Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een eenvoudige manier om de les te herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich möchte die heutige Lektion wiederholen.
iech MEUSJ-tuh die HOI-tie-guh lek-TSIE-oon vie-duh-HOO-len. Ik wil de les van vandaag herhalen.Aber ich weiß nicht genau, wo ich anfangen soll.
AA-buh iech vais nie-sjt guh-NOU, voo iech AN-fang-en zol. Maar ik weet niet goed waar ik moet beginnen.Beginne mit den Notizen, die direkt zu echten Situationen passen.
buh-GIN-uh mit deen no-TIETS-en die die-REKT tsoe ECH-ten zie-too-aa-TSIE-oo-nen PAS-en. Begin met de aantekeningen die direct aansluiten bij echte situaties.Ich lese normalerweise alles noch einmal, aber das kostet zu viel Zeit.
iech LEE-zuh nor-maa-luh-vai-zuh AL-luhs noch AIN-maal, AA-buh das KOS-tut tsoe VIEL TSAIT. Ik lees meestal alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.Wähle die Teile aus, die du in einem kurzen Gespräch verwenden kannst.
VÈÈ-luh die TAI-luh AUS, die doe in AIN-um KOERT-sen guh-SJPRECH fer-VEN-den kanst. Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.Wir könnten Beispielsätze schreiben, bevor wir das Sprechen üben.
vie uh KEUN-ten BAI-sjpiel-ZET-suh SJRAI-ben, buh-FOOR vie uh das SJPRECH-en UU-ben. We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan oefenen met spreken.Wenn du die Beispielsätze laut sagst, siehst du, ob du die Ausdrücke im Gespräch verwenden kannst.
ven doe die BAI-sjpiel-ZET-suh lout zaakst, ziehst doe, op doe die AUS-droe-kuh im guh-SJPRECH fer-VEN-den kanst. Als je de voorbeeldzinnen hardop zegt, zie je of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken.Das klingt nützlicher, als die ganze Seite noch einmal abzuschreiben.
das klinkt NUUTS-liesj-uh, als die GAN-tsuh ZAI-tuh noch AIN-maal AP-tsjoe-SJRAI-ben. Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina weer over te schrijven.Es zeigt auch, welche Punkte klar sind und welche mehr Übung brauchen.
es tsaikt ook, VEL-sjuh POENG-tuh klaar zint oent VEL-sjuh meer UU-boeng BROW-khen. Het laat ook zien welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.Lass uns beide ein paar nützliche Ausdrücke auswählen und sie nach dem Unterricht testen.
las oens BAI-duh ain paar NUUTS-liesj-uh AUS-droe-kuh AUS-vee-len oent zie naach deem OEN-tuh-riesjt TES-ten. Laten we allebei een paar nuttige uitdrukkingen kiezen en ze na de les testen.Eine kurze Routine ist leichter zu wiederholen als ein langer Wiederholungsplan.
AI-nuh KOERT-suh roe-TIE-nuh ist LAI-sj-tuh tsoe VIE-duh-HOO-len als ain LANG-uh VIE-duh-HOO-loengs-plaan. Een korte routine kun je makkelijker herhalen dan een lang herhalingsplan.Uitleg van de zinnen
Ich möchte die heutige Lektion wiederholen.
Ik wil de les van vandaag herhalen.
- Ich möchte
- ik wil
- heutige
- huidige; van vandaag
- Lektion
- les
- wiederholen
- herhalen
Uitgebreide uitleg
Ich möchte betekent hier dat de spreker iets wil doen. möchte is de beleefde vorm van mögen in de betekenis “graag willen”; het staat bij de eerste persoon enkelvoud: ich möchte. Het volgende werkwoord blijft in de infinitief en staat aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich möchte lernen. — “Ik wil leren.” heutige beschrijft Lektion als de les die met vandaag verbonden is: “de les van vandaag”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord heutig (“van vandaag”). De uitgang -e past hier bij het bepaalde lidwoord die en het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Lektion in de accusatief; heutig zelf is dus de basisvorm, niet Lektion. Lektion betekent “les”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Lektion; het meervoud is die Lektionen. In deze zin is Lektion het lijdend voorwerp van wiederholen, dus datgene wat herhaald wordt. Voorbeeld: Die Lektion ist kurz. — “De les is kort.” wiederholen betekent “herhalen”. Dit is de infinitief na möchte; de spreker zegt dus niet dat het herhalen al gebeurt, maar drukt de wens uit om het te doen. De stam blijft herkenbaar in vormen zoals ich wiederhole (“ik herhaal”) en wir wiederholen (“wij herhalen”). Voorbeeld: Wir wiederholen die Wörter. — “Wij herhalen de woorden.” Samen vormen de delen Ich möchte + die heutige Lektion + wiederholen de betekenis: “Ik wil de les van vandaag herhalen.” In deze Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord möchte op de tweede zinsplaats en staat de infinitief wiederholen aan het einde.
Aber ich weiß nicht genau, wo ich anfangen soll.
Maar ik weet niet goed waar ik moet beginnen.
- Aber
- maar
- weiß
- weet
- nicht genau
- niet precies
- wo
- waar
- anfangen
- beginnen
- soll
- moet
Uitgebreide uitleg
Aber betekent hier “maar” en verbindt deze zin met een tegenstelling of beperking. Het staat vooraan als voegwoord; het verandert de woordvolgorde van de hoofdzin niet: Aber ich weiß .... Voorbeeld: Ich möchte anfangen, aber ich bin müde. — Ik wil beginnen, maar ik ben moe. weiß is de vorm van wissen bij ich: ich weiß = ik weet. De vorm heeft een onregelmatige stamklinker; vergelijk du weißt en de verleden tijd wusste. In deze zin gaat wissen over iets weten, niet over iets kunnen: Ich weiß die Antwort. — Ik weet het antwoord. nicht genau betekent samen “niet precies” of, in deze zin natuurlijker, “niet goed”. nicht ontkent hier de mate van zekerheid of precisie die door genau wordt uitgedrukt. Het is dus niet hetzelfde als alleen nicht wissen (“niet weten”): Ich weiß nicht genau, wann der Kurs beginnt. — Ik weet niet precies wanneer de cursus begint. wo is een vraagwoord voor een plaats of punt: “waar”. Het opent hier een indirecte vraag. In een indirecte vraag staat het vervoegde werkwoord in het Duits aan het einde van de bijzin: Ich weiß, wo er wohnt. — Ik weet waar hij woont. Het precieze beginpunt wordt in de gegeven zin niet verder benoemd. anfangen betekent “beginnen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin staat het voorvoegsel los, zoals in Ich fange an; in de infinitief blijft het één woord, zoals anfangen. In deze bijzin staat de infinitief aan het einde. Voorbeeld: Wir fangen mit dem ersten Kapitel an. — We beginnen met het eerste hoofdstuk. soll is de vorm van sollen bij ich in de tegenwoordige tijd: ich soll, du sollst, er/sie soll. Hier drukt het uit wat de spreker volgens de situatie moet of hoort te doen. Omdat soll een modaal werkwoord is, staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Ich soll heute anfangen. — Ik moet vandaag beginnen. In de indirecte vraag staan daarom anfangen en soll samen aan het einde: wo ich anfangen soll. De hele structuur is Aber + ich weiß nicht genau + wo ich anfangen soll. Letterlijk gaat het om: “Maar ik weet niet precies waar ik moet beginnen.” De hoofdzin geeft beperkte zekerheid aan, en de indirecte vraag specificeert waarover die onzekerheid gaat: het geschikte beginpunt.
Beginne mit den Notizen, die direkt zu echten Situationen passen.
Begin met de aantekeningen die direct aansluiten bij echte situaties.
- Beginne
- begin
- Notizen
- aantekeningen
- direkt
- direct
- echten
- echte
- Situationen
- situaties
- passen
- passen bij
Uitgebreide uitleg
Beginne is de gebiedende wijs van beginnen voor één aangesproken persoon in de informele vorm: “begin”. De vorm Beginnen Sie hoort bij de beleefde aanspreekvorm. In Beginne mit ... geeft mit aan waarmee de handeling begint; mit wordt hier gevolgd door de datief: mit den Notizen. Notizen is het meervoud van die Notiz: “aantekening” → “aantekeningen”. Na mit staat het meervoud in de datief, daarom staat er den Notizen. direkt is hier een bijwoord en betekent “direct” of “rechtstreeks”. Het bepaalt hoe de aantekeningen bij echte situaties aansluiten; het is niet de eigenschap van het zelfstandig naamwoord Situationen. echten is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord echt (“echt”). In zu echten Situationen staat het bijvoeglijk naamwoord in de datief meervoud, omdat zu deze naamval vereist. Vergelijk: echte Situationen (onderwerp of lijdend voorwerp in een andere constructie) tegenover zu echten Situationen. Situationen is het meervoud van die Situation: “situatie” → “situaties”. Het voorzetsel zu maakt hier de combinatie zu echten Situationen, met de betekenis “bij echte situaties” in de vaste vertaling. passen is de tegenwoordige tijd van passen in de derde persoon meervoud. In die ... passen is die een betrekkelijk voornaamwoord in het meervoud en is het onderwerp van passen; het verwijst hier naar die Notizen. De constructie zu etwas passen betekent “bij iets passen” of “aansluiten bij iets”. Samen vormt Beginne mit den Notizen, die direkt zu echten Situationen passen. een instructie: begin met de aantekeningen die rechtstreeks aansluiten bij echte situaties. De bijzin die direkt zu echten Situationen passen beschrijft welke aantekeningen bedoeld zijn.
Ich lese normalerweise alles noch einmal, aber das kostet zu viel Zeit.
Ik lees meestal alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.
- Ich
- ik
- lese
- lees
- normalerweise
- meestal
- alles
- alles
- noch einmal
- opnieuw
- das
- dat
- kostet
- kost
- zu viel
- te veel
- Zeit
- tijd
Uitgebreide uitleg
Ich is het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud: “ik”. De Duitse onderwerpvorm is ich; als voorwerp gebruikt het Duits bijvoorbeeld mich of mir, afhankelijk van de constructie. lese komt van lesen (“lezen”) en is de tegenwoordige tijd bij ich: ich lese. Voorbeeld: Ich lese den Text. — “Ik lees de tekst.” normalerweise betekent “meestal” of “gewoonlijk”. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal; het beschrijft wat gewoonlijk gebeurt, niet een absolute regel. alles betekent hier “alles”. Het verwijst algemeen naar een volledige verzameling of hoeveelheid zonder de afzonderlijke dingen te noemen. Voorbeeld: Ich verstehe alles. — “Ik begrijp alles.” noch einmal is een vaste, herbruikbare uitdrukking voor “opnieuw” of “nog een keer”. Samen geeft de uitdrukking aan dat iets nogmaals gebeurt. Voorbeeld: Lies das noch einmal. — “Lees dat nog eens.” das betekent hier “dat” en is het onderwerp van de tweede hoofdzin. In deze zin verwijst het naar de zojuist genoemde activiteit, namelijk alles nog een keer lezen. Als aanwijzend voornaamwoord heeft das hier de vorm van het onzijdig enkelvoud; die grammaticale vorm bepaalt op zichzelf niet welke referent bedoeld is. kostet komt van kosten (“kosten”) en is de tegenwoordige tijd bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud: das kostet. Voorbeeld: Das kostet viel Zeit. — “Dat kost veel tijd.” zu viel betekent “te veel”. viel betekent “veel”; zu viel drukt uit dat de hoeveelheid boven een aanvaardbare of gewenste grens ligt. Voorbeeld: Das ist zu viel. — “Dat is te veel.” Zeit betekent “tijd”. Het is een vrouwelijk Duits zelfstandig naamwoord en krijgt daarom een hoofdletter. In zu viel Zeit wordt het als een niet-getelde hoeveelheid gebruikt, zonder lidwoord. Voorbeeld: Dafür habe ich keine Zeit. — “Daar heb ik geen tijd voor.” De eerste hoofdzin is Ich lese normalerweise alles noch einmal: “Ik lees meestal alles opnieuw.” aber verbindt daarmee een tegenstelling. In de tweede hoofdzin is das het onderwerp; het verwijst naar het opnieuw lezen. kostet zu viel Zeit betekent dat die activiteit te veel tijd vergt. Samen betekent de hele uiting: “Ik lees meestal alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.”
Wähle die Teile aus, die du in einem kurzen Gespräch verwenden kannst.
Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.
- Wähle … aus
- selecteer
- Teile
- delen
- kurzen
- kort
- Gespräch
- gesprek
- verwenden
- gebruiken
- kannst
- kunt
Uitgebreide uitleg
Wähle ... aus is de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord auswählen (“selecteren, uitkiezen”). In een opdracht aan één persoon staat het voorste deel als Wähle op de eerste plaats en het partikel aus aan het einde: Wähle ein Beispiel aus. = “Selecteer een voorbeeld.” De twee delen horen dus bij elkaar, ook al staan ze uit elkaar. Teile is het meervoud van Teil (“deel”). Hier is het de vorm voor het lijdend voorwerp: de delen die geselecteerd moeten worden. Teil kan ook een onderdeel van een geheel betekenen, bijvoorbeeld ein Teil des Buches = “een deel van het boek”. kurzen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”). Het beschrijft Gespräch. Na het onbepaalde lidwoord einem krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -en: in einem kurzen Gespräch. Vergelijk: ein kurzes Gespräch = “een kort gesprek” in een andere naamvalsvorm. Gespräch is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gespräch, meervoud die Gespräche. Het betekent een gesprek of conversatie. In in einem kurzen Gespräch staat het in de datief na in; dit geeft hier de context aan waarin iets gebruikt kan worden. verwenden is de infinitief van het werkwoord “gebruiken” of “toepassen”. Na het modale werkwoord können blijft het als infinitief staan: Du kannst dieses Wort verwenden. = “Je kunt dit woord gebruiken.” kannst is de tweede persoon enkelvoud van können: du kannst = “je kunt”. In de bijzin staat het vervoegde modale werkwoord aan het einde: die du ... verwenden kannst. verwenden staat daar ook als infinitief vóór kannst. Het betrekkelijk voornaamwoord die verwijst hier naar Teile en is in de bijzin het lijdend voorwerp van verwenden; du is daar het onderwerp. De hoofdzin is de opdracht Wähle die Teile aus. De bijzin specificeert welke delen bedoeld zijn: die du in einem kurzen Gespräch verwenden kannst — “die je in een kort gesprek kunt gebruiken”. Samen betekent de hele zin: “Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.”
Wir könnten Beispielsätze schreiben, bevor wir das Sprechen üben.
We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan oefenen met spreken.
- Wir könnten
- wij zouden kunnen
- Beispielsätze
- voorbeeldzinnen
- schreiben
- schrijven
- bevor
- voordat
- das Sprechen
- het spreken
- üben
- oefenen
Uitgebreide uitleg
Wir könnten: In deze zin is könnten de vorm van können bij wir. De vorm drukt hier een mogelijkheid of voorstel uit: de sprekers zouden iets kunnen doen; het is geen vastgestelde handeling. De combinatie wir könnten is bruikbaar voor een gezamenlijk voorstel. Voorbeeld: Wir könnten morgen anfangen. — We zouden morgen kunnen beginnen. Beispielsätze: Dit is het meervoud van Beispielsatz, een samenstelling van Beispiel en Satz: voorbeeldzin → voorbeeldzinnen. Het zelfstandig naamwoord staat hier in het meervoud en is het object van schreiben. Voorbeeld: Ich lese drei Beispielsätze. — Ik lees drie voorbeeldzinnen. schreiben: Dit is de infinitief van schreiben, ‘schrijven’. Na het modale werkwoord könnten blijft het lexicale werkwoord als infinitief staan: Wir könnten ... schreiben. Voorbeeld: Wir schreiben einen Satz. — We schrijven een zin. bevor: Dit voegwoord leidt een bijzin met een tijdsrelatie in: de handeling in de hoofdzin gebeurt vóór de handeling in de bevor-bijzin. In deze zin komen de voorbeeldzinnen dus eerst; daarna wordt er geoefend met spreken. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Ich lese, bevor ich schlafe. — Ik lees voordat ik slaap. das Sprechen: Sprechen is hier een van een werkwoord afgeleid zelfstandig gebruikt woord: het spreken als activiteit. Daarom krijgt het een hoofdletter en het onzijdige lidwoord das. Het verschilt van sprechen als werkwoord, bijvoorbeeld in Wir sprechen Deutsch. — Wij spreken Duits. üben: Dit is de vorm van üben bij wir in de tegenwoordige tijd; bij wir ziet die vorm er hetzelfde uit als de infinitief. In de bijzin is üben dus het vervoegde werkwoord en staat het aan het einde: wir das Sprechen üben. Het betekent hier een activiteit of vaardigheid oefenen. Voorbeeld: Wir üben die Aussprache. — We oefenen de uitspraak. Samen vormen de delen de structuur Wir könnten ... schreiben, bevor wir ... üben: wir könnten geeft het voorstel of de mogelijkheid, Beispielsätze schreiben benoemt wat er gedaan zou worden, en bevor voegt de latere oefenhandeling toe. De volledige betekenis is: We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan oefenen met spreken.
Wenn du die Beispielsätze laut sagst, siehst du, ob du die Ausdrücke im Gespräch verwenden kannst.
Als je de voorbeeldzinnen hardop zegt, zie je of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken.
- Wenn
- als
- du
- je
- Beispielsätze
- voorbeeldzinnen
- laut
- hardop
- sagst
- zegt
- siehst
- ziet
- ob
- of
- Ausdrücke
- uitdrukkingen
- Gespräch
- gesprek
- verwenden
- gebruiken
- kannst
- kunt
Uitgebreide uitleg
Wenn leidt hier een bijzin in met de betekenis ‘als/wanneer’. In deze zin gaat het om de voorwaarde of situatie: door de voorbeeldzinnen hardop te zeggen, kun je iets vaststellen. Een bruikbaar patroon is: Wenn ... , .... du is de informele tweede persoon enkelvoud als onderwerp: ‘je/jij’. De vorm hoort bij één aangesproken persoon; voor een formele aangesprokene gebruikt het Duits een andere aanspreekvorm. Beispielsätze betekent hier ‘voorbeeldzinnen’. Het is het meervoud van Beispielsatz; het zelfstandig naamwoord Satz heeft in het meervoud de vorm Sätze, met umlaut. Voorbeeld: Ich lese kurze Beispielsätze. — ‘Ik lees korte voorbeeldzinnen.’ laut betekent hier ‘hardop’, dus met hoorbare stem, niet stil in gedachten. Het staat hier als bijwoord bij sagst. sagst komt van sagen (‘zeggen’) en is de tegenwoordige tijd bij du: du sagst. De stamklinker verandert hier niet. Voorbeeld: Du sagst den Satz langsam. — ‘Je zegt de zin langzaam.’ siehst komt van sehen (‘zien’) en is de tegenwoordige tijd bij du: du siehst. Dit is een onregelmatige vorm; vergelijk ich sehe, maar du siehst. In de hoofdzin betekent het hier dat je kunt vaststellen of iets het geval is. ob leidt een indirecte ja-neevraag aan en betekent hier ‘of’. Het is niet hetzelfde als wenn: ob geeft aan wat je probeert vast te stellen, terwijl wenn de voorwaarde of situatie inleidt. Voorbeeld: Ich weiß nicht, ob er kommt. — ‘Ik weet niet of hij komt.’ Ausdrücke betekent ‘uitdrukkingen’ en is het meervoud van Ausdruck. Het verwijst hier naar de uitdrukkingen die je wilt gebruiken; de vorm zelf staat in het meervoud. Gespräch betekent ‘gesprek’. In im Gespräch staat im voor in dem; bij het onzijdige zelfstandig naamwoord das Gespräch is dat de datiefvorm na in in deze betekenis. im Gespräch betekent hier ‘in een gesprek’ of ‘tijdens een gesprek’. verwenden is het werkwoord ‘gebruiken’. Hier staat het als infinitief na kannst: du kannst ... verwenden. Voorbeeld: Wir verwenden dieses Wort oft. — ‘We gebruiken dit woord vaak.’ kannst komt van können (‘kunnen’) en is de tegenwoordige tijd bij du: du kannst. Het drukt hier de mogelijkheid of vaardigheid uit om de uitdrukkingen te gebruiken. Na een vervoegde vorm van können staat het andere werkwoord als infinitief: Du kannst Deutsch verwenden. — ‘Je kunt Duits gebruiken.’ De eerste bijzin is Wenn du die Beispielsätze laut sagst: ‘Als je de voorbeeldzinnen hardop zegt’. In een Duitse bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde, daarom staat sagst na de andere onderdelen. Daarna volgt de hoofdzin siehst du: ‘zie je’. De ob-bijzin specificeert wat je ziet of vaststelt: ob du die Ausdrücke im Gespräch verwenden kannst, ‘of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken’. Ook daar staat de vervoegde werkwoordsvorm kannst aan het einde, terwijl de infinitief verwenden ervoor staat. Als geheel betekent de zin: ‘Als je de voorbeeldzinnen hardop zegt, zie je of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken.’
Das klingt nützlicher, als die ganze Seite noch einmal abzuschreiben.
Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina weer over te schrijven.
- Das
- dat
- klingt
- klinkt
- nützlicher
- nuttiger
- als
- dan
- ganze
- hele
- Seite
- pagina
- noch einmal
- nog een keer
- abzuschreiben
- over te schrijven
Uitgebreide uitleg
Das is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat”. Het verwijst naar een eerder genoemde zaak of handeling, maar de vaste zin identificeert geen specifiek zelfstandig naamwoord als referent. De vorm is onzijdig enkelvoud; dat zegt hier iets over de grammaticale vorm, niet noodzakelijk over een concreet onzijdig voorwerp. klingt komt van klingen (“klinken”) en is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: klingen → klingt. In deze zin betekent het dat iets een bepaalde indruk maakt. Voorbeeld: Das klingt gut. — “Dat klinkt goed.” nützlicher is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord nützlich (“nuttig”): nützlich → nützlicher → am nützlichsten. Omdat het na klingt als naamwoordelijk deel van het gezegde staat, krijgt het hier geen extra verbuigingsuitgang. De vergelijking wordt verderop met als aangevuld. als leidt in deze constructie het tweede deel van een vergelijking in: nützlicher als ... betekent “nuttiger dan ...”. Het is hier dus niet het voegwoord “als” in een voorwaardelijke zin. ganze betekent hier “hele” en hoort bij Seite. Het is de verbogen vorm van ganz; vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord een uitgang. In die ganze Seite staat ganze bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de vierde naamval, omdat die ganze Seite het lijdend voorwerp is van abzuschreiben. Seite betekent “pagina”. Het meervoud is Seiten. In deze zin gaat het om de volledige pagina, zoals aangegeven door die ganze Seite. noch einmal is een goed herbruikbare uitdrukking voor “nog een keer” of “opnieuw”. noch betekent op zichzelf vaak “nog”, terwijl einmal “een keer” betekent; samen markeren ze herhaling. abzuschreiben komt van het scheidbare werkwoord abschreiben (“overschrijven”). In een infinitief met zu wordt bij dit werkwoord zu tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam geplaatst: abschreiben → abzuschreiben. De infinitiefgroep die ganze Seite noch einmal abzuschreiben betekent hier “de hele pagina nog een keer overschrijven”. Samen vormt nützlicher als ... een vergelijking: Das klingt nützlicher betekent “Dat klinkt nuttiger”, en als die ganze Seite noch einmal abzuschreiben geeft aan waarmee het wordt vergeleken: “dan de hele pagina nog een keer over te schrijven”. De volledige betekenis is dus: “Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina weer over te schrijven.”
Es zeigt auch, welche Punkte klar sind und welche mehr Übung brauchen.
Het laat ook zien welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.
- zeigt
- laat zien; toont
- auch
- ook
- welche
- welke
- Punkte
- punten
- klar
- duidelijk
- mehr
- meer
- Übung
- oefening
- brauchen
- nodig hebben
Uitgebreide uitleg
zeigt is de derde persoon enkelvoud van zeigen (“tonen; laten zien”): ich zeige, du zeigst, er/sie/es zeigt. In deze zin is Es het onderwerp; samen geven Es zeigt de betekenis “het laat zien”. Voorbeeld: Der Test zeigt den Fortschritt. — “De test laat de vooruitgang zien.” auch betekent hier “ook” en voegt deze informatie toe aan wat al eerder is genoemd. Het verandert de grammaticale vorm van de andere woorden niet. welche leidt hier een indirecte vraag aan: “welke”. In welche Punkte hoort het bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Punkte. De tweede welche staat zelfstandig met het weggelaten, maar uit de zin begrepen Punkte: “welke [punten]”. Het gaat dus om de indeling van de punten in twee groepen, niet om een losse vraag aan de gesprekspartner. Punkte is het meervoud van der Punkt (“het punt”). Punkt kan in deze context een afzonderlijk inhoudelijk punt of aandachtspunt betekenen; het is niet hier het leesteken. Voorbeeld: Wir besprechen drei Punkte. — “We bespreken drie punten.” klar is een bijvoeglijk naamwoord en staat hier na sein als gezegde: Punkte sind klar betekent “punten zijn duidelijk”. Het krijgt in deze positie geen meervoudsuitgang. Het tegenovergestelde in deze betekenis is bijvoorbeeld unklar (“onduidelijk”). mehr betekent “meer” en geeft aan dat er een grotere hoeveelheid wordt bedoeld dan bij een neutrale hoeveelheid. In mehr Übung bepaalt het de hoeveelheid oefening; mehr krijgt hier geen uitgang. Voorbeeld: Sie braucht mehr Zeit. — “Zij heeft meer tijd nodig.” Übung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Übung; het meervoud is die Übungen. Hier staat het enkelvoud zonder lidwoord in de vaste combinatie mehr Übung, met de betekenis “meer oefening”. brauchen betekent “nodig hebben”. De vorm is hier brauchen, omdat het onderwerp van deze bijzin welche [Punkte] meervoud is: die Punkte brauchen. In de tegenwoordige tijd staat brauchen bij ich, wir en sie/Sie; bij een enkelvoudig onderwerp is de vorm bijvoorbeeld braucht: Der Punkt braucht mehr Übung. — “Het punt heeft meer oefening nodig.” De volledige structuur is Es zeigt auch, welche Punkte klar sind und welche mehr Übung brauchen. Na Es zeigt auch volgt één indirecte vraag met twee verbonden delen: welche Punkte klar sind (“welke punten duidelijk zijn”) en welche mehr Übung brauchen (“welke meer oefening nodig hebben”). In bijzinnen staan de vervoegde werkwoorden sind en brauchen aan het einde van hun eigen deel. Samen betekent de zin: “Het laat ook zien welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.”
Lass uns beide ein paar nützliche Ausdrücke auswählen und sie nach dem Unterricht testen.
Laten we allebei een paar nuttige uitdrukkingen kiezen en ze na de les testen.
- Lass uns
- laten we
- beide
- allebei
- ein paar
- een paar
- nützliche
- nuttige
- Ausdrücke
- uitdrukkingen
- auswählen
- kiezen; selecteren
- sie
- ze
- nach dem Unterricht
- na de les
- testen
- testen
Uitgebreide uitleg
Lass uns is een vaste manier om een voorstel te doen: “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor één aangesproken persoon; uns verwijst hier naar de groep die de voorgestelde handeling uitvoert. Het volgende werkwoord blijft in de infinitief: Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” beide betekent hier “allebei” en drukt uit dat de twee betrokkenen samen de handeling uitvoeren. Het is geen vorm van het werkwoord en verandert niet door de werkwoordsvorm. ein paar geeft een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Het stelt geen exact aantal vast. In ein paar nützliche Ausdrücke staat het voor een meervoudige woordgroep. nützliche is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord nützlich (“nuttig”). Het beschrijft Ausdrücke; na ein paar krijgt het hier de uitgang -e in deze meervoudige woordgroep. Vergelijk: nützliche Wörter — “nuttige woorden”. Ausdrücke is het meervoud van Ausdruck (“uitdrukking”). De umlaut hoort bij deze meervoudsvorm: der Ausdruck → die Ausdrücke. In deze zin gaat het om uitdrukkingen die later getest zullen worden. auswählen betekent “kiezen” of “selecteren”. Het is een scheidbaar werkwoord; in een hoofdzin staat het voorvoegsel vaak aan het einde: Wir wählen zwei Wörter aus. — “We kiezen twee woorden.” In Lass uns ... auswählen staat de infinitief als geheel aan het einde van het voorgestelde werkwoordelijke deel. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in de accusatief meervoud. Het verwijst naar Ausdrücke, dus naar de gekozen uitdrukkingen; de vaste vertaling bevestigt dat met “ze”. Een enkelvoudig mannelijk of onzijdig antecedent zou in deze functie bijvoorbeeld ihn of es vereisen, niet sie. nach dem Unterricht betekent “na de les”. nach neemt voor een tijdstip of periode de datief: der Unterricht wordt dem Unterricht. Unterricht is in het Duits een mannelijk zelfstandig naamwoord; dem markeert hier de datiefvorm van het lidwoord. testen betekent “testen”. De vorm is hier een infinitief, parallel aan auswählen, na de voorstelconstructie Lass uns. Het kan bijvoorbeeld een methode als doel hebben: Wir testen die Methode. — “We testen de methode.” De zin wordt zo opgebouwd: Lass uns beide = “laten we allebei”, ein paar nützliche Ausdrücke auswählen = “een paar nuttige uitdrukkingen kiezen”, en und sie nach dem Unterricht testen = “en ze na de les testen”. Samen betekent de volledige uiting: “Laten we allebei een paar nuttige uitdrukkingen kiezen en ze na de les testen.”
Eine kurze Routine ist leichter zu wiederholen als ein langer Wiederholungsplan.
Een korte routine kun je makkelijker herhalen dan een lang herhalingsplan.
- kurze
- kort
- Routine
- routine
- leichter
- makkelijker
- zu wiederholen
- om te herhalen
- langer
- lang
- Wiederholungsplan
- herhalingsplan
Uitgebreide uitleg
kurze: Dit is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”) in Eine kurze Routine. De uitgang -e past hier bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de nominatief, na het onbepaalde lidwoord eine. De vorm wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald: Routine is vrouwelijk en is hier het onderwerp. Routine: die Routine betekent “routine”; het meervoud is Routinen. In deze zin is het de activiteit die wordt herhaald. leichter: Dit is de vergrotende trap van leicht (“makkelijk”): leicht – leichter (“makkelijk – makkelijker”). De vorm staat hier als gezegde bij ist en krijgt daarom geen uitgang voor het geslacht van Routine. Met een vergelijking volgt vaak als, zoals in deze zin: X ist leichter als Y = “X is makkelijker dan Y”. zu wiederholen: Het werkwoord is wiederholen (“herhalen”). Na zu krijgt het hier de infinitief zu wiederholen. De combinatie leichter zu wiederholen betekent “makkelijker om te herhalen” of natuurlijker in het Nederlands “makkelijker te herhalen”. Voorbeeld: Das ist leicht zu verstehen. — “Dat is makkelijk te begrijpen.” langer: Hier betekent dit “lang”, niet “langer”. Het is de vorm van lang bij Wiederholungsplan: een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de nominatief na ein krijgt hier de uitgang -er. De vergrotende trap van lang is länger, met een umlaut: lang – länger (“lang – langer”). Wiederholungsplan: Dit samengestelde zelfstandig naamwoord bestaat uit Wiederholung (“herhaling”) en Plan (“plan”) en betekent “herhalingsplan”. Het laatste deel bepaalt het grammaticale geslacht: der Plan, dus der Wiederholungsplan; het meervoud is Wiederholungspläne. Geheel: Eine kurze Routine is het onderwerp. ist leichter zu wiederholen zegt dat deze routine makkelijker te herhalen is. Daarna vergelijkt als haar met ein langer Wiederholungsplan. Samen betekent de zin: “Een korte routine kun je makkelijker herhalen dan een lang herhalingsplan.”
Grammatica
abzuschreiben: zu + scheidbaar werkwoord
Notizen abzuschreiben
no-TIETS-en AP-tsoe-sjRAI-benNotities overschrijven
Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de stam: ab + zu + schreiben.
anfangen → Beginne
Beginne direkt.
buh-GIN-uh die-REKTBegin direct.
Bij de gebiedende wijs van anfangen staat het scheidbare voorvoegsel aan het einde: Beginne ... an.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik wil de les van vandaag herhalen.
Antwoord tonen
Ich möchte die heutige Lektion wiederholen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
situatie
Antwoord tonen
Situationendirect
Antwoord tonen
direktles
Antwoord tonen
Lektionbeginnen