Mein
„Mein” betekent hier „mijn” en verwijst naar de adapter van de spreker. De vorm staat vóór „Laptopadapter” in „Mein Laptopadapter”.
Laptopadapter
„Laptopadapter” betekent hier een adapter voor een laptop. Het woord benoemt het apparaat dat in „Mein Laptopadapter fehlt” ontbreekt.
fehlt
„fehlt” betekent hier dat de laptopadapter niet aanwezig is. Het hoort bij „Mein Laptopadapter” en komt van „fehlen”.
und
„und” verbindt hier twee mededelingen: de adapter ontbreekt en de presentatie begint bijna. Het wordt gebruikt om informatie naast elkaar te plaatsen.
meine
„meine” betekent hier „mijn” en verwijst naar de presentatie van de spreker. Het staat vóór „Präsentation” in „meine Präsentation”.
Präsentation
„Präsentation” betekent hier de presentatie die de spreker binnenkort moet geven. Het woord kan samen met een bezittelijk woord worden gebruikt, zoals in „meine Präsentation”.
beginnt
„beginnt” betekent hier dat iets start; de presentatie begint binnenkort. Het is een vorm van „beginnen” en staat bij „meine Präsentation”.
bald
„bald” betekent hier „binnenkort” en geeft aan dat de presentatie niet lang meer op zich laat wachten. Het staat bij een gebeurtenis die binnenkort begint, zoals in „beginnt bald”.
Ich
„Ich” betekent „ik” en verwijst naar de spreker. Het wordt gebruikt als onderwerp, bijvoorbeeld in „Ich habe einen”.
habe
„habe” betekent hier „heb” en zegt dat de spreker een adapter bezit of beschikbaar heeft. Het is een vorm van „haben” en kan gevolgd worden door wat iemand heeft, zoals in „habe einen”.
einen
„einen” verwijst hier naar één adapter die de andere persoon kan gebruiken. Het vervangt „einen Adapter” in „Ich habe einen, den du benutzen kannst”.
den
„den” verwijst hier terug naar de adapter en verbindt die met de informatie „du benutzen kannst”. In de constructie „den du benutzen kannst” geeft het aan welk voorwerp gebruikt kan worden.
du
„du” betekent „jij” en verwijst naar de persoon die de adapter mag gebruiken. Het is het onderwerp in „du benutzen kannst”.
benutzen
„benutzen” betekent hier „gebruiken”, namelijk de adapter gebruiken. Het staat in de constructie „den du benutzen kannst” na „kannst”.
kannst
„kannst” betekent hier „kunt” en drukt uit dat de andere persoon de adapter mag of kan gebruiken. Het hoort bij „du” en staat samen met het infinitief „benutzen”.
Aber
„Aber” betekent „maar” en voegt een voorwaarde of extra controle toe aan het aanbod. Hier leidt het de mededeling „Aber lass uns prüfen” in.
lass
„lass” betekent hier „laten we” en wordt gebruikt om samen iets voor te stellen. In „lass uns prüfen” vormt het samen met „uns” en „prüfen” een voorstel.
uns
„uns” verwijst hier naar de spreker en de aangesproken persoon samen. In „lass uns prüfen” maakt het duidelijk dat zij samen controleren.
prüfen
„prüfen” betekent hier controleren of de adapter met de laptop werkt. Het staat na „lass uns” en wordt verbonden met de vraag „ob er mit deinem Laptop funktioniert”.
ob
„ob” betekent hier „of” in een indirecte vraag over de werking van de adapter. Het leidt de bijzin „ob er mit deinem Laptop funktioniert” in.
er
„er” verwijst hier naar de laptopadapter en betekent „hij” of „die”. Het is het onderwerp in „er mit deinem Laptop funktioniert”.
mit
„mit” betekent hier „met” en geeft aan waarmee de adapter moet werken. Het staat in de vaste combinatie „mit deinem Laptop funktionieren”.
deinem
„deinem” betekent hier „jouw” en verwijst naar de laptop van de aangesproken persoon. Na „mit” staat het in de vorm „mit deinem Laptop”.
Laptop
„Laptop” betekent hier de computer van de aangesproken persoon. Het staat in „mit deinem Laptop” als het apparaat waarmee de adapter moet werken.
funktioniert
„funktioniert” betekent hier „werkt” of „functioneert”. Het beschrijft in „er mit deinem Laptop funktioniert” of de adapter goed met de laptop werkt.
passt
„passt” betekent hier dat de adapter fysiek in de aansluiting past. Het wordt gebruikt met „in den Anschluss” in „Er passt in den Anschluss”.
in
„in” betekent hier „in” en geeft aan waar de adapter terechtkomt. In „passt in den Anschluss” verbindt het de handeling met de aansluiting.
Anschluss
„Anschluss” betekent hier de aansluiting of poort waarin de adapter past. Het woord staat in „in den Anschluss” na „passt”.
muss
„muss” betekent hier „moet” of „moet nog” en drukt een noodzakelijke volgende handeling uit. Het staat bij „ich” en wordt gevolgd door „testen” in „Ich muss ... testen”.
noch
„noch” betekent hier „nog” en laat zien dat het testen van de projector op dat moment niet klaar is. In „Ich muss den Projektor noch testen” geeft het een resterende taak aan.
testen
„testen” betekent hier nagaan of de projector goed werkt. Het staat na „muss” in de constructie „Ich muss den Projektor noch testen”.
der
„der” betekent hier „de” en hoort bij „Projektor”. In „den Projektor” is de vorm echter „den”; „der” is de basisvorm van het lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord.
Projektor
„Projektor” betekent hier het apparaat dat het beeld op het scherm weergeeft. Het is het voorwerp dat de spreker nog moet testen in „den Projektor ... testen”.
Mach
„Mach” betekent hier „doe” en is een directe aansporing om de test nu uit te voeren. In „Mach es jetzt” verwijst het naar de eerder genoemde handeling.
es
„es” betekent hier „het” en verwijst naar de handeling die zojuist genoemd is, namelijk het testen. In „Mach es jetzt” is het het voorwerp van „Mach”.
jetzt
„jetzt” betekent „nu” en benadrukt dat de handeling onmiddellijk moet gebeuren. Het staat in „Mach es jetzt” bij de aansporing.
denn
„denn” betekent hier „want” en geeft de reden voor de aansporing. Het verbindt „Mach es jetzt” met de uitleg over problemen onder druk.
kleine
„kleine” betekent hier „kleine” en beschrijft problemen die aanvankelijk beperkt lijken. Het staat vóór „Probleme” in „kleine Probleme”.
Probleme
„Probleme” betekent hier moeilijkheden die tijdens de presentatie kunnen ontstaan. In „kleine Probleme werden ... schwieriger” is het onderwerp van de verandering.
werden
„werden” betekent hier „worden” of „raken” en beschrijft een verandering in de problemen. Het staat bij „kleine Probleme” en wordt gevolgd door „schwieriger”.
unter
„unter” betekent hier „onder” in de uitdrukking „unter Druck”. Het geeft de omstandigheid aan waarin problemen moeilijker worden.
Druck
„Druck” betekent hier druk of tijdsdruk. Samen met „unter” vormt het „unter Druck”, een gebruikelijke uitdrukking voor handelen onder druk.
schwieriger
„schwieriger” betekent hier „moeilijker” en vergelijkt de situatie vóór en tijdens de druk. Het staat na „werden” in „werden ... schwieriger”.
Das
„Das” betekent hier „het” en verwijst naar het beeld dat op het scherm wordt weergegeven. Het is het onderwerp in „Das Bild wird korrekt angezeigt”.
Bild
„Bild” betekent hier het beeld dat op het scherm verschijnt. Het woord staat in „Das Bild” en wordt verder beschreven door „wird korrekt angezeigt”.
wird
„wird” maakt hier samen met „angezeigt” duidelijk dat het beeld wordt weergegeven. Het is een vorm van „werden” in de constructie „wird ... angezeigt”.
korrekt
„korrekt” betekent hier „correct” of „op de juiste manier”. Het beschrijft in „korrekt angezeigt” hoe het beeld wordt weergegeven.
angezeigt
„angezeigt” betekent hier „weergegeven” of „getoond”. Samen met „wird” vormt het „wird korrekt angezeigt”, waarmee wordt gezegd dat het beeld goed op het scherm verschijnt.
also
„also” betekent hier „dus” en trekt een conclusie uit het correct weergegeven beeld. Het verbindt „Das Bild wird korrekt angezeigt” met „wir sind bereit”.
sind
„sind” betekent hier „zijn” en beschrijft samen met „bereit” de toestand van de twee personen. Het hoort bij „wir” in „wir sind bereit”.
wir
„wir” betekent „wij” en verwijst naar de spreker en de andere persoon samen. Het is het onderwerp in „wir sind bereit”.
bereit
„bereit” betekent hier „klaar” of „gereed” voor de presentatie. In „wir sind bereit” beschrijft het de toestand na de controle.
Speichere
„Speichere” betekent hier „sla op” en is een aansporing om een reservekopie te bewaren. In „Speichere ... eine Sicherungskopie” staat het vóór wat opgeslagen moet worden.
für alle Fälle
„für alle Fälle” betekent hier „voor de zekerheid” of „voor het geval dat”. De hele uitdrukking geeft aan dat de reservekopie bedoeld is als voorzorgsmaatregel.
eine
„eine” betekent hier „een” en verwijst naar één reservekopie. Het staat vóór „Sicherungskopie” in „eine Sicherungskopie”.
Sicherungskopie
„Sicherungskopie” betekent hier een extra kopie van de dia’s die als reserve dient. Het woord staat in „eine Sicherungskopie deiner Folien”.
deiner
„deiner” betekent hier „jouw” en verwijst naar de dia’s van de aangesproken persoon. Het staat in „deiner Folien” en maakt duidelijk van wie de dia’s zijn.
Folien
„Folien” betekent hier presentatiedia’s. Het woord staat in „eine Sicherungskopie deiner Folien”, dus de reservekopie bevat de dia’s.
auf
„auf” betekent hier „op” en geeft aan waar de reservekopie opgeslagen moet worden. In „auf einem zweiten Gerät” verwijst het naar de opslaglocatie.
einem
„einem” betekent hier „een” en hoort bij „Gerät” in „auf einem zweiten Gerät”. Na „auf” beschrijft deze combinatie hier het apparaat waarop iets wordt opgeslagen.
zweiten
„zweiten” betekent hier „tweede” en maakt duidelijk dat het om een ander apparaat naast het eerste gaat. Het staat vóór „Gerät” in „einem zweiten Gerät”.
Gerät
„Gerät” betekent hier een elektronisch apparaat waarop de reservekopie kan worden opgeslagen. Het staat in „auf einem zweiten Gerät”.
anderen
„anderen” betekent hier „ander” en verwijst naar een apparaat dat niet het oorspronkelijke apparaat is. In „auf einem anderen Gerät” beschrijft het welk alternatief apparaat wordt gebruikt.
bevor
„bevor” betekent „voordat” en verbindt het opslaan van de reservekopie met het beginnen van de presentatie. Het leidt de bijzin „bevor ich anfange” in.
anfange
„anfange” betekent hier „begin” en verwijst naar het begin van de presentatie. Het is een vorm van „anfangen” in de bijzin „bevor ich anfange”.
Könntest
„Könntest” betekent hier „zou je kunnen” en maakt het verzoek beleefd. In „Könntest du den Adapter zurückbringen?” staat het aan het begin van de vraag.
Adapter
„Adapter” betekent hier het apparaat dat eerder geleend werd. Het is het voorwerp in „den Adapter zurückbringen”.
nach
„nach” betekent hier „na” en geeft aan wanneer de adapter teruggebracht moet worden. Het staat in „nach der Sitzung”.
Sitzung
„Sitzung” betekent hier de sessie waarna de adapter teruggebracht moet worden. Het woord staat in de tijdsbepaling „nach der Sitzung”.
zurückbringen
„zurückbringen” betekent hier „terugbrengen” naar de persoon die de adapter heeft uitgeleend. Het staat als infinitief na „Könntest du” in „den Adapter zurückbringen”.
brauche
„brauche” betekent hier „heb nodig” en geeft aan dat de spreker de adapter later opnieuw nodig heeft. Het staat bij „ich” en krijgt „ihn” als voorwerp.
ihn
„ihn” verwijst hier naar de adapter en betekent „hem” of „die”. Het is het voorwerp in „Ich brauche ihn später”.
später
„später” betekent „later” en verwijst naar een tijd na het huidige moment. In „Ich brauche ihn später” geeft het aan wanneer de adapter weer nodig is.
bringe
„bringe” betekent hier „breng” en maakt samen met „zurück” duidelijk dat de spreker de adapter terug zal brengen. Het is een vorm van „bringen” in „Ich bringe ihn zurück”.
zurück
„zurück” betekent hier „terug” en geeft de richting van het brengen aan. Samen met „bringe” vormt het „bringe ... zurück”, waarbij het voorwerp „ihn” tussen beide delen staat.
sobald
„sobald” betekent „zodra” en geeft aan dat de terugbrengactie onmiddellijk na het einde van de sessie plaatsvindt. Het leidt de bijzin „sobald die Sitzung vorbei ist” in.
die
„die” betekent hier „de” en hoort bij „Sitzung” in „die Sitzung”. Deze woordgroep is het onderwerp van de bijzin „die Sitzung vorbei ist”.
vorbei
„vorbei” betekent hier „voorbij” of „afgelopen”. In „die Sitzung vorbei ist” beschrijft het dat de sessie geëindigd is.
ist
„ist” betekent hier „is” en maakt samen met „vorbei” de mededeling „die Sitzung vorbei ist”. Het is een vorm van „sein”.
Dann
„Dann” betekent hier „dan” en trekt een gevolgtrekking uit het terugbrengen van de adapter. Het leidt de zin „Dann hast du eine Sache weniger” in.
hast
„hast” betekent hier „hebt” en beschrijft wat de aangesproken persoon na het terugbrengen heeft. Het staat bij „du” in „du hast eine Sache weniger”.
Sache
„Sache” betekent hier „ding” of „zaak” en verwijst naar één punt waarover de persoon zich zorgen zou kunnen maken. In „eine Sache weniger” betekent het dat er één zorg minder is.
weniger
„weniger” betekent hier „minder” en geeft aan dat het aantal zorgen met één afneemt. Het staat in de constructie „eine Sache weniger”.
um
„um” betekent hier „over” en hoort bij de uitdrukking „sich Sorgen machen”. In „um die du dir Sorgen machen musst” verwijst het naar de zaak waarover de persoon zich zorgen maakt.
dir
„dir” verwijst hier naar de aangesproken persoon en hoort bij „dir Sorgen machen”. De combinatie „dir Sorgen machen” betekent dat je je zorgen maakt.
Sorgen
„Sorgen” betekent hier „zorgen” of „bezorgdheden”. Samen met „machen” vormt het de uitdrukking „sich Sorgen machen”, hier in „dir Sorgen machen”.
machen
„machen” betekent hier niet letterlijk „maken”, maar hoort bij „Sorgen machen” in de betekenis „zich zorgen maken”. Het staat als infinitief na „musst” in „dir Sorgen machen musst”.
musst
„musst” betekent hier „moet” en drukt uit dat de aangesproken persoon zich zorgen zou moeten maken over die zaak. Het staat bij „du” en wordt gevolgd door de infinitief „machen”.