Ich
«Ich» betekent «ik» en verwijst naar de persoon die de studieruimte wil reserveren. Het staat hier als onderwerp in «Ich möchte gern einen Studierraum ... reservieren».
möchte
«möchte» drukt hier een beleefde wens uit: «zou graag willen». Het is de gebruikte vorm van «mögen» in de beleefde constructie «Ich möchte gern ... reservieren».
gern
«gern» betekent hier «graag» en maakt de wens vriendelijker. In «Ich möchte gern ... reservieren» staat het bij de uitgedrukte voorkeur of wens; een nieuw voorbeeld is «Ich lese gern».
einen
«einen» is hier het onbepaalde lidwoord bij «Studierraum» in de naamwoordgroep «einen Studierraum». De vorm staat voor een mannelijke directe aanvulling na «reservieren».
Studierraum
«Studierraum» betekent «studieruimte», de ruimte die de spreker wil reserveren. Het is een samengesteld woord van «Studie» en «Raum»; een bruikbaar patroon is «einen Studierraum reservieren».
für
«für» betekent hier «voor» en geeft aan waarvoor de ruimte wordt gereserveerd: «für ein Gruppenprojekt». Het staat vaak voor het doel of de bestemming van iets.
ein
«ein» betekent hier «een» in «ein Gruppenprojekt». Het introduceert het groepsproject als het doel van de reservering; een nieuw voorbeeld is «ein neues Projekt».
Gruppenprojekt
«Gruppenprojekt» betekent «groepsproject» en noemt het doel waarvoor de ruimte nodig is. Het is een samenstelling van «Gruppe» en «Projekt».
reservieren
«reservieren» betekent hier «reserveren». De vorm staat na «möchte» in «Ich möchte gern einen Studierraum für ein Gruppenprojekt reservieren»; na «möchten» volgt ook een infinitief.
Wie
«Wie» betekent hier «hoe» in de vraag «Wie groß muss der Raum sein?». Samen met «groß» vraagt het naar de gewenste afmeting van de ruimte.
groß
«groß» betekent hier «groot» en beschrijft de benodigde afmeting van de ruimte. In «Wie groß muss der Raum sein?» vormt het met «Wie» een vraag naar de grootte.
muss
«muss» drukt hier een vereiste uit: hoe groot de ruimte moet zijn. Het is een vorm van «müssen» in «Wie groß muss der Raum sein?».
der
«der» is hier het bepaalde lidwoord bij «Raum» in «der Raum». De naamwoordgroep is het onderwerp van de vraag naar de vereiste grootte.
Raum
«Raum» betekent hier «ruimte» en verwijst naar de kamer die de groep wil gebruiken. Een bruikbaar patroon is «Wie groß muss der Raum sein?».
sein
«sein» betekent hier «zijn» en maakt met «muss» de vraag «Wie groß muss der Raum sein?». Na «muss» staat deze infinitiefvorm.
Wann
«Wann» betekent «wanneer» en vraagt in «Wann möchten Sie den Raum benutzen?» naar het tijdstip van gebruik. Het staat aan het begin van een vraag naar tijd.
möchten
«möchten» drukt hier beleefd uit wat iemand wil: «zou graag willen». Het is de vorm die bij «Sie» wordt gebruikt in «Wann möchten Sie den Raum benutzen?».
Sie
«Sie» betekent hier het beleefde «u» en richt de vraag aan één gesprekspartner. De hoofdletter hoort bij deze formele aanspreekvorm.
den
«den» is hier het bepaalde lidwoord bij «Raum» in «den Raum benutzen». Het verwijst naar de eerder genoemde studieruimte als object van «benutzen».
benutzen
«benutzen» betekent «gebruiken» en verwijst hier naar het gebruik van de ruimte. De infinitief staat na «möchten» in «möchten Sie den Raum benutzen».
Wir
«Wir» betekent «wij» en verwijst naar de groep van vier personen. Het staat als onderwerp in «Wir brauchen heute Nachmittag einen ruhigen Raum ...».
brauchen
«brauchen» betekent hier «nodig hebben». In «Wir brauchen ... einen ruhigen Raum» geeft het aan welke ruimte de groep nodig heeft; een nieuw voorbeeld is «Wir brauchen mehr Zeit».
heute
«heute» betekent «vandaag» en geeft in «heute Nachmittag» aan op welke dag de middag valt. De combinatie «heute Nachmittag» is een gebruikelijke tijdsaanduiding.
Nachmittag
«Nachmittag» betekent «middag» en vormt samen met «heute» de tijdsaanduiding «heute Nachmittag». Het wordt hier gebruikt voor de geplande gebruiksperiode.
ruhigen
«ruhigen» betekent hier «rustige» en beschrijft de gewenste ruimte in «einen ruhigen Raum». De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord «Raum».
Personen
«Personen» betekent «personen» en geeft in «für vier Personen» het aantal gebruikers aan. Na een getal staat hier de meervoudsvorm.
ist
«ist» betekent «is» en zegt in «ist ein Raum ... verfügbar» dat er een ruimte beschikbaar is. Het is een vorm van «sein» bij «ein Raum».
Stunden
«Stunden» betekent «uren» en geeft in «für zwei Stunden» de duur van de beschikbaarheid aan. Na «zwei» staat de meervoudsvorm.
verfügbar
«verfügbar» betekent «beschikbaar» en beschrijft in «ein Raum ... verfügbar» de mogelijkheid om de ruimte te gebruiken. Het wordt vaak gebruikt om beschikbaarheid van een ruimte of tijd aan te geven.
Das
«Das» betekent hier «dat» en verwijst in «Das gibt uns genug Zeit» naar de aangeboden beschikbaarheid van twee uur. Het staat als onderwerp van «gibt».
gibt
«gibt» betekent hier «geeft» in de constructie «Das gibt uns genug Zeit». De vorm van «geben» wordt gebruikt om aan te geven dat een situatie iemand een hoeveelheid tijd oplevert.
uns
«uns» betekent hier «ons» en verwijst naar de groep die de tijd krijgt. In «Das gibt uns genug Zeit» is de groep de ontvanger van «genug Zeit».
genug
«genug» betekent «genoeg» en geeft in «genug Zeit» aan dat de beschikbare tijd toereikend is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord «Zeit».
Zeit
«Zeit» betekent «tijd» en verwijst hier naar de twee uur die beschikbaar zijn. Een bruikbaar patroon is «genug Zeit haben»; een nieuw voorbeeld is «Wir haben genug Zeit».
die
«die» is hier het bepaalde lidwoord bij «Folien» in «die Folien durchzugehen». Het verwijst naar de concrete dia’s die de groep wil doornemen.
Folien
«Folien» betekent «dia’s» en verwijst naar het presentatiemateriaal. In «die Folien durchzugehen» is het datgene wat de groep doorneemt.
durchzugehen
«durchzugehen» betekent hier «door te nemen» of «te bekijken» in «die Folien durchzugehen». Het is de infinitief met «zu» van «durchgehen» en staat na «Zeit» om het doel van de beschikbare tijd te noemen.
und
«und» betekent «en» en verbindt hier twee activiteiten: «die Folien durchzugehen» en «zu entscheiden». Het maakt duidelijk dat beide activiteiten binnen dezelfde beschikbare tijd vallen.
zu
«zu» markeert hier de infinitief in «zu entscheiden», na «Zeit ...». De constructie noemt waarvoor de groep genoeg tijd heeft; een nieuw voorbeeld is «Zeit zu lernen».
entscheiden
«entscheiden» betekent «beslissen» en verwijst hier naar de keuze wie elk deel presenteert. De infinitief staat in «zu entscheiden, wer welchen Teil präsentiert».
wer
«wer» betekent «wie» en vraagt in «wer welchen Teil präsentiert» welke persoon de handeling uitvoert. Het is het onderwerp van de ingebedde vraag.
welchen
«welchen» betekent hier «welk» in «welchen Teil». Het bepaalt welk afzonderlijk deel bedoeld wordt binnen de vraag wie dat deel presenteert.
Teil
«Teil» betekent «deel» en verwijst hier naar een afzonderlijk onderdeel van de presentatie. In «welchen Teil präsentiert» staat het bij de vraag naar de taakverdeling.
präsentiert
«präsentiert» betekent «presenteert» en beschrijft in «wer welchen Teil präsentiert» wat iemand met een deel zal doen. De vorm hoort bij «wer» in deze ingebedde vraag.
reserviere
«reserviere» betekent hier «reserveer» en geeft aan dat de medewerker de ruimte vastlegt. In «Ich reserviere ihn unter Ihrem Bibliothekskonto» is het de vorm bij «Ich».
ihn
«ihn» betekent «hem» en verwijst hier naar de eerder genoemde ruimte. In «Ich reserviere ihn ...» vervangt het de herhaling van «den Raum».
unter
«unter» betekent hier «onder» in de betekenis «op naam van» binnen «unter Ihrem Bibliothekskonto». Het geeft aan aan welk account de reservering wordt gekoppeld.
Ihrem
«Ihrem» betekent hier «uw» en verwijst beleefd naar de persoon die de reservering aanvraagt. In «unter Ihrem Bibliothekskonto» bepaalt het samen met «Bibliothekskonto» wiens account bedoeld is.
Bibliothekskonto
«Bibliothekskonto» betekent «bibliotheekaccount» en noemt het account waaronder de reservering wordt vastgelegd. Het is een samenstelling van «Bibliothek» en «Konto».
können
«können» betekent hier «kunnen» en drukt uit dat online annuleren mogelijk is. In «Sie können online stornieren» staat het vóór de infinitief «stornieren».
online
«online» geeft hier aan dat de annulering via internet kan gebeuren. In «online stornieren» staat het bij de manier waarop de handeling wordt uitgevoerd.
stornieren
«stornieren» betekent hier «annuleren», specifiek het annuleren van de reservering. De infinitief staat na «können» in «Sie können online stornieren».
wenn
«wenn» betekent hier «als» en introduceert de voorwaarde «wenn sich Ihre Pläne ändern». Het verbindt de mogelijke annulering met een verandering van de plannen.
sich
«sich» hoort hier bij de constructie «sich ändern», waarin wordt gezegd dat de plannen veranderen. Het verwijst terug naar «Ihre Pläne» als datgene wat verandert.
Ihre
«Ihre» betekent hier het beleefde «uw» en bepaalt «Pläne» in «Ihre Pläne». De hoofdletter past bij de formele aanspreekvorm «Sie».
Pläne
«Pläne» betekent «plannen» en verwijst naar de plannen van de groep. In «wenn sich Ihre Pläne ändern» zijn deze plannen datgene wat kan veranderen.
ändern
«ändern» betekent hier «veranderen» in «sich Ihre Pläne ändern». De vorm staat bij het meervoudige onderwerp «Ihre Pläne» en beschrijft een verandering van die plannen.
Holen
«Holen» betekent hier «ophalen» wanneer het met «ab» wordt gebruikt. In «Holen wir den Schlüssel ... ab?» vormt het een vraag over het ophalen; in «Holen Sie ihn hier ab» is het een beleefde instructie.
Schlüssel
«Schlüssel» betekent «sleutel» en verwijst naar de sleutel van de studieruimte. In «den Schlüssel ... ab» is het datgene wat bij de balie wordt opgehaald.
an
«an» betekent hier «bij» in «an diesem Schalter» en geeft de plaats van het ophalen aan. Het wordt gebruikt om een locatie bij een balie of loket te noemen.
diesem
«diesem» betekent hier «deze» en wijst in «an diesem Schalter» naar de balie waar de spreker staat. Het staat direct vóór «Schalter».
Schalter
«Schalter» betekent hier «balie» of «loket» en verwijst naar de plek waar de sleutel wordt opgehaald. Een bruikbaar patroon is «an diesem Schalter».
ab
«ab» is hier het scheidbare onderdeel van «abholen» en maakt van «holen» de betekenis «ophalen». In «Holen Sie ihn hier ab» staat het aan het einde van de zin.
hier
«hier» betekent «hier» en geeft in «Holen Sie ihn hier ab» de plaats van het ophalen aan. Het verwijst naar de balie waar de medewerker staat.
geben
«geben» betekent hier «geven» in de betekenis van iets terug overhandigen. In «geben Sie ihn zurück» vormt het met «zurück» de uitdrukking «teruggeven».
zurück
«zurück» betekent «terug» en maakt met «geben» de constructie «geben Sie ihn zurück», dus «lever hem weer in». Het staat bij een voorwerp dat aan de balie moet worden teruggegeven.
bevor
«bevor» betekent «voordat» en introduceert in «bevor die nächste Reservierung beginnt» het moment waarvoor de sleutel moet worden teruggegeven. Het verbindt de terugkeer van de sleutel met de start van de volgende reservering.
nächste
«nächste» betekent hier «volgende» en beschrijft in «die nächste Reservierung» de reservering die na deze reservering komt. Het staat vóór «Reservierung».
Reservierung
«Reservierung» betekent «reservering» en verwijst naar de volgende geplande boeking van de ruimte. In «bevor die nächste Reservierung beginnt» bepaalt het wanneer de sleutel uiterlijk terug moet zijn.
beginnt
«beginnt» betekent «begint» en beschrijft in «die nächste Reservierung beginnt» het starten van de volgende reservering. Het is de vorm van «beginnen» bij «die nächste Reservierung».
halten
«halten» betekent hier «houden» in de betekenis van iets in een bepaalde toestand houden. In «Wir halten den Raum sauber» gebruikt de groep het object «den Raum» met de toestand «sauber».
sauber
«sauber» betekent «schoon» en beschrijft in «den Raum sauber halten» de toestand waarin de groep de ruimte achterlaat. Het staat na het object als onderdeel van deze vaste constructie.
verlassen
«verlassen» betekent hier «verlaten» en verwijst naar het weggaan uit de ruimte. In «Wir ... verlassen ihn pünktlich» vervangt «ihn» de eerder genoemde ruimte.
pünktlich
«pünktlich» betekent hier «op tijd» en geeft aan dat de groep de ruimte volgens de afgesproken tijd verlaat. Het staat in «verlassen ihn pünktlich» bij de handeling van verlaten.
So
«So» betekent hier «zo» of «op die manier» en verwijst naar de afspraken om de ruimte schoon te houden en op tijd te verlaten. In «So kann die nächste Gruppe ...» geeft het het gevolg van die manier van handelen aan.
kann
«kann» betekent hier «kan» en drukt uit dat de volgende groep daardoor de mogelijkheid heeft om te beginnen. Het is een vorm van «können» in «So kann die nächste Gruppe anfangen».
Gruppe
«Gruppe» betekent «groep» en verwijst hier naar de mensen met de volgende reservering. In «die nächste Gruppe» wordt die groep als volgende gebruiker van de ruimte aangeduid.
anfangen
«anfangen» betekent «beginnen» en verwijst hier naar het starten van de volgende groep. De infinitief staat na «kann» in «kann die nächste Gruppe anfangen».
ohne
«ohne» betekent «zonder» en introduceert in «ohne zu warten» een omstandigheid die niet nodig zal zijn. Samen met «zu warten» betekent de constructie «zonder te wachten».
warten
«warten» betekent «wachten» en staat in de infinitiefconstructie «ohne zu warten». De uitdrukking beschrijft dat de volgende groep direct kan beginnen.