Veilig een ladder lenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared building, one adult borrows a neighbor's ladder to change a ceiling light and agrees on safe use and return..

NL → DE / Niveau: B1

Over deze les

Met Veilig een ladder lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich deine Leiter benutzen, um eine Deckenlampe zu wechseln?

kan ich daine laiter be-noetsen, oem aine dekken-lampe tsoe veks-eln? Mag ik jouw ladder gebruiken om een plafondlamp te vervangen?
B

Das kannst du, aber lass jemanden in der Nähe bleiben, während du sie benutzt.

das kanst doe, aa-ber las yee-man-den in der nee-eh blai-ben, vee-rent doe zee be-noetst. Dat kan, maar laat iemand in de buurt blijven terwijl je hem gebruikt.
A

Mein Bruder kann die Leiter unten festhalten, damit sie stabil bleibt.

main broe-der kan dee laiter oon-ten fest-hal-ten, da-mit zee shta-beel blaibt. Mijn broer kan de onderkant vasthouden, zodat de ladder stabiel blijft.
B

Das sollte helfen.

das zol-te hel-fen. Dat zou moeten helpen.
B

Die Leiter ist stabil, aber du musst trotzdem vorsichtig sein.

dee laiter ist shta-beel, aa-ber doe moest trots-deem foor-zich-tich zain. De ladder is stevig, maar je moet toch voorzichtig zijn.
A

Ich brauche sie nur kurz und werde vorsichtig sein.

ich brow-che zee noer koerts oont vair-de foor-zich-tich zain. Ik heb hem maar kort nodig en ik zal voorzichtig zijn.
B

Nimm dir die Zeit, die du brauchst.

nim deer dee tsait, dee doe browchst. Neem de tijd die je nodig hebt.
B

Benutze sie draußen lieber nicht, wenn der Boden nass ist.

be-noet-se zee drow-sen lee-ber nicht, ven deer boo-den nas ist. Gebruik hem buiten liever niet als de grond nat is.
A

Ich benutze sie drinnen und bringe sie zurück, wenn ich fertig bin.

ich be-noet-se zee dri-nen oont bring-e zee tsoe-roek, ven ich fair-tich bin. Ik gebruik hem binnen en breng hem terug als ik klaar ben.
B

Wenn ich nicht zu Hause bin, stell sie neben meine Tür.

ven ich nicht tsoe hau-ze bin, shtel zee nee-ben mai-ne tuur. Als ik niet thuis ben, zet hem dan naast mijn deur.
A

Okay, ich stelle sie neben deine Tür, wenn du nicht da bist.

oo-kee, ich shtel-le zee nee-ben daine tuur, ven doe nicht daa bist. Oké, ik zet hem naast je deur als je weg bent.
B

Achte auf die Sicherheit, auch wenn es länger dauert.

ach-te aowf dee zie-chər-hait, aowch ven es leng-er dow-ert. Let op de veiligheid, ook als het langer duurt.

Woord voor woord

Kann ‘Kann’ betekent hier ‘kan’ en vraagt om toestemming. Het is een vorm van ‘können’; in ‘Kann ich deine Leiter benutzen?’ staat het vooraan omdat het een vraag is.
ich ‘Ich’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de persoon die de ladder wil gebruiken. In ‘Kann ich ...?’ staat het onderwerp direct na het werkwoord.
deine ‘Deine’ betekent ‘jouw’ en geeft aan dat de ladder van de aangesproken persoon is. Het hoort hier bij ‘Leiter’ in ‘deine Leiter’.
Leiter ‘Leiter’ betekent ‘ladder’. In dit gesprek is het het voorwerp dat geleend, gebruikt en later teruggebracht wordt; een bruikbaar patroon is ‘eine Leiter benutzen’.
benutzen ‘Benutzen’ betekent ‘gebruiken’. In ‘Kann ich deine Leiter benutzen?’ staat het als infinitief na het modale werkwoord ‘kann’.
um ‘Um’ leidt hier samen met ‘zu wechseln’ het doel van de handeling in: ‘um eine Deckenlampe zu wechseln’. De hele constructie betekent ‘om een plafondlamp te vervangen’.
eine ‘Eine’ betekent hier ‘een’ en introduceert ‘Deckenlampe’. In ‘eine Deckenlampe’ gaat het om één niet nader bepaalde plafondlamp.
Deckenlampe ‘Deckenlampe’ betekent ‘plafondlamp’. Het is het voorwerp dat in ‘eine Deckenlampe zu wechseln’ vervangen moet worden.
zu ‘Zu’ staat hier voor de infinitief ‘wechseln’ in de doelconstructie ‘um eine Deckenlampe zu wechseln’. Samen met ‘um’ maakt het duidelijk waarvoor de ladder gebruikt wordt.
wechseln ‘Wechseln’ betekent hier ‘vervangen’, omdat het over een plafondlamp gaat. In ‘um eine Deckenlampe zu wechseln’ staat het als infinitief na ‘zu’.
Das ‘Das’ betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de zojuist genoemde mogelijkheid om de ladder te gebruiken. In ‘Das kannst du’ vormt het samen met ‘kannst du’ een bevestiging met een voorwaarde die daarna volgt.
kannst ‘Kannst’ betekent hier ‘kunt’ en drukt uit dat de ander toestemming of mogelijkheid heeft. Het is een vorm van ‘können’ in ‘Das kannst du’.
du ‘Du’ betekent ‘jij’ of ‘je’ en verwijst naar de persoon die de ladder gebruikt. In ‘kannst du’ is het de aangesproken persoon.
aber ‘Aber’ betekent ‘maar’ en introduceert hier een veiligheidsvoorwaarde bij de toestemming. Het verbindt ‘Das kannst du’ met ‘lass jemanden in der Nähe bleiben’.
lass ‘Lass’ betekent hier ‘laat’ of ‘zorg dat’ en geeft een instructie. Het is een vorm van ‘lassen’ in het patroon ‘lass jemanden ... bleiben’.
jemanden ‘Jemanden’ betekent ‘iemand’ als de persoon die in de buurt moet blijven. In ‘lass jemanden in der Nähe bleiben’ verwijst het naar een niet nader genoemde helper.
in ‘In’ betekent hier ‘in’ en geeft samen met ‘der Nähe’ een plaats aan. ‘In der Nähe’ betekent ‘in de buurt’.
der ‘Der’ betekent hier ‘de’ in de uitdrukking ‘in der Nähe’. Het hoort bij ‘Nähe’ en maakt samen met ‘in’ de plaatsaanduiding ‘in de buurt’.
Nähe ‘Nähe’ betekent ‘buurt’ of ‘nabijheid’. In ‘in der Nähe bleiben’ gaat het om op korte afstand blijven terwijl iemand de ladder gebruikt.
bleiben ‘Bleiben’ betekent ‘blijven’. In ‘jemanden in der Nähe bleiben lassen’ beschrijft het de toestand die de andere persoon moet behouden.
während ‘Während’ betekent ‘terwijl’ en leidt de handeling in die gelijktijdig plaatsvindt. In ‘während du sie benutzt’ verbindt het de hoofdzin met het gebruik van de ladder.
sie ‘Sie’ verwijst hier naar de ladder en betekent ‘haar’ of ‘ze’ als voorwerp van gebruiken. De verwijzing komt van het vrouwelijke woord ‘Leiter’.
benutzt ‘Benutzt’ betekent ‘gebruikt’ en is een vorm van ‘benutzen’. In ‘während du sie benutzt’ zegt het wat de aangesproken persoon op dat moment met de ladder doet.
Mein ‘Mein’ betekent ‘mijn’ en geeft aan dat de broer bij de spreker hoort. Het staat voor ‘Bruder’ in ‘Mein Bruder’.
Bruder ‘Bruder’ betekent ‘broer’. In deze zin is hij de persoon die de ladder onderaan vasthoudt.
die ‘Die’ betekent ‘de’. In ‘die Leiter’ verwijst het naar de specifieke ladder waarover het gesprek gaat; in ‘die Zeit’ hoort het bij ‘Zeit’.
unten ‘Unten’ betekent ‘onderaan’ of ‘aan de onderkant’. In ‘die Leiter unten festhalten’ geeft het aan waar de ladder vastgehouden moet worden.
festhalten ‘Festhalten’ betekent ‘vasthouden’. In ‘die Leiter unten festhalten’ gaat het om de ladder stevig op haar plaats houden.
damit ‘Damit’ betekent hier ‘zodat’ en leidt het beoogde resultaat in. In ‘damit sie stabil bleibt’ wordt uitgelegd waarom de broer de ladder vasthoudt.
stabil ‘Stabil’ betekent ‘stabiel’ en beschrijft hier de gewenste toestand van de ladder. Het staat in de combinatie ‘stabil bleibt’.
bleibt ‘Bleibt’ betekent ‘blijft’ en is een vorm van ‘bleiben’. In ‘damit sie stabil bleibt’ betekent het dat de ladder stabiel moet blijven.
sollte ‘Sollte’ betekent hier ‘zou moeten’ en drukt een voorzichtige verwachting uit. Het is een vorm van ‘sollen’ in ‘Das sollte helfen’.
helfen ‘Helfen’ betekent ‘helpen’. In ‘Das sollte helfen’ staat het als infinitief na ‘sollte’ en verwijst het naar de voorgestelde ondersteuning.
ist ‘Ist’ betekent ‘is’ en is een vorm van ‘sein’. In ‘Die Leiter ist stabil’ beschrijft het een eigenschap van de ladder.
musst ‘Musst’ betekent ‘moet’ en is een vorm van ‘müssen’. In ‘du musst trotzdem vorsichtig sein’ drukt het een noodzakelijke veiligheidsmaatregel uit.
trotzdem ‘Trotzdem’ betekent ‘toch’ of ‘desondanks’. Het laat hier zien dat voorzichtigheid nodig blijft, ook al is de ladder stabiel.
vorsichtig ‘Vorsichtig’ betekent ‘voorzichtig’. In ‘vorsichtig sein’ beschrijft het hoe iemand zich bij het gebruik van de ladder moet gedragen.
sein ‘Sein’ betekent ‘zijn’ en is de infinitief van ‘sein’. In ‘vorsichtig sein’ staat het na ‘musst’ en na ‘werde’ om de toestand ‘voorzichtig zijn’ uit te drukken.
brauche ‘Brauche’ betekent ‘heb nodig’ en is een vorm van ‘brauchen’. In ‘Ich brauche sie nur kurz’ gaat het om de tijd waarin de spreker de ladder nodig heeft.
nur ‘Nur’ betekent hier ‘alleen’ of ‘slechts’ en beperkt de duur. In ‘Ich brauche sie nur kurz’ maakt het duidelijk dat de ladder niet lang nodig is.
kurz ‘Kurz’ betekent hier ‘kort’ en beschrijft de gebruiksduur. In ‘sie nur kurz brauchen’ betekent het dat de ladder slechts korte tijd nodig is.
und ‘Und’ betekent ‘en’ en verbindt twee mededelingen. In ‘Ich brauche sie nur kurz und werde vorsichtig sein’ verbindt het de beperkte duur met de belofte voorzichtig te zijn.
werde ‘Werde’ betekent hier ‘zal’ en is een vorm van ‘werden’. In ‘werde vorsichtig sein’ drukt het een toezegging van de spreker uit.
Nimm ‘Nimm’ betekent ‘neem’ en is de gebiedende vorm van ‘nehmen’. In ‘Nimm dir die Zeit, die du brauchst’ is het een vriendelijke instructie om voldoende tijd te nemen.
dir ‘Dir’ betekent hier ‘voor jezelf’ in de combinatie ‘Nimm dir die Zeit’. Het patroon ‘sich die Zeit nehmen’ wordt gebruikt wanneer iemand wordt aangeraden niet te haasten.
Zeit ‘Zeit’ betekent ‘tijd’. In ‘die Zeit, die du brauchst’ gaat het om de hoeveelheid tijd die nodig is om de taak veilig af te ronden.
brauchst ‘Brauchst’ betekent ‘nodig hebt’ en is een vorm van ‘brauchen’. In ‘die du brauchst’ specificeert het welke tijd bedoeld wordt.
Benutze ‘Benutze’ betekent ‘gebruik’ en is de gebiedende vorm van ‘benutzen’. In ‘Benutze sie draußen lieber nicht’ geeft de spreker een direct veiligheidsadvies.
draußen ‘Draußen’ betekent ‘buiten’. In ‘Benutze sie draußen lieber nicht’ verwijst het naar gebruik in de buitenlucht.
lieber ‘Lieber’ betekent hier ‘liever’ en verzacht het advies. Samen met ‘nicht’ vormt het ‘liever niet’ in ‘Benutze sie draußen lieber nicht’.
nicht ‘Nicht’ betekent ‘niet’ en ontkent hier het voorgestelde gebruik van de ladder buiten. In ‘Benutze sie draußen lieber nicht’ maakt het van de instructie een waarschuwing.
wenn ‘Wenn’ betekent hier ‘als’ en leidt een voorwaarde in. In ‘wenn der Boden nass ist’ bepaalt het wanneer de ladder buiten niet gebruikt moet worden.
Boden ‘Boden’ betekent hier ‘grond’. In ‘wenn der Boden nass ist’ gaat het om de ondergrond buiten waarop de ladder staat.
nass ‘Nass’ betekent ‘nat’ en beschrijft de toestand van de grond. In ‘der Boden nass ist’ is een natte ondergrond de voorwaarde voor het veiligheidsadvies.
drinnen ‘Drinnen’ betekent ‘binnen’. In ‘Ich benutze sie drinnen’ zegt de spreker dat de ladder binnenshuis gebruikt zal worden.
bringe ‘Bringe’ betekent ‘breng’ en is een vorm van ‘bringen’. In ‘bringe sie zurück’ hoort het bij ‘zurück’ en betekent de hele combinatie dat de ladder teruggebracht wordt.
zurück ‘Zurück’ betekent ‘terug’. Samen met ‘bringe’ vormt het in ‘bringe sie zurück’ de betekenis ‘breng haar terug’.
fertig ‘Fertig’ betekent hier ‘klaar’ of ‘af’. In ‘wenn ich fertig bin’ geeft het aan dat de taak afgerond is.
bin ‘Bin’ betekent ‘ben’ en is een vorm van ‘sein’. In ‘wenn ich fertig bin’ beschrijft het de toestand van de spreker nadat die klaar is.
zu Hause ‘Zu Hause’ betekent als geheel ‘thuis’. In deze vaste uitdrukking werken ‘zu’ en ‘Hause’ samen om de plaats of toestand thuis aan te geven.
stell ‘Stell’ betekent ‘zet’ of ‘plaats’ en is de gebiedende vorm van ‘stellen’. In ‘stell sie neben meine Tür’ vraagt de spreker om de ladder naast de deur te plaatsen.
neben ‘Neben’ betekent ‘naast’ en geeft de plaats aan waar iets neergezet moet worden. In ‘neben meine Tür’ hoort het bij het plaatsen van de ladder naast de deur.
meine ‘Meine’ betekent ‘mijn’ en geeft aan bij wie de deur hoort. Het staat voor ‘Tür’ in ‘meine Tür’.
Tür ‘Tür’ betekent ‘deur’. In ‘neben meine Tür’ is het de plaats waar de ladder neergezet moet worden.
stelle ‘Stelle’ betekent ‘zet’ of ‘plaats’ en is een vorm van ‘stellen’. In ‘ich stelle sie neben deine Tür’ beschrijft de spreker wat die met de ladder zal doen.
Okay ‘Okay’ betekent ‘oké’ en geeft aan dat de spreker de afspraak aanvaardt. Het staat hier zelfstandig aan het begin van de bevestiging.
da ‘Da’ betekent hier ‘daar’ of ‘aanwezig’. In ‘wenn du nicht da bist’ betekent het dat de aangesproken persoon niet op die plaats aanwezig is.
Achte ‘Achte’ betekent ‘let op’ en is de gebiedende vorm van ‘achten’. In ‘Achte auf die Sicherheit’ geeft het een directe veiligheidsinstructie.
auf ‘Auf’ is hier onderdeel van de vaste combinatie ‘Achte auf die Sicherheit’. Samen betekenen ‘Achte auf’ dat je aandacht besteedt aan iets.
Sicherheit ‘Sicherheit’ betekent ‘veiligheid’. In ‘Achte auf die Sicherheit’ is het datgene waarop de spreker de aandacht wil richten.
auch ‘Auch’ betekent hier ‘ook’ of ‘zelfs’ en versterkt de voorwaarde. Samen met ‘wenn’ vormt het ‘auch wenn’, wat ‘ook als’ of ‘zelfs als’ betekent.
es ‘Es’ betekent hier ‘het’ en staat als onderwerp in ‘es länger dauert’. Het verwijst niet naar een concreet voorwerp, maar naar het verloop van de taak of situatie.
länger ‘Länger’ betekent ‘langer’ en is de vergelijkende vorm van ‘lang’. In ‘es länger dauert’ geeft het aan dat de taak meer tijd kost.
dauert ‘Dauert’ betekent ‘duurt’ en is een vorm van ‘dauern’. In ‘es länger dauert’ zegt het dat de handeling langer tijd in beslag neemt.

Grammatica

während + bijzin: het werkwoord staat aan het einde

Der Bruder bleibt unten, während ich die Leiter festhalte.

deer broe-der blaibt oon-ten, vee-rent ich dee laiter fest-hal-te.

De broer blijft onderaan terwijl ik de ladder vasthoud.

Na während komt een bijzin; het vervoegde werkwoord staat achteraan: festhalte.

damit + bijzin: het werkwoord staat aan het einde

Halte die Leiter fest, damit sie stabil bleibt.

hal-te dee laiter fest, da-mit zee shta-beel blaibt.

Houd de ladder vast zodat die stabiel blijft.

Na damit staat het vervoegde werkwoord aan het einde: bleibt.

Duits woordenschat

benutzen werkwoord
be-noet-sen gebruiken
bleiben werkwoord
blai-ben blijven
Bruder zelfstandig naamwoord
broe-der broer
damit voegwoord
da-mit zodat
Deckenlampe zelfstandig naamwoord
dek-ken-lam-pe plafondlamp
festhalten werkwoord
fest-hal-ten vasthouden
jemand voornaamwoord
yee-mant iemand jemanden
Leiter zelfstandig naamwoord
laiter ladder
Nähe zelfstandig naamwoord
nee-eh buurt
unten bijwoord
oon-ten onderaan
während voegwoord
vee-rent terwijl
wechseln werkwoord
veks-eln vervangen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat zou moeten helpen.

Antwoord tonenDas sollte helfen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

blijven

Antwoord tonenbleiben

buurt

Antwoord tonenNähe

plafondlamp

Antwoord tonenDeckenlampe

iemand

Antwoord tonenjemanden