Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Veilig omgaan met je spullen op een druk festival oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Dieses Festival ist viel voller, als ich erwartet hatte.
diezes festival is fiel voller, als iech er-vartet hatte. Dit festival is veel drukker dan ik had verwacht.Bewahr deine Wertsachen in einer Tasche mit Reißverschluss auf, nicht im Außenfach.
be-vaar daine veert-zachen in ainer tasje mit rais-fèr-sjloes auf, niecht im oysen-fach. Bewaar je waardevolle spullen in een vakje met een rits, niet in het buitenvak.Ich lege mein Handy an einen anderen Platz, bevor die Musik mich ablenkt.
iech lee-ge main hendie an ainen anderen plats, be-foor die moe-ziek miech ap-lenkt. Ik verplaats mijn telefoon voordat de muziek me afleidt.Mach es jetzt. Taschendiebe achten oft auf Menschen, die nicht mehr aufpassen.
mach es yets. tasjen-die-be achten oft auf mensjen, die niecht meer aufpassen. Doe het nu. Zakkenrollers letten vaak op mensen die niet meer opletten.Soll ich meinen Rucksack vor mir tragen?
zol iech mainen roek-zak foor mier traagen? Moet ik mijn rugzak voor me dragen?Das wäre in der Nähe der Essensstände und Eingangstore sicherer.
das vè-re in der nee-e der essen-sjtende oent ain-gangs-toore zicherer. Dat zou veiliger zijn bij de eetkraampjes en de ingangspoorten.Ich stecke mein Portemonnaie auch ins Innenfach.
iech sjte-ke main port-mo-nee aauch ins innen-fach. Ik stop mijn portemonnee ook in het binnenvak.So ist es schwerer, daran zu kommen.
zoo ist es sjveerer, da-raan tsoe kom-en. Zo is hij moeilijker te bereiken.Aber du kannst das Festival trotzdem genießen.
aaber doe kanst das festival trots-deem ge-nie-sen. Maar je kunt nog steeds van het festival genieten.Ich will mich nicht ängstlich fühlen, sondern einfach vorsichtig sein.
iech vil miech niecht engst-liech fuulen, zondern ainfach foor-zich-tich zain. Ik wil me niet angstig voelen, maar gewoon voorzichtig zijn.Dann bleiben wir den ganzen Nachmittag aufmerksam, ohne uns Sorgen zu machen.
dan blaiben vieer den gantsen naach-mietak auf-merk-zaam, oone oens zorgen tsoe machen. Laten we dan de hele middag opletten zonder ons zorgen te maken.Uitleg van de zinnen
Dieses Festival ist viel voller, als ich erwartet hatte.
Dit festival is veel drukker dan ik had verwacht.
- Dieses
- dit
- Festival
- festival
- ist
- is
- viel
- veel
- voller
- drukker
- als
- dan
- ich
- ik
- erwartet
- verwacht
- hatte
- had
Uitgebreide uitleg
Dieses staat hier vóór Festival en verwijst samen met het zelfstandig naamwoord naar een enkelvoudig onzijdig onderwerp: “dit”. De vorm is nominatief onzijdig enkelvoud. Het aanwijzende woord past zich dus aan het grammaticale geslacht, getal en de naamval van Festival aan. Festival is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Festival. In deze zin is het onderwerp. Het meervoud is Festivals; bijvoorbeeld: diese Festivals — “deze festivals”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Het verbindt het onderwerp met de daaropvolgende beschrijving. Voorbeeld: Das Festival ist groß. — “Het festival is groot.” Viel versterkt hier een vergrotende trap en betekent “veel”. Het staat vóór voller: viel größer betekent bijvoorbeeld “veel groter”. Voller is de vergrotende trap van voll (“vol”): voll → voller → am vollsten — “vol” → “voller” → “het volst”. Hier betekent het volgens de vaste vertaling “drukker”; de context gaat dus over een festival met meer drukte. Het Duitse voll kan afhankelijk van de context onder meer “vol” of “druk” betekenen. Als leidt na een vergrotende trap de vergelijking in: voller als ... betekent hier “voller/drukker dan ...”. Bij gelijkheid staat bijvoorbeeld so voll wie gestern — “even vol als gisteren”. Ich is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is hier het onderwerp van de bijzin en verwijst naar degene die de verwachting had. Erwartet is het voltooid deelwoord van erwarten (“verwachten”). Met hatte vormt het hatte erwartet, het voltooid verleden (Plusquamperfekt): “had verwacht”. Hatte is hier de vorm van haben bij ich in het voltooid verleden. Dezelfde vorm komt in de verleden tijd ook voor bij er, sie en es. In deze bijzin staat het vervoegde hulpwerkwoord achteraan: ich erwartet hatte; samen met erwartet geeft dat aan dat de verwachting eerder was dan het oordeel over het festival. De hele structuur is Dieses Festival ist viel voller, als ich erwartet hatte. Eerst wordt het festival als onderwerp aangewezen. Daarna beschrijft ist viel voller het als veel drukker dan een eerdere verwachting. Als ich erwartet hatte maakt duidelijk waarmee die vergelijking wordt gemaakt. Samen betekent de zin: “Dit festival is veel drukker dan ik had verwacht.”
Bewahr deine Wertsachen in einer Tasche mit Reißverschluss auf, nicht im Außenfach.
Bewaar je waardevolle spullen in een vakje met een rits, niet in het buitenvak.
- Bewahr … auf
- bewaar; berg op
- Wertsachen
- waardevolle spullen
- Tasche
- tas
- Reißverschluss
- rits
- Außenfach
- buitenvak
Uitgebreide uitleg
Bewahr … auf is de gebiedende wijs voor één informele persoon van het scheidbare werkwoord aufbewahren (“bewaren”, “opbergen”). In de zin staat het voorvoegsel auf aan het einde: Bewahr deine Wertsachen … auf. Een vergelijkbaar patroon is: Bewahr den Schlüssel auf. — “Berg de sleutel op.” Wertsachen betekent hier waardevolle spullen. Het is het meervoud van die Wertsache; het woord verwijst naar bezittingen die waarde hebben, niet alleen naar geld. In deine Wertsachen staat het bezittelijk woord in de vorm die bij het informele enkelvoudige aanspreken hoort; Wertsachen zelf blijft meervoud. Tasche is “tas”. De combinatie in einer Tasche gebruikt in hier voor een plaats waar iets zich bevindt; daarom staat Tasche in de datief: einer Tasche. eine Tasche is de vorm voor een andere grammaticale functie, bijvoorbeeld als iets ergens naartoe wordt bewogen. Reißverschluss betekent “rits”. In mit Reißverschluss benoemt het zelfstandig naamwoord het kenmerk van de tas: de tas heeft een rits. Het samengestelde woord is opgebouwd uit reißen (“scheuren”) en Verschluss (“sluiting”), maar in deze zin moet je het als het vaste woord voor “rits” leren. Außenfach betekent “buitenvak”. Het is een samenstelling van außen (“aan de buitenkant”) en Fach (“vak”). In im Außenfach is im de samentrekking van in dem; de datief markeert hier een vaste plaats. nicht maakt juist deze plaats negatief: de spullen moeten niet in het buitenvak worden bewaard. Samen betekent de zin: “Bewaar je waardevolle spullen in een tas met een rits, niet in het buitenvak.” De gebiedende wijs geeft de instructie; in einer Tasche mit Reißverschluss noemt de aanbevolen plaats en nicht im Außenfach sluit de andere plaats uit.
Ich lege mein Handy an einen anderen Platz, bevor die Musik mich ablenkt.
Ik verplaats mijn telefoon voordat de muziek me afleidt.
- Ich
- ik
- lege
- leg; verplaats
- mein
- mijn
- Handy
- mobiele telefoon
- anderen
- andere
- Platz
- plek; plaats
- bevor
- voordat
- Musik
- muziek
- mich
- me
- ablenkt
- afleidt
Uitgebreide uitleg
Ich is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is hier het onderwerp en voert de handeling uit. Het contrast voor de tweede persoon enkelvoud is du (“jij”). lege is de vorm van legen bij ich in de tegenwoordige tijd. Hier betekent het dat de spreker de telefoon ergens neerlegt, dus naar een andere plek verplaatst. Voorbeeld: Ich lege das Buch auf den Tisch. — “Ik leg het boek op de tafel.” mein betekent “mijn” en geeft de bezitter aan. Bij het onzijdige das Handy heeft dit bezittelijk woord in het nominatief en accusatief enkelvoud de vorm mein: mein Handy. Handy betekent “mobiele telefoon”. Het is onzijdig: das Handy. In deze zin is mein Handy het lijdend voorwerp van lege. anderen is de verbogen vorm van ander (“ander”), niet van anders. In einen anderen Platz krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en, omdat het bij een mannelijk zelfstandig naamwoord staat in de accusatief enkelvoud na einen. Platz betekent “plek” of “plaats” en is mannelijk: der Platz. In an einen anderen Platz staat het naamwoordelijk deel in de accusatief, omdat an hier een richting naar een andere plek uitdrukt. Bij een locatie zonder verplaatsing staat bijvoorbeeld an einem anderen Platz (“op een andere plek”), met datief. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In die Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: bevor die Musik mich ablenkt. Musik betekent “muziek”. In de bronzin staat het met het bepaalde lidwoord die: die Musik. Het is daar het onderwerp van de bijzin en veroorzaakt de afleiding. mich is de accusatiefvorm van ich en betekent “me” als lijdend voorwerp. De spreker wordt hier afgeleid; die Musik is degene die de afleiding veroorzaakt. Zo contrasteert ich als onderwerp met mich als lijdend voorwerp. ablenkt komt van het scheidbare werkwoord ablenken (“afleiden”). Het is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, passend bij die Musik. In een hoofdzin wordt het voorvoegsel gescheiden: Die Musik lenkt mich ab. In deze bijzin blijft de vorm ablenkt aan het einde staan. Samen vormt Ich lege mein Handy an einen anderen Platz de mededeling dat de spreker de telefoon naar een andere plek legt. bevor die Musik mich ablenkt geeft aan dat dit gebeurt vóór het moment waarop de muziek de spreker afleidt. De volledige betekenis is: “Ik verplaats mijn telefoon voordat de muziek me afleidt.”
Mach es jetzt. Taschendiebe achten oft auf Menschen, die nicht mehr aufpassen.
Doe het nu. Zakkenrollers letten vaak op mensen die niet meer opletten.
- Mach
- doe
- jetzt
- nu
- Taschendiebe
- zakkenrollers
- achten … auf
- letten op
- Menschen
- mensen
- nicht mehr
- niet meer
- aufpassen
- opletten
Uitgebreide uitleg
Mach is de gebiedende wijs van machen (“doen”) voor één aangesproken persoon: du machst wordt als bevel Mach! met een weggelaten du. In deze zin verwijst het object es naar de handeling die in de voorafgaande context wordt besproken. Voorbeeld: Mach die Tür zu. — Doe de deur dicht. jetzt betekent “nu” en bepaalt het tijdstip van de opdracht. Het verandert niet mee met persoon of getal. Taschendiebe betekent hier “zakkenrollers”. Het is het meervoud van der Taschendieb; het enkelvoud heeft dus het lidwoord der, en het meervoud krijgt hier de uitgang -e: ein Taschendieb — een zakkenroller; Taschendiebe — zakkenrollers. Het onderwerp van dit zinsdeel staat vóór het werkwoord. achten ... auf is een vaste werkwoord-prepositiecombinatie met de betekenis “letten op”. Bij achten auf staat het gevolgde zelfstandig naamwoord in de accusatief: Ich achte auf den Verkehr. — Ik let op het verkeer. De twee delen staan hier niet naast elkaar omdat oft ertussen staat: achten oft auf Menschen. Menschen betekent “mensen”. Het is het meervoud van der Mensch; in deze zin is het het object na auf: op welke mensen de zakkenrollers letten. Voorbeeld: Viele Menschen warten hier. — Veel mensen wachten hier. nicht mehr betekent “niet meer” of “niet langer”. nicht ontkent, terwijl mehr hier aangeeft dat iets vroeger wel gold maar nu niet langer. Voorbeeld: Sie arbeitet nicht mehr hier. — Zij werkt hier niet meer. aufpassen betekent “opletten”. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat het als passt ... auf, maar als infinitief blijft het samen aufpassen. In de bijzin staat het aan het einde: Menschen, die gut aufpassen — mensen die goed opletten. De vorm die is hier het betrekkelijk voornaamwoord en tegelijk het onderwerp van de bijzin; het verwijst in deze zin naar Menschen. Samen betekent Mach es jetzt “Doe het nu”. Daarna zegt Taschendiebe achten oft auf Menschen, die nicht mehr aufpassen: zakkenrollers letten vaak op mensen die niet meer opletten. die nicht mehr aufpassen is een betrekkelijke bijzin die nader beschrijft om welke mensen het gaat. De volledige betekenis is dus: “Doe het nu. Zakkenrollers letten vaak op mensen die niet meer opletten.”
Soll ich meinen Rucksack vor mir tragen?
Moet ik mijn rugzak voor me dragen?
- Soll ich
- moet ik?
- Rucksack
- rugzak
- vor mir
- voor me
- tragen
- dragen
Uitgebreide uitleg
Soll ich betekent hier “moet ik?” en vormt het begin van een ja-neevraag. sollen is een modaal werkwoord; bij ich is de tegenwoordige vorm soll. In deze vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan en volgt het onderwerp direct. Het modale werkwoord vraagt hier of de spreker de handeling hoort of geacht wordt uit te voeren; tragen blijft daarna als infinitief staan. Rucksack betekent “rugzak”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Rucksack. Hier is het het lijdend voorwerp van tragen, dus staat de woordgroep in de accusatief: meinen Rucksack in plaats van mein Rucksack. De uitgang -en staat op het bezittelijke woord mein, niet op Rucksack; ze markeert hier de mannelijke accusatief. vor mir betekent hier ruimtelijk “voor me”. vor is een voorzetsel dat bij een statische plaatsbepaling de datief gebruikt, zoals in vor mir; bij een beweging naar een plaats kan het de accusatief gebruiken. mir is de datiefvorm van ich; de andere veelvoorkomende vormen zijn ich als onderwerp en mich als lijdend voorwerp. Voorbeeld: Der Hund sitzt vor mir. — “De hond zit voor me.” tragen betekent “dragen”. Het is hier de infinitief na het modale werkwoord soll. In de tegenwoordige tijd zijn bijvoorbeeld ich trage, du trägst en er/sie trägt vormen van hetzelfde werkwoord. Na een modaal werkwoord blijft de infinitief staan: Soll ich den Rucksack tragen? — “Moet ik de rugzak dragen?” Samen bestaat de vraag uit het modale werkwoord met het onderwerp (Soll ich), het lijdend voorwerp (meinen Rucksack), de plaatsbepaling (vor mir) en de infinitief (tragen). De volledige betekenis is: “Moet ik mijn rugzak voor me dragen?”
Das wäre in der Nähe der Essensstände und Eingangstore sicherer.
Dat zou veiliger zijn bij de eetkraampjes en de ingangspoorten.
- Das
- dat
- wäre
- zou zijn
- in der Nähe
- in de buurt
- Essensstände
- eetkraampjes
- Eingangstore
- ingangspoorten
- sicherer
- veiliger
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier dat en verwijst naar een eerder genoemde situatie of optie. De precieze referent wordt in deze zin zelf niet benoemd. Als aanwijzend voornaamwoord kan das ook naar een situatie, voorstel of zaak verwijzen. wäre is de Konjunktiv-II-vorm van sein: sein – wäre – gewesen. Bij het enkelvoud zijn de vormen voor de eerste en derde persoon gelijk: ich wäre en er/sie/es wäre. Hier maakt wäre de uitspraak hypothetisch of minder stellig; in het Nederlands past daarbij zou zijn. in der Nähe is een vaste plaatsaanduiding met de betekenis in de buurt. Nähe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In in der Nähe der ... is der na Nähe echter niet de vorm die de plaatsrelatie veroorzaakt: die der hoort bij de daaropvolgende genitiefgroep en betekent hier van de .... Bijvoorbeeld: in der Nähe der Schule — in de buurt van de school. Essensstände betekent hier eetkraampjes. Het is het meervoud van Essensstand. In der Essensstände staat het in een meervoudige genitiefgroep: van de eetkraampjes. Eingangstore betekent ingangspoorten. Het is het meervoud van Eingangstor, een samenstelling met Eingang en Tor. Het maakt deel uit van dezelfde genitiefgroep als Essensstände: der Essensstände und Eingangstore betekent van de eetkraampjes en ingangspoorten. De meervoudsvorm Eingangstore krijgt hier geen aparte genitiefuitgang; het lidwoord der markeert de genitiefgroep. sicherer is de vergrotende trap van sicher: sicher – sicherer – am sichersten, dus veilig – veiliger – het veiligst. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hier het onderwerp. Voorbeeld: Dieser Weg wäre sicherer. — Deze weg zou veiliger zijn. Samen vormen de delen: Das wäre — Dat zou zijn, in der Nähe der Essensstände und Eingangstore — in de buurt van de eetkraampjes en ingangspoorten, en sicherer — veiliger. De volledige betekenis is: Dat zou veiliger zijn bij de eetkraampjes en de ingangspoorten.
Ich stecke mein Portemonnaie auch ins Innenfach.
Ik stop mijn portemonnee ook in het binnenvak.
- Ich
- ik
- stecke
- stop
- mein
- mijn
- Portemonnaie
- portemonnee
- auch
- ook
- ins
- in het
- Innenfach
- binnenvak
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is het onderwerp: de spreker voert de handeling uit. De vorm is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een eenvoudig patroon: Ich ... = “Ik ...”. stecke komt van stecken. In deze zin is het de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd en betekent het “stop” of “berg ... op”: de spreker brengt iets ergens in. Een bruikbaar patroon is Ich stecke X in Y = “Ik stop X in Y”. mein betekent hier “mijn” en hoort bij Portemonnaie. Het is de bezittelijke vorm vóór een zelfstandig naamwoord. Omdat Portemonnaie hier onzijdig enkelvoud is en de beweging naar de bestemming met de vierde naamval wordt uitgedrukt, staat de vorm mein zonder extra uitgang. De vorm kan in andere combinaties veranderen, bijvoorbeeld meine Tasche = “mijn tas”. Portemonnaie is het zelfstandig naamwoord voor “portemonnee”. Het Duitse woord is onzijdig: das Portemonnaie. In een eigen voorbeeld: Ich finde mein Portemonnaie. = “Ik vind mijn portemonnee.” auch betekent “ook”. Het voegt deze handeling toe aan iets dat al in de context genoemd is; het verandert niet wie de handeling uitvoert. Bijvoorbeeld: Ich nehme auch den Schlüssel. = “Ik neem ook de sleutel mee.” ins is de vaste samentrekking van in das. Hier geeft in met een bestemming aan waar iets naartoe wordt gebracht, en daarom staat das Innenfach in de vierde naamval: in das Innenfach → ins Innenfach. Dit verschilt van een plaats zonder beweging, waarvoor Duits vaak in dem gebruikt, bijvoorbeeld Das Geld ist im Innenfach. = “Het geld zit in het binnenvak.” Innenfach betekent “binnenvak”. Het is een samenstelling van innen (“binnen”) en Fach (“vak”); het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Innenfach. In ins Innenfach is het het doel waar de portemonnee naartoe wordt gestopt. Samen betekent Ich stecke mein Portemonnaie auch ins Innenfach: “Ik stop mijn portemonnee ook in het binnenvak.” De structuur is Ich + stecke + voorwerp mein Portemonnaie + auch + bestemming ins Innenfach. De zin zegt dus dat de spreker naast een al genoemde handeling ook de portemonnee naar dat binnenvak brengt.
So ist es schwerer, daran zu kommen.
Zo is hij moeilijker te bereiken.
- So
- zo
- ist es
- is het
- schwerer
- moeilijker
- daran
- eraan
- zu kommen
- komen
Uitgebreide uitleg
So betekent hier “zo” of “op die manier” en verbindt deze zin met een eerder genoemde omstandigheid. Het woord kan in andere zinnen ook “dus” betekenen; hier past de betekenis “zo” bij de vaste vertaling. ist es vormt de kern “het is”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein – ist – war – ist gewesen. es is hier een formeel onderwerp bij de beoordeling “moeilijker”; het benoemt niet zelfstandig wie of wat bereikbaar is. De vaste vertaling geeft de bedoelde bereikbare entiteit weer met “hij”. schwerer is de vergrotende trap van schwer (“moeilijk”): schwer – schwerer – am schwersten. Het achtervoegsel -er maakt hier een vergelijking met een andere situatie: het is moeilijker dan daarvoor of dan op een andere manier. Het is niet het zelfstandig naamwoord dat verandert; juist het bijvoeglijk naamwoord schwer staat in de vergrotende trap. daran is een voornaamwoordelijk bijwoord: da- + an, letterlijk ongeveer “daar-aan”, met de betekenis “eraan” of “daarbij”. In combinatie met kommen betekent daran kommen hier “erbij komen” of “iets bereiken”. Het specifieke doel wordt in de aangeleverde Duitse zin niet zelfstandig genoemd; de vaste vertaling maakt wel duidelijk dat het om een bereikbare entiteit gaat. zu kommen gebruikt het infinitief met zu. Bij een constructie zoals es ist schwer, ... zu kommen beschrijft de infinitief wat moeilijk is: “het is moeilijk om ... te komen”. Het werkwoord kommen betekent “komen”; de vorm verandert hier niet voor persoon, omdat het een infinitief is. Voorbeelden: Es ist leicht, dorthin zu kommen. — “Het is gemakkelijk om daar te komen.” Ich versuche, daran zu kommen. — “Ik probeer erbij te komen.” Samen betekent So ist es schwerer, daran zu kommen.: “Zo is het moeilijker om erbij te komen” — volgens de vaste vertaling: “Zo is hij moeilijker te bereiken.” So verwijst naar de manier of omstandigheid, ist es schwerer geeft de vergelijking weer, en daran zu kommen benoemt wat moeilijker wordt: het bedoelde doel bereiken.
Aber du kannst das Festival trotzdem genießen.
Maar je kunt nog steeds van het festival genieten.
- Aber
- maar
- du kannst
- je kunt
- Festival
- festival
- trotzdem
- toch; desondanks
- genießen
- genieten
Uitgebreide uitleg
Aber betekent hier “maar” en zet deze zin tegenover iets dat eerder is gezegd. Het is een voegwoord; het verandert niet de grammaticale vorm van de woorden erna. du kannst gebruikt het werkwoord können in de tegenwoordige tijd: du kannst = “je kunt”. Het onderwerp du is tweede persoon enkelvoud, en kannst is de bijbehorende vorm van können. Bij een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld ich kann (“ik kan”) en wir können (“wij kunnen”). Voorbeeld: Du kannst warten. — “Je kunt wachten.” Na können staat het andere werkwoord hier als infinitief. Festival betekent “festival”. Het is een zelfstandig naamwoord en heeft in het Duits het onzijdige grammaticale geslacht; daarom staat hier het lidwoord das: das Festival. Het meervoud is die Festivals. Voorbeeld: Das Festival beginnt morgen. — “Het festival begint morgen.” trotzdem betekent hier “toch” of “desondanks”. Het laat zien dat de mogelijkheid om iets te doen blijft gelden ondanks de eerder genoemde omstandigheid. Als bijwoord kan het in een Duitse hoofdzin ook aan het begin staan, bijvoorbeeld: Trotzdem kannst du kommen. — “Toch kun je komen.” genießen betekent “genieten van” of “iets met plezier ervaren”. Hier staat het als infinitief na kannst; het is dus können dat vervoegd is, niet genießen. In deze betekenis neemt genießen rechtstreeks het genoten ding als lijdend voorwerp: ein Konzert genießen = “van een concert genieten”. De volledige opbouw is: Aber (“maar”) + du kannst (“je kunt”) + das Festival (“het festival”) + trotzdem (“toch”) + genießen (“genieten”). trotzdem geeft aan dat die mogelijkheid ondanks de eerdere situatie blijft bestaan. Samen betekent de zin: “Maar je kunt nog steeds van het festival genieten.”
Ich will mich nicht ängstlich fühlen, sondern einfach vorsichtig sein.
Ik wil me niet angstig voelen, maar gewoon voorzichtig zijn.
- Ich will
- ik wil
- mich
- me
- nicht
- niet
- ängstlich
- angstig
- fühlen
- voelen
- sondern
- maar
- einfach
- gewoon
- vorsichtig
- voorzichtig
- sein
- zijn
Uitgebreide uitleg
Ich will betekent hier “ik wil”. will is de tegenwoordige tijd van wollen voor de eerste persoon enkelvoud. Het is hier een modaal werkwoord; het daaropvolgende werkwoord staat als infinitief aan het einde van de betreffende woordgroep: Ich will ... fühlen en ... sein. In deze zin gaat will dus over een wens, niet over een toekomstige tijd zoals het Engelse “will”. mich betekent “me” en is hier het wederkerend voornaamwoord bij fühlen: de spreker voelt zichzelf op een bepaalde manier. De vorm mich is de accusatiefvorm van het wederkerende voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk: Ich fühle mich gut. — “Ik voel me goed.” nicht ontkent hier de combinatie mich ängstlich fühlen: de spreker wil zich niet angstig voelen. De ontkenning staat vóór het deel dat inhoudelijk wordt ontkend. Ze betekent hier niet dat de wens zelf wordt ontkend; Ich will nicht ... zou een andere structuur zijn, namelijk “ik wil niet ...”. ängstlich is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “angstig”. Na sich fühlen beschrijft het hoe iemand zich voelt en krijgt het geen naamvalsuitgang in deze positie. Het staat hier niet als zelfstandig naamwoord; ängstlich is de vorm die de toestand beschrijft. fühlen is het infinitief “voelen”. In de vaste combinatie sich ängstlich fühlen betekent het “zich angstig voelen”. Het wederkerende voornaamwoord verandert mee met de persoon: Ich fühle mich ... — “Ik voel me ...”; Wir fühlen uns ... — “Wij voelen ons ...”. sondern betekent “maar” na een voorafgaande ontkenning. De constructie nicht ..., sondern ... contrasteert wat niet gewenst of niet bedoeld is met het alternatief dat wel bedoeld is. Hier staat tegenover “zich angstig voelen” het “voorzichtig zijn”. einfach betekent hier “gewoon”, als een verzachtende of vereenvoudigende toevoeging aan het alternatief. Het verandert niet wie voorzichtig moet zijn of hoe sterk de wens is; de spreker wil eenvoudigweg voorzichtig zijn. vorsichtig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “voorzichtig”. Na sein staat het als naamwoordelijk deel van de zin en krijgt het geen uitgang: Wir sind vorsichtig. — “Wij zijn voorzichtig.” Een nuttig contrast is vorsichtig tegenover unvorsichtig — “voorzichtig” tegenover “onvoorzichtig”. sein is het infinitief “zijn”. Na het modale werkwoord will staat het aan het einde: Ich will vorsichtig sein. — “Ik wil voorzichtig zijn.” Het bijvoeglijk naamwoord vorsichtig beschrijft de toestand; sein verbindt de spreker daarmee. De hele zin volgt het patroon Ich will [mich nicht A fühlen], sondern einfach [B sein]: “Ik wil me niet A voelen, maar gewoon B zijn.” In deze zin is A ängstlich en B vorsichtig. De spreker drukt dus de wens uit om zich niet angstig te voelen, maar voorzichtig te zijn.
Dann bleiben wir den ganzen Nachmittag aufmerksam, ohne uns Sorgen zu machen.
Laten we dan de hele middag opletten zonder ons zorgen te maken.
- Dann
- dan
- bleiben
- blijven
- wir
- wij
- ganzen
- hele
- Nachmittag
- middag
- aufmerksam
- oplettend
- ohne uns Sorgen zu machen
- zonder ons zorgen te maken
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” en geeft de aansluiting of volgorde aan. In andere contexten kan het ook naar een tijdstip verwijzen, maar hier past de betekenis “dan”. bleiben betekent “blijven”. In deze zin is het een vervoegde vorm in de tegenwoordige tijd voor wir (eerste persoon meervoud): wir bleiben. Die vorm ziet er hetzelfde uit als de infinitief bleiben; dat maakt haar hier niet tot een infinitief. Andere vormen zijn bijvoorbeeld ich bleibe en du bleibst. Met bleiben + bijvoeglijk naamwoord geef je aan dat een toestand voortduurt: Wir bleiben ruhig. — “We blijven rustig.” wir betekent “wij” en is de eerste persoon meervoud. Het is hier het onderwerp van bleiben; samen met de vertaling ondersteunt het de lezing “laten we”. ganzen betekent hier “hele” en hoort bij Nachmittag in den ganzen Nachmittag, “de hele middag”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm ganz; ganzen is hier de verbogen vorm. Na het bepaalde lidwoord den staat het bijvoeglijk naamwoord in deze combinatie op -en, bij de accusatief van het mannelijke zelfstandig naamwoord: der ganze Nachmittag tegenover den ganzen Nachmittag. Die uitgang hoort bij ganz, niet bij Nachmittag. Nachmittag betekent “middag”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Nachmittag. In den ganzen Nachmittag staat het in de accusatief; de hele combinatie geeft aan hoelang iets duurt. Voorbeeld: Wir arbeiten den ganzen Tag. — “We werken de hele dag.” aufmerksam betekent “oplettend” of “aandachtig”. Na bleiben beschrijft het een toestand die voortduurt: Wir bleiben aufmerksam. — “We blijven oplettend.” Als naamwoordelijk deel na bleiben krijgt dit bijvoeglijk naamwoord hier geen uitgang. ohne uns Sorgen zu machen betekent “zonder ons zorgen te maken”. De constructie is ohne ... zu plus een infinitief. In sich Sorgen machen is Sorgen machen de uitdrukking “zich zorgen maken”; uns is de wederkerende datiefvorm die bij wir hoort. Voorbeeld: Sie geht, ohne sich zu verabschieden. — “Ze gaat weg zonder afscheid te nemen.” Samen vormen de delen Dann bleiben wir — “Dan blijven we”, den ganzen Nachmittag aufmerksam — “de hele middag oplettend”, en ohne uns Sorgen zu machen — “zonder ons zorgen te maken”. De volledige betekenis is: “Laten we dan de hele middag opletten zonder ons zorgen te maken.”
Grammatica
Scheidbare werkwoorden in de gebiedende wijs: Bewahr ... auf
Bewahr die Wertsachen auf!
be-vaar die veert-zachen auf!Berg de waardevolle spullen op!
Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in de gebiedende wijs achteraan: aufbewahren wordt Bewahr ... auf.
zu + infinitief
Es ist schwer, zu kommen.
es ist sjveer, tsoe kom-en.Het is moeilijk om te komen.
Na een bijvoeglijk naamwoord gebruikt het Duits vaak zu + infinitief. Dat betekent in het Nederlands meestal ‘om te’.
Duits woordenschat
die Musik mich ablenkt
Bewahr deine Wertsachen ... auf
im Außenfach
als ich erwartet hatte
Dieses Festival
mein Handy
an einen anderen Platz
mit Reißverschluss
in einer Tasche
Taschendiebe achten oft auf Menschen
viel voller
deine Wertsachen
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
buitenvak
Antwoord tonen
Außenfachdruk
Antwoord tonen
vollerfestival
Antwoord tonen
Festivalwaardevolle spullen