Een veilige wandeltocht plannen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before a group hike, two friends check trail difficulty, weather, and safety plans before sharing route details..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een veilige wandeltocht plannen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Der Bergweg sieht wunderschön aus, aber er könnte für Anfänger zu schwierig sein.

dee-a berkweeg ziet woenda-sjeun aus, aa-ba a keun-ta fuu-a an-feng-a tsoe sjwie-riesj zain. Het bergpad ziet er prachtig uit, maar het is misschien te moeilijk voor beginners.
B

Lass uns die Entfernung, den Höhenunterschied und die Wettervorhersage prüfen, bevor wir uns entscheiden.

las oens die ent-fer-noeng, deen heu-en-oen-ta-sjiet oent die vet-a-foa-hee-a-zaa-ga prie-fen, be-foa wier oens ent-sjai-den. Laten we de afstand, het hoogteverschil en de weersvoorspelling controleren voordat we beslissen.
A

Es ist eine ziemlich lange Strecke.

es ist ai-na tsiem-liesj lang-a sjtrek-a. Het is een behoorlijk lange route.
A

Die Vorhersage sagt leichten Regen am Nachmittag voraus.

die foa-hee-a-zaa-ga zaakt laisj-ten ree-gen am naag-mie-taak fo-raus. De voorspelling zegt dat er in de middag lichte regen komt.
B

Dann müssen wir früh starten und einen Ausweichplan haben.

dan mus-en wier fruu sjtar-ten oent ai-nen aus-vaai-sj-plaan haa-ben. Dan moeten we vroeg vertrekken en een back-upplan hebben.
A

Es gibt eine kürzere Strecke, die zum selben Bahnhof zurückführt.

es geeft ai-na kur-tsa-ra sjtrek-a, die tsoem zel-ben baan-hoof tsoe-ruk-fuu-t. Er is een kortere route die teruggaat naar hetzelfde station.
B

Das klingt sicherer, wenn der Weg rutschig wird.

das klinkt ziesj-a-ra, ven dee-a weeg roet-tsjie-sj vird. Dat klinkt veiliger als de omstandigheden op het pad glad worden.
A

Sollen wir allen sagen, dass sie geeignete Schuhe und Wasser mitbringen sollen?

zol-en wier al-en zaa-gen, das zie ge-ai-gne-ta sjoe-a oent va-sa mit-bring-en zol-en? Zullen we iedereen zeggen dat ze geschikte schoenen en water moeten meenemen?
B

Sie sollten beides mitbringen.

zie zol-ten bai-des mit-bring-en. Ze moeten allebei meenemen.
B

Wir sollten klar sagen, dass wir umkehren, wenn es nötig ist.

wier zol-ten klaa-a zaa-gen, das wier oem-kee-a-ren, ven es neu-tiesj ist. We moeten duidelijk maken dat we omkeren als dat nodig is.
A

Ich teile heute Abend die Routenkarte und die Uhrzeit für unser Treffen.

isj tai-la hoi-ta aa-ben die roe-ten-kaar-ta oent die oe-a-tsait fuu-a oen-za tref-en. Ik deel vanavond de routekaart en de tijd waarop we afspreken.
B

Das sollte allen helfen, sich vorzubereiten und zu entscheiden, ob sie mitkommen können.

das zol-ta al-en hel-fen, ziesj foa-tsoe-be-rai-ten oent tsoe ent-sjai-den, op zie mit-kom-en keun-en. Dat zou iedereen moeten helpen zich voor te bereiden en te beslissen of ze mee kunnen.

Uitleg van de zinnen

  1. Der Bergweg sieht wunderschön aus, aber er könnte für Anfänger zu schwierig sein.

    Het bergpad ziet er prachtig uit, maar het is misschien te moeilijk voor beginners.

    Bergweg
    bergpad
    sieht … aus
    ziet eruit
    wunderschön
    prachtig
    er
    het
    könnte
    zou kunnen
    Anfänger
    beginners
    zu schwierig
    te moeilijk
    sein
    zijn
    Uitgebreide uitleg

    Bergweg betekent hier “bergpad”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Berg + Weg. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. Het meervoud is Bergwege. Voorbeeld: Der Bergweg ist lang. = “Het bergpad is lang.” sieht ... aus is de vorm in deze zin van het scheidbare werkwoord aussehen, “eruitzien”. sieht is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; het voorvoegsel aus staat in een hoofdzin aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld Etwas sieht schön aus = “Iets ziet er mooi uit.” In een bijzin blijft het werkwoord bijeen: ..., weil der Weg schön aussieht = “... omdat het pad er mooi uitziet.” wunderschön is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “prachtig” of “erg mooi”. In sieht wunderschön aus beschrijft het hoe het bergpad eruitziet. Het is hier een versterkte woordvorm van schön, niet een grammaticale verbuiging. De gewone vergelijkingsreeks is schön – schöner – am schönsten; wanneer men juist wunderschön vergelijkt, zijn ook wunderschöner en am wunderschönsten mogelijk, hoewel zulke vergelijkingen minder vaak nodig zijn. er is een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud, mannelijk, in de nominatief. Hier verwijst het naar der Bergweg, zoals ook door de vertaling “het” wordt bevestigd. Het vervangt dus het eerder genoemde onderwerp: Der Bergweg ... aber er .... De vorm er wordt gebruikt voor een mannelijk enkelvoudig onderwerp; andere grammaticale geslachten hebben andere vormen. könnte komt van können en drukt hier een mogelijkheid uit: “zou kunnen” of “misschien”. Dit is de Konjunktiv-II-vorm in de derde persoon enkelvoud. Het patroon Etwas könnte ... sein betekent “Iets zou ... kunnen zijn”. kann betekent daarentegen gewoonlijk “kan” in de tegenwoordige tijd, zonder dezelfde voorzichtige formulering. Voorbeeld: Der Weg könnte lang sein. = “Het pad zou lang kunnen zijn.” Anfänger betekent “beginners”. In deze zin staat het meervoud na für, dat hier een accusatiefgroep inleidt: “voor beginners”. Het enkelvoud is der Anfänger; het meervoud heeft dezelfde zichtbare woordvorm, terwijl het lidwoord verandert: der Anfänger tegenover die Anfänger. zu schwierig betekent “te moeilijk”. schwierig is het bijvoeglijk naamwoord “moeilijk”; zu ervoor geeft aan dat iets een ongewenst of niet-passend hoge graad heeft. Vergelijk schwierig = “moeilijk” met zu schwierig = “te moeilijk”. Voorbeeld: Die Aufgabe ist zu schwierig. = “De oefening is te moeilijk.” sein is de infinitief van sein, “zijn”. Na een modaal werkwoord zoals könnte staat de infinitief aan het einde: könnte ... sein. Samen met zu schwierig vormt het zu schwierig sein, “te moeilijk zijn”. De volledige opbouw is: Der Bergweg sieht wunderschön aus = “Het bergpad ziet er prachtig uit”, gevolgd door aber = “maar”. Daarna geeft er könnte ... sein een mogelijkheid over hetzelfde bergpad: het zou für Anfänger — voor beginners — zu schwierig sein — te moeilijk kunnen zijn. De hele zin betekent dus: “Het bergpad ziet er prachtig uit, maar het is misschien te moeilijk voor beginners.”

  2. Lass uns die Entfernung, den Höhenunterschied und die Wettervorhersage prüfen, bevor wir uns entscheiden.

    Laten we de afstand, het hoogteverschil en de weersvoorspelling controleren voordat we beslissen.

    Lass uns
    laten we
    die Entfernung
    de afstand
    den Höhenunterschied
    het hoogteverschil
    die Wettervorhersage
    de weersvoorspelling
    prüfen
    controleren
    bevor
    voordat
    uns entscheiden
    beslissen
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns is a reusable way to suggest doing something together: “laten we …”. Lass is the imperative singular of lassen (“laten”), but in this construction uns means “wij/ons” as the people who will do the action. The following infinitive names that shared action. Example: Lass uns gehen. — “Laten we gaan.” die Entfernung means “de afstand” here. The noun is feminine: die Entfernung in the nominative and die Entfernung in the accusative. Its useful base form is entfernen (“verwijderen; op afstand brengen”), but Entfernung itself is the noun for distance. Example: Die Entfernung ist groß. — “De afstand is groot.” den Höhenunterschied means “het hoogteverschil”. This is a masculine compound noun: der Höhenunterschied is the basic form, while den Höhenunterschied is accusative because it is what they will check. The first part, Höhen-, relates to height, and Unterschied means difference; the complete compound should be learned as the noun for a difference in elevation. Example: Der Höhenunterschied ist gering. — “Het hoogteverschil is klein.” die Wettervorhersage means “de weersvoorspelling”. It is a feminine compound noun, so the form is die Wettervorhersage in both nominative and accusative. Wetter means weather and Vorhersage means forecast, but the full compound is the usual noun for a weather forecast. Example: Die Wettervorhersage ist gut. — “De weersvoorspelling is goed.” prüfen is the infinitive “controleren; nagaan”. With Lass uns, it expresses the action that the group is being invited to do: Lass uns X prüfen — “Laten we X controleren.” The objects here are listed one after another and joined by und; each is something to be checked. Example: Wir prüfen den Weg. — “We controleren de route.” bevor means “voordat” and introduces a subordinate clause describing an action that must happen later than the checking. In a German bevor-clause, the conjugated verb normally comes at the end: bevor wir uns entscheiden. Example: Wir essen, bevor wir gehen. — “We eten voordat we weggaan.” uns entscheiden means “beslissen” in this sentence. The verb is the reflexive sich entscheiden; with the subject wir, its reflexive form is uns: wir entscheiden uns. In the subordinate clause, bevor places the conjugated verb at the end, giving bevor wir uns entscheiden. The reflexive pronoun refers back to the people represented by wir, not to one of the objects being checked. Example: Wir entscheiden uns morgen. — “We beslissen morgen.” Together, Lass uns die Entfernung, den Höhenunterschied und die Wettervorhersage prüfen means “Laten we de afstand, het hoogteverschil en de weersvoorspelling controleren.” bevor wir uns entscheiden adds “voordat we beslissen”. The complete utterance is therefore: “Laten we de afstand, het hoogteverschil en de weersvoorspelling controleren voordat we beslissen.”

  3. Es ist eine ziemlich lange Strecke.

    Het is een behoorlijk lange route.

    Es ist
    het is
    ziemlich
    behoorlijk
    lange
    lange
    Strecke
    route
    Uitgebreide uitleg

    Es ist betekent hier “het is”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein – ist. Voorbeeld: Es ist kalt. = “Het is koud.” In deze zin vormt es samen met ist de inleidende structuur “het is”; de exacte referentie van es hoeft niet afzonderlijk benoemd te worden om de zin te begrijpen. ziemlich is een bijwoord van graad met de betekenis “behoorlijk” of “tamelijk”. Het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Der Weg ist ziemlich steil. = “Het pad is behoorlijk steil.” lange betekent hier “lange” en hoort bij Strecke. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is lang; nuttige vergelijkingsvormen zijn länger (“langer”) en am längsten (“het langst”). In eine ... lange Strecke staat lange vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord met het onbepaalde lidwoord eine; de uitgang -e is hier de bijvoeglijke verbuiging. Die uitgang wordt niet door ziemlich veroorzaakt. Strecke betekent hier, volgens de vaste vertaling, “route”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Strecke, meervoud die Strecken. In andere contexten kan het ook een traject of een afgelegde afstand aanduiden; hier past “route” bij de vaste betekenis. Samen vormen deze delen Es ist + eine ... Strecke: “Het is een ... route”. ziemlich geeft de mate aan en lange beschrijft de Strecke. De volledige betekenis is: “Het is een behoorlijk lange route.”

  4. Die Vorhersage sagt leichten Regen am Nachmittag voraus.

    De voorspelling zegt dat er in de middag lichte regen komt.

    Vorhersage
    voorspelling
    sagt … voraus
    voorspelt
    leichten
    lichte
    Regen
    regen
    Nachmittag
    middag
    Uitgebreide uitleg

    Vorhersage betekent hier “voorspelling”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Vorhersage; het meervoud is Vorhersagen. In deze zin is het het grammaticale onderwerp van sagt ... voraus. sagt ... voraus komt van het scheidbare werkwoord voraussagen (“voorspellen”). In een hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede plaats en het voorvoegsel voraus aan het einde: Die Vorhersage sagt Regen voraus. sagt is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij Die Vorhersage. Voorbeeld: Der Bericht sagt einen kalten Winter voraus. — “Het rapport voorspelt een koude winter.” leichten betekent hier “lichte”. Het hoort bij Regen, niet bij Nachmittag. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is leicht (“licht”); leichten is hier de verbogen vorm vóór het mannelijke lijdend voorwerp Regen: leichten Regen. Voorbeeld: Wir erwarten leichten Schnee. — “We verwachten lichte sneeuw.” Regen betekent “regen”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Regen. In leichten Regen staat het als lijdend voorwerp bij voraussagen: wat wordt voorspeld? Regen. Het woord wordt vaak zonder meervoud gebruikt wanneer het om regen als neerslag gaat. Nachmittag betekent “middag”, meer bepaald het deel van de dag na de ochtend. In de tijdsaanduiding am Nachmittag is am de samentrekking van an dem; deze combinatie geeft hier de periode aan. Voorbeeld: Am Nachmittag arbeiten wir zu Hause. — “In de middag werken we thuis.” Samen betekent Die Vorhersage sagt leichten Regen am Nachmittag voraus.: “De voorspelling zegt dat er in de middag lichte regen komt.” Die Vorhersage is het onderwerp, sagt de vervoegde werkwoordsvorm en voraus het afgescheiden voorvoegsel. Daartussen staan wat wordt voorspeld (leichten Regen) en wanneer (am Nachmittag).

  5. Dann müssen wir früh starten und einen Ausweichplan haben.

    Dan moeten we vroeg vertrekken en een back-upplan hebben.

    Dann
    dan; vervolgens
    müssen wir
    we moeten
    früh
    vroeg
    starten
    vertrekken; beginnen
    Ausweichplan
    back-upplan; alternatief plan
    haben
    hebben
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier ‘dan’ in de zin van een gevolg of volgende stap: op basis van de situatie volgt deze planning. Het kan ook naar een tijdstip verwijzen, maar die betekenis is hier niet nodig. müssen wir betekent ‘we moeten’. müssen is de vervoegde vorm van müssen bij wir; het drukt noodzakelijkheid uit. Het modale werkwoord staat op de tweede positie in deze hoofdzin, terwijl het inhoudelijke werkwoord aan het einde staat. Vergelijk: Wir müssen warten. — ‘We moeten wachten.’ früh betekent ‘vroeg’, hier met betrekking tot het moment van vertrekken. Het is een bijwoord en verandert daarom niet mee met wir of met een zelfstandig naamwoord. Het tegenovergestelde is spät — ‘laat’. starten betekent hier ‘vertrekken’. De vorm is ook de infinitief, dus de basisvorm; na het modale werkwoord müssen blijft het werkwoord in de infinitief staan. starten kan afhankelijk van de context ook ‘beginnen’ betekenen. Voorbeeld: Der Kurs startet um neun. — ‘De cursus begint om negen uur.’ Ausweichplan betekent ‘back-upplan’ of ‘alternatief plan’. Het is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: der Ausweichplan. In einen Ausweichplan staat het in de accusatief, omdat het plan het directe object van haben is. Het onbepaalde lidwoord einen geeft hier niet op zichzelf een specifiek aantal aan; het introduceert een plan als object. haben betekent ‘hebben’ en staat hier als infinitief na müssen. De persoonsvorm is het voorafgaande müssen; daarom krijgt haben geen persoonsuitgang. Voorbeeld: Wir haben einen Plan. — ‘We hebben een plan.’ De opbouw is: Dann + müssen wir + früh starten + und + einen Ausweichplan haben. Het modale werkwoord müssen geldt voor beide gecoördineerde handelingen: vroeg vertrekken en een alternatief plan hebben. Samen betekent de hele zin: ‘Dan moeten we vroeg vertrekken en een back-upplan hebben.’

  6. Es gibt eine kürzere Strecke, die zum selben Bahnhof zurückführt.

    Er is een kortere route die teruggaat naar hetzelfde station.

    Es gibt
    er is
    kürzere
    kortere
    Strecke
    route
    selben
    hetzelfde
    Bahnhof
    station
    zurückführt
    terugleidt
    Uitgebreide uitleg

    Es gibt betekent hier “er is”. Dit is een vaste constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets te vermelden. Het daaropvolgende zelfstandig naamwoord staat in deze constructie in de accusatief: Es gibt eine Strecke = “Er is een route”. Voor een meervoud blijft de constructie hetzelfde, bijvoorbeeld: Es gibt mehrere Möglichkeiten. = “Er zijn meerdere mogelijkheden.” kürzere betekent hier “kortere”. Dit is de vergrotende trap van kurz (“kort”): kurz – kürzer – am kürzesten (“kort – korter – het kortst”). De vorm kürzere beschrijft Strecke; de uitgang hoort dus bij het bijvoeglijk naamwoord en niet bij het zelfstandig naamwoord. In deze zin wordt de route als korter voorgesteld dan een andere, al eerder relevante route of mogelijkheid; de precieze vergelijking wordt niet met een apart vergelijkingswoord uitgesproken. Strecke betekent hier “route” of “traject”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Strecke, meervoud die Strecken. In eine kürzere Strecke staat het na eine in de accusatief, omdat het de inhoud is van Es gibt. Een bruikbaar voorbeeld is: Wir nehmen eine andere Strecke. = “We nemen een andere route.” selben betekent hier “hetzelfde”. Het bijvoeglijk gebruikte woord selb- verwijst naar exact dezelfde zaak, niet alleen naar een soortgelijke zaak. In zu demselben Bahnhof staat de vorm in de datief, omdat zu hier de datief vereist. derselbe, dieselbe en dasselbe stemmen af op het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord; hier is Bahnhof mannelijk. derselbe Bahnhof betekent “hetzelfde station”. Bahnhof betekent “station”, meer bepaald een treinstation. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bahnhof, meervoud die Bahnhöfe. In deze zin staat het na zu in de datief, zichtbaar in demselben Bahnhof: zu betekent hier “naar” in de richting van een bestemming. Een voorbeeld is: Wir gehen zu dem Bahnhof. = “We gaan naar het station.” zurückführt betekent hier “terugleidt” of natuurlijker “teruggaat”. De basisvorm is zurückführen (“terugleiden”, “terugvoeren”). In deze vorm staat het werkwoord in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd, passend bij die ... Strecke: die Strecke führt zurück = “de route gaat terug”. In de betrekkelijke bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: die zum Bahnhof zurückführt. Het deel zurück- geeft de teruggaande richting aan. Een voorbeeld is: Der Weg führt zum Dorf zurück. = “Het pad leidt terug naar het dorp.” Samen vormt Es gibt eine kürzere Strecke de mededeling dat er een kortere route bestaat. die zum selben Bahnhof zurückführt is een betrekkelijke bijzin die die route nader omschrijft: ze gaat terug naar exact hetzelfde station. De volledige betekenis is dus: “Er is een kortere route die teruggaat naar hetzelfde station.”

  7. Das klingt sicherer, wenn der Weg rutschig wird.

    Dat klinkt veiliger als de omstandigheden op het pad glad worden.

    Das
    dat
    klingt
    klinkt
    sicherer
    veiliger
    wenn
    wanneer; als
    Weg
    weg; route
    rutschig
    glad; glad van oppervlak
    wird
    wordt
    Uitgebreide uitleg

    Das is hier een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord: “dat”. Het verwijst naar iets dat uit de context bekend is, maar de vorm zelf noemt geen specifiek zelfstandig naamwoord. In het Duits heeft das hier de vorm voor enkelvoudig onzijdig; het is niet hetzelfde als het lidwoord in der Weg. klingt komt van klingen en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. Letterlijk gaat het om hoe iets klinkt; in combinatie met een beoordeling kan het betekenen dat iets een bepaalde indruk wekt. Voorbeeld: Das klingt gut. — “Dat klinkt goed.” sicherer is de vergrotende trap van sicher: sicher — sicherer — am sichersten (“veilig” — “veiliger” — “het veiligst”). De uitgang -er hoort bij het bijvoeglijk naamwoord sicher en niet bij een zelfstandig naamwoord. De vergelijking houdt in dat de beschreven optie of situatie veiliger klinkt dan een andere, eerder besproken optie of situatie. wenn leidt een bijzin in met de betekenis “als” of “wanneer”. In een Duitse wenn-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld: wenn X Y wird — “wanneer X Y wordt”. Weg betekent “weg” of “route”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Weg, met meervoud die Wege. In deze bijzin is der Weg het onderwerp van wird; der markeert hier onder meer mannelijk enkelvoud in de nominatieve functie. rutschig betekent “glad” in de zin van een oppervlak waarop je gemakkelijk uitglijdt. Het beschrijft hier de toestand van de weg. Voorbeeld: Der Boden ist rutschig. — “De vloer is glad.” wird komt van werden en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. Hier betekent werden niet simpelweg “worden” als een los toekomstsignaal, maar een verandering van toestand: de weg wordt glad. In de bijzin staat het na de andere elementen: wenn der Weg rutschig wird — “wanneer de weg glad wordt”. Samen vormt Das klingt sicherer de hoofdzin: iets maakt een veiligere indruk. wenn der Weg rutschig wird geeft de omstandigheid aan waaronder die beoordeling geldt. De volledige betekenis is daarom: “Dat klinkt veiliger wanneer de omstandigheden op het pad glad worden.”

  8. Sollen wir allen sagen, dass sie geeignete Schuhe und Wasser mitbringen sollen?

    Zullen we iedereen zeggen dat ze geschikte schoenen en water moeten meenemen?

    Sollen wir
    zullen we
    allen
    iedereen
    sagen
    zeggen
    dass
    dat
    sie
    ze
    geeignete
    geschikte
    Schuhe
    schoenen
    Wasser
    water
    mitbringen
    meenemen
    sollen
    moeten
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir vormt hier een voorstel in vraagvorm: “zullen we …?” Het werkwoord sollen staat in de tegenwoordige tijd bij wir; in deze hoofdzin staat de vervoegde vorm vooraan, omdat het een ja-neevraag is. In een gewone mededeling staat dezelfde vorm bij wir als wir sollen. Voorbeeld: Sollen wir warten? = “Zullen we wachten?” allen betekent hier “iedereen” en staat in de datief: iets aan iemand zeggen. Het is de datief meervoudsvorm van alle; de vorm verwijst hier volgens de vaste vertaling naar alle bedoelde personen. Voorbeeld: Ich helfe allen. = “Ik help iedereen.” sagen is de infinitief van sagen, “zeggen”. Na Sollen wir blijft het lexicale werkwoord als infinitief staan: Sollen wir allen sagen …? betekent letterlijk “Zullen we tegen iedereen zeggen …?” dass leidt een bijzin in met de inhoud van wat gezegd moet worden. In een Duitse dass-bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. sie is hier het persoonlijke voornaamwoord van de derde persoon meervoud, “ze/zij”. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het naar allen verwijst: die personen moeten de spullen meenemen. Voorbeeld: Ich sehe sie. = “Ik zie ze.” geeignete komt van het bijvoeglijk naamwoord geeignet, “geschikt”. Het beschrijft Schuhe en heeft hier de meervoudsvorm geeignete; na geen lidwoord krijgt een bijvoeglijk naamwoord in deze naamvalsvorm de uitgang -e. Voorbeeld: Wir brauchen geeignete Kleidung. = “We hebben geschikte kleding nodig.” Schuhe is het meervoud van der Schuh, “schoen”. Hier is het meervoud lijdend voorwerp van mitbringen; het woord zelf toont in deze vorm niet de naamval. Het meervoud is dus Schuh → Schuhe. Wasser betekent “water”. Het is hier een stofnaam zonder lidwoord en is in deze zin het tweede lijdend voorwerp naast Schuhe. Als stofnaam heeft het in deze betekenis doorgaans geen meervoud nodig. Voorbeeld: Wir brauchen Wasser. = “We hebben water nodig.” mitbringen betekent “meenemen” en is een scheidbaar werkwoord: mit- + bringen. Als infinitief na een modaal werkwoord blijft het samengevoegd. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het uiteenstaan: Sie bringt Wasser mit. = “Ze neemt water mee.” Het tweede sollen hoort bij sie in de dass-bijzin. Het drukt daar volgens de vaste vertaling een verplichting uit: de personen moeten de schoenen en het water meenemen. Omdat sollen een modaal werkwoord is, staat mitbringen als infinitief ervoor en staat het vervoegde sollen aan het einde: dass sie ... mitbringen sollen. De hele structuur is: Sollen wir + datief ontvanger allen + sagen + dass-bijzin. Binnen die bijzin zijn sie de uitvoerders, geeignete Schuhe und Wasser de dingen die zij moeten meenemen, en mitbringen sollen de verplichting. Samen betekent de zin: “Zullen we iedereen zeggen dat ze geschikte schoenen en water moeten meenemen?”

  9. Sie sollten beides mitbringen.

    Ze moeten allebei meenemen.

    Sie sollten
    ze horen te; ze moeten
    beides
    beide dingen; allebei
    mitbringen
    meenemen
    Uitgebreide uitleg

    Sie sollten: In deze zin betekent dit, overeenkomstig de vertaling, dat zij iets moeten of horen te doen. sollten is hier de vorm van sollen bij sie in het meervoud. Omdat Sie aan het begin van de zin staat, krijgt het een hoofdletter; hier betekent het door de vertaling “ze”, niet de formele aanspreekvorm “u”. De vorm sollten kan ook een aanbeveling of verwachting uitdrukken en klinkt dan vaak minder direct dan müssen. Voorbeeld: Wir sollten losgehen. — “We zouden moeten vertrekken.” beides: Dit is een zelfstandig gebruikt voornaamwoord met de betekenis “beide dingen” of “allebei”. In deze context verwijst het naar de twee eerder genoemde zaken: geschikte schoenen en water. Voor twee personen gebruik je het andere woord beide. Voorbeeld: Ich nehme beides. — “Ik neem beide dingen mee.” mitbringen: Dit hele werkwoord betekent “meenemen”, in de zin van iets naar een plaats of situatie brengen. Het is scheidbaar: in een hoofdzin staat het vervoegde deel bij de persoon en komt mit aan het einde, zoals in Sie bringen beides mit. — “Ze nemen beide dingen mee.” Na een modaal werkwoord blijft het hele werkwoord als infinitief staan: Sie sollten beides mitbringen. Samen betekent Sie sollten beides mitbringen: “Ze moeten allebei meenemen.” Sie sollten geeft aan wat zij moeten of horen te doen, beides verwijst naar de twee bedoelde dingen en mitbringen benoemt de handeling.

  10. Wir sollten klar sagen, dass wir umkehren, wenn es nötig ist.

    We moeten duidelijk maken dat we omkeren als dat nodig is.

    Wir sollten
    we zouden moeten / we moeten
    klar
    duidelijk
    sagen
    zeggen
    dass
    dat
    umkehren
    omkeren
    nötig
    nodig
    wenn es nötig ist
    als dat nodig is
    Uitgebreide uitleg

    Wir sollten bevat wir, “wij”, en sollten, een vorm van sollen die hier een aanbeveling of aansporing uitdrukt. De vaste vertaling geeft dat weer met “we moeten”. Voorbeeld: Wir sollten warten. = “We zouden moeten wachten.” klar betekent hier “duidelijk” en beschrijft hoe het zeggen gebeurt; het is dus bijwoordelijk gebruikt. Het verandert hier niet van vorm. Samen met sagen vormt het de bruikbare combinatie klar sagen: “duidelijk zeggen”. sagen is het infinitief van sagen, “zeggen”. Na sollten staat het zonder zu: Wir sollten das sagen. = “We zouden dat moeten zeggen.” sollten drukt de aansporing uit; sagen benoemt de handeling. dass leidt de inhoud in van wat gezegd moet worden. In een Duitse dass-bijzin staat de persoonsvorm doorgaans achteraan binnen die bijzin. umkehren betekent hier “omkeren”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin verschijnt het als Wir kehren um. In deze dass-bijzin staat het als één geschreven vorm umkehren. Die vorm is hier de tegenwoordige tijd bij wir; hij is niet de infinitief die na een modaal werkwoord staat. nötig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “nodig”. Met sein vormt het een naamwoordelijk gezegde: etwas ist nötig = “iets is nodig”. Na ist krijgt het hier geen uitgang. nicht nötig betekent “niet nodig”. wenn es nötig ist betekent als geheel “als dat nodig is”. wenn markeert de voorwaarde. es is hier het grammaticale onderwerp in een vaste onpersoonlijke formulering; de zin specificeert niet wat precies nodig is. ist is de derde persoon enkelvoud van sein, passend bij es. Voorbeeld: Wir gehen, wenn es nötig ist. = “We gaan als dat nodig is.” De opbouw is Wir sollten + klar sagen + dass + wir umkehren + wenn es nötig ist. Samen betekent de zin: “We moeten duidelijk zeggen dat we omkeren als dat nodig is.” De dass-bijzin geeft aan wat er gezegd moet worden, en de wenn-bijzin geeft de voorwaarde voor het omkeren.

  11. Ich teile heute Abend die Routenkarte und die Uhrzeit für unser Treffen.

    Ik deel vanavond de routekaart en de tijd waarop we afspreken.

    Ich
    ik
    teile
    deel
    heute Abend
    vanavond
    Routenkarte
    routekaart
    Uhrzeit
    tijdstip
    unser
    ons/onze
    Treffen
    afspraak
    Uitgebreide uitleg

    Ich is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp: de spreker zelf. Vergelijk ich met du voor één aangesprokene en wir voor meerdere personen, inclusief de spreker. teile komt van teilen. Dit is hier de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich teile. In deze context betekent het werkwoord informatie met anderen delen. De tegenwoordige tijd kan met een tijdsbepaling naar een geplande handeling later verwijzen: Ich teile den Plan morgen. — Ik deel het plan morgen. heute Abend betekent vanavond. heute betekent vandaag en Abend betekent avond; samen vormen ze een vaste tijdsaanduiding. De tijdsbepaling maakt duidelijk wanneer het delen plaatsvindt. Routenkarte is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een kaart met de route. Het is een samenstelling van Route en Karte; in Duitse samenstellingen bepaalt het laatste deel het grammaticale geslacht, dus die Routenkarte. In deze zin is het de eerste zaak die gedeeld wordt. Uhrzeit betekent het tijdstip of de kloktijd, niet zomaar een willekeurig moment. Ook dit is vrouwelijk: die Uhrzeit. Het woord verwijst hier naar het tijdstip van de geplande ontmoeting. Een bruikbaar voorbeeld is Wie spät ist es? — Hoe laat is het? unser is een bezittelijk bepaalde vorm met de betekenis ‘ons/onze’. Het verwijst hier naar de groep waarvan de spreker deel uitmaakt. Voor het onzijdige zelfstandig naamwoord Treffen is de vorm in deze constructie unser; bij andere naamvallen of geslachten kunnen andere vormen verschijnen, zoals unsere bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: unsere Karte — onze kaart. Treffen is een onzijdig zelfstandig naamwoord voor een ontmoeting of afspraak. Het komt van het werkwoord treffen, maar Treffen is hier het zelfstandig gebruikte woord en betekent niet ‘treffen’ als handeling. Na für staat hier de accusatief; bij het onzijdige das Treffen ziet de vorm er in de accusatief hetzelfde uit. für unser Treffen betekent dus ‘voor onze afspraak/ontmoeting’. De twee zelfstandige naamwoorden zijn met und verbonden: de spreker deelt zowel de routekaart als het tijdstip. für unser Treffen bepaalt waarvoor het tijdstip bedoeld is. Samen betekent de zin dat de spreker vanavond de routekaart en het tijdstip van de gezamenlijke afspraak zal delen. De tegenwoordige vorm teile, gecombineerd met heute Abend, geeft hier een geplande handeling aan.

  12. Das sollte allen helfen, sich vorzubereiten und zu entscheiden, ob sie mitkommen können.

    Dat zou iedereen moeten helpen zich voor te bereiden en te beslissen of ze mee kunnen.

    Das sollte
    Dat zou moeten
    allen
    iedereen; aan iedereen
    helfen
    helpen
    sich vorzubereiten
    zich voorbereiden
    zu entscheiden
    beslissen
    ob
    of
    sie
    ze
    mitkommen
    meegaan
    können
    kunnen
    Uitgebreide uitleg

    Das sollte: Das betekent hier “dat” en verwijst naar de inhoud of informatie waarover gesproken wordt; de precieze referent hoeft niet apart benoemd te worden. sollte is de vorm van sollen voor de derde persoon enkelvoud. In deze zin geeft sollte ... helfen weer dat iets naar verwachting of volgens de bedoeling behulpzaam zal zijn. Het is niet hetzelfde als een directe opdracht. allen: dit is de datief meervoudsvorm van alle. Het noemt de mensen die de hulp ontvangen. Het werkwoord helfen gebruikt voor de geholpen persoon of personen de datief: Ich helfe dem Kind = “Ik help het kind”, Ich helfe allen = “Ik help iedereen”. helfen: het basiswerkwoord is helfen (“helpen”). De combinatie jemandem helfen heeft dus een datiefobject. Voorbeeld: Das hilft mir. = “Dat helpt mij.” sich vorzubereiten: dit is een zu-infinitief van sich vorbereiten, “zich voorbereiden”. sich is hier reflexief en verwijst naar dezelfde mensen als het onderwerp van de onderliggende handeling. Bij het scheidbare werkwoord vorbereiten staat zu in deze infinitiefvorm tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: vorzubereiten. Voorbeeld: Sie beginnen, sich vorzubereiten. = “Ze beginnen zich voor te bereiden.” zu entscheiden: dit is de zu-infinitief van entscheiden, “beslissen”. Na helfen worden hier twee gelijkwaardige handelingen verbonden: zich voorbereiden en beslissen. Voorbeeld: Es ist schwer, schnell zu entscheiden. = “Het is moeilijk om snel te beslissen.” ob: dit woord opent een indirecte ja-neevraag en betekent hier “of”. De bijzin geeft aan waarover beslist wordt: of de betreffende mensen kunnen meegaan. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. sie: hier is dit het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud, met de betekenis “ze”. Het verwijst naar de groep mensen die in de zin als ontvangers van de hulp wordt genoemd; de vorm zelf geeft geen extra afzonderlijk aantal personen aan. mitkommen: het basiswerkwoord is mitkommen, “meegaan”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat bijvoorbeeld Sie kommen mit (“Ze gaan mee”), maar als infinitief blijft het mitkommen. In deze zin staat het binnen de ob-bijzin samen met het modale werkwoord können. können: dit is de infinitief van het modale werkwoord können, “kunnen”. Met een andere infinitief drukt het mogelijkheid of vermogen uit: Sie können mitkommen = “Ze kunnen meegaan”. Omdat können hier zelf infinitief is na ob, staat het aan het einde van de bijzin: ob sie mitkommen können. Samen betekent Das sollte allen helfen: “Dat zou iedereen moeten helpen”. De twee zu-infinitieven benoemen waarvoor die hulp nuttig is: sich vorzubereiten und zu entscheiden. De beslissing wordt daarna gespecificeerd door ob sie mitkommen können: of ze kunnen meegaan. De volledige betekenis is dus: “Dat zou iedereen moeten helpen zich voor te bereiden en te beslissen of ze mee kunnen.”

Grammatica

Trennbare werkwoorden: mitbringen → bringen ... mit

Wir bringen beides mit.

wier bring-en bai-des mit.

We nemen beide mee.

Bij een vervoegd trennbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de zin.

Duits woordenschat

Anfänger zelfstandig naamwoord
an-feng-a beginners
Bergweg zelfstandig naamwoord
berkweeg bergpad
Entfernung zelfstandig naamwoord
ent-fer-noeng afstand
Höhenunterschied zelfstandig naamwoord
heu-en-oen-ta-sjiet hoogteverschil
prüfen werkwoord
pruu-fen controleren
schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjwie-riesj moeilijk
sich entscheiden werkwoord
ziesj ent-sjai-den beslissen uns entscheiden
Strecke zelfstandig naamwoord
sjtrek-a route
Vorhersage zelfstandig naamwoord
foa-hee-a-zaa-ga voorspelling
Wettervorhersage zelfstandig naamwoord
vet-a-foa-hee-a-zaa-ga weersvoorspelling
wunderschön bijvoeglijk naamwoord
woenda-sjeun prachtig
ziemlich bijwoord
tsiem-liesj behoorlijk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het is een behoorlijk lange route.

Antwoord tonenEs ist eine ziemlich lange Strecke.

Ze moeten allebei meenemen.

Antwoord tonenSie sollten beides mitbringen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

afstand

Antwoord tonenEntfernung

moeilijk

Antwoord tonenschwierig

prachtig

Antwoord tonenwunderschön

beginners

Antwoord tonenAnfänger