Omgaan met een te hoge werkdruk | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, one adult talks about burnout and considers clearer workload boundaries and a real break away from the desk..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Omgaan met een te hoge werkdruk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich glaube, dass ich bei dieser Arbeitsbelastung ausbrenne.

iesj glaau-buh, das iesj bai dee-zer ar-baits-buh-las-toeng aus-bren-uh. Ik denk dat ik door deze werkdruk opgebrand raak.
B

Hast du richtige Pausen gemacht oder nur zwischen Aufgaben gewechselt?

hast doe rísj-tih-guh pau-zuhn guh-maχt oo-der noer tsvi-sjun aauf-gaa-buhn guh-vek-suhlt? Heb je echte pauzes genomen, of ben je alleen maar tussen taken gewisseld?
A

Meistens wechsle ich nur zwischen Aufgaben, und das fühlt sich nicht wirklich nach Erholung an.

mais-tuhns vek-slu iesj noer tsvi-sjun aauf-gaa-buhn, oent das fuult ziesj niesjt virk-liesj naag er-hoo-loeng an. Meestal wissel ik van taak, en dat voelt niet echt als rust.
B

Das würde erklären, warum der Druck immer weiter steigt.

das vuur-duh er-klair-uhn, vaa-roem der droek im-uh vai-tuh sjtaikt. Dat verklaart waarom de druk steeds verder oploopt.
A

Ich fühle mich schuldig, wenn ich kurz vor der Deadline aufhöre.

iesj fuu-luh miesj sjoel-diesj, ven iesj koerts foor der det-lain aauf-heu-ruh. Ik voel me schuldig als ik stop wanneer de deadline dichtbij komt.
B

Eine Grenze zu setzen ist keine Faulheit, wenn es dir hilft, dich zu erholen.

ai-nuh gren-tsuh tsoe zet-suhn isst kai-nuh faau-lhait, ven es dier hilft, diesj tsoe er-hoo-luhn. Een grens stellen is geen luiheid als het je helpt herstellen.
A

Vielleicht sollte ich meinem Vorgesetzten sagen, was vor der Deadline realistisch ist.

fie-laaisjt zol-tuh iesj mai-num foor-guh-zet-suhn zaa-guhn, vas foor der det-lain ree-a-lis-tiesj isst. Misschien moet ik mijn manager vertellen wat haalbaar is voordat de deadline komt.
B

Sag klar, was du bis dahin schaffen kannst und was mehr Zeit braucht.

saak klaar, vas doe bis da-hain sjafuhn kanst oent vas meer tsait braaugt. Wees duidelijk over wat je tegen die tijd kunt afmaken en wat meer tijd nodig heeft.
A

Ich werde heute nicht an meinem Schreibtisch zu Mittag essen.

iesj vee-ruh hooi-tuh niesjt an mai-num sjraai-ptiesj tsoe mi-taak es-suhn. Ik ga vandaag niet aan mijn bureau lunchen.
B

Das ist ein kleiner, aber nützlicher Schritt, um deine Energie zurückzubekommen.

das isst ain klai-nuh, aa-buh nuuts-liesj-uh sjrit, oem dai-nuh e-ner-gie tsoe-roek-tsoe-buh-kom-uhn. Dat is een kleine maar nuttige stap om je energie terug te krijgen.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die spreekt. De vorm staat als onderwerp in Ich glaube en kan ook midden in een zin als ich voorkomen.
glaube glaube betekent hier ‘denk’ of ‘geloof’ in de uitdrukking Ich glaube, dass … . Het is de vorm van glauben die de spreker gebruikt om een mening of inschatting in te leiden.
dass dass betekent hier ‘dat’ en leidt de inhoud van de gedachte in: Ich glaube, dass … . In de bijzin die met dass begint, staat het vervoegde werkwoord aan het einde, zoals in ausbrenne.
bei bei geeft hier de omstandigheid aan waaronder iets gebeurt: bij of onder invloed van deze werkbelasting. In de vaste combinatie bei dieser Arbeitsbelastung staat het onderwerp van de belasting na bei.
dieser dieser verwijst hier naar een specifieke werkbelasting: ‘deze’. In bei dieser Arbeitsbelastung hoort het direct bij Arbeitsbelastung.
Arbeitsbelastung Arbeitsbelastung betekent hier ‘werkbelasting’ of de hoeveelheid werk die iemand onder druk zet. In de combinatie bei dieser Arbeitsbelastung beschrijft het de omstandigheid waardoor de spreker opgebrand raakt.
ausbrenne ausbrenne betekent hier ‘opgebrand raak’ in Ich … ausbrenne. De vorm hoort bij ausbrennen en staat in de bijzin na dass; de uitdrukking kan gebruikt worden om aan te geven dat iemand door langdurige belasting uitgeput raakt.
Hast Hast betekent hier ‘heb je’ in de vraag Hast du richtige Pausen gemacht? Het is de werkwoordsvorm die samen met du en gemacht naar eerder genomen pauzes vraagt.
du du betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de gesprekspartner. In Hast du … staat du als degene over wie de vraag gaat.
richtige richtige betekent hier ‘echte’ of ‘werkelijke’ en benadrukt dat het om echte pauzes gaat, niet alleen om een verandering van taak. Het staat direct voor Pausen in richtige Pausen gemacht.
Pausen Pausen betekent hier ‘pauzes’. In richtige Pausen gemacht vormt het samen met gemacht de gebruikelijke uitdrukking voor pauzes nemen.
gemacht gemacht betekent hier niet letterlijk alleen ‘gemaakt’, maar maakt samen met Pausen de betekenis ‘pauzes genomen’. De vorm hoort bij machen en staat in Hast du richtige Pausen gemacht als voltooid deel van de vraag.
oder oder betekent hier ‘of’ en verbindt twee mogelijkheden in de vraag: echte pauzes nemen of tussen taken wisselen. Het kan op dezelfde manier twee alternatieven met elkaar verbinden.
nur nur betekent hier ‘alleen maar’ en beperkt wat de spreker volgens de vraag heeft gedaan. In nur zwischen Aufgaben gewechselt staat het vóór de beschreven activiteit.
zwischen zwischen betekent hier ‘tussen’ en geeft de afwisseling tussen verschillende taken aan. In zwischen Aufgaben staat het vóór het meervoudige object dat de twee kanten van de afwisseling benoemt.
Aufgaben Aufgaben betekent hier ‘taken’. In zwischen Aufgaben beschrijft het de verschillende taken waartussen iemand wisselt.
gewechselt gewechselt betekent hier ‘gewisseld’ in zwischen Aufgaben gewechselt. Het hoort bij wechseln en wordt in de vraag gecombineerd met Hast du om te vragen naar een activiteit die al heeft plaatsgevonden.
Meistens Meistens betekent hier ‘meestal’ en geeft aan dat de beschreven manier van werken het grootste deel van de tijd voorkomt. Het staat aan het begin van Meistens wechsle ich nur zwischen Aufgaben en kan zo een algemene gewoonte aangeven.
wechsle wechsle betekent hier ‘ik wissel’ in wechsle ich nur zwischen Aufgaben. De vorm hoort bij wechseln en beschrijft het afwisselen tussen taken.
und und betekent hier ‘en’ en verbindt de mededeling over het wisselen van taken met de mededeling over hoe dat voelt. Het kan twee samenhangende zinsdelen of zinnen verbinden.
das das betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de zojuist beschreven situatie van steeds tussen taken wisselen. In das fühlt sich … aan verwijst het naar de hele situatie, niet naar één afzonderlijk woord.
fühlt fühlt betekent hier ‘voelt’ in das fühlt sich nicht wirklich nach Erholung an. Samen met sich en an vormt het de uitdrukking waarmee wordt beschreven hoe iets voor iemand aanvoelt.
sich sich hoort hier bij fühlt … an in das fühlt sich nicht wirklich nach Erholung an. De volledige constructie betekent dat iets op een bepaalde manier aanvoelt; sich maakt deel uit van deze wederkerige werkwoordconstructie.
nicht nicht betekent hier ‘niet’ en ontkent dat de situatie als echte ontspanning aanvoelt. Het staat vóór wirklich in nicht wirklich nach Erholung an.
wirklich wirklich betekent hier ‘echt’ of ‘werkelijk’ en versterkt de ontkenning in nicht wirklich. De spreker zegt dus dat het wisselen van taken niet werkelijk als herstel voelt.
nach nach hoort hier bij de constructie fühlt sich … nach Erholung an en draagt bij aan de betekenis ‘aanvoelen als herstel’. Het staat vóór Erholung in nach Erholung.
Erholung Erholung betekent hier ‘herstel’ of ‘ontspanning’. In fühlt sich nicht wirklich nach Erholung an beschrijft het waar de ervaring niet echt op lijkt.
an an is hier het afgescheiden deel van anfühlen in fühlt sich nicht wirklich nach Erholung an. Samen met de rest van de constructie geeft het aan hoe iets aanvoelt; het staat daarom aan het einde van de zin.
würde würde betekent hier ‘zou’ in Das würde erklären, warum … . De vorm presenteert de verklaring als een gevolgtrekking of inschatting, niet als een rechtstreeks vaststaand feit.
erklären erklären betekent hier ‘verklaren’ in Das würde erklären, warum … . Het wordt gebruikt om aan te geven welke reden de situatie begrijpelijk maakt.
warum warum betekent hier ‘waarom’ en leidt de uitleg van de reden in: warum der Druck immer weiter steigt. Het kan een reden of verklaring introduceren.
der der is hier het lidwoord bij Druck in der Druck. Samen verwijzen ze naar de druk die in het gesprek steeds verder toeneemt.
Druck Druck betekent hier ‘druk’, in de context vooral toenemende werkdruk. In der Druck … steigt is Druck datgene waarvan wordt gezegd dat het toeneemt.
immer immer betekent hier ‘steeds’ in immer weiter. Samen met weiter benadrukt het dat de ontwikkeling voortdurend doorgaat.
weiter weiter betekent hier ‘verder’ in immer weiter steigt. De combinatie beschrijft dat de druk blijft toenemen.
steigt steigt betekent hier ‘stijgt’ of ‘loopt op’ in der Druck immer weiter steigt. Het hoort bij steigen en wordt gebruikt voor een druk of hoeveelheid die toeneemt.
fühle fühle betekent hier ‘voel’ in Ich fühle mich schuldig. Samen met mich beschrijft het de persoonlijke ervaring van de spreker.
mich mich hoort hier bij fühle in Ich fühle mich schuldig en verwijst naar de spreker zelf. De combinatie wordt gebruikt om een eigen gevoel of toestand te beschrijven.
schuldig schuldig betekent hier ‘schuldig’ in Ich fühle mich schuldig. De uitdrukking Ich fühle mich schuldig kan worden gebruikt wanneer iemand zich moreel bezwaard voelt over iets wat diegene doet of nalaat.
wenn wenn betekent hier ‘als’ of ‘wanneer’ en leidt de situatie in waarin de spreker zich schuldig voelt. In de bijzin wenn … aufhöre staat het vervoegde werkwoord aan het einde.
kurz kurz betekent hier ‘kort’ in kurz vor der Deadline. Samen met vor geeft het aan dat iets weinig tijd vóór de deadline gebeurt.
vor vor betekent hier ‘voor’ in kurz vor der Deadline. De combinatie kurz vor der Deadline betekent ‘kort voor de deadline’ en benoemt een tijdstip vóór een gebeurtenis.
Deadline Deadline betekent hier ‘deadline’, dus het uiterste moment waarop iets klaar moet zijn. In kurz vor der Deadline geeft het aan wanneer de spreker stopt.
aufhöre aufhöre betekent hier ‘stop’ of ‘ophoud’ in wenn ich kurz vor der Deadline aufhöre. Het hoort bij aufhören en staat aan het einde van de bijzin na wenn.
Eine Eine betekent hier ‘een’ en introduceert een bepaalde grens als onderwerp van de zin. In Eine Grenze zu setzen is het lidwoord verbonden met Grenze.
Grenze Grenze betekent hier ‘grens’, in de betekenis van een grens aan wat iemand op het werk doet of aankan. In Eine Grenze zu setzen benoemt het wat de spreker zou moeten stellen.
zu zu maakt hier samen met setzen de constructie Eine Grenze zu setzen, met de betekenis ‘een grens stellen’. Het staat vóór het werkwoord in deze infinitiefconstructie.
setzen setzen betekent hier ‘stellen’ in Eine Grenze zu setzen. Samen met Grenze vormt het de vaste combinatie ‘een grens stellen’, en de infinitief staat na zu.
ist ist betekent hier ‘is’ en verbindt Eine Grenze zu setzen met de beoordeling keine Faulheit. De zin zegt daardoor dat een grens stellen niet als luiheid moet worden gezien.
keine keine betekent hier ‘geen’ en ontkent dat Eine Grenze zu setzen Faulheit is. Het staat direct vóór Faulheit.
Faulheit Faulheit betekent hier ‘luiheid’. In keine Faulheit wordt het woord gebruikt om duidelijk te maken dat een grens stellen niet hetzelfde is als lui zijn.
es es verwijst hier naar het eerder genoemde Eine Grenze zu setzen in wenn es dir hilft. Het is datgene waarvan wordt gezegd dat het jou helpt herstellen.
dir dir betekent hier ‘jou’ in es hilft dir. Het hoort bij hilft en geeft aan wie voordeel heeft van het herstel.
hilft hilft betekent hier ‘helpt’ in es hilft dir, dich zu erholen. Het verbindt de grens met het resultaat dat de gesprekspartner kan herstellen.
dich dich verwijst hier naar de gesprekspartner in dich zu erholen. Samen met erholen beschrijft het dat die persoon zelf herstelt of bijkomt.
erholen erholen betekent hier ‘herstellen’ of ‘bijkomen’ in dich zu erholen. De uitdrukking hilft dir, dich zu erholen kan worden gebruikt om een maatregel te beschrijven die iemand helpt weer energie te krijgen.
Vielleicht Vielleicht betekent hier ‘misschien’ en maakt de daaropvolgende gedachte voorzichtig: Vielleicht sollte ich … . Het wordt gebruikt wanneer de spreker een mogelijkheid of voornemen overweegt.
sollte sollte betekent hier ‘zou moeten’ in Vielleicht sollte ich meinem Vorgesetzten sagen … . De vorm drukt een overwogen advies aan zichzelf of een voornemen uit.
meinem meinem betekent hier ‘mijn’ in de combinatie meinem Vorgesetzten en geeft aan over welke leidinggevende de spreker spreekt. In die combinatie staat het bij de persoon aan wie de spreker iets wil zeggen.
Vorgesetzten Vorgesetzten betekent hier ‘leidinggevende’ of ‘manager’. In meinem Vorgesetzten sagen is het de persoon aan wie de spreker de realistische planning wil meedelen.
sagen sagen betekent hier ‘zeggen’ in meinem Vorgesetzten sagen. De combinatie kan worden gebruikt voor het meedelen van informatie aan iemand, bijvoorbeeld wat realistisch is.
was was betekent hier ‘wat’ en introduceert de inhoud die de spreker wil zeggen: was vor der Deadline realistisch ist. Het verwijst naar de haalbaarheid van het werk vóór de deadline.
realistisch realistisch betekent hier ‘realistisch’ of ‘haalbaar’ in was vor der Deadline realistisch ist. Het beschrijft wat binnen de beschikbare tijd werkelijk uitvoerbaar is.
Sag Sag betekent hier ‘zeg’ in Sag klar … en is een directe aansporing aan de gesprekspartner. Het wordt gebruikt om iemand te vragen zich duidelijk uit te spreken.
klar klar betekent hier ‘duidelijk’ in Sag klar, dus op een begrijpelijke en ondubbelzinnige manier. In deze zin zegt het hoe de gesprekspartner moet aangeven wat wel en niet lukt.
bis bis betekent hier ‘tot’ of ‘tegen’ en geeft samen met dahin het uiterste tijdstip aan waarop iets kan worden afgemaakt. In bis dahin verwijst het naar een eerder genoemde deadline.
dahin dahin betekent hier ‘tegen die tijd’ in bis dahin. Het verwijst terug naar het tijdstip vóór de deadline en vermijdt dat dit opnieuw wordt genoemd.
schaffen schaffen betekent hier ‘klaar krijgen’ of ‘afmaken’ in was du bis dahin schaffen kannst. Het wordt gebruikt voor werk of taken die iemand binnen een bepaalde tijd kan voltooien.
kannst kannst betekent hier ‘kunt’ in was du bis dahin schaffen kannst. Samen met schaffen geeft het aan wat de gesprekspartner vóór dat tijdstip kan afmaken.
mehr mehr betekent hier ‘meer’ in mehr Zeit braucht. Het geeft aan dat voor een bepaalde taak extra tijd nodig is.
Zeit Zeit betekent hier ‘tijd’ in was mehr Zeit braucht. De combinatie mehr Zeit brauchen kan worden gebruikt om aan te geven dat iets niet binnen de oorspronkelijke termijn klaar kan zijn.
braucht braucht betekent hier ‘nodig heeft’ in was mehr Zeit braucht. Het beschrijft welke taak extra tijd nodig heeft.
werde werde betekent hier ‘zal’ of ‘ga’ in Ich werde heute … essen. Samen met de infinitief essen drukt het een voornemen voor vandaag uit.
heute heute betekent hier ‘vandaag’ en bepaalt wanneer het voornemen wordt uitgevoerd. Het staat in Ich werde heute nicht … essen vóór de rest van de handeling.
Schreibtisch Schreibtisch betekent hier ‘bureau’ of ‘schrijftafel’. In an meinem Schreibtisch beschrijft het de plek waar de spreker vandaag niet zal lunchen.
Mittag Mittag betekent hier ‘middag’ of ‘lunchtijd’ in zu Mittag essen. De volledige uitdrukking zu Mittag essen betekent ‘lunchen’ en wordt als vaste combinatie gebruikt.
essen essen betekent hier ‘eten’ in zu Mittag essen. Samen met zu Mittag vormt het de vaste uitdrukking voor lunchen.
ein ein betekent hier ‘een’ en introduceert Schritt in ein kleiner, aber nützlicher Schritt. Het gaat om één concrete stap die de energie kan helpen terugbrengen.
kleiner kleiner betekent hier ‘kleine’ in ein kleiner Schritt. Het beschrijft deze stap als beperkt van omvang, zonder te zeggen dat hij onbelangrijk is.
aber aber betekent hier ‘maar’ en stelt de beperkte omvang van de stap tegenover het nut ervan. In ein kleiner, aber nützlicher Schritt verbindt het twee eigenschappen van dezelfde stap.
nützlicher nützlicher betekent hier ‘nuttige’ in ein kleiner, aber nützlicher Schritt. Het benadrukt dat de kleine stap toch praktisch helpt.
Schritt Schritt betekent hier ‘stap’ en verwijst naar de concrete verandering om niet aan het bureau te lunchen. De combinatie ein kleiner, aber nützlicher Schritt kan worden gebruikt voor een bescheiden maar helpende maatregel.
um um leidt hier samen met zurückzubekommen het doel van de stap in: om de energie terug te krijgen. De constructie um … zu … wordt gebruikt om het doel van een handeling te benoemen.
deine deine betekent hier ‘jouw’ in deine Energie en verwijst naar de energie van de gesprekspartner. Het staat direct vóór Energie.
Energie Energie betekent hier ‘energie’ in deine Energie zurückzubekommen. De zin gaat over het terugkrijgen van mentale of lichamelijke kracht na werkdruk.
zurückzubekommen zurückzubekommen betekent hier ‘terug te krijgen’ in um deine Energie zurückzubekommen. Het hoort bij zurückbekommen; in deze um-zu-constructie staat zu tussen zurück en bekommen.

Grammatica

aufhören, ... zu + Infinitiv

Ich höre auf, mich schuldig zu fühlen.

iesj heu-ruh aauf, miesj sjoel-diesj tsoe fuu-luhn.

Ik stop ermee me schuldig te voelen.

Na „aufhören“ staat een infinitief met „zu“. Het wederkerende „mich“ hoort bij „sich schuldig fühlen“.

um ... zu + Infinitiv

Ich mache eine Pause, um Energie zurückzubekommen.

iesj ma-guh ai-nuh pau-zuh, oem e-ner-gie tsoe-roek-buh-kom-uhn.

Ik neem een pauze om energie terug te krijgen.

„um ... zu“ drukt een doel uit: waarom je iets doet. „zu“ staat vóór het infinitief.

Duits woordenschat

Arbeitsbelastung zelfstandig naamwoord
ar-baits-buh-las-toeng werkdruk
Aufgabe zelfstandig naamwoord
aauf-gaa-buh taak Aufgaben
aufhören werkwoord
aauf-heu-ruhn stoppen, ophouden aufhöre
ausbrennen werkwoord
aus-bren-uhn opgebrand raken ausbrenne
Deadline zelfstandig naamwoord
det-lain deadline
Druck zelfstandig naamwoord
droek druk
Erholung zelfstandig naamwoord
er-hoo-loeng rust, herstel
Pause zelfstandig naamwoord
pau-zuh pauze Pausen
schuldig bijvoeglijk naamwoord
sjoel-diesj schuldig
sich schuldig fühlen uitdrukking
ziesj sjoel-diesj fuu-luhn zich schuldig voelen fühle mich schuldig
steigen werkwoord
sjtaai-guhn stijgen, oplopen steigt
wechseln werkwoord
vek-suh-luhn wisselen wechsle

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

taak

Antwoord tonenAufgaben

stijgen, oplopen

Antwoord tonensteigt

pauze

Antwoord tonenPausen

druk

Antwoord tonenDruck