Schade aan een geleende tas uitleggen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After borrowing a bag, one adult explains zipper damage and discusses repair or replacement with the owner..

NL → DE / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Schade aan een geleende tas uitleggen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich muss dir etwas über die Tasche erzählen, die ich mir ausgeliehen habe.

Ich moes dier eet-vas uu-ba die tasje èr-tsè-len, die ich mir aus-ge-lien haa-be. Ik moet je iets vertellen over de tas die ik heb geleend.
B

Ist während deiner Reise etwas damit passiert?

Ist vè-rent dai-na rai-ze eet-vas da-mit pa-sieert? Is er tijdens je reis iets mee gebeurd?
A

Der Reißverschluss klemmte, und ein Teil davon hat sich gelöst.

Dea rais-fèr-sjloes klem-te, oent ain tail da-foon hat zich ge-leust. De rits liep vast en een deel van de rits raakte los.
B

War der Reißverschluss schon beschädigt?

Vaar dea rais-fèr-sjloes sjoon be-sjè-dicht? Was de rits al beschadigd?
B

Oder ist er kaputtgegangen, während du ihn benutzt hast?

Oo-da ist ea ka-poet-ge-gang-en, vè-rent doe ien be-noetst hast? Of is hij kapotgegaan terwijl je hem gebruikte?
A

Vorher schien er in Ordnung zu sein, deshalb möchte ich die Verantwortung übernehmen.

Foor-hea sjien ea in ord-noeng tsoe zain, des-halp meuch-te ich die fer-ant-voort-oeng uu-ba-nee-men. Hij leek daarvoor nog in orde, dus ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen.
B

Ich schätze deine Ehrlichkeit. Vielleicht lässt sich die Tasche noch reparieren.

Ich sjè-tse dai-ne eer-lik-hait. Fie-laicht lèst zich die tasje noch re-pa-rie-ren. Ik waardeer je eerlijkheid. Misschien is de tas nog te repareren.
A

Ich kann die Reparatur organisieren oder die Tasche ersetzen, wenn nötig.

Ich kan die re-pa-ra-toer or-ga-ni-zie-ren oo-da die tasje er-zet-sen, ven neu-tich. Ik kan de reparatie regelen of de tas vervangen als dat nodig is.
B

Lass uns die Tasche in eine Reparaturwerkstatt bringen, bevor wir uns entscheiden.

Las oens die tasje in ai-ne re-pa-ra-toer-vèrk-sjtat bring-en, be-foor vie(r) oens ent-sjai-den. Laten we de tas naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.
A

Es tut mir leid, dass ich es dir nicht gleich gesagt habe, als es passiert ist.

Es toet mier lait, das ich es dier nicht glaich ge-zaakt haa-be, als es pa-sieert ist. Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.
B

Du hast es jetzt angesprochen, und das hilft. Wir werden sehen, was sie sagen.

Doe hast es jets an-ge-spro-chen, oent das helpt. Vie(r) vee-den zee-en, vas zie zaa-gen. Je hebt het nu ter sprake gebracht, en dat helpt. We zullen zien wat ze zeggen.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich muss dir etwas über die Tasche erzählen, die ich mir ausgeliehen habe.

    Ik moet je iets vertellen over de tas die ik heb geleend.

    Ich muss
    ik moet
    dir
    je
    etwas
    iets
    über
    over
    Tasche
    tas
    erzählen
    vertellen
    die
    die/dat
    ich
    ik
    mir
    me
    ausgeliehen
    geleend
    habe
    heb
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss: müssen betekent hier dat de spreker iets moet doen. muss is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud; bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord meestal als infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich muss gehen. — Ik moet gaan. dir: Dit is de datiefvorm van du en betekent hier “aan jou”, natuurlijk vertaald als “je”. dir gebruik je voor één aangesproken persoon; euch is de datiefvorm voor meerdere aangesproken personen. etwas: Dit onbepaalde voornaamwoord betekent “iets”. Hier gaat het om niet nader bepaalde informatie die de spreker wil vertellen. über: In deze combinatie betekent über “over”. Bij de betekenis “over een onderwerp vertellen” staat het onderwerp na über in de accusatief: über die Tasche. Tasche: Dit zelfstandig naamwoord betekent “tas”. Het is vrouwelijk: die Tasche; het meervoud is die Taschen. erzählen: Dit werkwoord betekent “vertellen”. Het patroon jemandem etwas erzählen gebruikt de persoon aan wie je iets vertelt in de datief en de inhoud als datgene wat je vertelt. Voorbeeld: Ich erzähle dir eine Geschichte. — Ik vertel je een verhaal. die: Hier is die een betrekkelijk voornaamwoord dat naar die Tasche verwijst en de bijzin opent. Het is vrouwelijk enkelvoud en staat hier in de accusatief, omdat het de tas is die de spreker heeft geleend; ich is het onderwerp van de bijzin. De nominatiefvorm zou in deze bijzin bijvoorbeeld voorkomen als de tas zelf de handeling uitvoerde. ich: Dit persoonlijk voornaamwoord betekent “ik” en is hier het onderwerp van de betrekkelijke bijzin. De vorm ich is de eerste persoon enkelvoud; de bijbehorende datiefvorm is mir. mir: Dit is de datiefvorm van het wederkerende voornaamwoord bij ich. In sich etwas ausleihen krijgt de persoon die iets voor zichzelf leent de datief: ich leihe mir etwas aus — ik leen iets voor mezelf. mir markeert hier dus de persoon voor wie het lenen plaatsvindt. ausgeliehen: Dit is het voltooid deelwoord van het scheidbare werkwoord ausleihen, “lenen”. In de voltooide tijd staat het samen met haben: ich habe ... ausgeliehen. Het voorvoegsel aus- blijft in het voltooid deelwoord aan het werkwoord vastzitten. habe: habe is de eerste persoon enkelvoud van haben in de tegenwoordige tijd. Hier werkt het als hulpwerkwoord om het perfectum te vormen: ich habe ausgeliehen. Voorbeeld: Ich habe ein Buch ausgeliehen. — Ik heb een boek geleend. Samen vormt Ich muss dir etwas über die Tasche erzählen de hoofdzin: de spreker moet de aangesprokene iets vertellen over een bepaalde tas. De bijzin die ich mir ausgeliehen habe beschrijft welke tas bedoeld is: de tas die de spreker voor zichzelf heeft geleend. In de hoofdzin staat muss vroeg en staat het infinitief erzählen aan het einde; in de betrekkelijke bijzin staan ausgeliehen en het hulpwerkwoord habe aan het einde, met habe als laatste woord.

  2. Ist während deiner Reise etwas damit passiert?

    Is er tijdens je reis iets mee gebeurd?

    Ist
    is
    während
    tijdens
    Reise
    reis
    etwas
    iets
    damit
    ermee
    passiert
    gebeurd
    Uitgebreide uitleg

    Ist is hier de vorm van sein die samen met passiert de voltooide tijd vormt. De vraag heeft vraagwoordvolgorde: het werkwoord staat voor het onderwerp, zoals in Ist etwas passiert? In die vraag is etwas het onderwerp; ist is enkelvoud, derde persoon. während geeft de periode aan waarin iets gebeurt: während deiner Reise = tijdens je reis. Het is een voorzetsel. In standaardtaal wordt während vaak met de genitief gebruikt; in gesproken Duits komt ook de datief voor. Bij het vrouwelijke enkelvoud ziet deiner Reise er in beide naamvallen hetzelfde uit, dus deze vorm alleen maakt de naamval niet zichtbaar. Reise is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent een reis. Het meervoud is Reisen: eine Reise — zwei Reisen. In deze zin gaat het om de reis die de aangesproken persoon maakt, uitgedrukt door deiner. etwas betekent hier iets: een onbepaald ding of een onbepaalde gebeurtenis. Het gedraagt zich grammaticaal als enkelvoud, daarom staat er ist en niet een meervoudsvorm. Bijvoorbeeld: Etwas ist passiert. — Er is iets gebeurd. damit is een da-voornaamwoord met de betekenis ermee of daarmee. Het verwijst hier naar het voorwerp waarover in de context wordt gesproken, namelijk de tas. Da-voornaamwoorden zoals damit worden normaal voor zaken gebruikt, niet voor personen. Ich öffne die Tasche damit. — Ik open de tas ermee. passiert komt van het werkwoord passieren en betekent hier gebeurd. In deze zin is het het voltooid deelwoord: ist passiert = is gebeurd. Hetzelfde woord kan in een andere constructie ook de tegenwoordige tijd van passieren zijn, bijvoorbeeld Was passiert? — Wat gebeurt er? Samen vormen Ist en passiert de voltooide vraag, met etwas als onderwerp. Während deiner Reise bepaalt wanneer, en damit bepaalt waarmee of met welk voorwerp er iets is gebeurd. De volledige betekenis is daarom: Is er tijdens je reis iets mee gebeurd?

  3. Der Reißverschluss klemmte, und ein Teil davon hat sich gelöst.

    De rits liep vast en een deel van de rits raakte los.

    Reißverschluss
    rits
    klemmte
    liep vast
    Teil
    deel
    davon
    daarvan / ervan
    hat sich gelöst
    is losgeraakt
    Uitgebreide uitleg

    Reißverschluss betekent hier een rits. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Reißverschluss; het meervoud is die Reißverschlüsse. Het woord benoemt het voorwerp waarover de zin spreekt. klemmte komt van klemmen en is hier de verleden tijd (Präteritum) van de derde persoon enkelvoud. Het beschrijft dat de rits op dat moment vastliep of niet goed bewoog. Vergelijk: Die Tür klemmte. — De deur liep vast. In een vertelling is klemmte een gewone manier om een toestand in het verleden weer te geven. Teil betekent een deel of gedeelte. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Teil; het meervoud is die Teile. In ein Teil introduceert ein een niet nader bepaald deel; de zin beweert hier niet zelfstandig een bepaalde hoeveelheid, maar zegt dat een deel van de rits losraakte. davon is een verwijzend bijwoord met de betekenis ‘daarvan’ of ‘ervan’. In deze zin verwijst het, in overeenstemming met de vaste vertaling, naar de rits: ein Teil davon betekent dus ‘een deel ervan’. De vorm davon combineert het verwijzende da- met von en voorkomt dat het eerder genoemde voorwerp opnieuw moet worden herhaald. hat sich gelöst is de voltooide tijd van sich lösen, ‘losraken’ of ‘loskomen’. hat is de hulpwerkwoordsvorm van haben voor de derde persoon enkelvoud, en gelöst is het voltooid deelwoord van lösen. sich hoort bij de wederkerende constructie; het deel dat losraakt is hier zelf het onderwerp. Vergelijk: Die Schraube hat sich gelöst. — De schroef is losgeraakt. De vorm gelöst moet niet worden verward met los als bijvoeglijk naamwoord; hier wordt een gebeurtenis in de voltooide tijd uitgedrukt. De eerste hoofdzin is Der Reißverschluss klemmte: de rits liep vast. Und verbindt die zin met de tweede hoofdzin. Daarin is ein Teil het onderwerp en staat davon erbij om aan te geven waarvan dat deel afkomstig is. hat sich gelöst zegt vervolgens dat dat deel is losgeraakt. Samen betekent de hele uiting: de rits liep vast en een deel ervan raakte los.

  4. War der Reißverschluss schon beschädigt?

    Was de rits al beschadigd?

    War
    was
    der Reißverschluss
    de rits
    schon
    al
    beschädigt
    beschadigd
    Uitgebreide uitleg

    War is de verleden tijd van sein voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es war = “hij/zij/het was”. In deze vraag staat het werkwoord vooraan, omdat het een ja-neevraag is. Vergelijk: Der Reißverschluss war beschädigt. — “De rits was beschadigd.” der Reißverschluss betekent hier “de rits”. Het is een zelfstandig naamwoord met mannelijk grammaticaal geslacht; daarom staat het bepaald lidwoord der erbij in deze vorm. Het meervoud is die Reißverschlüsse. Het voorafgaande woord der Reißverschluss in de context verwijst naar dezelfde rits. schon betekent hier “al”, dus dat de beschadigde toestand mogelijk al vóór een later moment bestond. Het is niet hetzelfde als noch (“nog”): War der Reißverschluss noch beschädigt? vraagt of hij op dat moment nog steeds beschadigd was. beschädigt betekent “beschadigd”. Het is hier de toestand waarin de rits zich bevond en hoort bij war: war beschädigt = “was beschadigd”. De vorm hangt hier niet af van het geslacht of het getal van der Reißverschluss, omdat beschädigt na sein als naamwoordelijk deel wordt gebruikt. Het is verwant aan het werkwoord beschädigen (“beschadigen”): Jemand hat den Reißverschluss beschädigt. — “Iemand heeft de rits beschadigd.” Samen vormen War der Reißverschluss schon beschädigt? de ja-neevraag “Was de rits al beschadigd?” De vraag onderzoekt of de rits op het bedoelde moment al in die toestand was; ze zegt niet wie de schade heeft veroorzaakt. In het vervolg wordt dat onderscheiden van de mogelijkheid dat de rits tijdens het gebruik kapotging.

  5. Oder ist er kaputtgegangen, während du ihn benutzt hast?

    Of is hij kapotgegaan terwijl je hem gebruikte?

    Oder
    of
    ist er
    is hij
    kaputtgegangen
    kapotgegaan
    während
    terwijl
    du
    je
    ihn
    hem
    benutzt
    gebruikte
    Uitgebreide uitleg

    Oder opent hier een alternatieve ja-neevraag: “Of …?” Het verbindt deze vraag met de voorafgaande mogelijkheid en betekent hier niet “anders” of “ofwel” als zelfstandig antwoord. ist er: er is de derde persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord en betekent hier “hij”. In de gegeven context verwijst het naar het eerder genoemde mannelijke Duitse woord der Reißverschluss (“de rits”). ist is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”). Samen vormen ze met het volgende deel een voltooide vorm; ist staat hier niet op zichzelf als “is” in de betekenis “bevindt zich”. kaputtgegangen is het voltooid deelwoord van kaputtgehen (“kapotgaan”). Het beschrijft hier een verandering naar een kapotte toestand. De voltooide vorm is ist kaputtgegangen: bij dit werkwoord wordt sein als hulpwerkwoord gebruikt. Vergelijk: Der Reißverschluss geht kaputt = “De rits gaat kapot”; Der Reißverschluss ist kaputtgegangen = “De rits is kapotgegaan”. während leidt de bijzin in die de gelijktijdige omstandigheid aangeeft: “terwijl”. In deze bijzin staat het vervoegde hulpwerkwoord aan het einde, zoals in … benutzt hast. du is de vorm voor “jij/je” als onderwerp. Het is de tweede persoon enkelvoud. Voorbeelden: Du benutzt den Reißverschluss. = “Je gebruikt de rits.” Benutzt du den Reißverschluss? = “Gebruik je de rits?” ihn is de accusatiefvorm van het mannelijke enkelvoudige voornaamwoord er: er als onderwerp, ihn als lijdend voorwerp. Hier verwijst ihn naar hetzelfde voorwerp als er, dus naar de rits in de gegeven context. Een vergelijkbare vormwisseling is Er benutzt ihn = “Hij gebruikt hem”. benutzt is hier het voltooid deelwoord van benutzen (“gebruiken”), niet de persoonsvorm. De persoonsvorm is hast, de tweede persoon enkelvoud van haben, in de volledige bijzin du ihn benutzt hast. In een hoofdzin kan dezelfde voltooide vorm bijvoorbeeld verschijnen als Du hast ihn benutzt. = “Je hebt hem gebruikt.” In de Nederlandse vertaling wordt deze bijzin natuurlijk weergegeven met “terwijl je hem gebruikte”. De combinatie während du ihn benutzt hast betekent dus “terwijl je hem gebruikte”: du is degene die de handeling uitvoert en ihn is het gebruikte voorwerp. De hoofdzin ist er kaputtgegangen zegt dat het voorwerp kapot is gegaan. Samen vormt de zin: “Of is hij kapotgegaan terwijl je hem gebruikte?”

  6. Vorher schien er in Ordnung zu sein, deshalb möchte ich die Verantwortung übernehmen.

    Hij leek daarvoor nog in orde, dus ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen.

    Vorher
    daarvoor; eerder
    schien
    leek
    er
    hij
    in Ordnung
    in orde
    zu sein
    te zijn
    deshalb
    daarom
    möchte ich
    ik wil
    Verantwortung
    verantwoordelijkheid
    übernehmen
    op zich nemen
    Uitgebreide uitleg

    Vorher betekent hier dat iets op een eerder moment zo was: ‘daarvoor’ of ‘eerder’. Het is een tijdsbepaling. Voorbeeld: Vorher war alles ruhig. — ‘Daarvoor was alles rustig.’ schien is de verleden tijd van scheinen (‘lijken’). De vorm hoort hier bij er: er schien = ‘hij leek’. In de tegenwoordige tijd is dat er scheint; voor een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld ich scheine (‘ik lijk’). er is een persoonlijk voornaamwoord in het enkelvoud en staat hier als onderwerp. Overeenkomstig de vertaling betekent het ‘hij’. De concrete referent wordt in deze zin niet verder benoemd. in Ordnung is een vaste uitdrukking voor ‘in orde’ of ‘in goede staat’. Ze kan zowel een toestand als het functioneren beschrijven. Voorbeeld: Der Computer ist in Ordnung. — ‘De computer is in orde.’ zu sein is het infinitief van sein (‘zijn’) met zu. Na scheinen gebruikt het Duits vaak de constructie scheinen, ... zu sein: Er scheint müde zu sein. — ‘Hij lijkt moe te zijn.’ Hier vormt in Ordnung zu sein samen het predicaat: hij leek in orde te zijn. deshalb betekent ‘daarom’ en legt een gevolgverband met wat eraan voorafgaat. Het kan aan het begin van de zin staan; het vervoegde werkwoord blijft dan op de tweede positie: Deshalb gehe ich. — ‘Daarom ga ik.’ möchte ich bevat möchte, de vorm van mögen die hier een wens of voornemen van de eerste persoon enkelvoud uitdrukt, plus het onderwerp ich (‘ik’). Möchte klinkt doorgaans minder direct dan will; in deze zin wordt het vertaald als ‘ik wil’. Voorbeeld: Ich möchte helfen. — ‘Ik wil graag helpen.’ Verantwortung is het zelfstandig naamwoord ‘verantwoordelijkheid’. Het is vrouwelijk: die Verantwortung. In de zin staat het met het bepaalde lidwoord die in de woordgroep die Verantwortung; dat lidwoord maakt de verantwoordelijkheid bepaald, maar drukt op zichzelf geen bezit uit. übernehmen betekent onder meer ‘overnemen’ of ‘op zich nemen’. Met Verantwortung vormt het een gebruikelijke verbinding: Verantwortung übernehmen = ‘verantwoordelijkheid op zich nemen’. Omdat möchte een ander werkwoord aanstuurt, staat übernehmen als infinitief aan het einde. Samen is de opbouw: Vorher (eerder) + schien er in Ordnung zu sein (leek hij in orde te zijn) + deshalb (daarom) + möchte ich (wil ik) + die Verantwortung übernehmen (de verantwoordelijkheid op me nemen). De hele zin betekent hier: ‘Hij leek daarvoor nog in orde, dus ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen.’

  7. Ich schätze deine Ehrlichkeit. Vielleicht lässt sich die Tasche noch reparieren.

    Ik waardeer je eerlijkheid. Misschien is de tas nog te repareren.

    schätze
    waardeer
    Ehrlichkeit
    eerlijkheid
    Vielleicht
    misschien
    lässt sich
    kan ... worden
    Tasche
    tas
    noch
    nog
    reparieren
    repareren
    Uitgebreide uitleg

    schätze betekent hier “waardeer”. Het is de vorm van schätzen voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich schätze. Het kan zowel “waarderen” als “inschatten” betekenen; in deze zin gaat het om waarderen. Voorbeeld: Ich schätze deine Hilfe. — “Ik waardeer je hulp.” Ehrlichkeit is het zelfstandig naamwoord voor eerlijkheid. Het woord is vrouwelijk: die Ehrlichkeit; het meervoud is normaal gesproken niet nodig wanneer je eerlijkheid als eigenschap bedoelt. De vorm deine past hier bij het bezittelijke “je” en bij dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord in deze zinsfunctie. Voorbeeld: Ehrlichkeit ist wichtig. — “Eerlijkheid is belangrijk.” Vielleicht drukt onzekerheid uit: “misschien”. Het zegt dat de mogelijkheid niet als zeker wordt voorgesteld. Het staat hier vooraan en vormt samen met de rest een voorzichtige inschatting. Voorbeeld: Vielleicht kommt er morgen. — “Misschien komt hij morgen.” lässt sich is een herbruikbare Duitse constructie met lassen en sich. In combinatie met een infinitief drukt ze uit dat iets mogelijk is: Etwas lässt sich reparieren betekent “iets kan gerepareerd worden” of natuurlijker “iets is te repareren”. lässt is de derde persoon enkelvoud van lassen in de tegenwoordige tijd; sich verwijst hier niet naar een benoemde persoon, maar hoort bij deze constructie. Voorbeeld: Der Fehler lässt sich vermeiden. — “De fout kan worden vermeden.” Tasche betekent “tas”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche. In deze zin is die de bepaalde vorm, omdat het om een specifieke tas gaat; het woord zelf verandert niet door het geslacht van een mogelijke bezitter. Voorbeeld: Die Tasche ist schwer. — “De tas is zwaar.” noch betekent hier “nog”: de mogelijkheid bestaat op dit moment nog steeds. In andere contexten kan noch bijvoorbeeld “nog een” of “nog steeds” helpen uitdrukken, maar hier versterkt het de tijdsnuance van de reparatiemogelijkheid. Voorbeeld: Das Gerät funktioniert noch. — “Het apparaat werkt nog.” reparieren is het infinitief “repareren”. Na lässt sich blijft het infinitief aan het einde van de constructie staan. De combinatie maakt van de handeling geen opdracht; ze beschrijft alleen dat de handeling mogelijk is. Voorbeeld: Man kann den Stuhl reparieren. — “Men kan de stoel repareren.” Samen betekent Ich schätze deine Ehrlichkeit letterlijk en natuurlijk: “Ik waardeer je eerlijkheid.” Daarna maakt Vielleicht de uitspraak voorzichtig: “Misschien”. In lässt sich die Tasche noch reparieren staat de tas als onderwerp van de mogelijkheid, en reparieren benoemt de mogelijke handeling. Het geheel betekent daarom: “Misschien is de tas nog te repareren.”

  8. Ich kann die Reparatur organisieren oder die Tasche ersetzen, wenn nötig.

    Ik kan de reparatie regelen of de tas vervangen als dat nodig is.

    Ich kann
    ik kan
    die Reparatur
    de reparatie
    organisieren
    regelen
    die Tasche
    de tas
    ersetzen
    vervangen
    wenn nötig
    als dat nodig is
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan doen. kann is de vorm van können bij ich; bij dit modale werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de betreffende woordgroep: Ich kann warten = "Ik kan wachten". In deze zin horen organisieren en ersetzen bij kann. De vorm drukt hier mogelijkheid of vermogen uit; bereidheid wordt niet afzonderlijk door deze woorden beweerd. die Reparatur betekent hier de reparatie als handeling of resultaat. Reparatur is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het lidwoord die heeft bij dit woord dezelfde vorm in nominatief en accusatief; de vorm alleen maakt de naamval dus niet duidelijk. Voorbeeld: Die Reparatur dauert lange. = "De reparatie duurt lang." organisieren betekent regelen of organiseren. Het is een regelmatig werkwoord: organisieren – organisiert – hat organisiert. Na kann blijft de infinitief organisieren staan. Hier is die Reparatur het lijdend voorwerp: de spreker kan de reparatie regelen. die Tasche betekent de tas. Tasche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, waardoor het bepaalde lidwoord hier die is. In deze zin is de tas het lijdend voorwerp van ersetzen; bij dit vrouwelijke woord ziet het lidwoord er in nominatief en accusatief hetzelfde uit. Voorbeeld: Ich nehme die Tasche. = "Ik neem de tas." ersetzen betekent vervangen. Het is een regelmatig werkwoord: ersetzen – ersetzt – hat ersetzt. Het verschilt van reparieren: ersetzen houdt in dat iets door iets anders wordt vervangen, terwijl reparieren inhoudt dat hetzelfde voorwerp wordt hersteld. Voorbeeld: Wir ersetzen die alte Tasche. = "We vervangen de oude tas." wenn nötig is een verkorte voorwaardelijke bepaling met de betekenis "als dat nodig is" of "indien nodig". nötig betekent nodig. De uitdrukking verwijst hier naar de voorwaarde dat een van de genoemde handelingen nodig blijkt; ze specificeert niet zelfstandig een bepaald weggelaten voorwerp als onderwerp. De zin bevat twee door oder verbonden mogelijkheden: Ich kann die Reparatur organisieren en die Tasche ersetzen. In het tweede deel blijft ersetzen de infinitief die bij kann hoort. Het geheel betekent: "Ik kan de reparatie regelen of de tas vervangen, als dat nodig is."

  9. Lass uns die Tasche in eine Reparaturwerkstatt bringen, bevor wir uns entscheiden.

    Laten we de tas naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.

    Lass uns
    laten we
    Tasche
    tas
    in eine
    naar een
    Reparaturwerkstatt
    reparatiewerkplaats
    bringen
    brengen
    bevor
    voordat
    wir
    wij
    uns entscheiden
    beslissen
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns is een vaste manier om samen een voorstel te doen: “laten we …”. Lass is hier de gebiedende wijs van lassen bij du, maar samen met uns verwijst de uitdrukking naar de spreker en de aangesprokene(n). Het is dus niet simpelweg het Nederlandse werkwoord “laten” in zijn gewone betekenis. Tasche betekent hier “tas”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Tasche. In deze zin staat het in de vierde naamval als lijdend voorwerp van bringen; de vorm van het zelfstandig naamwoord zelf verandert daardoor niet. Het meervoud is Taschen. in eine geeft een bestemming aan: naar binnen, naar een bepaalde plaats. Na in staat hier de vierde naamval omdat er beweging naar een bestemming is. Bij het vrouwelijke die Werkstatt wordt dat eine Werkstatt; bij een plaats zonder beweging zou je bijvoorbeeld in einer Werkstatt zeggen. Reparaturwerkstatt is een samenstelling van Reparatur en Werkstatt: een werkplaats waar iets wordt gerepareerd. Het woord is vrouwelijk: die Reparaturwerkstatt. Voorbeeld: Die Tasche ist in der Reparaturwerkstatt. — “De tas is in de reparatiewerkplaats.” Hier beschrijft in der een plaats, niet een beweging ernaartoe. bringen betekent “brengen” of “ergens naartoe brengen”. Na Lass uns blijft het als infinitief staan: Lass uns die Tasche bringen. — “Laten we de tas brengen.” Het is bringen, niet nehmen: bringen legt de nadruk op iets naar een bestemming brengen, terwijl nehmen meestal “nemen” betekent. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. De basiszin is bijvoorbeeld Wir entscheiden uns. — “Wij beslissen.” Na bevor wordt dat bevor wir uns entscheiden. wir betekent “wij” en is hier het onderwerp van de bijzin. Het is de eerste persoon meervoud. De vorm is dus niet afhankelijk van het geslacht van een afzonderlijke persoon. uns entscheiden is de wederkerende combinatie sich entscheiden: “beslissen” of “een beslissing nemen”. Bij wir wordt het wederkerende voornaamwoord uns: wir entscheiden uns. Voorbeeld: Wir entscheiden uns morgen. — “Wij beslissen morgen.” De combinatie betekent hier alleen dat de spreker en de andere betrokken persoon/personen eerst een beslissing zullen nemen; de zin specificeert niet welke beslissing dat is. Samen ontstaat de structuur Lass uns [iets] [naar een bestemming] brengen, bevor [onderwerp] sich entscheiden: “Laten we de tas naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.” De hoofdzin bevat het gezamenlijke voorstel; bevor wir uns entscheiden geeft aan dat het brengen eerder moet plaatsvinden dan het beslissen.

  10. Es tut mir leid, dass ich es dir nicht gleich gesagt habe, als es passiert ist.

    Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.

    Es tut mir leid
    Het spijt me
    dir
    jou
    nicht gleich
    niet meteen
    gesagt
    gezegd / verteld
    passiert
    gebeurd
    Uitgebreide uitleg

    Es tut mir leid is de vaste Duitse uitdrukking voor “het spijt me”. mir is de datiefvorm van ich (“ik”): de spreker is degene die spijt heeft. Een vergelijkbaar patroon is Das tut mir leid — “Dat spijt me”. dir is de datiefvorm van du (“jij”): “jou” als ontvanger van de mededeling. In ich es dir ... gesagt habe staat het naast het vertelde es en het werkwoord gesagt; de datief markeert hier de persoon aan wie iets wordt verteld. De datiefvormen zijn mir voor “mij” en dir voor “jou”. nicht gleich betekent hier “niet meteen”. gleich kan in andere contexten ook “gelijk” of “hetzelfde” betekenen, maar hier geeft het met nicht aan dat het vertellen niet onmiddellijk gebeurde. Voorbeeld: Ich antworte nicht gleich. — “Ik antwoord niet meteen.” gesagt is het voltooid deelwoord van sagen (“zeggen”, ook “vertellen”). Samen met habe vormt het het Duitse perfectum: ich habe gesagt — “ik heb gezegd/verteld”. In deze dass-bijzin staat het vervoegde hulpwerkwoord habe aan het einde: ich es dir nicht gleich gesagt habe. Het eerste es is hier het object van gesagt; de zin specificeert niet waarnaar dat “het” precies verwijst. passiert komt van passieren (“gebeuren”). In als es passiert ist vormt het samen met ist het perfectum: Es ist passiert — “Het is gebeurd.” Bij deze betekenis gebruikt passieren dus sein als hulpwerkwoord. Het tweede es is het onpersoonlijke onderwerp van de constructie “het gebeurde”; de bron identificeert geen zelfstandig naamwoord waarnaar dit voornaamwoord afzonderlijk verwijst. De structuur is Es tut mir leid, dass ...: “Het spijt me dat ...”. Binnen de dass-bijzin staat ich es dir nicht gleich gesagt habe: “ik het jou niet meteen heb verteld”. De daaropvolgende als-bijzin, als es passiert ist, geeft het tijdstip aan: “toen het gebeurde”. Samen betekent de volledige zin: “Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.”

  11. Du hast es jetzt angesprochen, und das hilft. Wir werden sehen, was sie sagen.

    Je hebt het nu ter sprake gebracht, en dat helpt. We zullen zien wat ze zeggen.

    Du hast
    je hebt
    es
    het
    jetzt
    nu
    angesprochen
    ter sprake gebracht
    das
    dat
    hilft
    helpt
    Wir werden
    we zullen
    sehen
    zien
    was
    wat
    sie
    ze
    sagen
    zeggen
    Uitgebreide uitleg

    Du hast vormt hier het perfectum: haben in de tegenwoordige tijd voor du + een voltooid deelwoord. De combinatie verwijst naar iets dat je hebt gedaan. Vergelijk: Du hast gelernt. — “Je hebt geleerd.” Het hulpwerkwoord is hast; de handeling zelf volgt in angesprochen. es is een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige vorm. Hier betekent het, volgens de vaste vertaling, “het”; de precieze zaak waarnaar het verwijst wordt door deze zin zelf niet benoemd. jetzt betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. angesprochen is het voltooid deelwoord van an|sprechen, “aanspreken” of “ter sprake brengen”. In deze zin heeft het de bedoelde betekenis “ter sprake gebracht”. Het voorvoegsel an- hoort bij het werkwoord; het is dus niet afgeleid van een ander werkwoord. De vormketen is ansprechen — sprach an — angesprochen. Voorbeeld: Sie hat das Problem angesprochen. — “Ze heeft het probleem ter sprake gebracht.” das verwijst hier naar de voorafgaande situatie of handeling als geheel en betekent “dat”. Het staat als onderwerp van hilft; het is dus niet het Nederlandse lidwoord “het” bij een zelfstandig naamwoord. hilft komt van helfen en is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De vorm past hier bij das: “dat helpt”. Voorbeeld: Das hilft mir. — “Dat helpt mij.” Wir werden is een toekomstconstructie: werden in de vorm voor wir + een infinitief. werden betekent in deze combinatie niet zelfstandig “worden”, maar markeert de verwachting over de toekomst. Voorbeeld: Wir werden warten. — “We zullen wachten.” sehen is de infinitief na werden en betekent “zien”. In Wir werden sehen betekent de combinatie “we zullen zien”; de infinitief blijft na het vervoegde werden staan. was leidt hier de inhoud in van wat er bekeken zal worden: “wat”. De groep was sie sagen is dus de inhoud van sehen, niet een losse vraag aan de gesprekspartner. sie is hier het onderwerp van sagen en wordt in de vaste vertaling weergegeven als “ze”. In deze vorm en functie is het een derde-persoons meervoud: meerdere niet nader genoemde personen zijn degenen die spreken. De zin specificeert hun identiteit niet. sagen betekent “zeggen” en is hier de tegenwoordige tijd in het bijzin-deel was sie sagen. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde: was sie sagen — “wat ze zeggen”. Voorbeeld: Ich weiß, was sie sagen. — “Ik weet wat ze zeggen.” Samen betekent Du hast es jetzt angesprochen, und das hilft: “Je hebt het nu ter sprake gebracht, en dat helpt.” Daarna geeft Wir werden sehen aan dat men later zal zien wat het resultaat of de reactie is; was sie sagen benoemt wat men zal zien: “wat ze zeggen.” De volledige betekenis is daarom: “Je hebt het nu ter sprake gebracht, en dat helpt. We zullen zien wat ze zeggen.”

Grammatica

sich etwas ausleihen: mir + Akkusativ

Ich habe mir die Tasche ausgeliehen.

Ich haa-be mier die tasje aus-ge-lien.

Ik heb de tas geleend.

Bij iets lenen gebruikt het Duits vaak een datief voor de persoon: mir, en een accusatief voor het geleende voorwerp.

sein + Partizip II im Perfekt

Die Tasche ist kaputtgegangen.

Die tasje ist ka-poet-ge-gang-en.

De tas is kapotgegaan.

Bij een verandering van toestand gebruikt het Duits in de voltooide tijd vaak sein: ist kaputtgegangen.

Duits woordenschat

beschädigt bijvoeglijk naamwoord
be-sjè-dicht beschadigd
der Reißverschluss zelfstandig naamwoord
dea rais-fèr-sjloes de rits Der Reißverschluss
der Teil zelfstandig naamwoord
dea tail het deel ein Teil
die Reise zelfstandig naamwoord
die rai-ze de reis deiner Reise
die Tasche zelfstandig naamwoord
die tasje de tas
erzählen werkwoord
èr-tsè-len vertellen
etwas voornaamwoord
eet-vas iets
klemmen werkwoord
klem-men vastlopen klemmte
passieren werkwoord
pa-sie-ren gebeuren passiert ist
sich ausleihen werkwoord
zich aus-lai-en lenen mir ausgeliehen habe
sich lösen werkwoord
zich leu-zen losraken sich gelöst
während voorzetsel
vè-rent tijdens

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Was de rits al beschadigd?

Antwoord tonenWar der Reißverschluss schon beschädigt?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tijdens

Antwoord tonenwährend

vertellen

Antwoord tonenerzählen

iets

Antwoord tonenetwas

vastlopen

Antwoord tonenklemmte