Een verloren portemonnee veilig beschrijven | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After losing a wallet, one adult gets help preparing safe identifying details before calling the cafe..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een verloren portemonnee veilig beschrijven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich kann mein Portemonnaie nicht finden, und zuletzt hatte ich es im Café.

iech kan main port-mo-NEE niet FIN-den, oent TSOE-LETST ha-te iech es im ka-FEE. Ik kan mijn portemonnee niet vinden en ik had hem voor het laatst in het café.
B

Bereite vor deinem Anruf eine Beschreibung davon vor, wie das Portemonnaie aussieht.

be-RAI-te foor DAI-nem AN-roef aine be-SJRAI-boeng da-FON foor, vie das port-mo-NEE OWS-ziet. Maak voordat je belt een beschrijving van hoe de portemonnee eruitziet.
A

Es ist ein kleines schwarzes Portemonnaie mit einer abgenutzten Ecke.

es ist aine KLAI-nes SJVAR-tses port-mo-NEE mit AIN-er ap-ge-NOETST-en EK-ke. Het is een kleine zwarte portemonnee met een versleten hoek.
B

Das sollte dem Personal helfen, das Portemonnaie zu überprüfen, ohne nach privaten Angaben zu fragen.

das ZOL-te deem per-zo-NAAL HEL-fen, das port-mo-NEE tsoe uu-ber-PRUU-fen, OO-ne naach prie-VA-ten AAN-gaa-ben tsoe FRAA-gen. Dat zou het personeel moeten helpen om de portemonnee te controleren zonder naar privégegevens te vragen.
A

Ich werde anrufen und erklären, wann ich bemerkt habe, dass es weg war.

iech VEE-r-de AN-roefen oent er-KLEH-ren, van iech be-MERKT HAA-be, das es vek vaar. Ik zal bellen en uitleggen wanneer ik merkte dat hij weg was.
B

Nenne ein paar Dinge, die darin sind, aber teile keine Angaben aus persönlichen Dokumenten.

NE-ne ain paar DING-e, dee da-RIN zint, AA-ber TAI-le KAI-ne AAN-gaa-ben ows per-ZÖÖN-li-chen do-ko-MEN-ten. Noem een paar dingen die erin zitten, maar deel geen gegevens uit persoonlijke documenten.
A

In dem Portemonnaie sind ein Foto und eine gefaltete Notiz.

in deem port-mo-NEE zint ain FOO-to oent AIN-e ge-FAL-te-te no-TEETS. In de portemonnee zitten een foto en een opgevouwen briefje.
B

Diese Angaben sollten ausreichen, um es sicher zu identifizieren.

DEE-ze AAN-gaa-ben ZOL-ten OWS-rai-chen, oem es ZIE-cher tsoe i-den-ti-fi-TSIE-ren. De gegevens zouden genoeg moeten zijn om hem veilig te identificeren.
A

Wenn sie es haben, kann ich eine Zeit vereinbaren, um es abzuholen.

ven zee es HAA-ben, kan iech AIN-e TSait fer-AIN-baa-ren, oem es AP-tsoe-HOO-len. Als ze hem hebben, kan ik een tijd afspreken om hem op te halen.
B

Ruf jetzt an, und ich schaue noch einmal in deiner Tasche nach, während du wartest.

roef yetst AN, oent iech SJOW-e noch AIN-maal in DAI-ner TAS-je naach, VEE-rent doe VAR-test. Bel nu, en ik kijk nog een keer in je tas terwijl je wacht.

Woord voor woord

Ich “Ich” betekent hier “ik” en verwijst naar de persoon die haar portemonnee kwijt is. Het staat als onderwerp bij “Ich kann ... nicht finden” en wordt gebruikt wanneer je over jezelf spreekt.
kann “kann” geeft hier aan dat de spreker iets niet voor elkaar krijgt: ze kan haar portemonnee niet vinden. Het hoort bij het patroon “Ich kann ... nicht finden”, met de handeling in de infinitief aan het einde.
mein “mein” betekent hier “mijn” en geeft aan dat de portemonnee van de spreker is. Het staat direct voor “Portemonnaie”; bij andere zelfstandige naamwoorden verandert de vorm soms.
Portemonnaie “Portemonnaie” betekent “portemonnee”, het voorwerp waarover de gesprekspartners praten. Je gebruikt het om dit persoonlijke voorwerp te benoemen, bijvoorbeeld in “mein Portemonnaie”.
nicht “nicht” maakt de handeling in “nicht finden” negatief: de spreker kan de portemonnee niet vinden. Het staat hier vóór de infinitief “finden” en is bruikbaar om een handeling te ontkennen.
finden “finden” betekent hier “vinden” en staat bij “kann” voor de handeling die de spreker niet kan uitvoeren. De vorm is de infinitief na “kann”; het patroon is “etwas finden” voor iets terugvinden.
und “und” verbindt hier twee mededelingen: de spreker kan de portemonnee niet vinden en had hem eerder in het café. Je gebruikt het om gelijkwaardige informatie aan elkaar te koppelen.
zuletzt “zuletzt” betekent hier “voor het laatst” en geeft aan wanneer de spreker de portemonnee nog had. Het staat voor “hatte ich es” en kan informatie over het meest recente moment markeren.
hatte “hatte” betekent hier “had” en beschrijft dat de spreker de portemonnee eerder bij zich had. Het staat samen met “zuletzt” in “zuletzt hatte ich es im Café”, bijvoorbeeld om het laatste bekende moment aan te geven.
es “es” verwijst hier terug naar “Portemonnaie” en betekent “het”. In “hatte ich es” voorkomt het dat “Portemonnaie” opnieuw genoemd moet worden.
im “im” betekent hier “in het” en is de vaste verkorte vorm van “in dem”. In “im Café” geeft het de plaats aan waar de spreker de portemonnee voor het laatst had.
Café “Café” betekent “café” en noemt de plaats uit de eerste zin. Het staat na “im” in de plaatsaanduiding “im Café”.
Bereite “Bereite” betekent hier “bereid voor” en is een aansporing aan één persoon. Het hoort samen met “vor” bij “Bereite ... vor” en wordt gebruikt om iemand te vragen iets klaar te maken.
vor “vor” is hier het afgescheiden deel van het werkwoord “vorbereiten” in “Bereite ... vor”; samen betekent dit “bereid ... voor”. In deze zin staat het achteraan, zoals bij een afgescheiden werkwoord in deze werkwoordsvorm.
deinem “deinem” betekent hier “jouw” bij “Anruf” in “vor deinem Anruf”. De vorm staat na “vor” in deze tijdsaanduiding en verwijst naar de oproep van de aangesproken persoon.
Anruf “Anruf” betekent hier “telefoontje” of “oproep”. In “vor deinem Anruf” noemt het de oproep die nog moet plaatsvinden.
eine “eine” betekent hier “een” en leidt het zelfstandig naamwoord “Beschreibung” in. Samen vormt het “eine Beschreibung”, waarmee één beschrijving wordt aangeduid.
Beschreibung “Beschreibung” betekent hier “beschrijving” van het uiterlijk van de portemonnee. Het staat in “eine Beschreibung davon” en wordt gebruikt voor informatie waarmee je iets herkenbaar maakt.
davon “davon” betekent hier “daarvan” of “erover” en verwijst naar de portemonnee. In “eine Beschreibung davon, wie das Portemonnaie aussieht” leidt het de beschrijving van het voorwerp in.
wie “wie” betekent hier “hoe” en introduceert de informatie over het uiterlijk van de portemonnee. Het staat in “wie das Portemonnaie aussieht”, een patroon om te vragen of beschrijven hoe iets eruitziet.
aussieht “aussieht” betekent hier “eruitziet” en beschrijft het uiterlijk van de portemonnee. Het is de vorm van “aussehen” in “wie das Portemonnaie aussieht”; in deze bijzin staat het werkwoord achteraan.
ist “ist” betekent hier “is” en verbindt de portemonnee met de beschrijving die volgt. Het staat in “Es ist ...” wanneer je een voorwerp benoemt en beschrijft.
ein “ein” betekent hier “een” in “ein kleines schwarzes Portemonnaie”. Het leidt de beschrijving van één portemonnee in.
kleines “kleines” betekent hier “klein” en beschrijft het formaat van de portemonnee. Het staat vóór “Portemonnaie” en krijgt in deze combinatie de vorm “kleines”.
schwarzes “schwarzes” betekent hier “zwart” en beschrijft de kleur van de portemonnee. Het staat vóór “Portemonnaie” in de combinatie “ein kleines schwarzes Portemonnaie”.
mit “mit” betekent hier “met” en voegt een kenmerk toe aan de portemonnee. In “mit einer abgenutzten Ecke” introduceert het het onderdeel waarmee de portemonnee herkenbaar wordt beschreven.
einer “einer” betekent hier “een” bij “Ecke” in “mit einer abgenutzten Ecke”. Het staat na “mit” en leidt één beschreven hoek in.
abgenutzten “abgenutzten” betekent hier “versleten” en beschrijft de staat van de hoek. Het staat vóór “Ecke” in “einer abgenutzten Ecke” en geeft een zichtbaar herkenningskenmerk.
Ecke “Ecke” betekent hier “hoek”, namelijk een hoek van de portemonnee. In “eine abgenutzte Ecke” benoemt het een specifiek onderdeel dat je kunt gebruiken om iets te identificeren.
Das “Das” betekent hier “dat” en verwijst naar de zojuist gegeven beschrijving. In “Das sollte dem Personal helfen” wordt die informatie als hulp voor het personeel aangeduid.
sollte “sollte” geeft hier aan dat iets naar verwachting zou moeten helpen. Het staat in “Das sollte dem Personal helfen” en wordt gebruikt om een verwachte nuttige werking uit te drukken.
dem “dem” betekent hier “het” of “aan het” bij “Personal” in “dem Personal”. De combinatie verwijst naar de medewerkers die de portemonnee kunnen controleren.
Personal “Personal” betekent hier “personeel” of “medewerkers” van het café. In “dem Personal helfen” noemt het de mensen die de beschrijving kunnen gebruiken.
helfen “helfen” betekent hier “helpen” en beschrijft wat de gegevens voor het personeel zouden moeten doen. Het staat na “sollte” in het patroon “jemandem helfen, etwas zu überprüfen”.
zu “zu” is hier de infinitiefmarkeerder in “zu überprüfen” en betekent niet zelfstandig “naar”. De combinatie “helfen, das Portemonnaie zu überprüfen” geeft aan welke handeling geholpen wordt.
überprüfen “überprüfen” betekent hier “controleren” of “verifiëren” van de portemonnee. Het staat als infinitief in “das Portemonnaie zu überprüfen”, bijvoorbeeld wanneer iemand iets aan de hand van details controleert.
ohne “ohne” betekent hier “zonder” en introduceert wat het personeel niet hoeft te doen. In “ohne nach privaten Angaben zu fragen” beschrijft het dat men geen privégegevens hoeft op te vragen.
nach “nach” hoort hier bij het patroon “nach etwas fragen” en geeft aan waarnaar iemand vraagt. In “nach privaten Angaben zu fragen” gaat het om vragen naar privégegevens.
privaten “privaten” betekent hier “privé” en beperkt het soort gegevens waarnaar men niet moet vragen. Het staat vóór “Angaben” in “privaten Angaben”.
Angaben “Angaben” betekent hier “gegevens” of “informatie”, specifiek informatie uit persoonlijke documenten. Het staat in het patroon “nach Angaben fragen”, dus naar bepaalde gegevens vragen.
fragen “fragen” betekent hier “vragen” en staat in “nach privaten Angaben zu fragen”. Het patroon “nach etwas fragen” wordt gebruikt wanneer je naar bepaalde informatie vraagt.
werde “werde” helpt hier om de toekomstige handeling uit te drukken in “Ich werde anrufen”. Het staat samen met de infinitief “anrufen” en geeft aan wat de spreker zal doen.
anrufen “anrufen” betekent hier “telefonisch bellen”. Het staat na “werde” in “Ich werde anrufen” en is bruikbaar wanneer je telefonisch contact met iemand opneemt.
erklären “erklären” betekent hier “uitleggen” en verwijst naar het uitleggen van het moment waarop de portemonnee vermist werd. Het staat na “werde” in de gecoördineerde handeling “anrufen und erklären”.
wann “wann” betekent hier “wanneer” en vraagt naar het tijdstip waarop de spreker iets merkte. Het introduceert “wann ich bemerkt habe, dass es weg war”.
bemerkt “bemerkt” betekent hier “gemerkt” of “opgemerkt” in de zin over het moment waarop de spreker ontdekte dat de portemonnee weg was. Het staat samen met “habe” in “wann ich bemerkt habe”; de bijbehorende werkwoordsvorm is “bemerken”.
habe “habe” helpt hier samen met “bemerkt” om een eerdere waarneming uit te drukken: “bemerkt habe” betekent “heb gemerkt”. Het staat in de bijzin na “wann”.
dass “dass” betekent hier “dat” en leidt de inhoud van wat de spreker merkte in. In “dass es weg war” introduceert het de mededeling dat de portemonnee verdwenen was.
weg “weg” betekent hier “weg” of “niet meer aanwezig” en beschrijft de toestand van de portemonnee. In “dass es weg war” wordt hiermee uitgelegd wat de spreker had opgemerkt.
war “war” betekent hier “was” en beschrijft de eerdere toestand dat de portemonnee weg was. Het staat na “weg” in de bijzin “dass es weg war”.
Nenne “Nenne” betekent hier “noem” en is een directe aansporing om enkele voorwerpen te benoemen. Het staat vóór “ein paar Dinge” en wordt gebruikt wanneer je iemand vraagt iets met naam te vermelden.
paar “paar” betekent hier “een paar” en geeft aan dat slechts enkele dingen genoemd hoeven te worden. Het staat in de vaste combinatie “ein paar Dinge”.
Dinge “Dinge” betekent hier “dingen” of “voorwerpen” die in de portemonnee zitten. In “ein paar Dinge” verwijst het naar enkele herkenbare inhoudselementen.
die “die” verwijst hier terug naar “Dinge” en betekent “die”. Het introduceert de bijzin “die darin sind”, waarin wordt uitgelegd welke dingen bedoeld zijn.
darin “darin” betekent hier “daarin” of “erin” en verwijst naar de binnenkant van de portemonnee. In “Dinge, die darin sind” beschrijft het waar de genoemde dingen zich bevinden.
sind “sind” betekent hier “zijn” en beschrijft dat de genoemde dingen zich in de portemonnee bevinden. Het staat in de bijzin “die darin sind”.
aber “aber” betekent hier “maar” en zet het advies om enkele dingen te noemen tegenover de waarschuwing om geen documentgegevens te delen. Je gebruikt het om zo’n tegenstelling tussen twee mededelingen te verbinden.
teile “teile” betekent hier “deel” in de aansporing “teile keine Angaben”. Het vraagt de aangesproken persoon om bepaalde informatie niet met anderen te delen.
keine “keine” betekent hier “geen” en ontkent dat er gegevens uit persoonlijke documenten gedeeld moeten worden. Het staat direct vóór “Angaben” in “keine Angaben”.
aus “aus” betekent hier “uit” en geeft de herkomst van de gegevens aan. In “Angaben aus persönlichen Dokumenten” gaat het om informatie die uit persoonlijke documenten komt.
persönlichen “persönlichen” betekent hier “persoonlijke” en beschrijft de documenten waarvan de gegevens afkomstig zijn. Het staat vóór “Dokumenten” in “persönlichen Dokumenten”.
Dokumenten “Dokumenten” betekent hier “documenten”, zoals documenten met persoonlijke gegevens. In “Angaben aus persönlichen Dokumenten” benoemt het de bron waaruit die informatie komt.
In “In” betekent hier “in” en introduceert de plaats waar de inhoud zich bevindt. In “In dem Portemonnaie sind ...” staat het voorop om de inhoud van de portemonnee te beschrijven.
Foto “Foto” betekent hier “foto” en noemt één van de voorwerpen in de portemonnee. Het staat naast “eine gefaltete Notiz” als onderdeel van de inhoud.
gefaltete “gefaltete” betekent hier “opgevouwen” en beschrijft de toestand van de notitie. Het staat vóór “Notiz” in “eine gefaltete Notiz”.
Notiz “Notiz” betekent hier “briefje” of “notitie” en noemt het tweede voorwerp in de portemonnee. In “eine gefaltete Notiz” wordt het samen met een uiterlijk kenmerk beschreven.
Diese “Diese” betekent hier “deze” en verwijst naar de zojuist genoemde gegevens, zoals de foto en de notitie. In “Diese Angaben sollten ausreichen” worden die details als voldoende beschreven.
ausreichen “ausreichen” betekent hier “voldoende zijn” of “genoeg zijn”. Het staat na “sollten” in “sollten ausreichen” en beschrijft dat de gegevens genoeg zijn voor een veilige identificatie.
um “um” leidt hier het doel aan in “um es sicher zu identifizieren”: de gegevens zijn voldoende met het doel het voorwerp veilig te identificeren. Het hoort bij de constructie “um ... zu”.
sicher “sicher” betekent hier “veilig” en beschrijft hoe de portemonnee geïdentificeerd moet worden. Het staat vóór “zu identifizieren” in de doelconstructie “um es sicher zu identifizieren”.
identifizieren “identifizieren” betekent hier “identificeren” of vaststellen dat het om de juiste portemonnee gaat. Het staat in “um es sicher zu identifizieren”, een constructie voor het doel van de gegeven informatie.
Wenn “Wenn” betekent hier “als” en introduceert een voorwaarde: als het personeel de portemonnee heeft, kan de spreker een ophaalmoment regelen. Het staat aan het begin van de voorwaardelijke bijzin “Wenn sie es haben”.
sie “sie” betekent hier “zij” en verwijst naar het personeel van het café. In “Wenn sie es haben” is het de groep die de portemonnee mogelijk heeft.
haben “haben” betekent hier “hebben” en beschrijft de mogelijke situatie waarin het personeel de portemonnee bezit. Het staat in de bijzin “Wenn sie es haben”.
Zeit “Zeit” betekent hier “tijd” en verwijst naar een afgesproken moment om de portemonnee op te halen. In “eine Zeit vereinbaren” benoemt het een moment dat samen wordt vastgelegd.
vereinbaren “vereinbaren” betekent hier “afspreken” of “regelen” van een tijdstip. Het staat na “kann” in “kann ich eine Zeit vereinbaren” en wordt gebruikt voor het gezamenlijk vastleggen van een afspraak.
abzuholen “abzuholen” betekent hier “op te halen” en beschrijft het doel van de afgesproken tijd. Het staat in “eine Zeit vereinbaren, um es abzuholen”, met “es” als verwijzing naar de portemonnee.
Ruf “Ruf” betekent hier “bel” en is een directe aansporing aan één persoon. Het hoort samen met “an” bij “Ruf jetzt an”, de bevelsvorm van “anrufen”.
jetzt “jetzt” betekent hier “nu” en geeft aan dat de oproep meteen moet plaatsvinden. In “Ruf jetzt an” staat het tussen de aansporing en het afgescheiden deel “an”.
an “an” is hier het afgescheiden deel van “anrufen” in “Ruf jetzt an”; samen betekent dit “bel nu”. Bij deze werkwoordsvorm staat het partikel achteraan in de zin.
schaue “schaue” betekent hier “kijk” of “controleer” en beschrijft wat de spreker doet terwijl de ander belt. In “ich schaue ... in deiner Tasche nach” vormt het samen met “nach” de handeling van iets nakijken.
noch “noch” betekent hier “nog” in de combinatie “noch einmal” en draagt bij aan de betekenis “nog een keer”. Het wordt gebruikt om aan te geven dat dezelfde controle opnieuw gebeurt.
einmal “einmal” betekent hier “een keer” en vormt samen met “noch” de uitdrukking “noch einmal”, dus “nog een keer”. In deze zin verwijst het naar een herhaalde controle.
deiner “deiner” betekent hier “jouw” bij “Tasche” in “in deiner Tasche”. Het verwijst naar de tas van de aangesproken persoon.
Tasche “Tasche” betekent hier “tas” en noemt de plaats waarin de spreker opnieuw kijkt. De combinatie “in deiner Tasche” geeft aan waar de controle plaatsvindt.
während “während” betekent hier “terwijl” en verbindt de controle met de gelijktijdige handeling van wachten. Het leidt de bijzin “während du wartest” in.
du “du” betekent hier “jij” en verwijst naar de persoon die de oproep doet. Het is het onderwerp van “du wartest”.
wartest “wartest” betekent hier “wacht” en beschrijft wat de aangesproken persoon tijdens het telefoongesprek doet. Het staat in de bijzin “während du wartest” en hoort bij “du”.

Grammatica

Trennbare werkwoorden: het voorvoegsel staat in een hoofdzin achteraan.

Ich bereite die Beschreibung vor.

iech be-RAI-te dee be-SJRAI-boeng foor.

Ik bereid de beschrijving voor.

Bij werkwoorden zoals vorbereiten, anrufen en nachschauen staat het voorvoegsel in een hoofdzin achter het werkwoord.

Duits woordenschat

abgenutzt bijvoeglijk naamwoord
ap-ge-NOETST versleten abgenutzten
Anruf zelfstandig naamwoord
AN-roef telefoontje
aussehen werkwoord
OWS-ZEE-en eruitzien aussieht
Beschreibung zelfstandig naamwoord
be-SJRAI-boeng beschrijving
Café zelfstandig naamwoord
ka-FEE café
Ecke zelfstandig naamwoord
EK-ke hoek
finden werkwoord
FIN-den vinden finde
klein bijvoeglijk naamwoord
KLAIN klein kleines
Portemonnaie zelfstandig naamwoord
port-mo-NEE portemonnee
schwarz bijvoeglijk naamwoord
SJVARTS zwart schwarzes
vorbereiten werkwoord
foor-be-RAI-ten voorbereiden Bereite ... vor
zuletzt bijwoord
TSOE-LETST voor het laatst

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beschrijving

Antwoord tonenBeschreibung

portemonnee

Antwoord tonenPortemonnaie

voor het laatst

Antwoord tonenzuletzt

telefoontje

Antwoord tonenAnruf