Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een boek verlengen als het online account niet werkt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich habe versucht, mein Buch online zu verlängern, aber mein Konto ließ sich nicht laden.
isj haa-buh fer-ZOEGT, main boeg on-LAIN tsoe fer-LENG-ern, aa-buh main KON-toh lies zisj nisjt LAA-dun. Ik probeerde mijn boek online te verlengen, maar mijn account wilde niet laden.Ruf in der Bibliothek an, bevor die Rückgabefrist abläuft.
roef in deer bib-lee-oh-TEEK aan, buh-FOHR dee rük-GAA-buh-frist AP-loyft. Bel de bibliotheek voordat de inleverdatum voorbij is.Ich mache mir Sorgen, weil das Buch heute zurückgegeben werden muss.
isj MAA-guh mier ZOR-gun, vail das boeg HOY-tuh tsoe-RUK-guh-GAA-bun VEE-dun moes. Ik maak me zorgen omdat het boek vandaag ingeleverd moet worden.Sie können die Leihfrist vielleicht verlängern, wenn sie sehen, dass es ein Anmeldeproblem gab.
zee KUN-nun dee LAIF-frist fee-LAI-sjt fer-LENG-ern, ven zee ZAY-un, das es ain AN-mel-duh-proh-BLEEM gaap. Ze kunnen de uitleentermijn misschien verlengen als ze zien dat er een inlogprobleem was.Was ist, wenn jemand es vorgemerkt hat?
vas ist, ven YAY-mant es FOR-guh-MERKT hat? Wat als iemand het gereserveerd heeft?Dann können sie es wahrscheinlich nicht verlängern, auch nicht telefonisch.
dan KUN-nun zee es VAHR-SJAIN-lisj nisjt fer-LENG-ern, oug nisjt te-le-FOH-nisj. Dan kunnen ze het waarschijnlijk niet verlengen, zelfs niet telefonisch.Ich frage nach Vormerkungen, bevor ich davon ausgehe, dass ich es behalten kann.
isj FRAA-guh naag FOR-mer-koong-un, buh-FOHR isj da-FON OWS-gay-uh, das isj es buh-HAL-tun kan. Ik vraag naar reserveringen voordat ik ervan uitga dat ik het kan houden.Wenn es vorgemerkt ist, gib es heute zurück und leih es später noch einmal aus.
ven es FOR-guh-MERKT ist, giep es HOY-tuh tsoe-RUK, oont laai es SHPAY-tuh nog AAIN-maal ows. Als iemand het gereserveerd heeft, breng het dan vandaag terug en leen het later opnieuw.Ich setze dort auch gleich mein Passwort zurück.
isj ZET-suh dort oug glaai-sj main PAS-vort tsoe-RUK. Ik verander daar ook meteen mijn wachtwoord.Das sollte die nächste Verlängerung weniger stressig machen.
das ZOL-tuh dee NESJ-stuh fer-LENG-uh-roeng VEE-ni-guh SHTRES-sisj MAA-gun. Dat zou de volgende verlenging minder stressvol moeten maken.Uitleg van de zinnen
Ich habe versucht, mein Buch online zu verlängern, aber mein Konto ließ sich nicht laden.
Ik probeerde mijn boek online te verlengen, maar mijn account wilde niet laden.
- Ich habe
- ik heb
- versucht
- geprobeerd
- Buch
- boek
- online
- online
- zu verlängern
- te verlengen
- Konto
- account
- ließ sich nicht laden
- kon niet worden geladen
Uitgebreide uitleg
Ich habe vormt hier samen met versucht de voltooide tijd. habe is de tegenwoordige tijd van haben bij ich; het is hier een hulpwerkwoord en betekent niet zelfstandig “bezitten”. Een bruikbaar patroon is ich habe + voltooid deelwoord: “ik heb …”. versucht komt van versuchen en betekent hier “proberen”. Het is het voltooid deelwoord; met habe geeft het een afgeronde poging aan. Voor een doel volgt vaak versuchen, … zu + infinitief, zoals in Ich habe versucht, die Tür zu öffnen — “Ik heb geprobeerd de deur te openen.” Buch betekent “boek”. Het meervoud is Bücher. In mein Buch verwijst mein naar één boek en staat het zelfstandig naamwoord in de vorm Buch; bij het onzijdige woord Buch ziet die vorm er in deze naamval hetzelfde uit als in de basisvorm. Het specifieke boek wordt door de zin niet nader beschreven. online betekent “online” en beschrijft hier de manier waarop de handeling werd geprobeerd. Het woord verandert in het Duits niet mee met persoon of getal. Bijvoorbeeld: Ich kaufe online ein — “Ik doe online boodschappen.” zu verlängern betekent “te verlengen”. Het werkwoord is verlängern; zu staat hier bij de infinitief omdat die infinitief het doel van versucht uitdrukt. verlängern kan bijvoorbeeld een geldigheidsduur, abonnement of termijn langer maken. In deze zin gaat het volgens de vertaling om het verlengen van het boek. Konto betekent “account” of “rekening”; hier is de bedoelde betekenis “account”. Het meervoud is Konten. In mein Konto staat mein bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Konto; de zin stelt niet dat het om een bepaald type account gaat. ließ sich nicht laden drukt uit dat het account niet geladen kon worden. ließ is de verleden tijd van lassen bij er/sie/es; in deze constructie helpt lassen om mogelijkheid of uitvoerbaarheid uit te drukken. sich maakt de constructie wederkerend, nicht ontkent haar en laden is de infinitief “laden”. Een vergelijkbaar patroon is Die Seite lässt sich öffnen — “De pagina kan worden geopend.” In de bron staat ließ, dus de mislukte laadmogelijkheid wordt in het verleden geplaatst. Samen betekent de zin: Ich habe versucht, mein Buch online zu verlängern — “Ik heb geprobeerd mijn boek online te verlengen.” Daarna contrasteert aber (“maar”) die poging met mein Konto ließ sich nicht laden — “mijn account wilde niet laden” of natuurlijker: “mijn account kon niet worden geladen.” De hele uiting zegt dus dat de spreker online probeerde het boek te verlengen, maar dat dit niet lukte omdat het account niet geladen kon worden.
Ruf in der Bibliothek an, bevor die Rückgabefrist abläuft.
Bel de bibliotheek voordat de inleverdatum voorbij is.
- Ruf … an
- bel op
- Bibliothek
- bibliotheek
- bevor
- voordat
- Rückgabefrist
- inlevertermijn
- abläuft
- verstrijkt
Uitgebreide uitleg
Ruf … an is de gebiedende wijs van anrufen voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. anrufen is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin staat an aan het einde, zoals in Ruf deine Mutter an. — “Bel je moeder op.” Het is hier dus een aansporing om telefonisch contact op te nemen. Bibliothek betekent hier “bibliotheek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Bibliothek. Na in staat hier der Bibliothek, omdat in bij een plaats zonder bewegingsrichting de datief gebruikt. De datiefvorm van het lidwoord is hier der; dat maakt het zelfstandig naamwoord zelf niet mannelijk. bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon is bevor + onderwerp + ... + werkwoord, bijvoorbeeld: Ruf an, bevor die Bibliothek schließt. — “Bel op voordat de bibliotheek sluit.” Rückgabefrist is een vrouwelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: die Rückgabefrist. Het verwijst naar de termijn of uiterste datum waarop iets moet worden teruggebracht. Rückgabe betekent “teruggave” en Frist “termijn”; in het vaste woord ligt de nadruk op de termijn voor het terugbrengen. Een verwant maar algemener woord is Frist, bijvoorbeeld eine kurze Frist — “een korte termijn”. abläuft is de derde persoon enkelvoud van ablaufen, hier in de tegenwoordige tijd. In deze context betekent het “verstrijkt” of “afloopt”: de inlevertermijn eindigt. ablaufen is scheidbaar in een hoofdzin (Die Frist läuft ab), maar in deze bevor-bijzin blijft het werkwoord als één vorm aan het einde staan: bevor die Rückgabefrist abläuft. Samen bestaat de zin uit de gebiedende wijs Ruf ... an, de plaatsbepaling in der Bibliothek en de tijdsbepaling bevor die Rückgabefrist abläuft. De betekenis is: “Bel de bibliotheek voordat de inlevertermijn verstrijkt.”
Ich mache mir Sorgen, weil das Buch heute zurückgegeben werden muss.
Ik maak me zorgen omdat het boek vandaag ingeleverd moet worden.
- mache mir Sorgen
- maak me zorgen
- weil
- omdat
- Buch
- boek
- heute
- vandaag
- zurückgegeben
- teruggegeven; ingeleverd
- werden muss
- moet worden
Uitgebreide uitleg
mache mir Sorgen betekent hier dat de spreker zich zorgen maakt. mache is de eerste persoon enkelvoud van machen in de tegenwoordige tijd. De vaste uitdrukking sich Sorgen machen gebruikt een wederkerend voornaamwoord; hier staat mir, de datiefvorm die bij de eerste persoon hoort. Een bruikbaar patroon is bijvoorbeeld: Ich mache mir Sorgen um die Prüfung. — Ik maak me zorgen over het examen. weil leidt een bijzin met de reden in. In een Duitse bijzin die met weil begint, staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. Dat verklaart de volgorde in het deel weil das Buch heute zurückgegeben werden muss. Buch betekent hier “boek”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Buch is enkelvoud, terwijl het meervoud die Bücher is. Het lidwoord das hoort bij het grammaticale geslacht en getal van Buch; dat zegt niet dat er meer dan één boek is. heute betekent “vandaag” en geeft aan wanneer de handeling moet plaatsvinden. Het verandert niet mee met persoon of getal. Bijvoorbeeld: Heute arbeite ich zu Hause. — Vandaag werk ik thuis. zurückgegeben is het voltooid deelwoord van zurückgeben (“teruggeven” of “inleveren”). In deze zin betekent het dat het boek wordt ingeleverd. Het voorvoegsel zurück- blijft in het deelwoord verbonden met het werkwoord: zurückgeben → zurückgegeben. werden muss vormt samen met zurückgegeben een passieve verplichting. werden maakt de lijdende vorm; muss is de derde persoon enkelvoud van müssen en drukt de verplichting uit. In een hoofdzin zou de volgorde zijn: Das Buch muss heute zurückgegeben werden. — Het boek moet vandaag worden ingeleverd. Na weil staat de vervoegde vorm muss helemaal achteraan: weil das Buch heute zurückgegeben werden muss. Samen betekent Ich mache mir Sorgen “Ik maak me zorgen”. De bijzin met weil geeft de reden: das Buch is het onderwerp van de passieve handeling, heute bepaalt het tijdstip, en zurückgegeben werden muss zegt dat het vandaag ingeleverd moet worden. De volledige betekenis is dus: “Ik maak me zorgen omdat het boek vandaag ingeleverd moet worden.”
Sie können die Leihfrist vielleicht verlängern, wenn sie sehen, dass es ein Anmeldeproblem gab.
Ze kunnen de uitleentermijn misschien verlengen als ze zien dat er een inlogprobleem was.
- Sie können
- ze kunnen
- die Leihfrist
- de uitleentermijn
- vielleicht
- misschien
- verlängern
- verlengen
- wenn
- als
- sie sehen
- ze zien
- dass
- dat
- es
- er
- Anmeldeproblem
- inlogprobleem
- gab
- was er
Uitgebreide uitleg
Sie können: In deze zin betekent dit, volgens de vaste vertaling, “ze kunnen”. können is de tegenwoordige tijd van können (“kunnen”); met het meervoudige sie krijg je sie können. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief. Het hoofdlettergebruik van Sie komt hier door de positie aan het begin van de zin; in deze vaste zin is de bedoelde lezing “ze”, niet de formele aanspreekvorm “u”. die Leihfrist: Dit betekent hier “de uitleentermijn”. Leihfrist is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deze woordgroep staat het bepaalde lidwoord die; bij dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord blijft dat in de hier gebruikte naamval de vorm die. Het samengestelde woord bestaat uit Leih- (“leen-”) en Frist (“termijn”), maar Leihfrist gebruik je als één zelfstandig naamwoord. vielleicht: Dit betekent “misschien” en maakt de mogelijkheid minder stellig. Vergelijk: Sie können die Leihfrist verlängern. — “Ze kunnen de uitleentermijn verlengen.” Met vielleicht wordt dat “misschien kunnen ze …”. verlängern: Dit is de infinitief van verlängern (“verlengen”). Hij staat hier na können: können ... verlängern. De infinitief verandert niet mee met het onderwerp in deze constructie. können drukt hier mogelijkheid of bevoegdheid uit, terwijl vielleicht die mogelijkheid verder afzwakt. wenn: Dit betekent “als” en leidt hier een voorwaardelijke bijzin in. In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord sehen achteraan: wenn sie sehen. sie sehen: Volgens de vaste vertaling betekent dit “ze zien”. sehen is de infinitief en tevens de basisvorm; sie sehen is de tegenwoordige tijd met een meervoudig sie (“ze”). In deze zin geeft de vertaling dus de lezing “ze”, niet een formele aanspreekvorm. dass: Dit betekent “dat” en leidt hier een inhoudelijke bijzin in: wat ze zien, wordt daarna vermeld. Na dass staat het vervoegde werkwoord van die bijzin achteraan, zoals in dass es ein Anmeldeproblem gab. es: Hier betekent es niet een specifiek eerder genoemd voorwerp, maar maakt het deel uit van de onpersoonlijke constructie es gab, die “er was” betekent. De precieze grammaticale functie van es leer je daarom samen met gab in deze constructie. Anmeldeproblem: Dit betekent “inlogprobleem”. Het is een onzijdig samengesteld zelfstandig naamwoord; in de woordgroep ein Anmeldeproblem staat daarom het onzijdige onbepaalde lidwoord ein. Hier gaat het om een probleem met aanmelden of inloggen. gab: Dit is de verleden tijd (Präteritum) van geben in de vaste onpersoonlijke constructie es gab (“er was” / “er waren”). Het is geen vorm van sein. Voorbeelden: Es gab ein Problem. — “Er was een probleem.” Es gab zwei Probleme. — “Er waren twee problemen.” Samen opgebouwd: Sie können die Leihfrist vielleicht verlängern betekent “Ze kunnen de uitleentermijn misschien verlengen”. De bijzin wenn sie sehen betekent “als ze zien”; daarna geeft dass es ein Anmeldeproblem gab aan wat ze zien: “dat er een inlogprobleem was”. De volledige betekenis is dus: “Ze kunnen de uitleentermijn misschien verlengen als ze zien dat er een inlogprobleem was.”
Was ist, wenn jemand es vorgemerkt hat?
Wat als iemand het gereserveerd heeft?
- Was ist
- wat is er
- wenn
- als
- jemand
- iemand
- es
- het
- vorgemerkt
- gereserveerd
Uitgebreide uitleg
Was ist betekent hier letterlijk “wat is er”. Samen met het daaropvolgende wenn vormt het de vaste vraagconstructie Was ist, wenn ...?, met de betekenis “Wat als ...?”. Voorbeeld: Was ist, wenn der Zug ausfällt? — “Wat als de trein uitvalt?” wenn leidt hier de voorwaardelijke bijzin in en betekent “als”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon stelt een mogelijke situatie aan de orde; het beweert niet dat die situatie werkelijk zal optreden. jemand betekent “iemand”: een niet nader genoemde persoon. Het nuttige contrast is niemand — “niemand”. Voorbeeld: Jemand hat angerufen. — “Iemand heeft gebeld.” es betekent hier “het” en is het lijdend voorwerp bij vorgemerkt. De vaste gegevens bepalen niet precies waarnaar dit voornaamwoord verwijst. es is de onzijdige enkelvoudsvorm; de concrete referent moet uit de context blijken. vorgemerkt is het voltooid deelwoord van vormerken, hier met de betekenis “reserveren” of “op een reservelijst zetten”. Met hat vormt het het perfectum: hat is het hulpwerkwoord van haben, en vorgemerkt draagt de lexicale betekenis. Een bruikbare vormreeks is vormerken – vorgemerkt – hat vorgemerkt. In deze bijzin staat het vervoegde hulpwerkwoord achteraan: ..., wenn jemand es vorgemerkt hat. Samen betekent Was ist, wenn jemand es vorgemerkt hat?: “Wat als iemand het gereserveerd heeft?” De vraag brengt de mogelijke situatie ter sprake waarin iemand het heeft gereserveerd, zonder te beweren dat dit inderdaad is gebeurd. De constructie is neutraal en bruikbaar in alledaagse gesprekken.
Dann können sie es wahrscheinlich nicht verlängern, auch nicht telefonisch.
Dan kunnen ze het waarschijnlijk niet verlengen, zelfs niet telefonisch.
- Dann
- dan
- können sie
- ze kunnen
- es
- het
- wahrscheinlich
- waarschijnlijk
- verlängern
- verlengen
- auch nicht
- ook niet
- telefonisch
- telefonisch
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier ‘dan’ of ‘in dat geval’: het verwijst naar een voorwaarde of situatie die al uit de context bekend is. Als tijdsaanduiding kan het ook ‘daarna’ betekenen; hier past de gevolgtrekkende betekenis. können sie betekent samen ‘ze kunnen’. können is de tegenwoordige tijd van können (‘kunnen’): ich kann, du kannst, er/sie/es kann, wir/sie/Sie können. In deze zin staat sie volgens de vaste vertaling voor ‘ze’. Het werkwoord können is een modaal werkwoord; het laat de volgende handeling als mogelijkheid zien. Bijvoorbeeld: Sie können morgen kommen. — ‘Ze kunnen morgen komen.’ es is een persoonlijk voornaamwoord in de accusatief en betekent hier ‘het’. De vorm es past bij een onzijdig enkelvoudig referent; de concrete zaak waarnaar het verwijst wordt in deze zin zelf niet benoemd. wahrscheinlich betekent ‘waarschijnlijk’. Het geeft aan dat de spreker de bewering als aannemelijk, maar niet als zeker presenteert. Bijvoorbeeld: Er kommt wahrscheinlich später. — ‘Hij komt waarschijnlijk later.’ verlängern betekent ‘verlengen’. Dit is de infinitief; na het modale werkwoord können staat die infinitief aan het einde van de hoofdzin. De handelende persoon kan bijvoorbeeld een geldigheidsduur, contract of reservering verlengen, afhankelijk van de context. Man kann den Vertrag verlängern. — ‘Je kunt het contract verlengen.’ auch nicht betekent ‘ook niet’ of, in deze combinatie, ‘zelfs niet’. auch voegt een extra geval toe en nicht ontkent de handeling. Het is dus niet alleen een gewone ontkenning van verlängern; telefonisch verlengen wordt als een extra uitgesloten mogelijkheid genoemd. telefonisch is een bijwoord en betekent ‘telefonisch’. Het beschrijft hier de manier waarop men zou kunnen verlengen: per telefoon. Het woord kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld in eine telefonische Anfrage — ‘een telefonische vraag’. De hoofdstructuur is Dann können sie es wahrscheinlich nicht verlängern: ‘Dan kunnen ze het waarschijnlijk niet verlengen.’ Het modale werkwoord können staat op de tweede positie, terwijl de bijbehorende infinitief verlängern aan het einde staat. auch nicht telefonisch voegt daarna een extra beperking toe: zelfs telefonisch lukt die verlenging waarschijnlijk niet. Samen betekent de uiting: ‘Dan kunnen ze het waarschijnlijk niet verlengen, zelfs niet telefonisch.’
Ich frage nach Vormerkungen, bevor ich davon ausgehe, dass ich es behalten kann.
Ik vraag naar reserveringen voordat ik ervan uitga dat ik het kan houden.
- frage
- vraag
- Vormerkungen
- reserveringen
- bevor
- voordat
- davon ausgehe
- ervan uitga
- behalten
- houden
- kann
- kan
Uitgebreide uitleg
frage hoort bij fragen en is hier de ik-vorm in de tegenwoordige tijd: ich frage. Met nach vormt het werkwoord het bruikbare patroon nach etwas fragen: naar iets vragen of informeren naar iets. Voorbeeld: Ich frage nach dem Preis. — Ik vraag naar de prijs. Vormerkungen is het meervoud van die Vormerkung, hier: reserveringen. Het staat na nach; in deze betekenis regeert nach de datief. Bij dit meervoud is de datiefvorm gelijk aan de nominatief: Vormerkungen. Voorbeeld: Gibt es Vormerkungen für dieses Buch? — Zijn er reserveringen voor dit boek? bevor leidt een bijzin in met de betekenis ‘voordat’. In zo’n Duitse bijzin staat de persoonsvorm achteraan: bevor ich davon ausgehe .... Het woord ordent de twee gebeurtenissen: het vragen vindt plaats vóór het ervan uitgaan. davon ausgehe komt van het scheidbare werkwoord ausgehen, hier in de betekenis ‘ervan uitgaan’. De eerste persoon enkelvoud staat buiten een bijzin als ich gehe davon aus; in deze bijzin staat de vervoegde vorm achteraan: bevor ich davon ausgehe. Het patroon von etwas ausgehen betekent iets als uitgangspunt of aanname nemen. davon verwijst hier naar de inhoud die daarna met dass wordt uitgewerkt. behalten is het infinitief van behalten, ‘houden’ of ‘behouden’. Met kann staat het aan het einde van de dass-bijzin: dass ich es behalten kann. Het voornaamwoord es neemt hier het bedoelde object op zonder het zelfstandig naamwoord opnieuw te noemen. Voorbeeld: Ich kann das Buch behalten. — Ik kan het boek houden. kann is de eerste persoon enkelvoud van het modale werkwoord können. Hier geeft het aan dat het voor ich mogelijk is om het object te houden; het bijbehorende infinitief behalten staat ervoor. Vergelijk: Ich kann es behalten — Ik kan het houden; Ich muss es zurückgeben — Ik moet het terugbrengen. kann heeft dezelfde vorm bij ich, er, sie en es; het onderwerp bepaalt wie bedoeld is. Samen betekent Ich frage nach Vormerkungen dat de spreker naar reserveringen informeert. bevor maakt duidelijk dat dit vóór het ervan uitgaan gebeurt. In dass ich es behalten kann staat de mogelijkheid centraal dat de spreker het bedoelde object kan houden. De volledige structuur is Ich frage nach ..., bevor ich davon ausgehe, dass ich es behalten kann. — ‘Ik vraag naar reserveringen voordat ik ervan uitga dat ik het kan houden.’
Wenn es vorgemerkt ist, gib es heute zurück und leih es später noch einmal aus.
Als iemand het gereserveerd heeft, breng het dan vandaag terug en leen het later opnieuw.
- Wenn
- als, wanneer
- es
- het
- vorgemerkt
- gereserveerd
- gib … zurück
- teruggeven, terugbrengen
- heute
- vandaag
- leih … aus
- uitlenen
- später
- later
- noch einmal
- opnieuw
Uitgebreide uitleg
Wenn leidt een voorwaardelijke bijzin in: “als/wanneer …”. In deze zin gaat het om een voorwaarde voor de twee opdrachten die daarna komen. Een herbruikbaar patroon is Wenn + bijzin, .... es betekent hier “het”. In Wenn es vorgemerkt ist is es het onderwerp van de bijzin. In gib es ... zurück en leih es ... aus is dezelfde vorm het lijdend voorwerp. Het Duitse onzijdige persoonlijke voornaamwoord heeft hier in de nominatief en accusatief dezelfde vorm; de grammaticale rol blijkt uit de zin. vorgemerkt is het voltooid deelwoord van vormerken (“voor iemand/iets noteren, reserveren”). Met ist beschrijft het een bestaande toestand: iets staat als gereserveerd of aangevraagd genoteerd. Het deelwoord staat niet als een zelfstandig werkwoord in de gebiedende wijs. Voorbeeld: Der Platz ist vorgemerkt. — “De plaats is gereserveerd.” gib ... zurück komt van het scheidbare werkwoord zurückgeben (“teruggeven”, bij een geleend voorwerp ook “terugbrengen”). gib is de gebiedende wijs voor du van geben; in een hoofdzin staat het afgescheiden deel zurück achter het object of een andere zinsinformatie. Het object staat hier tussen beide delen: Gib es zurück. — “Geef het terug.” heute betekent “vandaag” en bepaalt wanneer de eerste opdracht moet gebeuren. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. leih ... aus komt van het scheidbare werkwoord ausleihen (“uitlenen”). leih is de gebiedende wijs voor du van leihen, terwijl aus het afgescheiden deel is. Leih es aus. betekent “Leen het uit.” Dat is een andere handeling dan gib es zurück: het ene werkwoord beschrijft teruggeven of terugbrengen, het andere het aan een ander ter beschikking stellen. später betekent “later” en plaatst de tweede handeling op een later moment dan de eerste. Voorbeeld: Wir sprechen später. — “We praten later.” noch einmal betekent “nog een keer” of “opnieuw”. Het maakt duidelijk dat het uitlenen opnieuw gebeurt; noch alleen betekent hier niet simpelweg “nog” als hoeveelheid. Voorbeeld: Lies den Satz noch einmal. — “Lees de zin nog een keer.” In zijn geheel heeft de zin de structuur: Wenn es vorgemerkt ist, gib es heute zurück und leih es später noch einmal aus. De voorwaarde is dat het voorwerp gereserveerd staat. Daarna volgen twee gebiedende wijs-vormen voor du, verbonden door und: geef het vandaag terug en leen het later opnieuw uit. De voornaamwoordvorm es verwijst in de zin naar hetzelfde onzijdig bedoelde voorwerp, zonder dat de vaste gegevens de concrete identiteit ervan benoemen.
Ich setze dort auch gleich mein Passwort zurück.
Ik verander daar ook meteen mijn wachtwoord.
- Ich
- ik
- setze … zurück
- wijzig / reset
- dort
- daar
- auch
- ook
- gleich
- meteen
- mein
- mijn
- Passwort
- wachtwoord
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm die je gebruikt wanneer de spreker zichzelf als handelende persoon noemt. setze … zurück komt van het scheidbare werkwoord zurücksetzen, hier in de tegenwoordige tijd: ich setze … zurück. zurücksetzen betekent in deze context een wachtwoord opnieuw instellen of wijzigen. Bij een scheidbaar werkwoord staat zurück in een gewone hoofdzin achter de rest van de werkwoordelijke inhoud. Vergelijk: Ich setze das Passwort zurück. — “Ik reset het wachtwoord.” dort betekent “daar” en verwijst naar een plaats die in de situatie bekend is. Het woord verandert niet naar geslacht of getal. auch betekent “ook”. Het voegt deze handeling toe aan iets anders dat al genoemd of verondersteld is. gleich betekent hier “meteen” of “direct”, dus het geeft aan dat de handeling kort daarna of zonder uitstel gebeurt. Samen vormen auch gleich de betekenis “ook meteen”; elk woord behoudt daarbij zijn eigen functie. mein is een bezittelijk woord met de betekenis “mijn”. De vorm stemt in het Duits af op het zelfstandig naamwoord waarmee hij verbonden is. Passwort is onzijdig (das Passwort) en staat hier als lijdend voorwerp in de accusatief; daarom staat hier mein, niet bijvoorbeeld meine. Voorbeelden: mein Passwort — “mijn wachtwoord”, maar meine Nummer — “mijn nummer”. Passwort betekent “wachtwoord”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Passwort. In het Duits wordt het zelfstandig naamwoord met een hoofdletter geschreven. Een bruikbare combinatie is ein Passwort zurücksetzen — “een wachtwoord resetten”. De volledige zin bouwt zo op: Ich is de handelende persoon; setze … zurück geeft de handeling aan; dort geeft de plaats aan; auch gleich betekent dat de spreker dit daar eveneens meteen doet; en mein Passwort is wat wordt gewijzigd. De vaste betekenis is daarom: “Ik verander daar ook meteen mijn wachtwoord.”
Das sollte die nächste Verlängerung weniger stressig machen.
Dat zou de volgende verlenging minder stressvol moeten maken.
- Das sollte
- dat zou ... moeten
- nächste
- volgende
- Verlängerung
- verlenging
- weniger
- minder
- stressig
- stressvol
- machen
- maken
Uitgebreide uitleg
Das sollte: Das betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat in de zin als geheel als onderwerp wordt voorgesteld; de concrete referent wordt niet nader benoemd. sollte is de vorm van sollen voor de derde persoon enkelvoud in de Konjunktiv II. In deze zin geeft die vorm de verwachting of veronderstelling “zou ... moeten”. Het werkwoord staat in deze hoofdzin op de tweede positie, terwijl het bijbehorende infinitief later komt. nächste: Dit is de verbogen vorm van nächst-, hier met de betekenis “volgende”. Het bijvoeglijk naamwoord staat vóór Verlängerung en krijgt een uitgang die past bij het vrouwelijke enkelvoud in deze naamval. Vergelijk: die nächste Verlängerung — “de volgende verlenging”. Verlängerung: Dit zelfstandig naamwoord betekent hier “verlenging”. Het is vrouwelijk: die Verlängerung; het meervoud is Verlängerungen. De vorm staat hier als datgene wat minder stressvol wordt gemaakt. weniger: Weniger betekent “minder” en drukt een lagere graad uit. Het hoort hier bij het bijvoeglijk naamwoord stressig: weniger stressig — “minder stressvol”. Vergelijk mehr stressig niet als natuurlijke standaardkeuze voor “stressvoller”; voor een hogere graad is stressiger gebruikelijker. stressig: Dit bijvoeglijk naamwoord betekent hier “stressvol” of “stressveroorzakend”. Het blijft in weniger stressig onveranderd, omdat het na machen predicatief gebruikt wordt. Een voorbeeld: Die Aufgabe ist stressig. — “De taak is stressvol.” machen: Machen is de infinitief van machen, “maken”. Na een modaal werkwoord zoals sollte staat de infinitief aan het einde: sollte ... machen. In etwas weniger stressig machen betekent het patroon “iets minder stressvol maken”; het bijvoeglijk naamwoord beschrijft het resultaat van die verandering. Samen vormt de zin het patroon Das sollte + object + weniger + adjective + machen: “Dat zou [iets] minder [eigenschap] moeten maken.” Das is het onderwerp, die nächste Verlängerung is wat door machen wordt beïnvloed, en weniger stressig beschrijft het beoogde resultaat. De volledige betekenis is: “Dat zou de volgende verlenging minder stressvol moeten maken.”
Grammatica
versuchen, etwas zu verlängern
Ich versuche, die Leihfrist zu verlängern.
isj fer-ZOO-guh, dee LAIF-frist tsoe fer-LENG-ern.Ik probeer de uitleentermijn te verlengen.
Na „versuchen“ volgt een infinitief met „zu“: zu + werkwoord.
trennbare Verben mit zu: Präfix + zu + Stamm
Ich versuche, mein Passwort zurückzusetzen.
isj fer-ZOO-guh, main PAS-vort tsoe-RUK-tsoe-TSET-sun.Ik probeer mijn wachtwoord te resetten.
Bij scheidbare werkwoorden staat „zu“ tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam.
Duits woordenschat
mein Konto
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
bibliotheek
Antwoord tonen
Bibliothekladen
Antwoord tonen
ladenaccount
Antwoord tonen
Kontoverlopen