Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een korte presentatie voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich muss nächste Woche eine kurze Präsentation halten.
iesj moes nesj-te vo-che ai-ne koer-tse pre-zen-ta-tsjoen hal-ten. Ik moet volgende week een korte presentatie geven.Beginne mit einer klaren Gliederung, bevor du ganze Sätze schreibst.
be-gin-ne mit ai-na klaa-ren glee-de-roeng, be-foor doe gan-tse zèt-se sjraips-t. Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.Mein Thema ist, wie ich meine Lerngewohnheiten verändert habe.
main tee-ma ist, vie iesj mai-ne lern-ge-voon-hai-ten fer-èn-dert haa-be. Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.Das ist nachvollziehbar, also denk darüber nach, was das Publikum lernen wird.
das ist nach-fol-tsjee-baar, al-zo denk daa-ruu-ba naa, vas das poe-bli-koem ler-nen virt. Dat is herkenbaar, dus denk na over wat het publiek zal leren.Ich möchte das Problem, die Veränderung und das Ergebnis erklären.
iesj meusj-te das pro-bleem, dee fer-èn-de-roeng oent das er-gee-pnis er-klee-ren. Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.Diese Struktur funktioniert. Füge einfache Übergänge zwischen diesen Teilen ein.
dee-ze sjtroek-toer foeng-tsjo-neert. uu-ge ain-faa-che uu-ber-gen-ge tsvisj-n dee-zen tai-len ain. Deze structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die delen toe.Soll ich die ganze Präsentation auswendig lernen?
zol iesj dee gan-tse pre-zen-ta-tsjoen aus-ven-diesj ler-nen? Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?Übe mit Notizen, damit du natürlicher klingst.
uu-be mit no-tee-tsen, daa-mit doe ne-tuu-rliesj-a klinkt. Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.Ich werde zweimal üben und mich selbst aufnehmen.
iesj veer-de tsvai-maal uu-ben oent miesj zèlpst auf-nee-men. Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.Das wird dir helfen, dein Timing zu verbessern und selbstbewusster zu klingen.
das virt dier hel-fen, dain tai-ming tsoe fer-bès-sen oent zèlpst-be-voes-ter tsoe kling-en. Dat helpt je om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.Uitleg van de zinnen
Ich muss nächste Woche eine kurze Präsentation halten.
Ik moet volgende week een korte presentatie geven.
- Ich muss
- ik moet
- nächste Woche
- volgende week
- kurze
- korte
- Präsentation
- presentatie
- halten
- geven
Uitgebreide uitleg
Ich muss: muss is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van müssen (“moeten”). Het onderwerp Ich bepaalt deze vorm. Bij müssen blijft het andere werkwoord in de infinitief en staat het normaal aan het einde van de zin. Voorbeeld: Ich muss morgen arbeiten. — Ik moet morgen werken. nächste Woche: Deze uitdrukking betekent “volgende week”. nächste is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord nächst-; het woord past hier bij het vrouwelijk enkelvoud Woche. In deze tijdsaanduiding staat het zelfstandig naamwoord meestal zonder lidwoord. Voorbeeld: Nächste Woche beginnt der Kurs. — Volgende week begint de cursus. kurze: Dit is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”) bij Präsentation. In eine kurze Präsentation markeert de uitgang -e, samen met het lidwoord eine, het vrouwelijk enkelvoud. De basisvorm is kurz; de vergrotende trap is kürzer (“korter”). Voorbeeld: Wir brauchen eine kurze Pause. — We hebben een korte pauze nodig. Präsentation: Dit vrouwelijk zelfstandig naamwoord betekent “presentatie”. Het meervoud is Präsentationen. Hier is het de directe aanvulling bij halten: eine kurze Präsentation betekent “een korte presentatie”. Voorbeeld: Die Präsentation beginnt um neun Uhr. — De presentatie begint om negen uur. halten: Dit is de infinitief van halten. Met eine Präsentation betekent het hier “geven” of “een presentatie houden”; in deze zin gaat het dus niet om iets fysiek vasthouden. Na muss staat deze infinitief aan het einde. Voorbeeld: Ich muss eine Präsentation halten. — Ik moet een presentatie geven. Samen drukt Ich muss een verplichting uit, geeft nächste Woche het tijdstip aan, en benoemt eine kurze Präsentation halten de activiteit. De hele zin betekent: “Ik moet volgende week een korte presentatie geven.”
Beginne mit einer klaren Gliederung, bevor du ganze Sätze schreibst.
Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.
- Beginne
- begin
- klaren
- duidelijke
- Gliederung
- opzet
- bevor
- voordat
- du
- je
- ganze
- volledige
- Sätze
- zinnen
- schreibst
- schrijft
Uitgebreide uitleg
Beginne is de gebiedende wijs van beginnen voor du: beginnen – du beginnst – Beginne!. De vorm betekent hier dat de aangesprokene iets moet starten. Een voorbeeld: Beginne jetzt! = “Begin nu!” klaren betekent hier “duidelijke”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord klar. Na mit staat de naamwoordgroep in de datief; bij het vrouwelijke einer Gliederung krijgt klar hier de vorm klaren: mit einer klaren Gliederung. Een voorbeeld: mit einer klaren Erklärung = “met een duidelijke uitleg”. Gliederung betekent “opzet” of “indeling”: een georganiseerde structuur voor bijvoorbeeld een presentatie of tekst. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Gliederung, meervoud die Gliederungen. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In de Duitse bijzin staat de persoonsvorm aan het einde. Daarom staat schreibst aan het slot van de bijzin: bevor du ... schreibst. du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon in de informele aanspreekvorm. Het is hier het onderwerp van de bijzin. Bij een formele aanspreking gebruikt het Duits Sie, maar dat zou een andere aanspreekvorm zijn. ganze betekent hier “volledige” of “hele”. Het is de verbogen vorm van ganz. In ganze Sätze staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord; de uitgang past bij deze naamwoordgroep. Een voorbeeld: ganze Wörter = “hele woorden”. Sätze is het meervoud van Satz (“zin”). De vorm Sätze heeft een umlaut en de meervoudsuitgang -e: der Satz – die Sätze. In deze zin is Sätze het lijdend voorwerp van schreibst. schreibst is de tweede persoon enkelvoud van schreiben (“schrijven”) in de tegenwoordige tijd: ich schreibe, du schreibst. In de bijzin bevor du ganze Sätze schreibst betekent het “je volledige zinnen schrijft”. Een voorbeeld: Du schreibst einen Satz. = “Je schrijft een zin.” De constructie mit einer klaren Gliederung betekent “met een duidelijke opzet”. mit krijgt in het Duits een naamwoordgroep in de datief, waardoor eine hier einer wordt en klar de vorm klaren krijgt. Daarna volgt de tijdsbepalende bijzin bevor du ganze Sätze schreibst, “voordat je volledige zinnen schrijft”. Samen betekent de hele uiting: “Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.”
Mein Thema ist, wie ich meine Lerngewohnheiten verändert habe.
Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.
- Mein
- mijn
- Thema
- onderwerp
- wie ich
- hoe ik
- meine
- mijn
- Lerngewohnheiten
- studiegewoonten
- verändert
- veranderd
Uitgebreide uitleg
Mein betekent hier “mijn” en staat bij Thema. Het is de bezittelijke vorm van mein-; de uitgang -∅ past hier bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Thema in de nominatieve naamval. De vorm wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald: ook naamval en grammaticaal geslacht spelen mee. Vergelijk: mein Buch = “mijn boek”, maar meine Idee = “mijn idee”. Thema betekent “onderwerp” of “thema”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Thema, meervoud die Themen. Voorbeeld: Das Thema ist interessant. = “Het onderwerp is interessant.” wie ich leidt hier een indirecte vraag of inhoudszin in: “hoe ik”. wie vraagt naar de manier waarop iets gebeurt, en ich is de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan; dat zie je in het volledige slot verändert habe. Voorbeeld: Ich weiß, wie ich das mache. = “Ik weet hoe ik dat doe.” meine betekent hier opnieuw “mijn”, maar deze vorm hoort bij Lerngewohnheiten. Het bezittelijke woord heeft de stam mein- en krijgt hier -e, omdat het zelfstandig naamwoord meervoud is en in deze zin als lijdend voorwerp in de accusatief staat. Bij Duitse bezittelijke woorden is de vorm in het meervoud hier meine: meine Bücher kan bijvoorbeeld zowel nominatief als accusatief meervoud zijn; de functie blijkt dan ook uit de zin. Lerngewohnheiten betekent “studiegewoonten” of “leergewoonten”. Het is het meervoud van Lerngewohnheit; het samengestelde woord bestaat uit Lern- (“leren/studie”) en Gewohnheit (“gewoonte”). Voorbeeld: Gute Lerngewohnheiten helfen. = “Goede studiegewoonten helpen.” verändert is het voltooid deelwoord van verändern, “veranderen”. In deze zin heeft het een lijdend voorwerp: de studiegewoonten zijn wat er veranderd is. Het afzonderlijke woord drukt hier dus niet zelfstandig de volledige voltooide tijd uit; samen met habe vormt het de Duitse perfectumconstructie habe ... verändert. Voorbeeld: Ich habe meinen Plan verändert. = “Ik heb mijn plan veranderd.” Let op het verschil met sich verändern, dat kan betekenen dat iets zelf verandert of anders wordt. Samen vormt Mein Thema ist de mededeling “Mijn onderwerp is”. Daarna geeft de bijzin met wie ich aan waarover dat onderwerp gaat: de manier waarop de spreker zijn of haar eigen studiegewoonten heeft veranderd. In meine Lerngewohnheiten verändert habe is meine Lerngewohnheiten het lijdend voorwerp, verändert het voltooid deelwoord en habe het vervoegde hulpwerkwoord dat in deze bijzin achteraan staat. De volledige betekenis is: “Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.”
Das ist nachvollziehbar, also denk darüber nach, was das Publikum lernen wird.
Dat is herkenbaar, dus denk na over wat het publiek zal leren.
- Das
- dat
- ist
- is
- nachvollziehbar
- begrijpelijk
- also
- dus
- denk … darüber … nach
- denk daarover na
- was
- wat
- das
- het
- Publikum
- publiek
- lernen
- leren
- wird
- zal
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de eerder genoemde zaak of het onderwerp. Het is een aanwijzend voornaamwoord in het enkelvoudig onzijdige onderwerp; het staat niet voor een specifiek zelfstandig naamwoord dat in deze zin zelf wordt genoemd. ist is de vorm van sein voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: sein → ist. Samen met Das vormt het de eenvoudige structuur Das ist .... nachvollziehbar betekent hier dat iets begrijpelijk is wanneer je de redenering of ontwikkeling ervan kunt volgen. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Een bruikbaar voorbeeld is: Die Entscheidung ist nachvollziehbar. — “De beslissing is begrijpelijk.” also verbindt de vaststelling met de volgende stap en betekent hier “dus” of “daarom”. Het leidt geen werkwoordsvorm in; het daaropvolgende bevel blijft een zelfstandige hoofdzin. denk ... nach komt van het scheidbare werkwoord nachdenken en betekent “nadenken”. Denk ... nach is de informele gebiedende wijs voor één persoon. In een hoofdzin staat het voorvoegsel nach aan het einde: Denk darüber nach. — “Denk daarover na.” De vorm darüber verwijst naar datgene waarover men nadenkt; darüber nachdenken is een vaste combinatie met de betekenis “over iets nadenken”. was betekent hier “wat” en leidt de inhoud aan van waarover men moet nadenken. In was das Publikum lernen wird staat het een bijzin in; het is dus niet het vragende woord in een rechtstreeks geformuleerde vraag. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het tweede das is het bepaald lidwoord bij Publikum. Het is hier de vorm voor een zelfstandig naamwoord in het enkelvoudig onzijdige nominatief. Dit das is dus grammaticaal iets anders dan het eerste Das, dat als aanwijzend voornaamwoord naar een zaak verwijst. Publikum is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent “publiek”. Het enkelvoudige lidwoord is das: das Publikum. Een voorbeeld is: Das Publikum hört zu. — “Het publiek luistert.” lernen betekent “leren”. Hier staat het als infinitief in de toekomstige constructie wird lernen; de infinitief draagt zelf geen persoonsuitgang. wird is de derde persoon enkelvoud van werden in de tegenwoordige tijd. Met een infinitief vormt het de toekomst: wird lernen = “zal leren”. In de bijzin staat die combinatie als lernen wird, omdat de vervoegde vorm wird aan het einde komt. Samen betekent Das ist nachvollziehbar “Dat is begrijpelijk”. also denk darüber nach betekent “dus denk daarover na”. Het object van dat nadenken wordt daarna gespecificeerd door was das Publikum lernen wird: “wat het publiek zal leren”. De volledige zin betekent daarom: “Dat is begrijpelijk, dus denk na over wat het publiek zal leren.”
Ich möchte das Problem, die Veränderung und das Ergebnis erklären.
Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.
- Ich möchte
- ik wil graag
- Problem
- probleem
- Veränderung
- verandering
- Ergebnis
- resultaat
- erklären
- uitleggen
Uitgebreide uitleg
Ich möchte betekent hier dat de spreker iets wil doen. Ich is de eerste persoon enkelvoud. möchte is de vorm die bij ich hoort van mögen; in deze constructie wordt die vorm gebruikt om een wens of intentie beleefd uit te drukken. Vergelijk: Ich möchte helfen. — “Ik wil graag helpen.” Na deze vorm staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de zin. Problem is het zelfstandig naamwoord voor een moeilijkheid of kwestie. Het heeft het onzijdige geslacht: das Problem; het meervoud is die Probleme. In deze zin staat das Problem als een van de dingen die de spreker wil uitleggen. Voorbeeld: Das Problem ist klar. — “Het probleem is duidelijk.” Veränderung betekent een wijziging of verandering. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Veränderung; het meervoud is die Veränderungen. Voorbeeld: Die Veränderung ist wichtig. — “De verandering is belangrijk.” Ergebnis betekent de uitkomst of het resultaat. Het is onzijdig: das Ergebnis; het meervoud is die Ergebnisse. Voorbeeld: Das Ergebnis ist gut. — “Het resultaat is goed.” erklären betekent uitleggen. Dit is de infinitief. Na möchte blijft het werkwoord in deze vorm en staat het aan het einde: Ich möchte das Ergebnis erklären. — “Ik wil het resultaat uitleggen.” Het voorwerp dat wordt uitgelegd staat vóór de infinitief. De drie zelfstandige naamwoorden vormen samen één reeks: das Problem, die Veränderung und das Ergebnis. Ze zijn alle drie voorwerpen van erklären; de bepaalde lidwoorden hebben hier dezelfde zichtbare vorm als in de nominatief, maar hun functie wordt door de zinsbouw bepaald. Zo combineert de zin Ich möchte (de wens van de spreker), de reeks van drie voorwerpen en erklären (de handeling): “Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.”
Diese Struktur funktioniert. Füge einfache Übergänge zwischen diesen Teilen ein.
Deze structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die delen toe.
- Diese
- deze
- Struktur
- structuur
- funktioniert
- werkt
- Füge … ein
- voeg ... toe
- einfache
- eenvoudige
- Übergänge
- overgangen
- zwischen
- tussen
- diesen
- deze
- Teilen
- delen
Uitgebreide uitleg
Diese staat vóór Struktur en is hier de aanwijzende vorm voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de nominatief: “deze”. De vorm past zich dus aan het geslacht, getal en de naamval van Struktur aan. In andere contexten zie je bijvoorbeeld dieser bij een mannelijk woord in de nominatief en diese ook bij een meervoud. Struktur betekent hier “structuur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Struktur; het meervoud is die Strukturen. Het woord kan zowel de opbouw van een tekst of presentatie als die van een ander geheel aanduiden. funktioniert is de derde persoon enkelvoud van funktionieren in de tegenwoordige tijd. Hier betekent het “werkt” of “functioneert”. De vorm hoort bij diese Struktur: Die Struktur funktioniert. Bij een meervoud wordt dat bijvoorbeeld Die Übergänge funktionieren. Füge ... ein is een bevel aan één persoon met du. Het komt van het scheidbare werkwoord einfügen, “invoegen” of “toevoegen”. In een hoofdzin staat het voorvoegsel aan het einde: Füge einfache Übergänge ... ein. Het werkwoord neemt hier het toe te voegen element als lijdend voorwerp; daarom staat Übergänge in de accusatief. Voorbeeld: Füge ein Bild in den Text ein. — “Voeg een afbeelding in de tekst in.” einfache betekent hier “eenvoudige”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord einfach. Omdat het bij Übergänge staat, is het meervoud en accusatief: einfache Übergänge. Dezelfde vorm kan ook bij een meervoud in de nominatief staan, bijvoorbeeld Einfache Übergänge helfen. — “Eenvoudige overgangen helpen.” Übergänge betekent “overgangen”. Het enkelvoud is der Übergang, met meervoud die Übergänge; de umlaut verandert a in ä. In deze zin is het meervoud het lijdend voorwerp van einfügen. Een voorbeeld is: Die Übergänge sind klar. — “De overgangen zijn duidelijk.” zwischen betekent “tussen”. Het is een voorzetsel dat bij een relatie tussen twee of meer plaatsen, zaken of groepen gebruikt wordt. Bij een statische plaats- of relatieaanduiding staat hier de datief: zwischen diesen Teilen. Bij beweging naar een positie tussen zaken kan de accusatief voorkomen, bijvoorbeeld Er stellt den Stuhl zwischen die Tische. — “Hij zet de stoel tussen de tafels.” diesen hoort bij het aanwijzende woord dies- en betekent hier “deze” in de datief meervoud. Het verwijst in deze woordgroep naar de delen die met Teilen worden aangeduid; de vorm wordt bepaald door de datief meervoud na zwischen. Vergelijk: diese Teile in de nominatief of accusatief meervoud, maar zwischen diesen Teilen in de datief meervoud. Teilen betekent hier “delen”. Het enkelvoud is der Teil, het meervoud die Teile. Na zwischen krijgt dit meervoud hier de datiefvorm Teilen, dus met een extra -n. De woordgroep zwischen diesen Teilen betekent letterlijk “tussen deze delen”. Samen betekent Diese Struktur funktioniert.: “Deze structuur werkt.” Daarna geeft Füge einfache Übergänge zwischen diesen Teilen ein. een bevel: “Voeg eenvoudige overgangen tussen deze delen toe.” De volledige uiting zegt dus dat de structuur werkt en vraagt vervolgens om zulke overgangen tussen de genoemde delen in te voegen.
Soll ich die ganze Präsentation auswendig lernen?
Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?
- Soll ich
- moet ik …?
- ganze
- hele
- Präsentation
- presentatie
- auswendig lernen
- uit het hoofd leren
Uitgebreide uitleg
Soll ich is een veelgebruikte Duitse vraagvorm met sollen en het onderwerp ich. Hier vraagt de spreker of die persoon iets moet doen: “Moet ik …?” In een ja-neevraag staat het vervoegde modale werkwoord vooraan en staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Soll ich anfangen? = “Moet ik beginnen?” ganze betekent hier “hele” of “volledige”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord ganz bij Präsentation: die ganze Präsentation. Deze vorm benadrukt dat het om de presentatie in haar geheel gaat; ganze drukt hier niet op zichzelf een bepaald aantal uit. Voorbeelden: der ganze Tag = “de hele dag” en das ganze Buch = “het hele boek”. Präsentation is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “presentatie”. Het meervoud is Präsentationen. In deze zin staat het in de accusatief als lijdend voorwerp van lernen: wat moet de spreker uit het hoofd leren? Bij dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord zien die en ganze er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit, dus hun vorm maakt het naamvalverschil hier niet zichtbaar. auswendig lernen betekent “uit het hoofd leren”. lernen is het werkwoord “leren”; auswendig geeft aan dat de inhoud gememoriseerd moet worden. Met een modaal werkwoord blijft lernen als infinitief aan het einde staan. Voorbeeld: Ich soll die Präsentation auswendig lernen. = “Ik moet de presentatie uit het hoofd leren.” Samen vormt Soll ich die ganze Präsentation auswendig lernen? de vraag: “Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?” Soll ich vraagt of de handeling nodig of gewenst is, die ganze Präsentation benoemt wat volledig geleerd moet worden, en auswendig lernen beschrijft de manier van leren.
Übe mit Notizen, damit du natürlicher klingst.
Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.
- Übe
- oefen
- mit
- met
- Notizen
- aantekeningen
- damit
- zodat
- natürlicher
- natuurlijker
- klingst
- klinkt
Uitgebreide uitleg
Übe is de gebiedende wijs van üben voor één aangesproken persoon (du): “oefen”. De vorm is hier een directe aansporing. In een mededelende zin staat bijvoorbeeld Du übst jeden Tag. — “Je oefent elke dag.” mit betekent hier “met” en leidt het middel of hulpmiddel in. Na mit staat in het Duits de datief. Notizen is het meervoud van die Notiz (“de aantekening”); het is hier dus “aantekeningen”. Samen betekent mit Notizen: oefenen met behulp van aantekeningen. damit leidt een bijzin van doel aan: “zodat” of “opdat”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld ..., damit du ...: “..., zodat je ...”. Het onderwerp du maakt duidelijk dat de aangesproken persoon degene is die natuurlijker klinkt. natürlicher is de vergrotende trap van natürlich (“natuurlijk”): natürlich – natürlicher – am natürlichsten. Hier beschrijft het dat het klinken natuurlijker wordt dan eerder of dan een impliciete vergelijking. De uitgang -er hoort bij het bijvoeglijke woord natürlich, niet bij du of bij klingen. klingst komt van klingen (“klinken”) en is de tegenwoordige tijd voor du: du klingst. De vorm betekent hier niet letterlijk een geluid voortbrengen, maar “overkomen” of “klinken” in de manier waarop je spreekt. Bijvoorbeeld: Du klingst sicher. — “Je klinkt zelfverzekerd.” De hele zin bouwt zo op: Übe mit Notizen = “Oefen met aantekeningen”, en damit du natürlicher klingst = “zodat je natuurlijker klinkt”. De vaste vertaling is daarom: “Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.”
Ich werde zweimal üben und mich selbst aufnehmen.
Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.
- Ich werde
- ik ga
- zweimal
- twee keer
- üben
- oefenen
- mich selbst
- mezelf
- aufnehmen
- opnemen
Uitgebreide uitleg
Ich werde: Dit is werden in de eerste persoon enkelvoud, gebruikt als hulpwerkwoord voor de toekomende tijd. In een hoofdzin staat de vervoegde vorm op de tweede plaats en staat het bijbehorende infinitief aan het einde: Ich werde üben = “Ik ga oefenen”. zweimal: Dit bijwoord betekent “twee keer” en verandert niet naar persoon of aantal. Hier bepaalt het rechtstreeks de frequentie van üben: de spreker gaat twee keer oefenen. De zin zegt niet afzonderlijk dat het opnemen ook twee keer gebeurt. üben: De infinitief betekent “oefenen”. Na werde blijft het werkwoord infinitief: Ich werde üben = “Ik ga oefenen”. In de tegenwoordige tijd is de vorm bijvoorbeeld Ich übe = “Ik oefen”. mich selbst: mich is de accusatiefvorm van het persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud. selbst legt extra nadruk op de spreker als degene die bedoeld wordt. Samen betekent dit hier “mezelf”: Ich sehe mich selbst = “Ik zie mezelf”. aufnehmen: De infinitief betekent hier “opnemen”, bijvoorbeeld een stem of uitvoering vastleggen. Het is een scheidbaar werkwoord: in de tegenwoordige tijd staat het voorvoegsel los, zoals in Ich nehme mich auf = “Ik neem mezelf op”. Na werde blijft het als één infinitief staan: Ich werde mich aufnehmen. Samen vormen de delen Ich werde + zweimal üben + und + mich selbst aufnehmen. De volledige betekenis is: “Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.” werde geldt voor beide gecoördineerde handelingen en hoeft daarom niet vóór aufnehmen herhaald te worden.
Das wird dir helfen, dein Timing zu verbessern und selbstbewusster zu klingen.
Dat helpt je om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.
- Das
- dat
- wird
- zal
- dir
- je
- helfen
- helpen
- Timing
- timing
- verbessern
- verbeteren
- selbstbewusster
- zelfverzekerder
- klingen
- klinken
Uitgebreide uitleg
Das verwijst hier naar de voorafgaande situatie als geheel: de spreker zegt dat die situatie zal helpen. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord heeft das hier de vorm voor onzijdig enkelvoud; de concrete situatie wordt door de context bepaald. wird is de vorm van werden voor de derde persoon enkelvoud. Met een infinitief vormt werden de toekomende tijd: Das wird helfen betekent hier “Dat zal helpen”. De infinitief staat in deze constructie aan het einde van de woordgroep. dir is de datiefvorm van du en betekent hier “jou/je” als ontvanger van de hulp. De combinatie jemandem helfen gebruikt de datief: Ich helfe dir = “Ik help je”. helfen betekent “helpen”. Het werkwoord wordt vaak gebruikt met een datiefpersoon en kan daarnaast een handeling met zu inleiden: Das hilft mir, ruhiger zu sprechen. = “Dat helpt me om rustiger te spreken.” Timing is een zelfstandig naamwoord voor de timing, dus het juiste moment en ritme van iets. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. In dein Timing is dein een bezittelijk woord dat naar “jouw” verwijst. verbessern betekent “verbeteren”. In zu verbessern is het een infinitief met zu, afhankelijk van helfen: “om te verbeteren”. Het onderwerp van deze handeling is dezelfde persoon als degene die door dir wordt aangeduid. selbstbewusster is de vergrotende trap van selbstbewusst (“zelfverzekerd”): selbstbewusst – selbstbewusster – am selbstbewusstesten. Hier beschrijft de vorm de manier waarop iemand klinkt: “zelfverzekerder”. De uitgang -er markeert hier de vergrotende trap, niet een zelfstandig naamwoord. klingen betekent “klinken”. In zu klingen staat het als infinitief met zu. Het onderwerp blijft dezelfde persoon als bij verbessern; de zin zegt dus niet dat iets anders zelfverzekerder klinkt. De structuur is Das wird dir helfen, ... zu verbessern und ... zu klingen: “Dat zal je helpen om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.” zu staat vóór beide gecoördineerde infinitieven: zu verbessern en zu klingen. De volledige zin geeft daarmee een toekomstige verwachting over het effect van de voorafgaande oefening.
Grammatica
bevor + bijzin: het werkwoord staat achteraan
Bevor ich die Präsentation halte, erkläre ich die Gliederung.
be-foor iesj dee pre-zen-ta-tsjoen hal-te, er-klee-re iesj dee glee-de-roeng.Voordat ik de presentatie geef, leg ik de opzet uit.
Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
Vergelijkende trap: -er
Mit Notizen klingt die Präsentation natürlicher und ich wirke selbstbewusster.
mit no-tee-tsen klinkt dee pre-zen-ta-tsjoen ne-tuu-rliesj-a oent iesj vir-ke zèlpst-be-voes-ter.Met aantekeningen klinkt de presentatie natuurlijker en kom ik zelfverzekerder over.
Bij veel bijvoeglijke naamwoorden vormt -er de vergrotende trap: natuurlijker, zelfverzekerder.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
zin
Antwoord tonen
Sätzeduidelijk
Antwoord tonen
klarenonderwerp
Antwoord tonen
Themaopzet