Beleefd reageren op lawaai in een stille ruimte | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a library silent area, two adults decide how to politely respond when nearby people are talking..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Beleefd reageren op lawaai in een stille ruimte oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die Leute hinter uns unterhalten sich im Ruhebereich.

Die loi-tuh hinter oens oenterhalten zich im roe-uh-buh-raich. De mensen achter ons praten in de stilteruimte.
B

Es lenkt ab, aber wir können höflich damit umgehen.

Es lenkt ap, aa-ber vier keurnen heuf-liech da-mit oem-gay-en. Het leidt af, maar we kunnen er beleefd mee omgaan.
A

Soll ich mit ihnen sprechen oder die Bibliothekarin fragen?

Zol ich mit ie-nen shpree-chen oo-der die bib-lee-oh-te-kaa-rien fraa-gen? Zal ik met hen praten of de bibliothecaris vragen?
B

Erinnere sie zuerst leise daran, außer wenn dir das unangenehm ist.

E-rin-uh-ruh zie tsoe-erst lai-zuh da-raan, au-ser ven dier das oen-aan-guh-neem ist. Herinner hen er eerst zachtjes aan, tenzij dat ongemakkelijk voelt.
A

Ich könnte sie bitten, draußen weiterzureden.

Ich keur-tuh zie bit-tuhn, drouw-suhn vai-ter-tsoe-ree-den. Ik zou hen kunnen vragen om buiten verder te praten.
B

So bleibt es klar, ohne unhöflich zu klingen.

Zoo blaipt es klaar, oo-nuh oen-heuf-liech tsoe kling-uh(n). Zo blijft het duidelijk zonder onbeleefd te klinken.
A

Wenn sie weiterreden, können wir die Bibliothekarin bitten, einzugreifen.

Ven zie vai-ter-ree-den, keur-nen vier die bib-lee-oh-te-kaa-rien bit-tuhn, ain-tsoe-graai-fuhn. Als ze blijven praten, kunnen we de bibliothecaris vragen om in te grijpen.
B

So wird daraus keine Szene.

Zoo virt da-raus kai-nuh tsay-nuh. Zo loopt het niet uit op een scène.
A

Das mache ich lieber, als laut zu klagen.

Das maa-chuh ich lie-ber, als lout tsoe klaa-gen. Dat doe ik liever dan luid te klagen.
B

Fragen wir sie leise und lernen danach weiter.

Fraa-gen vier zie lai-zuh oent lèr-nen da-naakh vai-ter. Laten we het zachtjes vragen en daarna weer gaan studeren.

Woord voor woord

Die „Die“ betekent hier „de“ in „Die Leute“ en „die Bibliothekarin“. Het is de bepaalde vorm vóór deze zelfstandige naamwoorden.
Leute „Leute“ betekent „mensen“, dus hier de mensen die achter de gesprekspartners praten. Het woord wordt vaak gebruikt met „die“, zoals in „Die Leute“.
hinter „Hinter“ betekent „achter“ en geeft hier de plaats van de mensen ten opzichte van de gesprekspartners aan. In „hinter uns“ staat het samen met „ons“.
uns „Uns“ betekent hier „ons“ in de uitdrukking „hinter uns“: achter ons. Het verwijst naar de twee gesprekspartners.
unterhalten In „unterhalten sich“ betekent „unterhalten“ dat de mensen met elkaar praten. Het hoort hier bij „sich“; samen vormen ze de uitdrukking „sich unterhalten“.
sich „Sich“ hoort in deze zin bij „unterhalten“: „sich unterhalten“ betekent met elkaar praten. Gebruik deze combinatie wanneer mensen met elkaar in gesprek zijn.
im „Im“ betekent „in het“ in „im Ruhebereich“. Het is de vaste verkorte vorm van „in dem“.
Ruhebereich „Ruhebereich“ betekent hier de stille of rustige zone van de bibliotheek. In „im Ruhebereich“ benoemt het de plaats waar de mensen praten.
Es „Es“ verwijst hier naar de situatie of het gepraat en betekent ongeveer „het“. In „Es lenkt ab“ is het onderwerp van de zin.
lenkt „Lenkt“ betekent hier „leidt af“: de situatie maakt het moeilijker om te studeren. Het hoort samen met „ab“ bij het werkwoord „ablenken“.
ab „Ab“ is hier het scheidbare deel van „ablenken“. In de zin staat het achteraan in „lenkt ab“, samen met „lenkt“ voor „leidt af“.
aber „Aber“ betekent „maar“ en verbindt de afleiding met de geruststellende mededeling dat ze er beleefd mee kunnen omgaan. Het markeert hier een tegenstelling.
wir „Wir“ betekent „wij“ en verwijst naar de twee gesprekspartners. Het is hier het onderwerp van „können“.
können „Können“ betekent hier „kunnen“ en drukt uit dat de gesprekspartners in staat zijn om beleefd met de situatie om te gaan. Het staat bij een ander werkwoord aan het einde, in „können höflich damit umgehen“.
höflich „Höflich“ betekent „beleefd“ en beschrijft hoe ze met de situatie willen omgaan. Het kan ook de manier beschrijven waarop iemand iets zegt of vraagt.
damit „Damit“ betekent hier „ermee“ en verwijst naar de afleidende situatie. In „damit umgehen“ hoort het bij „umgehen“ en betekent de combinatie „ermee omgaan“.
umgehen „Umgehen“ betekent hier „omgaan met“. In „damit umgehen“ verwijst „damit“ naar de situatie waarmee ze op een beleefde manier omgaan. Een bruikbaar patroon is „mit etwas umgehen“.
Soll „Soll“ betekent hier „zal ik“ of „moet ik“ en maakt van de zin een vraag om advies. Het staat vooraan in de vraag „Soll ich ...?“.
ich „Ich“ betekent „ik“ en verwijst naar de spreker die vraagt wat hij of zij moet doen. In „Soll ich ...?“ staat het direct na het modale werkwoord.
mit „Mit“ betekent „met“ en geeft hier aan met wie de spreker wil praten. Het staat in de vaste combinatie „mit ihnen sprechen“.
ihnen „Ihnen“ betekent hier „hen“ na „mit“: met hen praten. Het verwijst naar de mensen die in de stille ruimte praten.
sprechen „Sprechen“ betekent „praten“ of „spreken“. In „mit ihnen sprechen“ benoemt het de voorgenomen handeling van met die mensen praten.
oder „Oder“ betekent „of“ en verbindt hier twee mogelijkheden: met de mensen praten of de bibliothecaresse vragen. Het wordt gebruikt om alternatieven naast elkaar te zetten.
Bibliothekarin „Bibliothekarin“ betekent „bibliothecaresse“ of vrouwelijke bibliotheekmedewerker. Hier is zij de persoon aan wie de gesprekspartners eventueel hulp kunnen vragen.
fragen „Fragen“ betekent „vragen“. In „die Bibliothekarin fragen“ is de bibliothecaresse degene aan wie de spreker iets wil vragen.
Erinnere „Erinnere“ betekent hier „herinner“ en is een directe aansporing om de mensen ergens aan te herinneren. Het hoort bij „daran“ in „Erinnere sie zuerst leise daran“.
sie „Sie“ betekent hier „hen“ en verwijst naar de pratende mensen. In „Erinnere sie“ is het de groep die de herinnering moet ontvangen.
zuerst „Zuerst“ betekent „eerst“ en geeft aan dat een stille herinnering de eerste stap moet zijn. Het staat vóór „leise“ in deze aansporing.
leise „Leise“ betekent hier „zachtjes“ of „stilletjes“ en beschrijft de manier waarop de spreker de mensen moet herinneren. Het past bij een rustige, beleefde omgeving.
daran „Daran“ betekent hier „eraan“ en verwijst naar datgene waaraan de mensen herinnerd moeten worden, namelijk de rustige gedragsregel. Het hoort bij de combinatie „jemanden daran erinnern“.
außer „Außer“ betekent hier „behalve“ en leidt samen met „wenn“ een uitzondering in. De uitzondering is dat de spreker het niet hoeft te doen als dat ongemakkelijk voelt.
wenn „Wenn“ betekent hier „als“ en leidt de voorwaarde „wenn dir das unangenehm ist“ in. Het wordt gebruikt om aan te geven onder welke omstandigheid iets geldt.
dir „Dir“ betekent hier „voor jou“ of „jou“ in „dir das unangenehm ist“. Het benoemt voor wie de situatie ongemakkelijk is; een bruikbaar patroon is „jemandem ist etwas unangenehm“.
das „Das“ verwijst hier naar de voorgestelde handeling, namelijk de mensen zachtjes herinneren. In „das unangenehm ist“ betekent het „dat“.
unangenehm „Unangenehm“ betekent „ongemakkelijk“ of „onaangenaam“. In „dir das unangenehm ist“ beschrijft het hoe de voorgestelde handeling voor iemand aanvoelt.
ist „Ist“ betekent hier „is“ in de mededeling dat iets voor iemand ongemakkelijk is. Het staat in de bijzin „wenn dir das unangenehm ist“.
könnte „Könnte“ betekent hier „zou kunnen“ en maakt het voorstel voorzichtig: de spreker zegt dat hij of zij dit eventueel zou kunnen doen. Het staat bij „bitten“ in „Ich könnte sie bitten“.
bitten „Bitten“ betekent hier „vragen“ of „verzoeken“. In „sie bitten, draußen weiterzureden“ vraagt de spreker de mensen om buiten verder te praten.
draußen „Draußen“ betekent „buiten“ en geeft de plaats aan waar de mensen verder zouden kunnen praten. Het staat bij „weiterzureden“.
weiterzureden „Weiterzureden“ betekent „verder te praten“. Het is de handeling waar de mensen om gevraagd worden in „sie bitten, draußen weiterzureden“.
So „So“ betekent hier „zo“ of „op die manier“ en verwijst naar de voorgestelde rustige aanpak. Het geeft aan welk gevolg die aanpak heeft.
bleibt „Bleibt“ betekent hier „blijft“: de situatie blijft duidelijk. In „So bleibt es klar“ verwijst „es“ naar de manier waarop de kwestie wordt aangepakt.
klar „Klar“ betekent hier „duidelijk“. De boodschap blijft duidelijk zonder dat de spreker onbeleefd klinkt.
ohne „Ohne“ betekent „zonder“ en leidt hier de handeling in die niet plaatsvindt: „ohne unhöflich zu klingen“. De hele uitdrukking betekent „zonder onbeleefd te klinken“.
unhöflich „Unhöflich“ betekent „onbeleefd“. In „unhöflich zu klingen“ beschrijft het hoe de manier van spreken niet moet overkomen.
zu „Zu“ markeert hier de infinitief in „zu klingen“. Samen met „ohne“ vormt het de constructie „ohne unhöflich zu klingen“.
klingen „Klingen“ betekent hier „klinken“ of „overkomen“, niet letterlijk een geluid maken. In „unhöflich zu klingen“ gaat het erom hoe de woorden op anderen overkomen.
weiterreden „Weiterreden“ betekent „blijven doorpraten“ of „verder praten“. In „Wenn sie weiterreden“ gaat het om de situatie waarin de mensen ondanks de herinnering doorgaan.
einzugreifen „Einzugreifen“ betekent „in te grijpen“. In „die Bibliothekarin bitten, einzugreifen“ vragen de gesprekspartners de bibliothecaresse om de situatie te helpen oplossen.
wird „Wird“ betekent hier „wordt“ in „wird daraus keine Szene“. Het beschrijft dat de situatie niet uitgroeit tot een scène.
daraus „Daraus“ betekent hier „daaruit“ of „ervan“ en verwijst naar de hele situatie. In „daraus wird keine Szene“ betekent het dat de situatie niet in een scène verandert.
keine „Keine“ betekent „geen“ en ontkent hier dat er een scène ontstaat. Het staat direct vóór „Szene“.
Szene „Szene“ betekent hier niet alleen een toneelscène, maar een opvallende ruzie of veel ophef. In de bibliotheek willen ze voorkomen dat de situatie zo escaleert.
mache „Mache“ betekent hier „doe“ in „Das mache ich lieber“. De spreker verwijst daarmee naar de rustige aanpak die net besproken is.
lieber „Lieber“ betekent „liever“ en drukt een voorkeur uit. In „Das mache ich lieber, als laut zu klagen“ kiest de spreker voor die aanpak boven luid klagen.
als „Als“ betekent hier „dan“ en leidt in de voorkeurconstructie de andere optie in. „Lieber ..., als ...“ vergelijkt wat iemand liever doet met wat hij of zij wil vermijden.
laut „Laut“ betekent „luid“ en beschrijft hier de manier waarop iemand zou kunnen klagen. Het staat bij „zu klagen“.
klagen „Klagen“ betekent „klagen“. In „laut zu klagen“ gaat het om luidruchtig bezwaar maken over de pratende mensen.
und „Und“ betekent „en“ en verbindt hier twee voorstellen: rustig vragen en daarna verder studeren. Het voegt handelingen aan elkaar.
lernen „Lernen“ betekent hier „leren“ of „studeren“. In „Fragen wir sie leise und lernen danach weiter“ is het onderdeel van een gezamenlijk voorstel om daarna door te gaan met studeren.
danach „Danach“ betekent „daarna“ en verwijst naar het moment nadat ze de mensen rustig hebben gevraagd om stiller te zijn. Het geeft de volgorde van de handelingen aan.
weiter „Weiter“ betekent hier „verder“ en geeft aan dat het studeren na de onderbreking wordt voortgezet. In „lernen danach weiter“ hoort het bij „lernen“.

Grammatica

sich unterhalten: reflexives Verb

Die Leute unterhalten sich.

Die loi-tuh oenterhalten zich.

De mensen praten met elkaar.

Bij dit werkwoord hoort het wederkerend voornaamwoord sich; de handeling gebeurt tussen de personen zelf.

Duits woordenschat

ablenken werkwoord
ap-lenk-uhn afleiden lenkt ab
Bibliothekarin zelfstandig naamwoord
bib-lee-oh-te-kaa-rien bibliothecaris die Bibliothekarin
damit umgehen uitdrukking
da-mit oem-gay-en ermee omgaan
erinnern werkwoord
e-rin-ner-uhn herinneren aan Erinnere
hinter voorzetsel
hin-ter achter
höflich bijwoord
heuf-liech beleefd
leise bijwoord
lai-zuh zachtjes
Leute zelfstandig naamwoord
loi-tuh mensen Die Leute
Ruhebereich zelfstandig naamwoord
roe-uh-buh-raich stilteruimte im Ruhebereich
sich unterhalten werkwoord
zich oenter-hal-ten praten unterhalten sich
sprechen werkwoord
shpree-chen praten
unangenehm bijvoeglijk naamwoord
oen-aan-guh-neem ongemakkelijk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik zou hen kunnen vragen om buiten verder te praten.

Antwoord tonenIch könnte sie bitten, draußen weiterzureden.

Zo loopt het niet uit op een scène.

Antwoord tonenSo wird daraus keine Szene.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beleefd

Antwoord tonenhöflich

achter

Antwoord tonenhinter

praten

Antwoord tonensprechen

herinneren aan

Antwoord tonenErinnere