Een privégesprek tijdens de pauze | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During a work break, one adult steps away for a private call while another agrees to track any missed updates..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een privégesprek tijdens de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich muss während der Pause privat telefonieren.

Iech moes vèè-rent deer paoze prie-vaat te-le-fo-nie-ren. Ik moet tijdens de pauze privé bellen.
B

Nimm den ruhigen Flur, wenn das Thema sensibel ist.

Nim de roe-ie-gen floer, ven de tee-ma zen-zie-bel ist. Gebruik de stille gang als het onderwerp gevoelig is.
A

Ich möchte die Leute, die noch arbeiten, nicht stören.

Iech meug-te dee loite, dee nog ar-bai-ten, niecht steur-en. Ik wil de mensen die nog werken niet storen.
B

Das Meeting geht bald weiter, also halte dich kurz, wenn du kannst.

Das mie-ting geet balt vai-ter, al-zoo hal-te dich koerts, ven doe kanst. De vergadering gaat zo weer verder, dus houd het kort als dat kan.
A

Wenn ich nicht genau pünktlich zurück bin, könntest du dann festhalten, was ich verpasse?

Ven iech niecht ge-nau pünk-tliech tsu-ruk bin, keun-test doe dan fest-hal-ten, vas iech fer-pas-se? Als ik niet precies op tijd terug ben, zou je dan kunnen bijhouden wat ik mis?
B

Das kann ich machen, aber schreib mir, wenn der Anruf länger dauert.

Das kan iech maa-chen, aa-ber sjraip mier, ven deer an-roef leng-er daowert. Dat kan ik doen, maar stuur me een bericht als het gesprek langer duurt.
A

Das mache ich. Ich sollte vor dem nächsten Tagesordnungspunkt zurück sein.

Das maa-che iech. Iech zol-te foar deem neech-sten taa-ghes-ord-noengs-point tsu-ruk zain. Dat doe ik. Ik zou vóór het volgende agendapunt terug moeten zijn.
B

Der erste Teil nach der Pause ist nur ein kurzes Update.

Deer eerste tail naach deer paoze ist noer ain koerts-es up-deet. Het eerste deel na de pauze is gewoon een korte update.
A

Das hilft. Ich gehe jetzt nach draußen.

Das hilft. Iech gee-uh yetst naach draow-sen. Dat helpt. Ik ga nu naar buiten.
B

Nimm dir die Zeit, die du brauchst, aber behalte die Uhr im Auge.

Nim dier dee tsait, dee doe braowcht, aa-ber be-hal-te dee oer im aow-ge. Neem de tijd die je nodig hebt, maar houd de klok in de gaten.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de spreker die een privételefoontje wil plegen. In een Duitse hoofdzin staat deze vorm vaak vooraan als onderwerp, zoals in “Ich muss während der Pause privat telefonieren.”
muss muss geeft hier aan dat de spreker tijdens de pauze moet telefoneren. Na muss volgt de andere werkwoordsvorm aan het einde van de zin; hier is dat telefonieren.
während während betekent hier ‘tijdens’ en plaatst het telefoneren in de tijd van de pauze. Het wordt gebruikt vóór een tijdsperiode, zoals in “während der Pause”.
der der is hier het bepaalde lidwoord in “während der Pause” en betekent daar ‘de’. In “Der erste Teil” staat dezelfde vorm aan het begin van een nieuwe zin bij Teil.
Pause Pause betekent hier ‘pauze’, de periode waarin de spreker privé wil telefoneren. Het woord kan gebruikt worden voor een werk- of vergaderonderbreking, zoals in “während der Pause”.
privat privat betekent hier ‘privé’ en beschrijft dat het telefoongesprek niet voor anderen bedoeld is. Het staat in “privat telefonieren” vóór de werkwoordelijke handeling en kan zo het doel of karakter ervan aangeven.
telefonieren telefonieren betekent hier ‘telefoneren’ of ‘bellen’. Het is de vorm die na muss aan het einde van de zin staat; je gebruikt het voor contact via de telefoon.
Nimm Nimm is hier een aansporing aan één persoon om de rustige gang te nemen. Het staat vooraan in de opdracht “Nimm den ruhigen Flur”; daarna volgt wat de persoon moet nemen.
den den is hier het bepaalde lidwoord bij Flur in “den ruhigen Flur” en betekent ‘de’. Het hoort bij een direct object na de opdracht Nimm.
ruhigen ruhigen betekent hier ‘rustige’ en beschrijft de gang waar iemand ongestoord kan bellen. De vorm staat vóór Flur in “den ruhigen Flur” en past bij die woordgroep.
Flur Flur betekent hier ‘gang’, meer bepaald de rustige gang die als geschikte plek wordt voorgesteld. Het woord kan gebruikt worden voor een doorgangsruimte in een gebouw.
wenn wenn betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in dat het onderwerp gevoelig is. In “wenn das Thema sensibel ist” staat het werkwoord ist aan het einde van de bijzin.
das das is hier het bepaalde lidwoord bij Thema en betekent ‘het’ in “das Thema”. Het kan in deze vorm vóór een zelfstandig naamwoord staan om naar een specifiek onderwerp te verwijzen.
Thema Thema betekent hier ‘onderwerp’, namelijk het onderwerp van het privégesprek. Het wordt gebruikt in de woordgroep “das Thema” voor iets waarover gesproken wordt.
sensibel sensibel betekent hier ‘gevoelig’ en beschrijft het onderwerp van het gesprek. In “das Thema sensibel ist” staat het na Thema en geeft het een eigenschap van dat onderwerp aan.
ist ist betekent hier ‘is’ en verbindt das Thema met de eigenschap sensibel. In de bijzin “wenn das Thema sensibel ist” staat deze vorm aan het einde.
möchte möchte geeft hier een beleefde of zachtere wens aan: de spreker wil de nog werkende mensen niet storen. Na “Ich möchte” volgt wat de spreker wel of niet wil doen; hier staat nicht stören aan het einde.
die die is hier het bepaalde lidwoord bij Leute en betekent ‘de’ in “die Leute”. Het introduceert de specifieke mensen die de spreker niet wil storen.
Leute Leute betekent hier ‘mensen’, namelijk de personen die nog aan het werk zijn. Het staat in “die Leute, die noch arbeiten” en wordt zo nader bepaald door de volgende bijzin.
noch noch betekent hier ‘nog’ en laat zien dat de mensen op dat moment nog aan het werk zijn. Het staat vóór arbeiten in “die noch arbeiten”.
arbeiten arbeiten betekent hier ‘werken’ en beschrijft wat de mensen nog doen. In “die noch arbeiten” staat het aan het einde van de bijzin.
nicht nicht maakt hier de handeling stören negatief: de spreker wil de mensen niet storen. Het staat vlak vóór stören in “nicht stören”.
stören stören betekent hier ‘storen’ of iemand lastigvallen, in de context door diens werk te onderbreken. Na möchte staat deze vorm als de handeling die de spreker niet wil uitvoeren.
Meeting Meeting betekent hier ‘vergadering’ en verwijst naar de bijeenkomst die na de pauze verdergaat. Het woord staat als onderwerp in “Das Meeting geht bald weiter”.
geht geht betekent hier ‘gaat’ in de uitdrukking “geht bald weiter”: de vergadering gaat binnenkort verder. Het is de werkwoordsvorm die bij Das Meeting hoort.
bald bald betekent hier ‘binnenkort’ en geeft aan dat de vergadering snel opnieuw begint. Het staat vóór weiter in “geht bald weiter”.
weiter weiter betekent hier ‘verder’ en maakt samen met geht duidelijk dat de vergadering wordt hervat. In “Das Meeting geht bald weiter” staat het aan het einde van de hoofdzin.
also also betekent hier ‘dus’ en leidt de praktische conclusie in dat het telefoongesprek kort moet blijven. Het verbindt de informatie over de vergadering met de daaropvolgende instructie.
halte halte is hier een aansporing om iets kort te houden. In “halte dich kurz” vormt het samen met dich en kurz de instructie om jezelf kort te houden, bijvoorbeeld door kort te spreken.
dich dich verwijst hier naar de aangesprokene in de vaste combinatie “halte dich kurz”. Het hoort bij de wederkerige formulering van de instructie en kan niet worden weggelaten zonder de constructie te veranderen.
kurz kurz betekent hier ‘kort’ en verwijst naar de duur van het telefoongesprek of het spreken. In “halte dich kurz” geeft het aan dat de aangesprokene zich moet beperken.
du du betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon aan wie gevraagd wordt het gesprek kort te houden. Het staat in de bijzin “wenn du kannst” als onderwerp.
kannst kannst betekent hier ‘kunt’ en drukt uit dat de aangesprokene de mogelijkheid heeft om het kort te houden. In “wenn du kannst” staat de werkwoordsvorm aan het einde van de voorwaardelijke bijzin.
genau genau betekent hier ‘precies’ en benadrukt dat de spreker exact op tijd terug wil zijn. Het staat vóór pünktlich in “nicht genau pünktlich” en versterkt die tijdsaanduiding.
pünktlich pünktlich betekent hier ‘op tijd’ of ‘stipt’, in verband met het terugkomen bij de vergadering. In “genau pünktlich zurück” beschrijft het hoe precies de spreker wil terugkomen.
zurück zurück betekent hier ‘terug’ en geeft aan dat de spreker opnieuw naar de vergadering komt. Het staat in “zurück bin” en in “zurück sein” bij het idee van terugkomen.
bin bin betekent hier ‘ben’ en vormt met zurück de uitdrukking “zurück bin”: terug zijn. In de bijzin “Wenn ich nicht genau pünktlich zurück bin” staat bin aan het einde.
könntest könntest maakt hier een beleefd verzoek: de spreker vraagt of de ander gemiste informatie zou kunnen bijhouden. Het staat samen met festhalten in “könntest du dann festhalten”.
dann dann betekent hier ‘dan’ en verwijst naar de situatie waarin de spreker niet precies op tijd terug is. Het staat in het verzoek vóór festhalten en markeert de voorgestelde reactie daarop.
festhalten festhalten betekent hier ‘bijhouden’ of ‘vastleggen’, namelijk wat de spreker tijdens de afwezigheid mist. Na könntest staat deze vorm aan het einde van “könntest du dann festhalten”.
was was betekent hier ‘wat’ en verwijst naar de informatie die tijdens de afwezigheid gemist kan worden. In “was ich verpasse” leidt het een bijzin in waarin verpasse aan het einde staat.
verpasse verpasse betekent hier ‘mis’ in de betekenis van informatie of een deel van de vergadering niet meemaken. In “was ich verpasse” staat het aan het einde van de bijzin.
kann kann betekent hier ‘kan’ en drukt uit dat de ander bereid en in staat is om te helpen. In “Das kann ich machen” staat kann vóór het onderwerp ich, omdat de zin met Das begint.
machen machen betekent hier ‘doen’ in de reactie “Das kann ich machen”: dat kan ik doen. Na kann staat machen als de handeling die de spreker op zich neemt.
aber aber betekent hier ‘maar’ en voegt een voorwaarde toe aan de toezegging om te helpen. Het verbindt “Das kann ich machen” met het verzoek om een bericht te sturen.
schreib schreib is hier een aansporing om een bericht te sturen. In “schreib mir” volgt mir om aan te geven aan wie het bericht gestuurd moet worden.
mir mir betekent hier ‘mij’ of ‘aan mij’ en geeft de ontvanger van het bericht aan. Het staat direct na schreib in “schreib mir”.
Anruf Anruf betekent hier ‘telefoontje’ of ‘oproep’ en verwijst naar het privégesprek. In “wenn der Anruf länger dauert” is het de gebeurtenis waarvan de duur kan veranderen.
länger länger betekent hier ‘langer’ en geeft aan dat het telefoontje meer tijd in beslag neemt dan voorzien. Het staat vóór dauert in “länger dauert”.
dauert dauert betekent hier ‘duurt’ en beschrijft de tijdsduur van de oproep. In “wenn der Anruf länger dauert” hoort deze vorm bij der Anruf en staat ze aan het einde van de bijzin.
mache mache betekent hier ‘doe’ in “Das mache ich”: dat zal ik doen. De vorm bevestigt dat de spreker de eerdere afspraak of instructie zal uitvoeren.
sollte sollte betekent hier ‘zou moeten’ en geeft een verwachting of voorzichtige inschatting dat de spreker op tijd terug zal zijn. Het staat samen met zurück sein in “Ich sollte vor dem nächsten Tagesordnungspunkt zurück sein”.
vor vor betekent hier ‘voor’ in de tijd en geeft aan dat de spreker terug moet zijn vóór het volgende agendapunt. Het staat vóór de woordgroep “dem nächsten Tagesordnungspunkt”.
dem dem is hier het bepaalde lidwoord in “vor dem nächsten Tagesordnungspunkt” en betekent ‘het’. Het staat na vor bij de tijdsaanduiding voor het agendapunt.
nächsten nächsten betekent hier ‘volgende’ en bepaalt welk agendapunt bedoeld wordt. Het staat vóór Tagesordnungspunkt in “dem nächsten Tagesordnungspunkt”.
Tagesordnungspunkt Tagesordnungspunkt betekent hier ‘agendapunt’, dus een afzonderlijk onderdeel van de vergaderagenda. In “vor dem nächsten Tagesordnungspunkt” is het de tijdsgrens waarvóór de spreker terug wil zijn.
sein sein betekent hier ‘zijn’ in “zurück sein”: terug zijn. Na sollte staat sein aan het einde van de zin.
erste erste betekent hier ‘eerste’ en bepaalt welk deel van de vergadering na de pauze bedoeld wordt. Het staat vóór Teil in “Der erste Teil”.
Teil Teil betekent hier ‘deel’, namelijk het eerste onderdeel van de vergadering na de pauze. Het woord staat als onderwerp in “Der erste Teil nach der Pause”.
nach nach betekent hier ‘na’ en plaatst het eerste deel in de tijd na de pauze. Het staat vóór de woordgroep “der Pause”.
nur nur betekent hier ‘alleen’ of ‘slechts’ en beperkt de inhoud van het eerste deel tot een korte update. Het staat vóór “ein kurzes Update”.
ein ein betekent hier ‘een’ en introduceert één korte update. In “ein kurzes Update” staat het vóór het bijvoeglijke woord en het zelfstandig naamwoord.
kurzes kurzes betekent hier ‘korte’ en beschrijft de update als beperkt van omvang of duur. Het staat vóór Update in “ein kurzes Update”.
Update Update betekent hier ‘update’ of een korte stand-van-zakenmededeling. Het vormt samen met “ein kurzes” de informatie die na de pauze eerst wordt gegeven.
hilft hilft betekent hier ‘helpt’ en verwijst naar de geruststellende informatie over de korte update. In “Das hilft” staat het bij Das en drukt het uit dat die informatie nuttig is voor de spreker.
gehe gehe betekent hier ‘ga’ en maakt bekend dat de spreker nu naar buiten gaat. In “Ich gehe jetzt nach draußen” staat het bij Ich en vóór de richtingsaanduiding.
jetzt jetzt betekent hier ‘nu’ en geeft aan dat de spreker onmiddellijk naar buiten gaat. Het staat in “Ich gehe jetzt nach draußen” tussen het werkwoord en de richtingsaanduiding.
draußen draußen betekent hier ‘buiten’ en geeft de plaats aan waar de spreker heen gaat. In “nach draußen” verwijst het naar de buitenruimte buiten het gebouw.
dir dir betekent hier ‘jou’ of ‘voor jou’ en verwijst naar de aangesprokene die de tijd mag nemen. In “Nimm dir die Zeit” hoort het bij de uitdrukking dat iemand tijd voor zichzelf neemt.
Zeit Zeit betekent hier ‘tijd’, namelijk de hoeveelheid tijd die de spreker voor het telefoongesprek nodig heeft. In “Nimm dir die Zeit, die du brauchst” wordt het nader bepaald door die du brauchst.
brauchst brauchst betekent hier ‘nodig hebt’ en verwijst naar de tijd die de aangesprokene nodig heeft. In “die du brauchst” staat de vorm aan het einde van de bijzin.
behalte behalte is hier een aansporing om de klok in het oog te houden. In “behalte die Uhr im Auge” vormt het samen met die Uhr im Auge de vaste uitdrukking voor iets blijven controleren.
Uhr Uhr betekent hier ‘klok’ en verwijst naar de tijd waarop de vergadering verdergaat. In “die Uhr im Auge behalten” maakt het deel uit van de uitdrukking voor de tijd in de gaten houden.
im im is hier de verkorte vorm van in dem in de uitdrukking “im Auge”. Samen met Auge vormt het een vaste woordgroep die betekent dat je iets in de gaten houdt.
Auge Auge betekent hier letterlijk ‘oog’ en staat in de uitdrukking “die Uhr im Auge behalten”. De volledige uitdrukking betekent dat je de klok of de tijd goed in de gaten houdt.

Grammatica

möchte + Infinitiv

Ich möchte weiterarbeiten.

Iech meug-te vai-ter-ar-bai-ten.

Ik wil verder werken.

Na möchte staat het hele werkwoord aan het einde van de zin.

während + Genitiv

Während des Meetings telefonieren wir nicht privat.

Vèè-rent des mie-tings te-le-fo-nie-ren vier niecht prie-vaat.

Tijdens de vergadering telefoneren we niet privé.

während wordt in verzorgd Duits vaak met de tweede naamval gebruikt: des Meetings.

Duits woordenschat

arbeiten werkwoord
ar-bai-ten werken
Flur zelfstandig naamwoord
floer gang
Leute zelfstandig naamwoord
loite mensen
mögen werkwoord
meu-gen willen möchte
nehmen werkwoord
nee-men nemen Nimm
Pause zelfstandig naamwoord
paoze pauze
privat bijwoord
prie-vaat privé
ruhig bijvoeglijk naamwoord
roe-ie-ch stil ruhigen
sensibel bijvoeglijk naamwoord
zen-zie-bel gevoelig
telefonieren werkwoord
te-le-fo-nie-ren telefoneren

privat telefonieren

Thema zelfstandig naamwoord
tee-ma onderwerp
während voorzetsel
vèè-rent tijdens

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

onderwerp

Antwoord tonenThema

pauze

Antwoord tonenPause

nemen

Antwoord tonenNimm

tijdens

Antwoord tonenwährend