Een eenvoudige manier om de les te herhalen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After class, two classmates compare review methods and agree on a simple routine that balances notes, examples, and speaking practice..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een eenvoudige manier om de les te herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte die heutige Lektion wiederholen.

iech MEUSJ-tuh die HOI-tie-guh lek-TSIE-oon vie-duh-HOO-len. Ik wil de les van vandaag herhalen.
A

Aber ich weiß nicht genau, wo ich anfangen soll.

AA-buh iech vais nie-sjt guh-NOU, voo iech AN-fang-en zol. Maar ik weet niet goed waar ik moet beginnen.
B

Beginne mit den Notizen, die direkt zu echten Situationen passen.

buh-GIN-uh mit deen no-TIETS-en die die-REKT tsoe ECH-ten zie-too-aa-TSIE-oo-nen PAS-en. Begin met de aantekeningen die direct aansluiten bij echte situaties.
A

Ich lese normalerweise alles noch einmal, aber das kostet zu viel Zeit.

iech LEE-zuh nor-maa-luh-vai-zuh AL-luhs noch AIN-maal, AA-buh das KOS-tut tsoe VIEL TSAIT. Ik lees meestal alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.
B

Wähle die Teile aus, die du in einem kurzen Gespräch verwenden kannst.

VÈÈ-luh die TAI-luh AUS, die doe in AIN-um KOERT-sen guh-SJPRECH fer-VEN-den kanst. Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.
A

Wir könnten Beispielsätze schreiben, bevor wir das Sprechen üben.

vie uh KEUN-ten BAI-sjpiel-ZET-suh SJRAI-ben, buh-FOOR vie uh das SJPRECH-en UU-ben. We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan oefenen met spreken.
B

Wenn du die Beispielsätze laut sagst, siehst du, ob du die Ausdrücke im Gespräch verwenden kannst.

ven doe die BAI-sjpiel-ZET-suh lout zaakst, ziehst doe, op doe die AUS-droe-kuh im guh-SJPRECH fer-VEN-den kanst. Als je de voorbeeldzinnen hardop zegt, zie je of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken.
A

Das klingt nützlicher, als die ganze Seite noch einmal abzuschreiben.

das klinkt NUUTS-liesj-uh, als die GAN-tsuh ZAI-tuh noch AIN-maal AP-tsjoe-SJRAI-ben. Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina weer over te schrijven.
B

Es zeigt auch, welche Punkte klar sind und welche mehr Übung brauchen.

es tsaikt ook, VEL-sjuh POENG-tuh klaar zint oent VEL-sjuh meer UU-boeng BROW-khen. Het laat ook zien welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.
A

Lass uns beide ein paar nützliche Ausdrücke auswählen und sie nach dem Unterricht testen.

las oens BAI-duh ain paar NUUTS-liesj-uh AUS-droe-kuh AUS-vee-len oent zie naach deem OEN-tuh-riesjt TES-ten. Laten we allebei een paar nuttige uitdrukkingen kiezen en ze na de les testen.
B

Eine kurze Routine ist leichter zu wiederholen als ein langer Wiederholungsplan.

AI-nuh KOERT-suh roe-TIE-nuh ist LAI-sj-tuh tsoe VIE-duh-HOO-len als ain LANG-uh VIE-duh-HOO-loengs-plaan. Een korte routine kun je makkelijker herhalen dan een lang herhalingsplan.

Woord voor woord

Ich “Ich” betekent hier “ik” en is degene die de wens uitspreekt in “Ich möchte die heutige Lektion wiederholen.” Je gebruikt het als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
möchte “möchte” drukt hier een beleefde wens uit: “wil graag”. In “Ich möchte die heutige Lektion wiederholen” staat het vóór de handeling die je wilt uitvoeren. Een bruikbaar patroon is “Ich möchte + infinitief”.
die “die” is hier het bepaalde lidwoord bij “Lektion” in “die heutige Lektion”. Samen verwijst de woordgroep naar een specifieke les. Je gebruikt het lidwoord vóór het zelfstandig naamwoord.
heutige “heutige” betekent hier “van vandaag” en beschrijft “Lektion” in “die heutige Lektion”. De vorm hoort bij dit zelfstandig naamwoord in deze woordgroep. Een bruikbaar patroon is “die heutige + zelfstandig naamwoord”.
Lektion “Lektion” betekent “les” in de context van een taalles. In “die heutige Lektion wiederholen” is het de les die opnieuw wordt doorgenomen. Je kunt het gebruiken met “eine Lektion wiederholen” wanneer je een les herhaalt.
wiederholen “wiederholen” betekent hier “herhalen” of opnieuw doornemen. In “Ich möchte die heutige Lektion wiederholen” staat het als de handeling na “möchte”. Een bruikbaar patroon is “etwas wiederholen”, met wat je herhaalt als object.
Aber “Aber” betekent hier “maar” en leidt een tegenstelling in: de spreker wil wel herhalen, maar weet niet waar te beginnen. Het staat aan het begin van “Aber ich weiß nicht genau, wo ich anfangen soll.” Je gebruikt het om naar een tegengesteld of beperkend punt over te gaan.
weiß “weiß” betekent hier “weet” in “ich weiß nicht genau”. Het drukt kennis of zekerheid uit over waar de spreker moet beginnen. Een bruikbaar patroon is “Ich weiß + informatie” of “Ich weiß nicht + informatie”.
nicht “nicht” maakt “weiß” in “ich weiß nicht genau” ontkennend: de spreker weet het niet precies. Het staat hier vóór “genau” en ontkent de kennis of zekerheid. Je gebruikt het om een uitspraak of beoordeling te ontkennen.
genau “genau” betekent hier “precies” in “ich weiß nicht genau”. Het maakt duidelijk dat de spreker niet precies weet waar hij moet beginnen. Een bruikbaar patroon is “etwas genau wissen”.
wo “wo” betekent hier “waar” en vraagt naar het punt waarop de spreker moet beginnen. In “wo ich anfangen soll” leidt het een indirecte vraag in. Je gebruikt “wo” om naar een plaats of punt te vragen.
anfangen “anfangen” betekent “beginnen” in “wo ich anfangen soll”. Omdat het na “soll” staat, blijft het als infinitief aan het einde van de bijzin. Een bruikbaar patroon is “mit etwas anfangen” wanneer je zegt waarmee je begint.
soll “soll” drukt hier uit wat de spreker moet of hoort te doen: waar hij moet beginnen. In “wo ich anfangen soll” staat het samen met de infinitief “anfangen”. Een bruikbaar patroon is “ich soll + infinitief”.
Beginne “Beginne” is hier een aansporing aan één persoon om te beginnen. In “Beginne mit den Notizen” zegt de gesprekspartner waarmee die persoon moet starten. Een bruikbaar patroon is “Beginne mit + iets”.
mit “mit” betekent hier “met” en geeft aan waarmee iemand begint in “Beginne mit den Notizen”. Het hoort bij de combinatie “mit etwas beginnen”. Je gebruikt het om het startpunt of middel aan te geven.
den “den” is hier het lidwoord bij “Notizen” in “mit den Notizen”. Het verwijst naar de specifieke aantekeningen waarmee de ander moet beginnen. De vorm staat hier na “mit”.
Notizen “Notizen” betekent “aantekeningen” in de context van studeren. In “mit den Notizen” zijn het de notities waarmee de herhaling begint. Je kunt het gebruiken in het patroon “mit den Notizen beginnen”.
direkt “direkt” betekent hier “direct” of rechtstreeks in “direkt zu echten Situationen passen”. Het benadrukt dat de aantekeningen meteen met echte situaties verbonden zijn. Een bruikbaar patroon is “direkt zu etwas passen”.
zu “zu” verbindt in “zu echten Situationen passen” de aantekeningen met de situaties waarbij ze aansluiten. Hier is het geen infinitiefpartikel, maar onderdeel van de combinatie “zu etwas passen”. Je gebruikt die combinatie om te zeggen waarmee iets overeenkomt of bruikbaar is.
echten “echten” betekent hier “echte” en beschrijft “Situationen” in “echten Situationen”. Het gaat om situaties uit de werkelijkheid, niet alleen om voorbeelden op papier. Een bruikbaar patroon is “zu echten Situationen passen”.
Situationen “Situationen” betekent “situaties” in “zu echten Situationen passen”. Het zijn de werkelijke omstandigheden waarin de leerder de taal kan gebruiken. Je kunt het gebruiken met “in Situationen” of “zu Situationen passen”, afhankelijk van de constructie.
passen “passen” betekent hier “aansluiten bij” of “passen bij”. In “die direkt zu echten Situationen passen” beschrijft het dat de aantekeningen bruikbaar zijn voor echte situaties. Een bruikbaar patroon is “etwas passt zu etwas”.
lese “lese” betekent hier “lees” in “Ich lese normalerweise alles noch einmal”. Het beschrijft een gewoonte van de spreker. Een bruikbaar patroon is “Ich lese + object”.
normalerweise “normalerweise” betekent “gewoonlijk” of “meestal”. In “Ich lese normalerweise alles noch einmal” geeft het aan dat dit de gebruikelijke manier van de spreker is. Je gebruikt het om een normale gewoonte te beschrijven.
alles “alles” betekent hier “alles” en verwijst naar de volledige lesstof in “alles noch einmal”. Het is wat de spreker gewoonlijk opnieuw leest. Een bruikbaar patroon is “alles noch einmal lesen”.
noch “noch” staat hier samen met “einmal” in de uitdrukking “noch einmal”, die “opnieuw” of “nog een keer” betekent. Het draagt het idee van een extra keer bij aan de handeling. Je gebruikt “noch einmal” wanneer iets opnieuw gebeurt.
einmal “einmal” betekent op zichzelf “een keer”, maar vormt hier samen met “noch” de uitdrukking “noch einmal”: “opnieuw”. In “alles noch einmal” geeft het aan dat de volledige inhoud nog een keer wordt gelezen. Je gebruikt “einmal” om een aantal keer aan te geven.
das In “aber das kostet zu viel Zeit” verwijst “das” naar het alles opnieuw lezen en betekent het “dat”. In “Das klingt nützlicher” verwijst de hoofdlettervorm “Das” naar de voorgestelde methode. Je gebruikt het hier als verwijzend voornaamwoord voor een eerder genoemde handeling of gedachte.
kostet “kostet” betekent hier “kost” in “das kostet zu viel Zeit”. Het beschrijft hoeveel tijd de handeling vraagt. Een bruikbaar patroon is “etwas kostet viel Zeit”.
viel “viel” betekent hier “veel” in de woordgroep “zu viel Zeit”. Samen met “zu” betekent dit “te veel”. Je gebruikt “zu viel” vóór een hoeveelheid die groter is dan gewenst.
Zeit “Zeit” betekent “tijd” in “zu viel Zeit kosten”. Het is de tijd die nodig is om alles opnieuw te lezen. Een bruikbaar patroon is “viel Zeit kosten”.
Wähle “Wähle” is hier een aansporing aan één persoon om iets te kiezen. In “Wähle die Teile aus” gaat het om bepaalde delen van de les. Een bruikbaar patroon is “etwas auswählen”.
Teile “Teile” betekent hier “delen” of onderdelen van de les. In “die Teile ... verwenden” zijn het de geselecteerde stukken die in een gesprek gebruikt kunnen worden. Je kunt “Teile” gebruiken voor afzonderlijke onderdelen van een geheel.
aus “aus” is hier het afgescheiden deel van het werkwoord “auswählen” in “Wähle die Teile aus”. Het maakt de betekenis “uitkiezen” compleet. Bij een vervoegde vorm staat dit deel aan het einde van de hoofdzin.
du “du” betekent “jij” en is hier degene die de delen kan gebruiken in “die du ... verwenden kannst”. Je gebruikt het voor één persoon in een informele aanspreking. Het staat hier als onderwerp van de bijzin.
in “in” betekent hier “in” en geeft de context aan waarin je de delen kunt gebruiken: “in einem kurzen Gespräch”. Een bruikbaar patroon is “etwas in einem Gespräch verwenden”. Het beschrijft hier geen beweging, maar gebruik binnen een gesprek.
einem “einem” is hier het lidwoord bij “Gespräch” in “in einem kurzen Gespräch”. Het betekent in deze woordgroep “een”. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om naar één gesprek te verwijzen.
kurzen “kurzen” betekent hier “korte” en beschrijft “Gespräch” in “einem kurzen Gespräch”. Het gesprek is beperkt in lengte of omvang. Een bruikbaar patroon is “in einem kurzen Gespräch”.
Gespräch “Gespräch” betekent “gesprek”. In “in einem kurzen Gespräch” gaat het om een korte mondelinge uitwisseling waarin de leerder de delen kan gebruiken. Je kunt het gebruiken met “in einem Gespräch”.
verwenden “verwenden” betekent hier “gebruiken” in “die du ... verwenden kannst”. Het gaat om het toepassen van delen van de les in een gesprek. Een bruikbaar patroon is “etwas in einem Gespräch verwenden”.
kannst “kannst” betekent hier “kunt” of “in staat bent te”. In “die du ... verwenden kannst” drukt het uit dat de ander de delen kan gebruiken. Het staat samen met de infinitief “verwenden”.
Wir “Wir” betekent “wij” en verwijst naar de twee gesprekspartners samen. In “Wir könnten Beispielsätze schreiben” stelt de spreker een gezamenlijke activiteit voor. Je gebruikt het als onderwerp wanneer je over jezelf en minstens één andere persoon spreekt.
könnten “könnten” drukt hier een voorzichtige mogelijkheid of suggestie uit: “zouden kunnen”. In “Wir könnten Beispielsätze schreiben” stelt de spreker voor om samen voorbeeldzinnen te schrijven. Een bruikbaar patroon is “Wir könnten + infinitief”.
Beispielsätze “Beispielsätze” betekent “voorbeeldzinnen”. In “Beispielsätze schreiben” zijn het zinnen die helpen om de leerstof vóór de spreekpraktijk toe te passen. Je gebruikt het voor zinnen die een taalgebruikspatroon illustreren.
schreiben “schreiben” betekent hier “schrijven” in “Wir könnten Beispielsätze schreiben”. Het is de voorgestelde activiteit vóór het oefenen van spreken. Een bruikbaar patroon is “Beispielsätze schreiben”.
bevor “bevor” betekent “voordat” en ordent twee handelingen in de tijd. In “bevor wir das Sprechen üben” gebeurt het schrijven eerst en het oefenen daarna. Je gebruikt “bevor” vóór een bijzin met een gebeurtenis die later plaatsvindt.
Sprechen “Sprechen” betekent hier “het spreken” of de spreekactiviteit. In “das Sprechen üben” is het zelfstandig gebruikte werkwoord het onderwerp van de oefening. Je gebruikt deze vorm wanneer spreken als activiteit wordt besproken.
üben “üben” betekent hier “oefenen” in “das Sprechen üben”. Het gaat om doelgericht oefenen van de spreekvaardigheid. Een bruikbaar patroon is “etwas üben”, zoals een taalactiviteit.
Wenn “Wenn” betekent hier “als” en leidt de voorwaarde in “Wenn du die Beispielsätze laut sagst”. Als de leerder de zinnen hardop zegt, kan hij beoordelen of hij de uitdrukkingen kan gebruiken. Een bruikbaar patroon is “Wenn + bijzin, ...”.
laut “laut” betekent hier “hardop” in “die Beispielsätze laut sagst”. Het beschrijft dat de zinnen hoorbaar worden uitgesproken. Een bruikbaar patroon is “etwas laut sagen”.
sagst “sagst” betekent hier “zegt” in “Wenn du die Beispielsätze laut sagst”. Het gaat om het mondeling uitspreken van de voorbeeldzinnen. Een bruikbaar patroon is “du sagst etwas laut”.
siehst “siehst” betekent hier “ziet”, maar in “siehst du, ob ...” gaat het om vaststellen of merken. Door de zinnen hardop te zeggen, merk je of je de uitdrukkingen kunt gebruiken. Je gebruikt het patroon “du siehst, ob ...” om te zeggen dat iemand iets vaststelt.
ob “ob” betekent hier “of” in de indirecte vraag “ob du die Ausdrücke im Gespräch verwenden kannst”. Het leidt een vraag in waarop het antwoord ja of nee kan zijn. Je gebruikt “ob” wanneer je wilt weten of iets het geval is.
Ausdrücke “Ausdrücke” betekent hier “uitdrukkingen” of vaste taalformuleringen. In “die Ausdrücke im Gespräch verwenden” zijn het de formuleringen die de leerder in een gesprek wil toepassen. Je kunt het gebruiken met “Ausdrücke verwenden”.
im “im” is de verkorte vorm van “in dem” in “im Gespräch”. Het betekent hier “in het” en geeft aan dat de uitdrukkingen binnen een gesprek worden gebruikt. Een bruikbaar patroon is “im Gespräch verwenden”.
klingt “klingt” betekent hier “klinkt” in “Das klingt nützlicher”. Het beschrijft hoe een voorstel overkomt of klinkt voor de spreker. Een bruikbaar patroon is “Das klingt + bijvoeglijk naamwoord”.
nützlicher “nützlicher” betekent hier “nuttiger” in “Das klingt nützlicher”. De spreker beoordeelt de voorgestelde methode als nuttiger dan alles opnieuw overschrijven. Het staat samen met “als” om een vergelijking te maken.
als “als” betekent hier “dan” in de vergelijking “nützlicher, als die ganze Seite noch einmal abzuschreiben”. Het verbindt de beoordeling met de minder nuttige handeling. Je gebruikt “als” na een vergelijkende vorm.
ganze “ganze” betekent hier “hele” of “volledige” en beschrijft “Seite” in “die ganze Seite”. Het benadrukt dat de volledige pagina opnieuw wordt overgeschreven. Een bruikbaar patroon is “die ganze + zelfstandig naamwoord”.
Seite “Seite” betekent “pagina”. In “die ganze Seite noch einmal abzuschreiben” is het de pagina die opnieuw wordt gekopieerd. Je kunt het gebruiken met “eine Seite abschreiben”.
abzuschreiben “abzuschreiben” betekent hier “over te schrijven” of te kopiëren. In “die ganze Seite noch einmal abzuschreiben” wordt de volledige pagina opnieuw opgeschreven. Het is de te vergelijken handeling na “als”.
Es “Es” betekent hier “het” in “Es zeigt auch, welche Punkte klar sind”. Het verwijst naar de voorgestelde manier van oefenen, niet naar een afzonderlijk voorwerp. Je gebruikt het hier als onderwerp om naar een eerder genoemde handeling of methode te verwijzen.
zeigt “zeigt” betekent hier “laat zien” of “toont”. In “Es zeigt auch, welche Punkte klar sind” maakt de oefening duidelijk welke onderdelen de leerder beheerst. Een bruikbaar patroon is “etwas zeigt, welche ...”.
auch “auch” betekent hier “ook” en voegt een extra voordeel aan de methode toe. In “Es zeigt auch ...” zegt de spreker dat de methode naast het eerdere voordeel nog iets anders duidelijk maakt. Je gebruikt het om informatie toe te voegen.
welche “welche” betekent hier “welke” in “welche Punkte klar sind” en “welche mehr Übung brauchen”. Het helpt om de punten in twee groepen te verdelen. Een bruikbaar patroon is “welche + zelfstandig naamwoord” wanneer je een keuze of onderscheid bespreekt.
Punkte “Punkte” betekent hier “punten” of leeronderdelen. In “welche Punkte klar sind” gaat het om aspecten van de les die duidelijk of nog moeilijk zijn. Je kunt het gebruiken voor afzonderlijke onderwerpen binnen een groter geheel.
klar “klar” betekent hier “duidelijk” of begrepen. In “welche Punkte klar sind” beschrijft het de onderdelen die de leerder al begrijpt. Je gebruikt het om aan te geven dat iets niet meer onduidelijk is.
sind “sind” betekent hier “zijn” in “welche Punkte klar sind”. Het verbindt “Punkte” met de eigenschap “klar”. In de bijzin staat het aan het einde.
und “und” betekent “en” en verbindt hier de twee groepen punten: de punten die duidelijk zijn en de punten die meer oefening nodig hebben. Je gebruikt het om gelijkwaardige informatie of zinsdelen te verbinden.
mehr “mehr” betekent hier “meer” in “mehr Übung brauchen”. Het geeft aan dat voor sommige punten extra oefening nodig is. Een bruikbaar patroon is “mehr Übung brauchen”.
Übung “Übung” betekent hier “oefening” in “mehr Übung brauchen”. Het verwijst naar extra oefenen om bepaalde punten beter te beheersen. Je kunt het gebruiken met “mehr Übung brauchen”.
brauchen “brauchen” betekent hier “nodig hebben” in “welche mehr Übung brauchen”. De punten worden voorgesteld als onderdelen waarvoor extra oefening nodig is. Een bruikbaar patroon is “etwas brauchen”, met wat nodig is als object.
Lass “Lass” staat hier in de uitnodiging “Lass uns ...” en betekent “laten we”. De spreker stelt voor om samen iets te doen. Een bruikbaar patroon is “Lass uns + infinitief”.
uns “uns” betekent hier “ons” in “Lass uns beide ... auswählen”. Het verwijst naar de twee gesprekspartners die samen de handeling uitvoeren. In deze vaste uitnodiging hoort het bij “Lass uns”.
beide “beide” betekent hier “allebei” en benadrukt dat de twee gesprekspartners ieder enkele uitdrukkingen kiezen. In “Lass uns beide ... auswählen” heeft het betrekking op “uns”. Je gebruikt het om precies twee personen of zaken samen aan te duiden.
ein “ein” staat hier samen met “paar” in “ein paar nützliche Ausdrücke”. De combinatie betekent “een paar” of “enkele”. Je gebruikt deze woordgroep vóór een zelfstandig naamwoord voor een kleine hoeveelheid.
paar “paar” betekent hier samen met “ein” “een paar” of “enkele”. In “ein paar nützliche Ausdrücke” gaat het om een klein aantal uitdrukkingen. Een bruikbaar patroon is “ein paar + meervoudig zelfstandig naamwoord”.
nützliche “nützliche” betekent hier “nuttige” en beschrijft “Ausdrücke” in “ein paar nützliche Ausdrücke”. Het gaat om uitdrukkingen die bruikbaar zijn voor de spreekpraktijk. Een bruikbaar patroon is “nützliche Ausdrücke auswählen”.
auswählen “auswählen” betekent hier “uitkiezen” of selecteren. In “Lass uns beide ein paar nützliche Ausdrücke auswählen” stelt de spreker voor om samen enkele uitdrukkingen te selecteren. Een bruikbaar patroon is “etwas auswählen”.
sie “sie” betekent hier “ze” en verwijst naar “Ausdrücke” in “sie nach dem Unterricht testen”. De gesprekspartners willen die geselecteerde uitdrukkingen testen. Je gebruikt het hier als verwijzend voornaamwoord voor meerdere eerder genoemde zaken.
nach “nach” betekent hier “na” en geeft het moment aan waarop de uitdrukkingen getest worden: “nach dem Unterricht”. Je gebruikt het met een activiteit of tijdstip dat voorbij moet zijn voordat iets gebeurt.
dem “dem” is hier het lidwoord bij “Unterricht” in “nach dem Unterricht”. De volledige woordgroep betekent “na de les” of “na het onderwijs”. De vorm staat hier in de vaste tijdsaanduiding na “nach”.
Unterricht “Unterricht” betekent hier “les” of “onderwijs”. In “nach dem Unterricht” verwijst het naar de les die de gesprekspartners net hebben gevolgd. Een bruikbaar patroon is “nach dem Unterricht”.
testen “testen” betekent hier “testen” of uitproberen. In “sie nach dem Unterricht testen” willen de gesprekspartners nagaan of ze de gekozen uitdrukkingen kunnen gebruiken. Een bruikbaar patroon is “etwas testen”.
Eine “Eine” betekent hier “een” in “Eine kurze Routine”. Het introduceert één korte routine als onderwerp van de volgende uitspraak. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar één niet nader bepaalde zaak verwijst.
kurze “kurze” betekent hier “korte” en beschrijft “Routine” in “Eine kurze Routine”. De routine bevat volgens de context een beperkte, herhaalbare manier van oefenen. Een bruikbaar patroon is “eine kurze Routine”.
Routine “Routine” betekent “routine”: een vaste manier van handelen die je kunt herhalen. In “Eine kurze Routine ist leichter zu wiederholen” gaat het om de eenvoudige herhaalafspraak voor het leren. Je kunt het gebruiken voor een terugkerend plan of patroon.
ist “ist” betekent hier “is” in “Eine kurze Routine ist leichter zu wiederholen”. Het verbindt de routine met de beoordeling dat die gemakkelijker te herhalen is. Je gebruikt het hier om een eigenschap of beoordeling uit te drukken.
leichter “leichter” betekent hier “makkelijker” in “ist leichter zu wiederholen”. De korte routine wordt vergeleken met een lang herhalingsplan. Het staat samen met “als” om deze vergelijking te maken.
langer “langer” betekent hier “lang” in “ein langer Wiederholungsplan”. Het beschrijft een herhalingsplan dat uitgebreider is dan de korte routine. Een bruikbaar patroon is “ein langer + zelfstandig naamwoord”.
Wiederholungsplan “Wiederholungsplan” betekent “herhalingsplan”: een plan om leerstof opnieuw door te nemen. In “ein langer Wiederholungsplan” wordt het vergeleken met de korte routine. Je kunt het gebruiken voor een gepland overzicht van herhalingsactiviteiten.

Grammatica

abzuschreiben: zu + scheidbaar werkwoord

Notizen abzuschreiben

no-TIETS-en AP-tsoe-sjRAI-ben

Notities overschrijven

Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de stam: ab + zu + schreiben.

anfangen → Beginne

Beginne direkt.

buh-GIN-uh die-REKT

Begin direct.

Bij de gebiedende wijs van anfangen staat het scheidbare voorvoegsel aan het einde: Beginne ... an.

Duits woordenschat

anfangen werkwoord
AN-fang-en beginnen
beginnen werkwoord
buh-GIN-en beginnen Beginne
direkt bijwoord
die-REKT direct
kurz bijvoeglijk naamwoord
KOERTS kort kurzen
Lektion zelfstandig naamwoord
lek-TSIE-oon les
noch einmal uitdrukking
noch AIN-maal nog een keer
normalerweise bijwoord
nor-maa-luh-vai-zuh meestal
Notiz zelfstandig naamwoord
no-TIETS aantekening Notizen
Situation zelfstandig naamwoord
zie-too-aa-TSIE-oon situatie Situationen
Teil zelfstandig naamwoord
TAIL deel Teile
wiederholen werkwoord
vie-duh-HOO-len herhalen
Zeit zelfstandig naamwoord
TSAIT tijd

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil de les van vandaag herhalen.

Antwoord tonenIch möchte die heutige Lektion wiederholen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

situatie

Antwoord tonenSituationen

direct

Antwoord tonendirekt

les

Antwoord tonenLektion

beginnen

Antwoord tonenBeginne