Ich
„Ich“ betekent hier „ik“ en is degene die de uitspraak doet. Het staat als onderwerp vooraan in „Ich bin mir nicht sicher“; je gebruikt het wanneer je over jezelf spreekt.
bin
„bin“ betekent hier „ben“ en is de ik-vorm van „sein“. In „Ich bin mir nicht sicher“ hoort deze vorm bij „Ich“; je gebruikt haar om een toestand of beoordeling over jezelf uit te drukken.
mir
„mir“ betekent hier „voor mij“ en hoort bij de vaste uitdrukking „Ich bin mir nicht sicher“. Deze vorm maakt duidelijk dat de onzekerheid betrekking heeft op de spreker; dezelfde constructie gebruik je wanneer je beleefd aangeeft dat je iets niet zeker weet.
nicht
„nicht“ ontkent hier de zekerheid in „Ich bin mir nicht sicher“ en betekent „niet“. Het staat vóór „sicher“ om de beoordeling negatief te maken; je gebruikt het om een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of hele uitspraak te ontkennen.
sicher
„sicher“ betekent hier „zeker“ in de uitdrukking „Ich bin mir nicht sicher“. Door „nicht“ ervoor wordt onzekerheid uitgedrukt; je gebruikt het bijvoorbeeld bij twijfel over een regel of afspraak.
wie
„wie“ betekent hier „hoe“ en leidt de bijzin „wie dieses Team mit Pausen umgeht“ in. Het vraagt naar de manier waarop iets gebeurt; je gebruikt het om naar een werkwijze of aanpak te vragen.
dieses
„dieses“ betekent hier „dit“ en verwijst naar het team dat in de werksituatie wordt besproken. Het staat direct vóór „Team“; je gebruikt het om een specifiek team aan te wijzen.
Team
„Team“ betekent hier „team“ en is de groep die de pauzes organiseert. In „dieses Team“ is het het onderwerp van de aanpak; je gebruikt het voor een groep collega’s met een gezamenlijke taak.
mit
„mit“ betekent hier „met“ in „mit Pausen umgehen“. Deze voorzetselcombinatie beschrijft hoe iemand met iets omgaat; je gebruikt haar met het onderwerp of de kwestie waarmee iemand rekening houdt.
Pausen
„Pausen“ betekent hier „pauzes“ en is de meervoudsvorm van „Pause“. In „mit Pausen umgehen“ zijn de pauzes het onderwerp waarmee het team omgaat; je gebruikt het in gesprekken over werkonderbrekingen.
umgeht
„umgeht“ betekent hier „omgaat met“ en is de vorm van „umgehen“ die bij „dieses Team“ hoort. In „wie dieses Team mit Pausen umgeht“ beschrijft het de manier waarop het team pauzes behandelt; je gebruikt deze constructie om een aanpak te bespreken.
Die
„Die“ betekent hier „de“ en hoort bij „Regelung“. Het staat aan het begin van de zin omdat „Die Regelung“ het onderwerp is; je gebruikt het bij een specifiek vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
Regelung
„Regelung“ betekent hier „regeling“ en verwijst naar de afspraak over pauzes. In „Die Regelung ist flexibel“ wordt deze regeling beoordeeld; je gebruikt het voor een vastgelegde manier waarop iets geregeld is.
ist
„ist“ betekent hier „is“ en is een vorm van „sein“. In „Die Regelung ist flexibel“ koppelt het de regeling aan de eigenschap „flexibel“; je gebruikt het om een toestand of eigenschap te beschrijven.
flexibel
„flexibel“ betekent hier „flexibel“ en beschrijft de regeling als niet strikt vastgelegd. Het staat na „ist“ als eigenschap van „Die Regelung“; je gebruikt het wanneer een afspraak ruimte voor aanpassing laat.
aber
„aber“ betekent hier „maar“ en leidt de beperking op de flexibele regeling in. Het verbindt twee uitspraken met een tegenstelling; je gebruikt het om na een toegeving toch belangrijke informatie toe te voegen.
während
„während“ betekent hier „tijdens“ en geeft de periode aan waarin de bezetting moet kloppen. In „während der Servicezeiten“ staat het vóór de genoemde periode; je gebruikt het om een tijdsgrens of tijdsinterval aan te geven.
der
„der“ betekent hier „de“ in „der Servicezeiten“. In deze combinatie hoort het bij het meervoud „Servicezeiten“ na „während“; je gebruikt het hier om de service-uren als periode te benoemen.
Servicezeiten
„Servicezeiten“ betekent hier „servicetijden“ en is het meervoud van „Servicezeit“. In „während der Servicezeiten“ verwijst het naar de uren waarin service wordt verleend; je gebruikt het om de actieve uren van een dienst aan te duiden.
muss
„muss“ betekent hier „moet“ en is de vorm van „müssen“ die bij „die Besetzung“ hoort. In „muss die Besetzung trotzdem stimmen“ drukt het een noodzakelijke voorwaarde uit; je gebruikt het om een vereiste op het werk te formuleren.
Besetzung
„Besetzung“ betekent hier „bezetting“ en verwijst naar het aantal aanwezige of beschikbare medewerkers. In „die Besetzung muss stimmen“ gaat het om voldoende personele dekking; je gebruikt het bij de verdeling van personeel over een dienst.
trotzdem
„trotzdem“ betekent hier „toch“ en geeft aan dat de bezetting ondanks de flexibele regeling op orde moet blijven. Het verwijst naar een tegenstelling met de voorafgaande informatie; je gebruikt het om een voorwaarde ondanks iets anders te benadrukken.
stimmen
„stimmen“ betekent hier „kloppen“ of „in orde zijn“ in „die Besetzung muss ... stimmen“. Het staat als infinitief na „muss“; je gebruikt het om te zeggen dat een situatie, planning of verhouding goed moet zijn.
Dann
„Dann“ betekent hier „dan“ en trekt de praktische conclusie uit de voorgaande voorwaarde. In „Dann kann ich ...“ staat het vooraan, waarna het werkwoord volgt; je gebruikt het om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
kann
„kann“ betekent hier „kan“ en is de vorm van „können“ die bij „ich“ hoort. In „Dann kann ich ... weggehen“ drukt het toegestane of mogelijke handelen uit; je gebruikt het om een mogelijkheid of toestemming te bespreken.
bei
„bei“ betekent hier „bij“ in de vaste combinatie „bei Bedarf“. Met deze combinatie wordt bedoeld: wanneer dat nodig is; je gebruikt haar om een voorwaarde of aanleiding kort aan te geven.
Bedarf
„Bedarf“ betekent hier „behoefte“ in „bei Bedarf“, dat in deze context „indien nodig“ betekent. Het vormt samen met „bei“ een vaste uitdrukking; je gebruikt die bijvoorbeeld wanneer een handeling alleen nodig is als de situatie daarom vraagt.
kurz
„kurz“ betekent hier „even“ en beperkt de duur van „weggehen“. In „kurz weggehen“ gaat het om kort weggaan, niet om langdurige afwezigheid; je gebruikt het om een handeling als kortstondig te beschrijven.
weggehen
„weggehen“ betekent hier „weggaan“ en staat als infinitief na „kann“. In „kurz weggehen“ beschrijft het dat iemand de werkplek tijdelijk verlaat; je gebruikt het voor het verlaten van een plaats.
solange
„solange“ betekent hier „zolang“ en leidt de voorwaarde „solange jemand verfügbar ist“ in. Het maakt de mogelijkheid afhankelijk van het voortbestaan van die voorwaarde; je gebruikt het om een grens of voorwaarde aan te geven.
jemand
„jemand“ betekent hier „iemand“ en verwijst naar ten minste één beschikbare persoon. In „solange jemand verfügbar ist“ is het de persoon die de dekking mogelijk maakt; je gebruikt het wanneer de identiteit van die persoon niet belangrijk is.
verfügbar
„verfügbar“ betekent hier „beschikbaar“ en beschrijft iemand die aanwezig of inzetbaar kan zijn. In „jemand verfügbar ist“ is beschikbaarheid de voorwaarde voor weggaan; je gebruikt het bij personeel, tijd of middelen die gebruikt kunnen worden.
Gib
„Gib“ betekent hier „geef“ en is de gebiedende vorm van „geben“ voor „du“. In „Gib den anderen einfach Bescheid“ hoort het bij de vaste uitdrukking „Bescheid geben“; je gebruikt het om iemand rechtstreeks een korte instructie te geven.
den
„den“ betekent hier „de“ in „den anderen“. Het hoort bij de mensen aan wie de mededeling wordt doorgegeven; je gebruikt deze vorm hier in de combinatie met „geben“ en „Bescheid“.
anderen
„anderen“ betekent hier „anderen“ en verwijst naar de overige teamleden. In „Gib den anderen ... Bescheid“ zijn zij degenen die geïnformeerd moeten worden; je gebruikt het om personen buiten de aangesprokene aan te duiden.
einfach
„einfach“ betekent hier „gewoon“ en maakt de instructie laagdrempelig: er is geen ingewikkelde procedure nodig. In „Gib den anderen einfach Bescheid“ verzacht het de opdracht; je gebruikt het vaak bij een eenvoudige praktische aanwijzing.
Bescheid
„Bescheid“ betekent hier niet zomaar „bericht“, maar maakt met „geben“ de uitdrukking „Bescheid geben“: iemand informeren of laten weten wat er gebeurt. In deze werksituatie gaat het om de anderen op de hoogte brengen; je gebruikt de uitdrukking bij korte mededelingen.
wenn
„wenn“ betekent hier „als“ of „wanneer“ en leidt de voorwaardelijke situatie „wenn du eine Weile weg bist“ in. Het koppelt de mededeling aan het moment waarop iemand weg is; je gebruikt het voor voorwaarden of terugkerende tijdssituaties.
du
„du“ betekent hier „je“ en is de informele aangesproken persoon. In „wenn du eine Weile weg bist“ is het het onderwerp van de bijzin; je gebruikt het wanneer je één bekende persoon rechtstreeks aanspreekt.
eine
„eine“ betekent hier „een“ en hoort bij „Weile“. In „eine Weile“ vormt het samen een uitdrukking voor „een tijdje“; je gebruikt het om een onbepaalde korte periode aan te geven.
Weile
„Weile“ betekent hier „tijdje“ in de vaste combinatie „eine Weile“. Het geeft aan dat de afwezigheid enige tijd duurt zonder een exacte duur te noemen; je gebruikt het voor een beperkte, niet precies bepaalde periode.
weg
„weg“ betekent hier „weg“ in „weg bist“ en beschrijft afwezigheid van de werkplek. Samen met „bist“ vormt het de toestand „weg zijn“; je gebruikt het wanneer iemand niet op de gebruikelijke plaats aanwezig is.
bist
„bist“ betekent hier „bent“ en is een vorm van „sein“ bij „du“. In „wenn du eine Weile weg bist“ beschrijft het de toestand van de aangesproken persoon; je gebruikt het om een toestand of locatie van „du“ uit te drukken.
Das
„Das“ betekent hier „dat“ en verwijst naar de voorgestelde manier van werken. In „Das klingt fair“ is het onderwerp van de beoordeling; je gebruikt het om naar een zojuist genoemde situatie of uitspraak terug te verwijzen.
klingt
„klingt“ betekent hier „klinkt“ en is de vorm van „klingen“ bij „Das“. In „Das klingt fair“ betekent het dat iets redelijk overkomt, niet letterlijk dat het een geluid maakt; je gebruikt het om een indruk of beoordeling uit te drukken.
fair
„fair“ betekent hier „eerlijk“ of „redelijk“ en beoordeelt de voorgestelde afspraak. Het staat na „klingt“ als eigenschap van de situatie; je gebruikt het om aan te geven dat een regeling billijk overkomt.
hatte
„hatte“ betekent hier „had“ en is de verleden tijd van „haben“ bij „ich“. In „Ich hatte Angst“ beschrijft het een eerdere bezorgdheid; je gebruikt het om een gevoel of bezit in het verleden te benoemen.
Angst
„Angst“ betekent hier „angst“ in de vaste combinatie „Angst haben“. In „Ich hatte Angst“ benoemt het de bezorgdheid van de spreker; je gebruikt het met „haben“ om angst of vrees uit te drukken.
dass
„dass“ betekent hier „dat“ en leidt de inhoud van de angst in. Het maakt van de volgende woorden een bijzin met het werkwoord achteraan, zoals in „dass es so aussehen könnte“; je gebruikt het om uit te leggen wat iemand denkt, voelt of vreest.
es
„es“ verwijst hier naar de situatie en is het formele onderwerp in „dass es so aussehen könnte“. Het vult de onderwerpplaats terwijl wordt beschreven hoe de situatie kan overkomen; je gebruikt het ook in vergelijkbare beschrijvingen van een indruk.
so
„so“ betekent hier „zo“ en hoort bij „so aussehen“: er op die manier uitzien of overkomen. Het verwijst naar de indruk dat de spreker zomaar verdwijnt; je gebruikt het om een bepaalde manier of indruk aan te duiden.
aussehen
„aussehen“ betekent hier „eruitzien“ of „overkomen“ en staat als infinitief in „dass es so aussehen könnte“. Samen met „so“ beschrijft het hoe de situatie voor anderen lijkt; je gebruikt het om een uiterlijke of figuurlijke indruk te bespreken.
könnte
„könnte“ betekent hier „zou kunnen“ en is de voorwaardelijke vorm van „können“. In „es so aussehen könnte“ maakt het de indruk mogelijk maar niet zeker; je gebruikt het om voorzichtig een mogelijke interpretatie te formuleren.
als
„als“ betekent hier „alsof“ en leidt de vergelijking „als würde ich einfach verschwinden“ in. Het markeert dat de beschreven indruk niet letterlijk als feit wordt gepresenteerd; je gebruikt het om een schijnbare situatie of indruk te beschrijven.
würde
„würde“ betekent hier „zou“ en is de vorm van „werden“ in de voorwaardelijke constructie „als würde ich einfach verschwinden“. Het helpt een hypothetische indruk weer te geven; je gebruikt het om te zeggen hoe iets zou lijken zonder te beweren dat het werkelijk gebeurt.
verschwinden
„verschwinden“ betekent hier „verdwijnen“ en staat als infinitief na „würde“. In „würde ich einfach verschwinden“ beschrijft het de gevreesde indruk dat de spreker zonder bericht weg is; je gebruikt het voor het verdwijnen of plotseling niet meer zichtbaar zijn.
kurze
„kurze“ betekent hier „korte“ en beschrijft „Nachricht“. In „Eine kurze Nachricht“ krijgt het bijvoeglijk naamwoord deze vorm bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om een bericht met beperkte lengte of inhoud te beschrijven.
Nachricht
„Nachricht“ betekent hier „bericht“ en verwijst naar een korte mededeling aan het team. In „Eine kurze Nachricht im Teamchat“ is het de informatie die de misvatting moet voorkomen; je gebruikt het voor schriftelijke of mondelinge informatie die aan iemand wordt doorgegeven.
im
„im“ betekent hier „in het“ en is de samensmelting van „in“ en „dem“. In „im Teamchat“ geeft het aan waar de boodschap wordt geplaatst; je gebruikt het bij een plaats of kanaal waarin iets gebeurt.
Teamchat
„Teamchat“ betekent hier „teamchat“ en is het kanaal waarin collega’s korte updates delen. In „Eine kurze Nachricht im Teamchat“ is het de plaats van de mededeling; je gebruikt het voor de gezamenlijke chat van een team.
sollte
„sollte“ betekent hier „zou moeten“ en is de voorwaardelijke vorm van „sollen“. In „Eine kurze Nachricht ... sollte das verhindern“ drukt het een verwachte of aanbevolen werking uit; je gebruikt het om voorzichtig een oplossing of verwachting te formuleren.
verhindern
„verhindern“ betekent hier „voorkomen“ en staat als infinitief na „sollte“. Het verwijst naar het voorkomen van de indruk dat iemand zomaar verdwijnt; je gebruikt het om aan te geven dat een handeling een ongewenst gevolg tegenhoudt.
Sollen
„Sollen“ betekent hier „zullen we“ of „zouden we moeten“ en is de vorm van „sollen“ bij „wir“. Als eerste woord van „Sollen wir ...?“ vormt het een voorstel; je gebruikt het om gezamenlijk een mogelijkheid of plan voor te leggen.
wir
„wir“ betekent hier „we“ en verwijst naar de twee gesprekspartners of het team. In „Sollen wir ...?“ is het het onderwerp van het gezamenlijke voorstel; je gebruikt het wanneer je jezelf samen met anderen bedoelt.
für
„für“ betekent hier „voor“ en geeft aan op welke periodes het plan gericht is. In „für stressige Zeiten“ staat het vóór de bedoelde periode; je gebruikt het om het doel of de toepassingsperiode van iets aan te geven.
stressige
„stressige“ betekent hier „stressvolle“ of „drukke“ en beschrijft „Zeiten“. In „für stressige Zeiten“ verwijst het naar periodes waarin meerdere mensen tegelijk iets nodig kunnen hebben; je gebruikt het voor tijd met veel drukte of spanning.
Zeiten
„Zeiten“ betekent hier „tijden“ of „periodes“ en is het meervoud van „Zeit“. In „für stressige Zeiten“ gaat het om meerdere mogelijke drukke periodes; je gebruikt het om een tijdsperiode zonder exacte datum te benoemen.
einen
„einen“ betekent hier „een“ en hoort bij „Plan“. Deze vorm staat in „einen gemeinsamen Plan“; je gebruikt haar om één nog niet nader bepaalde mannelijke zaak als doel van de handeling te noemen.
gemeinsamen
„gemeinsamen“ betekent hier „gezamenlijke“ of „gedeelde“ en beschrijft „Plan“. In „einen gemeinsamen Plan“ maakt het duidelijk dat het plan door meerdere mensen wordt gedeeld; je gebruikt het voor iets dat verschillende personen samen gebruiken of afspreken.
Plan
„Plan“ betekent hier „plan“ en verwijst naar de gezamenlijke planning van de pauzes. In „einen gemeinsamen Plan erstellen“ is het wat de gesprekspartners willen maken; je gebruikt het voor een afgesproken aanpak of schema.
erstellen
„erstellen“ betekent hier „opstellen“ of „maken“ en staat als infinitief na „Sollen wir“. In „einen gemeinsamen Plan erstellen“ beschrijft het het maken van een nieuwe planning; je gebruikt het voor het opstellen van plannen, documenten of overzichten.
helfen
„helfen“ betekent hier „helpen“ en staat als infinitief na „könnte“. In „Das könnte helfen“ verwijst het naar het nuttig zijn van het voorgestelde plan; je gebruikt het om een mogelijke oplossing als nuttig te beoordelen.
mehrere
„mehrere“ betekent hier „meerdere“ en verwijst naar meer dan één persoon. In „mehrere Leute“ bepaalt het hoeveel mensen tegelijk pauze willen; je gebruikt het wanneer een aantal groter dan één maar niet precies genoemd wordt.
Leute
„Leute“ betekent hier „mensen“ en verwijst naar de collega’s die lunch willen. In „mehrere Leute“ vormt het samen met „mehrere“ de groep in kwestie; je gebruikt het in gewone gesprekken voor personen in het algemeen.
zur
„zur“ betekent hier „op hetzelfde“ binnen de uitdrukking „zur gleichen Zeit“ en is de samensmelting van „zu“ en „der“. De volledige combinatie geeft aan dat iets gelijktijdig gebeurt; je gebruikt haar om een tijdstip of moment aan te duiden.
gleichen
„gleichen“ betekent hier „zelfde“ in „zur gleichen Zeit“. Het benadrukt dat de tijd voor meerdere mensen identiek is; je gebruikt het om twee of meer dingen als gelijk of identiek te beschrijven.
Zeit
„Zeit“ betekent hier „tijd“ en verwijst naar het moment waarop de mensen lunchpauze willen nemen. In „zur gleichen Zeit“ gaat het om hetzelfde moment voor iedereen; je gebruikt het om een tijdstip of periode te benoemen.
Mittagspause
„Mittagspause“ betekent hier „lunchpauze“ en is de pauze rond de middag. In „Mittagspause machen“ vormt het samen met „machen“ een gebruikelijke uitdrukking voor lunchpauze nemen; je gebruikt het bij afspraken over de middagpauze op het werk.
machen
„machen“ betekent hier „nemen“ in de uitdrukking „Mittagspause machen“, hoewel het letterlijk „maken“ is. Het staat als infinitief vóór „wollen“; je gebruikt deze combinatie om te zeggen dat iemand lunchpauze wil nemen.
wollen
„wollen“ betekent hier „willen“ en staat als infinitief na „mehrere Leute“. In „Mittagspause machen wollen“ drukt het de wens van meerdere mensen uit; je gebruikt het om een intentie of plan te benoemen.
werde
„werde“ betekent hier „zal“ en is de vorm van „werden“ bij „ich“. In „Ich werde es ... vorschlagen“ vormt het samen met de infinitief een toekomstig voornemen; je gebruikt het om een geplande actie aan te kondigen.
beim
„beim“ betekent hier „bij het“ of „tijdens het“ en is de samensmelting van „bei“ en „dem“. In „beim nächsten Teamtreffen“ geeft het het moment van het voorstellen aan; je gebruikt het om te verwijzen naar een gebeurtenis waarbij iets plaatsvindt.
nächsten
„nächsten“ betekent hier „volgende“ en beschrijft „Teamtreffen“. In „beim nächsten Teamtreffen“ verwijst het naar de eerstvolgende bijeenkomst; je gebruikt het om een gebeurtenis aan te duiden die na het huidige moment komt.
Teamtreffen
„Teamtreffen“ betekent hier „teamoverleg“ of „teambijeenkomst“. In „beim nächsten Teamtreffen“ is het de gelegenheid waarop het voorstel wordt gedaan; je gebruikt het voor een bijeenkomst van teamleden.
vorschlagen
„vorschlagen“ betekent hier „voorstellen“ en staat als infinitief na „werde“. In „Ich werde es beim nächsten Teamtreffen vorschlagen“ kondigt de spreker aan dat die het plan ter bespreking zal inbrengen; je gebruikt het om een idee of mogelijkheid aan anderen voor te leggen.
weiß
„weiß“ betekent hier „weet“ en is de vorm van „wissen“ die bij „jeder“ hoort. In „Dann weiß jeder“ gaat het om het kennen van de verwachte afspraak; je gebruikt het wanneer iemand over informatie of kennis beschikt.
jeder
„jeder“ betekent hier „iedereen“ of „ieder“ en verwijst naar elke persoon in het team. In „Dann weiß jeder“ maakt het duidelijk dat de informatie voor alle teamleden geldt; je gebruikt het om personen één voor één als volledige groep te omvatten.
was
„was“ betekent hier „wat“ en leidt de bijzin „was ihn erwartet“ in. De bijzin benoemt de inhoud van wat iedereen weet; je gebruikt het om te verwijzen naar een onbekende of nog te bepalen zaak.
ihn
„ihn“ betekent hier „hem“ en verwijst naar iedere persoon die door „jeder“ wordt aangeduid. In „was ihn erwartet“ is hij degene voor wie de verwachting geldt; je gebruikt deze vorm wanneer een mannelijke persoon het lijdend voorwerp is.
erwartet
„erwartet“ betekent hier „verwacht“ in „was ihn erwartet“: wat hem te wachten staat. Het is de vorm van „erwarten“ die bij „was“ hoort; je gebruikt het om aan te geven wat iemand binnenkort kan meemaken of waarvoor die zich kan voorbereiden.