Ich
“Ich” betekent hier “ik” en is degene die iets moet vertellen. Het staat als onderwerp aan het begin van “Ich muss dir etwas über die Tasche erzählen”. Je gebruikt “Ich” wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in het patroon “Ich muss ... erzählen”.
muss
“muss” geeft hier aan dat iets noodzakelijk is: de spreker moet iets vertellen. Het staat in “Ich muss dir etwas über die Tasche erzählen” en wordt gevolgd door een infinitief aan het einde van de zin. Een bruikbaar patroon is “Ich muss ... erzählen”.
dir
“dir” betekent hier “aan jou” en verwijst naar de persoon aan wie iets verteld wordt. In “Ich muss dir etwas über die Tasche erzählen” staat het bij het werkwoord “erzählen”. Je gebruikt dit patroon om aan te geven wie informatie ontvangt: “jemandem etwas erzählen”.
etwas
“etwas” betekent hier “iets”: een nog niet nader genoemde mededeling. In “Ich muss dir etwas über die Tasche erzählen” staat het vóór het onderwerp van het onderwerp waarover de mededeling gaat. Het patroon “jemandem etwas erzählen” is bruikbaar wanneer je iemand iets wilt vertellen.
über
“über” betekent hier “over” en introduceert het onderwerp van de mededeling in “etwas über die Tasche erzählen”. Het hoort bij het patroon “etwas über ... erzählen”. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je informatie over een voorwerp, persoon of gebeurtenis geeft.
die
In “die Tasche” is “die” het bepaalde lidwoord bij het bedoelde voorwerp. Hetzelfde woord verschijnt ook in “die ich mir ausgeliehen habe”, waar het de bijzin over de tas inleidt. Let daarom op de hele combinatie waarin “die” staat: “die Tasche” of “die ich mir ausgeliehen habe”.
Tasche
“Tasche” betekent hier “tas”, het voorwerp dat de spreker heeft geleend en beschadigd. In “die Tasche” wordt het voorwerp als bekend aangeduid. Een bruikbaar patroon is “die Tasche reparieren” of “die Tasche ersetzen”.
erzählen
“erzählen” betekent hier “vertellen” en staat in “Ich muss dir etwas über die Tasche erzählen”. Na “muss” blijft het werkwoord in deze vorm aan het einde van de zin staan. Het patroon “jemandem etwas über ... erzählen” geeft aan wie je iets vertelt en waarover.
mir
In “die ich mir ausgeliehen habe” betekent “mir” “voor mezelf” of “aan mezelf”: de spreker heeft de tas voor zichzelf geleend. Het woord komt ook voor in “Es tut mir leid”, waar het deel is van de vaste uitdrukking voor spijt. De precieze functie blijkt dus uit de volledige constructie.
ausgeliehen
“ausgeliehen” betekent hier “geleend” in “die ich mir ausgeliehen habe”. De vorm maakt duidelijk dat de spreker de tas eerder heeft geleend; het hulpwerkwoord staat als “habe” aan het einde van de bijzin. De vaste combinatie “sich etwas ausleihen” gebruik je wanneer iemand iets voor zichzelf leent.
habe
“habe” is hier het hulpwerkwoord in “die ich mir ausgeliehen habe”. Samen met “ausgeliehen” verwijst het naar een voltooide handeling: het lenen heeft al plaatsgevonden. In een bijzin staat “habe” hier aan het einde.
Ist
“Ist” betekent hier “is” en staat aan het begin van de vraag “Ist während deiner Reise etwas damit passiert?”. Door deze plaatsing wordt de vraag gevormd. Het hoort hier samen met “passiert” bij de vraag of er iets is gebeurd.
während
“während” betekent hier “tijdens” en geeft de periode aan waarin iets gebeurde: “während deiner Reise”. Het wordt gevolgd door de gebeurtenis of periode waarmee je de timing verbindt. Het patroon “während deiner Reise” is bruikbaar om naar iets tijdens een reis te verwijzen.
deiner
“deiner” betekent hier “jouw” in “während deiner Reise”. Het geeft aan dat de reis bij de aangesprokene hoort. De combinatie “während deiner Reise” gebruik je om te vragen of beschrijven wat tijdens iemands reis gebeurde.
Reise
“Reise” betekent hier “reis” in “während deiner Reise”. Het woord benoemt de periode waarin de mogelijke schade ontstond. Je kunt het gebruiken in het patroon “während deiner Reise” wanneer je naar gebeurtenissen onderweg verwijst.
damit
“damit” betekent hier “daarmee” en verwijst naar de tas in “Ist während deiner Reise etwas damit passiert?”. Het vervangt hier een herhaling van het voorwerp. Je gebruikt “damit” om naar iets eerder genoemds te verwijzen wanneer daarmee iets gebeurt of wordt gedaan.
passiert
“passiert” betekent hier “gebeurd” in de vraag “Ist während deiner Reise etwas damit passiert?”. Samen met “Ist” vraagt het naar iets dat met de tas is gebeurd. Het patroon “Was ist passiert?” is bruikbaar om naar een gebeurtenis te vragen.
Der
“Der” is hier het bepaalde lidwoord vóór “Reißverschluss” in “Der Reißverschluss klemmte”. Het introduceert de rits als het bekende onderwerp van de zin. Je gebruikt dezelfde combinatie wanneer je verder over die rits spreekt.
Reißverschluss
“Reißverschluss” betekent hier “rits”. In “Der Reißverschluss klemmte” is het de rits van de tas die vastliep. Een bruikbaar patroon is “Der Reißverschluss klemmte” om een probleem met een rits te beschrijven.
klemmte
“klemmte” betekent hier dat de rits vastliep of klemde. In “Der Reißverschluss klemmte” beschrijft het een probleem dat tijdens de reis optrad. Je kunt dezelfde vorm gebruiken om te vertellen dat een onderdeel niet soepel bewoog.
und
“und” verbindt hier twee mededelingen: “Der Reißverschluss klemmte” en “ein Teil davon hat sich gelöst”. Het voegt informatie toe zonder tegenstelling uit te drukken. Je gebruikt “und” om twee samenhangende gebeurtenissen in één zin te verbinden.
ein
“ein” betekent hier “een” in “ein Teil davon”. Het introduceert een niet nader genoemd deel van de rits. Het patroon “ein Teil davon” is bruikbaar wanneer je naar een deel van iets eerder genoemds verwijst.
Teil
“Teil” betekent hier “deel” in “ein Teil davon”. Het gaat om een gedeelte van de rits, niet om de volledige rits. De combinatie “ein Teil davon” gebruik je om een deel van een eerder genoemd voorwerp aan te duiden.
davon
“davon” betekent hier “daarvan” en verwijst in “ein Teil davon” naar de rits. Het maakt duidelijk waarvan dat deel afkomstig is zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen. Het patroon “ein Teil davon” is een veelgebruikte manier om een onderdeel aan te wijzen.
hat
“hat” is hier het hulpwerkwoord in “ein Teil davon hat sich gelöst”. Samen met “gelöst” beschrijft het dat het deel is losgeraakt. In deze voltooide constructie staat “hat” vóór het reflexieve deel “sich”.
sich
“sich” hoort in “hat sich gelöst” bij de beschrijving van het onderdeel dat vanzelf of uit zichzelf losraakte. Het is geen losstaande vertaling van de hele gebeurtenis. De constructie “sich lösen” gebruik je wanneer iets loskomt of losraakt.
gelöst
“gelöst” betekent hier “losgeraakt” in “hat sich gelöst”. Samen met “sich” beschrijft het dat een deel van de rits niet meer vastzat. Het patroon “sich lösen” is bruikbaar voor iets dat van zijn bevestiging loskomt.
War
“War” betekent hier “was” in de vraag “War der Reißverschluss schon beschädigt?”. Het vraagt naar de toestand van de rits op een eerder moment. Je gebruikt dit patroon om te vragen of een voorwerp al een bepaalde toestand had.
schon
“schon” betekent hier “al” in “War der Reißverschluss schon beschädigt?”. Het vraagt of de schade vóór het gebruik of vóór de reis aanwezig was. Het patroon “schon beschädigt” is bruikbaar wanneer je wilt weten of iets eerder al beschadigd was.
beschädigt
“beschädigt” betekent hier “beschadigd” en beschrijft de toestand van de rits in “War der Reißverschluss schon beschädigt?”. Het woord staat na “war” om naar een bestaande toestand te vragen. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij een voorwerp waarvan je de staat wilt controleren.
Oder
“Oder” betekent hier “of” en introduceert de tweede mogelijkheid in “Oder ist er kaputtgegangen ...?”. De spreker vraagt of de rits tijdens het gebruik kapotging in plaats van al beschadigd te zijn. Je gebruikt “Oder” om een alternatief voor een eerdere vraag of bewering te geven.
er
“er” verwijst hier naar de mannelijke “Reißverschluss” in “Oder ist er kaputtgegangen”. Het voorkomt dat “Reißverschluss” opnieuw wordt herhaald. Je gebruikt een persoonlijk voornaamwoord wanneer het bedoelde voorwerp al bekend is.
kaputtgegangen
“kaputtgegangen” betekent hier “kapotgegaan” in “ist er kaputtgegangen”. Samen met “ist” beschrijft het dat de rits tijdens het gebruik defect raakte. Het patroon “ist kaputtgegangen” gebruik je om te zeggen dat iets kapot is gegaan.
du
“du” betekent hier “jij” en is het onderwerp van “während du ihn benutzt hast”. Het verwijst naar de persoon die de rits gebruikte. Je gebruikt “du” in een informele aanspreekvorm voor één persoon.
ihn
“ihn” betekent hier “hem” en verwijst in “während du ihn benutzt hast” naar de rits. Het is het voorwerp van “benutzt”. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar het al genoemde mannelijke voorwerp verwijst als object.
benutzt
“benutzt” betekent hier “gebruikt” in “während du ihn benutzt hast”. De bijzin beschrijft de periode waarin de rits kapotging. Het patroon “du ihn benutzt hast” gebruik je om te verwijzen naar iets dat iemand heeft gebruikt.
hast
“hast” is hier het hulpwerkwoord in “während du ihn benutzt hast”. Samen met “benutzt” beschrijft het een voltooide handeling binnen de bijzin. Zoals gebruikelijk in deze bijzin staat “hast” aan het einde.
Vorher
“Vorher” betekent hier “daarvoor” of “eerder” in “Vorher schien er in Ordnung zu sein”. Het verwijst naar de toestand vóór het vastlopen en losraken. Je gebruikt “Vorher” om een eerdere toestand met de huidige situatie te vergelijken.
schien
“schien” betekent hier “leek” in “Vorher schien er in Ordnung zu sein”. De spreker zegt dat de rits eerder de indruk gaf dat alles goed was. Het patroon “schien ... zu sein” gebruik je om een eerdere indruk of beoordeling uit te drukken.
in Ordnung
“in Ordnung” betekent hier “in orde” of “goed” in “schien er in Ordnung zu sein”. “in” en “Ordnung” vormen samen deze vaste uitdrukking; de hele combinatie beschrijft een normale of goede toestand. Het patroon “in Ordnung sein” is bruikbaar om te zeggen dat iets goed functioneert.
zu
“zu” is hier het infinitiefteken in “in Ordnung zu sein”. Het verbindt de indruk “schien” met de toestand die de rits leek te hebben. Een bruikbaar patroon is “schien ... zu sein”.
sein
“sein” betekent hier “zijn” in “in Ordnung zu sein”. Het benoemt de toestand waarin de rits volgens de eerdere indruk verkeerde. Na “zu” staat het hier in de infinitief.
deshalb
“deshalb” betekent hier “daarom” en verbindt de eerdere indruk met de beslissing om verantwoordelijkheid te nemen: “deshalb möchte ich die Verantwortung übernehmen”. Het geeft een gevolg of reden aan. Je gebruikt het om een conclusie op basis van de vorige mededeling in te leiden.
möchte
“möchte” betekent hier “zou willen” en drukt een beleefde of persoonlijke intentie uit in “möchte ich die Verantwortung übernehmen”. De spreker geeft aan wat hij bereid is te doen. Een bruikbaar patroon is “Ich möchte ... übernehmen”.
Verantwortung
“Verantwortung” betekent hier “verantwoordelijkheid” in “die Verantwortung übernehmen”. Het gaat om verantwoordelijkheid nemen voor de ontstane schade. De gebruikelijke combinatie in deze dialoog is “die Verantwortung übernehmen”.
übernehmen
“übernehmen” betekent hier “op zich nemen” in “die Verantwortung übernehmen”. Het beschrijft dat de spreker verantwoordelijkheid aanvaardt voor wat er is gebeurd. Het patroon “die Verantwortung übernehmen” is bruikbaar bij fouten, schade of verplichtingen.
schätze
“schätze” betekent hier “waardeer” in “Ich schätze deine Ehrlichkeit”. De spreker laat weten dat hij de eerlijkheid van de ander positief vindt. Het patroon “Ich schätze deine ...” gebruik je om waardering voor een eigenschap of gedrag uit te drukken.
deine
“deine” betekent hier “jouw” in “deine Ehrlichkeit”. Het verwijst naar de eerlijkheid van de aangesprokene. De combinatie “deine Ehrlichkeit” gebruik je wanneer je iemands eerlijkheid benoemt of waardeert.
Ehrlichkeit
“Ehrlichkeit” betekent hier “eerlijkheid” in “Ich schätze deine Ehrlichkeit”. Het verwijst naar het open vertellen over de schade. Je kunt het gebruiken in het patroon “deine Ehrlichkeit schätzen” wanneer je iemand voor eerlijkheid waardeert.
Vielleicht
“Vielleicht” betekent hier “misschien” en maakt de uitspraak voorzichtig: “Vielleicht lässt sich die Tasche noch reparieren”. De spreker weet nog niet zeker of reparatie mogelijk is. Je gebruikt “Vielleicht” om een mogelijkheid te noemen zonder zekerheid te claimen.
lässt
“lässt” maakt in “Vielleicht lässt sich die Tasche noch reparieren” deel uit van de constructie die aangeeft dat reparatie mogelijk is. De hele constructie betekent dat de tas misschien nog gerepareerd kan worden; “lässt” draagt die betekenis niet alleen. Het patroon “Etwas lässt sich reparieren” is bruikbaar om herstelbaarheid uit te drukken.
noch
“noch” betekent hier “nog” in “sich die Tasche noch reparieren”. Het geeft aan dat reparatie op dit moment mogelijk nog kan, ondanks de schade. Je gebruikt “noch” om aan te geven dat een mogelijkheid of toestand blijft bestaan.
reparieren
“reparieren” betekent hier “repareren” in “die Tasche noch reparieren”. In “lässt sich ... reparieren” beschrijft het de mogelijke handeling aan de tas. Het patroon “die Tasche reparieren” is bruikbaar wanneer je herstel van een voorwerp bespreekt.
kann
“kann” betekent hier “kan” in “Ich kann die Reparatur organisieren”. Het drukt uit dat de spreker bereid of in staat is om de reparatie te regelen. Een bruikbaar patroon is “Ich kann ... organisieren”.
Reparatur
“Reparatur” betekent hier “reparatie” in “die Reparatur organisieren”. Het verwijst naar de herstelactie voor de beschadigde tas. Het patroon “eine Reparatur organisieren” gebruik je wanneer je het herstel laat regelen.
organisieren
“organisieren” betekent hier “regelen” of “organiseren” in “die Reparatur organisieren”. De spreker biedt aan om ervoor te zorgen dat de reparatie plaatsvindt. Het patroon “die Reparatur organisieren” is bruikbaar voor het regelen van een herstelafspraak of -actie.
ersetzen
“ersetzen” betekent hier “vervangen” in “die Tasche ersetzen”. Het gaat om een nieuwe tas nemen als reparatie niet voldoende of niet mogelijk is. Het patroon “die Tasche ersetzen” gebruik je wanneer een beschadigd voorwerp door een ander wordt vervangen.
wenn
“wenn” betekent hier “als” in “wenn nötig”. Het introduceert de voorwaarde waaronder de tas vervangen wordt. De verkorte combinatie “wenn nötig” gebruik je om aan te geven dat iets alleen gebeurt wanneer het nodig blijkt.
nötig
“nötig” betekent hier “nodig” in “wenn nötig”. Het beschrijft de voorwaarde voor het vervangen van de tas. De vaste combinatie “wenn nötig” is bruikbaar wanneer je een maatregel afhankelijk maakt van de noodzaak ervan.
Lass
“Lass” betekent hier “laten we” in “Lass uns die Tasche in eine Reparaturwerkstatt bringen”. Het is een voorstel om samen iets te doen. Het patroon “Lass uns ... bringen” gebruik je om gezamenlijk een handeling voor te stellen.
uns
“uns” betekent hier “ons” in “Lass uns die Tasche ... bringen”. Samen met “Lass” verwijst het naar de spreker en de aangesprokene als groep. De combinatie “Lass uns ...” is een gebruikelijke manier om een gezamenlijk voorstel te doen.
in
“in” geeft hier de bestemming aan in “in eine Reparaturwerkstatt bringen”. De tas wordt naar binnen of naar de reparatiewerkplaats gebracht. Het patroon “etwas in eine Reparaturwerkstatt bringen” gebruik je wanneer je een voorwerp voor reparatie wegbrengt.
eine
“eine” betekent hier “een” in “eine Reparaturwerkstatt”. Het introduceert een niet nader bepaalde reparatiewerkplaats als bestemming. De combinatie “in eine Reparaturwerkstatt” hoort bij het brengen van de tas voor onderzoek of herstel.
Reparaturwerkstatt
“Reparaturwerkstatt” betekent hier “reparatiewerkplaats”. In “in eine Reparaturwerkstatt bringen” is het de plaats waar men de tas kan laten nakijken. Je gebruikt het patroon “etwas in eine Reparaturwerkstatt bringen” wanneer een voorwerp gerepareerd moet worden.
bringen
“bringen” betekent hier “brengen” in “Lass uns die Tasche in eine Reparaturwerkstatt bringen”. Het beschrijft het verplaatsen van de tas naar de werkplaats. Een bruikbaar patroon is “etwas in eine Reparaturwerkstatt bringen”.
bevor
“bevor” betekent hier “voordat” en verbindt “die Tasche ... bringen” met “wir uns entscheiden”. Eerst wordt de tas naar de werkplaats gebracht; daarna wordt de beslissing genomen. Je gebruikt “bevor” om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
wir
“wir” betekent hier “wij” in “bevor wir uns entscheiden”. Het verwijst naar de spreker en de aangesprokene samen. Je gebruikt “wir” wanneer beide personen gezamenlijk iets doen of beslissen.
entscheiden
“entscheiden” betekent hier “beslissen” in “bevor wir uns entscheiden”. De beslissing gaat over repareren of vervangen en wordt uitgesteld tot na het advies van de werkplaats. Het patroon “bevor wir uns entscheiden” is bruikbaar wanneer je eerst informatie wilt afwachten.
Es tut mir leid
“Es tut mir leid” is de vaste Duitse uitdrukking voor “het spijt me”. De onderdelen “Es”, “tut”, “mir” en “leid” vormen samen de verontschuldiging; je moet de hele uitdrukking gebruiken voor deze betekenis. Je gebruikt haar hier om spijt uit te drukken over het late vertellen.
dass
“dass” betekent hier “dat” en leidt de inhoud van de verontschuldiging in: “dass ich es dir nicht gleich gesagt habe”. Het werkwoord “habe” staat aan het einde van deze bijzin. Het patroon “Es tut mir leid, dass ...” is bruikbaar om je voor iets te verontschuldigen.
es
“es” verwijst hier in “dass ich es dir nicht gleich gesagt habe” naar de kwestie of gebeurtenis die de spreker had moeten vertellen. Het is het voorwerp van “gesagt”. Je gebruikt “es” om naar iets eerder genoemds of naar een bekende kwestie te verwijzen.
nicht
“nicht” betekent hier “niet” en ontkent in “ich es dir nicht gleich gesagt habe” dat de spreker het meteen heeft verteld. Het staat vóór “gleich” en maakt de timing negatief. Het patroon “etwas nicht gleich sagen” is bruikbaar wanneer iemand iets niet direct vertelt.
gleich
“gleich” betekent hier “meteen” in “ich es dir nicht gleich gesagt habe”. Het beschrijft dat de mededeling niet onmiddellijk na de gebeurtenis werd gedaan. Je gebruikt “gleich sagen” om aan te geven dat je iets direct vertelt.
gesagt
“gesagt” betekent hier “gezegd” in “ich es dir nicht gleich gesagt habe”. Samen met “habe” beschrijft het de eerdere handeling van iets vertellen. Het patroon “jemandem etwas gesagt haben” gebruik je om te verwijzen naar iets dat je iemand hebt meegedeeld.
als
“als” betekent hier “toen” in “als es passiert ist”. Het verwijst naar het moment waarop de schade ontstond. In dit patroon leidt “als” een bijzin over een gebeurtenis in het verleden in.
jetzt
“jetzt” betekent hier “nu” in “Du hast es jetzt angesprochen”. Het benadrukt dat de kwestie op dit moment ter sprake is gebracht. Je gebruikt “jetzt” om een handeling aan het huidige moment te koppelen.
angesprochen
“angesprochen” betekent hier “ter sprake gebracht” in “Du hast es jetzt angesprochen”. Het gaat erom dat de ander de kwestie van de schade bespreekbaar heeft gemaakt. Het patroon “etwas ansprechen” is bruikbaar wanneer je een onderwerp actief ter sprake brengt.
das
“das” betekent hier “dat” in “und das hilft”. Het verwijst naar het feit dat de kwestie nu is aangesproken. Je gebruikt “das” om naar een zojuist genoemde handeling of hele mededeling te verwijzen.
hilft
“hilft” betekent hier “helpt” in “und das hilft”. De spreker zegt dat het alsnog bespreken van de kwestie nuttig is. Het patroon “Das hilft” gebruik je om aan te geven dat een handeling of oplossing ondersteuning biedt.
werden
“werden” betekent hier samen met “sehen” dat “wij zullen zien” wat er gebeurt. In “Wir werden sehen, was sie sagen” verwijst de constructie naar een nog komende beoordeling. Het patroon “Wir werden sehen, was ...” gebruik je wanneer je een toekomstige uitkomst afwacht.
sehen
“sehen” betekent hier “zien” in “Wir werden sehen, was sie sagen”. De betekenis is hier niet alleen letterlijk kijken, maar afwachten en daarna vaststellen wat de werkplaats zegt. Het patroon “Wir werden sehen, was ...” is bruikbaar voor een nog onzekere uitkomst.
was
“was” betekent hier “wat” in “was sie sagen”. Het leidt de inhoud in van wat de medewerkers van de werkplaats zullen zeggen. Het patroon “sehen, was sie sagen” gebruik je wanneer je een antwoord of beoordeling afwacht.
sie
“sie” betekent hier “zij” of “ze” in “was sie sagen” en verwijst naar de mensen bij de reparatiewerkplaats. Het woord is hier dus niet de gesprekspartner, maar de personen van wie men advies verwacht. Je gebruikt het patroon “was sie sagen” om te verwijzen naar wat anderen zullen zeggen.
sagen
“sagen” betekent hier “zeggen” in “was sie sagen”. Het verwijst naar het advies of oordeel dat de medewerkers van de werkplaats zullen geven. Het patroon “sehen, was sie sagen” is bruikbaar wanneer je afwacht wat anderen zullen antwoorden.