen bij de lessen die je hebt gemist. De structuur jemanden um etwas bitten is breed herbruikbaar: vervang de persoon of datgene waarom je vraagt, terwijl die du ... hast extra informatie geeft over de lessen.

  8. Ich fühle mich weniger sicher, weil die anderen zusammen geübt haben.

    Ik voel me minder zeker omdat de anderen samen hebben geoefend.

    fühle mich
    voel me
    weniger
    minder
    sicher
    zeker
    weil
    omdat
    die anderen
    de anderen
    zusammen
    samen
    geübt haben
    geoefend hebben
    Uitgebreide uitleg

    fühle mich staat hier voor de eerste persoon enkelvoud van sich fühlen: de spreker beschrijft zijn of haar eigen gevoel. fühle is de tegenwoordige tijd van fühlen; bij deze wederkerende uitdrukking hoort het voornaamwoord mich bij ich. Vergelijk: Ich fühle mich gut. — Ik voel me goed. weniger verlaagt de graad van het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. Het is de vergelijkende vorm van wenig en betekent hier “minder”. Het beschrijft dus niet een zelfstandig aantal, maar een lagere mate van zekerheid. sicher betekent hier “zeker” in de zin van vertrouwen of zekerheid hebben. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In weniger sicher wordt die eigenschap met weniger vergeleken: minder zeker. weil leidt een redengevende bijzin in. In een Duitse bijzin met weil staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. De betekenis is hier “omdat”, niet een losstaande vraag naar de reden. die anderen betekent “de anderen”. anderen is hier een gesubstantiveerde vorm van het bijvoeglijk naamwoord ander en verwijst volgens de vaste vertaling naar andere personen. De vorm is meervoud; de concrete identiteit van die personen wordt in deze zin niet verder bepaald. zusammen betekent “samen”: de betrokken personen doen iets gezamenlijk. Een bruikbaar voorbeeld is Wir lernen zusammen. — Wij leren samen. geübt haben bestaat in deze bijzin uit het voltooid deelwoord geübt van üben (“oefenen”) en de vorm haben. Samen vormt dit het perfectum: “hebben geoefend”. Omdat de hele combinatie in een weil-bijzin staat, staat het deelwoord vóór het hulpwerkwoord aan het einde: weil sie zusammen geübt haben — omdat zij samen hebben geoefend. De hoofdzin Ich fühle mich weniger sicher geeft het gevoel van de spreker weer. De bijzin weil die anderen zusammen geübt haben geeft daarna de reden: de anderen hebben samen geoefend. Samen betekent de volledige uiting: “Ik voel me minder zeker omdat de anderen samen hebben geoefend.”

  9. Wir können die Aufgabe nach dem Unterricht gemeinsam durchgehen.

    We kunnen de opdracht na de les samen doornemen.

    Wir können
    wij kunnen
    Aufgabe
    opdracht
    nach
    na
    Unterricht
    les
    gemeinsam
    samen
    durchgehen
    doornemen
    Uitgebreide uitleg

    Wir können combineert het onderwerp wir (“wij”) met het modale werkwoord können (“kunnen”). können staat hier in de tegenwoordige tijd en geeft aan dat de voorgestelde handeling mogelijk is; het andere werkwoord blijft als infinitief staan. Voorbeeld: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” Aufgabe betekent hier “opdracht” of “taak”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Aufgabe. In die Aufgabe staat het lidwoord hier in de accusatief, omdat de opdracht het object is van durchgehen. Het meervoud is die Aufgaben — “de opdrachten”. nach betekent hier “na” in de tijd. Bij deze betekenis gebruikt het Duits de datief. Daarom wordt der Unterricht na nach dem Unterricht: nach dem Unterricht — “na de les”. Unterricht kan “onderwijs” of “les” betekenen; in deze zin past de betekenis “les” bij de vaste vertaling. gemeinsam is een bijwoord en betekent “samen” of “gezamenlijk”. Het beschrijft hier dat wir de opdracht samen doornemen. Voorbeeld: Wir lernen gemeinsam. — “Wij leren samen.” durchgehen betekent hier “doornemen” of “stap voor stap bekijken”. Het is een scheidbaar werkwoord. Zonder een modaal werkwoord kunnen de delen in een hoofdzin gescheiden staan: Wir gehen die Aufgabe durch. — “Wij nemen de opdracht door.” Na können blijft het een volledige infinitief: Wir können die Aufgabe durchgehen. Samen vormen de delen Wir können die Aufgabe nach dem Unterricht gemeinsam durchgehen de betekenis: “Wij kunnen de opdracht na de les samen doornemen.” nach dem Unterricht geeft aan wanneer de handeling plaatsvindt, gemeinsam geeft aan dat de handeling samen gebeurt en durchgehen benoemt de voorgestelde handeling.

  10. Damit du weißt, was dich erwartet.

    Zodat je weet wat je kunt verwachten.

    Damit
    zodat
    du
    je
    weißt
    weet
    was
    wat
    dich
    je / jou
    erwartet
    te wachten staat
    Uitgebreide uitleg

    Damit leidt hier een bijzin van doel in: “zodat”. Het verbindt dus het doel met de hoofdzin. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: Damit du weißt = “zodat je weet”. In andere contexten kan damit een andere functie hebben, maar hier geeft het duidelijk een doel aan. du is de informele enkelvoudige vorm van “je/jij”. Het is hier het onderwerp van weißt. De formele aanspreekvorm is Sie, met een andere werkwoordsvorm: Damit Sie wissen, ... = “zodat u weet ...”. weißt komt van wissen (“weten”). De vorm is tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud: du weißt. Vergelijk: ich weiß, du weißt, er/sie/es weiß; het werkwoord verandert dus van vorm volgens de persoon. Wissen gaat om kennis van een feit of informatie; kennen gebruik je eerder voor bekendheid met een persoon, plaats of zaak. Voorbeeld: Ich weiß, was passiert. — “Ik weet wat er gebeurt.” was betekent hier “wat” en opent de inhoud van wat je weet. Het verwijst niet naar een vooraf genoemd zelfstandig naamwoord; het introduceert hier een vraagachtige inhoud binnen de zin: “wat ...”. In was dich erwartet is was bovendien het onderwerp van erwartet. dich is de informele enkelvoudige vorm van “je/jou” in de accusatief. Het is hier het lijdend voorwerp van erwartet, niet het onderwerp. De bijbehorende persoonlijke vormen zijn bijvoorbeeld du als onderwerp en dich als lijdend voorwerp: Du siehst mich — “Jij ziet mij.” erwartet komt van erwarten (“verwachten”). Hier staat het in de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. De betekenis is letterlijk dat iets of een situatie iemand tegemoetkomt of op iemand wacht: was dich erwartet = “wat jou te wachten staat”. Omdat was in deze bijzin het onderwerp is, staat het werkwoord in de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: Eine Überraschung erwartet dich. — “Er wacht je een verrassing.” De hele structuur is Damit + onderwerp + werkwoord, was + voorwerp + werkwoord: Damit du weißt, was dich erwartet. Eerst wordt het doel genoemd (“zodat je weet”); daarna wordt de inhoud van dat weten toegevoegd (“wat je te wachten staat”). Samen betekent de zin: “Zodat je weet wat je kunt verwachten.”

  11. Dadurch würde sich der nächste Schritt leichter bewältigen lassen.

    Daardoor zou de volgende stap beter haalbaar lijken.

    Dadurch
    daardoor
    würde
    zou
    sich … lassen
    zich ... laten
    nächste
    volgende
    Schritt
    stap
    leichter
    gemakkelijker
    bewältigen
    aankunnen
    Uitgebreide uitleg

    Dadurch betekent hier ‘daardoor’ of ‘hierdoor’. Het is een vaste da-verbinding met durch en verwijst naar een eerder genoemde omstandigheid of handeling. Het is dus niet de samenvoeging van durch en das. würde is de Konjunktiv-II-vorm van werden en geeft hier een hypothetische of voorwaardelijke betekenis: ‘zou’. De infinitiefgroep staat aan het einde van de zin: würde ... bewältigen lassen. De niet-aaneengesloten combinatie sich ... lassen vormt hier de constructie sich bewältigen lassen: ‘kunnen worden aangepakt’ of natuurlijker ‘te doen zijn’. Het onderwerp van die infinitiefconstructie is der nächste Schritt. Een herbruikbaar voorbeeld is Das lässt sich erklären. — ‘Dat kan worden uitgelegd.’ nächste betekent ‘volgende’. Het is de verbogen vorm van nächst- vóór het zelfstandig naamwoord. In der nächste Schritt is Schritt mannelijk, enkelvoud en onderwerp; het bepaalde lidwoord der markeert hier onder meer die naamval, het geslacht en het getal, waarna het bijvoeglijk naamwoord de zwakke uitgang -e krijgt. Enkelvoudigheid alleen verklaart die uitgang dus niet. Schritt betekent ‘stap’. Het meervoud is Schritte, bijvoorbeeld die nächsten Schritte — ‘de volgende stappen’. Het woord kan ook een volgende fase in een proces aanduiden. leichter betekent hier ‘gemakkelijker’ en is de vergrotende trap van leicht (‘gemakkelijk’): leicht – leichter – am leichtesten. In deze zin werkt leichter bijwoordelijk bij bewältigen lassen: het zegt hoe gemakkelijk de stap kan worden aangepakt. Het verandert daarom niet mee met Schritt. bewältigen betekent ‘aankunnen’, ‘beheersen’ of ‘tot een goed einde brengen’. Het is hier een infinitief in de combinatie etwas bewältigen. Voorbeeld: Sie bewältigt die Aufgabe. — ‘Zij kan de taak aan.’ Samen betekent Dadurch würde sich der nächste Schritt leichter bewältigen lassen.: ‘Daardoor zou de volgende stap gemakkelijker aan te pakken zijn.’ Dat komt overeen met de vaste vertaling ‘Daardoor zou de volgende stap beter haalbaar lijken.’

  12. Eine gezielte Übungseinheit ist besser, als die Arbeit zu vermeiden.

    Eén gerichte oefensessie is beter dan het werk vermijden.

    gezielte
    gerichte
    Übungseinheit
    oefensessie
    ist
    is
    besser
    beter
    als
    dan in een vergelijking
    Arbeit
    werk
    vermeiden
    vermijden
    Uitgebreide uitleg

    gezielte betekent hier “gerichte” of “doelgerichte”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is gezielt. In eine gezielte Übungseinheit staat het bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, in de nominatief, na het onbepaalde lidwoord eine; daarom krijgt het de uitgang -e. Voorbeeld: eine gezielte Frage — “een gerichte vraag”. Übungseinheit betekent “oefensessie”. Het is een samenstelling van Übung (“oefening”) en Einheit (“eenheid”); het laatste deel bepaalt hier het grammaticale geslacht. Het woord is vrouwelijk: die Übungseinheit; het meervoud is die Übungseinheiten. ist is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud. Hier verbindt het onderwerp met de vergelijking: Eine Übungseinheit ist ... — “Een oefensessie is ...”. besser betekent hier “beter”. Het is de vergrotende trap van gut: gut → besser → am besten (“goed” → “beter” → “het best”). In het patroon besser als ... wordt een vergelijking gemaakt. als betekent hier “dan” en leidt het tweede deel van die vergelijking in. Het patroon besser als X betekent “beter dan X”. Arbeit betekent hier “werk”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Arbeit. In die Arbeit zu vermeiden is het het lijdend voorwerp van vermeiden, dus staat het in de accusatief. Bij dit vrouwelijke enkelvoud ziet het lidwoord die er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit. Voorbeeld: Ich vermeide die Arbeit. — “Ik vermijd het werk.” vermeiden betekent “vermijden”. Dit is de infinitief. Na zu verschijnt de constructie zu vermeiden, “te vermijden”. Een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd is bijvoorbeeld ich vermeide — “ik vermijd”. Voorbeeld: Sie versucht, den Fehler zu vermeiden. — “Ze probeert de fout te vermijden.” Samen betekent Eine gezielte Übungseinheit ist besser, als die Arbeit zu vermeiden: “Eén gerichte oefensessie is beter dan het werk vermijden.” besser als vormt de vergelijking, en die Arbeit zu vermeiden is het tweede, als infinitiefconstructie geformuleerde element van die vergelijking.

Grammatica

weil + werkwoord aan het einde

Wir üben zusammen, weil wir die Aufgabe zuerst angehen.

Vie-uh uu-bun tsoe-zamun, vail vie-uh die auf-gaa-buh tsoe-eerst aan-gee-un.

We oefenen samen omdat we de opdracht eerst aanpakken.

Na „weil” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

versuchen, etwas zu tun

Wir versuchen, die Aufgabe gezielt zu bewältigen.

Vie-uh fer-zoek-un, die auf-gaa-buh guh-tsielt tsoe buh-vel-ti-gun.

We proberen de opdracht gericht aan te kunnen.

Na „versuchen” gebruik je „zu” met het hele werkwoord.

Duits woordenschat

auf einmal uitdrukking
auf ain-maal alles tegelijk
Aufgabe zelfstandig naamwoord
auf-gaa-buh opdracht
aufholen werkwoord
auf-ho-lun inhalen
deshalb bijwoord
des-halp daarom
in letzter Zeit uitdrukking
in letstuh tsait de laatste tijd
sagen werkwoord
zaa-gun zeggen
schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjwie-risj moeilijk schwieriger
sich im Rückstand fühlen uitdrukking
zisj im ruuk-sjtand fuu-lun zich achterop voelen fühle mich deshalb im Rückstand
Unterrichtsstunde zelfstandig naamwoord
oentuh-riesjts-sjtoenduh lesuur Unterrichtsstunden
verpassen werkwoord
fer-pass-un missen verpasst
versuchen werkwoord
fer-zoek-un proberen versuchst
zuerst bijwoord
tsoe-eerst eerst

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Je kunt je achterstand inhalen.

Antwoord tonenDu kannst das aufholen.

Zodat je weet wat je kunt verwachten.

Antwoord tonenDamit du weißt, was dich erwartet.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

daarom

Antwoord tonendeshalb

moeilijk

Antwoord tonenschwieriger

inhalen

Antwoord tonenaufholen

missen

Antwoord tonenverpasst