Ich
„Ich“ betekent hier „ik“ en verwijst naar de spreker die eerlijk over de zaag wil praten. Het staat als onderwerp vooraan in „Ich muss ehrlich über die Säge sprechen“. Je gebruikt het wanneer je over je eigen handeling, behoefte of verantwoordelijkheid spreekt.
muss
„muss“ geeft hier aan dat de spreker eerlijk moet zijn en over de zaag moet praten. Het vormt samen met het infinitief „sprechen“ de uitdrukking „muss ... sprechen“, waarbij het infinitief achteraan staat. Je gebruikt dit om een noodzaak of verplichting uit te drukken.
ehrlich
„ehrlich“ betekent hier „eerlijk“ en beschrijft hoe de spreker wil praten. In „ehrlich über die Säge sprechen“ geeft het aan dat de spreker niets wil verbergen. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je open over een fout of probleem wilt zijn.
über
„über“ betekent hier „over“ en geeft het onderwerp van het gesprek aan: de zaag. Het hoort bij „über die Säge sprechen“. Je gebruikt deze combinatie wanneer je over een onderwerp praat.
die
„die“ verwijst in „die ich ausgeliehen habe“ terug naar „die Säge“ en introduceert de bijzin die zegt welke zaag bedoeld wordt. Hier is het dus een betrekkelijk voornaamwoord, niet het lidwoord vóór „Säge“. Je gebruikt een dergelijke bijzin om extra informatie over een zelfstandig naamwoord te geven.
Säge
„Säge“ betekent „zaag“ en is het gereedschap waarover de spreker praat. In „die Säge“ staat het na het lidwoord „die“. Je gebruikt het voor een gereedschap waarmee je materiaal zaagt.
sprechen
„sprechen“ betekent hier „praten“ of „spreken“ over de zaag. Het is het infinitief na „muss“ in „muss ehrlich über die Säge sprechen“. Je gebruikt het met „über“ wanneer je een onderwerp bespreekt.
ausgeliehen
„ausgeliehen“ betekent hier „geleend“: de spreker heeft de zaag eerder geleend. Het is de vorm van „ausleihen“ in „die ich ausgeliehen habe“ en staat samen met „habe“. Je gebruikt „etwas ausleihen“ wanneer je iets tijdelijk van iemand meeneemt met de bedoeling het terug te brengen.
habe
„habe“ betekent hier „heb“ en helpt in „die ich ausgeliehen habe“ om de eerdere handeling van lenen uit te drukken. Het hoort bij „ausgeliehen“ en staat aan het einde van deze bijzin. Je gebruikt „habe“ op dezelfde manier als hulpwerkwoord bij een afgeronde handeling; nieuw voorbeeld: „Ich habe das Werkzeug benutzt.“
Kannst
„Kannst“ betekent hier „kun je“ en vraagt of de aangesprokene iets kan uitleggen. Het is de vorm die bij „du“ hoort in de vraag „Kannst du erklären“. Je gebruikt dit om iemand rechtstreeks naar zijn mogelijkheid of bereidheid te vragen.
du
„du“ betekent „je“ of „jij“ en is de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In „Kannst du erklären“ staat het na het werkwoord, omdat het een vraag is. Je gebruikt „du“ in een informele aanspreekvorm voor één persoon.
erklären
„erklären“ betekent „uitleggen“ en verwijst hier naar het uitleggen van wat er is gebeurd. Het staat als infinitief in „Kannst du erklären“. Je gebruikt het wanneer je iemand vraagt een gebeurtenis, reden of procedure duidelijk te maken.
was
„was“ betekent hier „wat“ en opent de ingebedde vraag „was passiert ist“. Het vraagt naar de gebeurtenis die de spreker moet uitleggen. Je gebruikt „was“ om naar een onbekende zaak of gebeurtenis te vragen.
passiert
„passiert“ verwijst hier naar wat er is gebeurd in „was passiert ist“. Samen met „ist“ vormt het de uitdrukking voor een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden. Je gebruikt het wanneer je naar een gebeurtenis of ontwikkeling vraagt.
ist
„ist“ helpt in „was passiert ist“ om uit te drukken dat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden. In deze bijzin staat het na „passiert“. Je gebruikt deze combinatie om te vragen of te vertellen wat er gebeurd is.
Das
„Das“ is hier het lidwoord „het“ vóór „Sägeblatt“. In „Das Sägeblatt wurde beschädigt“ introduceert het het zaagblad als onderwerp van de zin. Je gebruikt „das“ vóór een zelfstandig naamwoord dat met dit bepaalde lidwoord wordt gebruikt.
Sägeblatt
„Sägeblatt“ betekent „zaagblad“ en is het onderdeel van de zaag dat beschadigd raakte. In „Das Sägeblatt“ is het de zaak waarover de spreker rapporteert. Je gebruikt het bijvoorbeeld in de combinatie „das Sägeblatt ersetzen“ wanneer je het onderdeel wilt vervangen.
wurde
„wurde“ geeft in „wurde beschädigt“ aan dat het zaagblad de handeling onderging: het raakte beschadigd. Samen met „beschädigt“ vormt het een passieve beschrijving van de schade. Je gebruikt „wurde“ in een zin waarin de toestand of behandeling van iets centraal staat.
beschädigt
„beschädigt“ betekent hier „beschadigd“ en beschrijft de toestand van het zaagblad. In „Das Sägeblatt wurde beschädigt“ staat het samen met „wurde“. Je gebruikt het om schade aan een voorwerp te melden.
während
„während“ betekent „terwijl“ en verbindt de schade aan de gelijktijdige handeling van hout zagen. In „während ich dickes Holz gesägt habe“ introduceert het een bijzin. Je gebruikt het om aan te geven dat twee gebeurtenissen tegelijkertijd plaatsvinden.
dickes
„dickes“ betekent hier „dik“ en beschrijft het hout in „dickes Holz“. De vorm staat direct vóór „Holz“ binnen deze woordgroep. Je gebruikt deze combinatie wanneer je de dikte van het materiaal benoemt.
Holz
„Holz“ betekent „hout“ en is het materiaal dat de spreker aan het zagen was. In „dickes Holz“ wordt het nader omschreven door „dickes“. Je gebruikt het wanneer je over hout als materiaal of werkmateriaal praat.
gesägt
„gesägt“ betekent hier „gezaagd“ en verwijst naar de handeling met het dikke hout. Het staat in „dickes Holz gesägt habe“ samen met „habe“. De bijbehorende vorm is „sägen“; je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je beschrijft dat iemand hout met een zaag heeft bewerkt.
War
„War“ betekent hier „was“ en vraagt of het hout te dik was voor deze zaag. Het staat vooraan in de vraag „War das Holz zu dick für diese Säge“. Je gebruikt deze vorm om naar een vroegere toestand of beoordeling te vragen.
zu
„zu“ betekent hier „te“ in „zu dick“ en geeft aan dat de dikte een grens overschreed voor deze zaag. Het staat direct vóór het bijvoeglijk naamwoord „dick“. Je gebruikt „zu“ vóór een eigenschap wanneer iets meer dan geschikt of gewenst is.
dick
„dick“ betekent hier „dik“ en beschrijft de dikte van het hout. In „zu dick für diese Säge“ wordt beoordeeld dat de dikte niet geschikt was voor de zaag. Je gebruikt het met „für“ om een eigenschap in verband te brengen met een voorwerp of doel.
für
„für“ betekent hier „voor“ en verbindt de dikte van het hout met de geschiktheid van deze zaag. Het staat in „zu dick für diese Säge“. Je gebruikt het om aan te geven voor welk voorwerp of doel iets geschikt of ongeschikt is.
diese
„diese“ betekent „deze“ en wijst in „diese Säge“ naar de specifieke zaag waarover de gesprekspartners spreken. Het staat direct vóór „Säge“. Je gebruikt het om één concreet voorwerp aan te wijzen.
Wahrscheinlich
„Wahrscheinlich“ betekent „waarschijnlijk“ en geeft hier een voorzichtige bevestiging: het hout was vermoedelijk te dik. Het kan zelfstandig als antwoord staan, zoals in deze zin. Je gebruikt het wanneer je iets aannemelijk vindt maar niet volledig zeker bent.
und
„und“ betekent „en“ en verbindt de vermoedelijke verklaring met de erkenning dat de spreker eerst had moeten vragen. Het koppelt hier twee delen van dezelfde reactie. Je gebruikt het om gelijkwaardige informatie of handelingen met elkaar te verbinden.
hätte
„hätte“ maakt in „hätte fragen sollen“ duidelijk dat de spreker achteraf vindt dat vragen de juiste stap zou zijn geweest. De betekenis ontstaat samen met „fragen sollen“, niet door „hätte“ alleen. Je gebruikt deze constructie om spijt of een achteraf beoordeelde gemiste handeling uit te drukken.
fragen
„fragen“ betekent „vragen“ en benoemt de handeling die de spreker vóór het proberen had moeten uitvoeren. Het staat in „hätte fragen sollen“. Je gebruikt het wanneer je vooraf informatie, toestemming of advies wilt vragen.
sollen
„sollen“ geeft in „hätte fragen sollen“ aan dat de spreker had moeten vragen. Het staat samen met „hätte“ en „fragen“ en drukt een achteraf beoordeelde verplichting uit. Je gebruikt dit patroon wanneer je zegt welke handeling eerder passend of noodzakelijk was.
bevor
„bevor“ betekent „voordat“ en plaatst het vragen vóór het proberen. In „bevor ich es versucht habe“ leidt het een bijzin over de eerdere handeling in. Je gebruikt het om de volgorde van twee gebeurtenissen te verduidelijken.
es
„es“ betekent hier „het“ en verwijst naar de handeling of poging waarover de spreker spreekt. In „ich es versucht habe“ is het het object van „versucht“. Je gebruikt „es“ wanneer de bedoelde handeling of zaak al uit de context bekend is.
versucht
„versucht“ betekent hier „geprobeerd“ en verwijst naar de poging om het hout te zagen. Het staat in „bevor ich es versucht habe“ samen met „habe“. De bijbehorende vorm is „versuchen“; je gebruikt het wanneer je beschrijft dat iemand iets probeert te doen.
schätze
„schätze“ betekent hier „waardeer“ en drukt waardering uit voor het feit dat de ander open is geweest. Het staat in „Ich schätze es, dass du offen damit umgehst“. Je gebruikt deze vorm om iemand te bedanken of waardering voor diens gedrag uit te spreken.
dass
„dass“ betekent „dat“ en leidt de inhoud in van wat de spreker waardeert: „dass du offen damit umgehst“. Het verbindt „Ich schätze es“ met een volledige bijzin. Je gebruikt het om de inhoud van een mening, waardering of uitspraak te introduceren.
offen
„offen“ betekent hier „open“ of „eerlijk“ en beschrijft hoe de ander met de schade omgaat. In „offen damit umgehst“ staat het bij de manier van handelen. Je gebruikt het wanneer iemand informatie niet verbergt en er eerlijk over praat.
damit
„damit“ betekent hier „daarmee“ of „ermee“ en verwijst naar de schade of de hele situatie. In „offen damit umgehst“ is het datgene waarmee de ander open omgaat. Je gebruikt het om naar iets eerder genoemde te verwijzen zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.
umgehst
„umgehst“ betekent hier „ermee omgaat“ en beschrijft hoe de aangesprokene de situatie behandelt. Het staat in „offen damit umgehst“ en hoort bij „du“. De bijbehorende vorm is „umgehen“; je gebruikt deze combinatie wanneer je beschrijft hoe iemand met een probleem of situatie omgaat.
statt
„statt“ betekent „in plaats van“ en stelt open omgaan tegenover verbergen. In „statt es zu verheimlichen“ leidt het de handeling in die niet wordt uitgevoerd. Je gebruikt het om een gekozen handeling tegenover een alternatief te plaatsen.
verheimlichen
„verheimlichen“ betekent „verbergen“ of „geheimhouden“ en verwijst hier naar het verbergen van de schade. Het staat na „statt“ in „statt es zu verheimlichen“. Je gebruikt het wanneer iemand bewust probeert te voorkomen dat anderen iets weten.
kann
„kann“ betekent hier „kan“ en geeft aan dat de spreker bereid en in staat is een reparatie te regelen of het zaagblad te vervangen. Het staat vóór de infinitieven in de zin. Je gebruikt het om een mogelijkheid, vermogen of aanbod uit te drukken.
eine
„eine“ betekent hier „een“ en staat vóór „Reparatur“. Het introduceert een reparatie zonder te zeggen om welke specifieke reparatie het gaat. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer iets niet nader bepaald wordt.
Reparatur
„Reparatur“ betekent „reparatie“ en is een mogelijke oplossing voor de beschadigde zaag. In „eine Reparatur organisieren“ gaat het om het regelen van die oplossing. Je gebruikt het wanneer een beschadigd voorwerp hersteld moet worden.
organisieren
„organisieren“ betekent hier „regelen“ of „organiseren“ en verwijst naar het regelen van een reparatie. Het staat als infinitief na „kann“ in „eine Reparatur organisieren“. Je gebruikt het wanneer je praktische stappen of hulp voor iets regelt.
oder
„oder“ betekent „of“ en verbindt de twee voorgestelde oplossingen: een reparatie regelen of het zaagblad vervangen. Het introduceert hier een alternatief. Je gebruikt het om tussen mogelijkheden of handelingen te kiezen.
ersetzen
„ersetzen“ betekent „vervangen“ en verwijst hier naar het plaatsen van een nieuw zaagblad. Het staat als infinitief in „das Sägeblatt ersetzen“ na „kann“. Je gebruikt het wanneer een onderdeel of voorwerp door een ander exemplaar wordt vervangen.
des
„des“ betekent hier „van het“ en verbindt „Sägeblatts“ met „Ersetzen“. In „Das Ersetzen des Sägeblatts“ geeft het aan welk onderdeel vervangen wordt. Je gebruikt deze vorm in een woordgroep die een bezit- of relatieverband uitdrukt.
Sägeblatts
„Sägeblatts“ betekent hier „van het zaagblad“ en verwijst naar het onderdeel dat vervangen moet worden. Het is de vorm van „Sägeblatt“ in „des Sägeblatts“. Je gebruikt deze woordgroep wanneer je precies aangeeft welk onderdeel het onderwerp van een handeling is.
sollte
„sollte“ betekent hier „zou moeten“ en drukt de verwachting uit dat het vervangen van het zaagblad voldoende is. Het staat samen met „ausreichen“ in „sollte ausreichen“. Je gebruikt deze combinatie om een waarschijnlijke of passende uitkomst te beschrijven.
ausreichen
„ausreichen“ betekent „voldoende zijn“ of „volstaan“ en verwijst hier naar het feit dat alleen het vervangen van het zaagblad genoeg zou moeten zijn. Het staat als infinitief na „sollte“. Je gebruikt het wanneer je zegt dat een maatregel of hoeveelheid genoeg is voor een doel.
kümmere
„kümmere“ betekent hier „zorg ervoor“ binnen „Ich kümmere mich heute darum“. Samen met „mich“ en „darum“ zegt de spreker dat hij de reparatie of vervanging op zich neemt. Je gebruikt deze constructie wanneer je belooft een praktische kwestie af te handelen.
mich
„mich“ betekent hier „me“ en hoort bij de constructie „Ich kümmere mich heute darum“. Het verwijst terug naar de spreker als degene die de kwestie op zich neemt. Je gebruikt het in deze constructie om aan te geven wie voor iets zorgt.
heute
„heute“ betekent „vandaag“ en geeft aan wanneer de spreker de kwestie zal afhandelen. In „Ich kümmere mich heute darum“ staat het als tijdsaanduiding. Je gebruikt het om een handeling aan de huidige dag te koppelen.
darum
„darum“ betekent hier „daarvoor“ of „daaromheen“ en verwijst naar de afgesproken vervanging of reparatie. In „Ich kümmere mich heute darum“ vervangt het de eerder genoemde kwestie. Je gebruikt het om naar een al bekende taak of zaak terug te verwijzen.
Sag mir Bescheid
De hele uitdrukking „Sag mir Bescheid“ betekent „laat me weten“. „Sag“ geeft de opdracht om iets te melden, „mir“ geeft aan dat de boodschap naar de spreker gaat, en „Bescheid“ maakt duidelijk dat het om een terugmelding gaat. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je iemand vraagt je later over de stand van zaken te informeren.
wenn
„wenn“ betekent hier „wanneer“ en leidt het moment in waarop de vervanging klaar is: „wenn es ersetzt ist“. Het verbindt die voorwaarde in tijd met het verzoek om iets te melden. Je gebruikt het om aan te geven wanneer iemand iets moet doen of laten weten.
ersetzt
„ersetzt“ betekent hier „vervangen“ en beschrijft in „wenn es ersetzt ist“ de toestand van het zaagblad nadat het vervangen is. Het verwijst samen met „es“ naar het eerder genoemde zaagblad. Je gebruikt het om aan te geven dat een onderdeel vervangen is.
zurückbringst
„zurückbringst“ betekent hier „terugbrengt“ en verwijst naar het terugbrengen van de zaag. Het staat in „bevor du die Säge zurückbringst“ en hoort bij „du“. De bijbehorende vorm is „zurückbringen“; je gebruikt het wanneer je een geleend of meegenomen voorwerp teruggeeft.