Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Beleefd reageren op lawaai in een stille ruimte oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Die Leute hinter uns unterhalten sich im Ruhebereich.
Die loi-tuh hinter oens oenterhalten zich im roe-uh-buh-raich. De mensen achter ons praten in de stilteruimte.Es lenkt ab, aber wir können höflich damit umgehen.
Es lenkt ap, aa-ber vier keurnen heuf-liech da-mit oem-gay-en. Het leidt af, maar we kunnen er beleefd mee omgaan.Soll ich mit ihnen sprechen oder die Bibliothekarin fragen?
Zol ich mit ie-nen shpree-chen oo-der die bib-lee-oh-te-kaa-rien fraa-gen? Zal ik met hen praten of de bibliothecaris vragen?Erinnere sie zuerst leise daran, außer wenn dir das unangenehm ist.
E-rin-uh-ruh zie tsoe-erst lai-zuh da-raan, au-ser ven dier das oen-aan-guh-neem ist. Herinner hen er eerst zachtjes aan, tenzij dat ongemakkelijk voelt.Ich könnte sie bitten, draußen weiterzureden.
Ich keur-tuh zie bit-tuhn, drouw-suhn vai-ter-tsoe-ree-den. Ik zou hen kunnen vragen om buiten verder te praten.So bleibt es klar, ohne unhöflich zu klingen.
Zoo blaipt es klaar, oo-nuh oen-heuf-liech tsoe kling-uh(n). Zo blijft het duidelijk zonder onbeleefd te klinken.Wenn sie weiterreden, können wir die Bibliothekarin bitten, einzugreifen.
Ven zie vai-ter-ree-den, keur-nen vier die bib-lee-oh-te-kaa-rien bit-tuhn, ain-tsoe-graai-fuhn. Als ze blijven praten, kunnen we de bibliothecaris vragen om in te grijpen.So wird daraus keine Szene.
Zoo virt da-raus kai-nuh tsay-nuh. Zo loopt het niet uit op een scène.Das mache ich lieber, als laut zu klagen.
Das maa-chuh ich lie-ber, als lout tsoe klaa-gen. Dat doe ik liever dan luid te klagen.Fragen wir sie leise und lernen danach weiter.
Fraa-gen vier zie lai-zuh oent lèr-nen da-naakh vai-ter. Laten we het zachtjes vragen en daarna weer gaan studeren.Uitleg van de zinnen
Die Leute hinter uns unterhalten sich im Ruhebereich.
De mensen achter ons praten in de stilteruimte.
- Leute
- mensen
- hinter uns
- achter ons
- unterhalten sich
- praten met elkaar
- im
- in de
- Ruhebereich
- stilteruimte
Uitgebreide uitleg
Leute betekent hier “mensen”. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord; die Leute betekent “de mensen”. Er is geen gebruikelijk enkelvoud Leute met dezelfde vorm. Voorbeeld: Viele Leute warten. — “Veel mensen wachten.” hinter uns betekent “achter ons”. hinter is een voorzetsel voor een plaats achter iets of iemand. uns is hier de vorm van het persoonlijk voornaamwoord voor “ons”; die vorm kan onder andere na een voorzetsel staan. Voorbeeld: Das Auto fährt hinter uns. — “De auto rijdt achter ons.” unterhalten sich komt van sich unterhalten, hier in de betekenis “met elkaar praten”. unterhalten staat in deze zin in de derde persoon meervoud: sie unterhalten; sich hoort bij het wederkerende werkwoord. In de tegenwoordige tijd staat het wederkerende voornaamwoord bij dit onderwerp als sich. Voorbeeld: Wir unterhalten uns. — “Wij praten met elkaar.” im is de samengevoegde vorm van in dem. Hier leidt het een plaatsbepaling in: iets gebeurt binnen een bepaalde ruimte. in dem wordt in het Duits vaak tot im verkort. Voorbeeld: Sie wartet im Zug. — “Zij wacht in de trein.” Ruhebereich is een zelfstandig naamwoord voor een ruimte waar rust centraal staat, hier vertaald als “stilteruimte”. Het bestaat uit Ruhe (“rust”) en Bereich (“gebied” of “ruimte”), maar de vaste betekenis in deze zin is de naam van zo’n rustige zone. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Ruhebereich; daarom verschijnt na in bij een plaatsaanduiding dem, samengevoegd tot im. Die voor Leute is hier het meervoudige bepaalde lidwoord: “de”. Het onderwerp is dus Die Leute, en unterhalten sich past daarbij in de derde persoon meervoud. hinter uns geeft aan waar die mensen zich bevinden. Daarna geeft im Ruhebereich aan waar het praten plaatsvindt. Samen betekent de zin: “De mensen achter ons praten in de stilteruimte.”
Es lenkt ab, aber wir können höflich damit umgehen.
Het leidt af, maar we kunnen er beleefd mee omgaan.
- lenkt ab
- leidt af
- wir können
- wij kunnen
- höflich
- beleefd
- damit umgehen
- ermee omgaan
Uitgebreide uitleg
lenkt ab komt van het scheidbare werkwoord ablenken en betekent hier “afleiden”. In de tegenwoordige tijd staat bij er de vorm lenkt; het voorvoegsel ab staat dan aan het einde: Es lenkt ab. In een bijzin of bij een modaal werkwoord blijft het werkwoord bij elkaar, bijvoorbeeld: Das Geräusch kann mich ablenken. — “Het geluid kan me afleiden.” wir können combineert het onderwerp wir met het modale werkwoord können: “wij zijn in staat om” of “wij mogen/kunnen”. Na können staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde. Voorbeelden: Wir können warten. — “We kunnen wachten.” Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” höflich is een bijvoeglijk naamwoord/bijwoord met de betekenis “beleefd”. Hier beschrijft het hoe de handeling gebeurt, niet een zelfstandig naamwoord. Het onveranderde bijwoord staat bij een werkwoord: Sie antwortet höflich. — “Zij antwoordt beleefd.” damit umgehen betekent “ermee omgaan” of “het hanteren”. umgehen is hier het hele werkwoord in de infinitief; het is niet de betekenis van gehen (“gaan”) plus een los voorzetsel. damit verwijst naar de kwestie of situatie waarover wordt gesproken. Het patroon is mit etwas umgehen — “met iets omgaan”; na können verschijnt de infinitief: Wir können mit dem Problem umgehen. — “We kunnen met het probleem omgaan.” Samen betekent Es lenkt ab, aber wir können höflich damit umgehen.: “Het leidt af, maar we kunnen er beleefd mee omgaan.” Eerst wordt de afleidende situatie benoemd; aber markeert daarna het contrast, en wir können ... umgehen zegt dat de sprekers er op een beleefde manier mee kunnen omgaan.
Soll ich mit ihnen sprechen oder die Bibliothekarin fragen?
Zal ik met hen praten of de bibliothecaris vragen?
- Soll ich
- zal ik ...?
- mit ihnen
- met hen
- sprechen
- praten
- die Bibliothekarin
- de bibliothecaris
- fragen
- vragen
Uitgebreide uitleg
Soll ich is een vraagconstructie met sollen in de tegenwoordige tijd. soll is de vorm bij ich; door de omgekeerde volgorde staat het werkwoord voor het onderwerp. Hier vraagt de spreker of het verstandig of gewenst is dat die persoon iets doet: “Zal ik ...?” Een herbruikbaar patroon is Soll ich + infinitief ...?, bijvoorbeeld: Soll ich warten? — “Zal ik wachten?” mit ihnen betekent hier “met hen”. mit krijgt in het Duits een datiefgroep, daarom staat het persoonlijke voornaamwoord in de vorm ihnen. In deze zin verwijst het volgens de vaste vertaling naar meerdere personen; ihnen markeert daarbij geen geslacht. De kleine letter onderscheidt deze vorm ook van het formele Ihnen, dat met een hoofdletter wordt geschreven. sprechen is de infinitief “praten” of “spreken”. Met mit gebruik je voor de gesprekspartner het patroon mit jemandem sprechen: Ich spreche mit ihnen. — “Ik praat met hen.” Het voorzetsel bepaalt hier dus de datiefvorm van de gesprekspartner. die Bibliothekarin betekent “de bibliothecaris” en verwijst naar één vrouwelijke persoon. Bibliothekarin is het zelfstandig naamwoord; de vrouwelijke uitgang -in maakt de vrouwelijke persoonsbenaming. In deze zin is de hele naamwoordgroep het directe object van fragen. Het lidwoord die ziet er bij een vrouwelijk enkelvoud hetzelfde uit in nominatief en accusatief, zodat de vorm alleen niet het verschil laat zien. fragen is de infinitief “vragen”. Voor een persoon als degene aan wie je iets vraagt, gebruikt het Duits hier een direct object: Ich frage die Bibliothekarin. — “Ik vraag het aan de bibliothecaris.” Dat verschilt van mit jemandem sprechen, waar mit de datiefgroep inleidt. De twee werkwoordgroepen zijn verbonden door oder, “of”: mit ihnen sprechen tegenover die Bibliothekarin fragen. In de eerste groep staat de gesprekspartner na mit; in de tweede groep is die Bibliothekarin het object van fragen. Samen vormt dit de keuzevraag Soll ich mit ihnen sprechen oder die Bibliothekarin fragen?: “Zal ik met hen praten of de bibliothecaris vragen?”
Erinnere sie zuerst leise daran, außer wenn dir das unangenehm ist.
Herinner hen er eerst zachtjes aan, tenzij dat ongemakkelijk voelt.
- Erinnere
- herinner
- sie
- hen
- zuerst
- eerst
- leise
- zachtjes
- daran
- eraan
- außer wenn
- tenzij
- dir
- jou
- das
- dat
- unangenehm
- ongemakkelijk
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Erinnere is de gebiedende wijs van erinnern voor du: “herinner!”. In deze betekenis gebruikt Duits meestal de vaste combinatie jemanden an etwas erinnern — iemand aan iets herinneren. Een korte voorbeeldzin: Erinnere mich morgen daran. = “Herinner me er morgen aan.” De gebiedende wijs richt zich hier tot één aangesproken persoon; dat staat los van het aantal van sie. sie is hier het persoonlijk voornaamwoord voor de personen die in de vertaling als “hen” worden bedoeld. Het staat als lijdend voorwerp bij erinnere: de aangesproken persoon moet hen ergens aan herinneren. De vorm sie kan in andere contexten ook een andere grammaticale functie hebben, maar de vaste vertaling bepaalt hier deze lezing. zuerst betekent “eerst” en geeft de volgorde aan: deze herinnering komt vóór een eventuele volgende stap. Voorbeeld: Lies zuerst die Frage. = “Lees eerst de vraag.” leise beschrijft hier hoe de handeling gebeurt: op zachte toon of stil. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat ook bij een zelfstandig naamwoord kan staan, maar hier functioneert het bijwoordelijk. Voorbeeld: Sie spricht leise. = “Zij spreekt zachtjes.” daran hoort inhoudelijk bij erinnern: an etwas erinnern wordt met het voornaamwoord daran vaak verkort weergegeven als “eraan herinneren”. Het verwijst hier naar iets dat uit de situatie bekend is; de zin benoemt niet zelfstandig wat dat precies is. Samen vormen Erinnere sie ... daran dus “herinner hen ... eraan”. außer wenn leidt de voorwaarde of uitzondering in: “tenzij”. Na wenn staat in deze bijzin het vervoegde werkwoord aan het einde. Een voorbeeld: Ich komme, außer wenn es regnet. = “Ik kom, tenzij het regent.” dir is de datiefvorm van du (“jou” in de datief). In dir ist etwas unangenehm wordt de ervaring aan jou toegeschreven: iets voelt voor jou ongemakkelijk. Dit is niet hetzelfde als het lijdend voorwerp dich; vergelijk Ich sehe dich. = “Ik zie jou.” das betekent hier “dat” en verwijst naar de situatie of handeling die in de context wordt bedoeld. Het heeft in deze zin geen zelfstandig genoemd mannelijk of vrouwelijk antecedent nodig; als aanwijzend voornaamwoord neemt het de rol van onderwerp van ist in. unangenehm betekent “ongemakkelijk” of “onprettig”. Het staat na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde en verandert hier niet naar een geslacht of meervoud. Voorbeeld: Das ist unangenehm. = “Dat is ongemakkelijk.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein, “zijn”. Het onderwerp is das, daarom staat hier ist, niet bijvoorbeeld sind. In de bijzin außer wenn dir das unangenehm ist staat deze persoonsvorm aan het einde, zoals gebruikelijk in een Duitse wenn-bijzin. Geheel opgebouwd betekent de zin: Erinnere sie zuerst leise daran = “Herinner hen er eerst zachtjes aan”, gevolgd door de uitzondering außer wenn dir das unangenehm ist = “tenzij dat voor jou ongemakkelijk is.” De imperatief geeft de aangesproken persoon de opdracht; zuerst bepaalt de volgorde, leise de manier, en de bijzin beperkt wanneer die opdracht geldt.
Ich könnte sie bitten, draußen weiterzureden.
Ik zou hen kunnen vragen om buiten verder te praten.
- Ich könnte
- ik zou kunnen
- sie
- hen
- bitten
- vragen
- draußen
- buiten
- weiterzureden
- verder te praten
Uitgebreide uitleg
Ich könnte bevat könnte, de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud in de Konjunktiv II. Hier drukt het een mogelijke of voorgestelde handeling uit: “ik zou kunnen”. Vergelijk: Ich kann kommen. = “Ik kan komen” (directe mogelijkheid); Ich könnte kommen. = “Ik zou kunnen komen” (voorzichtiger of hypothetischer). sie betekent hier “hen”. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het om meerdere personen gaat. In deze zin is sie het lijdend voorwerp bij bitten; de vorm is dus de accusatief meervoud. Dezelfde schrijfwijze kan in andere zinnen ook een andere grammaticale functie hebben, maar die alternatieven gelden hier niet als betekenis van deze zin. bitten is het werkwoord “vragen” in de betekenis iemand verzoeken iets te doen. Het heeft hier de bruikbare constructie jemanden bitten, etwas zu tun: iemand vragen om iets te doen. Voorbeeld: Ich bitte ihn, zu warten. = “Ik vraag hem om te wachten.” bitten verschilt van fragen, dat meestal “vragen” betekent wanneer je informatie wilt weten. draußen betekent “buiten”, dus op een plaats buiten. Het is een bijwoord en verandert hier niet door het aantal of de persoon van iemand anders in de zin. weiterzureden is de zu-infinitief van weiterreden, “verder praten”. weiter- voegt het idee toe dat een handeling doorgaat; reden betekent “praten”. In deze vorm staat zu binnen het samengestelde werkwoord: weiterzureden. Voorbeeld: Sie versucht, weiterzureden. = “Zij probeert verder te praten.” Samen vormt de zin de structuur Ich könnte + sie + bitten + zu-infinitief: de spreker zegt dat die hen zou kunnen vragen om buiten verder te praten. draußen bepaalt de plaats van het verder praten, en weiterzureden benoemt precies de handeling waar het verzoek over gaat.
So bleibt es klar, ohne unhöflich zu klingen.
Zo blijft het duidelijk zonder onbeleefd te klinken.
- So
- zo
- bleibt
- blijft
- klar
- duidelijk
- ohne
- zonder
- unhöflich
- onbeleefd
- zu klingen
- te klinken
Uitgebreide uitleg
So betekent hier ‘zo’ of ‘op die manier’ en verwijst naar de zojuist genoemde manier van handelen. Het is geen vraagwoord in deze zin. Een bruikbaar patroon is So + werkwoord: ‘Zo ...’. Voorbeeld: So geht es. — ‘Zo gaat het.’ bleibt is de tegenwoordige tijd van bleiben (‘blijven’): ich bleibe, du bleibst, er/sie/es bleibt. Hier betekent het dat iets duidelijk blijft, dus dat die eigenschap behouden blijft. Het onderwerp is es; de zin specificeert niet zelfstandig waar es precies naar verwijst. Voorbeeld: Die Tür bleibt offen. — ‘De deur blijft open.’ klar betekent hier ‘duidelijk’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na bleiben als eigenschapsbeschrijving staat: iets blijft duidelijk. In deze positie krijgt het geen uitgang. Vergelijk: Die Erklärung bleibt klar. — ‘De uitleg blijft duidelijk.’ ohne betekent ‘zonder’ en leidt hier een constructie in waarin iets niet gebeurt. In combinatie met zu + infinitief vormt het een veelgebruikt patroon: ohne zu + werkwoord = ‘zonder te ...’. ohne hoort dus bij de hele daaropvolgende handeling, niet alleen bij unhöflich. unhöflich betekent ‘onbeleefd’. Het beschrijft in deze zin hoe iets klinkt. Het is een bijvoeglijk naamwoord; na klingen staat het zonder verbuiging. Het tegenovergestelde is höflich (‘beleefd’). Voorbeeld: Das klingt höflich. — ‘Dat klinkt beleefd.’ zu klingen bestaat uit zu met de infinitief klingen (‘klinken’). klingen beschrijft hoe iets overkomt of klinkt; het gaat hier niet om het letterlijk produceren van een bepaald geluid. In de constructie ohne unhöflich zu klingen is de niet-gebeurende handeling ‘onbeleefd klinken’. Voorbeeld: Sie versucht, ruhig zu klingen. — ‘Ze probeert rustig te klinken.’ Samen betekent So bleibt es klar dat het op deze manier duidelijk blijft. ohne unhöflich zu klingen voegt de voorwaarde toe dat dit gebeurt zonder dat het onbeleefd overkomt. De volledige betekenis is daarom: ‘Zo blijft het duidelijk zonder onbeleefd te klinken.’
Wenn sie weiterreden, können wir die Bibliothekarin bitten, einzugreifen.
Als ze blijven praten, kunnen we de bibliothecaris vragen om in te grijpen.
- Wenn
- als / wanneer
- weiterreden
- blijven praten
- können wir
- kunnen we
- die Bibliothekarin
- de bibliothecaris
- bitten
- vragen
- einzugreifen
- in te grijpen
Uitgebreide uitleg
Wenn opent hier een voorwaardelijke bijzin: “als”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. De combinatie Wenn ... , können wir ... betekent dus “Als ..., kunnen we ...”. Wenn kan ook “wanneer” betekenen, maar hier past de voorwaardelijke lezing bij de Nederlandse vertaling. weiterreden betekent hier “blijven praten” of “doorgaan met praten”. De vorm is gelijk aan het infinitief en aan de tegenwoordige vorm voor sie in het meervoud: sie reden weiter is tegenwoordige tijd, terwijl de verleden tijd sie redeten weiter luidt. In deze bijzin staat de scheidbare vorm aaneengeschreven aan het einde: sie weiterreden. Het voorvoegsel weiter- voegt het idee van voortzetting toe. können wir bestaat uit het modale werkwoord können en wir. können is hier de tegenwoordige vorm voor de eerste persoon meervoud en drukt mogelijkheid uit: “we kunnen”. Omdat de bijzin vooraan staat, komt het vervoegde werkwoord in de hoofdzin vóór het onderwerp: Wenn ..., können wir .... Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief zonder zu. die Bibliothekarin is de persoon aan wie het verzoek gericht is: “de bibliothecaris”. Bibliothekarin is de vrouwelijke vorm van Bibliothekar; het achtervoegsel -in vormt vaak een vrouwelijke persoonsaanduiding. Hier staat de woordgroep als lijdend voorwerp bij bitten. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord hebben die in de nominatief en accusatief dezelfde vorm; alleen het lidwoord laat dus niet zelfstandig zien welke naamval bedoeld is. bitten betekent “vragen” in de betekenis iemand om iets verzoeken. Een bruikbaar patroon is jemanden bitten, etwas zu tun: “iemand vragen om iets te doen”. Het gevraagde handelen volgt hier als einzugreifen; bitten zelf blijft na können een infinitief zonder zu. einzugreifen betekent “in te grijpen”. Het hoort bij het werkwoord eingreifen, “ingrijpen”. Bij een zu-infinitief van een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: einzugreifen. Vergelijk als voorbeeld: Sie bittet ihn, zu warten. — “Ze vraagt hem om te wachten.” Samen betekent Wenn sie weiterreden, können wir die Bibliothekarin bitten, einzugreifen.: “Als ze blijven praten, kunnen we de bibliothecaris vragen om in te grijpen.” De eerste bijzin geeft de voorwaarde; daarna volgt de mogelijkheid van wir, met die Bibliothekarin als de gevraagde persoon en einzugreifen als de handeling waarom wordt gevraagd.
So wird daraus keine Szene.
Zo loopt het niet uit op een scène.
- So
- zo
- wird
- wordt
- daraus
- daaruit; ervan
- keine
- geen
- Szene
- scène
Uitgebreide uitleg
So betekent hier “zo” of “op die manier”. Het verwijst naar de manier waarop iets verloopt; in combinatie met de rest geeft het een gevolg aan. Een herbruikbaar voorbeeld is: So machen wir es. — “Zo doen we het.” wird is de derde persoon enkelvoud van werden; de basisvorm is werden. In deze zin drukt de tegenwoordige vorm een voorspeld of verwacht resultaat uit: iets zal op een bepaalde manier worden. werden kan ook als hulpwerkwoord voor de lijdende vorm of voor een toekomstige betekenis voorkomen, maar hier hoort het bij de constructie aus etwas werden. daraus is een samengesteld aanwijzend bijwoord: da- + aus, letterlijk ongeveer “daaruit”. In aus etwas werden verwijst daraus naar datgene waaruit iets ontstaat of waarin iets uitloopt. Het woord zelf krijgt geen meervouds- of geslachtsuitgang. De combinatie daraus werden betekent hier “ervan worden” of natuurlijker “uitlopen op”. keine ontkent hier het zelfstandig naamwoord Szene. De vorm is vrouwelijk enkelvoud in de nominatief, omdat Szene vrouwelijk is en als naamwoordelijk deel bij wird staat. Vergelijk: keine Frage — “geen vraag”; kein Problem — “geen probleem”. Keine drukt hier ontkenning uit, niet zelfstandig een bepaald aantal. Szene is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Szene, meervoud die Szenen. In deze zin betekent het “scène”, in de zin van een scène of ophefachtige situatie. Een ander voorbeeld is: Das war eine unangenehme Szene. — “Dat was een onaangename scène.” Samen vormen de delen So wird daraus keine Szene de betekenis: “Zo loopt het niet uit op een scène.” So geeft de manier of aanpak aan, wird daraus beschrijft het resultaat dat daaruit ontstaat, en keine Szene ontkent dat het resultaat een scène is. De zin voorspelt dus dat de situatie op deze manier niet in een scène zal eindigen.
Das mache ich lieber, als laut zu klagen.
Dat doe ik liever dan luid te klagen.
- Das
- dat
- mache
- doe
- ich
- ik
- lieber
- liever
- als
- dan
- laut
- luid
- zu klagen
- te klagen
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de handeling die de spreker kiest; het hoeft niet naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord te verwijzen. Als demonstratief voor een neutrale of niet nader benoemde zaak staat het zelfstandig: Das ist gut = ‘Dat is goed’. mache is de vorm van machen (‘doen/maken’) bij ich in de tegenwoordige tijd: ich mache. In deze zin betekent machen ‘doen’. De volledige combinatie Das mache ich betekent letterlijk ‘Dat doe ik’; de omgekeerde volgorde maakt van Das het eerste zinsdeel en houdt ich als onderwerp. ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ‘ik’. De werkwoordsvorm mache stemt hiermee overeen; machen is de basisvorm. lieber betekent hier ‘liever’ en geeft een voorkeur aan. Het hoort bij gern: gern – lieber – am liebsten (‘graag – liever – het liefst’). lieber vergelijkt in deze zin de gekozen handeling met de andere mogelijkheid. als betekent na een vergelijkende vorm ‘dan’. Het leidt hier de tweede kant van de vergelijking in. Het patroon is lieber A, als B = ‘liever A dan B’. laut betekent hier ‘luid’ of ‘hardop’. Het beschrijft hoe de handeling gebeurt. Als bijwoord blijft het in deze functie onveranderd; bijvoorbeeld: Sie spricht laut = ‘Zij spreekt luid.’ zu klagen bestaat uit het infinitiefpartikel zu en het werkwoord klagen, ‘klagen’. Na zu staat hier de infinitief klagen, niet een vervoegde vorm. zu klagen betekent ‘te klagen’. Bijvoorbeeld: Er beginnt zu klagen = ‘Hij begint te klagen.’ Samen vormt Das mache ich lieber de voorkeurskeuze ‘Dat doe ik liever’. als laut zu klagen geeft de vergelijking: ‘dan luid te klagen’. De hele zin betekent dus: ‘Dat doe ik liever dan luid te klagen.’
Fragen wir sie leise und lernen danach weiter.
Laten we het zachtjes vragen en daarna weer gaan studeren.
- Fragen wir
- laten we vragen
- sie
- haar / hen / ze
- leise
- zachtjes
- lernen
- leren of studeren
- danach
- daarna
- weiter
- verder
Uitgebreide uitleg
Fragen wir bestaat uit de tegenwoordige vorm van fragen met wir. In deze woordvolgorde is het geen gewone vraag, maar een aansporing in de eerste persoon meervoud: “laten we vragen”. Een bruikbaar patroon is Verb + wir ..., zoals in Gehen wir! = “laten we gaan!”. sie is hier het lijdend voorwerp van fragen. Afhankelijk van de context kan deze vorm onder andere “haar” of “hen/ze” betekenen. De vorm zelf laat niet zien welke persoon of groep bedoeld is. De Nederlandse vertaling gebruikt “het”, maar dat is geen rechtstreekse betekenis van het Duitse sie; voor onzijdig “het” gebruikt het Duits normaal es. De Duitse vorm en de vertaling geven dus niet precies dezelfde verwijzing. leise betekent hier “zachtjes” of “zacht”. Het beschrijft de manier waarop het vragen gebeurt. In deze zin werkt het bijwoordelijk. lernen betekent hier “leren” of, in deze context, “studeren”. Het is de infinitiefvorm én de vorm die bij wir hoort: wir lernen = “wij leren/studeren”. danach betekent “daarna” en verbindt de twee handelingen in de tijd: eerst vragen, daarna leren. weiter betekent hier “verder” of “door”. Samen met lernen geeft het aan dat het leren doorgaat. In de zin staat het als afzonderlijk woord na lernen. Samen betekent de zin: “Laten we haar/hen zachtjes vragen en daarna verder leren.” De vaste Nederlandse vertaling geeft “het” als bedoeld voorwerp, maar dat voornaamwoord komt niet rechtstreeks overeen met het Duitse sie.
Grammatica
sich unterhalten: reflexives Verb
Die Leute unterhalten sich.
Die loi-tuh oenterhalten zich.De mensen praten met elkaar.
Bij dit werkwoord hoort het wederkerend voornaamwoord sich; de handeling gebeurt tussen de personen zelf.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik zou hen kunnen vragen om buiten verder te praten.
Antwoord tonen
Ich könnte sie bitten, draußen weiterzureden.Zo loopt het niet uit op een scène.
Antwoord tonen
So wird daraus keine Szene.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
beleefd
Antwoord tonen
höflichachter
Antwoord tonen
hinterpraten
Antwoord tonen
sprechenherinneren aan