Het bagagegewicht voor de vlucht beheren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before leaving for a flight, two adults weigh a suitcase and move or remove heavy items to stay within the baggage allowance..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Het bagagegewicht voor de vlucht beheren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Koffer fühlt sich schwer an, und die Gepäckgrenze ist wirklich streng.

main KOF-uh fuult zikh sjvee-uh an, oent die guh-PEK-grent-suh is virk-likh sjtreng. Mijn koffer voelt zwaar aan en de toegestane hoeveelheid bagage is echt streng.
B

Wiege ihn, bevor wir losgehen, damit du ihn jetzt neu packen kannst, falls es nötig ist.

VIE-guh ien, buh-FOO-uh vie-uh LOOS-GEE-un, da-MIT doe ien yets noy PAK-ken kanst, falfs es NEU-tikh ist. Weeg hem voordat we vertrekken, zodat je hem nu opnieuw kunt inpakken als dat nodig is.
A

Er ist über dem Limit, also muss ich etwas herausnehmen.

Eeh-uh ist uu-buh deem LI-mit, AL-zo moest ikh ET-vas heh-uh-AUS-nay-men. Hij is te zwaar, dus ik moet er iets uithalen.
B

Pack schwere Sachen in deinen Rucksack, wenn das zulässige Gewicht das erlaubt.

Pak sjvee-ruh ZAKH-en in DAI-nen ROEK-zak, ven das tsoe-LES-si-guh guh-VIKHT das eh-uh-LOUPT. Doe zware spullen in je rugzak als het toegestane gewicht dat toelaat.
A

Die Bücher sind wahrscheinlich das Hauptproblem.

Die Buu-khuh zint vaa-uh-SJAIN-likh das HAUPT-pro-bleem. De boeken zijn waarschijnlijk het grootste probleem.
B

Nimm nur das Buch mit, das du für den Flug brauchst.

Nim noor das boekh mit, das doe fuu-uh deen floek braukst. Neem alleen het boek mee dat je nodig hebt voor de vlucht.
B

Lass den Rest zu Hause.

Las deen rest tsoe HAU-zuh. Laat de rest thuis.
A

Ich kann die Jacke anziehen, statt sie einzupacken.

Ikh kan die YAK-uh AN-tsie-en, sjtat zie AIN-tsoe-PAK-ken. Ik kan de jas aantrekken in plaats van hem in te pakken.
B

Das sollte helfen, ohne dass du alles neu packen musst.

Das ZOL-tuh HEL-fen, OO-nuh das doe AL-les noy PAK-ken moest. Dat zou moeten helpen zonder dat je alles opnieuw hoeft in te pakken.
A

Jetzt ist er unter dem Limit.

Yets ist eeh-uh OEN-tuh deem LI-mit. Nu zit hij onder de limiet.
B

Dann können wir losgehen, ohne den Koffer am Schalter zu öffnen.

Dan kun-nen vie-uh LOOS-GEE-un, OO-nuh deen KOF-uh am SJAL-tuh tsoe UF-nen. Dan kunnen we vertrekken zonder de koffer bij de balie te openen.

Woord voor woord

Mein „Mein“ betekent in „Mein Koffer“: mijn. Het geeft aan dat de koffer bij de spreker hoort. Een bruikbaar patroon is „Mein + zelfstandig naamwoord“ wanneer je iets van jezelf noemt.
Koffer „Koffer“ betekent koffer, de bagage die in deze dialoog wordt gewogen. Het woord wordt gebruikt als onderwerp in „Mein Koffer fühlt sich schwer an“. Je kunt het combineren met bezit, zoals in „mein Koffer“.
fühlt „fühlt“ betekent hier voelt, in „fühlt sich schwer an“. Het is de vorm van „fühlen“ die bij „Mein Koffer“ hoort. Gebruik dit patroon om te zeggen hoe iets aanvoelt: „etwas fühlt sich ... an“.
sich „sich“ hoort bij het werkwoordpatroon „fühlt sich schwer an“ en maakt duidelijk dat de koffer zelf zo aanvoelt. Het is dus niet afzonderlijk het Nederlandse „zich“ in een losse vertaling. Het patroon „sich fühlen“ wordt gebruikt om een gevoel of indruk te beschrijven.
schwer „schwer“ betekent in „fühlt sich schwer an“: zwaar. Het beschrijft hoe de koffer aanvoelt. Je kunt het patroon „sich ... fühlen“ ook met andere zekere beschrijvingen gebruiken.
an „an“ is hier het afgescheiden deel van „fühlt sich schwer an“ en maakt samen met „fühlt“ de betekenis „aanvoelen“. Het staat aan het einde van deze hoofdzin. Leer het daarom als onderdeel van „sich schwer anfühlen“.
und „und“ verbindt in „Mein Koffer fühlt sich schwer an, und die Gepäckgrenze ...“ twee mededelingen. Het betekent en. Gebruik „und“ om twee samenhangende feiten of handelingen te verbinden.
die „die“ betekent in „die Gepäckgrenze“: de. In „Die Bücher“ staat dezelfde vorm met een hoofdletter omdat de zin daar begint. Gebruik „die“ vóór een zelfstandig naamwoord zoals „Gepäckgrenze“.
Gepäckgrenze „Gepäckgrenze“ betekent bagagegrens: de grens voor de hoeveelheid of het gewicht van de bagage. In de dialoog is deze grens streng. Het samengestelde woord wordt gebruikt in „die Gepäckgrenze ist ...“.
ist „ist“ betekent is en verbindt „die Gepäckgrenze“ met de beschrijving „wirklich streng“. Het is een vorm van „sein“. Gebruik „ist“ om één onderwerp met een toestand of eigenschap te verbinden.
wirklich „wirklich“ betekent hier echt en versterkt de beschrijving „wirklich streng“. Het laat zien dat de spreker de strengheid nadrukkelijk benadrukt. Het kan vóór een bijvoeglijke beschrijving staan, zoals in „wirklich streng“.
streng „streng“ betekent streng en beschrijft hier de „Gepäckgrenze“. De spreker bedoelt dat de toegestane grens weinig ruimte laat. Je kunt „streng“ gebruiken voor regels of grenzen die nauw worden toegepast.
Wiege „Wiege“ betekent weeg en is hier een aansporing om de koffer te wegen. Het is de gebiedende vorm van „wiegen“. Gebruik deze vorm wanneer je iemand direct vraagt iets te wegen.
ihn „ihn“ betekent hem en verwijst in „Wiege ihn“ naar de koffer. Het staat als voorwerp bij de opdracht. Een bruikbaar patroon is „Wiege ihn“ wanneer het eerder genoemde mannelijke voorwerp opnieuw wordt genoemd.
bevor „bevor“ betekent voordat en leidt de tijdsbepaling „bevor wir losgehen“ in. Het wegen moet eerst gebeuren en het vertrek daarna. Gebruik „bevor“ om een eerdere handeling tegenover een latere handeling te plaatsen.
wir „wir“ betekent we en verwijst naar de twee mensen die samen zullen vertrekken. In „bevor wir losgehen“ is het de handelende persoon van de bijzin. Gebruik „wir“ wanneer de spreker zichzelf samen met anderen bedoelt.
losgehen „losgehen“ betekent hier vertrekken of weggaan. In „bevor wir losgehen“ gaat het om het moment waarop de twee mensen vertrekken. Je kunt het gebruiken voor het beginnen van een reis of het weggaan uit een plaats.
damit „damit“ betekent zodat en leidt het doel van het wegen in: „damit du ihn jetzt neu packen kannst“. De koffer wordt gewogen om eventueel opnieuw te kunnen inpakken. Gebruik „damit“ vóór een bijzin die het doel uitlegt.
du „du“ betekent je en spreekt de andere persoon direct aan. In „damit du ihn jetzt neu packen kannst“ is „du“ degene die de koffer opnieuw kan inpakken. Gebruik „du“ voor één informeel aangesproken persoon.
jetzt „jetzt“ betekent nu en verwijst naar het huidige moment waarop de koffer opnieuw kan worden ingepakt. Het staat in „du ihn jetzt neu packen kannst“. Gebruik het om een handeling aan het huidige moment te koppelen.
neu „neu“ betekent hier opnieuw in „neu packen“, niet dat de koffer nieuw is. Het geeft aan dat het inpakken nog een keer moet gebeuren. Een bruikbaar patroon is „etwas neu packen“ wanneer je de inhoud opnieuw ordent.
packen „packen“ betekent inpakken in „neu packen“. Het staat na „kannst“ als de handeling die de aangesproken persoon kan uitvoeren. Gebruik „packen“ voor het in een koffer of tas doen van spullen.
kannst „kannst“ betekent kunt en drukt hier de mogelijkheid uit om de koffer opnieuw in te pakken. Het hoort bij „du“ in „du ... neu packen kannst“. Een bruikbaar patroon is „du kannst + infinitief“ voor wat iemand kan doen.
falls „falls“ betekent als of indien en leidt de voorwaarde „falls es nötig ist“ in. Opnieuw inpakken gebeurt alleen wanneer dat nodig blijkt. Gebruik „falls“ voor een mogelijke voorwaarde.
es „es“ betekent hier het en verwijst in „falls es nötig ist“ naar de situatie of handeling die nodig kan zijn. Samen met „nötig“ beschrijft het of opnieuw inpakken vereist is. Gebruik „es“ in zulke algemene verwijzingen naar een situatie.
nötig „nötig“ betekent nodig in „falls es nötig ist“. Het beschrijft of opnieuw inpakken vereist is. Je kunt „nötig sein“ gebruiken om aan te geven dat iets noodzakelijk is.
Er „Er“ betekent hij en verwijst hier naar de koffer. De hoofdletter komt doordat het woord aan het begin van de zin staat: „Er ist über dem Limit“. Gebruik „er“ om eerder genoemde mannelijke zelfstandige naamwoorden te vervangen.
über „über“ betekent in „über dem Limit“: boven of over de limiet heen. Het geeft aan dat het gewicht de toegestane grens overschrijdt. Gebruik het patroon „über dem Limit sein“ voor een overschrijding van een grens.
dem „dem“ hoort in „über dem Limit“ bij het zelfstandig naamwoord „Limit“ en betekent hier de. In deze vaste beschrijving staat het na „über“. Gebruik de hele combinatie „über dem Limit“ om aan te geven dat iets boven een grens ligt.
Limit „Limit“ betekent limiet of grens. In „über dem Limit“ gaat het om de toegestane bagagegrens. Je kunt „Limit“ gebruiken bij een gewicht, hoeveelheid of andere grens.
also „also“ betekent dus en leidt de gevolgtrekking „also muss ich etwas herausnehmen“ in. Omdat de koffer te zwaar is, volgt de noodzaak om iets eruit te halen. Gebruik „also“ om een gevolg of conclusie aan te kondigen.
muss „muss“ betekent moet en drukt hier noodzaak uit: de spreker moet iets uit de koffer halen. Het hoort bij „ich“ in „ich ... herausnehmen“. Een bruikbaar patroon is „ich muss + infinitief“ voor iets dat noodzakelijk is.
ich „ich“ en „Ich“ betekenen ik. „ich“ staat hier na „muss“, terwijl „Ich“ in „Ich kann ...“ aan het begin van een zin staat en daarom een hoofdletter heeft. Gebruik het om naar jezelf als spreker te verwijzen.
etwas „etwas“ betekent iets en verwijst hier naar een niet nader genoemd voorwerp dat uit de koffer wordt gehaald. Het staat in „etwas herausnehmen“. Gebruik „etwas“ wanneer je een onbepaald ding bedoelt.
herausnehmen „herausnehmen“ betekent eruit halen, hier iets uit de koffer halen. Het staat als infinitief na „muss“. Gebruik het voor het verwijderen van een voorwerp uit een tas, koffer of andere ruimte.
Pack „Pack“ betekent hier pak en is een directe opdracht om spullen in de rugzak te doen. Het is de gebiedende vorm van „packen“, niet het zelfstandig naamwoord „pak“. Gebruik „Pack“ wanneer je iemand rechtstreeks vraagt iets in te pakken.
schwere „schwere“ betekent zware en beschrijft in „schwere Sachen“ de spullen die naar de rugzak moeten. De vorm staat vóór het meervoudige „Sachen“. Gebruik het patroon „schwere Sachen“ voor zware voorwerpen.
Sachen „Sachen“ betekent spullen of dingen. In de dialoog gaat het om zware voorwerpen uit de koffer. Gebruik „Sachen“ voor meerdere, niet nader gespecificeerde voorwerpen.
in „in“ betekent hier in en geeft de bestemming van de spullen aan: „in deinen Rucksack“. Het beschrijft dat de spullen naar de rugzak worden verplaatst. Gebruik „in“ met een tas, koffer of andere plaats waar iets in gaat.
deinen „deinen“ betekent jouw of je in „deinen Rucksack“. Het geeft aan dat de rugzak van de aangesproken persoon is. Gebruik „deinen“ vóór het mannelijke woord „Rucksack“ in deze combinatie.
Rucksack „Rucksack“ betekent rugzak. In „in deinen Rucksack“ is het de tas waarnaar de zware spullen worden verplaatst. Je kunt het gebruiken voor bagage die je op je rug draagt.
wenn „wenn“ betekent als of wanneer en leidt de voorwaarde „wenn das zulässige Gewicht das erlaubt“ in. De spullen mogen alleen naar de rugzak als het toegestane gewicht dat mogelijk maakt. Gebruik „wenn“ voor een voorwaarde of een situatie die zich kan voordoen.
das „das“ en „Das“ hebben in deze dialoog verschillende functies. In „das zulässige Gewicht“ is „das“ het lidwoord bij „Gewicht“; in „das erlaubt“ en „Das sollte helfen“ verwijst het naar iets dat eerder is genoemd. De hoofdletter in „Das“ komt doordat de zin daar begint.
zulässige „zulässige“ betekent toegestane in „das zulässige Gewicht“. Het beschrijft welk gewicht volgens de bagageregel is toegestaan. Gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een toegestane grens of hoeveelheid benoemt.
Gewicht „Gewicht“ betekent gewicht. Hier gaat het om het gewicht dat de rugzak volgens de bagageregel mag hebben. Een bruikbaar patroon is „das zulässige Gewicht“ voor een toegestane gewichtsgrens.
erlaubt „erlaubt“ betekent hier toestaat in „wenn das zulässige Gewicht das erlaubt“. Het toegestane gewicht maakt het mogelijk om de spullen in de rugzak te doen. Gebruik „etwas erlaubt“ wanneer een regel of omstandigheid iets mogelijk maakt.
Bücher „Bücher“ betekent boeken en is het meervoud van „Buch“. In de dialoog worden de boeken als waarschijnlijk hoofdprobleem voor het gewicht genoemd. Gebruik „Bücher“ wanneer je meerdere boeken bedoelt.
sind „sind“ betekent zijn en hoort hier bij het meervoudige onderwerp „Die Bücher“. Het verbindt de boeken met de beschrijving „wahrscheinlich das Hauptproblem“. Gebruik „sind“ bij een meervoudig onderwerp om een toestand of beoordeling uit te drukken.
wahrscheinlich „wahrscheinlich“ betekent waarschijnlijk en maakt de uitspraak over de boeken minder absoluut. De spreker denkt dat zij het hoofdprobleem zijn, maar presenteert dat als inschatting. Gebruik het om een waarschijnlijkheid aan te geven.
Hauptproblem „Hauptproblem“ betekent hoofdprobleem: het belangrijkste probleem in deze situatie. In „das Hauptproblem“ verwijst het naar de boeken als voornaamste oorzaak van het overgewicht. Gebruik het samengestelde woord wanneer één probleem centraal staat.
Nimm „Nimm“ betekent neem en is een directe opdracht in „Nimm nur das Buch mit“. Het is de gebiedende vorm van „nehmen“ en krijgt samen met „mit“ de betekenis meenemen. Gebruik „Nimm ... mit“ om iemand te zeggen iets mee te nemen.
nur „nur“ betekent alleen en beperkt hier wat moet worden meegenomen tot één boek. Het staat vóór „das Buch“ in „Nimm nur das Buch mit“. Gebruik „nur“ om een keuze of hoeveelheid te beperken.
Buch „Buch“ betekent boek en verwijst hier naar het ene boek dat nodig is voor de vlucht. Het staat in „das Buch“, met „das“ ervoor. Gebruik „Buch“ voor één boek; het meervoud „Bücher“ staat eerder in de dialoog.
mit „mit“ is hier het afgescheiden werkwoorddeel in „Nimm nur das Buch mit“ en voegt de betekenis mee toe. Het staat aan het einde van de opdracht. Leer de combinatie „etwas mitnehmen“ voor iets meenemen.
für „für“ betekent voor en geeft in „für den Flug“ aan waarvoor het boek nodig is. Het verbindt het boek met het doel of de gelegenheid van de vlucht. Gebruik „für“ om het doel van een voorwerp of handeling te noemen.
den „den“ hoort in „den Flug“ bij het mannelijke zelfstandig naamwoord „Flug“ en betekent de. Samen vormt het „für den Flug“. Gebruik dit lidwoord in deze vaste combinatie voor de vlucht.
Flug „Flug“ betekent vlucht. In „für den Flug“ gaat het om de vlucht waarvoor één boek wordt meegenomen. Gebruik „Flug“ voor een vliegreis of de betreffende vlucht.
brauchst „brauchst“ betekent nodig hebt in „das du für den Flug brauchst“. Het zegt welk boek de aangesproken persoon voor de vlucht nodig heeft. Gebruik „du brauchst + zelfstandig naamwoord“ om te zeggen wat iemand nodig heeft.
Lass „Lass“ betekent laat en is een directe opdracht in „Lass den Rest zu Hause“. Het is de gebiedende vorm van „lassen“. Gebruik „Lass ...“ om iemand te zeggen dat iets ergens moet blijven.
Rest „Rest“ betekent de rest, dus alles wat na het gekozen boek overblijft. In „den Rest zu Hause“ gaat het om de andere boeken of spullen. Gebruik „der Rest“ voor wat overblijft van een geheel.
zu Hause „zu Hause“ betekent thuis en vormt samen één vaste uitdrukking in „Lass den Rest zu Hause“. „zu“ en „Hause“ dragen hier samen de betekenis van de plaats waar iets blijft; vertaal ze niet afzonderlijk als „naar“ en „huis“. Gebruik „zu Hause“ om verblijf in de eigen woning aan te geven.
kann „kann“ betekent kan en drukt hier de mogelijkheid uit om de jas aan te trekken. Het hoort bij „ich“ in „Ich kann die Jacke anziehen“. Een bruikbaar patroon is „ich kann + infinitief“ voor iets wat je kunt doen.
Jacke „Jacke“ betekent jas. In de dialoog wordt de jas aangetrokken in plaats van in de koffer gepakt. Je kunt „Jacke“ gebruiken in combinaties met werkwoorden voor kleding, zoals „die Jacke anziehen“.
anziehen „anziehen“ betekent aantrekken, hier kleding aantrekken. Het staat als infinitief na „kann“ in „Ich kann die Jacke anziehen“. Gebruik het met een kledingstuk als voorwerp.
statt „statt“ betekent in plaats van en contrasteert in „statt sie einzupacken“ het aantrekken van de jas met het inpakken ervan. Het introduceert hier de handeling die niet wordt uitgevoerd. Gebruik „statt + infinitief met zu“ voor een alternatief.
sie „sie“ betekent haar en verwijst hier naar „die Jacke“. In „statt sie einzupacken“ is de jas het voorwerp van „einzupacken“. Gebruik „sie“ om naar dit eerder genoemde vrouwelijke voorwerp te verwijzen.
einzupacken „einzupacken“ betekent in te pakken in „statt sie einzupacken“. Het is de vorm van „einpacken“ met „zu“ binnen het afgescheiden werkwoord. Gebruik „statt ... einzupacken“ wanneer iets niet wordt ingepakt maar op een andere manier wordt meegenomen.
sollte „sollte“ betekent zou moeten en drukt hier een verwachte uitkomst uit: het aantrekken van de jas zou moeten helpen. Het hoort bij „Das“ in „Das sollte helfen“. Gebruik „sollte“ om een verwachting of voorzichtige inschatting te formuleren.
helfen „helfen“ betekent helpen en verwijst hier naar het verminderen van het probleem met het bagagegewicht. Het staat na „sollte“ als de verwachte handeling of uitwerking. Gebruik „etwas hilft“ of „etwas sollte helfen“ voor iets dat een probleem kan verlichten.
ohne „ohne“ betekent zonder en leidt hier de bijzin „ohne dass du alles neu packen musst“ in. De spreker verwacht hulp zonder dat opnieuw alles ingepakt hoeft te worden. Gebruik „ohne dass“ wanneer je een omstandigheid uitsluit.
dass „dass“ betekent dat en leidt de bijzin „dass du alles neu packen musst“ in. Het maakt duidelijk welke handeling niet nodig zou moeten zijn. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde.
alles „alles“ betekent alles en verwijst hier naar de volledige inhoud van de koffer. In „alles neu packen“ zou de hele koffer opnieuw moeten worden ingepakt. Gebruik „alles“ wanneer je een volledig geheel bedoelt.
musst „musst“ betekent moet en drukt in „du alles neu packen musst“ noodzaak uit. Het hoort bij „du“ en staat aan het einde van de bijzin. Gebruik „du musst + infinitief“ voor iets wat iemand moet doen.
unter „unter“ betekent onder in „unter dem Limit“. Het geeft aan dat het gewicht nu beneden de toegestane grens ligt. Gebruik het patroon „unter dem Limit sein“ voor een waarde die een grens niet overschrijdt.
Dann „Dann“ betekent dan en verwijst naar het gevolg van het feit dat het gewicht onder de limiet is. In „Dann können wir losgehen“ introduceert het de volgende mogelijkheid. Gebruik „dann“ om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
können „können“ betekent kunnen en drukt hier uit dat de twee mensen nu kunnen vertrekken. Het staat bij „wir“ in „wir können losgehen“. Gebruik „wir können + infinitief“ voor een gezamenlijke mogelijkheid.
am „am“ betekent hier bij de of aan de in „am Schalter“, de balie op de luchthaven. Het is de vaste verkorte vorm van „an dem“ in deze plaatsaanduiding. Gebruik „am Schalter“ wanneer je bedoelt dat iets bij de balie gebeurt.
Schalter „Schalter“ betekent balie, hier de balie waar bagage wordt afgegeven of gecontroleerd. In „am Schalter“ benoemt het de plaats van de handeling. Gebruik „am Schalter“ in een luchthaven- of loketcontext.
zu „zu“ is in „zu öffnen“ de infinitiefmarkeerder bij „öffnen“ en betekent hier niet zelfstandig „naar“. Samen vormen ze „zu öffnen“: te openen. Gebruik „ohne ... zu + infinitief“ wanneer dezelfde persoon een handeling niet uitvoert.
öffnen „öffnen“ betekent openen, hier de koffer openen bij de balie. Het staat in „ohne den Koffer am Schalter zu öffnen“. Gebruik het met iets dat open kan, zoals een koffer, deur of tas.

Grammatica

sich anfühlen: fühlt sich ... an

Der Koffer fühlt sich schwer an.

dee-uh KOF-uh fuult zikh sjvee-uh an.

De koffer voelt zwaar aan.

Het wederkerend voornaamwoord staat in het midden; bij dit scheidbare werkwoord komt an achteraan.

bevor + werkwoord achteraan

Bevor der Flug losgeht, packe ich neu.

buh-FOO-uh dee-uh FLOEK LOOS-GAYT, PAK-uh ikh noy.

Voordat de vlucht vertrekt, pak ik opnieuw in.

Na bevor staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

Duits woordenschat

bevor voegwoord
buh-FOO-uh voordat
Gepäckgrenze zelfstandig naamwoord
guh-PEK-grent-suh bagagelimiet
Koffer zelfstandig naamwoord
KOF-uh koffer
losgehen werkwoord
LOOS-GEE-un vertrekken
neu bijwoord
noy opnieuw
nötig bijvoeglijk naamwoord
NEU-tikh nodig
packen werkwoord
PAK-ken inpakken Pack
schwer bijvoeglijk naamwoord
sjvee-uh zwaar
sich anfühlen werkwoord
zikh an-FUU-len aanvoelen fühlt sich ... an
streng bijvoeglijk naamwoord
sjtreng streng
über voorzetsel
UU-buh boven
wiegen werkwoord
VIE-gen wegen Wiege

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De boeken zijn waarschijnlijk het grootste probleem.

Antwoord tonenDie Bücher sind wahrscheinlich das Hauptproblem.

Laat de rest thuis.

Antwoord tonenLass den Rest zu Hause.

Nu zit hij onder de limiet.

Antwoord tonenJetzt ist er unter dem Limit.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vertrekken

Antwoord tonenlosgehen

voordat

Antwoord tonenbevor

wegen

Antwoord tonenWiege

zwaar

Antwoord tonenschwer