Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een gerichte pauze voor meer concentratie oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich starre seit fast zwei Stunden auf diese Tabelle.
Ich sjtarre zait fast tsvai sjoendən auf dieze tabelle. Ik staar al bijna twee uur naar dit spreadsheet.Deine Konzentration lässt wahrscheinlich nach, auch wenn du weitermachst.
Daine kontsentra-tsion lest vaar-sjainligh nagh, auh ven doe vajtermaaght. Je concentratie neemt waarschijnlijk af, ook als je blijft doorwerken.Meine Augen fühlen sich müde an, aber ich wollte vor dem Mittagessen fertig werden.
Maine augen fuulen zich muude an, aaba ich volte foar deem mittaakessen fertich vearden. Mijn ogen voelen moe aan, maar ik wilde voor de lunch klaar zijn.Eine kurze Pause könnte dir helfen, danach schneller fertig zu werden.
Aine koertse pauze keunte dier helpen, daarnaagh snelər fertich tsoe vearden. Een korte pauze kan je misschien helpen om daarna sneller klaar te zijn.Vielleicht sollte ich mich strecken und Wasser holen, statt auf mein Handy zu schauen.
Fielajcht zolte ich mich sjtrekken oent vasser hoolen, sjtat auf main hendi tsoe sjauwen. Misschien moet ik me uitrekken en water halen in plaats van op mijn telefoon te kijken.Das würde deinen Augen und deinem Körper helfen, sich richtig auszuruhen.
Das vuurde dainen augen oent dainem keurper helpen, zich richtich auz-tsoe-roeen. Dat zou je ogen en je lichaam helpen om goed uit te rusten.Lass uns eine kurze Pause machen und mit einem klareren Plan zurückkommen.
Las oens aine koertse pauze maghen oent mit ainem klareren plaan tsoerukkommen. Laten we een korte pauze nemen en terugkomen met een duidelijker plan.Wenn wir zurück sind, können wir nur die problematischen Zeilen überprüfen.
Ven vier tsoeruk zint, keunen vier noer die problemaatisjen tsailen uuberpruufen. Als we terug zijn, kunnen we alleen de problematische rijen bekijken.Das klingt fokussierter, als mich durch alles zu zwingen.
Das klinkt fokuseerter, als mich doerch alles tsoe tsvingen. Dat klinkt doelgerichter dan mezelf door alles heen te dwingen.Dann stellen wir einen Timer und beginnen zuerst mit diesen Zeilen.
Dan sjtellen vier ainen taimer oent beginnen tsoeerst mit diezen tsailen. Dan zetten we een timer en beginnen we eerst met die rijen.Uitleg van de zinnen
Ich starre seit fast zwei Stunden auf diese Tabelle.
Ik staar al bijna twee uur naar dit spreadsheet.
- Ich
- ik
- starre
- staar
- seit
- sinds; al gedurende
- fast
- bijna
- zwei
- twee
- Stunden
- uur; uren
- auf
- naar (bij staren)
- diese
- dit/deze
- Tabelle
- tabel; spreadsheet
Uitgebreide uitleg
Ich is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. In andere personen verandert het onderwerp, bijvoorbeeld du voor één aangesprokene. starre komt van starren en is hier de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich starre. Het betekent gericht en vaak langdurig ergens naar kijken. Vergelijk Ich sehe die Tabelle — “Ik zie de tabel”: sehen beschrijft alleen het zien, terwijl starren de manier en duur van het kijken benadrukt. Voorbeeld: Ich starre auf den Bildschirm. — “Ik staar naar het scherm.” seit geeft aan dat een situatie in het verleden begon en tot nu voortduurt. In seit fast zwei Stunden wordt het dus weergegeven als “al bijna twee uur”. Seit staat bij een tijdsduur met datief; het meervoud Stunden heeft hier dezelfde zichtbare vorm als in andere naamvallen. fast betekent “bijna” en maakt de genoemde duur iets minder dan de daaropvolgende hoeveelheid. Het hoort hier bij de hele tijdsaanduiding fast zwei Stunden, niet bij het staren zelf. Voorbeeld: Ich warte seit fast einer Stunde. — “Ik wacht al bijna een uur.” zwei is het telwoord “twee”. Hier noemt de zin expliciet een hoeveelheid van twee uur; dat volgt uit zwei, niet uit een eventueel lidwoord. Voorbeeld: Wir bleiben zwei Tage. — “We blijven twee dagen.” Stunden is het meervoud van die Stunde, “het uur”. Het getal zwei vereist hier het meervoud. De vaste combinatie zwei Stunden betekent “twee uur” als tijdsduur. auf hoort hier bij de constructie auf etwas starren: naar iets staren. In deze betekenis staat het bekeken object in het accusatief, zoals in auf den Bildschirm en auf die Tabelle. De betekenis van auf hangt van de constructie af; hier gaat het niet om een algemene plaatsbetekenis zoals “op”. diese is een aanwijzend woord in de vorm voor vrouwelijk enkelvoud, accusatief. Het stemt af op Tabelle; de vorm op zichzelf zegt niet wie of wat de tabel buiten deze zin precies is. Voorbeeld: Ich lese diese Zeitung. — “Ik lees deze krant.” Tabelle is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tabelle, “de tabel”. In deze zin is het het object van auf ... starren, dus staat het als diese Tabelle in de accusatief; bij dit vrouwelijke enkelvoud ziet het aanwijzende woord er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit. Samen vormt Ich starre de mededeling “ik staar”, seit fast zwei Stunden voegt de tot nu voortdurende duur toe, en auf diese Tabelle noemt waarop de blik gericht is. De volledige betekenis is: “Ik staar al bijna twee uur naar dit spreadsheet.”
Deine Konzentration lässt wahrscheinlich nach, auch wenn du weitermachst.
Je concentratie neemt waarschijnlijk af, ook als je blijft doorwerken.
- Deine
- jouw
- Konzentration
- concentratie
- lässt … nach
- neemt af
- wahrscheinlich
- waarschijnlijk
- auch wenn
- ook als
- du
- je
- weitermachst
- doorgaat
Uitgebreide uitleg
Deine verwijst naar de aangesprokene als bezitter: “jouw”. De vorm hoort bij du als bezitter en staat hier bij Konzentration, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en als onderwerp. De uitgang -e is dus niet enkelvoud op zichzelf, maar past bij deze naamwoordgroep in deze naamval en dit geslacht. Konzentration betekent hier “concentratie” en is het onderwerp: de concentratie neemt zelf af. Het woord is vrouwelijk: die Konzentration. Voor een herbruikbaar patroon kun je bijvoorbeeld zeggen: Meine Konzentration lässt nach. — “Mijn concentratie neemt af.” lässt ... nach is de gescheiden vorm van het werkwoord nachlassen, hier in de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: die Konzentration lässt nach. Het betekent in deze zin “afnemen” of “zwakker worden”. Lassen zonder nach heeft andere betekenissen, zoals “laten”, dus nach hoort hier bij het werkwoord. In een bijzin blijft de vorm aaneengeschreven: ..., weil die Konzentration nachlässt. — “..., omdat de concentratie afneemt.” wahrscheinlich is een bijwoord met de betekenis “waarschijnlijk”. Het drukt uit dat de spreker de afname aannemelijk vindt, niet dat die als volledig zeker wordt voorgesteld. auch wenn leidt een toegevende bijzin in: “ook als” of “zelfs als”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Dat zie je hier bij weitermachst; auch wenn betekent hier niet eenvoudig een tijdstip, maar introduceert een omstandigheid die de hoofdzin niet verhindert. du is de nominatieve vorm voor één persoon die informeel wordt aangesproken. Het is hier het onderwerp van de bijzin en is in de vaste vertaling weergegeven als “je”. De vorm voor formele aanspreking is Sie, met een andere vervoeging: Sie machen weiter — “U gaat door.” weitermachst komt van het scheidbare werkwoord weitermachen, “doorgaan” of “verdergaan met wat al bezig was”. Hier is het de tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud bij du. In een hoofdzin wordt het werkwoord gescheiden: Du machst weiter. — “Je gaat door.” In deze auch wenn-bijzin staat het als één vorm aan het einde: auch wenn du weitermachst. Samen vormt Deine Konzentration lässt wahrscheinlich nach de hoofdzin: de concentratie van de aangesprokene neemt vermoedelijk af. auch wenn du weitermachst voegt de toegevende voorwaarde toe: dat gebeurt ondanks de mogelijkheid dat de aangesprokene doorgaat. De hele uiting betekent dus dat je concentratie waarschijnlijk afneemt, zelfs als je blijft doorgaan met waar je mee bezig bent.
Meine Augen fühlen sich müde an, aber ich wollte vor dem Mittagessen fertig werden.
Mijn ogen voelen moe aan, maar ik wilde voor de lunch klaar zijn.
- Meine
- mijn
- Augen
- ogen
- fühlen sich … an
- voelen ... aan
- müde
- moe
- aber
- maar
- ich wollte
- ik wilde
- vor
- voor
- Mittagessen
- lunch
- fertig werden
- klaar worden
Uitgebreide uitleg
Meine hoort bij het meervoudige onderwerp Augen. De vorm is hier de possessieve bepaler voor ‘mijn’; bij een meervoudig zelfstandig naamwoord is die vorm in nominatief en accusatief meine. Het meervoud alleen bepaalt geen grammaticaal geslacht. Augen is het meervoud van Auge (‘oog’). Het woord staat hier als onderwerp van de zin. Enkelvoud: ein Auge; meervoud: Augen. fühlen sich ... an is de scheidbare constructie sich anfühlen (‘aanvoelen’). In de tegenwoordige tijd staat het vervoegde deel op de tweede plaats en komt an aan het einde: Meine Augen fühlen sich ... an. Omdat Augen meervoud is, staat het werkwoord op fühlen; sich verwijst hier naar het onderwerp en maakt het werkwoord wederkerend. Voorbeeld: Der Stoff fühlt sich weich an. — ‘De stof voelt zacht aan.’ müde betekent hier ‘moe’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sich anfühlen predicatief wordt gebruikt en daarom geen uitgang krijgt: Die Augen fühlen sich müde an. Het woord beschrijft de toestand die de ogen aanvoelen. aber verbindt twee tegengestelde mededelingen en betekent ‘maar’. Na aber blijft de normale hoofdzinvolgorde mogelijk: aber ich wollte .... ich wollte is de verleden tijd (Präteritum) van wollen, met ich als onderwerp. In deze zin geeft wollte een vroegere bedoeling weer: de spreker wilde iets bereiken. De vormen van wollen zijn bijvoorbeeld ich will (tegenwoordige tijd) en ich wollte (verleden tijd). Dit is dus niet het werkwoord voor ‘willen’ in een tegenwoordige bedoeling. vor geeft hier tijd aan: ‘voor’. In een tijdsaanduiding staat het met datief: vor dem Mittagessen. Het kan ook plaats aanduiden, maar dat is niet de betekenis in deze zin. Mittagessen betekent ‘lunch’ of ‘middageten’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Mittagessen. Na het temporele vor krijgt het lidwoord de datiefvorm dem: vor dem Mittagessen. fertig werden betekent hier ‘klaar worden’ of ‘klaar raken’. werden staat als infinitief na wollte: ich wollte ... fertig werden. De constructie beschrijft het bereiken van een toestand; ze is anders dan fertig sein, dat ‘klaar zijn’ betekent. Voorbeeld: Wir wollen vor acht Uhr fertig werden. — ‘We willen voor acht uur klaar zijn.’ Samen betekent Meine Augen fühlen sich müde an dat de ogen van de spreker moe aanvoelen. Aber ich wollte vor dem Mittagessen fertig werden voegt daar de tegenstelling aan toe: ondanks dat gevoel had de spreker de bedoeling om vóór de lunch klaar te raken. De hele zin betekent dus: ‘Mijn ogen voelen moe aan, maar ik wilde voor de lunch klaar zijn.’
Eine kurze Pause könnte dir helfen, danach schneller fertig zu werden.
Een korte pauze kan je misschien helpen om daarna sneller klaar te zijn.
- kurze
- kort
- Pause
- pauze
- könnte
- zou kunnen
- dir
- je
- helfen
- helpen
- danach
- daarna
- schneller
- sneller
- fertig
- klaar
- zu werden
- te worden
Uitgebreide uitleg
kurze beschrijft hier Pause: een pauze met een korte duur. Het is de verbogen vorm van kurz bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Pause in deze naamval en met het onbepaalde lidwoord eine. Andere vormen zijn bijvoorbeeld kurzer en kurzes, afhankelijk van grammaticale omstandigheden. Pause betekent een onderbreking van een activiteit. Het woord is vrouwelijk: die Pause. Voorbeeld: Wir machen eine Pause. — We nemen een pauze. könnte is een vorm van können in de Konjunktiv II. Bij ich, er, sie en es heeft dit de vorm könnte; hier drukt het een mogelijke, voorzichtige bewering uit, niet zekere hulp. können betekent in andere contexten ook in staat zijn. Voorbeeld: Das könnte helfen. — Dat zou kunnen helpen. dir is de datiefvorm van het informele enkelvoudige voornaamwoord du: du wordt dir wanneer deze persoon de ontvanger of betrokkene bij het werkwoord is. Het betekent hier jou of je. helfen betekent helpen. helfen neemt in het Duits de datief: jemandem helfen — iemand helpen. Daarom staat hier dir en niet de accusatiefvorm dich. Voorbeeld: Die Pause hilft mir. — De pauze helpt mij. danach betekent daarna, dus op een moment na iets dat al genoemd of begrepen is. Het verwijst hier naar wat er na de pauze gebeurt, zonder zelf het volgende gebeuren te benoemen. schneller is de vergrotende trap van schnell: schnell — snel, schneller — sneller, am schnellsten — het snelst. Hier beschrijft het hoe snel het klaarkomen gebeurt. Voorbeeld: Heute arbeite ich schneller. — Vandaag werk ik sneller. fertig betekent hier klaar of voltooid. Samen met werden drukt fertig werden uit dat iemand of iets klaar raakt of dat iemand een taak afkrijgt; fertig betekent hier niet zelfstandig afmaken. zu werden is de infinitief met zu van werden en betekent op zichzelf te worden. In de volledige combinatie fertig zu werden hoort zu bij werden; fertig werden betekent hier klaar worden. Na helfen kan een constructie met zu volgen: jemandem helfen, etwas zu tun. Voorbeeld: Ich versuche, pünktlich fertig zu werden. — Ik probeer op tijd klaar te zijn. Samen vormt Eine kurze Pause könnte dir helfen, danach schneller fertig zu werden de betekenis: een korte pauze zou je kunnen helpen om daarna sneller klaar te zijn. könnte maakt dit een mogelijke, voorzichtige bewering; dir helfen geeft aan dat jij degene bent die er mogelijk baat bij heeft, en danach schneller fertig zu werden beschrijft wat daarna sneller bereikt wordt.
Vielleicht sollte ich mich strecken und Wasser holen, statt auf mein Handy zu schauen.
Misschien moet ik me uitrekken en water halen in plaats van op mijn telefoon te kijken.
- Vielleicht
- misschien
- sollte ich
- zou ik moeten
- mich strecken
- me uitrekken
- Wasser
- water
- holen
- halen
- statt
- in plaats van
- Handy
- telefoon
- zu schauen
- te kijken
Uitgebreide uitleg
Vielleicht maakt de uitspraak onzeker of voorzichtig: “misschien”. Het staat hier vooraan als zinsbijwoord. Voorbeeld: Vielleicht kommt er später. — “Misschien komt hij later.” sollte ich komt van sollen. sollte is hier de Konjunktiv-II-vorm bij ich en drukt geen harde verplichting uit, maar een voorzichtig advies of voorstel: “zou ik moeten”. In de hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede positie: Vielleicht sollte ich .... mich strecken betekent hier het eigen lichaam strekken. mich is de reflexieve vorm die bij ich hoort; vergelijk du streckst dich. Het werkwoord strecken blijft hetzelfde, terwijl het reflexieve voornaamwoord met de persoon verandert. Voorbeeld: Ich strecke mich nach der Pause. — “Ik strek me na de pauze uit.” Wasser betekent “water”. Het is hier een stofnaam die zonder lidwoord wordt gebruikt; dat zegt op zichzelf niet hoeveel water bedoeld wordt. Voorbeeld: Ich trinke Wasser. — “Ik drink water.” holen betekent “halen” of “gaan halen”. In Wasser holen is het een tweede handeling naast mich strecken. Na sollte ich staat dit werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Ich hole einen Tee. — “Ik haal een thee.” statt leidt het alternatief in dat niet gebeurt of niet de voorkeur krijgt: “in plaats van”. Een veelgebruikt patroon is statt ... zu + infinitief. Hier wordt dat alternatief gevormd door statt auf mein Handy zu schauen. Handy betekent in het Duits “mobiele telefoon”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Handy. In auf mein Handy staat het na auf in deze betekenis in de accusatief; bij het onzijdige mein ziet de vorm in de accusatief hetzelfde uit als in de nominatief. auf etwas schauen betekent “naar iets kijken”; daarom staat auf vóór mein Handy. zu schauen is de infinitief met zu van schauen, “kijken”. Samen met statt vormt het statt ... zu schauen: “in plaats van ... te kijken”. Het vooropstaande auf mein Handy hoort inhoudelijk bij schauen, niet bij statt alleen. De volledige opbouw is: Vielleicht + sollte ich geeft “misschien zou ik moeten”; daarna volgen de twee voorgestelde handelingen mich strecken und Wasser holen. Het alternatief wordt ingeleid door statt: in plaats van auf mein Handy zu schauen. De hele zin betekent dus: “Misschien moet ik me uitrekken en water halen in plaats van op mijn telefoon te kijken.” Dit is een voorzichtige manier om een eigen handelingskeuze of advies te formuleren.
Das würde deinen Augen und deinem Körper helfen, sich richtig auszuruhen.
Dat zou je ogen en je lichaam helpen om goed uit te rusten.
- Das
- dat
- würde
- zou
- Augen
- ogen
- Körper
- lichaam
- helfen
- helpen
- sich richtig auszuruhen
- goed uit te rusten
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat”. Het is een aanwijzend voornaamwoord; de precieze referent wordt in de aangeleverde zin en vertaling niet benoemd. Het kan in een andere context naar een ding, situatie of inhoud verwijzen. Voorbeeld: Das ist gut. = “Dat is goed.” würde is de vorm van werden in de Konjunktiv II. Met het infinitief helfen vormt het hier würde helfen: “zou helpen”. De vorm würde hoort bij het onderwerp Das; Augen en Körper zijn geen onderwerp. In een gewone tegenwoordige formulering staat bijvoorbeeld Das hilft. = “Dat helpt.” Augen betekent hier “ogen” en is het meervoud van Auge (“oog”). In deinen Augen staat het in de datief meervoud. helfen gebruikt voor de ontvanger van hulp de datief, en dein krijgt daar in het meervoud de vorm deinen. Voorbeeld: Das hilft deinen Augen. = “Dat helpt je ogen.” Körper betekent hier “lichaam”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; in deinem Körper staat het in de datief enkelvoud. Het bezittelijke woord dein krijgt in deze combinatie de vorm deinem. Voorbeeld: Ruhe hilft deinem Körper. = “Rust helpt je lichaam.” helfen is het infinitief “helpen”. Het patroon etwas hilft jemandem betekent “iets helpt iemand of iets”; jemandem staat daarbij in de datief. Na würde blijft helfen een infinitief: würde helfen = “zou helpen”. deinen Augen und deinem Körper noemt de twee ontvangers van de hulp: je ogen en je lichaam. deinen markeert hier datief meervoud bij Augen, terwijl deinem datief enkelvoud bij het mannelijke Körper markeert. sich richtig auszuruhen vult aan waarbij de hulp helpt: goed uitrusten. Het werkwoord sich ausruhen is wederkerend en betekent “uitrusten”; sich verwijst hier naar dezelfde genoemde ontvangers van de hulp. sich is bij de derde persoon enkelvoud en meervoud dezelfde vorm. ausruhen is scheidbaar; in het te-infinitief staat zu ertussen: auszuruhen. richtig betekent hier “goed” of “op de juiste manier”. Voorbeeld: Zeit hilft mir, mich auszuruhen. = “Tijd helpt me om uit te rusten.” De hele zin bestaat inhoudelijk uit Das (“dat”), würde helfen (“zou helpen”), de datiefgroepen deinen Augen und deinem Körper (“je ogen en je lichaam”), en de aanvulling sich richtig auszuruhen (“om goed uit te rusten”). Samen betekent de zin: “Dat zou je ogen en je lichaam helpen om goed uit te rusten.”
Lass uns eine kurze Pause machen und mit einem klareren Plan zurückkommen.
Laten we een korte pauze nemen en terugkomen met een duidelijker plan.
- Lass uns
- laten we
- kurze
- korte
- Pause
- pauze
- machen
- maken
- klareren
- duidelijker
- Plan
- plan
- zurückkommen
- terugkomen
Uitgebreide uitleg
Lass uns is een vaste manier om iemand voor te stellen iets samen te doen: letterlijk is het de gebiedende wijs van lassen met uns, maar in gebruik betekent het “laten we …”. Het volgende werkwoord blijft in de infinitief. Voorbeeld: Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” kurze beschrijft hier Pause: een korte pauze. Het basiswoord is het bijvoeglijk naamwoord kurz; de vorm kurze krijgt hier de vrouwelijke enkelvoudsvorm die past bij eine Pause in de accusatief. kurz betekent “kort”; het tegenovergestelde is lang. Pause is een zelfstandig naamwoord voor een onderbreking waarin je tijdelijk niet werkt of doorgaat. Het is vrouwelijk: die Pause. Voorbeeld: Wir machen eine Pause. — “We nemen een pauze.” machen betekent hier “doen” in de vaste combinatie eine Pause machen, die natuurlijk met “een pauze nemen” wordt vertaald. Het is de infinitief na Lass uns. In andere contexten kan machen ook “maken” betekenen, maar hier gaat het om de activiteit van pauzeren. klareren is de vergrotende trap van klar: “duidelijker”. De reeks is klar — klarer — am klarsten (“duidelijk” — “duidelijker” — “het duidelijkst”). In mit einem klareren Plan staat de vorm klareren: het bijvoeglijk naamwoord krijgt na einem en vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Plan de uitgang -en. De vergelijking betreft dus klar, niet Plan. Plan betekent “plan” of “vooropgezet stappenplan”. Het is mannelijk: der Plan. Na mit staat het in de datief; daarom verschijnt de groep als mit einem klareren Plan. Voorbeeld: Wir brauchen einen guten Plan. — “We hebben een goed plan nodig.” zurückkommen betekent “terugkomen” of “terugkeren”. Het is een scheidbaar werkwoord met de delen zurück en kommen; in een gewone tegenwoordige hoofdzin staat het bijvoorbeeld als Wir kommen zurück. In deze zin staat de infinitief na Lass uns, en blijft hij als één vorm geschreven: zurückkommen. Samen vormt Lass uns eine kurze Pause machen und mit einem klareren Plan zurückkommen een voorstel aan een of meer aangesproken personen om samen eerst een korte pauze te nemen en daarna terug te komen met een duidelijker plan. und verbindt de twee infinitiefactiviteiten: eine kurze Pause machen en mit einem klareren Plan zurückkommen. De zin beschrijft een voorstel, niet een al uitgevoerde handeling.
Wenn wir zurück sind, können wir nur die problematischen Zeilen überprüfen.
Als we terug zijn, kunnen we alleen de problematische rijen bekijken.
- Wenn wir zurück sind
- wanneer we terug zijn
- können wir
- kunnen we
- nur
- alleen
- problematischen
- problematische
- Zeilen
- rijen
- überprüfen
- controleren
Uitgebreide uitleg
Wenn wir zurück sind betekent hier “wanneer we terug zijn”. Wenn leidt een bijzin in; in deze bijzin staat het vervoegde werkwoord sind aan het einde. wir is het onderwerp (“we”), en sind is de vorm van sein bij wir. zurück betekent “terug” en geeft hier de toestand of plaats na het terugkeren aan. Vergelijk: Wenn ich zurück bin, rufe ich an. — “Wanneer ik terug ben, bel ik.” können wir betekent “kunnen we”. können is de vorm van können bij wir en drukt hier mogelijkheid of haalbaarheid uit. Als een modaal werkwoord een ander werkwoord begeleidt, staat dat andere werkwoord meestal als infinitief aan het einde: Wir können morgen anfangen. — “We kunnen morgen beginnen.” nur betekent hier “alleen” en beperkt wat mogelijk of bedoeld is tot het volgende object: alleen de problematische regels worden gecontroleerd. De precieze reikwijdte komt dus uit de combinatie met die problematischen Zeilen, niet uit nur als los woord. problematischen betekent hier “problematische”. De basisvorm is het bijvoeglijk naamwoord problematisch. De uitgang -en verschijnt hier omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord Zeilen staat met het bepaalde lidwoord die; de naamval is hier accusatief, omdat de regels het lijdend voorwerp van überprüfen zijn. De vorm problematischen hoort dus bij problematisch, niet bij Zeilen. Zeilen betekent hier “rijen” of “regels”, in de door de vertaling vastgelegde betekenis. Het is het meervoud van die Zeile; het enkelvoud is dus Zeile, het meervoud Zeilen. Een zelfstandig naamwoord kan afhankelijk van de context bijvoorbeeld een tekstregel of een rij in een tabel aanduiden; hier is “rijen” de bedoelde vertaling. überprüfen betekent “controleren” of “nakijken”. Dit is de infinitief die volgt bij können; het onderwerp van die handeling blijft wir. Het werkwoord is in deze zin niet vervoegd, omdat können de persoonsvorm draagt. Voorbeeld: Wir überprüfen den Plan. — “We controleren het plan.” De volledige structuur is: Wenn + bijzin (wir zurück sind), gevolgd door de hoofdzin können wir ... überprüfen. In de hoofdzin staat können op de tweede positie, daarna wir, en de infinitief überprüfen aan het einde. Samen betekent de uiting: “Wanneer we terug zijn, kunnen we alleen de problematische rijen bekijken.”
Das klingt fokussierter, als mich durch alles zu zwingen.
Dat klinkt doelgerichter dan mezelf door alles heen te dwingen.
- Das
- dat
- klingt
- klinkt
- fokussierter
- doelgerichter
- als
- dan
- mich
- mezelf
- durch alles
- door alles heen
- zu zwingen
- dwingen
Uitgebreide uitleg
Das staat hier zelfstandig als onderwerp en betekent “dat”. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord kan het naar een eerder genoemd idee, voorstel of situatie verwijzen; de precieze referent wordt hier niet afzonderlijk benoemd. Het is niet hetzelfde als een lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord. klingt is de derde persoon enkelvoud van klingen in de tegenwoordige tijd: “klinkt”. Voorbeelden: Das klingt gut. = “Dat klinkt goed.” Das klingt schwierig. = “Dat klinkt moeilijk.” fokussierter is de vergrotende trap van fokussiert: fokussiert – fokussierter – am fokussiertesten. Hier betekent het “doelgerichter” of “meer gericht”. De uitgang -er hoort bij de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord fokussiert, niet bij Das. als verbindt hier de tweede kant van een vergelijking. Het patroon is X klingt + vergrotende trap, als ... = “X klinkt meer ..., dan ...”. In een andere betekenis kan als bijvoorbeeld “als/in de rol van” betekenen, maar dat is hier niet de functie. mich is de accusatiefvorm van het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “mij”. In deze zin wordt het door de betekenis van zwingen reflexief opgevat, dus als “mezelf”: de spreker dwingt zichzelf. Vergelijk: Ich zwinge mich. = “Ik dwing mezelf.” De vorm mich zelf markeert hier de accusatief; hij is niet op zichzelf een aparte “zelf”-vorm. durch alles betekent “door alles heen”. durch staat hier bij een accusatiefobject, en alles is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord met de betekenis “alles”. Samen beschrijft dit de weg of het geheel waar de spreker zichzelf doorheen dwingt; het betekent niet dat “alles” wordt gedwongen. zu zwingen is de zu-infinitief van zwingen, waarvan de basisvorm zwingen is. zwingen betekent “dwingen” en kan een persoon als object nemen: jemanden zu etwas zwingen = “iemand tot iets dwingen”. In mich durch alles zu zwingen hoort mich bij dit werkwoord, ook al staat durch alles ertussen. Voorbeeld: Sie zwingt sich, weiterzumachen. = “Ze dwingt zichzelf om door te gaan.” De zin als geheel gebruikt dus de vergelijking Das klingt fokussierter, als ...: “Dat klinkt doelgerichter dan mezelf door alles heen te dwingen.” Het onderwerp Das wordt als doelgerichter beoordeeld dan de alternatieve handeling mich durch alles zu zwingen; de zu-infinitief vormt die tweede helft van de vergelijking.
Dann stellen wir einen Timer und beginnen zuerst mit diesen Zeilen.
Dan zetten we een timer en beginnen we eerst met die rijen.
- Dann
- dan
- stellen
- instellen
- wir
- wij
- Timer
- timer
- beginnen
- beginnen
- zuerst
- eerst
- mit
- met
- diesen
- deze
- Zeilen
- regels
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” als tijdsverbinding: na wat eerder is genoemd volgt deze handeling. Het is niet hetzelfde als denn, dat een reden inleidt. Voorbeeld: Dann beginnen wir. — “Dan beginnen we.” stellen is hier de tegenwoordige vorm bij wir van stellen. In de combinatie einen Timer stellen betekent het “een timer instellen”; het is dus niet de betekenis “iemand ergens neerzetten”. De basisvorm is stellen. Voorbeeld: Wir stellen einen Timer. — “We stellen een timer in.” wir is het persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon meervoud: de spreker samen met minstens één andere persoon. Het werkwoord krijgt daarbij de vorm stellen, en later ook beginnen: wir stellen, wir beginnen. einen Timer is het lijdend voorwerp van stellen. Timer is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Timer; in deze naamval verschijnt het lidwoord als einen Timer. einen drukt hier niet op zichzelf een vast aantal uit; het markeert de vorm van het onbepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. beginnen betekent hier “beginnen”. De vorm is zowel de infinitief als de tegenwoordige vorm bij wir: wir beginnen. De constructie mit etwas beginnen betekent “met iets beginnen” en gebruikt na mit de datief. Voorbeeld: Wir beginnen mit der ersten Zeile. — “We beginnen met de eerste regel.” zuerst betekent “eerst” en geeft aan wat als eerste gebeurt. In deze zin hoort het bij beginnen: er wordt eerst met deze regels begonnen. Het zegt niet dat er maar één activiteit zal zijn. mit is hier het voorzetsel “met”. In deze betekenis regeert mit de datief; daarom staat het daaropvolgende woord in de datiefgroep mit diesen Zeilen. diesen is de demonstratieve vorm van dies- (“deze/die”) in de datief meervoud. De vorm past bij het meervoudige Zeilen en verschijnt hier door mit; hij is dus niet enkelvoudig mannelijk of vrouwelijk. De vertaling maakt duidelijk dat het om de bedoelde “die rijen” gaat, maar noemt niet zelfstandig welke concrete rijen dat zijn. Vergelijk: mit dieser Zeile — “met deze regel” (datief enkelvoud) en mit diesen Zeilen — “met deze regels” (datief meervoud). Zeilen is het meervoud van die Zeile, hier met de betekenis “regels” of, afhankelijk van de bedoelde inhoud, “rijen”. In de vaste vertaling is de bedoelde betekenis “rijen”. Het woord staat na mit in de datief; bij dit meervoud is de vorm gelijk aan de nominatief/accusatief meervoudsvorm. De zin bouwt zo op: Dann (“dan”) geeft de volgende stap aan; stellen wir einen Timer betekent “stellen we een timer in”; und beginnen zuerst mit diesen Zeilen betekent “en beginnen we eerst met die rijen”. Samen is de betekenis: “Dan zetten we een timer en beginnen we eerst met die rijen.”
Grammatica
Trennbare Verben: Das Präfix steht am Satzende.
Die Konzentration lässt nach.
Die kontsentra-tsion lest naagh.De concentratie neemt af.
Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in een gewone hoofdzin achteraan: lässt ... nach.
Zu-Infinitiv bei trennbaren Verben: zu steht zwischen Präfix und Verbstamm.
Ich beginne, mich auszuruhen.
Ich beginne, mich auts-tsoe-roeen.Ik begin uit te rusten.
Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de stam: aus + zu + ruhen.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
tabel
Antwoord tonen
Tabellestaren
Antwoord tonen
starreoog
Antwoord tonen
Augenbijna