Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Te laat afzeggen en opnieuw plannen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Es tut mir wirklich leid, aber ich muss unseren Plan für heute Abend absagen.
Es toet mier virk-liesj lait, aa-buh iesj moes oon-zuhn plaan fuur hoi-tuh aa-bunt aap-zaa-guhn. Het spijt me echt, maar ik moet ons plan voor vanavond afzeggen.Das ist enttäuschend. Ist etwas Dringendes passiert?
Das ist ent-toisjunt. Ist et-vas dring-un-dus pa-sieert? Dat valt tegen. Is er iets dringends gebeurd?In meiner Familie ist etwas dazwischengekommen, und ich kann das Haus nicht verlassen.
In mai-nuh fa-mie-lie ist et-vas da-tsvisjuhn-guh-komuhn, oont iesj kan das haaus niesjt fer-laa-suhn. Er is iets in mijn familie gebeurd en ik kan het huis niet uit.Ich verstehe das, aber ich hätte es gern früher gewusst.
Iesj fer-sjtee-uh das, aa-buh iesj het-tuh es gern fruu-uh guh-voesst. Ik begrijp het, maar ik had gewild dat ik het eerder had geweten.Du hast recht. Ich hätte es dir sagen sollen, sobald ich es wusste.
Doe hast resjt. Iesj het-tuh es dier zaa-guhn zol-luhn, zo-baalt iesj es voes-tuh. Je hebt gelijk. Ik had het je moeten vertellen zodra ik het wist.Das weiß ich zu schätzen. Ich hatte schon angefangen, mich fertig zu machen.
Das vais iesj tsoe sjetsuhn. Iesj hat-tuh sjoon an-guh-fanguhn, miesj fer-tiesj tsoe maa-khuhn. Dat waardeer ik. Ik was me al aan het klaarmaken.Lass mich das wiedergutmachen, indem ich einen anderen Termin auswähle, der dir passt.
Las miesj das vie-duh-goet-maa-khuhn, in-deem iesj ai-nuhn an-duh-ruhn ter-mien aous-vee-luh, deer dier past. Laat me het goedmaken door een andere datum te kiezen die voor jou uitkomt.Wir können einen neuen Termin vereinbaren, aber bestätige ihn bitte, sobald alles ruhiger ist.
Vier keunuhn ai-nuhn noi-uhn ter-mien fer-ain-baa-ruhn, aa-buh buh-sjtee-ti-guh ien bit-tuh, zo-baalt al-lus roe-i-guh is. We kunnen een nieuwe afspraak maken, maar bevestig die alsjeblieft zodra alles rustiger is.Ich schreibe dir, wenn ich mehr weiß.
Iesj sjraai-buh dier, ven iesj meer vais. Ik stuur je een bericht als ik meer weet.Ich weiß, dass die kurzfristige Änderung deinen Abend gestört hat.
Iesj vais, das die koerts-fris-ti-guh en-duh-roeng dai-nuhn aa-bunt guh-sjteurt hat. Ik weet dat de verandering op het laatste moment je avond heeft verstoord.Ich hoffe, dass mit deiner Familie alles in Ordnung ist.
Iesj hof-fuh, das mit dai-nuh fa-mie-lie al-lus in ord-noeng is. Ik hoop dat alles goed gaat met je familie.Uitleg van de zinnen
Es tut mir wirklich leid, aber ich muss unseren Plan für heute Abend absagen.
Het spijt me echt, maar ik moet ons plan voor vanavond afzeggen.
- Es tut mir … leid
- Het spijt me
- wirklich
- echt
- aber
- maar
- ich muss
- ik moet
- unseren
- ons
- Plan
- plan
- heute Abend
- vanavond
- absagen
- afzeggen
Uitgebreide uitleg
Es tut mir leid … leid: Dit is de vaste Duitse uitdrukking voor “het spijt me”. Letterlijk afzonderlijke delen vertalen leidt hier niet tot de natuurlijke betekenis. De vorm tut hoort bij tun en is de derde persoon enkelvoud; in deze uitdrukking verwijst es niet naar een specifiek genoemd ding. Voorbeeld: Das tut mir leid. — “Dat spijt me.” wirklich: Dit versterkt de verontschuldiging: “echt”. Het kan ook in andere zinnen eenvoudig “werkelijk” betekenen. Voorbeeld: Das ist wirklich wichtig. — “Dat is echt belangrijk.” aber: Dit verbindt een tegenstelling: eerst de verontschuldiging, daarna de mededeling die de reden of beperking geeft. Het betekent hier “maar”. Voorbeeld: Ich würde gern kommen, aber ich bin krank. — “Ik zou graag komen, maar ik ben ziek.” ich muss: muss is de vorm van müssen bij ich en drukt hier noodzaak uit: “ik moet”. Het daaropvolgende werkwoord blijft in de infinitief en staat in deze hoofdzin achteraan. Voorbeeld: Ich muss heute arbeiten. — “Ik moet vandaag werken.” unseren: Dit is een vorm van het bezittelijke woord unser (“ons/onze”). Hier staat het vóór Plan in de vierde naamval; Plan is mannelijk enkelvoud, waardoor unser de vorm unseren krijgt. Het woord geeft bezit of verbondenheid aan, niet een zelfstandig persoon aan. Voorbeeld: Ich sehe unseren Hund. — “Ik zie onze hond.” Plan: Het zelfstandig naamwoord Plan betekent “plan”. Het is mannelijk: der Plan; in het meervoud is het die Pläne. In deze zin is het het bedoelde plan dat wordt afgezegd. Voorbeeld: Der Plan ist gut. — “Het plan is goed.” heute Abend: Deze tijdsaanduiding betekent “vanavond”: heute is “vandaag” en Abend is “avond”. Samen verwijst de uitdrukking naar de avond van vandaag. Voorbeeld: Wir treffen uns heute Abend. — “We spreken vanavond af.” absagen: Dit werkwoord betekent “afzeggen”, dus een geplande afspraak, activiteit of regeling annuleren. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat het voorvoegsel los, bijvoorbeeld Ich sage den Termin ab. — “Ik zeg de afspraak af.” Na muss blijft het als infinitief aan het einde staan: Ich muss den Termin absagen. — “Ik moet de afspraak afzeggen.” Samen betekent Es tut mir wirklich leid, aber ich muss unseren Plan für heute Abend absagen.: “Het spijt me echt, maar ik moet ons plan voor vanavond afzeggen.” für heute Abend geeft aan voor welk moment het plan bedoeld is; unseren Plan is het lijdend voorwerp van absagen.
Das ist enttäuschend. Ist etwas Dringendes passiert?
Dat valt tegen. Is er iets dringends gebeurd?
- Das
- dat
- ist
- is
- enttäuschend
- teleurstellend
- Ist
- is
- etwas
- iets
- Dringendes
- dringends
- passiert
- gebeurd
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de zojuist genoemde situatie. Als aanwijzend voornaamwoord kan das ook naar een zaak of situatie verwijzen; de precieze referent moet uit de context komen. De vorm das is niet uitsluitend voor zaken: de keuze hangt af van de grammaticale vorm en het gebruik in de zin. ist is de vorm van sein voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De combinatie Das ist ... is een bruikbaar patroon om iets te beoordelen. Voorbeeld: Das ist wichtig. — “Dat is belangrijk.” enttäuschend betekent hier “teleurstellend”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat iets beschrijft wat teleurstelling veroorzaakt. Het hangt samen met het werkwoord enttäuschen (“teleurstellen”), maar enttäuschend benoemt hier de eigenschap van de situatie. Voorbeeld: Das ist überraschend. — “Dat is verrassend.” Ist is opnieuw een vorm van sein, hier aan het begin van een ja-neevraag. De hoofdletter komt door de positie aan het begin van de zin; het is geen andere werkwoordsvorm dan ist. etwas betekent “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord: wat er precies is gebeurd, wordt niet genoemd. In etwas Dringendes leidt het een niet nader bepaalde zaak of gebeurtenis in. Dringendes betekent hier “dringends”. Het is een gesubstantiveerd bijvoeglijk naamwoord: dringend (“dringend”) wordt zelfstandig gebruikt en krijgt daarom een hoofdletter. Na etwas staat de vorm met de uitgang -es, passend bij het onzijdige enkelvoud in deze naamval. Vergelijk als voorbeeld: etwas Wichtiges — “iets belangrijks”. passiert is hier het voltooid deelwoord van passieren (“gebeuren”). Samen met het hulpwerkwoord ist vormt het het perfectum: ist passiert betekent “is gebeurd”. In deze hoofdzin staat het voltooid deelwoord achteraan. De tweede zin is een ja-neevraag. Het patroon is Ist + onderwerp + voltooid deelwoord?: Ist staat vooraan, etwas Dringendes vormt het onderwerp en passiert staat aan het einde. Samen betekent Das ist enttäuschend. “Dat valt tegen” of letterlijker “Dat is teleurstellend”. Ist etwas Dringendes passiert? betekent “Is er iets dringends gebeurd?” De volledige uiting combineert een beoordeling van de situatie met een vraag naar een dringende gebeurtenis.
In meiner Familie ist etwas dazwischengekommen, und ich kann das Haus nicht verlassen.
Er is iets in mijn familie gebeurd en ik kan het huis niet uit.
- Familie
- familie
- etwas
- iets
- dazwischengekommen
- ertussen gekomen
- ich kann
- ik kan
- Haus
- huis
- nicht
- niet
- verlassen
- verlaten
Uitgebreide uitleg
Familie betekent hier “familie”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Familie, in het meervoud die Familien. In in meiner Familie staat het in een plaatsbepaling; meiner is hier de datiefvorm van mein bij het vrouwelijke enkelvoud. Het geheel betekent “in mijn familie”. etwas is het onbepaalde voornaamwoord “iets”. Het benoemt hier niet wat er precies is gebeurd. Voor personen gebruik je doorgaans jemand (“iemand”), niet etwas. dazwischengekommen is het voltooid deelwoord van dazwischenkommen. Met ist vormt het hier de Duitse Perfekt, vergelijkbaar met een voltooide tijd in het Nederlands: ist dazwischengekommen. De uitdrukking betekent dat er iets tussenbeide is gekomen of onverwacht is gebeurd waardoor een geplande handeling wordt verhinderd. In deze zin wordt niet precies benoemd wat dat binnen de familie was. Voorbeeld: Etwas ist dazwischengekommen. — “Er is iets tussenbeide gekomen.” ich kann combineert het onderwerp ich met de eerste persoon enkelvoud van het modale werkwoord können: können → ich kann. Het betekent hier “ik ben in staat om” of, door de ontkenning, “ik kan niet”. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Ich kann heute kommen. — “Ik kan vandaag komen.” Haus betekent “huis”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Haus; in het meervoud die Häuser. In das Haus staat het in de accusatief, omdat het het directe object is van verlassen. nicht ontkent hier de handeling das Haus verlassen: de spreker kan het huis niet verlaten. Ich verlasse das Haus nicht. betekent eveneens “Ik verlaat het huis niet”, maar heeft een andere zinsbouw omdat er geen modaal werkwoord aanwezig is. verlassen betekent hier “verlaten” in de zin van weggaan uit een plaats. Het is een sterk werkwoord met de vormen verlassen – verließ – hat verlassen; het voltooid deelwoord is dus opnieuw verlassen en de Perfekt-hulpwerkwoordsvorm is hat. Na kann blijft de infinitief verlassen staan. Het is niet hetzelfde als lassen, dat onder andere “laten” kan betekenen. Samen vormen In meiner Familie ist etwas dazwischengekommen en ich kann das Haus nicht verlassen de betekenis: “Er is iets in mijn familie gebeurd/er is iets tussenbeide gekomen, en ik kan het huis niet uit.” und verbindt de twee hoofdzinnen. In de tweede hoofdzin staat kann op de tweede zinsplaats en staat de infinitief verlassen aan het einde, volgens het patroon Ich kann [iets] nicht [infinitief].
Ich verstehe das, aber ich hätte es gern früher gewusst.
Ik begrijp het, maar ik had gewild dat ik het eerder had geweten.
- verstehe
- begrijp
- das
- het
- aber
- maar
- hätte
- zou hebben / had
- es
- het
- gern
- graag
- früher
- eerder
- gewusst
- geweten
Uitgebreide uitleg
verstehe komt van verstehen en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich verstehe = “ik begrijp”. verstehen betekent iets begrijpen; dat verschilt van wissen, dat betekent dat je iets weet. Voorbeeld: Ich verstehe die Frage. — “Ik begrijp de vraag.” das is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat” of, zoals in de vaste vertaling, “het”. De vorm zelf specificeert niet welk concreet feit of welke zaak bedoeld wordt. In Ich verstehe das is het het object van verstehe. aber betekent “maar” en verbindt hier de constatering met een tegenstelling. Het verandert de werkwoordsvorm niet. In een hoofdzin staat het werkwoord nog steeds op de tweede plaats: Ich verstehe das, aber ich .... hätte is de Konjunktiv-II-vorm van haben voor ich. In deze zin helpt die vorm, samen met gewusst, om een niet-werkelijke of betreurde situatie in het verleden uit te drukken: de spreker zou het eerder geweten willen hebben. Het is dus niet simpelweg de gewone verleden tijd van haben. es betekent hier “het” en is het object bij gewusst: “het geweten”. De zin identificeert met dit voornaamwoord niet zelfstandig welk feit bedoeld wordt; de concrete referentie moet uit de context komen. gern betekent “graag”. In de combinatie etwas gern gewusst haben geeft het aan dat iemand graag over iets geïnformeerd was geweest. Met hätte krijgt de combinatie de betekenis “graag gewild hebben dat ...”. Voorbeeld: Ich hätte das gern früher erfahren. — “Ik had dat graag eerder vernomen.” früher is de vergrotende trap van früh (“vroeg”): früh — früher — am frühesten. Hier betekent früher “eerder”, dus op een vroeger moment dan het relevante moment. Het is een bijwoord en beschrijft wanneer het weten had moeten plaatsvinden. gewusst is het voltooid deelwoord van wissen: wissen — wusste — gewusst. Het betekent hier “geweten”, niet “begrepen”; daarom staat het naast verstehe, dat juist “begrijp”. In de constructie hätte ... gewusst staat hätte op de tweede plaats en komt het voltooid deelwoord aan het einde van de hoofdzin. Samen vormen ich hätte es gern früher gewusst en de eerste hoofdzin de volledige boodschap: “Ik begrijp dat, maar ik had het graag eerder geweten.” De spreker zegt eerst dat hij of zij het bedoelde punt begrijpt en drukt daarna een wens of spijt uit over het feit dat die kennis niet eerder aanwezig was.
Du hast recht. Ich hätte es dir sagen sollen, sobald ich es wusste.
Je hebt gelijk. Ik had het je moeten vertellen zodra ik het wist.
- Du hast recht
- Je hebt gelijk.
- hätte … sagen … sollen
- had moeten vertellen
- sobald
- zodra
- wusste
- wist
Uitgebreide uitleg
Du hast recht is een vaste, zeer gebruikelijke manier om te zeggen dat de aangesprokene gelijk heeft. hast is de vorm van haben voor de tweede persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: du hast. Het bijvoeglijk naamwoord recht betekent hier niet letterlijk “juist” als zelfstandig oordeel, maar maakt deel uit van de uitdrukking recht haben. hätte ... sagen sollen drukt hier een niet-vervulde verwachting of verplichting in het verleden uit: de spreker had iets moeten zeggen, maar de zin zegt niet rechtstreeks dat dit ook gebeurde. hätte is de Konjunktiv-II-vorm van haben, gebruikt in deze voorwaardelijke of contrafeitelijke verledenconstructie. sagen is het infinitief van sagen; afhankelijk van de aanvulling kan het “zeggen” of “vertellen” betekenen. sollen is het modale werkwoord voor een verwachting of verplichting. Bij een voltooid verleden met een modaal werkwoord gebruikt het Duits hier de combinatie hätte + infinitief + sollen, in plaats van een gewone voltooid deelwoordvorm van sollen. In de volledige constructie staan ook es en dir: es is het lijdend voorwerp (“het”), terwijl dir de persoon aanduidt aan wie de informatie gezegd of verteld zou worden (“jou”). De woorden zijn dus niet hetzelfde soort aanvulling: etwas jemandem sagen betekent “iets tegen iemand zeggen” of “iets aan iemand vertellen”. Sobald is een onderschikkend voegwoord met de betekenis “zodra”. Het verbindt een gebeurtenis met een moment waarop iets onmiddellijk daarna geldt. In sobald ich es wusste staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin, zoals gebruikelijk na een Duitse onderschikkende voegwoord. Wusste is de verleden tijd (Präteritum) van wissen, “weten”. Omdat het onderwerp ich is, is de vorm eerste persoon enkelvoud: ich wusste. Het is niet de vorm van kennen, dat eerder vertrouwdheid met een persoon, plaats of zaak uitdrukt; wissen gaat om kennis van een feit of informatie. Het voornaamwoord es verwijst hier naar de informatie die in de vaste vertaling als “het” wordt weergegeven, zonder dat de precieze inhoud verder wordt benoemd. De zin begint met de erkenning Du hast recht. Daarna volgt de constructie Ich hätte es dir sagen sollen: de spreker zegt dat hij of zij het aan de aangesprokene had moeten vertellen. Sobald ich es wusste bepaalt wanneer dat vertellen had moeten gebeuren: zodra de spreker het wist. Samen betekent de volledige uiting: “Je hebt gelijk. Ik had het je moeten vertellen zodra ik het wist.”
Das weiß ich zu schätzen. Ich hatte schon angefangen, mich fertig zu machen.
Dat waardeer ik. Ik was me al aan het klaarmaken.
- Das
- dat
- weiß … zu schätzen
- waarderen
- Ich hatte
- ik had
- schon
- al
- angefangen
- begonnen
- mich fertig zu machen
- me klaarmaken
Uitgebreide uitleg
Das is hier een aanwijzend voornaamwoord als lijdend voorwerp: “dat”. Het verwijst in deze zin naar iets dat de spreker waardeert, maar de precieze referent wordt niet verder benoemd. Het staat niet voor het onderwerp; ich is degene die waardeert. weiß … zu schätzen is de vaste Duitse constructie etwas/jemanden zu schätzen wissen: iets of iemand waarderen. weiß is de vorm van wissen voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; het is hier niet het gewone zelfstandige “weten”, maar maakt deel uit van deze constructie. Voorbeeld: Ich weiß deine Hilfe zu schätzen. — “Ik waardeer je hulp.” Ich hatte bestaat uit het onderwerp ich en hatte, de eerste persoon enkelvoud van haben in de verleden tijd. Samen met het volgende voltooid deelwoord vormt het de voltooid-verleden tijd: iets was al eerder begonnen dan een ander relevant moment in het verleden. De vorm hatte hoort dus bij ich, niet bij het volgende zelfstandige naamwoord of voornaamwoord. schon betekent hier “al”. Het geeft aan dat het klaarmaken op dat eerdere moment reeds begonnen was. In een andere context kan schon ook andere functies hebben, maar hier markeert het een eerdere stand van zaken. angefangen is het voltooid deelwoord van anfangen (“beginnen”). De keten is anfangen — fing an — angefangen; het werkwoord is scheidbaar in de tegenwoordige en eenvoudige verleden tijd. Met hatte vormt angefangen hier hatte angefangen, dus “was begonnen”. mich fertig zu machen betekent hier “me klaar te maken”. mich is de accusatiefvorm van het wederkerend voornaamwoord bij ich; het verwijst naar dezelfde persoon als ich. sich fertig machen is een wederkerende, niet een wederzijdse constructie: de spreker maakt zichzelf klaar. In deze infinitiefgroep staat zu bij machen: fertig zu machen. Voorbeeld: Ich versuche, mich schnell fertig zu machen. — “Ik probeer me snel klaar te maken.” Samen betekent Das weiß ich zu schätzen “Dat waardeer ik”. Daarna geeft Ich hatte schon angefangen, mich fertig zu machen aan dat de spreker al begonnen was zichzelf klaar te maken. De hele uiting luidt dus: “Dat waardeer ik. Ik was me al aan het klaarmaken.”
Lass mich das wiedergutmachen, indem ich einen anderen Termin auswähle, der dir passt.
Laat me het goedmaken door een andere datum te kiezen die voor jou uitkomt.
- Lass mich
- laat me
- wiedergutmachen
- goedmaken
- indem
- door … te
- anderen
- andere
- Termin
- afspraak
- auswähle
- kies
- der dir passt
- die voor jou uitkomt
Uitgebreide uitleg
Lass mich: Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du. In deze constructie betekent Lass mich ... “laat me ...”: mich is degene die de volgende handeling uitvoert. Na lassen staat de andere werkwoordsvorm als infinitief: Lass mich helfen. — “Laat me helpen.” wiedergutmachen: dit werkwoord betekent hier iets herstellen of goedmaken. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord: de basisvorm is wiedergutmachen, met bijvoorbeeld Ich mache es wieder gut. — “Ik maak het weer goed.” In de vaste zin blijft het na Lass mich als infinitief staan. indem: deze onderschikkende voegwoordelijke vorm introduceert de manier waarop iets gebeurt: “door ... te”. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Bijvoorbeeld: Sie lernt, indem sie viel liest. — “Ze leert door veel te lezen.” anderen: dit is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord anders (“anders”). Het beschrijft Termin; einen en de mannelijke enkelvoudige accusatief van Termin veroorzaken hier de uitgang -en: einen anderen Termin. De vorm andere verschijnt bijvoorbeeld bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: eine andere Zeit — “een andere tijd”. Termin: dit mannelijke zelfstandig naamwoord betekent hier een afspraak of een afgesproken tijdstip. Het meervoud is Termine. In einen anderen Termin staat het in de accusatief, omdat het de gekozen afspraak is: Ich wähle einen Termin aus. — “Ik kies een afspraak.” auswähle: dit komt van het scheidbare werkwoord auswählen, “uitkiezen”. Hier is het de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich wähle ... aus. Omdat de vorm in een indem-bijzin staat, staat het vervoegde werkwoord achteraan en verschijnen de delen samen als auswähle: ..., indem ich einen Termin auswähle. — “..., door een afspraak uit te kiezen.” der dir passt: dit is een betrekkelijke bijzin bij Termin. der is hier het mannelijke enkelvoudige betrekkelijke voornaamwoord en is het onderwerp van passt; het verwijst dus naar de afspraak die wordt uitgekozen. dir is de datiefvorm van du en betekent “voor jou” in deze gebruikswijze. passt komt van passen en betekent hier dat iets bij iemand uitkomt of geschikt is: Der Termin passt mir. — “Die afspraak komt mij uit.” Samen betekent Lass mich das wiedergutmachen, indem ich einen anderen Termin auswähle, der dir passt.: “Laat me het goedmaken door een andere afspraak te kiezen die voor jou uitkomt.” De hoofdzin drukt het voorstel uit om iets goed te maken; indem beschrijft de manier waarop dat gebeurt, en de relatieve bijzin bepaalt welke andere afspraak bedoeld is.
Wir können einen neuen Termin vereinbaren, aber bestätige ihn bitte, sobald alles ruhiger ist.
We kunnen een nieuwe afspraak maken, maar bevestig die alsjeblieft zodra alles rustiger is.
- Wir können
- we kunnen
- neuen
- nieuwe
- Termin
- afspraak
- vereinbaren
- afspreken
- bestätige
- bevestig
- ihn
- hem; die
- bitte
- alsjeblieft
- sobald
- zodra
- alles
- alles
- ruhiger
- rustiger
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Wir können betekent hier “we kunnen”. können is de vervoegde vorm van können (“kunnen”) bij wir; het staat vóór de eigenlijke werkwoordsvorm in de infinitief. Voorbeeld: Wir können morgen kommen. — “We kunnen morgen komen.” neuen betekent hier “nieuwe”. De basisvorm is neu. De uitgang -en komt doordat neu vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Termin staat in de accusatief enkelvoud, na einen: einen neuen Termin. De vorm verandert dus mee met de grammaticale positie en het naamwoordelijk geslacht, niet omdat neu zelf een andere betekenis krijgt. Termin betekent hier “afspraak”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Termin. In deze zin staat het na einen als lijdend voorwerp: “een nieuwe afspraak”. Een ander veelgebruikt woord is Datum (“datum”), maar dat is niet hetzelfde als Termin: een afspraak is de geplande ontmoeting of het geplande moment. vereinbaren betekent “afspreken” of “vastleggen”. Dit is de infinitief die bij können hoort. Het werkwoord kan bijvoorbeeld ook met einen Termin worden gebruikt: Wir vereinbaren einen Termin. — “We spreken een afspraak af.” bestätige betekent hier “bevestig”. De basisvorm is bestätigen. Dit is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon; het onderwerp du wordt daarbij niet uitgesproken. Voorbeeld: Bestätige den Termin bitte. — “Bevestig de afspraak alsjeblieft.” ihn betekent hier “hem” en verwijst in deze zin naar Termin. Het is de mannelijke accusatiefvorm van er: er → ihn. De vorm wordt bepaald door de grammaticale rol als lijdend voorwerp; de Nederlandse vertaling gebruikt voor afspraak het woord “die”, maar het Duitse voornaamwoord sluit aan bij het Duitse mannelijke woord Termin. bitte betekent “alsjeblieft” en verzacht hier het verzoek. Het kan ook in andere beleefde verzoeken staan, bijvoorbeeld: Komm bitte herein. — “Kom alsjeblieft binnen.” sobald betekent “zodra”. Het leidt een bijzin in met een voorwaarde in de tijd. In die bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: sobald alles ruhiger ist — “zodra alles rustiger is”. alles betekent “alles”. Het is hier een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord en is het onderwerp van de bijzin. Daarom staat de enkelvoudige vorm ist erbij. De zin zegt niet wat precies met alles wordt bedoeld; alleen dat de algemene situatie rustiger wordt. ruhiger betekent “rustiger”. De basisvorm is ruhig (“rustig”); ruhiger is de vergelijkende vorm, gevormd met -er. Hier staat hij na ist, zonder extra naamwoordsuitgang: alles ist ruhiger — “alles is rustiger”. De vergelijking is met een eerder of verondersteld minder rustige toestand; de zin noemt geen concrete maatstaf. ist betekent “is”. De basisvorm is sein (“zijn”); ist is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is hier alles, niet ruhiger. In de bijzin staat ist aan het einde, zoals gebruikelijk in deze Duitse bijzinstructuur. Samen bestaat de uiting uit een mogelijkheid en daarna een verzoek: Wir können einen neuen Termin vereinbaren betekent “We kunnen een nieuwe afspraak maken”, terwijl aber bestätige ihn bitte betekent “maar bevestig die alsjeblieft”. De tijdsbijzin sobald alles ruhiger ist bepaalt wanneer die bevestiging moet gebeuren. Het geheel betekent dus: “We kunnen een nieuwe afspraak maken, maar bevestig die alsjeblieft zodra alles rustiger is.”
Ich schreibe dir, wenn ich mehr weiß.
Ik stuur je een bericht als ik meer weet.
- Ich
- ik
- schreibe
- schrijf
- dir
- jou
- wenn
- als
- mehr
- meer
- weiß
- weet
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is het onderwerp. Het is de eerste persoon enkelvoud; vergelijk bijvoorbeeld du voor “jij” en wir voor “wij”. schreibe is de vorm van schreiben (“schrijven”). In deze zin betekent schreiben in combinatie met een ontvanger natuurlijk “een bericht sturen/schrijven”. schreibe is de tegenwoordige tijd bij ich: ich schreibe. Voorbeeld: Ich schreibe meiner Schwester. — “Ik schrijf mijn zus.” dir betekent “jou” en staat hier als meewerkend voorwerp in de datief. Het verwijst naar de aangesprokene; de vorm is informeel enkelvoud. De bijbehorende vorm voor het onderwerp is du, maar na een werkwoord als schreiben kan de ontvanger als dir verschijnen: Ich schreibe dir. — “Ik schrijf je.” wenn leidt hier een voorwaardelijke of temporele bijzin in: “als/wanneer”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is wenn + onderwerp + ... + werkwoord, zoals in wenn ich Zeit habe — “als ik tijd heb”. mehr betekent hier “meer”, zonder dat precies wordt gezegd waarvan. Het is de vergrotende vorm die bij viel hoort: viel — “veel”, mehr — “meer”, am meisten — “het meest”. In deze zin gaat het om meer weten of meer informatie hebben. weiß komt van wissen (“weten”). Het is de tegenwoordige tijd bij ich: ich weiß; de vorm heeft dus als onderwerp ich, niet het voorafgaande dir. wissen wordt gebruikt voor kennis of informatie. Voorbeeld: Ich weiß es nicht. — “Ik weet het niet.” Samen vormen de delen: Ich schreibe dir betekent “Ik stuur je een bericht” in de gegeven vertaling, en wenn ich mehr weiß betekent “als ik meer weet”. De bijzin geeft aan wanneer de mededeling wordt gestuurd: “Ik stuur je een bericht als ik meer weet.”
Ich weiß, dass die kurzfristige Änderung deinen Abend gestört hat.
Ik weet dat de verandering op het laatste moment je avond heeft verstoord.
- weiß
- weet
- dass
- dat
- kurzfristige
- op korte termijn; op het laatste moment
- Änderung
- verandering
- Abend
- avond
- gestört
- verstoord
Uitgebreide uitleg
weiß betekent hier “weet”. Het is de ik-vorm van wissen in de tegenwoordige tijd: ich weiß, du weißt, er/sie weiß. In deze zin is het een werkwoord; weiß kan ook het bijvoeglijk naamwoord “wit” zijn, maar dat is hier niet de betekenis. Samen met Ich vormt het Ich weiß = “Ik weet”. dass leidt een bijzin in met de betekenis “dat”. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Bijvoorbeeld: Ich weiß, dass er kommt. = “Ik weet dat hij komt.” kurzfristige betekent hier dat de verandering op korte termijn of op het laatste moment plaatsvond. De basisvorm is kurzfristig. De uitgang -e staat hier vóór het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord Änderung in de naamwoordgroep die kurzfristige Änderung; de vorm hangt dus samen met het lidwoord en de grammaticale kenmerken van die naamwoordgroep. Änderung betekent “verandering” of “wijziging”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt met een hoofdletter geschreven. Het meervoud is Änderungen. In die kurzfristige Änderung is deze naamwoordgroep het onderwerp van de dass-bijzin: de verandering is grammaticaal degene die de verstoring veroorzaakt. Abend betekent “avond”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Abend. In deinen Abend staat de naamwoordgroep in de accusatief, omdat zij het lijdend voorwerp is: de avond is wat door de handeling wordt getroffen, niet de ontvanger ervan. deinen drukt hier zowel de tweede persoon als bezitter (“jouw”) uit en toont bovendien mannelijk accusatief enkelvoud bij het bezeten zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Ich plane deinen Abend. = “Ik plan jouw avond.” gestört betekent hier “verstoord”. Het is het voltooid deelwoord van stören (“storen”, “verstoren”). In de voltooide tijd gebruikt het Duits hat plus het voltooid deelwoord: hat gestört. Het hulpwerkwoord draagt de persoons- en tijdsinformatie. In deze dass-bijzin staat het voltooid deelwoord gestört vóór het vervoegde hulpwerkwoord hat; hat staat helemaal aan het einde. De hoofdzin Ich weiß wordt gevolgd door dass. Binnen de bijzin is die kurzfristige Änderung het onderwerp, deinen Abend het lijdend voorwerp en gestört hat de voltooide werkwoordsvorm. Samen betekent de volledige uiting: “Ik weet dat de verandering op het laatste moment je avond heeft verstoord.”
Ich hoffe, dass mit deiner Familie alles in Ordnung ist.
Ik hoop dat alles goed gaat met je familie.
- Ich hoffe
- Ik hoop
- Familie
- familie
- alles
- alles
- in Ordnung
- in orde
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Ich hoffe betekent hier “ik hoop”. De basisvorm is hoffen; met ich krijgt de tegenwoordige tijd de vorm hoffe. Een veel bruikbaar patroon is Ich hoffe, dass ... (“Ik hoop dat ...”). Na dass volgt hier een bijzin; in deze Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Familie betekent “familie”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Familie. In mit deiner Familie staat het na mit, dat hier de datief vereist; daarom is het bezittelijke woord deiner en niet bijvoorbeeld deine. De combinatie betekent “met je familie”. alles betekent “alles” of “alle dingen” en verwijst hier naar de algemene toestand van zaken. Het is grammaticaal enkelvoud, wat helpt verklaren waarom het werkwoord ist in het enkelvoud staat. Voorbeeld: Alles ist bereit. — “Alles is klaar.” in Ordnung is een vaste uitdrukking met de betekenis “in orde”, “goed” of “oké”. In alles ist in Ordnung beschrijft zij de toestand van alles. Voorbeeld: Ist alles in Ordnung? — “Is alles in orde?” ist betekent hier “is”. De basisvorm is sein (“zijn”); ist is de tegenwoordige tijd bij er, sie, es en ook bij een enkelvoudig onderwerp zoals alles. De vorm staat aan het einde van de dass-bijzin: dass ... alles in Ordnung ist. Samen bestaat de zin uit Ich hoffe en de inhoud van die hoop, ingeleid door dass: dass mit deiner Familie alles in Ordnung ist. Letterlijk gaat het om “dat met je familie alles in orde is”; natuurlijk vertaald betekent de volledige uiting: “Ik hoop dat alles goed gaat met je familie.”
Grammatica
sobald + bijzin met werkwoord achteraan
Sobald ich weiß, bestätige ich den Termin.
Zo-baalt iesj vais, buh-sjtee-ti-guh iesj deen ter-mien.Zodra ik het weet, bevestig ik de afspraak.
Na sobald staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: sobald ich weiß.
indem + bijzin met werkwoord achteraan
Ich kann es wiedergutmachen, indem ich einen Termin vereinbare.
Iesj kan es vie-duh-goet-maa-khuhn, in-deem iesj ai-nuhn ter-mien fer-ain-baa-ruhn.Ik kan het goedmaken door een afspraak te maken.
Indem betekent ‘door ... te’ en leidt een bijzin in; het werkwoord staat achteraan: indem ich ... vereinbare.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
ons/onze
Antwoord tonen
unserenverlaten
Antwoord tonen
verlassenafzeggen
Antwoord tonen
absagendringends