Mein
“Mein” betekent hier “mijn” en geeft aan dat de fietsband van de spreker is. Het staat direct voor “Fahrradreifen” in “Mein Fahrradreifen”. Je gebruikt deze vorm wanneer je in het Duits bezit bij een zelfstandig naamwoord aangeeft.
Fahrradreifen
“Fahrradreifen” betekent hier fietsband. Het is het onderdeel van de fiets dat volgens de dialoog lek of plat is. Je gebruikt dit woord wanneer je over een fietsband praat, bijvoorbeeld in de context van reparatie.
ist
“ist” betekent hier “is” en beschrijft de toestand van de fietsband in “ist platt”. Het is de vorm van “sein” die bij “Mein Fahrradreifen” hoort. Je gebruikt “ist” om een toestand of eigenschap te beschrijven.
platt
“platt” beschrijft hier dat de fietsband leeg of plat is. In “Mein Fahrradreifen ist platt” geeft het woord de toestand van de band aan. Je gebruikt het in een situatie waarin je uitlegt waarom een band gerepareerd moet worden.
und
“und” verbindt hier twee mededelingen: de band is plat en de spreker heeft een reparatieset nodig. Het zorgt voor een eenvoudige opsomming van samenhangende informatie. Je gebruikt “und” om woorden, zinsdelen of zinnen met elkaar te verbinden.
ich
“ich” betekent “ik” en verwijst naar de persoon die spreekt. In “ich brauche” is het de persoon die iets nodig heeft. Je gebruikt “ich” wanneer je over jezelf spreekt; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als “Ich”.
brauche
“brauche” betekent hier “heb nodig” in “ich brauche ein Reparaturset”. Het is de vorm van “brauchen” die bij “ich” hoort. Je gebruikt dit werkwoord met datgene wat je nodig hebt, zoals in “ich brauche ein Reparaturset”.
ein
“ein” betekent hier “een” in “ein Reparaturset”. Het introduceert één reparatieset zonder die eerder specifiek te hebben genoemd. Je gebruikt het direct voor een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een niet nader bepaalde zaak verwijst.
Reparaturset
“Reparaturset” betekent reparatieset: een set hulpmiddelen voor de reparatie. In de dialoog heeft de spreker deze set nodig om de fietsband te repareren. Je kunt het woord gebruiken wanneer je om een complete set voor een bepaalde reparatie vraagt.
habe
“habe” betekent hier “heb” in “Ich habe ein Set”. Het is de vorm van “haben” die bij “Ich” hoort en geeft bezit of beschikbaarheid aan. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat je iets hebt, bijvoorbeeld een hulpmiddel.
Set
“Set” betekent hier een set met meerdere hulpmiddelen. In “Ich habe ein Set mit Reifenhebern und einem Ersatzschlauch” wordt de inhoud van de set daarna genoemd. Je gebruikt het woord voor een verzameling onderdelen die samen bedoeld zijn voor een taak.
mit
“mit” betekent hier “met” en geeft aan wat er bij de set zit: “mit Reifenhebern” en “mit einem Ersatzschlauch”. Het verbindt de set met de hulpmiddelen die erbij horen. Je gebruikt “mit” om een begeleidend voorwerp of de inhoud van iets te noemen.
Reifenhebern
“Reifenhebern” betekent hier bandenlichters, de hulpmiddelen waarmee je een fietsband losmaakt. In “mit Reifenhebern” noemt het woord een onderdeel van de set. Je gebruikt het wanneer je specifieke hulpmiddelen voor het verwijderen van een band bespreekt.
einem
“einem” betekent hier “een” in “einem Ersatzschlauch”. Het introduceert de reservebinnenband als onderdeel van de set. Je gebruikt deze vorm in de woordgroep “mit einem Ersatzschlauch” wanneer je de inhoud van een set beschrijft.
Ersatzschlauch
“Ersatzschlauch” betekent reservebinnenband. In de dialoog zit deze in de set die de spreker aanbiedt. Je gebruikt het woord wanneer je een extra binnenband bedoelt die een oude of beschadigde binnenband kan vervangen.
Könntest
“Könntest” maakt van “Könntest du mir zeigen” een beleefd verzoek: “zou je me kunnen laten zien”. Het is de vorm die in deze vraag bij “du” hoort. Je gebruikt deze formulering wanneer je iemand vriendelijk om uitleg of een demonstratie vraagt.
du
“du” betekent “je” en verwijst naar de persoon aan wie het verzoek gericht is. In “Könntest du mir zeigen” is die persoon degene die iets kan laten zien. Je gebruikt “du” in een informele aanspreekvorm voor één persoon.
mir
“mir” betekent hier “mij” in “mir zeigen”: iets aan mij laten zien. Het geeft aan wie de uitleg of demonstratie ontvangt. Je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt iets aan jou uit te leggen of te tonen.
zeigen
“zeigen” betekent hier “laten zien” in “Könntest du mir zeigen”. Het benoemt de handeling waar de spreker om vraagt. Je gebruikt het in de constructie “jemandem zeigen, wie ...” wanneer je vraagt of iemand kan demonstreren hoe iets werkt.
wie
“wie” betekent hier “hoe” en leidt de uitleg in over de manier waarop het wiel verwijderd moet worden. In “wie ich das Rad richtig ausbaue” introduceert het de bijzin met de handeling. Je gebruikt “wie” om naar een werkwijze of methode te vragen.
das
“das” betekent hier “het” in “das Rad”. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord dat verwijderd moet worden. Je gebruikt deze vorm in deze woordgroep wanneer je naar het specifieke wiel uit de dialoog verwijst.
Rad
“Rad” betekent hier wiel, namelijk het fietswiel dat uit de fiets gehaald moet worden. In “das Rad richtig ausbaue” is het het voorwerp van die handeling. Je gebruikt het woord wanneer je het wiel als onderdeel van een fiets benoemt.
richtig
“richtig” betekent hier “op de juiste manier” in “das Rad richtig ausbaue”. Het geeft aan dat de handeling correct moet worden uitgevoerd. Je gebruikt het om te vragen of te zeggen dat iets volgens de juiste werkwijze gebeurt.
ausbaue
“ausbaue” betekent hier “uitbouw” of “verwijder” in “wie ich das Rad richtig ausbaue”. Het is de vorm van “ausbauen” bij “ich” in deze bijzin. Je gebruikt het wanneer je een onderdeel uit een groter geheel haalt, zoals een wiel uit een fiets.
Dreh
“Dreh” is hier een instructie: “draai” in “Dreh das Fahrrad zuerst vorsichtig auf den Kopf”. Het vraagt de aangesproken persoon om de fiets van positie te veranderen. Je gebruikt deze vorm om iemand informeel een directe handeling te laten uitvoeren.
Fahrrad
“Fahrrad” betekent fiets. In “Dreh das Fahrrad zuerst vorsichtig auf den Kopf” is de fiets het voorwerp dat omgedraaid moet worden. Je gebruikt het woord wanneer je naar de fiets als geheel verwijst.
zuerst
“zuerst” betekent hier “eerst” en geeft de eerste stap in de werkwijze aan. In “Dreh das Fahrrad zuerst vorsichtig ...” moet het omdraaien vóór de volgende handelingen gebeuren. Je gebruikt het om de volgorde van instructies aan te geven.
vorsichtig
“vorsichtig” betekent hier “voorzichtig” en beschrijft hoe de fiets omgedraaid moet worden. Het waarschuwt de gebruiker om de handeling beheerst uit te voeren. Je gebruikt het bij instructies waarbij schade of onnodige kracht vermeden moet worden.
auf
“auf” maakt hier deel uit van “auf den Kopf” in de instructie “Dreh das Fahrrad zuerst vorsichtig auf den Kopf”. Samen met de andere woorden geeft deze uitdrukking aan dat de fiets ondersteboven komt te staan. Je gebruikt “auf den Kopf” als vaste uitdrukking voor deze omgekeerde positie.
den
“den” hoort hier bij de woordgroep “den Kopf” in “auf den Kopf”. Het verwijst samen met “Kopf” naar de positie waarin de fiets gedraaid moet worden. Je leert deze vorm in de vaste uitdrukking “auf den Kopf”.
Kopf
“Kopf” betekent hier “hoofd” en vormt samen met “auf den” de uitdrukking “auf den Kopf”. In de dialoog betekent die volledige uitdrukking dat de fiets ondersteboven wordt gezet. Je gebruikt “Kopf” hier dus binnen deze vaste richtingsuitdrukking.
noch
“noch” betekent hier “nog” in de combinatie “noch nie”. Samen met “nie” benadrukt het dat iets tot nu toe niet is gebeurd. Je gebruikt “noch nie” om te zeggen dat je een handeling nooit eerder hebt uitgevoerd.
nie
“nie” betekent “nooit” in “noch nie”. De combinatie geeft aan dat de spreker vóór dit moment geen binnenband heeft vervangen. Je gebruikt “noch nie” wanneer je gebrek aan eerdere ervaring beschrijft.
selbst
“selbst” betekent hier “zelf” in “noch nie selbst”. Het benadrukt dat de spreker de handeling zonder iemand anders heeft uitgevoerd. Je gebruikt het om duidelijk te maken wie een handeling persoonlijk doet.
einen
“einen” betekent hier “een” in “einen Schlauch gewechselt”. Het verwijst naar één binnenband die de spreker nog nooit zelf heeft vervangen. Je gebruikt deze vorm in de woordgroep die de vervangen binnenband benoemt.
Schlauch
“Schlauch” betekent hier binnenband. In “einen Schlauch gewechselt” gaat het om het onderdeel dat vervangen wordt. Je gebruikt het woord wanneer je de binnenband van een fiets bedoelt; later verwijst “den Schlauch” naar dezelfde soort band.
gewechselt
“gewechselt” betekent hier “vervangen” in “einen Schlauch gewechselt”. Het beschrijft de afgeronde handeling die samen met “habe” wordt genoemd. Je gebruikt de combinatie “habe ... gewechselt” om te zeggen dat je iets hebt vervangen.
Befolge
“Befolge” is hier een instructie: “volg” in “Befolge die Anleitung genau”. Het vraagt de aangesproken persoon om de handleiding als leidraad te gebruiken. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand informeel opdraagt aanwijzingen te volgen.
die
“die” betekent hier “de” in “die Anleitung”. Het staat voor de handleiding die in deze situatie gevolgd moet worden. Je gebruikt deze vorm binnen de woordgroep “die Anleitung” wanneer je naar die handleiding verwijst.
Anleitung
“Anleitung” betekent hier handleiding of instructies voor het repareren. In “Befolge die Anleitung genau” is het de bron van de stappen die de leerling moet volgen. Je gebruikt het woord wanneer je verwijst naar geschreven of gegeven aanwijzingen voor een taak.
genau
“genau” betekent hier “precies” of “nauwkeurig” in “die Anleitung genau”. Het benadrukt dat de aanwijzingen niet slordig moeten worden uitgevoerd. Je gebruikt het bij instructies wanneer de uitvoering nauwkeurig moet gebeuren.
versuche
“versuche” betekent hier “probeer” in “versuche nicht, ein Teil ... zu bewegen”. In deze zin maakt het deel uit van een negatieve instructie om een handeling niet te forceren. Je gebruikt “versuche, ... zu ...” om iemand aan te moedigen iets te proberen; met “nicht” wordt het een waarschuwing.
nicht
“nicht” ontkent hier de handeling in “versuche nicht, ein Teil mit Gewalt zu bewegen”. Het maakt duidelijk dat de gebruiker geen onderdeel met kracht moet bewegen. Je gebruikt “nicht” om een handeling of instructie te ontkennen.
Teil
“Teil” betekent hier “onderdeel” in “ein Teil”. Het verwijst naar een afzonderlijk onderdeel van de fiets of het reparatiemateriaal. Je gebruikt het wanneer je een specifiek onderdeel noemt zonder het verder te benoemen.
Gewalt
“Gewalt” betekent hier kracht of geweld binnen de uitdrukking “mit Gewalt”. De volledige uitdrukking waarschuwt om een onderdeel niet met kracht te bewegen. Je gebruikt “mit Gewalt” wanneer je beschrijft dat iets geforceerd wordt uitgevoerd.
zu
“zu” is hier het woord vóór het werkwoord in “zu bewegen” en maakt deel uit van de constructie na “versuche nicht”. Het helpt de voorgenomen handeling “bewegen” te formuleren. Je gebruikt “zu” in een constructie als “versuche, etwas zu ...”.
bewegen
“bewegen” betekent hier “bewegen” in “ein Teil mit Gewalt zu bewegen”. Het gaat om het verplaatsen van een onderdeel, wat volgens de instructie niet geforceerd mag worden. Je gebruikt het met een voorwerp wanneer je zegt dat iets wordt verplaatst of bewogen.
Nachdem
“Nachdem” betekent hier “nadat” en leidt de bijzin “Nachdem ich den Schlauch ersetzt habe” in. Het markeert dat het vervangen van de binnenband eerst klaar is voordat de volgende vraag komt. Je gebruikt “Nachdem ...” om een handeling in de tijd vóór een andere handeling te plaatsen.
ersetzt
“ersetzt” betekent hier “vervangen” in “den Schlauch ersetzt habe”. Het beschrijft de handeling die eerst voltooid moet zijn. Je gebruikt deze vorm samen met “habe” in de uitdrukking “habe ... ersetzt”.
soll
“soll” betekent hier “moet” of “zou moeten” in de vraag “soll ich dann den Reifendruck prüfen?”. De spreker vraagt hiermee om advies over de volgende stap. Je gebruikt “soll ich ...?” wanneer je wilt weten wat je nu hoort te doen.
dann
“dann” betekent hier “dan” en verwijst naar het moment nadat de binnenband vervangen is. In “soll ich dann ...?” vraagt de spreker naar de daaropvolgende handeling. Je gebruikt het om een volgende stap of gevolg in de tijd aan te geven.
Reifendruck
“Reifendruck” betekent bandenspanning. In “den Reifendruck prüfen” is het de waarde of toestand van de lucht in de band die gecontroleerd moet worden. Je gebruikt het woord wanneer je over de spanning van een fietsband praat.
prüfen
“prüfen” betekent hier “controleren” in “den Reifendruck prüfen”. Het is de handeling waar de spreker in de vraag advies over vraagt. Je gebruikt het met datgene wat je wilt nakijken, zoals de bandenspanning.
Der
“Der” betekent hier “de” in “Der Reifen”. Het staat aan het begin van de zin voor de band waarover de uitleg gaat. Dezelfde vorm verschijnt als “der” binnen “während der ...” niet in deze dialoog; hier gaat het specifiek om “Der Reifen”.
Reifen
“Reifen” betekent hier band, het buitenste deel van het fietswiel dat stevig moet aanvoelen. In “Der Reifen sollte sich fest anfühlen” wordt de gewenste toestand ervan beschreven. Je gebruikt het woord wanneer je naar de fietsband als geheel verwijst.
sollte
“sollte” betekent hier “zou moeten” en geeft een aanbeveling over de toestand van de band. In “Der Reifen sollte sich fest anfühlen” beschrijft het wat de gebruiker bij controle zou moeten voelen. Je gebruikt deze vorm om een voorzichtige aanbeveling of verwachting uit te drukken.
sich
“sich” betekent hier “zich” in de constructie “sich fest anfühlen”. Het hoort bij “anfühlen” en maakt duidelijk dat de band op een bepaalde manier aanvoelt. Je gebruikt deze combinatie om een waargenomen gevoel of eigenschap te beschrijven.
fest
“fest” betekent hier “stevig” in “sich fest anfühlen”. Het beschrijft hoe de band bij aanraking hoort aan te voelen. Je gebruikt het in deze context om een geschikte, niet-slappe toestand aan te geven.
anfühlen
“anfühlen” betekent hier “aanvoelen” in “sich fest anfühlen”. De volledige constructie beschrijft de indruk die je krijgt wanneer je de band aanraakt. Je gebruikt het patroon “sich ... anfühlen” om te zeggen hoe iets aanvoelt.
aber
“aber” betekent hier “maar” en contrasteert “fest” met “nicht zu hart”. De band moet dus stevig aanvoelen, maar niet overdreven hard. Je gebruikt “aber” om twee eigenschappen of voorwaarden tegenover elkaar te plaatsen.
hart
“hart” betekent hier “hard” in “nicht zu hart”. Het beschrijft een toestand die volgens de uitleg niet te sterk aanwezig mag zijn. Je gebruikt het met “zu” om aan te geven dat iets een ongewenst hoge mate heeft.
in
“in” maakt hier deel uit van de uitdrukking “in der Nähe”. Samen geeft die woordgroep aan dat iemand dichtbij blijft. Je gebruikt “in der Nähe” om de plaats of nabijheid van een persoon of voorwerp aan te geven.
Nähe
“Nähe” betekent hier “buurt” of nabijheid in “in der Nähe”. De spreker vraagt of de ander dichtbij kan blijven tijdens de eerste stap. Je gebruikt het woord in “in der Nähe” wanneer iemand niet ver weg moet zijn.
bleiben
“bleiben” betekent hier “blijven” in “in der Nähe bleiben”. Het vraagt dat de ander op die plek of in die nabijheid blijft. Je gebruikt het met een plaatsbepaling om te zeggen waar iemand moet blijven.
während
“während” betekent hier “terwijl” en verbindt een handeling met een gelijktijdige andere handeling. In “während ich den ersten Schritt ausprobiere” blijft de ander in de buurt gedurende die stap. Je gebruikt “während” om twee gelijktijdige gebeurtenissen te verbinden.
ersten
“ersten” betekent hier “eerste” in “den ersten Schritt”. Het geeft aan dat het om stap nummer één van de werkwijze gaat. Je gebruikt deze vorm wanneer je binnen een reeks naar de eerste stap verwijst.
Schritt
“Schritt” betekent hier “stap” in “den ersten Schritt”. Het verwijst naar één afzonderlijke handeling binnen het reparatieproces. Je gebruikt het woord wanneer je een procedure of taak in opeenvolgende delen beschrijft.
ausprobiere
“ausprobiere” betekent hier “uitprobeer” in “ich den ersten Schritt ausprobiere”. Het beschrijft dat de spreker de eerste handeling zelf gaat proberen. Je gebruikt deze vorm van “ausprobieren” wanneer je zegt dat je iets test of voor het eerst probeert.
kann
“kann” betekent hier “kan” in “Ich kann dich durch den ersten Teil führen”. Het drukt uit dat de spreker in staat is om begeleiding te geven. Je gebruikt het met een infinitief om een mogelijkheid of vaardigheid te beschrijven.
dich
“dich” betekent hier “je” als de persoon die door het eerste deel wordt begeleid. In “Ich kann dich ... führen” is deze persoon het directe doel van de begeleiding. Je gebruikt “dich” wanneer je een ander informeel aanspreekt als degene op wie de handeling gericht is.
durch
“durch” betekent hier “door” in “dich durch den ersten Teil führen”. Het geeft het traject of deel aan waar iemand stap voor stap doorheen wordt begeleid. Je gebruikt de constructie “jemanden durch einen Teil führen” om begeleiding tijdens een proces te beschrijven.
führen
“führen” betekent hier “begeleiden” in “dich durch den ersten Teil führen”. Het beschrijft dat de spreker uitlegt wat de ander tijdens dat deel moet doen. Je gebruikt het in deze constructie wanneer je iemand door een taak, proces of onderdeel leidt.
benutzt
“benutzt” betekent hier “gebruikt” in “während du das Set benutzt”. Het beschrijft de handeling die gelijktijdig plaatsvindt met de begeleiding. Je gebruikt deze vorm wanneer je zegt dat iemand een hulpmiddel of voorwerp inzet.