Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Veilig een ladder lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Kann ich deine Leiter benutzen, um eine Deckenlampe zu wechseln?
kan ich daine laiter be-noetsen, oem aine dekken-lampe tsoe veks-eln? Mag ik jouw ladder gebruiken om een plafondlamp te vervangen?Das kannst du, aber lass jemanden in der Nähe bleiben, während du sie benutzt.
das kanst doe, aa-ber las yee-man-den in der nee-eh blai-ben, vee-rent doe zee be-noetst. Dat kan, maar laat iemand in de buurt blijven terwijl je hem gebruikt.Mein Bruder kann die Leiter unten festhalten, damit sie stabil bleibt.
main broe-der kan dee laiter oon-ten fest-hal-ten, da-mit zee shta-beel blaibt. Mijn broer kan de onderkant vasthouden, zodat de ladder stabiel blijft.Das sollte helfen.
das zol-te hel-fen. Dat zou moeten helpen.Die Leiter ist stabil, aber du musst trotzdem vorsichtig sein.
dee laiter ist shta-beel, aa-ber doe moest trots-deem foor-zich-tich zain. De ladder is stevig, maar je moet toch voorzichtig zijn.Ich brauche sie nur kurz und werde vorsichtig sein.
ich brow-che zee noer koerts oont vair-de foor-zich-tich zain. Ik heb hem maar kort nodig en ik zal voorzichtig zijn.Nimm dir die Zeit, die du brauchst.
nim deer dee tsait, dee doe browchst. Neem de tijd die je nodig hebt.Benutze sie draußen lieber nicht, wenn der Boden nass ist.
be-noet-se zee drow-sen lee-ber nicht, ven deer boo-den nas ist. Gebruik hem buiten liever niet als de grond nat is.Ich benutze sie drinnen und bringe sie zurück, wenn ich fertig bin.
ich be-noet-se zee dri-nen oont bring-e zee tsoe-roek, ven ich fair-tich bin. Ik gebruik hem binnen en breng hem terug als ik klaar ben.Wenn ich nicht zu Hause bin, stell sie neben meine Tür.
ven ich nicht tsoe hau-ze bin, shtel zee nee-ben mai-ne tuur. Als ik niet thuis ben, zet hem dan naast mijn deur.Okay, ich stelle sie neben deine Tür, wenn du nicht da bist.
oo-kee, ich shtel-le zee nee-ben daine tuur, ven doe nicht daa bist. Oké, ik zet hem naast je deur als je weg bent.Achte auf die Sicherheit, auch wenn es länger dauert.
ach-te aowf dee zie-chər-hait, aowch ven es leng-er dow-ert. Let op de veiligheid, ook als het langer duurt.Uitleg van de zinnen
Kann ich deine Leiter benutzen, um eine Deckenlampe zu wechseln?
Mag ik jouw ladder gebruiken om een plafondlamp te vervangen?
- Kann ich
- kan ik ...?
- deine
- jouw
- Leiter
- ladder
- benutzen
- gebruiken
- eine
- een
- Deckenlampe
- plafondlamp
- um … zu
- om ... te
- wechseln
- vervangen
Uitgebreide uitleg
Kann ich vormt hier een vraag met het modale werkwoord können en het onderwerp ich: “kan ik ...?”. In de tegenwoordige tijd is de vorm bij ich kann; het werkwoord staat in een ja-neevraag vóór het onderwerp. Bijvoorbeeld: Kann ich hereinkommen? — “Kan ik binnenkomen?” deine betekent hier “jouw” en hoort bij Leiter. Het is de vorm van het bezittelijke woord bij de bezitter du, met de uitgang voor vrouwelijk enkelvoud in de accusatief: die Leiter wordt na benutzen het lijdend voorwerp. De stam hangt dus samen met de bezitter, terwijl de uitgang wordt bepaald door het geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Ich nehme deine Tasche. — “Ik pak jouw tas.” Leiter betekent in deze zin “ladder”. Het woord is vrouwelijk: die Leiter; het meervoud is ook Leiter, bijvoorbeeld zwei Leiter in de accusatief. De betekenis “ladder” volgt hier uit de vaste vertaling. benutzen betekent “gebruiken”. Het is een regelmatig werkwoord; de infinitief is benutzen, met de stam benutz-. Na kann blijft het modale werkwoord vervoegd en staat benutzen als infinitief aan het einde van de hoofdzin. Bijvoorbeeld: Ich kann deinen Computer benutzen. — “Ik kan jouw computer gebruiken.” eine is het onbepaalde lidwoord bij Deckenlampe. Omdat Deckenlampe vrouwelijk enkelvoud is en hier als lijdend voorwerp staat, luidt het lidwoord eine: eine Deckenlampe. eine drukt hier niet zelfstandig een geteld aantal uit; het introduceert een niet nader bepaalde lamp. Deckenlampe is een samenstelling van Decke (“plafond”) en Lampe (“lamp”) en betekent “plafondlamp”. Het woord is vrouwelijk: die Deckenlampe; in het meervoud is het Deckenlampen. Het hele zelfstandig naamwoord, niet alleen het laatste deel, benoemt hier het voorwerp. um ... zu leidt hier een doelbepaling in: “om ... te”. De twee delen horen bij elkaar, ook al staat um vóór eine Deckenlampe en zu vlak vóór het werkwoord. Het impliciete onderwerp van deze doelbepaling is hier dezelfde persoon als ich: de spreker wil de ladder gebruiken met als doel zelf een plafondlamp te vervangen. Bijvoorbeeld: Ich gehe in den Laden, um Brot zu kaufen. — “Ik ga naar de winkel om brood te kopen.” wechseln betekent hier “vervangen”. Het is de infinitief na zu: zu wechseln. In andere contexten kan wechseln ook “wisselen” of “verwisselen” betekenen; in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om een plafondlamp vervangen. Bijvoorbeeld: Sie versucht, die Batterie zu wechseln. — “Ze probeert de batterij te vervangen.” Samen betekent Kann ich deine Leiter benutzen “Mag ik jouw ladder gebruiken?”. Daarna geeft um eine Deckenlampe zu wechseln het doel aan: “om een plafondlamp te vervangen”. De volledige vraag is dus: “Mag ik jouw ladder gebruiken om een plafondlamp te vervangen?” De formulering is een gewone, beleefde vraag naar toestemming.
Das kannst du, aber lass jemanden in der Nähe bleiben, während du sie benutzt.
Dat kan, maar laat iemand in de buurt blijven terwijl je hem gebruikt.
- Das
- dat
- kannst du
- kun je
- aber
- maar
- lass
- laat
- jemanden
- iemand
- in der Nähe
- in de buurt
- bleiben
- blijven
- während
- terwijl
- sie
- hem
- benutzt
- gebruikt
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de eerder genoemde mogelijkheid om de ladder te gebruiken. Als aanwijzend voornaamwoord staat het zelfstandig; het is dus niet het lidwoord bij een zelfstandig naamwoord. kannst du komt van können (“kunnen”). kannst is de tegenwoordige tijd bij du; du kannst betekent “jij kunt”. Voorbeelden: Ich kann kommen = “Ik kan komen”; Wir können warten = “Wij kunnen wachten”. aber betekent “maar” en verbindt hier toestemming met een aanvullende voorwaarde. lass is de gebiedende wijs van lassen bij du. In deze zin betekent lassen “ervoor zorgen of toestaan dat iemand ergens blijft”: Lass ihn warten = “Laat hem wachten.” De gebiedende wijs heeft hier geen uitgesproken onderwerp; de aangesprokene is degene die iets moet laten gebeuren. jemanden is een onbepaald voornaamwoord in de accusatief en betekent “iemand” als persoon die bij lass betrokken is. De vorm contrasteert bijvoorbeeld met jemand als onderwerp: Jemand wartet = “Iemand wacht”; Ich sehe jemanden = “Ik zie iemand”. in der Nähe betekent “in de buurt”. der hoort bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Nähe; de volledige vaste combinatie geeft nabijheid aan. Samen met bleiben beschrijft deze groep waar iemand moet blijven. bleiben betekent “blijven” en staat hier in de infinitief na lass: Lass jemanden bleiben = “Laat iemand blijven.” Na lassen blijft het andere werkwoord in deze constructie in de infinitief. während betekent “terwijl” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin met während staat het vervoegde werkwoord aan het einde. du is het persoonlijk voornaamwoord voor één aangesproken persoon. In du ... benutzt is die persoon degene die de handeling uitvoert. sie is hier een vrouwelijk enkelvoudig voornaamwoord in de accusatief, dus de vorm die nodig is voor het voorwerp van benutzen. In de gegeven context verwijst het naar die Leiter (“de ladder”); het Nederlandse hem in de vaste vertaling geeft dezelfde bedoelde ladder aan, terwijl het Duits de vrouwelijke grammaticale vorm van Leiter gebruikt. Vergelijk: Ich benutze sie = “Ik gebruik haar/het”, met het antecedent bepaald door de context. benutzt komt van benutzen (“gebruiken”). Het is de tegenwoordige tijd bij du: du benutzt. In de bijzin staat deze vorm achteraan, zoals gebruikelijk na während. De zin bouwt zo op: Das kannst du geeft toestemming voor het gebruik van de ladder; aber voegt een voorwaarde toe; lass jemanden in der Nähe bleiben vraagt dat iemand dichtbij blijft; en während du sie benutzt bepaalt wanneer dat moet gebeuren. Samen betekent de uiting: “Dat kan, maar laat iemand in de buurt blijven terwijl je de ladder gebruikt.”
Mein Bruder kann die Leiter unten festhalten, damit sie stabil bleibt.
Mijn broer kan de onderkant vasthouden, zodat de ladder stabiel blijft.
- Mein
- mijn
- Bruder
- broer
- kann
- kan
- Leiter
- ladder
- unten
- onderaan
- festhalten
- vasthouden
- damit
- zodat
- sie
- ze
- stabil
- stabiel
- bleibt
- blijft
Uitgebreide uitleg
Mein staat hier bij Bruder: het is een bezittelijk woord met de betekenis “mijn”. In deze combinatie staat het in de vorm voor mannelijk enkelvoud in de onderwerpsfunctie. Vergelijk bijvoorbeeld mein Bruder = “mijn broer” en meine Schwester = “mijn zus”; de vorm hangt dus niet alleen van bezit af, maar ook van het zelfstandig naamwoord en zijn grammaticale rol. Bruder betekent hier “broer”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bruder, meervoud die Brüder. Voorbeeld: Mein Bruder hilft. = “Mijn broer helpt.” kann is de vorm van het modale werkwoord können bij er/sie/es en betekent hier dat de broer dit kan of in staat is dit te doen. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie; het andere werkwoord staat als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Sie kann schwimmen. = “Zij kan zwemmen.” die Leiter betekent “de ladder”. Leiter is hier een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in het enkelvoud zijn de vormen die Leiter (onderwerp) en ook die Leiter (lijdend voorwerp) gelijk. Het meervoud is eveneens die Leitern, dus de context en de vorm van het werkwoord helpen bij de interpretatie. unten betekent “onderaan” of “beneden”. Hier geeft het aan waar aan de ladder wordt vastgehouden: aan de onderkant. Het is een bijwoord en krijgt daarom geen uitgang. Voorbeeld: Das Schild hängt unten. = “Het bord hangt onderaan.” festhalten betekent “vasthouden”, met het idee dat iets stevig wordt gehouden. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord: in een gewone hoofdzin verschijnt fest los van halten, maar na een modaal werkwoord blijft de infinitief festhalten bij elkaar. Voorbeeld: Ich halte die Tür fest. = “Ik houd de deur stevig vast.” damit leidt hier een doelzin in: “zodat” of “opdat”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Damit kan ook naar een middel verwijzen (“daarmee”), maar die betekenis past hier niet; hier wordt een gewenst gevolg of doel ingeleid. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord voor een vrouwelijk enkelvoudig referent; volgens de vaste vertaling verwijst het naar de ladder. Het voornaamwoord zelf drukt niet uit dat het om een ladder gaat; die verwijzing komt uit de zin. Voorbeeld: Die Leiter ist alt. Sie ist aber stabil. = “De ladder is oud. Ze is echter stabiel.” stabil betekent “stabiel” of “stevig”. Het staat hier na bleibt als een beschrijving van de toestand en krijgt daarom geen adjectiefuitgang. Voorbeeld: Der Tisch bleibt stabil. = “De tafel blijft stabiel.” bleibt is de derde persoon enkelvoud van bleiben (“blijven”). Het betekent hier dat de ladder stabiel blijft, dus in die toestand blijft. Voorbeeld: Das Fenster bleibt offen. = “Het raam blijft open.” Samen betekent Mein Bruder kann die Leiter unten festhalten dat mijn broer de ladder aan de onderkant kan vasthouden. damit sie stabil bleibt voegt het doel of beoogde gevolg toe: zodat de ladder stabiel blijft. De volledige betekenis is: “Mijn broer kan de onderkant van de ladder vasthouden, zodat de ladder stabiel blijft.” In de doelbijzin staat bleibt achteraan, zoals gebruikelijk in een Duitse bijzin met damit.
Das sollte helfen.
Dat zou moeten helpen.
- Das
- dat; het
- sollte
- zou moeten
- helfen
- helpen
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat in de situatie als geheel bedoeld wordt; de vertaling legt geen specifieker zelfstandig naamwoord als referent vast. Als aanwijzend voornaamwoord kan das zelfstandig staan. Het is onzijdig enkelvoud; de vorm wordt dan onder andere onderscheiden van der en die in andere grammaticale combinaties. Voorbeeld: Das ist gut. — “Dat is goed.” Sollte is de vorm van sollen voor de derde persoon enkelvoud in de Konjunktiv II. In deze zin geeft die vorm een verwachte of waarschijnlijke uitkomst weer: “zou moeten helpen”. Dat is hier geen rechtstreeks bevel aan iemand. Vergelijk de basisvorm: Das soll helfen. — “Dat moet helpen.” De vorm sollte maakt de verwachting voorzichtiger of minder stellig. De persoonsvorm hoort bij das; het werkwoord helfen blijft als infinitief aan het einde staan. Helfen betekent “helpen”. Het is hier de infinitief na het modale werkwoord sollte. Helfen kan ook zonder modaal werkwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld: Ich helfe dir. — “Ik help je.” In dat voorbeeld staat de persoon die hulp ontvangt in de datief: dir betekent “jou” in die functie. Samen vormen de woorden Das sollte helfen de structuur aanwijzend voornaamwoord + vorm van sollen + infinitief. De betekenis is: “Dat zou moeten helpen.” De zin presenteert de bedoelde handeling of maatregel als iets waarvan men verwacht dat het helpt, zonder die verwachting als absolute zekerheid te formuleren.
Die Leiter ist stabil, aber du musst trotzdem vorsichtig sein.
De ladder is stevig, maar je moet toch voorzichtig zijn.
- Leiter
- ladder
- stabil
- sturdy; stable
- aber
- but
- du musst
- you must
- trotzdem
- nevertheless; still
- vorsichtig
- careful; cautious
- sein
- to be
Uitgebreide uitleg
Leiter betekent hier “ladder”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Leiter; het meervoud is die Leitern. Let op: Leiter kan in een andere context ook “leidinggevende” betekenen, maar hier maakt de vertaling duidelijk dat het om een ladder gaat. stabil betekent hier dat de ladder stevig en stabiel is. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Der Tisch ist stabil. — “De tafel is stevig.” aber verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Voorbeeld: Ich komme, aber ich bleibe nicht lange. — “Ik kom, maar ik blijf niet lang.” du musst bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord du en de vorm musst van het modale werkwoord müssen. Samen betekent het hier “je moet”. Müssen drukt noodzaak of verplichting uit. De infinitief staat in deze zin aan het einde van de woordgroep: vorsichtig sein. müssen: ich muss, du musst, er/sie muss, wir müssen. De vorm musst hoort dus bij du; de uitgang is niet afkomstig van het volgende werkwoord. Voorbeeld: Du musst warten. — “Je moet wachten.” trotzdem betekent “toch” of “desondanks”. Het verwijst hier naar het contrast tussen het stevig zijn van de ladder en de noodzakelijke voorzichtigheid. Voorbeeld: Es regnet. Trotzdem gehe ich hinaus. — “Het regent. Toch ga ik naar buiten.” vorsichtig betekent “voorzichtig” of “zorgvuldig”. Het beschrijft hier hoe iemand moet zijn of handelen. Voorbeeld: Sei vorsichtig! — “Wees voorzichtig!” sein is de infinitief van sein, “zijn”. Na het modale werkwoord musst blijft sein in de infinitief staan: Du musst vorsichtig sein. — “Je moet voorzichtig zijn.” Het is dus sein dat “zijn” betekent; musst geeft de noodzaak aan. De eerste combinatie, Die Leiter ist stabil, betekent “De ladder is stevig”. Die is hier het bepaalde lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoud Leiter, en ist is de vorm van sein bij die Leiter. Daarna verbindt aber dit met een tegenstelling. In du musst trotzdem vorsichtig sein betekent du “je”, musst ... sein “moet ... zijn”, en trotzdem “toch”. Samen ontstaat: “De ladder is stevig, maar je moet toch voorzichtig zijn.”
Ich brauche sie nur kurz und werde vorsichtig sein.
Ik heb hem maar kort nodig en ik zal voorzichtig zijn.
- brauche
- heb nodig
- sie
- hem
- nur
- maar
- kurz
- kort
- werde
- zal
- vorsichtig
- voorzichtig
- sein
- zijn
Uitgebreide uitleg
brauche komt van brauchen en is hier de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich brauche = “ik heb nodig”. Het is een regelmatig werkwoord; vergelijk du brauchst en sie braucht. Voorbeeld: Ich brauche Hilfe. = “Ik heb hulp nodig.” sie is hier het lijdend voorwerp van brauchen. De vaste vertaling hem en de context identificeren dit als de eerder genoemde ladder. Omdat die Leiter vrouwelijk is, staat het verwijzende voornaamwoord in de vierde naamval als sie. In andere zinnen kan sie ook een meervoudig voornaamwoord of een voornaamwoord voor een vrouwelijke persoon zijn; die betekenissen passen hier niet bij de vaste vertaling en context. nur beperkt hier de tijdsduur: de spreker heeft de ladder slechts korte tijd nodig. nur betekent hier dus “maar” in de betekenis “slechts”, niet “echter”. Voorbeeld: Ich bleibe nur kurz. = “Ik blijf maar even.” kurz betekent hier “kort” in tijdsduur: gedurende een korte periode. Het woord kan ook een korte lengte beschrijven, bijvoorbeeld ein kurzer Weg = “een korte weg”. Als bijvoeglijk naamwoord krijgt het in zo’n naamwoordgroep een uitgang; in nur kurz staat het als bijwoordelijke bepaling zonder uitgang. werde komt van werden en is hier de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Samen met het infinitief sein vormt het de Duitse toekomende tijd: ich werde ... sein = “ik zal ... zijn”. werden kan ook “worden” betekenen, maar in deze constructie met sein drukt het toekomst uit. vorsichtig betekent “voorzichtig”. Na sein staat het als naamwoordelijk deel van het gezegde en krijgt het hier geen adjectiefuitgang. Voorbeeld: Wir sind vorsichtig. = “Wij zijn voorzichtig.” sein is het infinitief van sein (“zijn”). Na het hulpwerkwoord werde blijft het infinitief aan het einde van deze hoofdzin staan. Hetzelfde patroon zie je in Ich werde ruhig sein. = “Ik zal rustig zijn.” Samen betekent Ich brauche sie nur kurz: “Ik heb hem maar kort nodig”, waarbij sie volgens de vaste vertaling en de context naar de ladder verwijst. und werde vorsichtig sein voegt toe: “en ik zal voorzichtig zijn”. De volledige zin zegt dus dat de spreker de ladder slechts korte tijd nodig heeft en voorzichtig zal zijn. Het toekomstgedeelte gebruikt het patroon ich werde + infinitief.
Nimm dir die Zeit, die du brauchst.
Neem de tijd die je nodig hebt.
- Nimm dir
- neem voor jezelf
- Zeit
- tijd
- brauchst
- nodig hebt
Uitgebreide uitleg
Nimm dir is hier een aansporing aan één persoon. Nimm is de gebiedende wijs van nehmen voor du; het onderwerp wordt niet uitgesproken. dir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord du en verwijst hier naar de aangesprokene. Samen vormt dit met Zeit het herbruikbare patroon sich Zeit nehmen, met de betekenis “tijd nemen”. Voorbeeld: Nimm dir einen Moment. — “Neem even de tijd.” Zeit is een zelfstandig naamwoord en betekent hier “tijd”. Het is vrouwelijk: die Zeit. In deze zin staat het mét het lidwoord die: die Zeit. In het patroon sich Zeit nehmen kan Zeit ook zonder lidwoord staan: Ich nehme mir Zeit. — “Ik neem de tijd.” mir is daarbij de datiefvorm die bij ich hoort; bij du is dat dir. brauchst komt van brauchen, “nodig hebben”. Het is de tegenwoordige tijd voor du: du brauchst. In die du brauchst betekent het “die je nodig hebt”. Die verwijst daar naar Zeit en leidt de relatieve bijzin in. Voorbeeld: Nimm die Hilfe, die du brauchst. — “Neem de hulp die je nodig hebt.” De delen vormen samen Nimm dir die Zeit (“Neem de tijd”) plus die du brauchst (“die je nodig hebt”). De volledige betekenis is dus: “Neem de tijd die je nodig hebt.”
Benutze sie draußen lieber nicht, wenn der Boden nass ist.
Gebruik hem buiten liever niet als de grond nat is.
- Benutze
- gebruik
- sie
- hem
- draußen
- buiten
- lieber nicht
- liever niet
- wenn
- als
- der Boden
- de grond
- nass
- nat
Uitgebreide uitleg
Benutze is de gebiedende wijs van benutzen (“gebruiken”) voor één aangesproken persoon. De vorm gebruikt dus een weggelaten du: Benutze ... = “Gebruik ...”. De infinitief en basisvorm is benutzen; in een gewone zin zie je bijvoorbeeld Ich benutze das Gerät (“Ik gebruik het apparaat”). sie betekent hier, volgens de vaste vertaling, “hem”. In het Duits staat sie als zelfstandig voornaamwoord in de vierde naamval; deze vorm kan grammaticaal onder meer naar een vrouwelijk enkelvoudig woord of naar een meervoud verwijzen. De concrete bedoelde verwijzing wordt hier door de vertaling als “hem” gegeven. In combinatie met het bevel vormt het Benutze sie (“Gebruik hem”). draußen betekent “buiten” en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met het voorwerp. Een herbruikbaar contrast is draußen (“buiten”) tegenover drinnen (“binnen”): Ich benutze es drinnen betekent “Ik gebruik het binnen”. lieber nicht is een goed herbruikbare combinatie voor “liever niet”. lieber maakt een voorkeur kenbaar en nicht ontkent de handeling. In deze zin hoort de combinatie bij het bevel: de spreker raadt aan het voorwerp niet buiten te gebruiken. Ich mache das lieber nicht betekent bijvoorbeeld “Dat doe ik liever niet”. wenn leidt hier een voorwaardelijke tijds-/omstandigheidszin in en betekent “als”. De bijzin wenn der Boden nass ist geeft de omstandigheid aan waaronder het advies geldt. In deze betekenis staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin: wenn ... nass ist. der Boden betekent “de grond” of “de bodem”. der is hier het bepaald lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Boden; in de vaste zin is Boden het onderwerp van de bijzin. Der Boden ist trocken betekent “De grond is droog”. nass betekent “nat”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord bij der Boden en staat na het koppelwerkwoord ist: Der Boden ist nass = “De grond is nat”. In deze predicatieve positie krijgt het geen uitgang door het onderwerp. De bijzin bevat daarnaast ist, de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Samen vormen der Boden, nass en ist de betekenis “de grond is nat”. De volledige structuur is Benutze sie draußen lieber nicht (“Gebruik hem buiten liever niet”) plus wenn der Boden nass ist (“als de grond nat is”). Als geheel betekent de zin: “Gebruik hem buiten liever niet als de grond nat is.”
Ich benutze sie drinnen und bringe sie zurück, wenn ich fertig bin.
Ik gebruik hem binnen en breng hem terug als ik klaar ben.
- Ich
- ik
- benutze
- gebruik
- sie
- hem
- drinnen
- binnen
- bringe … zurück
- breng ... terug
- wenn
- als
- ich
- ik
- fertig
- klaar
- bin
- ben
Uitgebreide uitleg
Ich is het Duitse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het onderwerp is hier degene die de handelingen uitvoert. Dezelfde vorm kan in andere zinnen ook na een voorzetsel of werkwoord voorkomen, maar de functie wordt door de zin bepaald. benutze komt van benutzen (“gebruiken”) en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich benutze. In het Duits krijgt een regelmatig werkwoord in deze vorm vaak de uitgang -e: ich benutze, du benutzt. Voorbeeld: Ich benutze den Schlüssel. — “Ik gebruik de sleutel.” sie is hier het lijdend voorwerp van benutze en bringe ... zurück; de vaste Nederlandse vertaling maakt duidelijk dat het bedoelde voorwerp met “hem” wordt aangeduid. De Duitse vorm sie kan op zichzelf verschillende grammaticale lezingen hebben, maar die mogelijke dubbelzinnigheid verandert de bedoelde betekenis in deze vaste zin niet. Voorbeeld: Ich sehe sie. — “Ik zie hem/haar/hen”, afhankelijk van de context. drinnen betekent “binnen”, dus binnenshuis of in een binnenruimte. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Wir bleiben drinnen. — “We blijven binnen.” bringe ... zurück hoort bij het scheidbare werkwoord zurückbringen (“terugbrengen”). In een hoofdzin staat het vervoegde deel bringe op de tweede zinsplaats en staat het partikel zurück aan het einde: Ich bringe das Buch zurück. — “Ik breng het boek terug.” Hier wordt hetzelfde voorwerp opnieuw bedoeld door sie. wenn leidt hier een bijzin in met de betekenis “als/wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het kan zowel een voorwaarde als een tijdsmoment inleiden; in deze zin gaat het om het moment waarop de spreker klaar is. Het tweede ich is opnieuw “ik” en is het onderwerp van de bijzin. Het onderwerp wordt niet automatisch door wenn veranderd; het blijft dezelfde eerste persoon als in het hoofddeel. fertig betekent hier “klaar” of “af”. In combinatie met sein vormt het de uitdrukking fertig sein: klaar zijn. Voorbeeld: Ich bin fertig. — “Ik ben klaar.” bin is de eerste persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd: ich bin. In de bijzin staat bin door wenn achteraan: wenn ich fertig bin. De vorm bin hoort dus bij het onderwerp ich, niet bij fertig. Samen betekent Ich benutze sie drinnen “Ik gebruik hem binnen”. Daarna voegt und de tweede handeling toe: bringe sie zurück — “breng hem terug”. De voorwaardelijke/tijdsbepalende bijzin wenn ich fertig bin betekent “als ik klaar ben”. De volledige zin is daarom: “Ik gebruik hem binnen en breng hem terug als ik klaar ben.”
Wenn ich nicht zu Hause bin, stell sie neben meine Tür.
Als ik niet thuis ben, zet hem dan naast mijn deur.
- Wenn
- als / wanneer
- nicht
- niet
- zu Hause
- thuis
- bin
- ben
- stell
- zet
- sie
- hem
- neben
- naast
- meine
- mijn
- Tür
- deur
Uitgebreide uitleg
Wenn leidt een voorwaardelijke bijzin in: hier betekent het “als”. In zo’n bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. Vergelijk: Wenn du kommst, ... = “Als je komt, ...”. nicht ontkent hier de combinatie zu Hause sein: de spreker is niet thuis. De plaatsbepaling nicht zu Hause vormt dus samen de ontkende toestand; nicht betekent niet automatisch dat het hele verdere zinsdeel ontkend wordt. zu Hause betekent “thuis”. Dit is een vaste uitdrukking voor iemands verblijfplaats. Het voorzetsel zu heeft hier niet de gewone betekenis “naar”; in deze uitdrukking hoort het bij Hause. bin is de ik-vorm van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd: ich bin. Door de voorafgaande Wenn staat deze vorm achteraan in de bijzin: Wenn ich nicht zu Hause bin = “Als ik niet thuis ben”. stell is de informele gebiedende wijs voor één persoon van stellen (“zetten/plaatsen”). Het onderwerp du wordt in deze gebiedende wijs meestal niet uitgesproken: Stell die Tasche hierhin! = “Zet de tas hier neer!” Stellen beschrijft hier het plaatsen van iets; legen wordt eerder gebruikt wanneer iets liggend wordt neergelegd. sie is hier het lijdend voorwerp van stell: in de vaste vertaling wordt het weergegeven als “hem”, dus als het voorwerp dat al uit de context bekend is. De Duitse vorm sie kan, afhankelijk van de grammaticale context, onder meer een vrouwelijk enkelvoudig of een meervoudig lijdend voorwerp aanduiden; de vorm alleen bepaalt niet welke concrete zaak bedoeld is. In dit voorbeeld is de vertaalde bedoeling het eerder besproken voorwerp. neben betekent “naast”. Bij een plaatsing met beweging naar een positie kan het een accusatiefgroep nemen: iets ergens naast zetten. Bij een vaste locatie zonder richting staat na neben doorgaans de datief: Die Tasche steht neben der Tür = “De tas staat naast de deur.” meine is de bezittelijke bepaler bij Tür: mein betekent “mijn”. Hier heeft hij de vorm meine omdat Tür vrouwelijk enkelvoud is en na het richtinggevende neben in de accusatief staat. Het is dus meine Tür, niet omdat meine zelf een zelfstandig naamwoord is, maar omdat de bepaler zich aan het volgende zelfstandig naamwoord aanpast. Tür betekent “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tür; het meervoud is die Türen. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. Samen vormt Wenn ich nicht zu Hause bin de voorwaarde “als ik niet thuis ben”. Daarna geeft stell sie neben meine Tür de opdracht “zet hem naast mijn deur”. De volledige betekenis is daarom: “Als ik niet thuis ben, zet hem dan naast mijn deur.”
Okay, ich stelle sie neben deine Tür, wenn du nicht da bist.
Oké, ik zet hem naast je deur als je weg bent.
- Okay
- oké
- stelle
- zet
- sie
- hem
- neben
- naast
- deine
- je
- Tür
- deur
- wenn du nicht da bist
- als je weg bent
Uitgebreide uitleg
Okay is een korte instemming of aankondiging: “oké”. Het verandert de inhoud van de handeling niet. stelle komt van stellen, “plaatsen/zetten”. In de vaste zin is stelle de tegenwoordige tijd bij ich: ich stelle = “ik zet”. Het werkwoord beschrijft hier dat de spreker iets op een bepaalde plaats neerzet. Vergelijk de gebiedende vorm stell! in het eerdere voorbeeld: Stell sie neben meine Tür! = “Zet hem naast mijn deur!” sie is hier het lijdend voorwerp van stelle; volgens de vaste vertaling verwijst het naar “hem”. De Duitse vorm sie kan in andere contexten ook een andere grammaticale rol of referentie hebben, maar hier is de relevante kennis dat het geplaatste voorwerp wordt aangeduid. Het voornaamwoord zelf draagt in deze zin geen informatie die de concrete identiteit van het voorwerp bepaalt. neben betekent “naast”. Deze voorzetsel kan in het Duits zowel met een datief bij een vaste plaats als met een accusatief bij een beweging of plaatsing naar een doel voorkomen. Omdat stelle het neerzetten naar een plaats beschrijft, staat hier de accusatief: neben deine Tür. deine hoort bij Tür en betekent “jouw”. Het is de bezittelijke vorm bij du; in deine Tür staat het bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief. Het is dus Tür die het zelfstandig naamwoord is, niet deine. Een vergelijkbaar patroon is Ich stelle es neben deine Tasche = “Ik zet het naast jouw tas.” Tür betekent “deur”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Tür; het meervoud is die Türen. In deze zin gaat het om één deur als plaatsbepaling, maar deine wordt hier niet als een telwoord gebruikt. wenn du nicht da bist betekent “als je weg bent” en vormt een voorwaardelijke bijzin. du is de tweede persoon enkelvoud (“jij”), bist is de bijbehorende vorm van sein (“zijn”), en da betekent hier “daar/aanwezig”. Samen met nicht geeft nicht da de betekenis “niet aanwezig” of, volgens de vaste vertaling, “weg”. In een bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wenn du nicht da bist. Wenn kan ook een tijdsbetekenis hebben (“wanneer/als”), maar hier past de voorwaarde bij de gegeven betekenis. De zin wordt zo opgebouwd: ich stelle sie = “ik zet hem”, neben deine Tür = “naast je deur”, en wenn du nicht da bist = “als je weg bent”. Samen betekent de hele uiting: “Oké, ik zet hem naast je deur als je weg bent.”
Achte auf die Sicherheit, auch wenn es länger dauert.
Let op de veiligheid, ook als het langer duurt.
- Achte auf
- let op (op iets letten)
- Sicherheit
- veiligheid
- auch wenn
- ook als / zelfs als
- länger
- langer
- dauert
- duurt
Uitgebreide uitleg
Achte auf is een bevel aan één persoon, van achten auf: ergens op letten of ergens aandacht aan besteden. In deze vaste vorm staat het werkwoord in de gebiedende wijs: Achte auf ... = “Let op ...”. Het voorzetsel auf hoort hier bij deze uitdrukking en krijgt een aanvulling, zoals in Achte auf den Verkehr. — “Let op het verkeer.” Sicherheit betekent hier “veiligheid”. Het is een zelfstandig naamwoord: die Sicherheit; het hoofdlettergebruik is verplicht in het Duits omdat zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter beginnen. De combinatie auf die Sicherheit achten betekent “op de veiligheid letten”. Het lidwoord die hoort bij deze vrouwelijke vorm; het zegt hier niet op zichzelf iets over het aantal. auch wenn leidt een bijzin in met de betekenis “ook als” of “zelfs als”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Bijvoorbeeld: Ich gehe, auch wenn es regnet. — “Ik ga, ook als het regent.” länger is de vergrotende trap van lang: lang – länger – am längsten. Hier beschrijft het niet een zelfstandig naamwoord, maar de duur van het gebeuren: “langer”. Een voorbeeld is Der Weg dauert länger. — “De weg duurt langer.” dauert is de derde persoon enkelvoud van dauern, in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp van deze vorm is es: es dauert = “het duurt”. De vorm dauert draagt dus de vervoeging; länger is de bijwoordelijke vergelijking die aangeeft dat de duur groter is. Samen betekent Achte auf die Sicherheit “Let op de veiligheid”. auch wenn es länger dauert voegt de voorwaarde toe “ook als het langer duurt”: zelfs wanneer de benodigde tijd groter is, blijft de aangesprokene het veiligheidsaspect in het oog houden. De volledige betekenis is: “Let op de veiligheid, ook als het langer duurt.”
Grammatica
während + bijzin: het werkwoord staat aan het einde
Der Bruder bleibt unten, während ich die Leiter festhalte.
deer broe-der blaibt oon-ten, vee-rent ich dee laiter fest-hal-te.De broer blijft onderaan terwijl ik de ladder vasthoud.
Na während komt een bijzin; het vervoegde werkwoord staat achteraan: festhalte.
damit + bijzin: het werkwoord staat aan het einde
Halte die Leiter fest, damit sie stabil bleibt.
hal-te dee laiter fest, da-mit zee shta-beel blaibt.Houd de ladder vast zodat die stabiel blijft.
Na damit staat het vervoegde werkwoord aan het einde: bleibt.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Dat zou moeten helpen.
Antwoord tonen
Das sollte helfen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
blijven
Antwoord tonen
bleibenbuurt
Antwoord tonen
Näheplafondlamp
Antwoord tonen
Deckenlampeiemand