Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Omgaan met een te hoge werkdruk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich glaube, dass ich bei dieser Arbeitsbelastung ausbrenne.
iesj glaau-buh, das iesj bai dee-zer ar-baits-buh-las-toeng aus-bren-uh. Ik denk dat ik door deze werkdruk opgebrand raak.Hast du richtige Pausen gemacht oder nur zwischen Aufgaben gewechselt?
hast doe rísj-tih-guh pau-zuhn guh-maχt oo-der noer tsvi-sjun aauf-gaa-buhn guh-vek-suhlt? Heb je echte pauzes genomen, of ben je alleen maar tussen taken gewisseld?Meistens wechsle ich nur zwischen Aufgaben, und das fühlt sich nicht wirklich nach Erholung an.
mais-tuhns vek-slu iesj noer tsvi-sjun aauf-gaa-buhn, oent das fuult ziesj niesjt virk-liesj naag er-hoo-loeng an. Meestal wissel ik van taak, en dat voelt niet echt als rust.Das würde erklären, warum der Druck immer weiter steigt.
das vuur-duh er-klair-uhn, vaa-roem der droek im-uh vai-tuh sjtaikt. Dat verklaart waarom de druk steeds verder oploopt.Ich fühle mich schuldig, wenn ich kurz vor der Deadline aufhöre.
iesj fuu-luh miesj sjoel-diesj, ven iesj koerts foor der det-lain aauf-heu-ruh. Ik voel me schuldig als ik stop wanneer de deadline dichtbij komt.Eine Grenze zu setzen ist keine Faulheit, wenn es dir hilft, dich zu erholen.
ai-nuh gren-tsuh tsoe zet-suhn isst kai-nuh faau-lhait, ven es dier hilft, diesj tsoe er-hoo-luhn. Een grens stellen is geen luiheid als het je helpt herstellen.Vielleicht sollte ich meinem Vorgesetzten sagen, was vor der Deadline realistisch ist.
fie-laaisjt zol-tuh iesj mai-num foor-guh-zet-suhn zaa-guhn, vas foor der det-lain ree-a-lis-tiesj isst. Misschien moet ik mijn manager vertellen wat haalbaar is voordat de deadline komt.Sag klar, was du bis dahin schaffen kannst und was mehr Zeit braucht.
saak klaar, vas doe bis da-hain sjafuhn kanst oent vas meer tsait braaugt. Wees duidelijk over wat je tegen die tijd kunt afmaken en wat meer tijd nodig heeft.Ich werde heute nicht an meinem Schreibtisch zu Mittag essen.
iesj vee-ruh hooi-tuh niesjt an mai-num sjraai-ptiesj tsoe mi-taak es-suhn. Ik ga vandaag niet aan mijn bureau lunchen.Das ist ein kleiner, aber nützlicher Schritt, um deine Energie zurückzubekommen.
das isst ain klai-nuh, aa-buh nuuts-liesj-uh sjrit, oem dai-nuh e-ner-gie tsoe-roek-tsoe-buh-kom-uhn. Dat is een kleine maar nuttige stap om je energie terug te krijgen.Uitleg van de zinnen
Ich glaube, dass ich bei dieser Arbeitsbelastung ausbrenne.
Ik denk dat ik door deze werkdruk opgebrand raak.
- Ich glaube
- ik denk / ik geloof
- bei
- door / bij
- dieser
- deze
- Arbeitsbelastung
- werkdruk
- ausbrenne
- opgebrand raak
Uitgebreide uitleg
Ich glaube betekent hier “ik denk/ik geloof”. glaube is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van glauben; de vorm past bij het onderwerp Ich. Een bruikbaar patroon is Ich glaube, dass … (“Ik denk dat …”). Voorbeeld: Ich glaube, dass er heute kommt. — “Ik denk dat hij vandaag komt.” bei verbindt de toestand met de omstandigheid waaronder die ontstaat. In deze zin geeft het, samen met dieser Arbeitsbelastung, de werkdruk aan waardoor of waaronder de spreker opgebrand raakt. Na bei staat hier een datiefgroep. dieser betekent hier “deze”. Het is de datiefvorm van het aanwijzende woord bij Arbeitsbelastung: die Arbeitsbelastung is vrouwelijk enkelvoud, en daarbij hoort in de datief dieser Arbeitsbelastung. De vorm dieser kan in andere contexten ook bij andere grammaticale combinaties voorkomen; hier wordt zijn vorm bepaald door het vrouwelijke enkelvoud in de datief. Voorbeeld: bei dieser Arbeit — “bij/met dit werk”. Arbeitsbelastung betekent “werkdruk” of “belasting door het werk”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Arbeitsbelastung. Het samengestelde woord benoemt de hoeveelheid of zwaarte van het werk die iemand belast; het zegt op zichzelf niet hoeveel afzonderlijke taken er zijn. ausbrenne betekent hier “opgebrand raak”. Het komt van het scheidbare werkwoord ausbrennen; in de hoofdzin verschijnt dat bijvoorbeeld als Ich brenne aus. In de dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan en worden de delen samengevoegd: dass ich ausbrenne. De uitgang -e markeert hier de eerste persoon enkelvoud bij ich, in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: Ich brenne bei zu viel Stress aus. — “Ik raak opgebrand door te veel stress.” Samen vormt dass ich bei dieser Arbeitsbelastung ausbrenne de inhoud van wat de spreker denkt. De dass-bijzin plaatst ausbrenne achteraan; bei dieser Arbeitsbelastung noemt de relevante werkdruk als omstandigheid. De volledige zin betekent daarom: “Ik denk dat ik door deze werkdruk opgebrand raak.”
Hast du richtige Pausen gemacht oder nur zwischen Aufgaben gewechselt?
Heb je echte pauzes genomen, of ben je alleen maar tussen taken gewisseld?
- Hast du
- heb je …?
- richtige
- echte
- Pausen
- pauzes
- gemacht
- gedaan
- oder
- of
- nur
- alleen maar
- zwischen
- tussen
- Aufgaben
- taken
- gewechselt
- gewisseld
Uitgebreide uitleg
Hast du opent een ja-neevraag: het vervoegde werkwoord hast staat vóór het onderwerp du. hast is de tweede persoon enkelvoud van haben; samen met een voltooid deelwoord vormt het hier het Perfekt. Bijvoorbeeld: Hast du gearbeitet? — Heb je gewerkt? richtige betekent hier “echte” of “goede, volwaardige”. Het is de verbogen vorm van richtig bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Pausen; in richtige Pausen krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e. richtig kan afhankelijk van de context ook “correct” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. Pausen is het meervoud van die Pause, “pauze”. Het gaat hier om pauzes nemen, niet om één specifieke pauze. Een bruikbaar voorbeeld is Ich brauche eine Pause. — Ik heb een pauze nodig. gemacht is het voltooid deelwoord van machen, “doen” of “maken”. In deze zin staat het met hast: hast ... gemacht betekent “heb je ... gedaan”. Het deelwoord staat in de eerste deelzin aan het einde. oder verbindt twee mogelijkheden en betekent “of”. Het tweede deel contrasteert echte pauzes met alleen van taak wisselen. nur beperkt de tweede mogelijkheid: “alleen maar”. In deze vraag presenteert het tweede deel het wisselen tussen taken als de enige activiteit, tegenover het nemen van echte pauzes; de vraag zelf bepaalt nog niet welk van de twee het geval is. zwischen betekent “tussen”. In deze betekenis leidt het een verhouding of plaats tussen meerdere zaken in en staat het met de datief. Bij het meervoud Aufgaben is de vorm hier hetzelfde als in andere meervoudscontexten: zwischen Aufgaben. Aufgaben is het meervoud van die Aufgabe, “taak”. De vorm kan in het Duits zowel accusatief meervoud als datief meervoud zijn; hier wordt de datief door zwischen gebruikt. Bijvoorbeeld: Ich wechsle zwischen zwei Aufgaben. — Ik wissel tussen twee taken. gewechselt is het voltooid deelwoord van wechseln, “wisselen” of “veranderen”. In deze tweede deelzin is hast niet opnieuw uitgesproken: oder nur zwischen Aufgaben gewechselt betekent volledig oder hast du nur zwischen Aufgaben gewechselt. Het gedeelde hulpwerkwoord hast hoort dus ook bij gewechselt. Als geheel vraagt Hast du richtige Pausen gemacht oder nur zwischen Aufgaben gewechselt? of iemand echte pauzes heeft genomen, of alleen tussen taken heeft gewisseld. De woordvolgorde maakt er een keuzevraag van: Hast du ... gemacht tegenover de verkorte tweede mogelijkheid oder ... gewechselt.
Meistens wechsle ich nur zwischen Aufgaben, und das fühlt sich nicht wirklich nach Erholung an.
Meestal wissel ik van taak, en dat voelt niet echt als rust.
- Meistens
- meestal
- wechsle
- wissel
- Aufgaben
- taken
- das
- dat
- fühlt sich … an
- voelt aan
- nicht wirklich
- niet echt
- Erholung
- rust / herstel
Uitgebreide uitleg
Meistens betekent hier “meestal” en geeft aan dat dit in het grootste deel van de gevallen zo gaat. Het is een bijwoord en verandert niet mee. wechsle komt van wechseln en is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: ich wechsle. Het betekent hier dat de spreker van de ene taak naar de andere gaat. Een bruikbaar patroon is zwischen A und B wechseln — tussen A en B wisselen. In deze zin staat zwischen Aufgaben; Aufgaben is de meervoudsvorm van Aufgabe (“taak”). das is hier een aanwijzend voornaamwoord met de onzijdige vorm. Het verwijst naar de voorafgaande hele situatie — het steeds wisselen tussen taken — en niet noodzakelijk naar één afzonderlijk zelfstandig naamwoord. Het vormt het onderwerp van het tweede deel van de zin. fühlt sich ... an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen (“aanvoelen”, “voelen als”). In das fühlt sich ... an is fühlt de derde persoon enkelvoud van fühlen, sich het wederkerende element en an het afgescheiden deel dat aan het einde van de hoofdzin staat. Een herbruikbaar patroon is Das fühlt sich gut an — “Dat voelt goed aan.” nicht wirklich verzacht de ontkenning: iets voelt niet echt op de genoemde manier aan. nicht ontkent, terwijl wirklich (“echt”) de mate van ontkenning nuanceert. Erholung is een zelfstandig naamwoord dat “rust” of “herstel” betekent. Het komt van sich erholen (“uitrusten”, “herstellen”), maar Erholung benoemt het rusten of herstel als een zelfstandig naamwoord. In sich nach Erholung anfühlen betekent nach hier “als” in de vaste combinatie “aanvoelen als rust/herstel”. Samen vormen de delen: Meistens wechsle ich nur zwischen Aufgaben — “Meestal wissel ik alleen tussen taken” — en das fühlt sich nicht wirklich nach Erholung an — “dat voelt niet echt als rust”. nur beperkt wat de spreker doet tot het wisselen tussen taken. De volledige betekenis is dus dat het wisselen tussen taken meestal niet als echte rust of herstel aanvoelt.
Das würde erklären, warum der Druck immer weiter steigt.
Dat verklaart waarom de druk steeds verder oploopt.
- Das würde
- dat zou
- erklären
- verklaren
- warum
- waarom
- der Druck
- de druk
- immer weiter
- steeds verder
- steigt
- stijgt
Uitgebreide uitleg
Das würde drukt hier een voorwaardelijke of veronderstelde gevolgtrekking uit: “dat zou”. würde is de vorm van werden die samen met een infinitief vaak de Konjunktiv II vormt. Het onderwerp is Das; het kan grammaticaal naar een eerder genoemde situatie of omstandigheid verwijzen, maar de vaste zin specificeert niet zelfstandig waarnaar precies. erklären betekent hier “verklaren” of “uitleggen”. Na würde staat het hoofdwerkwoord als infinitief: würde erklären. Vergelijk als leerpatroon: Das würde helfen. — “Dat zou helpen.” warum betekent “waarom” en leidt hier een bijzin in die de reden of verklaring noemt. In deze Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde; daarom staat steigt achteraan. Een vergelijkbaar patroon is: Ich weiß, warum er wartet. — “Ik weet waarom hij wacht.” der Druck betekent “de druk”. Druck is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin staat het in het nominatief enkelvoud, en daarom krijgt het bepaalde lidwoord de vorm der: het grammaticale geslacht én de naamval bepalen samen de vorm. Het woord kan afhankelijk van de context bijvoorbeeld druk in een systeem of figuurlijke druk aanduiden, maar in deze zin gaat het om de druk die verder oploopt. immer weiter versterkt een voortgaande ontwikkeling: “steeds verder” of “alsmaar verder”. immer betekent “steeds/altijd”, terwijl weiter hier het idee toevoegt dat de beweging doorgaat. Samen vormen ze een bruikbaar patroon voor een verandering die blijft voortzetten. Voorbeeld: Der Preis steigt immer weiter. — “De prijs stijgt steeds verder.” steigt is de tegenwoordige tijd van steigen bij een enkelvoudig onderwerp in de derde persoon: der Druck steigt. steigen betekent dat iets zelf omhooggaat of toeneemt; erhöhen betekent daarentegen dat iemand iets verhoogt. Voorbeeld: Die Temperatur steigt. — “De temperatuur stijgt.” Samen bestaat de zin uit een hoofdzin en een warum-bijzin: Das würde erklären geeft de veronderstelde verklaring, en warum der Druck immer weiter steigt noemt wat daardoor verklaard zou worden. De volledige betekenis is: “Dat zou verklaren waarom de druk steeds verder oploopt.”
Ich fühle mich schuldig, wenn ich kurz vor der Deadline aufhöre.
Ik voel me schuldig als ik stop wanneer de deadline dichtbij komt.
- Ich fühle mich
- ik voel me
- schuldig
- schuldig
- kurz vor
- kort voor
- der Deadline
- de deadline
- aufhöre
- stop
Uitgebreide uitleg
Ich fühle mich: fühlen betekent hier ‘voelen’; met het wederkerend voornaamwoord mich betekent sich fühlen ‘zich voelen’. Ich en mich verwijzen naar de spreker. De vorm fühle is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich fühle. Vergelijk: Ich fühle mich müde. — ‘Ik voel me moe.’ schuldig: Dit bijvoeglijk naamwoord betekent hier ‘schuldig’ of ‘met een schuldgevoel’. Na sich fühlen staat het als predicatief bijvoeglijk naamwoord: Ich fühle mich schuldig. Het krijgt hier geen uitgang omdat het niet vóór een zelfstandig naamwoord staat. kurz vor: Deze combinatie betekent ‘kort voor’ in de tijd. kurz maakt de nabijheid tot het genoemde tijdstip duidelijk; vor plaatst de gebeurtenis ervoor. Het patroon kurz vor + tijdstip/gebeurtenis is herbruikbaar, bijvoorbeeld: kurz vor dem Ende — ‘kort voor het einde’. der Deadline: Deadline is een zelfstandig naamwoord voor de uiterste termijn. Na het voorzetsel vor staat hier de datief: het vrouwelijke die Deadline wordt der Deadline. De vorm der is dus hier geen mannelijk lidwoord, maar de datiefvorm van het vrouwelijke lidwoord. kurz vor der Deadline betekent als geheel ‘kort voor de deadline’. aufhöre: Het basiswerkwoord is aufhören, ‘ophouden’ of ‘stoppen’. aufhöre is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd: ich höre auf; in deze bijzin staat het scheidbare werkwoord als één vorm aan het einde. Vergelijk: Ich höre kurz auf. — ‘Ik stop even.’ In de bijzin staat het werkwoord achteraan: wenn ich ... aufhöre. De bijzin begint met wenn en geeft de voorwaarde of het moment aan: wenn ich kurz vor der Deadline aufhöre — ‘als ik kort voor de deadline stop’. Samen vormen de delen: Ich fühle mich schuldig + wenn ich kurz vor der Deadline aufhöre: ‘Ik voel me schuldig als ik stop wanneer de deadline dichtbij komt.’ De zin zegt dus dat de spreker zich schuldig voelt als die kort vóór de deadline stopt.
Eine Grenze zu setzen ist keine Faulheit, wenn es dir hilft, dich zu erholen.
Een grens stellen is geen luiheid als het je helpt herstellen.
- Grenze
- grens
- zu setzen
- stellen
- Faulheit
- luiheid
- hilft
- helpt
- dich zu erholen
- te herstellen
Uitgebreide uitleg
Grenze betekent hier “grens”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In Eine Grenze staat het in het enkelvoud en in de naamval die past bij de infinitiefgroep als onderwerp. Het onbepaalde lidwoord eine drukt hier niet zelfstandig een geteld aantal uit. Een bruikbaar meervoud is Grenzen. zu setzen komt van het werkwoord setzen en betekent hier “stellen”. zu markeert de infinitief in Eine Grenze zu setzen: het stellen van een grens wordt als handeling besproken. Voorbeeld: Es ist wichtig, Pausen zu machen. — “Het is belangrijk om pauzes te nemen.” Faulheit is een abstract zelfstandig naamwoord en betekent “luiheid”. In keine Faulheit ontkent keine dit zelfstandig naamwoord: de handeling wordt hier niet als luiheid aangemerkt. Faulheit is vrouwelijk; daarom heeft kein in deze naamwoordgroep de vorm keine. Keine drukt hier ontkenning uit, niet een specifiek aantal. hilft komt van helfen en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. Het onderwerp is es; volgens de vaste vertaling verwijst dat hier naar het eerder genoemde grens stellen. Helfen gebruikt voor degene die hulp ontvangt de datief: dir betekent hier “jou” in die functie. Voorbeeld: Das hilft mir. — “Dat helpt mij.” dich zu erholen betekent “te herstellen” of “bij te komen”. De relevante werkwoordelijke constructie is sich erholen, “herstellen/bijkomen”; in deze zin verschijnt het reflexieve voornaamwoord als dich, omdat de aangesprokene het onderwerp van die infinitief is. Dich is de accusatieve vorm van de tweede persoon enkelvoud, terwijl dir eerder de datiefvorm is. Voorbeeld: Die Pause hilft ihr, sich zu erholen. — “De pauze helpt haar om bij te komen.” De hele structuur is Eine Grenze zu setzen ist keine Faulheit: “Een grens stellen is geen luiheid.” Daarna geeft wenn de voorwaarde: wenn es dir hilft, dich zu erholen betekent “als het je helpt te herstellen”. Samen zegt de zin dat het stellen van een grens geen luiheid is wanneer die handeling jou helpt te herstellen.
Vielleicht sollte ich meinem Vorgesetzten sagen, was vor der Deadline realistisch ist.
Misschien moet ik mijn manager vertellen wat haalbaar is voordat de deadline komt.
- Vielleicht
- misschien
- sollte ich
- zou ik moeten
- meinem Vorgesetzten
- mijn leidinggevende
- sagen
- zeggen
- was
- wat
- vor
- voor
- der Deadline
- de deadline
- realistisch
- realistisch
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Vielleicht betekent hier “misschien” en maakt de uitspraak voorzichtig: de spreker presenteert het als een mogelijkheid, niet als een vaststaand plan. Het staat vooraan, maar het verandert de woordvolgorde van de hoofdzin niet. sollte ich komt van sollen (“moeten” of “horen te”). sollte is hier de vorm voor ich in de Konjunktiv II en drukt een voorzichtige aanbeveling uit: “zou ik moeten”. Vergelijk: Ich sollte früher anfangen. — “Ik zou eerder moeten beginnen.” Het onderwerp ich staat na deze werkwoordsvorm, omdat de zin met Vielleicht begint; in een gewone hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede plaats. meinem Vorgesetzten betekent hier “mijn leidinggevende”. Vorgesetzter is een zelfstandig naamwoord voor een mannelijke leidinggevende; de vorm meinem en de uitgang -en in Vorgesetzten laten hier de datief zien. Dat komt doordat sagen in deze betekenis een ontvanger met datief kan nemen: iemand iets zeggen. Een vrouwelijke vorm is meiner Vorgesetzten. sagen betekent “zeggen” of “vertellen”. Het staat als infinitief na sollte; bij modale werkwoorden blijft het andere werkwoord doorgaans in de infinitief. Het patroon is jemandem etwas sagen: iemand iets zeggen. Voorbeeld: Ich sage meiner Kollegin die Wahrheit. — “Ik vertel mijn collega de waarheid.” was betekent hier “wat”. Het leidt de inhoud aan die de spreker wil zeggen: was ... realistisch ist — “wat ... realistisch is”. In deze functie verwijst het niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord; het gaat om datgene wat haalbaar of realistisch is. vor betekent hier “voor” in de tijd. Bij een tijdstip of deadline gebruikt het een tijdsrelatie: iets gebeurt vóór dat moment. vor kan in andere contexten ook een plaatsrelatie uitdrukken, maar dat is hier niet de bedoeling. der Deadline betekent “de deadline”. Deadline is in het Duits vrouwelijk; na vor staat het hier in de datief, waardoor die de vorm der krijgt: vor der Deadline. De uitdrukking noemt een tijdsgrens, zonder te zeggen hoe lang het nog duurt. realistisch is een bijvoeglijk naamwoord en betekent “realistisch” of, in deze context, “haalbaar”. Het staat hier als naamwoordelijk deel bij ist, dus het krijgt geen uitgang: was realistisch ist. Vergelijk als attributief bijvoeglijk naamwoord: ein realistischer Plan — “een realistisch plan”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”), met als basisvorm sein. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: was vor der Deadline realistisch ist. De combinatie was ... ist betekent hier “wat ... is”. Samen vormt Vielleicht sollte ich een voorzichtige suggestie over wat de spreker zelf zou moeten doen. meinem Vorgesetzten sagen benoemt de ontvanger van de mededeling, en was vor der Deadline realistisch ist geeft de inhoud ervan: wat vóór de deadline haalbaar is. De volledige betekenis is daarom: “Misschien moet ik mijn leidinggevende vertellen wat vóór de deadline haalbaar is.”
Sag klar, was du bis dahin schaffen kannst und was mehr Zeit braucht.
Wees duidelijk over wat je tegen die tijd kunt afmaken en wat meer tijd nodig heeft.
- Sag
- zeg
- klar
- duidelijk
- bis dahin
- tegen die tijd
- schaffen
- afkrijgen
- kannst
- kunt
- mehr
- meer
- Zeit
- tijd
- braucht
- nodig heeft
Uitgebreide uitleg
Sag is de gebiedende wijs van sagen (“zeggen”) voor du. De vorm geeft een directe aansporing: “Zeg …”. In een voorbeeld: Sag die Wahrheit. — “Zeg de waarheid.” klar betekent hier “duidelijk”. Het beschrijft hoe de aangesprokene iets moet zeggen; het is hier dus een bijwoordelijke bepaling bij Sag. Vergelijk: Sprich klar. — “Spreek duidelijk.” bis dahin is een tijdsbepaling: “tot dan” of natuurlijker “tegen die tijd”. dahin verwijst naar een eerder bepaald of uit de context afgeleid tijdstip; het precieze tijdstip wordt in deze zin niet zelfstandig genoemd. Het patroon bis dahin is bruikbaar voor een toekomstige grens: Bis dahin bin ich fertig. — “Tegen die tijd ben ik klaar.” schaffen betekent hier “voor elkaar krijgen” of, bij een taak, “afkrijgen”. Het is een zelfstandig werkwoord in de infinitief. Na een modaal werkwoord zoals können staat de infinitief in deze Duitse bijzin vóór het vervoegde modale werkwoord: was du ... schaffen kannst. kannst is de tweede persoon enkelvoud van können: ich kann, du kannst, er/sie kann. Hier drukt het uit wat de aangesprokene tegen die tijd in staat zal zijn af te krijgen; schaffen benoemt de handeling zelf. In een voorbeeld: Du kannst das heute schaffen. — “Je kunt dat vandaag voor elkaar krijgen.” mehr betekent “meer”. Het geeft hier een grotere benodigde hoeveelheid tijd aan: mehr Zeit is “meer tijd”, niet “veel tijd”. Ich brauche mehr Zeit. — “Ik heb meer tijd nodig.” Zeit is het zelfstandig naamwoord “tijd”. Het staat hier na mehr in de woordgroep mehr Zeit. Een bruikbaar contrast is weniger Zeit — “minder tijd”. braucht is de derde persoon enkelvoud van brauchen (“nodig hebben”): ich brauche, du brauchst, er/sie/es braucht. Het onderwerp van deze bijzin is het tweede was: datgene wat meer tijd nodig heeft. In Das braucht Zeit. betekent braucht “heeft nodig” en is Zeit datgene wat nodig is. De zin begint met de aansporing Sag klar: zeg het duidelijk. Daarna volgen twee met was ingeleide inhoudszinnen die naast elkaar staan: was du bis dahin schaffen kannst (“wat je tegen die tijd kunt afkrijgen”) en was mehr Zeit braucht (“wat meer tijd nodig heeft”). und verbindt die twee onderdelen. Samen betekent de volledige uiting: “Wees duidelijk over wat je tegen die tijd kunt afmaken en wat meer tijd nodig heeft.”
Ich werde heute nicht an meinem Schreibtisch zu Mittag essen.
Ik ga vandaag niet aan mijn bureau lunchen.
- Ich werde
- ik ga
- heute
- vandaag
- nicht
- niet
- Schreibtisch
- bureau
- zu Mittag essen
- lunchen
Uitgebreide uitleg
Ich werde: Dit is de eerste persoon enkelvoud van werden in de tegenwoordige tijd: “ik zal/ga”. Met een infinitief aan het einde vormt werden hier de toekomst: Ich werde ... essen = “ik ga ... eten”. De vorm verandert mee met de persoon: ich werde, du wirst, er/sie wird. In deze zin is werde dus niet het hoofdwerkwoord “worden”. heute: Dit betekent “vandaag” en plaatst de handeling in de huidige dag. Het is een onveranderlijk tijdwoord. Voor een andere dag gebruik je bijvoorbeeld morgen (“morgen”) of gestern (“gisteren”). nicht: Dit is de ontkenning “niet”. Hier ontkent het samen met de rest van de zin het lunchen aan het bureau: de spreker zegt dat die handeling vandaag niet zal plaatsvinden. De plaats van nicht kan in het Duits veranderen wanneer een ander zinsdeel specifiek wordt ontkend, maar in deze zin staat het vóór de plaatsbepaling en het werkwoordelijke deel aan het einde. Schreibtisch: Dit zelfstandig naamwoord betekent “bureau”, in de zin van een schrijftafel of werktafel. Het meervoud is Schreibtische. Het lidwoord en de naamval hangen van de constructie af; in an meinem Schreibtisch staat het woord na meinem, dat hier de bezitsrelatie “mijn” uitdrukt. zu Mittag essen: Dit is de vaste uitdrukking voor “lunchen”, letterlijk “middageten eten”. Het werkwoord is essen (“eten”); in de infinitiefconstructie blijft die vorm aan het einde staan. In een hoofdzin met werden staat het vervoegde hulpwerkwoord op de tweede plaats en de infinitief achteraan, zoals in Ich werde heute zu Hause essen. — “Ik ga vandaag thuis eten.” zu Mittag is niet hetzelfde als elk gebruik van essen: het specificeert dat het om de middagmaaltijd gaat. Samen vormen de delen: Ich werde geeft de toekomstige handeling van de spreker aan, heute bepaalt de dag, nicht ontkent die handeling, an meinem Schreibtisch geeft de plaats aan, en zu Mittag essen benoemt de maaltijd. De volledige betekenis is daarom: “Ik ga vandaag niet aan mijn bureau lunchen.” De formulering is geschikt voor een gewone, neutrale mededeling.
Das ist ein kleiner, aber nützlicher Schritt, um deine Energie zurückzubekommen.
Dat is een kleine maar nuttige stap om je energie terug te krijgen.
- Das ist
- dit is
- kleiner
- klein
- nützlicher
- nuttig
- Schritt
- stap
- deine
- jouw
- Energie
- energie
- zurückzubekommen
- terug te krijgen
Uitgebreide uitleg
Das ist gebruikt sein in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: sein – ist. Das is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp. In deze zin verwijst het naar de genoemde stap als geheel; de precieze inhoud van das hoeft grammaticaal niet verder benoemd te worden. kleiner betekent hier ‘klein’ en is geen vergrotende trap. Het bijvoeglijk naamwoord heeft de basisvorm klein en krijgt de uitgang -er, omdat het vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Schritt staat in de nominatief na ein. De vergrotende trap is kleiner in een andere constructie, bijvoorbeeld Dieser Schritt ist kleiner (‘Deze stap is kleiner’); de context bepaalt dus welke functie de vorm heeft. nützlicher komt van nützlich (‘nuttig’) en krijgt eveneens de uitgang -er vóór het mannelijke nominatiefwoord Schritt: ein nützlicher Schritt. Het voegwoord aber betekent ‘maar’ en verbindt de twee eigenschappen: de stap is klein, maar nuttig. Schritt is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schritt, meervoud die Schritte. In deze zin is het de kern van de naamwoordgroep ein kleiner, aber nützlicher Schritt. Ein is hier een onbepaald lidwoord; het geeft niet op zichzelf een expliciet telwoord of aantal aan. deine is een bezittelijk bepalend woord met de betekenis ‘jouw’. De vorm wordt hier bepaald door het zelfstandig naamwoord dat erop volgt: Energie is vrouwelijk en staat als lijdend voorwerp in de accusatief, maar bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord ziet deze vorm er in nominatief en accusatief hetzelfde uit. Het bezit betreft de aangesproken persoon; deine past zich dus niet aan het geslacht van die persoon aan. Energie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Energie. Hier is het de zaak die men terugkrijgt. Een vergelijkbaar patroon is Ich bekomme meine Energie zurück (‘Ik krijg mijn energie terug’), waarbij zurück bij de werkwoordelijke betekenis hoort. zurückzubekommen is de infinitief met zu van het scheidbare werkwoord zurückbekommen: ‘terugkrijgen’ of hier natuurlijker ‘terugwinnen/herstellen’. Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen de voorvoegselachtige component en de werkwoordstam: zurückzubekommen. Het patroon um ... zu drukt hier een doel uit: um deine Energie zurückzubekommen betekent ‘om je energie terug te krijgen’. De hele zin wordt opgebouwd als Das ist + een naamwoordgroep (ein kleiner, aber nützlicher Schritt) + um ... zu met het doel. De betekenis is daarom: ‘Dat is een kleine maar nuttige stap om je energie terug te krijgen.’
Grammatica
aufhören, ... zu + Infinitiv
Ich höre auf, mich schuldig zu fühlen.
iesj heu-ruh aauf, miesj sjoel-diesj tsoe fuu-luhn.Ik stop ermee me schuldig te voelen.
Na „aufhören“ staat een infinitief met „zu“. Het wederkerende „mich“ hoort bij „sich schuldig fühlen“.
um ... zu + Infinitiv
Ich mache eine Pause, um Energie zurückzubekommen.
iesj ma-guh ai-nuh pau-zuh, oem e-ner-gie tsoe-roek-buh-kom-uhn.Ik neem een pauze om energie terug te krijgen.
„um ... zu“ drukt een doel uit: waarom je iets doet. „zu“ staat vóór het infinitief.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
taak
Antwoord tonen
Aufgabenstijgen, oplopen
Antwoord tonen
steigtpauze
Antwoord tonen
Pausendruk