Een verloren portemonnee veilig beschrijven | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After losing a wallet, one adult gets help preparing safe identifying details before calling the cafe..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een verloren portemonnee veilig beschrijven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich kann mein Portemonnaie nicht finden, und zuletzt hatte ich es im Café.

iech kan main port-mo-NEE niet FIN-den, oent TSOE-LETST ha-te iech es im ka-FEE. Ik kan mijn portemonnee niet vinden en ik had hem voor het laatst in het café.
B

Bereite vor deinem Anruf eine Beschreibung davon vor, wie das Portemonnaie aussieht.

be-RAI-te foor DAI-nem AN-roef aine be-SJRAI-boeng da-FON foor, vie das port-mo-NEE OWS-ziet. Maak voordat je belt een beschrijving van hoe de portemonnee eruitziet.
A

Es ist ein kleines schwarzes Portemonnaie mit einer abgenutzten Ecke.

es ist aine KLAI-nes SJVAR-tses port-mo-NEE mit AIN-er ap-ge-NOETST-en EK-ke. Het is een kleine zwarte portemonnee met een versleten hoek.
B

Das sollte dem Personal helfen, das Portemonnaie zu überprüfen, ohne nach privaten Angaben zu fragen.

das ZOL-te deem per-zo-NAAL HEL-fen, das port-mo-NEE tsoe uu-ber-PRUU-fen, OO-ne naach prie-VA-ten AAN-gaa-ben tsoe FRAA-gen. Dat zou het personeel moeten helpen om de portemonnee te controleren zonder naar privégegevens te vragen.
A

Ich werde anrufen und erklären, wann ich bemerkt habe, dass es weg war.

iech VEE-r-de AN-roefen oent er-KLEH-ren, van iech be-MERKT HAA-be, das es vek vaar. Ik zal bellen en uitleggen wanneer ik merkte dat hij weg was.
B

Nenne ein paar Dinge, die darin sind, aber teile keine Angaben aus persönlichen Dokumenten.

NE-ne ain paar DING-e, dee da-RIN zint, AA-ber TAI-le KAI-ne AAN-gaa-ben ows per-ZÖÖN-li-chen do-ko-MEN-ten. Noem een paar dingen die erin zitten, maar deel geen gegevens uit persoonlijke documenten.
A

In dem Portemonnaie sind ein Foto und eine gefaltete Notiz.

in deem port-mo-NEE zint ain FOO-to oent AIN-e ge-FAL-te-te no-TEETS. In de portemonnee zitten een foto en een opgevouwen briefje.
B

Diese Angaben sollten ausreichen, um es sicher zu identifizieren.

DEE-ze AAN-gaa-ben ZOL-ten OWS-rai-chen, oem es ZIE-cher tsoe i-den-ti-fi-TSIE-ren. De gegevens zouden genoeg moeten zijn om hem veilig te identificeren.
A

Wenn sie es haben, kann ich eine Zeit vereinbaren, um es abzuholen.

ven zee es HAA-ben, kan iech AIN-e TSait fer-AIN-baa-ren, oem es AP-tsoe-HOO-len. Als ze hem hebben, kan ik een tijd afspreken om hem op te halen.
B

Ruf jetzt an, und ich schaue noch einmal in deiner Tasche nach, während du wartest.

roef yetst AN, oent iech SJOW-e noch AIN-maal in DAI-ner TAS-je naach, VEE-rent doe VAR-test. Bel nu, en ik kijk nog een keer in je tas terwijl je wacht.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich kann mein Portemonnaie nicht finden, und zuletzt hatte ich es im Café.

    Ik kan mijn portemonnee niet vinden en ik had hem voor het laatst in het café.

    Ich kann
    ik kan
    mein
    mijn
    Portemonnaie
    portemonnee
    nicht finden
    niet vinden
    zuletzt
    voor het laatst
    hatte
    had
    es
    hem
    Café
    café
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann bevat ich, de eerste persoon enkelvoud, en kann, de tegenwoordige tijd van het modale werkwoord können bij ich. können betekent hier dat de spreker iets kan doen. In een Duitse hoofdzin staat na zo’n modaal werkwoord het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Ich kann es finden = «Ik kan het vinden». kann is dus niet de infinitief; de infinitief is können. mein betekent «mijn». De vorm hoort bij de bezitter, maar past zich in het Duits ook aan het grammaticale geslacht, getal en de naamval van het bezeten woord aan. Bij het onzijdige das Portemonnaie is mein in deze naamvalsvorm gelijk aan de vorm in het onderwerp: mein Portemonnaie. Portemonnaie is het zelfstandig naamwoord voor «portemonnee». Het is onzijdig: das Portemonnaie. In mein Portemonnaie is het de zaak die de spreker probeert te vinden. Voor een ander zelfstandig naamwoord kan het bezittelijk woord een andere vorm krijgen, bijvoorbeeld meine Tasche = «mijn tas». nicht finden bestaat uit de ontkenning nicht en de infinitief finden, «vinden». Samen ontkennen ze het vinden: «niet vinden». Na kann staat deze infinitief aan het einde van de eerste hoofdzin. Ich kann den Schlüssel nicht finden betekent «Ik kan de sleutel niet vinden». zuletzt betekent hier «voor het laatst» of «het laatst». Het geeft aan wanneer de spreker de portemonnee voor de laatste keer had. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. De plaats wordt in deze zin uitgedrukt door im Café, niet door zuletzt. hatte is de verleden tijd, het Präteritum, van haben bij ich: ich habe → ich hatte. In deze zin betekent hatte dat de spreker de portemonnee toen in het café had. De vorm hatte komt ook voor bij er, sie en es; de context en het onderwerp bepalen wie bedoeld is. Bijvoorbeeld: Ich hatte den Schlüssel zu Hause = «Ik had de sleutel thuis». es is hier een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige vorm. Het verwijst naar das Portemonnaie, zoals ook uit de vaste vertaling blijkt: «hem». Als lijdend voorwerp blijft de onzijdige vorm es: Ich sehe das Portemonnaie → Ich sehe es = «Ik zie de portemonnee» → «Ik zie hem/het». De vorm wordt dus bepaald door de grammaticale eigenschappen van het antecedent, niet door het feit dat het in het Nederlands als hem vertaald wordt. Café betekent «café». In im Café staat im voor in dem; dit geeft hier een plaats aan. Na hatte ... es beschrijft im Café waar de portemonnee zich volgens de zin voor het laatst bevond. Het zelfstandig naamwoord blijft in deze vorm staan; dem is het deel dat onder andere de naamval markeert. De twee delen worden verbonden door und: Ich kann mein Portemonnaie nicht finden betekent «Ik kan mijn portemonnee niet vinden». Daarna volgt zuletzt hatte ich es im Café: «voor het laatst had ik hem in het café». Samen betekent de volledige zin: «Ik kan mijn portemonnee niet vinden en ik had hem voor het laatst in het café.»

  2. Bereite vor deinem Anruf eine Beschreibung davon vor, wie das Portemonnaie aussieht.

    Maak voordat je belt een beschrijving van hoe de portemonnee eruitziet.

    Bereite … vor
    maak klaar
    deinem Anruf
    je telefoontje
    Beschreibung
    beschrijving
    davon
    daarvan
    Portemonnaie
    portemonnee
    aussieht
    eruitziet
    Uitgebreide uitleg

    Bereite … vor is de gebiedende wijs voor één persoon van het scheidbare werkwoord vorbereiten (“voorbereiden”, “klaarmaken”). In een hoofdzin staat bereite vooraan en komt het deel vor aan het einde: Bereite den Bericht vor. — “Maak het verslag klaar.” De twee delen vormen samen één werkwoordelijke constructie; de woorden ertussen horen nog steeds bij dezelfde zin. deinem Anruf betekent hier “je telefoontje”. Anruf is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Anruf. Het voorzetsel vor heeft hier de temporele betekenis “voor” en krijgt een datiefgroep; daarom staat er deinem en niet de nominatiefvorm dein: vor deinem Anruf — “voor je telefoontje”. Deze vorm drukt een tijdsrelatie uit en zegt op zichzelf niet hoeveel telefoontjes er zijn. Beschreibung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Beschreibung, “beschrijving”. Het is verwant aan het werkwoord beschreiben (“beschrijven”). In deze zin is eine Beschreibung het object dat moet worden voorbereid. davon betekent hier “daarvan” of “ervan”. In de constructie eine Beschreibung davon, wie … geeft het aan waar de beschrijving over gaat: “een beschrijving van hoe …”. Portemonnaie betekent “portemonnee” en is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Portemonnaie. In de bijzin na wie is het de kern van het onderwerp bij aussieht; de vaste context maakt duidelijk dat het om de genoemde portemonnee gaat. Voorbeeld: Das Portemonnaie liegt auf dem Tisch. — “De portemonnee ligt op tafel.” aussieht is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd van het scheidbare werkwoord aussehen (“eruitzien”). In een bijzin blijven werkwoord en voorvoegsel samen aan het einde: wie das Portemonnaie aussieht. In een hoofdzin worden ze gescheiden: Das Portemonnaie sieht klein aus. — “De portemonnee ziet er klein uit.” In aussieht is sieht de vervoegde vorm en aus het scheidbare voorvoegsel; samen worden ze in deze bijzin als één woord geschreven. Samen vormt Bereite … vor de instructie “maak … klaar”. Het object is eine Beschreibung davon, en vor deinem Anruf plaatst die handeling vóór het telefoontje. De inhoud van de beschrijving staat in wie das Portemonnaie aussieht: “hoe de portemonnee eruitziet”. De volledige betekenis is dus: “Maak voordat je belt een beschrijving van hoe de portemonnee eruitziet.”

  3. Es ist ein kleines schwarzes Portemonnaie mit einer abgenutzten Ecke.

    Het is een kleine zwarte portemonnee met een versleten hoek.

    Es ist
    het is
    kleines
    klein
    schwarzes
    zwart
    Portemonnaie
    portemonnee
    mit einer
    met een
    abgenutzten
    versleten
    Ecke
    hoek
    Uitgebreide uitleg

    Es ist betekent hier “het is”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein – ist. Es is hier het grammaticale onderwerp; de zin identificeert het voorwerp, zonder dat de vorm zelf extra informatie geeft over welk voorwerp bedoeld wordt. kleines komt van het bijvoeglijk naamwoord klein en betekent hier “klein”. De uitgang -es hoort bij het bijvoeglijk naamwoord: het staat vóór het onzijdige zelfstandig naamwoord Portemonnaie in de nominatief, na het onbepaalde lidwoord ein. Bijvoorbeeld: Das ist ein kleines Buch. — “Dat is een klein boek.” schwarzes komt van schwarz en betekent “zwart”. Ook dit bijvoeglijk naamwoord krijgt hier -es, omdat het hetzelfde onzijdige zelfstandig naamwoord in dezelfde naamval beschrijft. De twee beschrijvingen staan naast elkaar: klein en zwart. Portemonnaie betekent “portemonnee”. Dit Duitse leenwoord is onzijdig: das Portemonnaie. In deze zin is het de kern van de naamwoordgroep ein kleines schwarzes Portemonnaie. Bijvoorbeeld: Mein Portemonnaie ist klein. — “Mijn portemonnee is klein.” mit einer betekent “met een”. Het voorzetsel mit gebruikt in het Duits de datief. Daarom wordt het vrouwelijke onbepaalde lidwoord eine hier einer: mit einer .... Het lidwoord geeft op zichzelf geen specifiek numeriek aantal aan; het introduceert hier een hoek als onderdeel van de beschrijving. abgenutzten betekent hier “versleten”. Het is de bijvoeglijk gebruikte vorm van het voltooid deelwoord abgenutzt, van abnutzen (“slijten” of “verslijten”). Na einer in de datief krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en: mit einer abgenutzten .... Bijvoorbeeld: Der Tisch hat eine abgenutzte Kante. — “De tafel heeft een versleten rand.” Ecke betekent “hoek”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Ecke; na mit einer staat het in de datief: mit einer Ecke. Hier wordt die hoek nader beschreven als versleten. Samen vormt Es ist ein kleines schwarzes Portemonnaie mit einer abgenutzten Ecke de betekenis: “Het is een kleine zwarte portemonnee met een versleten hoek.” De structuur is Es ist + beschrijvingen + zelfstandig naamwoord + mit ...: eerst wordt het voorwerp benoemd met eigenschappen, daarna wordt een opvallend onderdeel toegevoegd.

  4. Das sollte dem Personal helfen, das Portemonnaie zu überprüfen, ohne nach privaten Angaben zu fragen.

    Dat zou het personeel moeten helpen om de portemonnee te controleren zonder naar privégegevens te vragen.

    Das sollte
    Dat zou moeten
    Personal
    personeel
    helfen
    helpen
    Portemonnaie
    portemonnee
    zu überprüfen
    controleren
    privaten
    privé
    Angaben
    gegevens
    zu fragen
    vragen
    Uitgebreide uitleg

    Das sollte geeft hier volgens de vaste vertaling een verwachte of beoogde mogelijkheid weer: “dat zou moeten”. sollte is de vorm voor de derde persoon enkelvoud van sollen; in deze zin is het de Konjunktiv-II-vorm met de voorwaardelijke betekenis “zou moeten”. Het is dus niet de tegenwoordige tijd; de tegenwoordige-tijdsvorm is soll. Das is een onzijdig aanwijzend voornaamwoord. De zin specificeert niet zelfstandig waarnaar Das precies verwijst. Personal betekent hier “personeel”. Het is een collectief zelfstandig naamwoord met het onzijdige lidwoord das. Na helfen staat het datief: dem Personal. Het lidwoord dem laat hier onder andere datief en onzijdig enkelvoud zien. Voorbeeld: Das hilft dem Kind. — “Dat helpt het kind.” helfen betekent “helpen” en neemt in deze constructie een datiefpersoon of -groep: jemandem helfen. Daarna volgt een handeling met zu plus infinitief. Het onderwerp van die handeling is hier het personeel: het personeel wordt geholpen om iets te doen. Portemonnaie betekent “portemonnee”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Portemonnaie. In das Portemonnaie staat het als lijdend voorwerp bij überprüfen, dus in de accusatief; bij een onzijdig zelfstandig naamwoord blijven nominatief en accusatief van het lidwoord allebei das. zu überprüfen betekent “te controleren”. überprüfen is het werkwoordelijke basiswoord; zu überprüfen is de te-infinitief. Samen met helfen vormt het het patroon jemandem helfen, etwas zu tun: “iemand helpen om iets te doen”. Voorbeeld: Die Liste hilft mir, alles zu überprüfen. — “De lijst helpt me om alles te controleren.” privaten betekent hier “privé-”. De vorm hoort bij het bijvoeglijk naamwoord privat; de uitgang -en komt doordat het in nach privaten Angaben voor een zelfstandig naamwoord in de datief meervoud staat. De vorm zegt dus niet dat privat zelf een meervoudsvorm heeft; de uitgang markeert de grammaticale combinatie. Angaben betekent “gegevens” of “informatie”. Het is het meervoud van Angabe. Na het voorzetsel nach staat hier de datief: nach privaten Angaben, “naar privégegevens”. Voorbeeld: Sie fragt nach weiteren Angaben. — “Zij vraagt naar verdere gegevens.” zu fragen betekent “te vragen”. Het basiswerkwoord is fragen; hier staat het opnieuw als te-infinitief. nach etwas fragen betekent “naar iets vragen”, waarbij nach de datief regeert. De combinatie ohne ... zu geeft aan dat iets gebeurt zonder een andere handeling uit te voeren: ohne nach privaten Angaben zu fragen, “zonder naar privégegevens te vragen”. De zin wordt zo opgebouwd: Das sollte — “Dat zou moeten” — dem Personal helfen — “het personeel helpen” — das Portemonnaie zu überprüfen — “de portemonnee te controleren” — ohne nach privaten Angaben zu fragen — “zonder naar privégegevens te vragen”. Als geheel betekent hij: “Dat zou het personeel moeten helpen om de portemonnee te controleren zonder naar privégegevens te vragen.”

  5. Ich werde anrufen und erklären, wann ich bemerkt habe, dass es weg war.

    Ik zal bellen en uitleggen wanneer ik merkte dat hij weg was.

    Ich werde
    ik zal
    anrufen
    bellen
    erklären
    uitleggen
    wann
    wanneer
    bemerkt
    gemerkt
    es
    hij (de portemonnee)
    weg
    weg
    war
    was
    Uitgebreide uitleg

    Ich werde gebruikt werden als hulpwerkwoord voor de toekomst: de spreker zegt dat hij zal bellen en uitleggen. werde is de vorm bij ich; de zelfstandige werkwoorden blijven als infinitief staan. Voorbeeld: Ich werde morgen kommen. — Ik zal morgen komen. anrufen betekent hier iemand telefonisch contacteren. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het uiteenvallen, bijvoorbeeld Ich rufe dich an. — Ik bel je. Na werde blijft het als volledige infinitief staan: Ich werde dich anrufen. — Ik zal je bellen. erklären betekent iets begrijpelijk maken door het toe te lichten. Hier is het, net als anrufen, een infinitief die bij werde hoort: Ich werde es erklären. — Ik zal het uitleggen. anrufen und erklären zijn twee handelingen van dezelfde spreker. wann is het vraagwoord voor een tijdstip of moment: wanneer. In wann ich bemerkt habe ... opent het een ingebedde vraag. Het verschilt van wenn, dat onder meer een voorwaarde of een herhaalde tijd kan aangeven. bemerkt is het voltooid deelwoord van bemerken: opmerken of merken. Met habe vormt het het Perfekt: ich habe bemerkt — ik heb gemerkt. Het deelwoord verandert hier niet met ich; habe draagt de persoon en tijd. Voorbeeld: Ich habe den Fehler bemerkt. — Ik heb de fout opgemerkt. es is een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige enkelvoudsvorm. In deze zin verwijst het, ondersteund door de context en de vertaling, naar de portemonnee. De Duitse vorm es volgt het grammaticale geslacht van das Portemonnaie; de Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor hij, omdat portemonnee in het Nederlands een de-woord is. De vorm es betekent dus niet dat de referent een persoon moet zijn. weg betekent hier niet meer aanwezig of verdwenen. Als predicatief woord bij sein krijgt het geen uitgang: Das Geld ist weg. — Het geld is weg. Het kan ook betekenen dat iemand of iets vertrokken is; hier beschrijft het de toestand van de portemonnee. war is in deze zin de Präteritum-vorm van sein bij de derde persoon enkelvoud: er/sie/es war. De vorm war is dus niet de vorm voor elk enkelvoudig onderwerp; bij du staat bijvoorbeeld warst. In dass es weg war beschrijft war een vroegere toestand. De bijzin met dass heeft de persoonsvorm aan het einde. Samen betekent Ich werde anrufen und erklären, wann ich bemerkt habe, dass es weg war.: de spreker zal bellen en uitleggen wanneer hij heeft gemerkt dat de portemonnee weg was. wann ich bemerkt habe is de ingebedde vraag naar het moment, en dass es weg war geeft aan wat hij toen heeft gemerkt. Und verbindt de twee aangekondigde handelingen, zonder op zichzelf een volgorde vast te leggen.

  6. Nenne ein paar Dinge, die darin sind, aber teile keine Angaben aus persönlichen Dokumenten.

    Noem een paar dingen die erin zitten, maar deel geen gegevens uit persoonlijke documenten.

    Nenne
    noem
    ein paar
    een paar
    Dinge
    dingen
    darin
    erin
    sind
    zijn
    teile
    deel
    keine
    geen
    Angaben
    gegevens
    persönlichen
    persoonlijke
    Dokumenten
    documenten
    Uitgebreide uitleg

    Nenne komt van nennen en is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon: “noem”. De vorm voor du is du nennst, maar de gebiedende wijs gebruikt Nenne!. Voorbeeld: Nenne drei Farben. — “Noem drie kleuren.” ein paar geeft hier een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan: “een paar”. Het zegt niet precies hoeveel. Voorbeeld: Ich habe ein paar Fragen. — “Ik heb een paar vragen.” Dinge is het meervoud van Ding en betekent “dingen”. Na ein paar staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud. Voorbeeld: Diese Dinge sind wichtig. — “Deze dingen zijn belangrijk.” darin betekent “erin” of “daarin”. Het is een vaste combinatie van da + in en verwijst hier naar de eerder bedoelde inhoudsdrager; in de gegeven context is dat de portemonnee. Voorbeeld: Was ist darin? — “Wat zit erin?” sind is de derde persoon meervoud van sein (“zijn”). In die darin sind vormt het met die een betrekkelijke bijzin: “die erin zitten”. Sein heeft onregelmatige vormen: ich bin, du bist, sie sind. Voorbeeld: Die Schlüssel sind darin. — “De sleutels zitten erin.” teile komt van teilen en is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon: “deel”. Het is niet de gewone vorm du teilst; de gebiedende wijs is Teile!. Voorbeeld: Teile diese Datei nicht. — “Deel dit bestand niet.” keine maakt Angaben negatief: “geen gegevens”. Het is hier geen telwoord; het ontkent de aanwezigheid of het delen van zulke gegevens. De vorm keine past bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Angaben in deze naamval. Angaben is het meervoud van Angabe en betekent hier “gegevens” of “informatie”. Het staat na teile als lijdend voorwerp. Voorbeeld: Bitte ändere die Angaben. — “Wijzig de gegevens alstublieft.” persönlichen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord persönlich (“persoonlijk”). Het beschrijft Dokumenten. In aus persönlichen Dokumenten staat aus met de datief; bij een meervoud zonder lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -en. Dokumenten is het meervoud van Dokument. De uitgang -en komt hier niet van het bijvoeglijk naamwoord, maar van de datief meervoudsvorm na aus: aus Dokumenten. Samen betekent aus persönlichen Dokumenten “uit persoonlijke documenten”. De eerste opdracht is Nenne ein paar Dinge, die darin sind: noem enkele dingen die erin zitten. De betrekkelijke bijzin die darin sind verduidelijkt welke dingen bedoeld zijn. Daarna volgt de tegengestelde opdracht aber teile keine Angaben aus persönlichen Dokumenten: deel geen gegevens uit persoonlijke documenten. Samen betekent de hele zin: “Noem een paar dingen die erin zitten, maar deel geen gegevens uit persoonlijke documenten.”

  7. In dem Portemonnaie sind ein Foto und eine gefaltete Notiz.

    In de portemonnee zitten een foto en een opgevouwen briefje.

    Portemonnaie
    portemonnee
    sind
    zijn; zich bevinden
    Foto
    foto
    gefaltete
    opgevouwen
    Notiz
    briefje; notitie
    Uitgebreide uitleg

    In dem Portemonnaie geeft de plaats aan: “in de portemonnee”. Portemonnaie is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Portemonnaie; het meervoud is die Portemonnaies. In dem kan in het Duits vaak worden samengetrokken tot im, maar deze zin gebruikt de onverkorte vorm. Bij een plaats waar iets zich bevindt staat dem Portemonnaie hier in de datief. Voorbeeld: Das Portemonnaie ist hier. — “De portemonnee is hier.” sind is de meervoudsvorm van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd: sie sind. Hier past het meervoud bij de combinatie van een foto en een briefje. In een plaatsaanduiding kan sein ook natuurlijk worden vertaald als “zich bevinden” of “zitten”. Voorbeeld: Die Schlüssel sind in der Tasche. — “De sleutels zitten in de tas.” Foto betekent hier “foto”. Het is onzijdig: das Foto; het meervoud is die Fotos. In ein Foto staat ein bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Das Foto ist alt. — “De foto is oud.” gefaltete betekent hier “opgevouwen”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord gefaltet, dat samenhangt met het werkwoord falten (“vouwen”). In eine gefaltete Notiz staat de naamwoordgroep in de nominatief; eine is hier het vrouwelijke enkelvoudige lidwoord bij Notiz, en het bijvoeglijk naamwoord krijgt daarom vóór het zelfstandig naamwoord de uitgang -e: gefaltet-e. Voorbeeld: Ich habe einen gefalteten Zettel. — “Ik heb een opgevouwen briefje.” Daar krijgt hetzelfde bijvoeglijke woord de uitgang -en door de andere naamval en de bijbehorende lidwoordsvorm. Notiz betekent hier “briefje” of “korte notitie”. Het is vrouwelijk: die Notiz; het meervoud is die Notizen. In eine gefaltete Notiz staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Voorbeeld: Die Notiz liegt auf dem Tisch. — “Het briefje ligt op de tafel.” De hele zin bouwt de betekenis zo op: In dem Portemonnaie noemt de plaats, en sind verbindt die plaats met het meervoudige onderwerp ein Foto und eine gefaltete Notiz. Samen betekent de zin: “In de portemonnee zitten een foto en een opgevouwen briefje.”

  8. Diese Angaben sollten ausreichen, um es sicher zu identifizieren.

    De gegevens zouden genoeg moeten zijn om hem veilig te identificeren.

    Diese
    deze
    Angaben
    gegevens
    sollten
    zouden moeten
    ausreichen
    voldoende zijn
    es
    hem
    sicher
    veilig
    zu identifizieren
    te identificeren
    Uitgebreide uitleg

    Diese is hier een aanwijzende vorm bij het meervoudige Angaben: “deze”. De vorm is meervoud; uit diese alleen volgt geen grammaticaal geslacht. Voorbeelden zijn diese Hinweise (“deze aanwijzingen”) en diese Information (“deze informatie”); de vorm past zich aan de grammaticale kenmerken van het zelfstandig naamwoord aan. Angaben is het meervoud van Angabe, “gegeven” of “informatie”. Hier gaat het dus om meerdere gegevens. Voorbeeld: mehrere Angaben betekent “meerdere gegevens”, tegenover eine Angabe (“één gegeven/informatie-item”). Sollten is de derde persoon meervoud van sollen. In deze zin ondersteunt de vaste vertaling de betekenis “zouden moeten”. De vorm sollten is echter gelijk aan zowel de Konjunktiv-II-vorm als de verleden-tijdsvorm van sollen; de vorm alleen bewijst dus niet welke grammaticale lezing bedoeld is. Hier wordt de voorwaardelijke of verwachte betekenis door de context en vertaling ondersteund. Het modale werkwoord draagt de persoons- en getalsvorm, terwijl het daarop volgende ausreichen infinitief blijft. Ausreichen betekent hier “voldoende zijn” of “volstaan”. Het staat als infinitief bij sollten. Voorbeeld: Das Geld reicht aus. — “Het geld is voldoende.” Es is een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige vorm en is hier het lijdend voorwerp van identifizieren. De vaste vertaling geeft het object weer met “hem”; de Duitse vorm es legt daarbij niet zelfstandig vast dat de referent een persoon is. De grammaticale vorm en de concrete referent zijn dus verschillende zaken. Sicher beschrijft hier hoe de identificatie moet gebeuren en betekent volgens de vaste vertaling “veilig”. In andere contexten kan sicher ook “zeker” of “betrouwbaar” betekenen. Als bijvoeglijk naamwoord staat het bijvoorbeeld in eine sichere Methode (“een veilige/betrouwbare methode”). Zu identifizieren bestaat uit zu plus de infinitief identifizieren, “identificeren”. Samen met um vormt het de doelconstructie um ... zu identifizieren: “om ... te identificeren”. Voorbeeld: Ich komme, um das Paket zu identifizieren. — “Ik kom om het pakket te identificeren.” Samen betekent Diese Angaben sollten ausreichen dat deze gegevens voldoende zouden moeten zijn. Um es sicher zu identifizieren geeft het doel aan: de gegevens zouden voldoende moeten zijn om het bedoelde object veilig te identificeren. De volledige betekenis is: “De gegevens zouden genoeg moeten zijn om hem veilig te identificeren.”

  9. Wenn sie es haben, kann ich eine Zeit vereinbaren, um es abzuholen.

    Als ze hem hebben, kan ik een tijd afspreken om hem op te halen.

    Wenn
    als / wanneer
    sie
    ze
    es
    het
    haben
    hebben
    kann ich
    ik kan
    Zeit
    tijd
    vereinbaren
    afspreken
    abzuholen
    op te halen
    Uitgebreide uitleg

    Wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als”. Het zegt dat de handeling in het tweede deel afhankelijk is van de voorwaarde in het eerste deel. Het is niet het tijdsbetekenisvolle “wanneer” van een gebeurtenis die zeker plaatsvindt. sie betekent hier “ze”. De vorm kan in het Duits onder meer naar een derde persoon meervoud verwijzen; de vaste vertaling ondersteunt hier de lezing “ze”, maar benoemt geen afzonderlijk referent. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: Wenn sie es haben. es is hier het lijdendvoorwerp van haben: “het”. Het is een zelfstandig naamwoordelijk voornaamwoord in de onzijdige vorm. In de vaste Nederlandse vertaling wordt hetzelfde object met hem weergegeven; de vorm van het voornaamwoord hoeft dus niet in beide talen hetzelfde grammaticale geslacht te tonen. haben is de tegenwoordige tijd van haben, “hebben”. De vorm is hier passend bij sie in deze bijzin. De nuttige basisreeks is: haben — “hebben”; bijvoorbeeld: Sie haben den Schlüssel. — “Ze hebben de sleutel.” kann ich vormt “ik kan”. kann is de eerste persoon enkelvoud van het modale werkwoord können (“kunnen”); ich is het onderwerp. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en volgt het onderwerp hier direct: kann ich .... Bijvoorbeeld: Ich kann morgen kommen. — “Ik kan morgen komen.” Zeit betekent hier “tijd”, meer bepaald een afgesproken moment of tijdstip. Het is een zelfstandig naamwoord en krijgt in deze woordgroep het onbepaalde lidwoord eine: eine Zeit. De woordgroep eine Zeit vereinbaren betekent natuurlijk “een tijd afspreken”; eine drukt hier niet op zichzelf een expliciet aantal uit. vereinbaren betekent “afspreken” of “vastleggen”. Het is een werkwoord in de infinitief. Na het modale werkwoord kann blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief staan: kann ich eine Zeit vereinbaren — “kan ik een tijd afspreken”. abzuholen betekent hier “op te halen”. Het komt van het scheidbare werkwoord abholen, “ophalen”. In een um ... zu-constructie staat bij dit scheidbare werkwoord zu tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: abzuholen. De constructie um es abzuholen drukt het doel uit: “om het op te halen”. Bijvoorbeeld: Ich komme, um das Paket abzuholen. — “Ik kom om het pakket op te halen.” De hele structuur is Wenn ... , kann ich ... , um ...: “Als ..., kan ik ..., om ...”. Wenn sie es haben geeft de voorwaarde; kann ich eine Zeit vereinbaren geeft wat de spreker vervolgens kan doen; um es abzuholen geeft het doel van die afspraak. Samen betekent de zin: “Als ze het hebben, kan ik een tijd afspreken om het op te halen.”

  10. Ruf jetzt an, und ich schaue noch einmal in deiner Tasche nach, während du wartest.

    Bel nu, en ik kijk nog een keer in je tas terwijl je wacht.

    Ruf … an
    bel
    jetzt
    nu
    schaue … nach
    kijk na / controleer
    noch einmal
    nog een keer
    Tasche
    tas
    während
    terwijl
    wartest
    wacht
    Uitgebreide uitleg

    Ruf ... an betekent hier: “bel”. Het is de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord anrufen (“bellen”). In de gebiedende wijs voor één persoon staat ruf vooraan en komt het voorvoegsel an aan het einde: Ruf an! = “Bel!” In deze zin verwijst de opdracht naar de aangesprokene, terwijl ich in het tweede deel de spreker aanduidt. jetzt betekent “nu” en maakt duidelijk dat het bellen op dit moment moet gebeuren. Samen met de gebiedende wijs vormt het Ruf jetzt an = “Bel nu”. schaue ... nach komt van het scheidbare werkwoord nachschauen: iets bekijken of controleren om na te gaan of het daar is. De vorm schaue is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd; het onderwerp ich staat hier vóór deze werkwoordgroep. Bij een scheidbaar werkwoord staat nach in een hoofdzin achteraan. Voorbeeld: Ich schaue im Schrank nach. — “Ik kijk in de kast om het te controleren.” noch einmal betekent “nog een keer” of “opnieuw”. Het geeft aan dat het kijken opnieuw gebeurt, zonder op zichzelf te zeggen hoeveel eerdere controles er waren. Ich schaue noch einmal nach. betekent: “Ik kijk nog een keer.” Tasche betekent “tas”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Tasche. In in deiner Tasche betekent deiner “jouw” en past het bij Tasche in deze naamval. Het voorzetsel in past hier bij een plaats waar het kijken gebeurt: letterlijk wordt er in de tas gekeken. Voorbeeld: Das Buch ist in der Tasche. — “Het boek zit in de tas.” während leidt een bijzin in met de betekenis “terwijl”. Het introduceert hier de tijd waarin de andere handeling plaatsvindt. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. wartest komt van warten (“wachten”). Het is de tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud: du wartest = “jij wacht”. De uitgang -st hoort hier bij du; ich warte heeft een andere uitgang. Voorbeeld: Du wartest draußen. — “Jij wacht buiten.” De volledige opbouw is: Ruf jetzt an (“Bel nu”), gevolgd door und ich schaue noch einmal in deiner Tasche nach (“en ik kijk nog een keer in je tas”), met während du wartest (“terwijl je wacht”) als tijdsbepaling. Samen betekent de zin: “Bel nu, en ik kijk nog een keer in je tas terwijl je wacht.”

Grammatica

Trennbare werkwoorden: het voorvoegsel staat in een hoofdzin achteraan.

Ich bereite die Beschreibung vor.

iech be-RAI-te dee be-SJRAI-boeng foor.

Ik bereid de beschrijving voor.

Bij werkwoorden zoals vorbereiten, anrufen en nachschauen staat het voorvoegsel in een hoofdzin achter het werkwoord.

Duits woordenschat

abgenutzt bijvoeglijk naamwoord
ap-ge-NOETST versleten abgenutzten
Anruf zelfstandig naamwoord
AN-roef telefoontje
aussehen werkwoord
OWS-ZEE-en eruitzien aussieht
Beschreibung zelfstandig naamwoord
be-SJRAI-boeng beschrijving
Café zelfstandig naamwoord
ka-FEE café
Ecke zelfstandig naamwoord
EK-ke hoek
finden werkwoord
FIN-den vinden finde
klein bijvoeglijk naamwoord
KLAIN klein kleines
Portemonnaie zelfstandig naamwoord
port-mo-NEE portemonnee
schwarz bijvoeglijk naamwoord
SJVARTS zwart schwarzes
vorbereiten werkwoord
foor-be-RAI-ten voorbereiden Bereite ... vor
zuletzt bijwoord
TSOE-LETST voor het laatst

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beschrijving

Antwoord tonenBeschreibung

portemonnee

Antwoord tonenPortemonnaie

voor het laatst

Antwoord tonenzuletzt

telefoontje

Antwoord tonenAnruf