Het bagagegewicht voor de vlucht beheren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before leaving for a flight, two adults weigh a suitcase and move or remove heavy items to stay within the baggage allowance..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Het bagagegewicht voor de vlucht beheren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Koffer fühlt sich schwer an, und die Gepäckgrenze ist wirklich streng.

main KOF-uh fuult zikh sjvee-uh an, oent die guh-PEK-grent-suh is virk-likh sjtreng. Mijn koffer voelt zwaar aan en de toegestane hoeveelheid bagage is echt streng.
B

Wiege ihn, bevor wir losgehen, damit du ihn jetzt neu packen kannst, falls es nötig ist.

VIE-guh ien, buh-FOO-uh vie-uh LOOS-GEE-un, da-MIT doe ien yets noy PAK-ken kanst, falfs es NEU-tikh ist. Weeg hem voordat we vertrekken, zodat je hem nu opnieuw kunt inpakken als dat nodig is.
A

Er ist über dem Limit, also muss ich etwas herausnehmen.

Eeh-uh ist uu-buh deem LI-mit, AL-zo moest ikh ET-vas heh-uh-AUS-nay-men. Hij is te zwaar, dus ik moet er iets uithalen.
B

Pack schwere Sachen in deinen Rucksack, wenn das zulässige Gewicht das erlaubt.

Pak sjvee-ruh ZAKH-en in DAI-nen ROEK-zak, ven das tsoe-LES-si-guh guh-VIKHT das eh-uh-LOUPT. Doe zware spullen in je rugzak als het toegestane gewicht dat toelaat.
A

Die Bücher sind wahrscheinlich das Hauptproblem.

Die Buu-khuh zint vaa-uh-SJAIN-likh das HAUPT-pro-bleem. De boeken zijn waarschijnlijk het grootste probleem.
B

Nimm nur das Buch mit, das du für den Flug brauchst.

Nim noor das boekh mit, das doe fuu-uh deen floek braukst. Neem alleen het boek mee dat je nodig hebt voor de vlucht.
B

Lass den Rest zu Hause.

Las deen rest tsoe HAU-zuh. Laat de rest thuis.
A

Ich kann die Jacke anziehen, statt sie einzupacken.

Ikh kan die YAK-uh AN-tsie-en, sjtat zie AIN-tsoe-PAK-ken. Ik kan de jas aantrekken in plaats van hem in te pakken.
B

Das sollte helfen, ohne dass du alles neu packen musst.

Das ZOL-tuh HEL-fen, OO-nuh das doe AL-les noy PAK-ken moest. Dat zou moeten helpen zonder dat je alles opnieuw hoeft in te pakken.
A

Jetzt ist er unter dem Limit.

Yets ist eeh-uh OEN-tuh deem LI-mit. Nu zit hij onder de limiet.
B

Dann können wir losgehen, ohne den Koffer am Schalter zu öffnen.

Dan kun-nen vie-uh LOOS-GEE-un, OO-nuh deen KOF-uh am SJAL-tuh tsoe UF-nen. Dan kunnen we vertrekken zonder de koffer bij de balie te openen.

Uitleg van de zinnen

  1. Mein Koffer fühlt sich schwer an, und die Gepäckgrenze ist wirklich streng.

    Mijn koffer voelt zwaar aan en de toegestane hoeveelheid bagage is echt streng.

    Koffer
    koffer
    fühlt sich … an
    voelt ... aan
    schwer
    zwaar
    Gepäckgrenze
    toegestane bagagehoeveelheid
    wirklich
    echt
    streng
    streng
    Uitgebreide uitleg

    Koffer betekent hier “koffer”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Koffer. Het meervoud is die Koffer; de vorm van het zelfstandig naamwoord verandert daar dus niet. Voorbeeld: Der Koffer ist voll. — “De koffer is vol.” fühlt sich ... an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen, “aanvoelen”. fühlt is de tegenwoordige tijd bij er/sie/es van anfühlen; de persoonsuitgang zit dus op fühlt, terwijl an in deze hoofdzin aan het einde staat. sich is hier het reflexieve voornaamwoord dat bij het onderwerp der Koffer hoort. Het patroon is sich anfühlen + bijvoeglijk naamwoord: Der Stoff fühlt sich weich an. — “De stof voelt zacht aan.” In een bijzin blijft het werkwoord bijeen: ..., weil sich der Stoff weich anfühlt. — “... omdat de stof zacht aanvoelt.” schwer betekent hier “zwaar” en beschrijft hoe de koffer aanvoelt. Het is een bijvoeglijk naamwoord; na sich anfühlen staat het hier als naamwoordelijk deel zonder verbuigingsuitgang. Het tegenovergestelde is leicht, “licht”. Voorbeeld: Die Tasche fühlt sich leicht an. — “De tas voelt licht aan.” Gepäckgrenze betekent “bagagegrens” of, in deze context, “toegestane hoeveelheid bagage”. Het is een samenstelling van Gepäck (“bagage”) en Grenze (“grens”); het laatste deel bepaalt het grammaticale geslacht: die Grenze, dus die Gepäckgrenze. Het meervoud is Gepäckgrenzen. Voorbeeld: Die Gepäckgrenze ist niedrig. — “De bagagegrens is laag.” wirklich is een bijwoord met de betekenis “echt” of “werkelijk”. Het versterkt hier streng: de grens is niet alleen streng, maar werkelijk streng. Voorbeeld: Das ist wirklich wichtig. — “Dat is echt belangrijk.” streng betekent hier “streng” en beschrijft de Gepäckgrenze: de toegestane bagagehoeveelheid wordt als streng gekarakteriseerd. Het kan ook mensen, regels of voorwaarden beschrijven, maar hier gaat het om de bagagebeperking. Voorbeeld: Die Regel ist streng. — “De regel is streng.” De eerste deelzin Mein Koffer fühlt sich schwer an betekent dat mijn koffer zwaar aanvoelt. Mein geeft hier aan dat de koffer bij de spreker hoort. De vorm mein staat hier omdat Koffer een mannelijk zelfstandig naamwoord is en de woordgroep in de nominatief enkelvoud staat; in andere naamvallen kan de vorm van de bezittelijke bepaler veranderen. De tweede deelzin die Gepäckgrenze ist wirklich streng zegt dat de toegestane bagagehoeveelheid echt streng is. Und verbindt beide beweringen: de koffer voelt zwaar aan, en de bagagelimiet is streng.

  2. Wiege ihn, bevor wir losgehen, damit du ihn jetzt neu packen kannst, falls es nötig ist.

    Weeg hem voordat we vertrekken, zodat je hem nu opnieuw kunt inpakken als dat nodig is.

    Wiege
    weeg
    ihn
    hem
    losgehen
    vertrekken
    neu packen
    opnieuw inpakken
    kannst
    kunt
    nötig
    nodig
    falls es nötig ist
    als dat nodig is
    Uitgebreide uitleg

    Wiege is de gebiedende wijs van wiegen (“wegen”) voor één persoon die met du wordt aangesproken. Het onderwerp wordt in dit bevel niet uitgesproken. Voorbeeld: Wiege den Koffer. = “Weeg de koffer.” ihn betekent hier “hem” en is de accusatief enkelvoud van het mannelijke persoonlijke voornaamwoord er. Volgens de vertaling en de context verwijst het hier naar de koffer. Voorbeeld: Ich sehe ihn. = “Ik zie hem.” losgehen betekent hier “vertrekken”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat het als Wir gehen los. Na bevor blijft het in de infinitief aan het einde van de bijzin: bevor wir losgehen = “voordat we vertrekken”. Voorbeeld: Bevor wir essen, waschen wir uns die Hände. = “Voordat we eten, wassen we onze handen.” neu packen betekent hier “opnieuw inpakken”. packen betekent “pakken/inpakken”, en neu geeft in deze combinatie aan dat het opnieuw gebeurt. Voorbeeld: Ich muss den Koffer neu packen. = “Ik moet de koffer opnieuw inpakken.” kannst is de tweede persoon enkelvoud van können (“kunnen”). Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: du kannst ihn packen = “je kunt hem inpakken”. In damit du ihn jetzt neu packen kannst staat kannst achteraan omdat dit een bijzin is; damit leidt hier een doelzin in: “zodat je hem nu opnieuw kunt inpakken”. nötig is het bijvoeglijk naamwoord “nodig”. In falls es nötig ist staat het na sein: ist is de vorm van sein bij es. falls leidt een voorwaardelijke bijzin in. Voorbeeld: Wir ändern den Plan, falls es nötig ist. = “We veranderen het plan als dat nodig is.” Het voornaamwoord es verwijst hier naar de relevante situatie of handeling, zonder dat de zin een specifieker zelfstandig naamwoord noemt. De zin begint met het bevel Wiege ihn: “Weeg hem.” bevor wir losgehen zegt dat dit vóór het vertrek moet gebeuren. damit du ihn jetzt neu packen kannst noemt het doel: zodat je hem nu opnieuw kunt inpakken. falls es nötig ist maakt dat doel voorwaardelijk: als dat nodig is. Samen betekent de zin: “Weeg hem voordat we vertrekken, zodat je hem nu opnieuw kunt inpakken als dat nodig is.”

  3. Er ist über dem Limit, also muss ich etwas herausnehmen.

    Hij is te zwaar, dus ik moet er iets uithalen.

    Er
    hij
    ist
    is
    über dem Limit
    boven de limiet
    also
    dus
    muss ich
    moet ik
    etwas
    iets
    herausnehmen
    eruit halen
    Uitgebreide uitleg

    Er betekent hier “hij” en is een persoonlijk voornaamwoord in de nominatief: het is het onderwerp van de eerste deelzin. De vorm is mannelijk enkelvoud; de concrete referent wordt door deze zin niet als zelfstandig naamwoord genoemd. In het Duits kan grammaticaal mannelijk geslacht ook bij een voorwerp horen. ist is de vorm van sein voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Vergelijk: ich bin, du bist, er ist. Voorbeeld: Er ist müde. — “Hij is moe.” über dem Limit drukt hier uit dat iets boven de toegestane grens zit; in deze context gaat het om te veel gewicht. über krijgt hier dem, de datiefvorm van het lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Limit: über dem Limit. Het is niet hetzelfde als een concrete plaatsaanduiding zoals “boven op de limiet”; de hele uitdrukking geeft overschrijding van een grens aan. also verbindt een gevolg met wat eraan voorafgaat: “dus” of “daarom”. Voorbeeld: Es regnet, also bleibe ich zu Hause. — “Het regent, dus ik blijf thuis.” muss ich bestaat uit de eerste-persoonsvorm muss van het modale werkwoord müssen en het onderwerp ich. müssen geeft hier noodzaak aan. In een gewone hoofdzin zonder voorafgaand verbindend element staat vaak Ich muss ...; na also staat hier het werkwoord vóór het onderwerp: also muss ich .... Het modale werkwoord wordt vervoegd, terwijl het andere werkwoord als infinitief aan het einde staat. etwas betekent “iets” en verwijst naar een niet nader bepaald ding of een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het woord zelf verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Ich möchte etwas essen. — “Ik wil iets eten.” herausnehmen betekent “eruit halen” of “uitnemen”. Het is een scheidbaar werkwoord, opgebouwd uit heraus- en nehmen; de infinitief is herausnehmen. Met müssen blijft de infinitief aan het einde: Ich muss etwas herausnehmen. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord splitst het werkwoord: Ich nehme etwas heraus. — “Ik haal iets eruit.” Samen betekent Er ist über dem Limit dat de bedoelde persoon of zaak boven de toegestane limiet zit, hier volgens de vaste vertaling: te zwaar. also muss ich etwas herausnehmen geeft vervolgens het gevolg en de noodzakelijke handeling: “dus moet ik er iets uithalen.” De volledige zin is daarmee: “Hij is te zwaar, dus ik moet er iets uithalen.”

  4. Pack schwere Sachen in deinen Rucksack, wenn das zulässige Gewicht das erlaubt.

    Doe zware spullen in je rugzak als het toegestane gewicht dat toelaat.

    Pack
    pak in
    schwere
    zware
    Sachen
    spullen
    Rucksack
    rugzak
    zulässige
    toegestane
    Gewicht
    gewicht
    erlaubt
    toelaat
    Uitgebreide uitleg

    Pack is de gebiedende wijs voor één persoon van packen (inpakken): du packst → Pack!. Het onderwerp du staat hier niet apart; de vorm maakt de aanspreekvorm duidelijk. schwere beschrijft Sachen en betekent hier “zwaar”. De basisvorm is schwer; de vergrotende trap is schwerer. In schwere Sachen staat het bijvoeglijk naamwoord in de accusatief meervoud. Omdat er geen lidwoord vóór deze woordgroep staat, draagt schwere hier de duidelijke meervoudsuitgang -e. Sachen is het meervoud van die Sache en betekent hier “spullen” of “zaken”. Het is het lijdend voorwerp van Pack: wat moet worden ingepakt? Voorbeeld: Ich packe meine Sachen. — “Ik pak mijn spullen in.” Rucksack is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Rucksack, meervoud die Rucksäcke. In in deinen Rucksack geeft in met de accusatief een richting naar binnen aan. deinen is de accusatief enkelvoud mannelijk van dein; samen betekent de woordgroep “in je rugzak”. zulässige betekent “toegestane” of “toelaatbare”. De basisvorm is zulässig. In das zulässige Gewicht staat het bijvoeglijk naamwoord na het bepaalde lidwoord das, waardoor het de uitgang -e krijgt. Het beschrijft Gewicht, niet de handeling van inpakken. Gewicht is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gewicht, meervoud die Gewichte. In deze zin is het gewicht het onderwerp van de bijzin: het toegestane gewicht bepaalt of de handeling mogelijk is. Voorbeeld: Das Gewicht ist zu hoch. — “Het gewicht is te hoog.” erlaubt is hier de derde persoon enkelvoud van erlauben in de tegenwoordige tijd: “toelaat”. De vorm kan ook een voltooid deelwoord of bijvoeglijk naamwoord zijn, maar in das erlaubt is het een persoonsvorm. Het onderwerp is das zulässige Gewicht; das verwijst in de vaste betekenis naar de voorafgaande handeling of inhoud, zoals in de vertaling “dat”. De hoofdzin bestaat uit de gebiedende wijs Pack en het lijdend voorwerp schwere Sachen. in deinen Rucksack geeft de bestemming aan. De bijzin begint met wenn (“als/wanneer”): wenn das zulässige Gewicht das erlaubt. In een Duitse bijzin staat de persoonsvorm erlaubt achteraan. Als geheel betekent Pack schwere Sachen in deinen Rucksack, wenn das zulässige Gewicht das erlaubt.: “Doe zware spullen in je rugzak als het toegestane gewicht dat toelaat.” De zin geeft dus een opdracht met een voorwaarde.

  5. Die Bücher sind wahrscheinlich das Hauptproblem.

    De boeken zijn waarschijnlijk het grootste probleem.

    Bücher
    boeken
    sind
    zijn
    wahrscheinlich
    waarschijnlijk
    Hauptproblem
    hoofdprobleem
    Uitgebreide uitleg

    Bücher betekent hier “boeken”. Het is het meervoud van das Buch; het enkelvoud heeft dus Buch, het meervoud Bücher. De umlaut en de uitgang -er horen bij deze meervoudsvorm. Voorbeeld: Die Bücher sind neu. = “De boeken zijn nieuw.” sind is de vorm van sein (“zijn”) voor sie in het meervoud en ook voor Sie als formele aanspreekvorm. Hier past de meervoudsvorm bij Die Bücher. De relevante keten is: sein – ist (enkelvoud) – sind (meervoud). Voorbeeld: Die Bücher sind schwer. = “De boeken zijn zwaar.” wahrscheinlich betekent “waarschijnlijk” en maakt de uitspraak minder stellig: de spreker presenteert het als aannemelijk, niet als zekerheid. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met Bücher of Hauptproblem. Voorbeeld: Der Flug ist wahrscheinlich morgen. = “De vlucht is waarschijnlijk morgen.” Hauptproblem betekent hier “hoofdprobleem” of natuurlijker in deze vertaling “grootste probleem”. Het is een samenstelling van Haupt- (“hoofd-”, “belangrijkste”) en Problem (“probleem”); het zelfstandig naamwoord is das Hauptproblem. Het meervoud is die Hauptprobleme. Voorbeeld: Das Hauptproblem ist das Gewicht. = “Het hoofdprobleem is het gewicht.” Samen vormen Die Bücher het onderwerp: “de boeken”. sind koppelt dat meervoudige onderwerp aan das Hauptproblem, terwijl wahrscheinlich de hele bewering nuanceert. Het volledige resultaat is daarom: “De boeken zijn waarschijnlijk het grootste probleem.”

  6. Nimm nur das Buch mit, das du für den Flug brauchst.

    Neem alleen het boek mee dat je nodig hebt voor de vlucht.

    Nimm … mit
    neem … mee
    nur
    alleen
    Buch
    boek
    das du
    dat je
    für
    voor
    Flug
    vlucht
    brauchst
    nodig hebt
    Uitgebreide uitleg

    Nimm … mit is de scheidbare vorm van mitnehmen (“meenemen”). Nimm is de gebiedende wijs voor enkelvoudig du; het scheidbare deel mit staat aan het einde van de hoofdzin. Samen betekent Nimm … mit: “neem … mee”. Voorbeeld: Nimm deinen Schirm mit. — “Neem je paraplu mee.” nur beperkt de instructie: neem alleen het genoemde boek mee. Hier betekent het “alleen”. Buch betekent “boek”. Het is het onzijdige zelfstandig naamwoord das Buch; in deze zin is das Buch het voorwerp bij mitnehmen. Het meervoud is die Bücher, zoals in de aangeleverde vorige zin. Voorbeeld: Das Buch ist neu. — “Het boek is nieuw.” das du begint een betrekkelijke bijzin die terugverwijst naar das Buch. das is hier een onzijdig, enkelvoudig betrekkelijk voornaamwoord. Geslacht en getal sluiten aan bij het antecedent Buch; binnen de bijzin is das het voorwerp van brauchst. du is het onderwerp in de tweede persoon enkelvoud en betekent “je”. Voorbeeld: Das ist der Film, den du magst. — “Dat is de film die je leuk vindt.” für betekent “voor” en leidt hier de bepaling für den Flug in. In het Duits krijgt het na für volgende naamwoordelijk deel de accusatief: bij het mannelijke der Flug staat daarom den Flug. Flug betekent “vlucht”. De basisvorm is het mannelijke zelfstandig naamwoord der Flug; na für verschijnt het in de accusatief als onderdeel van den Flug. Voorbeeld: Der Flug ist morgen. — “De vlucht is morgen.” brauchst betekent hier “nodig hebt”. Het is de tegenwoordige-tijdsvorm voor du van brauchen: ich brauche, du brauchst. brauchen kan een voorwerp nemen; hier is dat het betrekkelijke voornaamwoord das. für den Flug geeft aan waarvoor het boek nodig is. Voorbeeld: Du brauchst einen Pass. — “Je hebt een paspoort nodig.” Samen betekent Nimm nur das Buch mit: “Neem alleen het boek mee”. De betrekkelijke bijzin das du für den Flug brauchst specificeert welk boek bedoeld is: het boek dat je voor de vlucht nodig hebt. De volledige uiting betekent dus: “Neem alleen het boek mee dat je nodig hebt voor de vlucht.”

  7. Lass den Rest zu Hause.

    Laat de rest thuis.

    Lass
    laat
    Rest
    rest
    zu Hause
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    Lass is hier de gebiedende wijs van lassen voor du. In deze zin betekent lassen niet “toestaan”, maar “achterlaten”: “laat …”. De gebiedende wijs geeft een opdracht of advies. Vergelijk: Lass das Buch hier. — “Laat het boek hier.” De vorm voor du is hier Lass; het onderwerp du wordt niet uitgesproken. Rest betekent hier “de rest”, dus wat overblijft van de spullen of zaken waarover men het heeft. Het is een zelfstandig naamwoord: der Rest; in deze zin staat het als lijdend voorwerp na Lass, daarom verschijnt de accusatiefvorm den Rest. Rest wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Voorbeeld: Der Rest bleibt hier. — “De rest blijft hier.” zu Hause is een vaste uitdrukking voor “thuis”, met de betekenis “in/op de eigen woning”. Hause is hier een traditionele vaste vorm; zeg niet automatisch dat elk zelfstandig naamwoord na zu zo’n vorm krijgt. In zu Hause hoort de uitdrukking bij de plaats waar iets moet worden achtergelaten. Voorbeeld: Ich bin zu Hause. — “Ik ben thuis.” Samen vormt Lass den Rest zu Hause een opdracht: laat datgene wat overblijft thuis en neem het niet mee. Lass geeft de opdracht, den Rest is wat thuis moet blijven, en zu Hause noemt de plaats. De natuurlijke vertaling is daarom: “Laat de rest thuis.”

  8. Ich kann die Jacke anziehen, statt sie einzupacken.

    Ik kan de jas aantrekken in plaats van hem in te pakken.

    Ich kann
    ik kan
    Jacke
    jas
    anziehen
    aantrekken
    statt
    in plaats van
    sie
    hem
    einzupacken
    in te pakken
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann geeft hier aan dat de spreker iets kan of de mogelijkheid heeft om het te doen. kann is de vorm van het modale werkwoord können bij ich; het verandert dus mee met de persoon: ich kann, maar du kannst. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief achteraan: Ich kann warten. — Ik kan wachten. Jacke betekent hier ‘jas’. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Jacke. In deze zin is het de lijdende voorwerp bij anziehen; bij dit vrouwelijke woord blijven die in de nominatief en accusatief gelijk: die Jacke. Het meervoud is die Jacken. anziehen betekent bij kleding ‘aantrekken’. Het is een scheidbaar werkwoord met de basisvorm anziehen; in een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het uiteenstaan: Ich ziehe die Jacke an. — Ik trek de jas aan. Na kann blijft het als volledige infinitief bij elkaar: Ich kann die Jacke anziehen. statt introduceert hier een alternatief: iets gebeurt in plaats van iets anders. Het bruikbare patroon is statt ... zu + infinitief of, bij een scheidbaar werkwoord, statt ... einzupacken. Een vergelijkbaar voorbeeld is Sie geht zu Fuß, statt den Bus zu nehmen. — Zij loopt, in plaats van de bus te nemen. sie verwijst in deze zin naar de jas. Het is de vrouwelijke accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord: sie kan in de derde persoon enkelvoud zowel nominatief als accusatief zijn. De vertaling gebruikt daarom ‘hem’ als verwijzing naar de jas, maar de Duitse vorm volgt het grammaticale geslacht van die Jacke, niet het natuurlijke geslacht van een persoon. einzupacken betekent hier ‘in te pakken’. De basisvorm is het scheidbare werkwoord einpacken; met zu wordt dat bij deze infinitief einzupacken, met zu tussen ein en packen. Vergelijk: Ich versuche, die Tasche einzupacken. — Ik probeer de tas in te pakken. Samen vormen de delen: Ich kann die Jacke anziehen — ik kan de jas aantrekken — gevolgd door statt sie einzupacken — in plaats van hem in te pakken. De volledige betekenis is dus: ‘Ik kan de jas aantrekken in plaats van hem in te pakken.’

  9. Das sollte helfen, ohne dass du alles neu packen musst.

    Dat zou moeten helpen zonder dat je alles opnieuw hoeft in te pakken.

    Das
    dat
    sollte
    zou moeten
    helfen
    helpen
    ohne dass
    zonder dat
    alles
    alles
    neu
    opnieuw
    packen
    inpakken
    musst
    moet
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en staat als zelfstandig aanwijzend/neutraal voornaamwoord als onderwerp. De precieze zaak waarnaar het verwijst, wordt in deze ene zin niet expliciet benoemd; de vertaling bevestigt wel deze lezing als “dat”. Het is dus niet automatisch het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord uit de context. sollte is hier de vorm van sollen die in combinatie met helfen de betekenis “zou moeten helpen” uitdrukt. Het daaropvolgende werkwoord staat als infinitief: sollte helfen. Vergelijk voor een andere persoon: Ich sollte helfen = “Ik zou moeten helpen”; du solltest helfen = “jij zou moeten helpen”. helfen betekent hier “helpen”. De infinitief blijft na een modaal werkwoord onveranderd. Voorbeeld: Das kann helfen. = “Dat kan helpen.” ohne dass leidt een bijzin in met de betekenis “zonder dat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. De combinatie geeft hier aan dat de hulp plaatsvindt zonder dat de genoemde handeling nodig is. alles is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord: “alles”. Het verwijst hier naar alle spullen of zaken die opnieuw ingepakt zouden kunnen worden, zonder dat elk voorwerp afzonderlijk wordt genoemd. Voorbeeld: Ich habe alles gepackt. = “Ik heb alles ingepakt.” neu betekent hier “opnieuw” of “op een nieuwe manier” en werkt bij packen als bijwoord. Het is dus niet het Duitse woord voor de handeling zelf; die staat in packen. packen betekent “pakken/inpakken”. In deze context krijgt het door alles en neu de betekenis “alles opnieuw inpakken”. Als infinitief staat het aan het einde van de bijzin: ohne dass du alles neu packen musst. musst is de tweede persoon enkelvoud van müssen, dus “je moet”. In een dass-bijzin staat deze vervoegde vorm achteraan. Du musst packen betekent “Je moet inpakken”; in de bijzin wordt dat ..., ohne dass du ... packen musst. De hele zin bouwt zo op: Das sollte helfen = “Dat zou moeten helpen”, en ohne dass du alles neu packen musst = “zonder dat je alles opnieuw hoeft in te pakken”. Samen betekent de vaste zin: “Dat zou moeten helpen zonder dat je alles opnieuw hoeft in te pakken.”

  10. Jetzt ist er unter dem Limit.

    Nu zit hij onder de limiet.

    Jetzt
    nu
    ist er
    hij is
    unter
    onder
    Limit
    limiet
    Uitgebreide uitleg

    Jetzt betekent hier “nu” en plaatst de situatie in het heden. Het is een tijdsbepaling; bijvoorbeeld: Jetzt beginnt der Film. — “Nu begint de film.” ist er bestaat uit de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) en het persoonlijk voornaamwoord er (“hij”). De vormketen van sein in de tegenwoordige tijd is onder andere ich bin, du bist, er/sie/es ist. Omdat Jetzt vooraan staat, staat het vervoegde werkwoord ist vóór er; dat is de gebruikelijke Duitse zinsvolgorde wanneer een ander zinsdeel op de eerste plaats staat. Het voornaamwoord zelf identificeert hier geen nader genoemde persoon. unter betekent hier “onder” in de betekenis van een waarde die lager ligt dan een grens. Een bruikbaar contrast is über dem Limit — “boven de limiet”. In deze betekenis staat unter met de datief: dem Limit. Bij een beweging naar een positie onder iets kan de naamval anders worden gekozen, maar dat is hier niet aan de orde. Limit betekent “limiet” of “grenswaarde”. Het Duitse zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Limit; na unter in deze statische betekenis wordt dat dem Limit. Het meervoud is Limits. Samen vormt Jetzt ist er unter dem Limit de betekenis: “Nu zit hij onder de limiet.” De zin zegt dus dat de relevante waarde of toestand op dit moment lager is dan de bedoelde limiet.

  11. Dann können wir losgehen, ohne den Koffer am Schalter zu öffnen.

    Dan kunnen we vertrekken zonder de koffer bij de balie te openen.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    losgehen
    vertrekken; weggaan
    ohne
    zonder
    Koffer
    koffer
    Schalter
    balie; loket
    zu öffnen
    te openen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verwijst naar een volgend moment of een volgende stap. Het kan ook “toen” betekenen; de context bepaalt welke tijdsbetekenis bedoeld is. können wir bestaat uit können (“kunnen”) en wir (“we”). können is hier een modaal werkwoord: het drukt mogelijkheid of toestemming uit. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats en komt het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Wir können gehen = “We kunnen gaan”. können heeft als basisvorm können; bijvoorbeeld: Ich kann kommen = “Ik kan komen.” losgehen betekent hier “vertrekken” of “weggaan”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone tegenwoordige hoofdzin wordt het Wir gehen los (“We vertrekken”), maar als infinitief blijft het één woord: losgehen. Het is niet hetzelfde als alleen gehen (“gaan”); losgehen benadrukt het beginnen met vertrekken of weggaan. ohne betekent “zonder” en leidt hier een handeling in die niet wordt uitgevoerd. Met ohne kan een constructie met zu plus infinitief volgen: ohne zu warten = “zonder te wachten”. Koffer betekent “koffer”. De vorm den Koffer staat hier in de accusatief, omdat de koffer het voorwerp is van öffnen (“openen”). Koffer is mannelijk; bij het bepaalde lidwoord wordt het in de accusatief enkelvoud der → den. Dat is een vormverandering van het lidwoord, niet van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Ich öffne den Koffer = “Ik open de koffer.” Schalter betekent hier “balie” of “loket”. Het woord kan in andere contexten ook een schakelaar aanduiden; hier maakt am Schalter de betekenis “bij de balie” duidelijk. am is de samengevoegde vorm van an dem. Na an staat deze plaatsaanduiding hier in de datief: bei dem Schalter/an dem Schalter verwijst naar de plaats bij de balie. zu öffnen betekent “te openen”. öffnen is de infinitief “openen”; zu öffnen is de zu-infinitief. In ohne den Koffer ... zu öffnen blijft den Koffer het voorwerp van öffnen, terwijl ohne aangeeft dat deze handeling niet gebeurt. Samen geeft Dann können wir losgehen de betekenis “Dan kunnen we vertrekken”. Daarna voegt ohne ... zu öffnen de voorwaarde van afwezigheid toe: het vertrek gebeurt zonder de koffer bij de balie te openen. De volledige betekenis is dus: “Dan kunnen we vertrekken zonder de koffer bij de balie te openen.”

Grammatica

sich anfühlen: fühlt sich ... an

Der Koffer fühlt sich schwer an.

dee-uh KOF-uh fuult zikh sjvee-uh an.

De koffer voelt zwaar aan.

Het wederkerend voornaamwoord staat in het midden; bij dit scheidbare werkwoord komt an achteraan.

bevor + werkwoord achteraan

Bevor der Flug losgeht, packe ich neu.

buh-FOO-uh dee-uh FLOEK LOOS-GAYT, PAK-uh ikh noy.

Voordat de vlucht vertrekt, pak ik opnieuw in.

Na bevor staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

Duits woordenschat

bevor voegwoord
buh-FOO-uh voordat
Gepäckgrenze zelfstandig naamwoord
guh-PEK-grent-suh bagagelimiet
Koffer zelfstandig naamwoord
KOF-uh koffer
losgehen werkwoord
LOOS-GEE-un vertrekken
neu bijwoord
noy opnieuw
nötig bijvoeglijk naamwoord
NEU-tikh nodig
packen werkwoord
PAK-ken inpakken Pack
schwer bijvoeglijk naamwoord
sjvee-uh zwaar
sich anfühlen werkwoord
zikh an-FUU-len aanvoelen fühlt sich ... an
streng bijvoeglijk naamwoord
sjtreng streng
über voorzetsel
UU-buh boven
wiegen werkwoord
VIE-gen wegen Wiege

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De boeken zijn waarschijnlijk het grootste probleem.

Antwoord tonenDie Bücher sind wahrscheinlich das Hauptproblem.

Laat de rest thuis.

Antwoord tonenLass den Rest zu Hause.

Nu zit hij onder de limiet.

Antwoord tonenJetzt ist er unter dem Limit.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vertrekken

Antwoord tonenlosgehen

voordat

Antwoord tonenbevor

wegen

Antwoord tonenWiege

zwaar

Antwoord tonenschwer