Een boek verlengen als het online account niet werkt | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a library, one adult plans how to renew a book after an online account fails and checks whether another hold prevents renewal..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Een boek verlengen als het online account niet werkt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe versucht, mein Buch online zu verlängern, aber mein Konto ließ sich nicht laden.

isj haa-buh fer-ZOEGT, main boeg on-LAIN tsoe fer-LENG-ern, aa-buh main KON-toh lies zisj nisjt LAA-dun. Ik probeerde mijn boek online te verlengen, maar mijn account wilde niet laden.
B

Ruf in der Bibliothek an, bevor die Rückgabefrist abläuft.

roef in deer bib-lee-oh-TEEK aan, buh-FOHR dee rük-GAA-buh-frist AP-loyft. Bel de bibliotheek voordat de inleverdatum voorbij is.
A

Ich mache mir Sorgen, weil das Buch heute zurückgegeben werden muss.

isj MAA-guh mier ZOR-gun, vail das boeg HOY-tuh tsoe-RUK-guh-GAA-bun VEE-dun moes. Ik maak me zorgen omdat het boek vandaag ingeleverd moet worden.
B

Sie können die Leihfrist vielleicht verlängern, wenn sie sehen, dass es ein Anmeldeproblem gab.

zee KUN-nun dee LAIF-frist fee-LAI-sjt fer-LENG-ern, ven zee ZAY-un, das es ain AN-mel-duh-proh-BLEEM gaap. Ze kunnen de uitleentermijn misschien verlengen als ze zien dat er een inlogprobleem was.
A

Was ist, wenn jemand es vorgemerkt hat?

vas ist, ven YAY-mant es FOR-guh-MERKT hat? Wat als iemand het gereserveerd heeft?
B

Dann können sie es wahrscheinlich nicht verlängern, auch nicht telefonisch.

dan KUN-nun zee es VAHR-SJAIN-lisj nisjt fer-LENG-ern, oug nisjt te-le-FOH-nisj. Dan kunnen ze het waarschijnlijk niet verlengen, zelfs niet telefonisch.
A

Ich frage nach Vormerkungen, bevor ich davon ausgehe, dass ich es behalten kann.

isj FRAA-guh naag FOR-mer-koong-un, buh-FOHR isj da-FON OWS-gay-uh, das isj es buh-HAL-tun kan. Ik vraag naar reserveringen voordat ik ervan uitga dat ik het kan houden.
B

Wenn es vorgemerkt ist, gib es heute zurück und leih es später noch einmal aus.

ven es FOR-guh-MERKT ist, giep es HOY-tuh tsoe-RUK, oont laai es SHPAY-tuh nog AAIN-maal ows. Als iemand het gereserveerd heeft, breng het dan vandaag terug en leen het later opnieuw.
A

Ich setze dort auch gleich mein Passwort zurück.

isj ZET-suh dort oug glaai-sj main PAS-vort tsoe-RUK. Ik verander daar ook meteen mijn wachtwoord.
B

Das sollte die nächste Verlängerung weniger stressig machen.

das ZOL-tuh dee NESJ-stuh fer-LENG-uh-roeng VEE-ni-guh SHTRES-sisj MAA-gun. Dat zou de volgende verlenging minder stressvol moeten maken.

Woord voor woord

Ich ‘Ich’ verwijst naar de persoon die spreekt: ‘ik’. Het is hier het onderwerp in ‘Ich habe versucht’; gebruik het om jezelf als uitvoerder van een handeling aan te duiden.
habe ‘habe’ is hier het hulpwerkwoord in ‘Ich habe versucht’ en helpt een afgeronde poging uit te drukken. Het staat samen met het deelwoord ‘versucht’ om naar een eerdere handeling te verwijzen.
versucht ‘versucht’ betekent hier dat de spreker een poging heeft gedaan. In ‘Ich habe versucht, mein Buch online zu verlängern’ volgt daarna het doel van die poging.
mein ‘mein’ geeft aan dat het boek bij de spreker hoort: ‘mijn’. In ‘mein Buch’ staat het vóór het zelfstandig naamwoord waarvan het bezit wordt aangegeven.
Buch ‘Buch’ betekent hier ‘boek’, het geleende voorwerp dat de spreker wil verlengen. Het wordt gebruikt in de combinatie ‘mein Buch’ voor een specifiek boek van de spreker.
online ‘online’ geeft aan dat de handeling via internet gebeurt. In ‘mein Buch online zu verlängern’ beschrijft het de manier waarop de spreker het boek wilde verlengen.
zu ‘zu’ markeert hier de infinitief in ‘zu verlängern’. Het staat vóór het werkwoord wanneer dit als doel of aanvulling bij ‘versucht’ wordt gebruikt.
verlängern ‘verlängern’ betekent hier de uitleentermijn van een boek langer maken, dus het boek verlengen. Een betrouwbaar patroon is een voorwerp of termijn met ‘verlängern’, zoals in ‘mein Buch online zu verlängern’.
aber ‘aber’ introduceert hier een tegenstelling: de spreker probeerde het boek te verlengen, maar het account werkte niet. Het verbindt twee delen waarvan het tweede het eerste beperkt of tegenspreekt.
Konto ‘Konto’ betekent hier ‘account’, namelijk het online account van de spreker. In ‘mein Konto’ wordt het gekoppeld aan de bezittelijke vorm ‘mein’.
ließ ‘ließ’ draagt in ‘mein Konto ließ sich nicht laden’ bij aan de betekenis dat het laden niet lukte. Met ‘sich nicht laden’ beschrijft deze constructie dat het account niet kon worden geladen.
sich ‘sich’ is hier het reflexieve element in ‘ließ sich nicht laden’. Samen met ‘ließ’ en ‘laden’ maakt het deel uit van de constructie die beschrijft of het account geladen kon worden.
nicht ‘nicht’ ontkent hier dat het account geladen werd of kon worden. Het staat in ‘ließ sich nicht laden’ bij de handeling die niet lukte.
laden ‘laden’ betekent hier ‘laden’, zoals bij een online account of pagina. In ‘sich nicht laden’ gaat het om het laden van het account dat niet lukte.
Ruf ‘Ruf’ is een directe, informele opdracht om te bellen. In ‘Ruf in der Bibliothek an’ staat het werkwoord aan het begin en verwijst ‘an’ naar het bellen van de bibliotheek.
in ‘in’ geeft in ‘in der Bibliothek’ de plaats aan waar de spreker moet bellen. Het verbindt de handeling met de bibliotheek als locatie of instelling.
der ‘der’ is hier het lidwoord bij ‘Bibliothek’ in de woordgroep ‘in der Bibliothek’. Samen verwijzen ze naar de bibliotheek waarnaar gebeld moet worden.
Bibliothek ‘Bibliothek’ betekent ‘bibliotheek’, de instelling waarmee de spreker contact moet opnemen. In ‘in der Bibliothek’ wordt de plaats van het telefoongesprek aangegeven.
an ‘an’ is het afgescheiden deel van het werkwoord in ‘Ruf in der Bibliothek an’. Het staat aan het einde en maakt duidelijk dat ‘Ruf’ hier ‘bel’ betekent.
bevor ‘bevor’ betekent ‘voordat’ en introduceert de tijdsvoorwaarde in ‘bevor die Rückgabefrist abläuft’. In de bijzin die ermee begint, staat het werkwoord aan het einde.
die ‘die’ is hier het lidwoord in ‘die Rückgabefrist’. Het begeleidt het zelfstandig naamwoord dat de uiterste teruggeefdatum aanduidt.
Rückgabefrist ‘Rückgabefrist’ betekent de termijn waarbinnen iets moet worden teruggebracht: de inlevertermijn. In ‘die Rückgabefrist abläuft’ is het de termijn die verstrijkt.
abläuft ‘abläuft’ geeft aan dat de teruggeeftermijn verstrijkt of afloopt. In ‘bevor die Rückgabefrist abläuft’ staat de vorm aan het einde van de bijzin.
mache ‘mache’ is de werkwoordsvorm in de vaste uitdrukking ‘Ich mache mir Sorgen’. De volledige uitdrukking betekent hier dat de spreker zich zorgen maakt.
mir ‘mir’ verwijst in ‘Ich mache mir Sorgen’ naar de persoon die de zorgen ervaart: ‘mij’. Het staat hier als persoonlijk voornaamwoord binnen de vaste uitdrukking met ‘Sorgen’.
Sorgen ‘Sorgen’ betekent hier ‘zorgen’ binnen de uitdrukking ‘Ich mache mir Sorgen’. Samen met ‘mache’ en ‘mir’ beschrijft het de bezorgdheid van de spreker.
weil ‘weil’ betekent ‘omdat’ en introduceert de reden in ‘weil das Buch heute zurückgegeben werden muss’. Het maakt van de daaropvolgende woorden een redengevende bijzin.
das ‘das’ is het lidwoord in ‘das Buch’ en verwijst daar naar het boek. In ‘Das sollte die nächste Verlängerung weniger stressig machen’ staat ‘Das’ aan het begin van de zin en verwijst het naar de voorafgaande oplossing of handeling.
heute ‘heute’ betekent ‘vandaag’ en legt de deadline in de tijd vast. In ‘das Buch heute zurückgegeben werden muss’ geeft het aan wanneer het boek moet worden teruggebracht.
zurückgegeben ‘zurückgegeben’ betekent hier ‘teruggebracht’ of ‘ingeleverd’. In ‘zurückgegeben werden muss’ maakt het deel uit van de passieve constructie voor iets dat moet worden teruggebracht.
werden ‘werden’ helpt in ‘zurückgegeben werden muss’ om de passieve betekenis te vormen. De aandacht ligt daardoor op het boek dat moet worden teruggebracht, niet op degene die het terugbrengt.
muss ‘muss’ drukt hier een verplichting uit: het boek moet vandaag worden teruggebracht. Het staat samen met ‘zurückgegeben werden’ in de constructie ‘zurückgegeben werden muss’.
Sie ‘Sie’ verwijst hier naar het bibliotheekpersoneel: ‘zij’. In ‘Sie können die Leihfrist vielleicht verlängern’ is het de persoon of groep die mogelijk de uitleentermijn kan verlengen; de kleine vorm ‘sie’ in ‘wenn sie sehen’ verwijst naar dezelfde groep.
können ‘können’ geeft hier de mogelijkheid aan dat het bibliotheekpersoneel de termijn verlengt. Het staat vóór de andere werkwoordsvorm in ‘Sie können die Leihfrist vielleicht verlängern’.
Leihfrist ‘Leihfrist’ betekent de uitleentermijn van een geleend voorwerp. In ‘die Leihfrist vielleicht verlängern’ is het precies die termijn die langer kan worden gemaakt.
vielleicht ‘vielleicht’ betekent ‘misschien’ en maakt de uitspraak minder stellig. Hier geeft het aan dat het verlengen mogelijk is, maar niet zeker.
wenn ‘wenn’ introduceert hier een voorwaarde: de bibliotheek kan verlengen ‘wenn sie sehen’ dat er een probleem was. In ‘Wenn es vorgemerkt ist’ leidt het eveneens een voorwaardelijke bijzin in.
sehen ‘sehen’ betekent hier dat het bibliotheekpersoneel kan vaststellen dat er een aanmeldprobleem was. Het staat in het patroon ‘wenn sie sehen, dass ...’, waarbij daarna de vastgestelde informatie volgt.
dass ‘dass’ leidt de inhoud in die het personeel kan vaststellen: ‘dass es ein Anmeldeproblem gab’. In de bijzin die ermee begint, staat de werkwoordsvorm ‘gab’ aan het einde.
es ‘es’ heeft hier twee functies in de dialoog. In ‘es ein Anmeldeproblem gab’ hoort het bij de uitdrukking voor ‘er was’, terwijl het in ‘Wenn es vorgemerkt ist’ naar het boek verwijst.
ein ‘ein’ betekent hier ‘een’ en introduceert in ‘ein Anmeldeproblem’ één aanmeldprobleem. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord.
Anmeldeproblem ‘Anmeldeproblem’ betekent een probleem met het aanmelden of inloggen. In ‘dass es ein Anmeldeproblem gab’ verklaart het waarom het account niet werkte.
gab ‘gab’ betekent hier ‘er was’ in de vaste constructie ‘es ein Anmeldeproblem gab’. Het verwijst naar een probleem dat op dat eerdere moment aanwezig was.
Was ‘Was’ betekent ‘wat’ en opent in ‘Was ist, wenn jemand es vorgemerkt hat?’ de vraag naar een mogelijke situatie. Samen met ‘Was ist, wenn ...?’ vormt het de vraag ‘wat als ...?’.
ist ‘ist’ betekent hier ‘is’ en maakt deel uit van de vraag ‘Was ist, wenn ...?’. In ‘Wenn es vorgemerkt ist’ beschrijft het bovendien de toestand waarin het boek gereserveerd is.
jemand ‘jemand’ betekent ‘iemand’ en verwijst naar een onbekende persoon die het boek heeft gereserveerd. In ‘jemand es vorgemerkt hat’ is deze persoon degene die de handeling heeft uitgevoerd.
vorgemerkt ‘vorgemerkt’ betekent hier dat een boek door iemand is gereserveerd of op een wachtlijst is gezet. In ‘jemand es vorgemerkt hat’ gaat het om de uitgevoerde reservering, en in ‘Wenn es vorgemerkt ist’ om de toestand van het boek.
hat ‘hat’ is hier het hulpwerkwoord in ‘jemand es vorgemerkt hat’. Samen met ‘vorgemerkt’ verwijst het naar een voltooide reservering.
Dann ‘Dann’ betekent ‘dan’ en geeft hier het gevolg van de mogelijke reservering aan. In ‘Dann können sie es wahrscheinlich nicht verlängern’ volgt het advies op de eerder genoemde voorwaarde.
wahrscheinlich ‘wahrscheinlich’ betekent ‘waarschijnlijk’ en drukt een verwachting uit zonder volledige zekerheid. Hier wordt ingeschat dat verlengen niet mogelijk zal zijn.
auch ‘auch’ betekent hier ‘zelfs’ in ‘auch nicht telefonisch’: ook telefonisch lukt het dan niet. In ‘auch gleich’ voegt het een extra geplande handeling toe, namelijk het wachtwoord resetten.
telefonisch ‘telefonisch’ betekent ‘per telefoon’ en geeft de manier van contact aan. In ‘auch nicht telefonisch’ wordt gezegd dat de verlenging zelfs via de telefoon niet mogelijk is.
frage ‘frage’ betekent hier ‘vraag’ of ‘informeer’ en staat in ‘Ich frage nach Vormerkungen’. De spreker is van plan informatie over reserveringen op te vragen.
nach ‘nach’ hoort hier bij het patroon ‘nach Vormerkungen fragen’ en geeft aan waarnaar de spreker informeert. Het onderwerp van de vraag staat na ‘nach’.
Vormerkungen ‘Vormerkungen’ betekent hier reserveringen of ingehouden boeken. In ‘Ich frage nach Vormerkungen’ vraagt de spreker of andere mensen het boek hebben gereserveerd.
davon ‘davon’ verwijst in ‘davon ausgehe’ naar de vooraf besproken aanname of situatie. Samen met ‘ausgehe’ vormt het de uitdrukking waarmee de spreker aangeeft waarvan hij uitgaat.
ausgehe ‘ausgehe’ betekent hier ‘ervan uitga’ in ‘davon ausgehe, dass ich es behalten kann’. De vorm drukt uit dat de spreker iets als uitgangspunt neemt voordat hij het heeft gecontroleerd.
behalten ‘behalten’ betekent hier het boek houden in plaats van het terugbrengen. In ‘dass ich es behalten kann’ staat het als infinitief na ‘kann’.
kann ‘kann’ geeft hier de mogelijkheid aan om het boek te houden. In ‘ich es behalten kann’ staat het aan het einde van de bijzin.
gib ‘gib’ is een informele opdracht om iets te geven of terug te geven. In ‘gib es heute zurück’ krijgt het door ‘zurück’ de betekenis dat het boek vandaag moet worden ingeleverd.
zurück ‘zurück’ geeft in ‘gib es heute zurück’ de richting van het terugbrengen aan. Het is het afgescheiden deel dat aan het einde van deze opdracht staat.
und ‘und’ verbindt hier twee opeenvolgende opdrachten: het boek terugbrengen en het later opnieuw lenen. Het maakt duidelijk dat beide handelingen bij het advies horen.
leih ‘leih’ is een informele opdracht om het boek te lenen. In ‘leih es später noch einmal aus’ hoort het bij de afgescheiden vorm waarvan ‘aus’ aan het einde staat.
später ‘später’ betekent ‘later’ en plaatst het opnieuw lenen na vandaag. Het geeft aan dat de tweede uitleen op een later moment kan plaatsvinden.
noch ‘noch’ betekent hier ‘nog’ in de uitdrukking ‘noch einmal’. Samen met ‘einmal’ geeft het aan dat het lenen opnieuw gebeurt.
einmal ‘einmal’ betekent hier ‘één keer’ binnen ‘noch einmal’, dus ‘opnieuw’ of ‘nog een keer’. De uitdrukking wordt gebruikt voor een herhaling van een handeling.
aus ‘aus’ is het afgescheiden deel van het werkwoord in ‘leih es später noch einmal aus’. Het staat aan het einde en maakt duidelijk dat het om het lenen van het boek gaat.
setze ‘setze’ betekent hier niet letterlijk iets plaatsen, maar maakt in ‘Ich setze dort auch gleich mein Passwort zurück’ deel uit van de handeling ‘een wachtwoord resetten’. De vorm beschrijft een geplande handeling die de spreker daar meteen wil uitvoeren.
dort ‘dort’ betekent ‘daar’ en verwijst hier naar de bibliotheek. In ‘Ich setze dort auch gleich mein Passwort zurück’ geeft het aan waar de handeling zal plaatsvinden.
gleich ‘gleich’ betekent hier ‘meteen’ of ‘direct’. In ‘dort auch gleich’ geeft het aan dat het wachtwoord onmiddellijk tijdens dat bezoek wordt gereset.
Passwort ‘Passwort’ betekent ‘wachtwoord’, de toegangsgegevens die de spreker wil resetten. In ‘mein Passwort’ wordt aangegeven dat het om het wachtwoord van de spreker gaat.
sollte ‘sollte’ drukt hier een verwachte uitkomst uit: de handeling zou de volgende verlenging minder stressvol moeten maken. Het staat in ‘Das sollte die nächste Verlängerung weniger stressig machen’ vóór de rest van de constructie.
nächste ‘nächste’ betekent ‘volgende’ en verwijst naar de verlenging die na de huidige situatie komt. In ‘die nächste Verlängerung’ staat het vóór het zelfstandig naamwoord.
Verlängerung ‘Verlängerung’ betekent hier het opnieuw verlengen van de uitleentermijn. In ‘die nächste Verlängerung’ gaat het om de volgende keer dat de lening verlengd moet worden.
weniger ‘weniger’ betekent ‘minder’ en vermindert hier de mate van stress. In ‘weniger stressig’ staat het vóór het bijvoeglijk naamwoord dat de ervaring beschrijft.
stressig ‘stressig’ betekent ‘stressvol’ en beschrijft hier hoe de volgende verlenging zal aanvoelen. Samen met ‘weniger’ vormt het de uitdrukking ‘weniger stressig’.
machen ‘machen’ betekent hier ‘maken’ in de betekenis iets een bepaalde eigenschap geven. In ‘Das sollte die nächste Verlängerung weniger stressig machen’ veroorzaakt het resetten van het wachtwoord een minder stressvolle ervaring.

Grammatica

versuchen, etwas zu verlängern

Ich versuche, die Leihfrist zu verlängern.

isj fer-ZOO-guh, dee LAIF-frist tsoe fer-LENG-ern.

Ik probeer de uitleentermijn te verlengen.

Na „versuchen“ volgt een infinitief met „zu“: zu + werkwoord.

trennbare Verben mit zu: Präfix + zu + Stamm

Ich versuche, mein Passwort zurückzusetzen.

isj fer-ZOO-guh, main PAS-vort tsoe-RUK-tsoe-TSET-sun.

Ik probeer mijn wachtwoord te resetten.

Bij scheidbare werkwoorden staat „zu“ tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam.

Duits woordenschat

ablaufen werkwoord
AP-low-fun verlopen abläuft
Anmeldeproblem zelfstandig naamwoord
AN-mel-duh-proh-BLEEM inlogprobleem
Bibliothek zelfstandig naamwoord
bib-lee-oh-TEEK bibliotheek
Konto zelfstandig naamwoord
KON-toh account

mein Konto

laden werkwoord
LAA-dun laden
Leihfrist zelfstandig naamwoord
LAIF-frist uitleentermijn
Rückgabefrist zelfstandig naamwoord
rük-GAA-buh-frist inlevertermijn
sich Sorgen machen uitdrukking
zisj ZOR-gun MAA-gun zich zorgen maken mache mir Sorgen
verlängern werkwoord
fer-LENG-ern verlengen zu verlängern
versuchen werkwoord
fer-ZOO-gun proberen versucht
vormerken werkwoord
FOR-mer-kun reserveren vorgemerkt
zurückgeben werkwoord
tsoe-RUK-GAY-bun terugbrengen, inleveren zurückgegeben

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bibliotheek

Antwoord tonenBibliothek

laden

Antwoord tonenladen

account

Antwoord tonenKonto

verlopen

Antwoord tonenabläuft