Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een privégesprek tijdens de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich muss während der Pause privat telefonieren.
Iech moes vèè-rent deer paoze prie-vaat te-le-fo-nie-ren. Ik moet tijdens de pauze privé bellen.Nimm den ruhigen Flur, wenn das Thema sensibel ist.
Nim de roe-ie-gen floer, ven de tee-ma zen-zie-bel ist. Gebruik de stille gang als het onderwerp gevoelig is.Ich möchte die Leute, die noch arbeiten, nicht stören.
Iech meug-te dee loite, dee nog ar-bai-ten, niecht steur-en. Ik wil de mensen die nog werken niet storen.Das Meeting geht bald weiter, also halte dich kurz, wenn du kannst.
Das mie-ting geet balt vai-ter, al-zoo hal-te dich koerts, ven doe kanst. De vergadering gaat zo weer verder, dus houd het kort als dat kan.Wenn ich nicht genau pünktlich zurück bin, könntest du dann festhalten, was ich verpasse?
Ven iech niecht ge-nau pünk-tliech tsu-ruk bin, keun-test doe dan fest-hal-ten, vas iech fer-pas-se? Als ik niet precies op tijd terug ben, zou je dan kunnen bijhouden wat ik mis?Das kann ich machen, aber schreib mir, wenn der Anruf länger dauert.
Das kan iech maa-chen, aa-ber sjraip mier, ven deer an-roef leng-er daowert. Dat kan ik doen, maar stuur me een bericht als het gesprek langer duurt.Das mache ich. Ich sollte vor dem nächsten Tagesordnungspunkt zurück sein.
Das maa-che iech. Iech zol-te foar deem neech-sten taa-ghes-ord-noengs-point tsu-ruk zain. Dat doe ik. Ik zou vóór het volgende agendapunt terug moeten zijn.Der erste Teil nach der Pause ist nur ein kurzes Update.
Deer eerste tail naach deer paoze ist noer ain koerts-es up-deet. Het eerste deel na de pauze is gewoon een korte update.Das hilft. Ich gehe jetzt nach draußen.
Das hilft. Iech gee-uh yetst naach draow-sen. Dat helpt. Ik ga nu naar buiten.Nimm dir die Zeit, die du brauchst, aber behalte die Uhr im Auge.
Nim dier dee tsait, dee doe braowcht, aa-ber be-hal-te dee oer im aow-ge. Neem de tijd die je nodig hebt, maar houd de klok in de gaten.Uitleg van de zinnen
Ich muss während der Pause privat telefonieren.
Ik moet tijdens de pauze privé bellen.
- Ich muss
- ik moet
- während
- tijdens
- Pause
- pauze
- privat
- privé
- telefonieren
- bellen
Uitgebreide uitleg
Ich muss betekent hier dat de spreker zegt dat hij of zij moet telefoneren. muss is de vorm van müssen bij ich; het is een modaal werkwoord. Het daaropvolgende werkwoord staat in de infinitief: Ich muss warten = ‘Ik moet wachten’. Bij andere personen verandert de vorm, bijvoorbeeld du musst en sie müssen. während leidt hier de tijdsomstandigheid in: de handeling gebeurt gedurende een bepaalde periode. In während der Pause betekent het ‘tijdens de pauze’. Het kan ook een bijzin inleiden, bijvoorbeeld Während ich arbeite, höre ich Musik = ‘Terwijl ik werk, luister ik naar muziek’. Pause is een zelfstandig naamwoord voor een onderbreking van werkzaamheden of een activiteit. Het meervoud is Pausen. der Pause verwijst hier naar de pauze in het enkelvoud. Na während wordt in het Duits vaak de genitief gebruikt, maar bij het vrouwelijke woord die Pause zien de genitief en de datief er allebei uit als der Pause. Daarom is de naamval in deze concrete vorm niet alleen aan het oppervlak vast te stellen. privat beschrijft hier de manier waarop de spreker telefoneert: privé. Het woord kan in het Duits zowel bijvoeglijk als bijwoordelijk worden gebruikt. Hier staat het bijwoordelijk bij telefonieren en krijgt het geen uitgang. Voorbeeld: Das ist eine private Angelegenheit = ‘Dat is een privéaangelegenheid’; daar beschrijft private het zelfstandig naamwoord en krijgt het wel een uitgang. telefonieren is het werkwoord ‘telefoneren’ of ‘bellen’. Het is hier de infinitief die na het modale werkwoord muss aan het einde van de hoofdzin staat. De persoonsvorm is bijvoorbeeld ich telefoniere = ‘ik telefoneer’; met muss blijft de vorm telefonieren: Ich muss telefonieren = ‘Ik moet telefoneren’. Samen vormen de delen: Ich muss + während der Pause + privat + telefonieren. De betekenis is: ‘Ik moet tijdens de pauze privé bellen.’ De zin geeft dus een noodzakelijke handeling van de spreker, met de tijd en de manier waarop die handeling plaatsvindt.
Nimm den ruhigen Flur, wenn das Thema sensibel ist.
Gebruik de stille gang als het onderwerp gevoelig is.
- Nimm
- neem / gebruik
- ruhigen
- stille
- Flur
- gang
- wenn
- als
- Thema
- onderwerp
- sensibel
- gevoelig
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Nimm is de gebiedende wijs van nehmen (“nemen”). Hier betekent het volgens de vaste vertaling “gebruik”: het is een directe instructie aan één persoon. De tegenwoordige tijd is du nimmst; in de gebiedende wijs valt het voornaamwoord du weg en verandert de stamklinker: nehmen → nimm!. Voorbeeld: Nimm den Schlüssel. — “Neem de sleutel.” ruhigen betekent hier “stille/rustige”. De basisvorm is het bijvoeglijk naamwoord ruhig; ruhigen is geen zelfstandige vorm van een ander woord. Het bijvoeglijk naamwoord staat vóór Flur en krijgt hier de uitgang -en, omdat den Flur een mannelijk zelfstandig naamwoord in de vierde naamval (accusatief) is. Vergelijk: der ruhige Flur (onderwerp) tegenover den ruhigen Flur (direct object). De vorm ruhig betekent “rustig”; still is een mogelijk vertaalwoord in deze context, maar niet de vorm die in de Duitse zin staat. Flur is een mannelijke zelfstandig naamwoordsvorm met de betekenis “gang”. De basisvorm is der Flur; als direct object na nehmen wordt dat den Flur. Voorbeeld: Der Flur ist leer. — “De gang is leeg.” wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als/wanneer”. Het verbindt de voorwaarde met de hoofdzin. In een Duitse bijzin die met wenn begint, staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde: wenn das Thema sensibel ist. Voorbeeld: Ich bleibe hier, wenn es regnet. — “Ik blijf hier als het regent.” Thema betekent “onderwerp” of “thema”. Het is onzijdig: das Thema. In das Thema is het de kern van de bijzin en staat het als onderwerp in de nominatief. Het meervoud is die Themen; de vorm verandert daarbij ook in de stam (Thema → Themen). sensibel betekent hier “gevoelig”, in de zin dat het onderwerp gevoelig of delicaat ligt. Het staat na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde en krijgt daarom geen uitgang: das Thema ist sensibel. Voorbeeld: Das Thema ist sensibel. — “Het onderwerp is gevoelig.” Dit is iets anders dan een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord, waar wel een uitgang kan verschijnen, zoals ein sensibles Thema. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is hier das Thema, dat enkelvoud is: das Thema ist. Andere vormen zijn bijvoorbeeld ich bin, du bist en wir sind. In de wenn-bijzin staat ist aan het einde. Samen bestaat de hoofdzin uit de instructie Nimm den ruhigen Flur: “Gebruik de stille gang.” De bijzin wenn das Thema sensibel ist geeft de voorwaarde: “als het onderwerp gevoelig is.” De volledige betekenis is dus: “Gebruik de stille gang als het onderwerp gevoelig is.”
Ich möchte die Leute, die noch arbeiten, nicht stören.
Ik wil de mensen die nog werken niet storen.
- Ich möchte
- ik wil
- Leute
- mensen
- noch
- nog
- arbeiten
- werken
- nicht
- niet
- stören
- storen
Uitgebreide uitleg
Ich möchte drukt hier uit dat de spreker iets wil doen, op een beleefde of minder directe manier. möchte is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van mögen in de Konjunktiv II-vorm: ich möchte, du möchtest, er/sie möchte. Het is dus niet simpelweg de infinitief mögen. Voorbeeld: Ich möchte einen Kaffee. — Ik wil graag een koffie. Leute betekent hier ‘mensen’ en is een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het bijbehorende lidwoord is die, maar dat staat vóór het geselecteerde woord: die Leute. Voorbeeld: Viele Leute warten draußen. — Veel mensen wachten buiten. noch betekent hier ‘nog’: de handeling duurt op dat moment voort. In die noch arbeiten geeft het aan dat deze mensen op dat moment nog werken. Voorbeeld: Sie arbeitet noch. — Zij werkt nog. arbeiten betekent hier ‘werken’. De vorm is in deze zin geen infinitief, maar de tegenwoordige tijd, derde persoon meervoud: sie arbeiten. Hij ziet er wel hetzelfde uit als de infinitief arbeiten. In de betrekkelijke bijzin die noch arbeiten staat het vervoegde werkwoord aan het einde. die is hier het onderwerp van arbeiten en verwijst naar die Leute; daarom staat het werkwoord in het meervoud. Voorbeeld: Die Kinder, die draußen spielen, sind laut. — De kinderen die buiten spelen, zijn luidruchtig. nicht ontkent hier de handeling stören, terwijl stören de infinitief ‘storen’ is. Samen vormen ze nicht stören: ‘niet storen’. Met möchte ontstaat de structuur Ich möchte ... nicht + infinitief: de spreker wil de genoemde handeling niet uitvoeren. Voorbeeld: Ich möchte dich nicht stören. — Ik wil je niet storen. De volledige opbouw is: Ich möchte + het object die Leute + de betrekkelijke bijzin die noch arbeiten + de ontkende infinitiefgroep nicht stören. Zo ontstaat de betekenis: de spreker wil de mensen die nog werken niet storen.
Das Meeting geht bald weiter, also halte dich kurz, wenn du kannst.
De vergadering gaat zo weer verder, dus houd het kort als dat kan.
- Das Meeting
- de vergadering
- geht
- gaat
- bald
- binnenkort
- weiter
- verder
- also
- dus
- halte dich kurz
- houd het kort
- wenn du kannst
- als dat kan
Uitgebreide uitleg
Das Meeting betekent hier “de vergadering”. Meeting is een zelfstandig naamwoord met het onzijdige grammaticale geslacht; daarom staat het bepaalde lidwoord das ervoor. Als onderwerp staat deze woordgroep in de eerste naamval (nominatief). geht is de derde persoon enkelvoud van gehen in de tegenwoordige tijd. In deze zin krijgt het samen met weiter de betekenis “gaat verder”: het gaat hier niet om fysiek ergens naartoe gaan. bald betekent hier “binnenkort” of “zo”. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. Het geeft aan dat het verdergaan van de vergadering binnenkort wordt verwacht. weiter voltooit hier het scheidbare werkwoord weitergehen (“verdergaan”). In een hoofdzin staat de vervoegde vorm op de tweede positie en staat het scheidbare deel achteraan: Das Meeting geht weiter. Voorbeeld: Der Unterricht geht weiter. — “De les gaat verder.” also verbindt de mededeling met een gevolg en betekent hier “dus”. Het leidt de daaropvolgende aansporing in. halte dich kurz is een bruikbare combinatie met de betekenis “houd het kort” of “wees kort van stof”. halte is de gebiedende wijs voor du van halten (“houden”); dich is het wederkerende voornaamwoord dat daarbij hoort. kurz drukt hier beknoptheid uit, niet fysieke lengte. De infinitiefvorm van de combinatie is sich kurz halten. Voorbeeld: Bitte halte dich kurz. — “Houd het alsjeblieft kort.” wenn du kannst betekent hier “als dat kan”. wenn leidt een voorwaardelijke bijzin in. kannst is de tweede persoon enkelvoud van können (“kunnen”), en du is het onderwerp. In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Samen betekent de zin: “De vergadering gaat binnenkort verder, dus houd het kort als dat kan.” De mededeling over de vergadering vormt de aanleiding; also leidt de aansporing in, en wenn du kannst maakt die afhankelijk van de mogelijkheid.
Wenn ich nicht genau pünktlich zurück bin, könntest du dann festhalten, was ich verpasse?
Als ik niet precies op tijd terug ben, zou je dan kunnen bijhouden wat ik mis?
- Wenn
- als / wanneer
- nicht
- niet
- genau
- precies
- pünktlich
- op tijd
- zurück bin
- terug ben
- könntest du
- zou je kunnen
- dann
- dan
- festhalten
- bijhouden
- was
- wat
- verpasse
- mis
Uitgebreide uitleg
Wenn opent hier een voorwaardelijke bijzin: “als/wanneer …”. Het beschrijft de voorwaarde voor wat daarna gebeurt. Een herbruikbaar patroon is Wenn …, … — “Als …, …”. In een bijzin staat het vervoegde werkwoord in het Duits doorgaans achteraan. nicht maakt het bijbehorende deel ontkennend: hier is de voorwaarde dat de spreker niet precies op tijd terug is. De plaats van nicht helpt bepalen welk deel wordt ontkend; het ontkent hier niet het latere festhalten. genau betekent hier “precies”. Het versterkt de nauwkeurigheid van pünktlich: niet zomaar ongeveer op tijd, maar precies op tijd. Het kan ook andere bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden nader bepalen, bijvoorbeeld genau richtig — “precies goed”. pünktlich betekent “op tijd” of “stipt”. Het beschrijft hier wanneer de spreker terug is, niet de manier waarop die terugkomt. Een nuttig contrast is zu spät — “te laat”. zurück bin betekent hier “terug ben”. bin is de ik-vorm van sein in de tegenwoordige tijd: ich bin; de infinitief is sein. zurück geeft de richting of toestand “terug” aan. Samen vormen ze in deze bijzin het gezegde ich … zurück bin; doordat Wenn een bijzin inleidt, staat bin aan het einde. Voorbeeld: Wenn ich zurück bin, rufe ich dich an. — “Als ik terug ben, bel ik je.” könntest du betekent “zou je kunnen”. könntest is de vorm van können bij du in de Konjunktiv II. Die vorm maakt hier een voorzichtige vraag of verzoek, niet een vastgestelde toekomstige gebeurtenis. du is de aangesprokene persoon. Voorbeeld: Könntest du mir helfen? — “Zou je me kunnen helpen?” dann betekent hier “dan” en verwijst naar het gevolg van de voorwaarde: als de spreker niet op tijd terug is, zou de aangesprokene vervolgens iets kunnen doen. Het staat in de hoofdzin na könntest du. festhalten betekent hier “bijhouden” of “noteren”. Het is een scheidbaar werkwoord met de infinitief festhalten; in deze vraag blijft de infinitief bij het modale werkwoord aan het einde staan. In een gewone hoofdzin kan het uiteenstaan: Ich halte das fest. — “Ik houd dat bij / Ik noteer dat.” was betekent hier “wat” en leidt het inhoudelijke deel in van wat bijgehouden moet worden. In was ich verpasse staat het werkwoord van dit ingebedde deel achteraan. was verwijst hier niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord, maar naar datgene wat de spreker mist. verpasse komt van verpassen, “missen”. verpasse is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd: ich verpasse. Het kan bijvoorbeeld gaan om iets dat iemand niet meemaakt of niet bijwoont. Voorbeeld: Ich verpasse den Anfang. — “Ik mis het begin.” De delen worden samen: Wenn ich nicht genau pünktlich zurück bin geeft de voorwaarde “als ik niet precies op tijd terug ben”. könntest du dann festhalten vraagt voorzichtig of de ander dat dan kan bijhouden, en was ich verpasse zegt wat er bijgehouden moet worden. De volledige betekenis is dus: “Als ik niet precies op tijd terug ben, zou je dan kunnen bijhouden wat ik mis?”
Das kann ich machen, aber schreib mir, wenn der Anruf länger dauert.
Dat kan ik doen, maar stuur me een bericht als het gesprek langer duurt.
- Das
- dat
- kann ich
- kan ik
- machen
- doen
- aber
- maar
- schreib
- schrijf
- mir
- mij
- wenn
- als
- Anruf
- telefoongesprek
- länger
- langer
- dauert
- duurt
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de voorgestelde handeling als geheel. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord heeft het hier de onzijdige vorm; de concrete referent wordt door de situatie bepaald. kann ich bevat können in de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: ich kann = “ik kan”. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede zinsplaats; het bijbehorende hele werkwoord komt aan het einde. Voorbeeld: Ich kann warten. = “Ik kan wachten.” machen is het hele werkwoord “doen” of “maken”. Na een modaal werkwoord blijft het een infinitief: ich kann machen, niet een vervoegde vorm. Met Das betekent het hier “dat doen”. aber verbindt twee hoofdzinnen en betekent “maar”. Het markeert hier een tegenstelling tussen instemmen met de handeling en de daaropvolgende instructie. schreib is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van schreiben (“schrijven”). Het onderwerp du wordt in deze gebiedende wijs normaal weggelaten. Voorbeeld: Schreib mir morgen! = “Schrijf me morgen!” mir betekent “mij” als meewerkend voorwerp. Het is de datiefvorm van ich; in schreib mir hoort het bij de ontvanger van wat geschreven of gestuurd wordt. De accusatiefvorm is mich, bijvoorbeeld in Du siehst mich = “Je ziet mij”. wenn leidt hier de bijzin in die de voorwaarde of het tijdstip beschrijft en betekent in deze context “als”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is wenn + onderwerp + ... + werkwoord: wenn der Anruf länger dauert. Anruf is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Anruf betekent “het telefoongesprek” of “het telefoontje”. Het meervoud is Anrufe. In der Anruf is het zelfstandig naamwoord het onderwerp van de bijzin. länger is de vergrotende trap van lang: lang – länger – am längsten, “lang” – “langer” – “het langst”. Hier gaat het om een langere duur dan in een relevante, niet nader genoemde vergelijking. länger is dus geen verbuiging van Anruf, maar de vergrotende vorm van het bijvoeglijk naamwoord lang. dauert komt van dauern, “duren”, en is de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: der Anruf dauert = “het telefoongesprek duurt”. Het staat achteraan omdat de bijzin met wenn het Duitse werkwoord-eindpatroon gebruikt. Voorbeeld: Der Film dauert zwei Stunden. = “De film duurt twee uur.” Samen vormen Das kann ich machen en aber schreib mir de betekenis “Dat kan ik doen, maar stuur me een bericht”. De voorwaardelijke bijzin wenn der Anruf länger dauert betekent “als het telefoongesprek langer duurt”. De volledige betekenis is: “Dat kan ik doen, maar stuur me een bericht als het gesprek langer duurt.”
Das mache ich. Ich sollte vor dem nächsten Tagesordnungspunkt zurück sein.
Dat doe ik. Ik zou vóór het volgende agendapunt terug moeten zijn.
- Das
- dat
- mache
- doe
- sollte
- zou moeten
- vor
- vóór
- nächsten
- volgende
- Tagesordnungspunkt
- agendapunt
- zurück sein
- terug zijn
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de handeling die in de context besproken wordt; het is geen zelfstandig genoemd persoon of ding. Als aanwijzend voornaamwoord staat het in deze zin in de onzijdige vorm. De vaste combinatie Das mache ich betekent “Dat doe ik”. Voorbeeld: Das kaufe ich. — “Dat koop ik.” mache is de vorm van machen (“doen, maken”) voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich mache. Het onderwerp ich staat in de Duitse zin pas na het werkwoord, maar de uitgang -e hoort bij deze vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Ich mache das morgen. — “Ik doe dat morgen.” Ich sollte bestaat uit ich en sollte, hier de Konjunktiv-II-vorm van sollen voor de eerste persoon enkelvoud. In deze zin drukt die vorm uit dat de spreker naar verwachting terug hoort te zijn; daarom past “ik zou ... moeten zijn”. De tijdsaanduiding geeft aan vóór welk moment die verwachte terugkeer moet plaatsvinden. Voorbeeld: Ich sollte um sechs zu Hause sein. — “Ik zou om zes uur thuis moeten zijn.” vor betekent hier “vóór” in een tijdsaanduiding. In deze betekenis krijgt het volgende zelfstandig naamwoord de datief: dem nächsten Tagesordnungspunkt. Bij een plaatsbetekenis kan vor ook “voor” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. Voorbeeld: Wir treffen uns vor dem Essen. — “We spreken vóór het eten af.” nächsten is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord nächste (“volgend”); het beschrijft Tagesordnungspunkt. In dem nächsten Tagesordnungspunkt staat het in de datief, mannelijk enkelvoud, na dem, en krijgt het de uitgang -en. De reeks is bijvoorbeeld: der nächste Tagesordnungspunkt (onderwerp), dem nächsten Tagesordnungspunkt (datief). Voorbeeld: Nach dem nächsten Termin rufe ich dich an. — “Na de volgende afspraak bel ik je.” Tagesordnungspunkt is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een afzonderlijk punt op een agenda. Het bestaat uit Tagesordnung (“agenda”) en Punkt (“punt”), maar in deze zin functioneert het als één zelfstandig naamwoord. Na dem staat het zelfstandig naamwoord in de datief, maar de vorm zelf blijft Tagesordnungspunkt. zurück sein is de infinitiefcombinatie “terug zijn”. zurück geeft de toestand van terugkeer aan en sein is de infinitief van “zijn”. Na een modaal werkwoord zoals sollte staat deze infinitiefcombinatie aan het einde: Ich sollte ... zurück sein. Voorbeeld: Sie muss bald zurück sein. — “Zij moet snel terug zijn.” Samen bestaat de tweede zin uit de verwachting Ich sollte ... sein en de tijdsgrens vor dem nächsten Tagesordnungspunkt. De volledige betekenis is: “Ik zou vóór het volgende agendapunt terug moeten zijn.” De eerste zin, Das mache ich, bevestigt dat de spreker de eerder besproken handeling op zich neemt.
Der erste Teil nach der Pause ist nur ein kurzes Update.
Het eerste deel na de pauze is gewoon een korte update.
- erste
- eerste
- Teil
- deel
- nach
- na
- Pause
- pauze
- ist
- is
- nur
- gewoon; alleen
- kurzes
- kort
- Update
- update
Uitgebreide uitleg
erste betekent hier “eerste” in een rangorde: het deel staat aan het begin van de reeks. De vorm erste is een verbogen vorm van erst; in der erste Teil is het bijvoeglijk naamwoord mannelijk, enkelvoud en nominatief, met de bepaalde bepaler der. Een bruikbaar contrast is der zweite Teil — “het tweede deel”. Teil betekent “deel” en is een zelfstandig naamwoord: der Teil, meervoud die Teile. In deze zin is het het onderwerp van ist. nach betekent hier “na” in de tijd. Het staat vóór der Pause: nach der Pause = “na de pauze”. Bij deze temporele betekenis staat het volgende zelfstandig naamwoord in de datief; Pause is vrouwelijk, daarom is de vorm van de bepaler der. In een plaatselijk voorbeeld kan nach Berlin “naar Berlijn” betekenen, maar dat is niet de betekenis in deze zin. Pause betekent “pauze” en is vrouwelijk: die Pause; meervoud die Pausen. nach der Pause verwijst dus naar het moment na de pauze, zonder meer informatie te geven over hoe lang daarna. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Het verbindt het onderwerp Der erste Teil met de beschrijving nur ein kurzes Update. nur beperkt de beschrijving hier: “maar/alleen maar”, in de vertaling natuurlijk weergegeven als “gewoon”. Het zegt dat dit deel slechts een korte update is, niet dat het bijvoorbeeld een uitgebreid verslag is. Een herbruikbaar patroon is Das ist nur ein Beispiel — “Dat is maar een voorbeeld.” kurzes komt van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”). Het beschrijft Update, dat in deze zin onzijdig enkelvoud is: ein kurzes Update. Na het onbepaalde lidwoord ein krijgt het adjectief hier de uitgang -es; kurz zelf verandert dus in kurzes. De vergelijkingsvormen zijn kurz, kürzer, am kürzesten — “kort”, “korter”, “het kortst”. Update betekent “update” of “korte stand-van-zaken”. Het is een leenwoord en wordt hier als onzijdig zelfstandig naamwoord gebruikt: das Update, in het meervoud die Updates. De combinatie ein kurzes Update betekent hier “een korte update”; het onbepaalde lidwoord geeft geen specifiek genoemd aantal aan. Samen betekent Der erste Teil nach der Pause “het eerste deel na de pauze”. ist koppelt dat onderwerp aan nur ein kurzes Update, “is maar/gewoon een korte update”. De volledige betekenis is dus: “Het eerste deel na de pauze is gewoon een korte update.”
Das hilft. Ich gehe jetzt nach draußen.
Dat helpt. Ik ga nu naar buiten.
- Das
- dat
- hilft
- helpt
- Ich
- ik
- gehe
- ga
- jetzt
- nu
- nach draußen
- naar buiten
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” als aanwijzend voornaamwoord. De concrete zaak waarnaar het verwijst wordt in deze zin niet benoemd; leer dus vooral de grammaticale rol en niet een verzonnen referent. In andere contexten kan das ook bij een onzijdig zelfstandig naamwoord horen. hilft komt van helfen en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es hilft. Het betekent hier dat iets nuttig is of ondersteuning biedt. Voorbeelden: Das hilft. — “Dat helpt.” Kannst du mir helfen? — “Kun je me helpen?” In de tweede zin staat de infinitief helfen na kannst. Ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het bepaalt hier dat de spreker degene is die de handeling uitvoert. De bijbehorende werkwoordsvorm is daarom gehe: ich gehe, niet ich geht. gehe is de vorm van gehen bij ich in de tegenwoordige tijd. gehen betekent “gaan” of “lopen”, afhankelijk van de context. Voorbeelden: Ich gehe nach Hause. — “Ik ga naar huis.” Wir gehen jetzt. — “We gaan nu.” jetzt betekent “nu” en plaatst het gaan op het huidige moment. Het kan doorgaans vóór of na een ander zinsdeel staan, maar in deze zin staat het direct na gehe. nach draußen is een richtingsuitdrukking: “naar buiten”. nach wordt hier gebruikt voor een richting, en draußen betekent “buiten”. Vergelijk de richting met de plaats: Ich gehe nach draußen. — “Ik ga naar buiten.” Ich bin draußen. — “Ik ben buiten.” In het tweede voorbeeld is er geen beweging naar een bestemming, maar een plaatsaanduiding. Samen vormen Das hilft. en Ich gehe jetzt nach draußen. twee mededelende zinnen. De eerste zegt dat iets helpt. De tweede zegt dat de spreker nu naar buiten gaat: Ich is de uitvoerder, gehe drukt de beweging uit, jetzt geeft het moment aan en nach draußen de richting.
Nimm dir die Zeit, die du brauchst, aber behalte die Uhr im Auge.
Neem de tijd die je nodig hebt, maar houd de klok in de gaten.
- Nimm dir
- neem voor jezelf
- die Zeit
- de tijd
- brauchst
- nodig hebt
- behalte
- houd
- die Uhr
- de klok
- im Auge
- in de gaten
Uitgebreide uitleg
Nimm dir is de gebiedende wijs voor één persoon (du) van nehmen: nimm. dir is hier de datiefvorm van du en maakt de vaste combinatie sich Zeit nehmen persoonlijk: letterlijk ongeveer “tijd voor jezelf nemen”. Voorbeeld: Nimm dir einen Moment. — “Neem even een moment voor jezelf.” die Zeit betekent hier “de tijd”. Zeit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in deze zin staat het in de accusatief als het directe object van nimm. Het lidwoord die is hier dus zowel de vorm voor vrouwelijk enkelvoud als voor bepaalde accusatief. brauchst komt van brauchen (“nodig hebben”) en is de tegenwoordige tijd voor du: du brauchst. In die du brauchst verwijst die naar die Zeit: “die je nodig hebt”. De bijzin specificeert welke tijd bedoeld wordt. Voorbeeld: Du brauchst mehr Zeit. — “Je hebt meer tijd nodig.” behalte is de gebiedende wijs voor één persoon van behalten (“houden”, “in het oog houden”). De vorm voor du in de tegenwoordige tijd is du behältst, maar de gebiedende wijs is behalte. Het werkwoord staat hier in de tweede opdracht van de zin. die Uhr betekent “de klok”. Uhr is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; die is hier de bepaalde vorm in het enkelvoud. In combinatie met im Auge gaat het om de klok als iets dat je moet blijven volgen, niet alleen om het benoemen van een voorwerp. im Auge is de verkorte vorm van in dem Auge en vormt met behalten de vaste uitdrukking etwas im Auge behalten: “iets in de gaten houden” of “iets blijven volgen”. Auge is onzijdig; dem is hier de datiefvorm na het plaatsaanduidende in, en im is de samentrekking van in dem. Samen betekent Nimm dir die Zeit, die du brauchst dat de aangesproken persoon de benodigde tijd moet nemen. aber behalte die Uhr im Auge voegt daar als tweede opdracht aan toe dat die persoon ondertussen de klok in de gaten moet houden. De volledige betekenis is dus: “Neem de tijd die je nodig hebt, maar houd de klok in de gaten.”
Grammatica
möchte + Infinitiv
Ich möchte weiterarbeiten.
Iech meug-te vai-ter-ar-bai-ten.Ik wil verder werken.
Na möchte staat het hele werkwoord aan het einde van de zin.
während + Genitiv
Während des Meetings telefonieren wir nicht privat.
Vèè-rent des mie-tings te-le-fo-nie-ren vier niecht prie-vaat.Tijdens de vergadering telefoneren we niet privé.
während wordt in verzorgd Duits vaak met de tweede naamval gebruikt: des Meetings.
Duits woordenschat
privat telefonieren
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
onderwerp
Antwoord tonen
Themapauze
Antwoord tonen
Pausenemen
Antwoord tonen
Nimmtijdens